Gods glazen zee (Deel 2)

Door Martin G. Collins
31 januari 2009

Samenvatting: (toon)

Martin Collins gaat verder met zijn ontzagwekkende beschrijving van de glazen zee die Gods troon omgeeft en suggereert dat het visioen in Exodus 24 met het saffieren plaveisel aanvullende details toevoegt. Bij het bruiloftsmaal van het Lam (Openbaring 19:6-9) zal het de opgestane heiligen, zij die trouw Gods geboden hebben gehouden, worden toegestaan zich te verzamelen op deze glazen zee. Als we huichelachtig beweren Gods volk te zijn en onszelf toestaan te zondigen (stelen, bedriegen, vals zweren, etc.), zullen we ons afscheiden van God, doordat we Zijn verbond breken. Het oordeel begint bij het huis van God. De slechte economische tijden waar we doorheen gaan, zouden heel goed tests kunnen zijn of we trouw zijn aan onze toezegging om tienden te geven. Zij die zich kwalificeren door het Beest te weerstaan, zich onbevlekt te houden door het Lam te volgen, zullen mogen staan op deze schitterende, glazen zee vermengd met flonkeringen die op vuur lijken – symbool van de reinigende en zuiverende kwaliteiten van letterlijk vuur. Salomo's zee, gemaakt van gegoten brons, beeldde dit beeld van vuur uit. De almachtige God wordt uitgebeeld als een verterend vuur. De engelen worden ook uitgebeeld als toortsen van vuur en bliksemflitsen. Als Gods Koninkrijk op aarde wordt opgericht, zal vuur niet langer verwoestend zijn, maar een zinnebeeld van bescherming en heerlijkheid. In de nieuwe hemel en aarde zullen ziedende, schuimende zeeën iets van het verleden zijn, evenals onze zonden, die in het diepst van de zee zijn geworpen. In tegenstelling tot het lawaai van een bruisende, aardse zee zal de kalme, glazen zee staan en een zuivere, kalme, genezende rivier van leven.


In mijn vorige preek beschreef ik u hoe de glazen zee Gods heiligheid, zuiverheid, vrede, kalmte, reinheid en helderheid vertegenwoordigt en weerspiegelt. God is een God van gerechtigheid die van Zijn volk verlangt dat ze rechtvaardig leven. In deze tweede en laatste preek over de glazen zee zullen we daarmee verdergaan en nog meer toevoegen aan wat er van ons verlangd wordt, als we waardig willen zijn op die zee te staan. En ik zal ook ingaan op wat de betekenis is van het vuur dat met de glazen zee is vermengd.

Laten we kijken naar Mozes' visioen van de troon van God.

Exodus 24:1-8 Tot Mozes zeide Hij: Klim op tot de HERE, gij en Aäron, Nadab en Abihu en zeventig van de oudsten van Israël en buigt u van verre neder. 2 Maar Mozes alleen zal tot de HERE naderen, zij echter zullen niet naderen, en het volk zal niet met hem opklimmen. 3 Toen kwam Mozes en deelde het volk al de woorden des HEREN en al de verordeningen mee, en het gehele volk antwoordde eenstemmig: Al de woorden, die de HERE gesproken heeft, zullen wij doen. 4 En Mozes schreef al de woorden des HEREN op. Vroeg in de morgen bouwde hij een altaar onder aan de berg, met twaalf opgerichte stenen overeenkomstig de twaalf stammen van Israël. 5 Toen zond hij de jongelingen der Israëlieten heen, en zij brachten brandoffers en offerden stieren als vredeoffers voor de HERE. 6 Daarop nam Mozes de helft van het bloed en deed het in bekkens, en de andere helft van het bloed sprengde hij op het altaar. 7 Hij nam het boek des verbonds en las het voor de oren van het volk en zij zeiden: Alles wat de HERE gesproken heeft, zullen wij doen en daarnaar zullen wij horen. 8 Toen nam Mozes het bloed en sprengde het op het volk en hij zeide: Zie, het bloed van het verbond dat de HERE met u sluit, op grond van al deze woorden.

Het is interessant dat in deze context de woorden "al deze woorden" viermaal voorkomen. We zien daarin het belang van het woord van God en hoe dat op ons inwerkt. We hebben hier een beschrijving van het huwelijksverbond van Israël met God. Het volk stemt in om in overeenstemming met "al deze woorden" te leven. Zij beloofden te leven bij het woord van God.

Als de kerk uit de doden opstaat, zal het huwelijk tussen Christus en de kerk gesloten worden, en er zal tegen die tijd een nieuw verbond zijn. Het zal een huwelijk zijn voor alle eeuwigheid. De bekrachtiging van dit verbond met Mozes, van de Israëlieten met God, was een type van dat toekomstige huwelijksverbond tussen de kerk en Jezus Christus.

Het verbond waaronder we nu staan, vernieuwen we elk jaar tijdens de Paschadienst met het brood en de wijn en de voetwassing. Christus hoeft het niet te vernieuwen omdat Hij Zijn leven gaf. Daarom zei Hij dat Hij niet van het brood zou eten en niet van de wijn zou drinken. Hij verwees naar het brood van het Pascha. Het kan zijn dat Hij later nog brood heeft gegeten, maar dat was niet in het kader van de verbondsceremonie van het Pascha. Er wordt beschreven dat Hij brood en vis at als ontbijt met Zijn discipelen, maar dat heeft vandoen met fysiek voedsel. Hij zal niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot in het Koninkrijk. Hij zal de wijn van de huwelijksceremonie drinken als de kerk met Christus in het huwelijk treedt.

Mozes, Aäron en zijn zonen, en zeventig oudsten nemen deel aan wat het vredeoffer (genoemd in vers 5) vertegenwoordigt: omgang met elkaar en geestelijke eenheid voor het aangezicht van God.

Laten we kijken naar wat "de glazen zee" wordt genoemd. Op de berg Sinaï zagen de oudsten van Israël een visioen van de God van Israël en er bevond zich iets interessants onder Zijn voeten: een helder plaveisel.

Exodus 24:9-10 En Mozes klom op met Aäron, Nadab en Abihu en zeventig van de oudsten van Israël. 10 En zij zagen de God van Israël en het was alsof onder zijn voeten een plaveisel lag van lazuur, als de hemel zelf in klaarheid.

De beschrijving richt zich op het feit dat die mannen de God van Israël zagen en ongedeerd bleven.

Waarom is dit zo belangrijk? Omdat Exodus 33:20 zegt: "geen mens zal Mij zien en leven".

Exodus 33:20-23 Hij zeide: Gij zult mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens zal Mij zien en leven. 21 De HERE zeide: Zie, bij Mij is een plaats, waar gij op de rots kunt staan; 22 wanneer mijn heerlijkheid voorbijgaat, zal Ik u in de rotsholte zetten en u met mijn hand bedekken, totdat Ik ben voorbijgegaan. 23 Dan zal Ik mijn hand wegnemen en gij zult Mij van achteren zien, maar mijn aangezicht zal niet gezien worden.

Het "zien" in Exodus 24:10 was iets anders dan dat in Exodus 33:20 en 23, wat kan duiden op een gedeeltelijke, in tegenstelling tot een totale en volledige, visie op God. De beschrijving van het heldere oppervlak in Exodus 24:10, dat zij onder Zijn voeten zagen, kan erop duiden dat dit alles was wat zij van God zagen. Het kan zijn dat ze niet meer dan een weerspiegeling van het beeld van God zagen, of het kan zijn dat dit niet meer was dan een visioen in hun denken en niet letterlijk.

Als Exodus 24:10 zegt dat de vier leiders en de zeventig oudsten "God zagen", betekent dit niet dat zij God aanschouwden in Zijn essentiële wezen of met al Zijn attributen van heerlijkheid, omdat dit voor mensen niet mogelijk is. Johannes 1:18 zegt: "Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen." De kennis van God die we in Jezus Christus hebben is echt, evenals het zien echt is. Het is niet volledig, maar het is onvervalste en ware kennis. Daarom zien we in zeker opzicht de Vader door te letten op het handelen en het onderwijs van Jezus Christus, die één is met de Vader en deze vertegenwoordigt.

De vierenzeventig mannen zagen iets van Gods heerlijkheid en ze zagen waarschijnlijk de troon van God op het lazuurstenen plaveisel, maar de ware heerlijkheid van God was voor hen verborgen. U herinnert zich misschien nog wel van mijn vorige preek, dat we een soortgelijke beschrijving lazen in Ezechiël 1:26: "Boven het uitspansel boven hun hoofden was wat er uitzag als lazuursteen, dat de vorm had van een troon; en daarboven, op hetgeen een troon leek, een gedaante, die er uitzag als een mens."

Exodus 24:10 En zij zagen de God van Israël en het was alsof onder zijn voeten een plaveisel lag van lazuur, als de hemel zelf in klaarheid.

Klaarheid is de vertaling van het Hebreeuwse woord tohar wat letterlijk duidt op "helderheid of zuiverheid". Er is dus een glazen zee of een plaveisel met een blauwe kleur die het voorkomen heeft van glas. Mozes zag waarschijnlijk Gods weerspiegeling in de glazen zee. Hij moet zich zeer zeker in een positie hebben bevonden waarin hij zich neerboog.

God daalde af naar de berg, zodat zij een zwakke gelijkenis of weerspiegeling van Zijn heerlijkheid zagen, maar ze konden niet rechtstreeks een blik op Hem slaan. Zij zagen de contouren van Hem, maar ze konden Hem niet duidelijk zien. Vers 17 zegt ons dat de heerlijkheid van de Heer leek op een verterend vuur in een wolk die de berg bedekte. Daarna was er een speciale ceremonie en hadden ze een maaltijd, waarbij het huwelijk van Israël met God werd gevierd.

Dit verbond tussen God en het oude Israël was slechts een schaduw van wat er in de toekomst komen zou. Het was slechts een ondergeschikt verbond wat Israël niet kon houden, vanwege haar menselijke natuur en de vijandschap die er tussen de mens en God bestaat. Onder het Nieuwe Verbond worden ons echter de middelen gegeven, door het in ons wonen van Gods Geest, om het verbond op een geestelijk niveau te houden. Als we trouw zijn aan dit geestelijke huwelijksverbond, zullen we door de engelen naar de glazen zee voor de troon van God worden gebracht. Ik ben er vrij zeker van dat dit spoedig na onze opstanding zal plaatsvinden. Waar zouden we anders heen moeten dan naar Gods troon om Hem zodra we in geestelijke wezens zijn veranderd te aanbidden? Dat zal waarschijnlijk een van de eerste dingen zijn die we doen nadat we als geestelijke wezens zijn opgestaan.

Mattheüs 24:31 En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere.

Wat zal er met ons gebeuren als de trompet weerklinkt?

1 Corinthiërs 15:51-52 Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, 52 in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden.

Dit zal een opwindend en overweldigend moment zijn voor ons allemaal. 1 Thessalonicenzen 4 en 1 Corinthiërs 15 gaan over de eerste opstanding. We zullen in de lucht opgenomen worden om Christus te ontmoeten. We zullen worden opgewekt en naar de glazen zee voor het aangezicht van God worden gebracht. Openbaring 19 beschrijft wat het belangrijkste is met betrekking tot onze kleding bij het huwelijksmaal van het Lam.

Openbaring 19:6-9 En ik hoorde als een stem van een grote schare en als een stem van vele wateren en als een stem van zware donderslagen, zeggende: Halleluja! Want de Here, onze God, de Almachtige, heeft het koningschap aanvaard. 7 Laten wij blijde zijn en vreugde bedrijven en Hem de eer geven, want de bruiloft des Lams is gekomen en zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt; 8 en haar is gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden der heiligen. 9 En hij zeide tot mij: Schrijf, zalig zij, die genodigd zijn tot het bruiloftsmaal des Lams. En hij zeide tot mij: Dit zijn de waarachtige woorden van God.

Wat wordt er van iedere christen verlangd voordat hij op de glazen zee voor Gods troon mag staan? Rechtvaardigheid! Rechtvaardig leven! Dat zal de rechtvaardigheid zijn van Jezus Christus. Wij ontvangen de Heilige Geest zodat we ons deel kunnen doen in het ontwikkelen van dat rechtvaardige leven.

Mattheüs 19:16-22 wordt aangeduid met het verhaal over de "rijke jongeling". Het kan zijn dat hij een religieus leider was, het is heel goed mogelijk dat hij een Farizeeër was (vanwege de toewijding die hij aan de dag legde in het houden van de wet).

Mattheüs 19:16-17 En zie, iemand kwam tot Hem en zeide: Meester, wat voor goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven? 17 Hij zeide tot hem: Wat vraagt gij Mij naar het goede? Eén is de Goede. Maar indien gij het leven wilt binnengaan, onderhoud de geboden.

We zouden eraan kunnen toevoegen, dat als u op de glazen zee wilt staan, dan moet u al Gods geboden onderhouden. Daardoor verdienen we dat recht of die kans om op de glazen zee te staan niet; dat is volledig een gave. Wij moeten ons deel doen, en dat deel bestaat uit het onderhouden van al Gods geboden.

Mattheüs 19:18-20 Hij zeide tot Hem: Welke? Jezus zeide: Deze: Gij zult niet doodslaan, gij zult niet echtbreken, gij zult niet stelen, gij zult geen vals getuigenis geven, 19 eer uw vader en uw moeder, en gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. 20 De jongeling zeide tot Hem: Dat alles heb ik in acht genomen; waarin schiet ik nog te kort?

Hoogstwaarschijnlijk hield hij alleen maar de letter van de wet, omdat je Gods Geest nodig hebt om de geest van de wet te houden.

Mattheüs 19:21 Jezus zeide tot hem: Indien gij volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop uw bezit en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemelen hebben, en kom hier, volg Mij.

Jezus zei hem in principe: "Ontdoe je van al je afgoden, al die dingen die je afleiden van het dienen van Mij."

Mattheüs 19:22 Toen de jongeling [dit] woord hoorde, ging hij bedroefd heen, want hij bezat vele goederen.

Er was niets verkeerds met de bezittingen op zichzelf, maar blijkbaar had hij meer verzameld dan hij behoorde te hebben.

Na Jezus aangesproken te hebben als Meester, een titel die uiting geeft aan respect, vraagt hij wat voor goed hij moet doen om het eeuwige leven te verwerven. Eeuwig leven is vrijwel synoniem met de uitdrukking het koninkrijk der hemelen binnengaan, en dit is de eerste keer dat deze uitdrukking in Mattheüs voorkomt.

Gehoorzaamheid aan de wet is een uitdrukking van geloof in de waarachtig goede God, die de bron is van alle goed, inclusief eeuwig leven. Behoud is een gave van Gods genade, niet iets dat wordt verdiend. Er zijn minimum vereisten in het onderhouden van Gods wet, wat we moeten doen indien we willen voldoen aan de criteria voor Gods Koninkrijk. Als menselijke wezens hebben we allemaal momenten dat we zondigen, en we ontvangen vergeving door oprecht berouw. We moeten ons zorgen maken over de zonden uit gewoonte, de zonden die we keer op keer opnieuw doen, en we moeten eraan werken die te overwinnen.

We moeten allereerst en bovenal God liefhebben, en daarnaast moeten we ons gezin, onze vrienden, kennissen en zelfs onze vijanden liefhebben door het onderhouden van Gods geboden, inzettingen en verordeningen. Dit vereiste behoord bekend te zijn bij en te worden begrepen door alle leden van Gods kerk. Als leden van Gods kerk zijn we een levenlang bezig om te leren wat we behoren te doen en proberen te overwinnen wat we niet behoren te doen.

De rijke jongeling suggereert dat hij niet alleen de genoemde geboden heeft onderhouden, maar ook de gehele wet die zij vertegenwoordigen. Hij ziet zijn gehoorzaamheid aan de wet als iets volkomens, maar hij heeft daarnaast het gevoel dat er iets ontbreekt, en daarom vraagt hij Christus: "Wat is er nog meer wat ik moet doen?"

Jezus weet dat de rijkdom van de man het middel tot zijn persoonlijke identiteit, macht en gevoel van betekenis in zijn leven is geworden. Dit is de afgod van zijn leven geworden. Jezus' benadering is erop gericht dat de man zich niet langer richt op een uiterlijk voldoen aan de wet, maar zich gaat richten op het onderzoeken van zijn hart om te weten te komen wat werkelijk de heersende god in zijn leven is.

Ongetwijfeld had de man wat geld aan de armen gegeven, daar het geven van aalmoezen beschouwd werd als een morele plicht, in het bijzonder onder de Farizeeën. Jezus roept hem echter op alles weg te geven en daarmee de god van de rijkdom te verruilen voor de eeuwige schat die gevonden wordt in het volgen van Christus. Zelfs al verlangt hij naar "eeuwig leven", toch kan de jongeman zichzelf niet zover brengen om de heersende kracht in zijn leven, zijn omvangrijke bezittingen, niet langer te dienen. Rijkdom is zowel misleidend als verslavend: het doet iemand denken dat hij of zij onafhankelijk is van God, en een rijk iemand wil uit alle macht vasthouden aan die veronderstelde onafhankelijkheid.

We verkeren in heel moeilijke, economische tijden en we willen zeer zeker ons deel doen om ons voor te bereiden op wat komen gaat, maar we kunnen ons vertrouwen niet stellen op de dingen die we opzij leggen om ons gezin te beschermen of te voeden. We moeten begrijpen dat we ons deel kunnen doen, maar God is Degene die uiteindelijk ons zal beschermen en in onze behoeften zal voorzien. Het is menselijk gezien voor de rijke onmogelijk zijn voornaamste trouw naar God te verschuiven, maar bij God is alles mogelijk, zoals we kunnen zien in de bekering van rijke mannen zoals Jozef van Arimatea en Zacheüs.

Indien u eeuwig leven verlangt, dan draagt Mattheüs 19:18 u op,: "Gij zult niet stelen". Laten we enige tijd nemen om dit vereiste van Gods wet betreffende "niet stelen" te bekijken. In zijn preek in de tempel waarschuwde de profeet Jeremia Jeruzalem tegen het gebruik van de tempel "waarover Mijn naam is uitgeroepen", terwijl men gewoon doorgaat met diefstal, moord en overspel. Stelen is voor Gods verkozen volk een schending van Zijn verbond met hen. Door het achtste gebod "Gij zult niet stelen" te onderhouden, gaf Israël getuigenis van haar geloof in en loyaliteit aan God.

Jeremia 7:8-11 Zie, gij stelt uw vertrouwen op bedrieglijke woorden, zonder bate. 9 Wat? Stelen, doodslaan, echtbreken, vals zweren, voor de Baäl offers ontsteken en andere goden achternalopen, die gij niet gekend hebt — 10 en komt gij dan staan voor mijn aangezicht in dit huis, waarover mijn naam is uitgeroepen, en zegt: Wij zijn geborgen! ten einde al deze gruwelen te bedrijven? 11 Is dit huis, waarover mijn naam is uitgeroepen, in uw ogen een rovershol? En Ik — zie, Ik heb het wel degelijk opgemerkt, luidt het woord des HEREN.

Hier hebben we Jeremia's waarschuwing aan Israël, rechtstreeks van God. Blijkbaar stalen zij op allerlei manieren.

Uiteindelijk zal God alle zondaren die tegen Zijn wet in opstand zijn gekomen, oordelen, maar Hij zal beginnen met Israël, omdat zij Gods wet als eerste ontving. Het is een goddelijk principe dat het oordeel begint met Gods volk.

Zacharia schrijft om een waarschuwing en een bemoediging te geven betreffende Gods aanbod en belofte aan Jeruzalem (dat zoals we weten een codenaam is voor de kerk). De Heer zegt Zacharia de kerk mee te delen dat als zij tot Hem terugkeert, Hij tot haar zal terugkeren. Dit ontlenen we aan een uitbreiding van de reikwijdte hiervan, omdat hij in zijn schrijven rechtstreeks tot Israël spreekt. God nodigt Zijn volk uit hun verbintenis met Hem te vernieuwen. Ik zeg niet dat de kerk ontzettend zondig is of iets in die geest, maar ik zeg dat zonde altijd scheiding teweegbrengt tussen de mens en God. Iedere keer dat we zondigen, zelfs al is het onopzettelijk of niet onze bedoeling, en we bekeren ons ervan, is er toch een gevoel van verwijdering van God. We willen zeer zeker zonde overwinnen en die scheiding verwijderen.

De Heer beloofde dat Gods volk een geweldige overvloed van gaven van God en Zijn genade zou ontvangen. God zou hen onder Zijn bescherming herstellen, hen doen uitbreiden en hen in veiligheid brengen. Aan dit alles zit een keerzijde, namelijk als zij Gods aanbod niet aannamen, Zijn oordeel zou komen over hen die al Zijn barmhartigheden verwerpen.

Zacharia 5:1-2 Wederom sloeg ik mijn ogen op, ik zag toe en zie, een vliegende boekrol. 2 Hij zeide tot mij: Wat ziet gij? Ik antwoordde: Ik zie een vliegende boekrol, die twintig el lang en tien el breed is.

Dit zesde visioen gaat over een geweldig grote boekrol, 9 bij 4½ meter, die zich tussen hemel en aarde bevond. Je moest hem wel zien. De afmetingen zijn vergelijkbaar met die van grote reclameborden, waardoor we het idee krijgen dat hij afgerold is, zodat de angstaanjagende inhoud ervan gemakkelijk gelezen kan worden. Dat deze rol vliegt, duidt op het heel snel naderbij komen van bestraffing, en het feit dat hij vanuit de hemel komt aanvliegen duidt erop dat het vonnis afkomstig was van de rechterstoel boven.

Zacharia 5:3 Toen zeide hij tot mij: Dit is de vloek die uitgaat over het ganse land: volgens deze wordt ieder die steelt, van dit ogenblik af weggevaagd en volgens deze wordt ieder die (vals) zweert [of iedere leugenaar], van dit ogenblik af weggevaagd.

De boekrol is een verbondsdocument, aan beide zijden beschreven, zoals de stenen tafelen die Mozes van de Heer ontving. Die stenen tafelen die Mozes ontving, bevatten natuurlijk de tien geboden.

Exodus 32:15-16 Toen keerde Mozes zich om en daalde van de berg af met de twee tafelen der getuigenis in zijn hand, tafelen, die aan beide zijden beschreven waren: aan de éne en aan de andere zijde waren zij beschreven. 16 De tafelen waren het werk Gods en het schrift was het schrift Gods, op de tafelen gegrift.

Het doel van deze boekrol is om de vervloekingen die in het verbond waren opgenomen tot uitvoering te brengen over de verbondsbrekers, waarbij iedereen die steelt en iedereen die vals zweert als vertegenwoordigende voorbeelden wordt genomen.

Zacharia 5:4 Ik heb die doen uitgaan, luidt het woord des HEREN der heerscharen, en hij komt tot het huis van de dief, en tot het huis van hem die bij mijn naam vals zweert, en hij overnacht in zijn huis en vernietigt het, zowel zijn houtwerk als zijn stenen.

Diefstal is een zonde waar een zware vloek op rust. Het is het overtreden van het achtste gebod: "Gij zult niet stelen." Alle verbondsbrekers zullen in overeenstemming met Zijn verbond uit Gods kerk worden weggezuiverd. De vloek zal komen over het huis van de verbondsbreker en het verteren, ongeacht welke geestelijke materialen zijn gebruikt om het gezin te leiden en te oefenen. Blijkbaar is de vloek op iemand die een dief is, dat zijn huis vernietigd zal worden.

Ik ben er vrij zeker van dat iemand die een dief is, ook moeite zal hebben een baan te krijgen en te houden. Ik impliceer in het geheel niet dat iemand die zijn hele leven met werkloosheid heeft geworsteld of er nu mee worstelt, een dief is. Ik zeg niet meer dan dat dit blijkbaar een vloek schijnt te zijn die ermee samengaat. God beproeft ons op verschillende manieren. Soms zijn we zonder werk omdat God ons iets wil leren.

Deze boekrol vertegenwoordigde de wet van God, die een vloek brengt over allen die zich daar niet aan houden. Dat sluit ons allemaal in; niemand kan Gods wet zonder Gods Heilige Geest volledig gehoorzamen. We zijn heel dankbaar dat we het bloed van Christus hebben waardoor we vergeving kunnen ontvangen. Wat dat betreft werd de wet nooit gegeven om mensen behoud te brengen, maar om te openbaren dat mensen behoud nodig hebben, want de wet doet zonde kennen.

Hier in Zacharia selecteerde God uit de tien geboden de twee geboden die stelen en een vals getuigenis verbieden. Deze zonden heersten in het bijzonder onder het Joodse overblijfsel van die tijd. Velen van het Joodse volk waren niet trouw in hun geven aan God; zij beroofden Hem van de tienden en de offeranden, waarna ze erover logen. Ook in hun manier van zaken doen bedrogen ze elkaar. Uiteindelijk zal God alle zondaren oordelen die tegen Zijn wet in opstand zijn gekomen; maar Hij zal beginnen met Israël, het volk dat de beschikking had over Gods wet. Het oordeel begint met Gods volk.

De Heer kondigde aan dat de boekrol van Zijn wet de individuele huizen in het land zou bezoeken en hen die opzettelijk aan God ongehoorzaam waren, zou oordelen. Weggevaagd in vers 3 betekent "afgesneden of verwijderd uit de gemeenschap van het verbond". Dieven moesten uit Israël worden verwijderd, van de kerk worden afgesneden en de toegang tot het Koninkrijk van God worden ontzegd. Ironisch genoeg komt de vloek voor stelen de huizen binnen als een dief, of een onaangekondigde plaag, en brengt er verwoesting over.

Hosea brengt naar voren dat terwijl er geen trouw, goedheid en kennis van God in het land is, vloeken, liegen, doden, stelen en overspel in overvloed aanwezig zijn. Dit klinkt als de maatschappij in deze tijd! De profeet Haggai berispte hen ervoor dat ze hun eigen belangen plaatsten boven die van het werk van de Heer (Haggai 1:1-11). Maleachi zegt ons dat als bewijs van hartgrondige bekering, God belooft dat als Zijn volk trouw wordt in het geven van de volledige tiende, dat dan de broodnodige regen zal komen, dat pestilentie en misoogsten zullen ophouden, en de belofte aan Abraham dat "alle naties u gezegend zullen noemen" vervuld zal worden. Die belofte geldt voor de fysieke natie, maar deze is in geestelijke zin in ons leven als leden van Gods kerk vervuld.

De tienden werden gegeven om in de levensbehoeften van de priesters en Levieten te voorzien; hun functioneren was essentieel als Israël trouw wilde blijven aan haar roeping. Daarnaast werd de tweede tiende gespaard om het Feest te kunnen bijwonen, en er werd iedere drie jaar in een cyclus van zeven jaar een tiende gegeven voor de armen en behoeftigen.

Maleachi 3:8-10 Mag een mens God beroven? Toch berooft gij Mij. En dan zegt gij: Waarin beroven wij U? In de tienden en de heffing. 9 Met de vloek zijt gij vervloekt, en Mij berooft gij, gij volk in zijn geheel. 10 Breng de gehele tiende naar de voorraadkamer, opdat er spijze zij in mijn huis; beproeft Mij toch daarmede, zegt de HERE der heerscharen, of Ik dan niet voor u de vensters van de hemel zal openen en zegen in overvloed over u uitgieten.

We zien in deze natie de vloek die er financieel aankomt, omdat er in veel gevallen niet de volledige tiende wordt gegeven.

Omdat de Israëlieten Gods tienden en offeranden niet gaven, kregen zij een vloek over zich in de vorm van hongersnood en armoede. Hongersnood betekent in het algemeen "ernstige tekorten". Omdat zij geen tienden en offeranden aan de Levieten gaven, zei de Heer dat Hij zelf werd opgelicht als Zijn dienaren genoodzaakt door honger en armoede de tempel in de steek lieten. In het oude Israël gaven de mensen geen tienden; daarom kon er niet in het levensonderhoud van de priesters worden voorzien, en het eindigde ermee dat de priesters er vandoor gingen om andere banen te bemachtigen, waardoor er niemand achterbleef om het volk Gods weg te onderwijzen. De natie verviel heel snel tot chaos en werd uiteindelijk overvallen en verslagen. Deze zondige nalatigheid van het achterhouden van Gods tienden en offeranden kan gerechtvaardigd hebben geleken vanwege de misoogsten, droogte, pestilentie en hongersnood, en een gebrek aan werk; maar God openbaart dat deze natuurrampen niet de oorzaak waren van de ongehoorzaamheid van de natie, maar het resultaat van de vloek.

Mattheüs 6:24 Niemand kan twee heren dienen, want hij zal òf de ene haten en de andere liefhebben, òf zich aan de ene hechten en de andere minachten; gij kunt niet God dienen èn Mammon.

Desalniettemin, God is barmhartig! Hij belooft overvloed aan hen die Hem gehoorzamen door Hem zijn tienden en offeranden terug te geven.

Maleachi 3:10 Breng de gehele tiende naar de voorraadkamer, opdat er spijze zij in mijn huis; beproeft Mij toch daarmede, zegt de HERE der heerscharen, of Ik dan niet voor u de vensters van de hemel zal openen en zegen in overvloed over u uitgieten.

Deze zegeningen komen zowel in fysieke en materiële vormen als in geestelijke vormen en in de vorm van begrip.

Door te zeggen "beproef Mij toch" of "onderwerp Me aan een test" daagt God het volk uit de tienden te geven die ze Hem schuldig zijn en dan af te wachten om te zien of Hij trouw zou zijn aan Zijn belofte. God belooft in al onze behoeften te voorzien — maar niet noodzakelijkerwijs aan al onze "hebzucht" te voldoen — en zegeningen over ons uit te gieten tot er geen behoeftes meer zijn.

Op het geestelijke niveau zal Gods kerk als eerste worden geoordeeld. Dit oordeel zal plaatsvinden voordat Christus Gods Koninkrijk op aarde opricht. Dit oordeel vindt nu plaats. Deze economisch slechte tijden zijn testen voor Gods volk voor onze trouw in het geven van tienden en toewijding aan Gods manier van leven.

Al de geboden, inclusief "Gij zult niet stelen", worden opgesomd en volbracht in de woorden "Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf". Petrus voegde de vermaning toe dat terwijl christenen kunnen verwachten te moeten lijden voor de naam van Christus, ze niet behoren te lijden als moordenaars, dieven, wetsovertreders of misdadigers.

1 Petrus 4:12-17 Geliefden, laat de vuurgloed, die tot beproeving dient, u niet bevreemden, alsof u iets vreemds overkwame. 13 Integendeel, verblijdt u naarmate gij deel hebt aan het lijden van Christus, opdat gij u ook met vreugde zult mogen verblijden bij de openbaring zijner heerlijkheid. 14 Indien gij door de naam van Christus smaad lijdt, zijt gij zalig, daar de Geest der heerlijkheid en de Geest Gods op u rust. 15 Laat dus niemand uwer moeten lijden als moordenaar, of dief, of boosdoener, of als een bemoeial. 16 Indien hij echter als Christen lijdt, dan schame hij zich niet, maar verheerlijke God onder die naam. 17 Want het is nu de tijd, dat het oordeel begint bij het huis Gods; als het bij ons begint, wat zal het einde zijn van hen, die ongehoorzaam blijven aan het evangelie Gods?

Eenvoudig gezegd, geen enkele dief of rover zal Gods Koninkrijk beërven.

1 Corinthiërs 6:9-10 Of weet gij niet, dat onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet beërven zullen? 10 Dwaalt niet! Hoereerders, afgodendienaars, overspelers, schandjongens, knapenschenders, dieven, geldgierigen, dronkaards, lasteraars of oplichters zullen het Koninkrijk Gods niet beërven.

In vers 9 zien we Paulus' derde herinnering: "Weet gij niet …", erop duidend dat het niet te begrijpen is dat een lid van Gods kerk niet beter zou weten.

1 Corinthiërs 6:2-3 Of weet gij niet, dat de heiligen de wereld zullen oordelen? En indien bij u het oordeel over de wereld berust, zijt gij dan onbevoegd voor de meest onbetekenende rechtspraak? 3 Weet gij niet, dat wij over engelen oordelen zullen? Hoeveel te meer dan over alledaagse dingen?

Dit illustreert de kloof die bestond tussen de toekomstige geestelijke positie van de Corinthiërs en hun toenmalige vleselijke praktijk van het overtreden van de geboden. De onrechtvaardigen zullen in het geheel geen deel hebben aan Gods toekomstige koninkrijk, omdat ze niet op Christus zullen lijken. Er komt een dag dat de onrechtvaardigen door de heiligen zullen worden geoordeeld op basis van hun werken, die hen zullen veroordelen. Het probleem dat Paulus zag bij de gemeente in Corinthe was dat de heiligen zich niet anders gedroegen dan degenen die ze in de toekomst zouden moeten oordelen. Zal een heilige God beroven in de tienden en offeranden? Niet als hij ooit op de glazen zee voor Gods troon wil staan en een nieuwe rechtvaardige naam wil ontvangen. Een dief uit gewoonte kan zich geen heilige noemen.

Openbaring 22:14 Zalig zij, die hun gewaden wassen, opdat zij recht mogen hebben op het geboomte des levens [en het Koninkrijk van God] en door de poorten ingaan in de stad [Jeruzalem].

Zij die de goden van hun leven hebben opgegeven om God de Vader te gehoorzamen en Christus' voorbeeld te volgen, zullen overvloedige zegeningen ontvangen en eeuwig leven beërven. Eeuwig leven (een gave) is iets wat wordt geërfd, het is geen verdiende beloning. Deze toewijding en onderwerping en gehoorzaamheid aan God die we "bekering" noemen is een lang proces waar geduldige volharding voor nodig is.

Openbaring 14:12-15 Hier blijkt de volharding der heiligen, die de geboden Gods en het geloof in Jezus bewaren. 13 En ik hoorde een stem uit de hemel zeggen: Schrijf, zalig de doden, die in de Here sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, dat zij rusten van hun moeiten, want hun werken volgen hen na. 14 En ik zag en zie, een witte wolk, en op de wolk iemand gezeten als eens mensen zoon met een gouden kroon op zijn hoofd en een scherpe sikkel in zijn hand. 15 En een andere engel kwam uit de tempel en riep met luider stem tot Hem, die op de wolk gezeten was: Zend uw sikkel uit en maai, want de ure om te maaien is gekomen, want de oogst der aarde is geheel rijp geworden.

De Oogster neemt een sikkel en maait het graan, waarna Hij het bijeen verzamelt. De engelen verzamelen het en brengen de eerstelingen naar de glazen zee voor God. De rest van het hoofdstuk gaat over de oogst van de zondaars. U zult beslist geen deel willen uitmaken van die oogst.

In het visioen van de hemel in Openbaring 4:6 en 15:2 wordt iets dat lijkt op een "glazen zee" gezien voor de troon van God. De pure doorschijnendheid van de zee wordt aangegeven door de woorden als kristal. Het vurige voorkomen wordt gesuggereerd in Openbaring 15:2 door de woorden met vuur vermengd. Op de zee stonden de zegevierende martelaren met een citer in de handen terwijl ze het lied van Mozes en van het Lam zingen.

Openbaring 15:1-2 En ik zag een ander teken in de hemel, groot en wonderbaar: zeven engelen, die de zeven laatste plagen hadden, want daarmede is de gramschap Gods voleindigd. 2 En ik zag (iets) als een zee van glas met vuur vermengd, en de overwinnaars van het beest en van zijn beeld en van het getal van zijn naam, staande aan [op] de glazen zee, met de citers Gods.

Zo zag het eruit. Het was uit geest geschapen en scheen heel helder. We zien hier dat diegenen van ons die een geestelijke overwinning op het beest en alles waar het voor staat, hebben behaald, op de glazen zee zullen staan. Natuurlijk zijn ook Gods troon en Zijn tempel daar aanwezig bij de glazen zee.

De cyclus van schalen die de zeven laatste plagen bevatten, waarin Gods toorn over de opstandigen wordt voltooid, wordt voorafgegaan door een toneel van lovende aanbidding die door de heiligen die deelhebben aan de overwinning van het Lam, wordt gebracht. De citers van God en het lied van het Lam schijnen erop te duiden dat dit koor bestaat uit de 144.000 heiligen die in Openbaring 7:1-8 en Openbaring 14:1-5 met het Lam voor Gods troon verschenen.

Openbaring 14:1-4a En ik zag en zie, het Lam stond op de berg Sion en met Hem honderdvierenveertigduizend, op wier voorhoofden zijn naam en de naam zijns Vaders geschreven stonden. 2 En ik hoorde een stem uit de hemel als de stem van vele wateren en als de stem van zware donder. En de stem, die ik hoorde, was als van citerspelers, spelende op hun citers; 3 en zij zongen een nieuw gezang vóór de troon en vóór de vier dieren en de oudsten; en niemand kon het gezang leren dan de honderdvierenveertigduizend, de losgekochten van de aarde. 4 Dezen zijn het, die zich niet met vrouwen hebben bevlekt, want zij zijn maagdelijk. …

Bedenk dat dit ook een geestelijke toepassing heeft. Dit zijn degenen die niet ontheiligd zijn door andere kerken of naties of systemen die op aarde bestaan.

Openbaring 14:4b-5 … Dezen zijn het, die het Lam volgen, waar Hij ook heengaat. Dezen zijn gekocht uit de mensen als eerstelingen voor God en het Lam. 5 En in hun mond is geen leugen gevonden; zij zijn onberispelijk [Statenvertaling voegt toe: voor de troon van God].

Als menselijke wezens kunnen we ons niet geheel van zonde ontdoen, maar God zal zowel onze zonden als onze tranen wegwissen. Hier hebben we de 144.000, met de naam van de Vader op hun voorhoofd waardoor ze aangeduid worden als deel uitmakend van Zijn Gezin, staande op de Olijfberg nadat ze op de glazen zee voor Gods troon hebben gestaan.

In tegenstelling tot het beeld van vrede in de glazen zee voor Gods troon wordt er van deze zee ook gezegd dat ze "vermengd is met vuur". Waar gaat dit over? Gods troon is een spectaculair dynamische troon, die in diverse schriftgedeelten beschreven wordt als vlammend van vuur; flitsend en krakend van bliksems en donderslagen; en oogverblindend wit, van alle kanten helder schitterend.

Openbaring 15:1 En ik zag een ander teken in de hemel, groot en wonderbaar: zeven engelen, die de zeven laatste plagen hadden, want daarmede is de gramschap Gods voleindigd.

Evenals de vrouw en de draak van Openbaring 12:1-3 duiden deze engelen op een ander omslagpunt in de oorlog tussen Christus en Satan: de voltooiing van Gods triomf en de vernietiging van Zijn vijanden.

Openbaring 15:2 En ik zag (iets) als een zee van glas met vuur vermengd, en de overwinnaars van het beest en van zijn beeld en van het getal van zijn naam, staande aan [op] de glazen zee, met de citers Gods.

Het gedeelte van de zee dat van kristalglas scheen te zijn, vertegenwoordigt in bijbelse beeldspraak rechtvaardigheid en heiligheid, terwijl dit beeld in dit geval ook doortrokken is van toorn of rechtvaardige verontwaardiging, voorgesteld door het gedeelte dat vurig vlammend was. Er zit echter nog veel meer aan vast. Vuur vertegenwoordigt in de Schrift het ophanden zijnde oordeel van God, en het duidt ook op reinigen en zuiveren, en zelfs bescherming voor Gods volk.

Laten we kijken hoe het beeld van vuur in de Schrift wordt gebruikt. Let op hoe vaak God Zichzelf openbaart. In Exodus 3:2 maakt God Zich aan Mozes bekend "in een vuurvlam uit een braamstruik". Later, in Exodus 19:18, daalt God "in vuur" neer op de berg Sinaï. Er zijn donderslagen en deze doen ons denken aan de bliksemflitsen die daarmee samengaan. In Ezechiël ziet de profeet "een stormwind" komend "uit het noorden, en een grote wolk" met "aan alle kanten schittering" en bliksemstralen die er voortdurend uit voortkomen.

Ezechiël 1:4 En ik zag en zie, een stormwind kwam uit het noorden, een zware wolk met flikkerend vuur en omgeven door een glans; daarbinnen, midden in het vuur, was wat er uitzag als blinkend metaal.

Ezechiël probeert de onbeschrijflijke vorm op de goddelijke troon te beschrijven.

Ezechiël 1:26-28 Boven het uitspansel boven hun hoofden was wat er uitzag als lazuursteen, dat de vorm had van een troon; en daarboven, op hetgeen een troon geleek, een gedaante, die er uitzag als een mens. 27 En ik zag iets schitteren als metaal; vanaf wat op zijn lendenen leek naar boven als vuur omvat door een hulsel; en vanaf wat op zijn lendenen leek naar beneden, zag ik iets als vuur omgeven door een glans. 28 Zoals de aanblik is van de boog, die in de regentijd in de wolken verschijnt, zo was de aanblik van die omhullende glans. Aldus was het voorkomen der verschijning van de heerlijkheid des HEREN. Toen ik haar zag, viel ik op mijn aangezicht, en ik hoorde de stem van Een, die sprak.

Als de heerlijkheid van God Zelf als vuur verschijnt, doen de dingen om Hem heen dat ook; zij weerspiegelen Zijn glorie. De Schrift beschrijft Zijn troon als "vurige vlammen", de wielen ervan als "brandend vuur". Zijn hemelse dienaren als "vuurvlammen". Tussen de cherubs bevindt zich vuur en vurige kolen. In dit soort beeldspraak wordt heel wat vuur gebruikt.

Voor Gods troon is een "glazen zee vermengd met vuur". Symbolisch, als fysiek type, was de gegoten metalen zee in de tempel van Salomo gemaakt van gepolijst brons. En als het licht van de toortsen van de tempel erop scheen, was er een flakkerend effect dat van de bronzen zee weerkaatste. Ik geloof dat die zee een diameter had van 4½ meter en dat hij 2¼ meter hoog was.

In de hemel zijn de "zeven geesten Gods" "toortsen van vuur". Hemelse triomfwagens zijn van vuur gemaakt. Zelfs de ogen van de verheerlijkte Jezus Christus en andere hemelse wezens zijn als vlammen van vuur. In Handelingen 2:3-4 wordt ook de Heilige Geest met vuur geassocieerd.

De Dictionary of Biblical Imagery beschrijft vuur in vergelijking met God als volgt:

Evenals vuur de duisternis van de nacht verlicht, zo overwint God de duistere machten van het kwaad. Evenals vuur geheimzinnig en immaterieel is, zo is ook God mysterieus en onstoffelijk. En evenals vuur altijd flakkert en van vorm verandert en niet voor onderzoek kan worden vastgehouden, zo is God altijd in menselijke termen ondefinieerbaar.

In principe gaat Zijn heerlijkheid ons menselijk bevattingsvermogen te boven.

Let op hoe God vuur voor Zijn doeleinden gebruikt. Vuur vertegenwoordigt Gods verlangen zonde te vernietigen en Zijn volk te zuiveren.

Jesaja 6:6-7 Maar één der serafs vloog naar mij toe met een gloeiende kool, die hij met een tang van het altaar genomen had; 7 hij raakte mijn mond daarmede aan en zeide: Zie, deze heeft uw lippen aangeraakt; nu is uw ongerechtigheid geweken en uw zonde verzoend.

Door God getest worden is als door vuur gezuiverd worden.

God verschijnt om veel redenen als vuur. Evenals het fysieke leven in al zijn vormen afhangt van vuur, dat is de zon, zo hangt al het geestelijk leven af van God.

Openbaring 16:8-9 En de vierde goot zijn schaal uit over de zon en haar werd gegeven de mensen te verzengen met vuur. 9 En de mensen werden verzengd door de grote hitte en zij lasterden de naam van God, die de macht heeft over deze plagen, en zij bekeerden zich niet om Hem eer te geven.

Gods woord is vuur in de zin dat het vernietigt.

Jeremia 5:14 Daarom, zo zegt de HERE, de God der heerscharen, omdat gij dit woord spreekt: zie, Ik maak mijn woorden in uw mond tot vuur en dit volk tot hout en het zal hen verteren.

Evenals vuur zowel zuivert als vernietigt, zo zuivert God de rechtvaardigen en vernietigt Hij de zondaren — "want onze God is een verterend vuur". Profetieën van vernietiging door vuur zijn vaak eenvoudig figuurlijke manieren om te zeggen dat Gods oordeel vast staat en grondig is. De associatie van vuur met toorn en het feit dat God soms de zondaren vernietigt door vuur op hen neer te laten regenen, maken het begrijpelijk dat oordeel als vuur wordt uitgebeeld. 2 Thessalonicenzen zegt dat de Heer Jezus geopenbaard zal worden "van de hemel met de engelen zijner kracht, in vlammend vuur".

2 Thessalonicenzen 1:6-8 indien het inderdaad recht is bij God, aan uw verdrukkers verdrukking te vergelden, 7 en aan u, die verdrukt wordt, verkwikking tezamen met ons, bij de openbaring van de Here Jezus van de hemel met de engelen zijner kracht, 8 in vlammend vuur, als Hij straf oefent over hen, die God niet kennen en het evangelie van onze Here Jezus niet gehoorzamen.

Er is nog iets anders dat als vuur en bliksem verschijnt. Dit kan helpen om het vuur vermengd met de glazen zee uit te leggen. Het bewegen van engelen lijkt vaak op vuurflitsen en bliksemstralen.

Ezechiël 1:13-14 En wat de gedaante der wezens betreft, hun aanblik was als die van brandende vuurkolen, als van fakkels — zich bewegend tussen de wezens; en het vuur glansde en bliksemen schoten daaruit. 14 De wezens snelden heen en weer als bliksemschichten.

Het kan zijn dat dit vermengd is met de glazen zee. Zullen de engelen, terwijl wij op de glazen zee staan, verschijnen als toortsen van vuur en bliksemflitsen? Het lijkt er wel op!

Openbaring 15:2 En ik zag (iets) als een zee van glas met vuur vermengd, en de overwinnaars van het beest en van zijn beeld en van het getal van zijn naam, staande aan [op] de glazen zee, met de citers Gods.

Dit vindt plaats vlak voor de schaaloordelen van de zeven laatste plagen van Gods toorn die op de aarde worden uitgegoten. De glazen zee vermengd met vuur laat de zeven engelen die op het punt staan de zeven laatste plagen uit te gieten, bezig zien om zich actief voor te bereiden om de waarachtige en rechtvaardige oordelen van de almachtige Here God over de zondige bewoners van de aarde uit te voeren.

Als Gods Koninkrijk op aarde is opgericht, is vuur niet meer vernietigend. Jesaja profeteert dat er over de berg Sion "des daags een wolk zal zijn en des nachts een schijnsel van vlammend vuur".

Jesaja 4:2-5 Te dien dage zal wat de HERE doet uitspruiten tot sieraad en heerlijkheid zijn, en de vrucht des lands tot glorie en luister voor de ontkomenen van Israël. 3 En het zal geschieden, dat wie overgebleven is in Sion, overgelaten in Jeruzalem, heilig zal heten – ieder die in Jeruzalem ten leven is opgeschreven, 4 wanneer de Here het vuil der dochters van Sion zal hebben afgewassen en de bloedvlekken van Jeruzalem daaruit zal hebben weggespoeld door de Geest van gericht en van uitdelging. 5 Dan zal de HERE over het gehele gebied van de berg Sion en over de samenkomsten die daar gehouden worden, des daags een wolk scheppen en des nachts een schijnsel van vlammend vuur, want over al wat heerlijk is, zal een beschutting zijn.

Deze profetie heeft de vuurkolom van de exodus in gedachten. We zien ook een voorbeeld van Gods vurige bescherming in het wonder in 2 Koningen 6:17 om Elisa te beschermen: "En zie, de berg was vol vurige paarden en wagens rondom Elisa." In Zacharia 2:5 belooft God ook: "En Ik zelf, luidt het woord des HEREN, zal haar [Jeruzalem, de kerk] een vurige muur zijn rondom en heerlijkheid binnen in haar." God beschermt Zijn volk met vuur. Dit kan een verwijzing zijn naar de "plaats van veiligheid" — de plaats van de laatste training.

Openbaring 15:2 En ik zag (iets) als een zee van glas met vuur vermengd, en de overwinnaars van het beest en van zijn beeld en van het getal van zijn naam, staande aan [op] de glazen zee, met de citers Gods.

De kalme, op glas lijkende zee voor Gods troon is nooit stormachtig; desondanks is deze op dit moment vermengd met vlammen. De zee weerspiegelt de raad van God, Zijn doeleinden van gerechtigheid en liefde die vaak onpeilbaar zijn, maar nooit onduidelijk, altijd hetzelfde, al gloeien ze soms van heilige toorn — dit wordt ook vertegenwoordigd door de vlammen.

Openbaring 15:3-4 En zij zingen het lied van Mozes, de knecht Gods, en het lied van het Lam, zeggende: Groot en wonderbaar zijn uw werken, Here God, Almachtige; rechtvaardig en waarachtig zijn uw wegen, Gij, Koning der volkeren! 4 Wie zou niet vrezen, Here, en uw naam niet verheerlijken? Immers, Gij alleen zijt heilig. Want alle volken zullen komen en zullen voor U nedervallen in aanbidding, omdat uw gerichten openbaar zijn geworden.

Het "lied van Mozes" (Exodus 15:1-18) verwijst naar het overwinningslied gezongen door Mozes en de Israëlieten na hun tocht door de Schelfzee. Het kan zijn dat dit lied het enige is dat op de glazen zee gezongen wordt. Het verwijst naar het doortrekken van de Schelfzee, dat geestelijk het proces van behoud symboliseert vanaf Gods roeping tot onze doop, overwinnen, het achter ons laten van de zonde en het binnengaan van Gods Koninkrijk.

Het oude "lied van Mozes" wordt vervuld in het toekomstige "lied van het Lam", dat spreekt van een grotere verlossing van een nieuw koninkrijk van priesters: de bruid van Christus. In wezen beeldt dit lied de majesteit, heiligheid en zuiverheid van God uit. Een later lied van Mozes prees de Heer wiens wegen rechtvaardig zijn. Dat lied van Mozes kunnen we in Deuteronomium 32:1-43 vinden (let in het bijzonder op vers 4).

Openbaring 15:5-6 En daarna zag ik, en de tempel van de tent der getuigenis in de hemel ging open; 6 en de zeven engelen, die de zeven plagen hadden, kwamen uit de tempel, bekleed met rein en blinkend linnen en de borst omgord met een gouden gordel.

Daar staan we dan op de glazen zee. De troon van God is daar en we zien de zeven engelen naar voren komen en de zeven schalen ontvangen voor de laatste zeven plagen. God geeft ons de zegening van Zijn belofte dat Hij zei dat we Zijn wraak zouden zien. Het blijkt hier dat we op die glazen zee zullen staan als die engelen eropuit gaan om die zeven laatste plagen uit te gieten. Zo komt het op mij over, maar het is speculatie. Houd dat in gedachten.

Christus openbaarde de apostel Johannes dat er geen zee meer zal zijn. Waar gaat dat over? Na het oordeel van de grote witte troon is er niet langer een aardse zee, wat erop schijnt te duiden dat er geen bedreigingen meer zullen zijn van de schepping en de soevereiniteit van God.

Openbaring 21:1 En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel, en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de [aardse] zee was niet meer.

In deze tijd bedekken de zeeën en oceanen ongeveer driekwart van het oppervlak van de aardbol en verhindert daardoor dat de mens de wereld volledig in bezit neemt, behalve door het vergelijkenderwijs kleine aantal zeevaarders. In de huidige fysieke toestand van de aarde zijn deze uitgestrekte oceanen nodig om de wereld een geschikte woonplaats voor menselijke wezens te maken, evenals om leven te geven aan de ontelbare soorten dieren die hun verblijf hebben in zout water. Zoals u weet is de beweging van de maan er de oorzaak van dat de getijden van de zee toe- en afnemen.

De aardse zee is een symbool van de ziedende naties van de wereld en het onrustige leven van de onrechtvaardigen. Daarom sprak de apostel Johannes over de heerlijke nieuwe hemel en nieuwe aarde als een plaats waarin "geen zee meer was". De woorden geen zee meer betekenen niet "geen water meer". Ze duiden er eenvoudig op dat de nieuwe aarde voor wat betreft water een andere ordening of samenhang zal hebben. Houd in gedachten dat de nieuwe hemel en de nieuwe aarde geestelijk zijn. Ongetwijfeld zullen wij als heiligen en koningen en priesters in de Familie van God meewerken, misschien ook wel meescheppen, omdat God een scheppende God is. Hij zal niet eindigen met de schepping die wij hier kennen, maar Hij zal met ons verdergaan om dingen in het universum te scheppen.

In de toekomstige toestand zal het huidige fysieke ecosysteem onnodig zijn; geestelijke wezens kennen geen fysieke beperkingen in het bewonen van de nieuwe aarde. Ook zullen onmetelijke massa's water niet meer nodig zijn. Wat de details van Gods schepping van de nieuwe hemelen en nieuwe aarde ook maar zullen zijn, in het algemeen verwijzen deze beschrijvende beelden naar grote veranderingen in het universum. Dat is een verandering van fysiek naar geestelijk.

Deze nieuwe schepping wordt beschreven als een totaal nieuwe hemel en een nieuwe aarde en niet de huidige hemel en aarde na renovatie. Dit wordt duidelijk gemaakt door de toegevoegde uitspraak "want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan". Deze aarde waarop we nu leven zal in zekere zin tijdens het Millennium worden gerenoveerd, maar de komst van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde ligt na het oordeel van de grote witte troon.

Er wordt heel weinig informatie gegeven over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, maar er wordt in dit vers één belangrijk feit aan toegevoegd: De eerste hemel en aarde waren niet alleen weggeveegd, maar er was ook geen enkele aardse zee meer. Als we uitkijken over een zwaar deinende zee of oceaan, is het heel gemakkelijk om de kracht ervan te zien en te zien dat ze aanhoudend duwen tegen hun grenzen, waarbij ze voortdurend alles waartegen ze duwen en waaraan ze trekken, weg eroderen. Hierin zien we symbolisch de effecten die zonde op ons eigen leven heeft. Zonde slaat in alle opzichten even hard, even onaangenaam, en even vernietigend toe als een monstergolf. Een monstergolf geeft geen waarschuwing, maar is als hij komt verwoestend, evenals de invloed van Satan en zonde.

Hoe prachtig de aardse zeeën en oceanen ook zijn, ze zijn bedrieglijk verwoestend. Hoe nuttig ze ook lijken, ze herbergen angstaanjagend gevaar in zich (mensen verdrinken, schepen zinken, vloedgolven vagen kustplaatsen weg en orkanen ontlenen hun kracht aan hen). Hoe verleidelijk de vele vrijetijds- en sportactiviteiten die ze bieden ook zijn, ze zijn potentiële watergraven.

Gods vergeving en behoud worden uitgebeeld als het werpen van zonde in de diepten van de zee.

Micha 7:18-19 Wie is een God als Gij, die de ongerechtigheid vergeeft en de overtreding van het overblijfsel van zijn erfdeel voorbijgaat, die zijn toorn niet voor eeuwig behoudt, maar een welbehagen heeft in goedertierenheid! 19 Hij zal Zich wederom over ons ontfermen, Hij zal onze ongerechtigheden vertreden. Ja, Gij zult al onze zonden werpen in de diepten der zee.

Dit heeft een positief reinigend effect, waardoor het vergif van zonde permanent wordt vernietigd. Niet alleen wordt zonde overwonnen en vernietigd, maar de plaats waarin ze blijkbaar wordt geworpen, houdt ook op te bestaan. Hierin zien we de totaliteit en onontkoombaarheid van Gods oordeel, Zijn barmhartigheid en Zijn liefde waaruit eeuwige vrede zal voortkomen.

In tegenstelling tot de permanente onrust en chaos die we in de aardse zee zien, weerspiegelt en symboliseert de glazen zee voor Gods troon Gods heiligheid en zuiverheid, vrede en kalmte, en Zijn doeleinden van gerechtigheid en liefde.

Openbaring 22:1-5 En hij toonde mij een rivier van water des levens, helder als kristal, ontspringende uit de troon van God en van het Lam. 2 Midden op haar straat en aan weerszijden van de rivier staat het geboomte des levens, dat twaalfmaal vrucht draagt, iedere maand zijn vrucht gevende; en de bladeren van het geboomte zijn tot genezing der volkeren. 3 En niets vervloekts zal er meer zijn. En de troon van God en van het Lam zal daarin zijn en zijn dienstknechten zullen Hem vereren, 4 en zij zullen zijn aangezicht zien en zijn naam zal op hun voorhoofden zijn. 5 En er zal geen nacht meer zijn en zij hebben geen licht van een lamp of licht der zon van node, want de Here God zal hen verlichten en zij zullen als koningen heersen in alle eeuwigheden.

De boodschap van het bijbelse beeld van de glazen zee is dat de Eeuwige de God van heiligheid is, die van Zijn volk eist dat ze rechtvaardig leven. Aan rechtvaardige mensen zal Hij in overvloed eeuwig leven en vrede geven. Het kan heel goed zijn dat dit zal beginnen als we op die glazen zee voor Zijn heerlijke troon staan, waarop God in al Zijn majesteit gezeten is!

We hopen dat God ons helpt dat we ons leven leiden op een manier die Hem behaagt, in gehoorzaamheid, onderwerping en rechtvaardigheid, zodat we op die glazen zee voor Zijn troon mogen staan om te delen in Zijn heerlijkheid! Wat een opwindende, adembenemende en ontzagwekkende tijd zal dat zijn. Ik weet niet hoe u erover denkt, maar ik denk niet dat ik op dat moment overeind kan blijven staan.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)