Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Genesis 36         Genesis 38 >>

Psalmen 37

37:1  Een psalm van David. Aleph. Ontsteek u niet over de boosdoeners; benijd hen niet, die onrecht doen. Literatuur:


Preken
Gebed (Deel 4)  

37:2  Want als gras zullen zij haast worden afgesneden, en als de groene grasscheutjes zullen zij afvallen.

37:3  Beth. Vertrouw op den HEERE, en doe het goede; bewoon de aarde, en voed u met getrouwigheid.

37:4  En verlustig u in den HEERE, zo zal Hij u geven de begeerten uws harten. Literatuur:


Preken
Gebed (Deel 4)  

37:5  Gimel. Wentel uw weg op den HEERE, en vertrouw op Hem; Hij zal het maken; Literatuur:

37:6  En zal uw gerechtigheid doen voortkomen als het licht, en uw recht als den middag. Literatuur:

37:7  Daleth. Zwijg den HEERE, en verbeid Hem; ontsteek u niet over dengene, wiens weg voorspoedig is; over een man, die listige aanslagen uitvoert. Literatuur:

37:8  He. Laat af van toorn, en verlaat de grimmigheid; ontsteek u niet, immers niet, om kwaad te doen. Literatuur:

37:9  Want de boosdoeners zullen uitgeroeid worden, maar die den HEERE verwachten, die zullen de aarde erfelijk bezitten. Literatuur:

37:10  Vau. En nog een weinig, en de goddeloze zal er niet zijn; en gij zult acht nemen op zijn plaats, maar hij zal er niet wezen.

37:11  De zachtmoedigen daarentegen zullen de aarde erfelijk bezitten, en zich verlustigen over groten vrede.

37:12  Zain. De goddeloze bedenkt listige aanslagen tegen den rechtvaardige, en hij knerst over hem met zijn tanden.

37:13  De HEERE belacht hem, want Hij ziet, dat zijn dag komt.

37:14  Cheth. De goddelozen hebben het zwaard uitgetrokken, en hun boog gespannen, om den ellendige en nooddruftige neder te vellen, om te slachten, die oprecht van weg zijn.

37:15  Maar hun zwaard zal in hunlieder hart gaan; en hun bogen zullen verbroken worden.

37:16  Teth. Het weinige, dat de rechtvaardige heeft, is beter dan de overvloed veler goddelozen. Literatuur:

37:17  Want de armen der goddelozen zullen verbroken worden; maar de HEERE ondersteunt de rechtvaardigen.

37:18  Jod. De HEERE kent de dagen der oprechten; en hun erfenis zal in eeuwigheid blijven.

37:19  Zij zullen niet beschaamd worden in den kwaden tijd, en in de dagen des hongers zullen zij verzadigd worden.

37:20  Caph. Maar de goddelozen zullen vergaan, en de vijanden des HEEREN zullen verdwijnen, als het kostelijkste der lammeren; met den rook zullen zij verdwijnen. Literatuur:


Boekjes
Is er een ECHT HELLEVUUR?  

Bijbelstudies
Wat is de 'hel'?  

37:21  Lamed. De goddeloze ontleent en geeft niet weder; maar de rechtvaardige ontfermt zich, en geeft.

37:22  Want zijn gezegenden zullen de aarde erfelijk bezitten; maar zijn vervloekten zullen uitgeroeid worden.

37:23  Mem. De gangen deszelven mans worden van den HEERE bevestigd; en Hij heeft lust aan zijn weg.

37:24  Als hij valt, zo wordt hij niet weggeworpen, want de HEERE ondersteunt zijn hand.

37:25  Nun. Ik ben jong geweest, ook ben ik oud geworden, maar heb niet gezien den rechtvaardige verlaten, noch zijn zaad zoekende brood. Literatuur:

37:26  Den gansen dag ontfermt hij zich, en leent; en zijn zaad is tot zegening. Literatuur:

37:27  Samech. Wijk af van het kwade, en doe het goede, en woon in eeuwigheid.

37:28  Want de HEERE heeft het recht lief, en zal Zijn gunstgenoten niet verlaten; in eeuwigheid worden zij bewaard; maar het zaad der goddelozen wordt uitgeroeid.

37:29  De rechtvaardigen zullen de aarde erfelijk bezitten, en in eeuwigheid daarop wonen.

37:30  Pe. De mond des rechtvaardigen vermeldt wijsheid, en zijn tong spreekt het recht.

37:31  De wet zijns Gods is in zijn hart; zijn gangen zullen niet slibberen.

37:32  Tsade. De goddeloze loert op den rechtvaardige, en zoekt hem te doden.

37:33  Maar de HEERE laat hem niet in zijn hand; en Hij verdoemt hem niet, als hij geoordeeld wordt.

37:34  Koph. Wacht op den HEERE, en houd Zijn weg, en Hij zal u verhogen, om de aarde erfelijk te bezitten; gij zult zien, dat de goddelozen worden uitgeroeid.

37:35  Resch. Ik heb gezien een gewelddrijvenden goddeloze, die zich uitbreidde als een groene inlandse boom.

37:36  Maar hij ging door, en zie, hij was er niet meer; en ik zocht hem, maar hij werd niet gevonden.

37:37  Schin. Let op den vrome, en zie naar den oprechte; want het einde van dien man zal vrede zijn.

37:38  Maar de overtreders worden te zamen verdelgd; het einde der goddelozen wordt uitgeroeid.

37:39  Thau. Doch het heil der rechtvaardigen is van den HEERE; hun Sterkte ter tijd van benauwdheid.

37:40  En de HEERE zal hen helpen, en zal hen bevrijden; Hij zal ze bevrijden van de goddelozen, en zal ze behouden; want zij betrouwen op Hem.

<< Genesis 36         Genesis 38 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)