Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Job 11         Job 13 >>

Job 12

12:1  Maar Job antwoordde en zeide:

12:2  Trouwens, omdat gijlieden het volk zijt, zo zal de wijsheid met ulieden sterven!

12:3  Ik heb ook een hart even als gijlieden, ik zwicht niet voor u; en bij wien zijn niet dergelijke dingen?

12:4  Ik ben het, die zijn vriend een spot is, maar roepende tot God, Die hem verhoort; de rechtvaardige en oprechte is een spot.

12:5  Hij is een verachte fakkel, naar de mening desgenen, die gerust is; hij is gereed met den voet te struikelen.

12:6  De tenten der verwoesters hebben rust, en die God tergen, hebben verzekerdheden, om hetgene God met Zijn hand toebrengt.

12:7  En waarlijk, vraag toch de beesten, en elkeen van die zal het u leren; en het gevogelte des hemels, dat zal het u te kennen geven.

12:8  Of spreek tot de aarde, en zij zal het u leren; ook zullen het u de vissen der zee vertellen.

12:9  Wie weet niet uit alle deze, dat de hand des HEEREN dit doet?

12:10  In Wiens hand de ziel is van al wat leeft, en de geest van alle vlees des mensen. Literatuur:


Bijbelstudies
Wat is de mens precies?  

12:11  Zal niet het oor de woorden proeven, gelijk het gehemelte voor zich de spijze smaakt?

12:12  In de stokouden is de wijsheid, en in de langheid der dagen het verstand.

12:13  Bij Hem is wijsheid en macht; Hij heeft raad en verstand.

12:14  Ziet, Hij breekt af, en het zal niet herbouwd worden; Hij besluit iemand, en er zal niet opengedaan worden.

12:15  Ziet, Hij houdt de wateren op, en zij drogen uit; ook laat Hij ze uit, en zij keren de aarde om.

12:16  Bij Hem is kracht en wijsheid; Zijns is de dwalende, en die doet dwalen.

12:17  Hij voert de raadsheren beroofd weg, en de rechters maakt Hij uitzinnig,

12:18  Den band der koningen maakt Hij los, en Hij bindt den gordel aan hun lenden.

12:19  Hij voert de oversten beroofd weg, en de machtigen keert Hij om.

12:20  Hij beneemt den getrouwen de spraak, en der ouden oordeel neemt Hij weg.

12:21  Hij giet verachting over de prinsen uit, en Hij verslapt den riem der geweldigen.

12:22  Hij openbaart de diepten uit de duisternis, en des doods schaduwe brengt Hij voort in het licht. Literatuur:

12:23  Hij vermenigvuldigt de volken, en verderft ze; Hij breidt de volken uit, en leidt ze. Literatuur:

12:24  Hij neemt het hart van de hoofden des volks der aarde weg, en doet hen dwalen in het woeste, waar geen weg is. Literatuur:

12:25  Zij tasten in de duisternis, waar geen licht is; en Hij doet hen dwalen, als een dronkaard. Literatuur:

<< Job 11         Job 13 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)