Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Psalmen 74         Psalmen 76 >>

Psalmen 75

75:1  Voor den opperzangmeester, Altascheth; een psalm, een lied, voor Asaf. (:) Wij loven U, o God! wij loven, dat Uw Naam nabij is; men vertelt Uw wonderen.

75:2  (:) Als ik het bestemde ambt zal ontvangen hebben, zo zal ik gans recht richten.

75:3  (:) Het land en al zijn inwoners waren versmolten; maar ik heb zijn pilaren vastgemaakt. Sela.

75:4  (:) Ik heb gezegd tot de onzinnigen: Weest niet onzinnig; en tot de goddelozen: Verhoogt den hoorn niet.

75:5  (:) Verhoogt uw hoorn niet omhoog; spreekt niet met stijven hals.

75:6  (:) Want het verhogen komt niet uit het oosten, noch uit het westen, noch uit de woestijn; Literatuur:

75:7  (:) Maar God is Rechter; Hij vernedert dezen, en verhoogt genen. Literatuur:

75:8  (:) Want in des HEEREN hand is een beker, en de wijn is beroerd, vol van mengeling, en Hij schenkt daaruit; doch alle goddelozen der aarde zullen zijn droesemen uitzuigende drinken. Literatuur:

75:9  (:) En ik zal het in eeuwigheid verkondigen; ik zal den God Jakobs psalmzingen.

75:10  (:) En ik zal alle hoornen der goddelozen afhouwen; de hoornen des rechtvaardigen zullen verhoogd worden.

<< Psalmen 74         Psalmen 76 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)