Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Psalmen 55         Psalmen 57 >>

Psalmen 56

56:1  Een gouden kleinood van David, voor den opperzangmeester, op Jonath Elem Rechokim; als de Filistijnen hem gegrepen hadden te Gath. (:) Wees mij genadig, o God! want de mens zoekt mij op te slokken; den gansen dag dringt mij de bestrijder.

56:2  (:) Mijn verspieders zoeken mij den gansen dag op te slokken; want ik heb veel bestrijders, o Allerhoogste!

56:3  (:) Ten dage, als ik zal vrezen, zal ik op U vertrouwen.

56:4  (:) In God zal ik Zijn woord prijzen; ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen; wat zoude mij vlees doen?

56:5  (:) Den gansen dag verdraaien zij mijn woorden; al hun gedachten zijn tegen mij ten kwade.

56:6  (:) Zij rotten samen, zij versteken zich, zij passen op mijn hielen; als die op mijn ziel wachten.

56:7  (:) Zouden zij om hun ongerechtigheid vrijgaan? Stort de volken neder in toorn, o God!

56:8  (:) Gij hebt mijn omzwerven geteld; leg mijn tranen in uw fles; zijn zij niet in Uw register?

56:9  (:) Dan zullen mijn vijanden achterwaarts keren, ten dage als ik roepen zal; dit weet ik, dat God met mij is.

56:10  (:) In God zal ik het woord prijzen; in den HEERE zal ik het woord prijzen.

56:11  (:) Ik vertrouw op God, ik zal niet vrezen; wat zou mij de mens doen?

56:12  (:) O God! op mij zijn Uw geloften; ik zal U dankzeggingen vergelden;

56:13  (:) Want Gij hebt mijn ziel gered van den dood; ook niet mijn voeten van aanstoot, om voor Gods aangezicht te wandelen in het licht der levenden?

<< Psalmen 55         Psalmen 57 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)