Selecteer vers


Voer vers in


(b.v. johannes 8 32)

<< Job 9         Job 11 >>

Job 10

10:1  Mijn ziel is verdrietig over mijn leven; ik zal mijn klacht op mij laten; ik zal spreken in bitterheid mijner ziel.

10:2  Ik zal tot God zeggen: Verdoem mij niet; doe mij weten, waarover Gij met mij twist.

10:3  Is het U goed, dat Gij verdrukt, dat Gij verwerpt den arbeid Uwer handen, en over den raad der goddelozen schijnsel geeft?

10:4  Hebt Gij vleselijke ogen, ziet Gij, gelijk een mens ziet?

10:5  Zijn Uw dagen als de dagen van een mens? Zijn Uw jaren als de dagen eens mans?

10:6  Dat Gij onderzoekt naar mijn ongerechtigheid, en naar mijn zonde verneemt?

10:7  Het is Uw wetenschap, dat ik niet goddeloos ben; nochtans is er niemand, die uit Uw hand verlosse.

10:8  Uw handen doen mij smart aan, hoewel zij mij gemaakt hebben, te zamen rondom mij zijn zij, en Gij verslindt mij.

10:9  Gedenk toch, dat Gij mij als leem bereid hebt, en mij tot stof zult doen wederkeren.

10:10  Hebt Gij mij niet als melk gegoten, en mij als een kaas doen runnen?

10:11  Met vel en vlees hebt Gij mij bekleed; met beenderen ook en zenuwen hebt Gij mij samengevlochten;

10:12  Benevens het leven hebt Gij weldadigheid aan mij gedaan, en Uw opzicht heeft mijn geest bewaard.

10:13  Maar deze dingen hebt Gij verborgen in Uw hart; ik weet, dat dit bij U geweest is.

10:14  Indien ik zondig, zo zult Gij mij waarnemen, en van mijn misdaad zult Gij mij niet onschuldig houden.

10:15  Zo ik goddeloos ben, wee mij! En ben ik rechtvaardig, ik zal mijn hoofd niet opheffen; ik ben zat van schande, maar aanzie mijn ellende.

10:16  Want zij verheft zich; gelijk een felle leeuw jaagt Gij mij; Gij keert weder en stelt U wonderlijk tegen mij.

10:17  Gij vernieuwt Uw getuigen tegenover mij, en vermenigvuldigt Uw toorn tegen mij; verwisselingen, ja, een heirleger, zijn tegen mij.

10:18  En waarom hebt Gij mij uit de baarmoeder voortgebracht? Och, dat ik den geest gegeven had, en geen oog mij gezien had!

10:19  Ik zou zijn, alsof ik niet geweest ware; van moeders buik zou ik tot het graf gebracht zijn geweest.

10:20  Zijn mijn dagen niet weinig? Houd op, zet van mij af, dat ik mij een weinig verkwikke;

10:21  Eer ik henenga (en niet wederkom) in een land der duisternis en der schaduwe des doods;

10:22  Een stikdonker land, als de duisternis zelve, de schaduwe des doods, en zonder ordeningen, en het geeft schijnsel als de duisternis.

<< Job 9         Job 11 >>

Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)