Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Job 27         Job 29 >>

Job 28

28:1  Gewisselijk, er is voor het zilver een uitgang, en een plaats voor het goud, dat zij smelten.

28:2  Het ijzer wordt uit stof genomen, en uit steen wordt koper gegoten.

28:3  Het einde, dat God gesteld heeft voor de duisternis, en al het uiterste onderzoekt hij; het gesteente der donkerheid en der schaduw des doods.

28:4  Breekt er een beek door, bij dengene, die daar woont, de wateren vergeten zijnde van den voet, worden van den mens uitgeput, en gaan weg.

28:5  Uit de aarde komt het brood voort, en onder zich wordt zij veranderd, alsof zij vuur ware.

28:6  Haar stenen zijn de plaats van den saffier, en zij heeft stofjes van goud.

28:7  De roofvogel heeft het pad niet gekend, en het oog der kraai heeft het niet gezien.

28:8  De jonge hoogmoedige dieren hebben het niet betreden, de felle leeuw is daarover niet heengegaan.

28:9  Hij legt zijn hand aan de keiachtige rots, hij keert de bergen van den wortel om.

28:10  In de rotsstenen houwt hij stromen uit, en zijn oog ziet al het kostelijke.

28:11  Hij bindt de rivier toe, dat niet een traan uitkomt, en het verborgene brengt hij uit in het licht.

28:12  Maar de wijsheid, van waar zal zij gevonden worden? En waar is de plaats des verstands?

28:13  De mens weet haar waarde niet, en zij wordt niet gevonden in het land der levenden.

28:14  De afgrond zegt: Zij is in mij niet; en de zee zegt: Zij is niet bij mij.

28:15  Het gesloten goud kan voor haar niet gegeven worden, en met zilver kan haar prijs niet worden opgewogen.

28:16  Zij kan niet geschat worden tegen fijn goud van Ofir, tegen den kostelijken Schoham, en den Saffier.

28:17  Men kan het goud of het kristal haar niet gelijk waarderen; ook is zij niet te verwisselen voor een kleinood van dicht goud.

28:18  De Ramoth en Gabisch zal niet gedacht worden; want de trek der wijsheid is meerder dan der Robijnen.

28:19  Men kan de Topaas van Morenland haar niet gelijk waarderen; en bij het fijn louter goud kan zij niet geschat worden.

28:20  Die wijsheid dan, van waar komt zij, en waar is de plaats des verstands? Literatuur:

28:21  Want zij is verholen voor de ogen aller levenden, en voor het gevogelte des hemels is zij verborgen. Literatuur:

28:22  Het verderf en de dood zeggen: Haar gerucht hebben wij met onze oren gehoord. Literatuur:

28:23  God verstaat haar weg, en Hij weet haar plaats. Literatuur:

28:24  Want Hij schouwt tot aan de einden der aarde, Hij ziet onder al de hemelen. Literatuur:

28:25  Als Hij den wind het gewicht maakte, en de wateren opwoog in mate; Literatuur:

28:26  Als Hij den regen een gezette orde maakte, en een weg voor het weerlicht der donderen; Literatuur:

28:27  Toen zag Hij haar, en vertelde ze; Hij schikte ze, en ook doorzocht Hij ze. Literatuur:

28:28  Maar tot den mens heeft Hij gezegd: Zie, de vreze des HEEREN is de wijsheid, en van het kwade te wijken is het verstand. Literatuur:

<< Job 27         Job 29 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)