Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Job 22         Job 24 >>

Job 23

23:1  Maar Job antwoordde en zeide:

23:2  Ook heden is mijn klacht wederspannigheid; mijn plage is zwaar boven mijn zuchten.

23:3  Och, of ik wist, dat ik Hem vinden zou, ik zou tot Zijn stoel komen;

23:4  Ik zou het recht voor Zijn aangezicht ordentelijk voorstellen, en mijn mond zou ik met verdedigingen vervullen.

23:5  Ik zou de redenen weten, die Hij mij antwoorden zou; en verstaan, wat Hij mij zeggen zou.

23:6  Zou Hij naar de grootheid Zijner macht met mij twisten? Neen; maar Hij zou acht op mij slaan.

23:7  Daar zou de oprechte met Hem pleiten; en ik zou mij in eeuwigheid van mijn Rechter vrijmaken.

23:8  Zie, ga ik voorwaarts, zo is Hij er niet, of achterwaarts, zo verneem ik Hem niet. Literatuur:

23:9  Als Hij ter linkerhand werkt, zo aanschouw ik Hem niet; bedekt Hij Zich ter rechterhand, zo zie ik Hem niet. Literatuur:

23:10  Doch Hij kent den weg, die bij mij is; Hij beproeve mij; als goud zal ik uitkomen. Literatuur:

23:11  Aan Zijn gang heeft mijn voet vastgehouden; Zijn weg heb ik bewaard, en ben niet afgeweken. Literatuur:

23:12  Het gebod Zijner lippen heb ik ook niet weggedaan; de redenen Zijns monds heb ik meer dan mijn bescheiden deel weggelegd. Literatuur:

23:13  Maar is Hij tegen iemand, wie zal dan Hem afkeren? Wat Zijn ziel begeert, dat zal Hij doen. Literatuur:

23:14  Want Hij zal volbrengen, dat over mij bescheiden is; en diergelijke dingen zijn er vele bij Hem. Literatuur:

23:15  Hierom word ik voor Zijn aangezicht beroerd; aanmerk het, en vrees voor Hem;

23:16  Want God heeft mijn hart week gemaakt, en de Almachtige heeft mij beroerd;

23:17  Omdat ik niet uitgedelgd ben voor de duisternis, en dat Hij van mijn aangezicht de donkerheid bedekt heeft.

<< Job 22         Job 24 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)