Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Psalmen 46         Psalmen 48 >>

Psalmen 47

47:1  Een psalm, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach. (:) Al gij volken, klapt in de hand; juicht Gode met een stem van vreugdegezang.

47:2  (:) Want de HEERE, de Allerhoogste, is vreselijk, een groot Koning over de ganse aarde. Literatuur:

47:3  (:) Hij brengt de volken onder ons, en de natien onder onze voeten. Literatuur:

47:4  (:) Hij verkiest voor ons onze erfenis, de heerlijkheid van Jakob, dien Hij heeft liefgehad. Sela. Literatuur:

47:5  (:) God vaart op met gejuich, de HEERE met geklank der bazuin. Literatuur:

47:6  (:) Psalmzingt Gode, psalmzingt! Psalmzingt onzen Koning, psalmzingt!

47:7  (:) Want God is een Koning der ganse aarde; psalmzingt met een onderwijzing!

47:8  (:) God regeert over de heidenen; God zit op den troon Zijner heiligheid.

47:9  (:) De edelen der volken zijn verzameld tot het volk van den God van Abraham; want de schilden der aarde zijn Godes. Hij is zeer verheven! Literatuur:

<< Psalmen 46         Psalmen 48 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)