Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Psalmen 8         Psalmen 10 >>

Psalmen 9

9:1  Een psalm van David, voor den opperzangmeester, op Muth-labben. (:) Ik zal den HEERE loven met mijn ganse hart; ik zal al Uw wonderen vertellen.

9:2  (:) In U zal ik mij verblijden, en van vreugde opspringen; ik zal Uw Naam psalmzingen, o Allerhoogste!

9:3  (:) Omdat mijn vijanden achterwaarts gekeerd, gevallen en vergaan zijn van Uw aangezicht.

9:4  (:) Want Gij hebt mijn recht en mijn rechtszaak afgedaan; Gij hebt gezeten op den troon, o Rechter, der gerechtigheid.

9:5  (:) Gij hebt de heidenen gescholden, den goddeloze verdaan, hun naam uitgedelgd, tot in eeuwigheid en altoos.

9:6  (:) O vijand! zijn de verwoestingen voleind in eeuwigheid, en hebt gij de steden uitgeroeid? Hunlieder gedachtenis is met hen vergaan.

9:7  (:) Maar de HEERE zal in eeuwigheid zitten; Hij heeft Zijn troon bereid ten gerichte.

9:8  (:) En Hij Zelf zal de wereld richten in gerechtigheid, en de volken oordelen in rechtmatigheden. Literatuur:

9:9  (:) En de HEERE zal een Hoog Vertrek zijn voor den verdrukte, een Hoog Vertrek in tijden van benauwdheid.

9:10  (:) En die Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen, omdat Gij, HEERE, niet hebt verlaten degenen, die U zoeken.

9:11  (:) Psalmzingt den HEERE, Die te Sion woont; verkondigt onder de volken Zijn daden. Literatuur:


Artikelen
Het derde gebod  (2)

9:12  (:) Want Hij zoekt de bloedstortingen, Hij gedenkt derzelve; Hij vergeet het geroep der ellendigen niet.

9:13  (:) Wees mij genadig, HEERE, zie mijn ellende aan, van mijne haters mij aangedaan, Gij, Die mij verhoogt uit de poorten des doods;

9:14  (:) Opdat ik Uw gansen lof in de poorten der dochter van Sion vertelle, dat ik mij verheuge in Uw heil.

9:15  (:) De heidenen zijn gezonken in de groeve, die zij gemaakt hadden; hunlieder voet is gevangen in het net, dat zij verborgen hadden.

9:16  (:) De HEERE is bekend geworden; Hij heeft recht gedaan; de goddeloze is verstrikt in het werk zijner handen! Higgajon, Sela.

9:17  (:) De goddelozen zullen terugkeren, naar de hel toe, alle godvergetende heidenen. Literatuur:

9:18  (:) Want de nooddruftige zal niet voor altoos vergeten worden, noch de verwachting der ellendigen in eeuwigheid verloren zijn. Literatuur:

9:19  (:) Sta op, HEERE, laat de mens zich niet versterken; laat de heidenen voor Uw aangezicht geoordeeld worden.

9:20  (:) O HEERE! jaag hun vreze aan; laat de heidenen weten, dat zij mensen zijn. Sela.

<< Psalmen 8         Psalmen 10 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)