Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Psalmen 57         Psalmen 59 >>

Psalmen 58

58:1  Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, Altascheth. (:) Spreekt gijlieden waarlijk gerechtigheid, gij, vergadering? Oordeelt gij billijkheden, gij, mensenkinderen?

58:2  (:) Ja, gij werkt ongerechtigheden in het hart; gij weegt het geweld uwer handen op de aarde.

58:3  (:) De goddelozen zijn vervreemd van de baarmoeder aan; de leugensprekers dolen van moeders buik aan.

58:4  (:) Zij hebben vurig venijn, naar gelijkheid van vurig slangenvenijn; zij zijn als een dove adder, die haar oren toestopt;

58:5  (:) Opdat zij niet hore naar de stem der belezers, desgenen, die ervaren is met bezweringen om te gaan.

58:6  (:) O God! verbreek hun tanden in hun mond; breek af de baktanden der jonge leeuwen, o HEERE!

58:7  (:) Laat hen smelten als water, laat hen daarhenen drijven; legt hij zijn pijlen aan, laat hen zijn, alsof zij afgesneden waren.

58:8  (:) Laat hem henengaan, als een smeltende slak; laat hen, als ener vrouwe misdracht, de zon niet aanschouwen.

58:9  (:) Eer dan uw potten den doornstruik gewaar worden, zal Hij hem als levend, als in heten toorn wegstormen.

58:10  (:) De rechtvaardige zal zich verblijden, als hij de wraak aanschouwt; hij zal zijn voeten wassen in het bloed des goddelozen.

58:11  (:) En de mens zal zeggen: Immers is er vrucht voor den rechtvaardige; immers is er een God, Die op de aarde richt.

<< Psalmen 57         Psalmen 59 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)