Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Psalmen 15         Psalmen 17 >>

Psalmen 16

16:1  Een gouden kleinood van David. Bewaar mij, o God! want ik betrouw op U.

16:2  O mijn ziel! gij hebt tot den HEERE gezegd: Gij zijt de HEERE, mijn goedheid raakt niet tot U;

16:3  Maar tot de heiligen, die op de aarde zijn, en de heerlijken, in dewelke al mijn lust is.

16:4  De smarten dergenen, die een anderen God begiftigen, zullen vermenigvuldigd worden; ik zal hun drankofferen van bloed niet offeren, en hun namen op mijn lippen niet nemen.

16:5  De HEERE is het deel mijner erve, en mijns bekers; Gij onderhoudt mijn lot.

16:6  De snoeren zijn mij in liefelijke plaatsen gevallen; ja, een schone erfenis is mij geworden.

16:7  Ik zal den HEERE loven, Die mij raad heeft gegeven; zelfs bij nacht onderwijzen mij mijn nieren.

16:8  Ik stel den HEERE geduriglijk voor mij, omdat Hij aan mijn rechterhand is, zal ik niet wankelen.

16:9  Daarom is mijn hart verblijd, en mijn eer verheugt zich; ook zal mijn vlees zeker wonen.

16:10  Want Gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten; Gij zult niet toelaten, dat Uw Heilige de verderving zie. Literatuur:

16:11  Gij zult mij het pad des levens bekend maken; verzadiging der vreugde is bij Uw aangezicht; liefelijkheden zijn in Uw rechterhand, eeuwiglijk. Literatuur:

<< Psalmen 15         Psalmen 17 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)