Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Psalmen 75         Psalmen 77 >>

Psalmen 76

76:1  Een psalm, een lied van Asaf, voor den opperzangmeester, op de Neginoth. (:) God is bekend in Juda; Zijn Naam is groot in Israel.

76:2  (:) En in Salem is Zijn hut, en Zijn woning in Sion.

76:3  (:) Aldaar heeft Hij verbroken de vurige pijlen van den boog, het schild, en het zwaard, en den krijg. Sela.

76:4  (:) Gij zijt doorluchtiger en heerlijker dan de roofbergen.

76:5  (:) De stouthartigen zijn beroofd geworden; zij hebben hun slaap gesluimerd; en geen van de dappere mannen hebben hun handen gevonden.

76:6  (:) Van Uw schelden, o God van Jakob! is samen wagen en paard in slaap gezonken.

76:7  (:) Gij, vreselijk zijt Gij; en wie zal voor Uw aangezicht bestaan, van den tijd Uws toorns af? Literatuur:

76:8  (:) Gij deedt een oordeel horen uit den hemel; de aarde vreesde en werd stil, Literatuur:

76:9  (:) Als God opstond ten oordeel, om alle zachtmoedigen der aarde te verlossen. Sela. Literatuur:

76:10  (:) Want de grimmigheid des mensen zal U loffelijk maken; het overblijfsel der grimmigheden zult Gij opbinden. Literatuur:

76:11  (:) Doet geloften en betaalt ze den HEERE, uw God, gij allen, die rondom Hem zijt! Laat hen Dien, Die te vrezen is, geschenken brengen; Literatuur:

76:12  (:) Die den geest der vorsten als druiven afsnijdt; Die den koningen der aarde vreselijk is. Literatuur:

<< Psalmen 75         Psalmen 77 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)