Wat is welbehaaglijk voor de Heer?

Door Martin G. Collins
19 oktober 2008

Samenvatting: (toon)

Martin Collins richt zich op de bijbelse symbolen van licht en duisternis en benadrukt daarbij de fysieke waarde van licht, inclusief de productie van vitamine D, een natuurlijke antistof tegen kanker, depressie, diabetes en osteoporosis. Zonlicht verbetert onze stemming, komt ten goede aan ons immuniteitssysteem, doet ons beenmerg toenemen en bestrijdt kanker. Op analoge wijze moeten we het Licht van de Wereld in ons opnemen door het in ons wonen van Gods Heilige Geest. Als Christus in ons woont zal dit licht van ons uitstralen. Wij waren eens totaal verduisterd zoals de vreemdelingen waar ons licht nu op schijnt. Licht maakt alles duidelijk en gemakkelijk te begrijpen. In het Millennium, een feitelijke bijenkorf van activiteit, zullen wij als kinderen van het licht in staat zijn de mensen in de juiste richting te sturen, zullen we mensen in staat stellen op landbouwgebied en op geestelijk gebied productief te zijn. In deze tijd moeten we ons niet conformeren aan deze verduisterde Babylonische maatschappij, moeten we godvrezend gedrag ontwikkelen en ons conformeren aan het beeld van Christus door altijd te doen wat onze hemelse Vader behaagt en actief een godvrezend leven te leiden. Als we onszelf proberen te behagen of de mensen in de wereld om ons heen, zullen we permanent in duisternis verkeren. Als we leven om politiek correct te zijn, zullen we permanent in duisternis verkeren. Als we in ethisch opzicht leven naar de standaards van de wereld, zullen we nog steeds in duisternis verkeren. Echt christen-zijn is leven ter verheerlijking van God, 24 uur per dag, zelfs in onze dromen. Als Jezus omging met hoeren en tollenaars zag Hij hun immorele handelingen niet door de vingers, ook had Hij geen gemeenschap met de werken der duisternis; wij moeten Zijn voorbeeld volgen in het besef dat het onze verantwoordelijkheid zal zijn om met niet-bekeerde mensen te werken en hen een moreel besef bij te brengen, hen aan te sporen en te corrigeren als dat nodig is, maar daarbij te prediken door ons voorbeeld van iedere da


De bijbelse symboliek van licht en duisternis is een van de meest fascinerende contrasten en uitbeeldingen die we waar dan ook in de Schrift kunnen vinden. Het gebruik ervan wordt zelfs toegepast op de opdracht die God aan de apostel Paulus gaf om "de ogen te openen" van de niet-bekeerden om hen "van de duisternis tot het licht te bekeren".

Handelingen 26:14-18 en toen wij allen ter aarde vielen, hoorde ik een stem tot mij spreken in de Hebreeuwse taal: Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij? Het valt u zwaar tegen de prikkels achteruit te slaan. 15 En ik zeide: Wie zijt Gij, Here? En de Here zeide: Ik ben Jezus, die gij vervolgt. 16 Maar richt u op en sta op uw voeten; want hiertoe ben Ik u verschenen om u aan te wijzen als dienaar en getuige daarvan, dat gij Mij gezien hebt en dat Ik aan u verschijnen zal, 17 u verkiezende uit dit volk en de heidenen, waarheen Ik u zend, 18 om hun ogen te openen ter bekering uit de duisternis tot het licht en van de macht van de satan tot God, opdat zij vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden zouden ontvangen door het geloof in Mij.

Deze opdracht wordt als verantwoordelijkheid overgedragen op al Gods dienaren en in ruimere zin (in de geest) op het "heilige priesterschap" (door de apostel Petrus vermeld in 1 Petrus 2:5) van iedereen die een christen is. Dat is op ons allemaal van toepassing. Het is werkelijk ongelooflijk dat als we de fysieke waarde van licht gaan beseffen, we kunnen gaan zien dat de heilzame effecten zelfs een veel belangrijkere, geestelijke toepassing en universele invloed op het leven hebben. Deze essentiële verantwoordelijkheid is niet alleen aan de christen gegeven, maar eveneens aan de niet-christen. Bijbels wordt de niet-christen soms "de onbekeerde" genoemd; in het Oude Testament wordt hij "de vreemdeling" genoemd.

Deuteronomium 10:17-19 Want de HERE, uw God, is de God der goden en de Here der heren, de grote, sterke en vreselijke God, die geen partijdigheid kent noch een geschenk aanneemt; 18 die wees en weduwe recht doet en de vreemdeling liefde bewijst door hem brood en kleding te geven. 19 Daarom zult gij de vreemdeling liefde bewijzen, want vreemdelingen zijt gij geweest in het land Egypte.

We zouden kunnen zeggen: "Heb de onbekeerde of de persoon in de wereld lief." Dit zal in het Millennium voor ons een hoofdverantwoordelijkheid zijn: het liefhebben van de vreemdeling zodat hij deel kan gaan hebben aan Gods manier van leven.

Laat me u even in het kort een voorbeeld geven van de fysieke voordelen van licht. Het is verbazingwekkend hoeveel we er ook op geestelijk gebied van kunnen leren. Licht geneest ons lichaam. Het vrolijkt alles op en werkt zelfs in op de diepste delen van onze fysieke gesteldheid. God heeft in het licht een wonderbaarlijk tot uiting komende, heilzame eigenschap geschapen. We zien de effecten daarvan in de productie door het lichaam van vitamine D. In het artikel "De vier stappen om meer vitamine D te krijgen ter voorkoming van kanker, osteoporose, depressie en dergelijke" schrijft Mike Adams van de website NaturalNews.com:

Huidige onderzoekingen tonen aan dat je huid blootstellen aan zonlicht uiterst belangrijk is om chronische ziekten te voorkomen en zelfs minder te doen worden. Ik heb het over prostaatkanker, borstkanker, baarmoederhalskanker, mentale depressie, osteoporose en zelfs, tot op zekere hoogte, diabetes type 2. De wisselwerking tussen zonlicht en de chemie van het lichaam voor wat betreft deze ziekten is heel ingewikkeld.

Hier volgen enige hoogtepunten:

U kent hoogstwaarschijnlijk reeds het belang voor uw gezondheid van calcium. Als er niet genoeg calcium door uw bloed circuleert, zult u hart- en vaatproblemen krijgen en zal er waarschijnlijk tenslotte een hartziekte ontstaan. Calcium is ook cruciaal voor het functioneren van een gezond zenuwstelsel.

U moet vitamine D in uw lichaam hebben om calcium te kunnen benutten. Als u dus koraalcalciumsupplementen gebruikt of heel veel bladgroenten, maar geen zonlicht of ultraviolette straling op uw huid krijgt, dan zult u waarschijnlijk het calcium niet absorberen waarvoor u zoveel moeite doet om dat binnen te krijgen.

Zonlicht kan feitelijk osteoporose doen verminderen. Heel wat ouderen gebruiken calciumsupplementen maar krijgen geen zonlicht, waardoor het calcium praktisch rechtstreeks wordt uitgescheiden. Als gevolg daarvan verliezen de beenderen hun minerale dichtheid. Door er echter vitamine D uit zonlicht aan toe te voegen (bedenk dat uw huid vitamine D genereert in reactie op blootstelling aan zonlicht) kunnen ouderen beginnen het calcium op te nemen en hun beenderen weer op te bouwen.

Het enige wat u nodig hebt om osteoporose te behandelen, is zonlicht, calcium en een beetje lichaamsbeweging. Op basis van zo'n soort programma zal de minerale dichtheid van de beenderen heel snel herstellen.

Zorg ervoor dat u uw huid blootstelt aan zonlicht. Als u dit doet en dat consequent doet, zal er zo'n positief gezondheidsresultaat tot stand komen. Zonlicht zal in uw leven een wereld van verschil maken. Het zal uw stemming veranderen. Het zal de biochemie van uw lichaam veranderen. Het zal de minerale dichtheid van uw beenderen verbeteren en het zal uw lichaam helpen diverse vormen van kanker te verslaan of te voorkomen.

In feite is vitamine D een sleutelcomponent in het reguleren van de groei van kankercellen. Onderzoekers komen pas nu tot de ontdekking dat mensen die een chronisch tekort aan vitamine D hebben, waaronder de meeste Amerikanen vallen, een veel groter risico lopen op een verscheidenheid aan verschillende vormen van kanker. Het is aangetoond dat vitamine D de enige en krachtigste chemische samenstelling, bekend in de medische wetenschap, is om kankervormen die samenhangen met hormonen, zoals borstkanker en prostaatkanker, te voorkomen.

Aan het eind van het artikel vat hij de inhoud op de volgende manier samen:

Er zijn vier hoofdpunten die u hieraan kunt ontlenen:

1. U moet zonlicht in uw leven hebben om gezond te zijn en belangrijke chronische ziekten te voorkomen of te verminderen. Begin er dus mee om meer zonlicht te krijgen.

2. Krik de hoeveelheid anti-oxidanten in uw lichaam op, omdat anti-oxidanten u zullen beschermen tegen het risico van overmatige blootstelling aan zonlicht. "Groene" voedselsupplementen zoals Astaxanthine, Berry Green en andere zijn daarvoor uitstekende bronnen. Koop die supplementen nu en begin er vandaag aan te werken om die in uw dieet in te passen.

3. Als u geen zonlicht kunt krijgen, bezoek dan een zonnestudio om ultraviolette straling te krijgen. Dat is een tweede keus, maar het is beter dan niets. Bedenk dat u niet te lang in een zonnestudio moet verblijven en zorg ervoor dat u tenminste de laatste dertig dagen van tevoren goed voedsel hebt gegeten voordat u naar een zonnestudio gaat.

Ik propageer het gebruik van zonnestudio's in het geheel niet. De meeste mensen maken er misbruik van. Het is duidelijk dat zijn opmerking dat u tenminste de laatste dertig dagen van tevoren goed voedsel moet hebben gegeten, de gevaren ervan laat zien.

4. Als u geen zonlicht kunt krijgen en ook niet naar een zonnestudio kunt, zoek dan andere bronnen van vitamine D. De beste bron is kabeljauwlevertraan. U kunt dit met andere voedselsupplementen tot een heerlijke "cocktail" vermengen.

Als u deze dingen doet ... zult u een gezonder skelet, weefsel en bloed hebben. U zult helpen kanker, depressie en tandvleesaandoeningen te voorkomen. U zult sneller genezen van verwondingen en uw stemming zal aanzienlijk verbeteren.

Geestelijk komt dat licht tot ons door de Heilige Geest, en die moet dagelijks geactiveerd en gebruikt worden door gebed en bijbelstudie. Evenals we elke dag licht nodig hebben voor onze fysieke gezondheid, hebben we dat licht van God elke dag nodig. We spreken in gebed tot God en Hij antwoordt ons en wij luisteren naar Hem door bijbelstudie.

In Johannes 9:5 zegt Jezus, sprekend tot Zijn discipelen: "Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het licht der wereld." In Mattheüs 5:14 zegt Jezus, als Hij een andere keer tot Zijn discipelen spreekt: "Gij zijt het licht der wereld. Een stad, die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven." Zowel Jezus Christus als christenen zijn het licht der wereld. Hoe kan dat? Een korte uitleg is dat God de Vader en Zijn Zoon de bron van licht zijn en als wij het licht van God weerspiegelen, zijn wij het licht der wereld als Christus' vertegenwoordigers en omdat Hij in ons is.

Jezus Christus heeft ons in Efeziërs 5:8 ook gezegd dat wij "licht in de Here" zijn. Wij moeten deze weldadigheid uitstralen onder onze medemensen. In deze tijd schijnt deze straling van geestelijk licht op de zonden van deze wereld en stelt deze bloot, maar tijdens het Millennium zal dat licht stapje voor stapje meer effect gaan sorteren door mensen tot de waarheid te leiden, waardoor er — als de mensen zich van hun zondige levenswijze gaan bekeren en in grote aantallen God gaan gehoorzamen — minder noodzaak is om de zonden van de wereld bloot te stellen. Dat licht zal helpen om tijdens het Millennium aan de bewoners van de aarde op grote schaal mentale gezondheid te brengen.

Hoe meer mensen de zegeningen van Gods levenswijze gaan zien, hoe meer er zullen zijn die op die manier willen gaan leven; en hoe minder mensen verlangen naar de manier van leven van de wereld, hoe minder er zullen zijn die op die manier willen leven. Mensen worden op een negatieve manier gemakkelijk beïnvloed door de popcultuur, verdorven bevliegingen, politieke correctheid en de populaire vooroordelen.

Tijdens de duizend jaar van vrede en welvaart zullen zij die de eerstelingen van Gods geestelijke oogst zijn — dat zijn de eerstgeborenen in Gods Familie en mede-erfgenamen met Jezus Christus — samen met Hem de aarde besturen. Ons zal de gelegenheid gegeven worden om de geestelijke kennis van behoud — het licht van Christus — te brengen aan ieder mens die dan leeft en aan hen die tijdens het Millennium geboren zullen worden. In het verleden verkeerden wij echter in dezelfde onverlichte situatie als zij op wie wij het licht zullen weerspiegelen.

Efeziërs 5:8-11 Want gij waart vroeger duisternis, maar thans zijt gij licht in de Here; wandelt als kinderen des lichts, 9 — want de vrucht des lichts bestaat in louter goedheid en gerechtigheid en waarheid — , 10 en toetst wat de Here welbehaaglijk is. 11 En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken der duisternis, maar ontmaskert ze veeleer,

Licht stelt altijd bloot wat verkeerd is. Het maakt die dingen zichtbaar en veroordeelt ze en laat ons zien wat juist, waar en goed is. Licht maakt alles open en eenvoudig en duidelijk.

Neem bijvoorbeeld iemand die een bepaald schriftgedeelte bestudeert dat hij niet begrijpt. Die persoon zegt in feite: "Ik heb behoefte aan wat licht op deze passage!" Licht onthult, het maakt alles eenvoudig en duidelijk en gemakkelijk te begrijpen.

Volgens de apostel Paulus moeten christenen overal gekarakteriseerd worden door deze kwaliteiten van goedheid, rechtvaardigheid en waarheid. Hetzelfde geldt voor onze persoonlijkheid in ons regeren met Christus in het Millennium. Wij zullen deze dingen onderwijzen tijdens een periode van duizend jaar en van de mensen zal verwacht worden dat ze ernaar leven.

Jesaja 30:19-21 Want gij volk, dat op Sion, in Jeruzalem, woont, gij zult niet blijven wenen. Hij zal u zeker genadig zijn op uw luid geroep; zodra Hij dat hoort, zal Hij u antwoorden. 20 De Here heeft u wel brood der benauwdheid en water der verdrukking gegeven, maar uw leraars zullen zich niet meer verbergen, doch uw ogen zullen uw leraars zien; 21 en wanneer gij rechts of wanneer gij links zoudt willen gaan, zullen uw oren achter u het woord horen: Dit is de weg, wandelt daarop.

Door te zijn wat we zijn (of wat we verondersteld worden te zijn), werken we het kwaad tegen. We zijn een manifestatie van het juiste, ware, heilige en oprechte leven. Bovenal zijn we dit element van openheid en waarheid dat we deel uit laten maken van al ons handelen en al onze connecties. Dit zouden we ook in deze tijd moeten doen.

God luidt het Millennium in door middel van een handeling van goddelijke reconstructie. Mensen denken vaak aan het Millennium als een toestand waar de verlosten gewoon in terecht komen en het gemakkelijk hebben, maar feitelijk is het tegendeel het geval. Het Millennium is een bijenkorf van menselijke activiteit, aan alle kanten vervuld met ijver en zichtbare productie. Zowel Jesaja als Ezechiël profeteren dat een groot deel van het werk agrarisch zal zijn, waarbij de mensen planten en oogsten binnenhalen. Een hoofdkenmerk van het werk in het Millennium is dat het productief is en de mensen die werken krijgen de beschikking over de vrucht van hun werk.

Jesaja 62:8-9 De HERE heeft gezworen bij zijn rechterhand en bij zijn sterke arm: Nooit zal Ik uw koren meer aan uw vijanden tot spijze geven en nooit zullen vreemdelingen meer de most drinken, waarvoor gij gezwoegd hebt; 9 maar zij die het oogsten, zullen het eten en de HERE loven, en zij die hem inzamelen, zullen hem drinken in de voorhoven van mijn heiligdom.

In het Millennium zult u, als u werkt, ervan eten; als u niet werkt, zult u van de honger sterven. Als u werkt, zult u de vrucht van uw werk mogen houden. In deze tijd houdt de regering van de Verenigde Staten minstens vijf maanden van uw werk door belasting voor zichzelf. Waarom? Vanwege hebzucht. Dit zal in het Millennium niet gebeuren.

Amos schildert zelfs een levendig beeld van enthousiasme bij boeren, en zo'n natuurlijke overvloed dat de ploeger de oogster zal inhalen en degene die de wijnpers treedt zal nog bezig zijn als degene die zaait zal beginnen. Zowel fysiek als geestelijk licht zal een grote rol spelen in dit alles.

Efeziërs 5:8-10 Want gij waart vroeger duisternis, maar thans zijt gij licht in de Here; wandelt als kinderen des lichts, 9 — want de vrucht des lichts bestaat in louter goedheid en gerechtigheid en waarheid — , 10 en toetst wat de Here welbehaaglijk is.

Nadat Paulus de tussenzin van vers 9 afsluit, eindigt hij zijn zin "maar thans zijt gij licht in de Here; wandelt als kinderen des lichts" in vers 10 met de woorden "en toetst wat de Here welbehaaglijk is". In bepaalde opzichten is dit de sleutel tot dit alles, de sleutel tot de drie dingen die in de tussenzin worden genoemd. Dit geeft ons het allesoverheersende principe dat als we toetsen wat de Here welbehaaglijk is, dat de drie manifestaties van het licht in ons zal garanderen.

In Romeinen 12 vinden we een paralleluitspraak van de apostel Paulus.

Romeinen 12:1-2 Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst. 2 En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene.

In vers 1 bracht Paulus de algemene implicatie onder woorden dat een christen zijn leven als een offerande aan God moet geven. Zo'n offerande vertegenwoordigt een volledige verandering in levensstijl, waarmee zowel een positief als een negatief aspect gepaard gaat.

Ten eerste beval Paulus: "Wordt niet gelijkvormig." (De enige andere plaats waar dit Griekse woord wordt gebruikt is in 1 Petrus 1:14: "Voegt u, als gehoorzame kinderen, niet naar de begeerten uit de tijd uwer onwetendheid.") We moeten ons niet langer voegen naar het patroon van deze wereld (aion, "tijdperk"). De huidige Babylonische maatschappij heeft zijn eigen demonische patroon. Dit is het tijdperk voorafgaande aan het Millennium, het tijdperk waarin wij leven. Paulus waarschuwt ons dat we niet langer moeten leven volgens de humanistische levensstijl die in deze tijd de overhand heeft. We moeten niet gelijkvormig worden aan de levensstijl van "de huidige boze wereld" en we moeten dit niet gelijkvormig zijn overdragen naar het volgende tijdperk, het Millennium.

Daarna beveelt Paulus: "maar wordt hervormd", dat wil zeggen "Ga door met veranderen door de vernieuwing van uw denken." Het Griekse werkwoord dat met hervormd is vertaald, is het woord waaraan wij ons woord metamorfose hebben ontleend, een totale verandering van binnenuit. De sleutel tot deze verandering is het denken, het controlecentrum van iemands houding, gedachten, gevoelens en handelingen. Als ons denken vernieuwd blijft worden door de geestelijke inbreng van Gods woord, gebed en Gods Geest, zal onze levensstijl blijven veranderen.

Paulus voegde toe: [Statenvertaling] "opdat gij moogt beproeven"; met andere woorden "u zult in staat zijn te testen (te bewijzen door testen, bewijzen dat het echt is, zich vergewissen van) en in te stemmen met wat Gods wil is." De NBG sluit de zin dan af met "het goede, welgevallige en volkomene." Deze drie kwaliteiten zijn geen kenmerken van Gods wil zoals door sommige vertalingen wordt gesuggereerd. Paulus zegt veeleer dat Gods wil zelf goed is, welgevallig (aan Hem) en volkomen. Goede is hier geen bijvoeglijk naamwoord (Gods "goede" wil), maar een zelfstandig naamwoord (Gods wil is datgene wat het goede is — dat wil zeggen voor iedere gelovige).

Terwijl wij in ons denken worden veranderd en meer op Christus gaan lijken, gaan we instemmen met en verlangen Gods wil te doen in plaats van onze eigen wil. Dan komen we tot de ontdekking dat Gods wil datgene is wat goed is voor ons en dat die wil God welgevallig is en in ieder opzicht volkomen is. Die wil is alles wat we nodig hebben. Alleen door geestelijk vernieuwd te worden kunnen we ons van Gods wil vergewissen, deze doen en er behagen in scheppen.

De grote karakteristiek van het leven en gedrag van de christen is dat hij zich ertoe zet te ontdekken wat God werkelijk behaagt. Dat is zijn uiteindelijke motief. Het belang hiervan gaat boven alles uit en we moeten het op een heel speciale manier benadrukken. Door naar houding en gedrag te kijken moeten we niet alleen verschil maken tussen de christen en de duidelijk in het oog springende zondaar, maar ook tussen hem en de zogenaamde goede, deugdzame mens, die we met de "goede heiden" zouden kunnen aanduiden.

Efeziërs 5:10 en toetst wat de Here welbehaaglijk is.

Vers 10 voorziet in de uiteindelijke lakmoestest. Als we naar het leven van twee zulke mensen kijken, kunnen we niet gemakkelijk veel verschil tussen hen zien; zij schijnen allebei goede mensen te zijn, mensen die worden gekarakteriseerd door goede daden. Toch is één ervan een christen en de ander niet. Hoe moeten we de waarheid betreffende hen onderscheiden? Er is waarschijnlijk geen betere test dan de ene die in het tiende vers wordt gegeven.

Hier hebben we iets dat alleen voor de christen geldt, nooit voor iemand anders. Het is de karakteristiek van de christen dat hij altijd bezig is om te ontdekken — uit te vinden — wat welbehaaglijk is voor de Heer. Laat me dat uitleggen.

De christen is niet zozeer bezig met en geïnteresseerd in goedheid, rechtvaardigheid en waarheid op zichzelf (academisch, filosofisch of psychologisch); hij is er veelmeer in geïnteresseerd op die manier te leven. Hij is er niet alleen maar in geïnteresseerd als abstracte ideeën en concepten, maar als iets om te bereiken en te worden, om Gods manier van leven te leiden.

Aan de andere kant kunnen niet-christenen alleen maar in deze dingen op zichzelf geïnteresseerd zijn. Het kan zijn dat ze in goedheid geloven, in rechtvaardigheid en recht geloven, en in waarheid en waarachtigheid geloven. Daarom kunnen ze "goede" mensen schijnen, maar ze zijn "goede" heidenen.

De niet-christen kan die drie punten als zijn gedragslijn stellen en ernaar leven. Laten we hem alles toegeven wat hij beweert; hij kan daar heel goed in slagen. Als dat echter alles is wat hij ons kan zeggen, is hij geen christen. Hij is gewoon uitstekend in heidendom.

In principe is dit niet meer dan het onderwijs van de beroemde, grote Griekse filosofen vóór Christus; zij prentten deze deugden in als principes, abstracte principes. De christen is er niet in geïnteresseerd als abstracte principes en filosofieën. Wij zijn erin geïnteresseerd, omdat we weten dat zij de wil van God vormen. God interesseert ons, omdat God door deze dingen wordt gekarakteriseerd en ernaar verlangt dat wij dat ook worden. Wij zijn erin geïnteresseerd, omdat we het kwaliteitsleven willen leiden dat God leidt, en willen worden zoals Hij is.

Paulus gaat dan verder en voegt deze onderscheidende waarheid toe: "Beproef, ontdek wat welgevallig is voor de Heer." Nogmaals de ware christen, anders dan de "goede" deugdzame persoon of de "goede" religieuze persoon die geen christen is, leeft dit soort leven niet om zichzelf te behagen of te voldoen aan zijn eigen gedragscode. Er zijn heel wat mensen in de wereld die dat doen, mensen die de wereld goed noemt.

Wij zien dit voortdurend in religies met niet-christenen, bij de "goede" deugdzame heidenen. Zij zoeken naar kerken of organisaties die overeenstemmen met hun eigen persoonlijke geloofsopvattingen. Zij proberen God naar hun eigen beeld en in hun eigen denken te scheppen, vanuit hun eigen menselijk redeneren. Dit is een hoofdbestanddeel van de reden dat ware leerstellingen, gebaseerd op de Heilige Schrift, zo levensbelangrijk zijn.

Het gangbare christendom heeft, evenals al de andere valse religies die anti-Christus zijn, zijn religie tegenovergesteld gemaakt aan Gods geïnspireerde, geschreven woord. Niet-christenen zoeken en ontdekken wat welbehaaglijk is voor hun eigen weldoeners. Christenen zoeken en ontdekken en beproeven "wat welbehaaglijk is voor de Heer".

Er zijn meer mensen die eropuit zijn door hun omgeving te worden geaccepteerd, dan die dit niet doen. Dit is een van de meest subtiele, demonische misleidingen waar we ooit mee geconfronteerd kunnen worden — het zoeken naar goedkeuring door onze omgeving — maar onze omgeving verkeert in duisternis. Het Millennium zal deze demonische misleiding niet kennen, omdat Satan die duizend jaar gebonden zal zijn, maar de mensen zullen niet vrij zijn van de misleiding van het menselijk redeneren, waar nog steeds door geestelijke kracht mee zal moeten worden omgegaan. Gods bestuur zal op aarde worden opgericht en de mensen zullen gedwongen worden dat te aanvaarden. Er zullen nog steeds opstandige naties zijn. Israël zal eerst worden bekeerd, gevolgd door de rest van de naties. Dat zal niet allemaal gebeuren zodra het Millennium begint. Er zal nog heel veel menselijke natuur van zich doen spreken.

Er zijn mensen die geloven in het hebben van een standaard, het hebben van een gedragscode, en zij doen hun uiterste best om naar die code te leven. Zij doen dat echter om zichzelf te behagen; zij doen het om in overeenstemming met hun eigen standaard te leven. Sommigen schamen zich er zelfs voor als ze zich niet houden aan hun eigen gedragscode, als ze niet in overeenstemming met die standaard leven. Hun motief is al die tijd zichzelf te behagen en zich te voegen naar hun eigen standaard. Dit lijkt niet op de ambitie van de christen om te beproeven en te ontdekken wat welbehaaglijk is voor de Heer!

Laten we het een stap verder voeren. Er zijn veel mensen die — wat gewoonlijk genoemd wordt — een "goed leven" leiden, eenvoudigweg omdat ze bang zijn wat andere mensen wel niet zullen zeggen als ze anders zouden leven. Zij zijn bang dat dat zou worden ontdekt en dat ze veroordeeld zouden worden. Zij zijn bang de steun van hun vrienden en buren te verliezen. Niet-christenen zijn bang voor ongunstige publiciteit als zij niet zeker overkomen, en deze angst en deze bezorgdheid voor de steun van anderen beheerst elk aspect van hun leven. Zij worden in heel hun gedrag gestuurd door wat andere mensen denken of zeggen, of hoe ze op hen reageren. De christen zit anders in elkaar.

1 Corinthiërs 4:3-5 Nu raakt het mij zeer weinig, of ik al door u of door enig menselijk gericht beoordeeld word. Ja, ook mijzelf beoordeel ik niet. 4 Want ik ben mij van niets bewust, maar daardoor ben ik niet gerechtvaardigd; Hij, die mij beoordeelt is de Here. 5 Daarom, velt geen oordeel vóór de tijd, dat de Here komt, die ook hetgeen in de duisternis verborgen is, aan het licht zal brengen en de raadslagen der harten openbaar maken. En dan zal aan elk zijn lof geworden van God.

Er komt een tijd dat God deze dingen aan de wereld zal openbaren, maar die tijd is nog niet aangebroken. Nu, in deze tijd, openbaart Hij deze dingen door het licht aan een heel klein aantal unieke individuen, degenen onder ons die deel uitmaken van Gods kerk.

Zo werkt het denken van iemand die bekeerd is. Paulus werd niet bestuurd door wat andere mensen zouden gaan zeggen. In feite zei Paulus: "Zeg maar wat je wilt. Dat maakt totaal geen verschil uit voor mij; ik heb me aan het oordeel van de Heer onderworpen." Dat doet een christen, hij beproeft en onderzoekt wat welbehaaglijk is voor de Heer!

Laten we het zelfs nog een stap verder voeren. Het is niet genoeg om gewoon een leven te leiden dat gekarakteriseerd wordt door goedheid en oprechtheid en waarheid. Het is niet genoeg om te proberen een leven te leiden in overeenstemming met het onderwijs van Jezus Christus, omdat dat het beste is. Er zijn heel wat mensen die al deze dingen doen, mensen die goed, oprecht en waarachtig schijnen te zijn. Iemand kan de zedenleer van de Grieken en andere filosofen bestuderen en daarna de bergrede tegenkomen, waarna hij zal zeggen: "Hier hebben we het toppunt van deugd en de allerbeste filosofie! Dit is het toppunt van ethisch denken. Ik zal volgens deze filosofie gaan leven. Ik zal mijn leven gaan leiden overeenkomstig de bevelen en het onderwijs van de bergrede, het edelste concept dat ik heb ontdekt." Hij bestempelt de bergrede en de rest van de Schriften dus als iets dat gelijkwaardig is met de Griekse filosofische geschriften.

Is hij een christen? Als hij op dit punt stopt, nee! De christen is iemand die aangestuurd wordt door de behoefte en het verlangen om "te beproeven wat die goede, welgevallige en volkomen wil van God is". Dat is alleen mogelijk met de Heilige Geest die deze dingen openbaart.

We moeten hier absoluut duidelijk over zijn. Het punt dat bewijst dat we christenen zijn, is dat boven al het andere onze uiteindelijke, onze laatste overweging ons verlangen is om de wil van God te zoeken en te kennen en te ontdekken, opdat we Hem mogen behagen. Het is een persoonlijke relatie met God en Zijn Zoon Jezus Christus. Deze begint met ons berouw en onze bekering en het aanvaarden van Jezus Christus als onze persoonlijke Verlosser. Natuurlijk begint het in eerste instantie met Gods roeping.

Dit plaatst het echt christen-zijn in een categorie op zichzelf. De basis ervan, de hoofdbron, het meest belangrijke punt ervan is dat niemand dan de christen kan beweren en zelfs spreken over het verlangen voor de heerlijkheid van God te leven en Hem daardoor in alle dingen te eren en te behagen. De apostel Paulus zegt het als volgt: "op dezelfde manier als ik mezelf niet behaag". Zijn motivatie was altijd God te behagen, vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week, zelfs in zijn dromen.

Een christen beseft dat hij alles wat hij is en heeft en hoopt te zijn, verschuldigd is aan Degene die hem reeds liefhad terwijl hij nog in duisternis verkeerde, terwijl hij nog een zondaar was, terwijl hij nog goddeloos was, terwijl er nog vijandigheid in zijn hart aanwezig was. We beseffen dat we alles aan Hem verschuldigd zijn, omdat Hij ons zo liefhad dat Hij Zijn Zoon gaf en Zijn Zoon gaf Zichzelf vrijwillig voor ons. Laat niets ons behagen behalve dat wat God behaagt. Paulus zei de Romeinen te beproeven wat de welbehaaglijke wil van God is, en hij brengt dezelfde gedachte tot uiting in zijn schrijven aan de Corinthiërs:

1 Corinthiërs 10:31 Of gij dus eet of drinkt, of wat ook doet, doet het alles ter ere Gods.

Alleen de christen doet zo iets! Betekent dat dan dat als we God willen verheerlijken we elk contact met zondaren buiten de kerk moeten verbreken? Tijdens het Millennium zal Gods volk elk contact met zondaren buiten Israël verbreken.

De christen is niet iemand die plotseling en onmiddellijk, in één handeling, verlost is van alle zonde. Ons worden in één handeling al onze in het verleden begane zonden vergeven, maar als we weer zondigen, moeten we berouw hebben en vergeving ontvangen. Het is duidelijk dat de mensen aan het begin van het Millennium niet onmiddellijk vrij van zonde zullen zijn.

Zacharia 14:17-19 Maar wie uit de geslachten der aarde niet naar Jeruzalem zal heentrekken om zich voor de Koning, de HERE der heerscharen, neder te buigen, op hem zal geen regen vallen, 18 en indien het geslacht der Egyptenaren niet zal heentrekken en komen, op wie geen (regen) valt, dan zal toch komen de plaag waarmee de HERE de volken zal treffen, die niet heentrekken om het Loofhuttenfeest te vieren. 19 Dit zal de straf zijn van de Egyptenaren en van alle volken die niet heentrekken om het Loofhuttenfeest te vieren.

Tijdens het Millennium zal van de naties verwacht worden dat ze zich aan Gods wetten zullen onderwerpen (naar het Loofhuttenfeest optrekken maakt deel uit van Gods wet, het is een opdracht), en ieder die zondigt zal worden gestraft. Mensen zullen niet onmiddellijk vrij van zonde zijn, omdat Gods bestuur is opgericht en eenvoudigweg omdat Zijn licht in Jeruzalem schijnt.

Efeziërs 5:11-13 En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken der duisternis, maar ontmaskert ze veeleer, 12 want het is zelfs schandelijk om te noemen, wat heimelijk door hen wordt verricht; 13 maar als dat alles door het licht ontmaskerd wordt, komt het aan de dag; want al wat aan de dag komt is licht.

Als christenen dienen wij het licht van de wereld te zijn en het zout der aarde, en wij dienen deel te blijven uitmaken van de maatschappij. Wij moeten in de wereld blijven, maar niet van de wereld zijn. Door Gods gebruik van ons en ons leven, ons gedrag, onze woorden en ons onderwijs naardat we door Hem zijn getraind, hebben zondaren de hoop dat ze door God geroepen zullen worden en verlost uit de duisternis.

We moeten ons dus niet geheel en al voor hen afsluiten. Zij leiden een leven van zonde, ja; maar Paulus zegt dat als we in het geheel niets met hen vandoen willen hebben, we dan volledig uit de wereld weg zouden moeten gaan. Christenen zouden dan in hun eigen gemeenschappen moeten gaan wonen en zouden dan nooit iets te maken hebben met niet-christenen. Daarna legt Paulus het onderscheid uit dat hij maakt: als iemand die tot de kerk behoort zich voortdurend schuldig maakt aan kwade praktijken, dan moeten we geen omgang met hem hebben. Waarom? Omdat er van iemand die bekeerd is en lid is van Gods kerk, veel meer wordt verwacht. Hij moet leven naar een hogere standaard vanwege wat hij weet. Wij worden verantwoordelijk gehouden naar wat we weten.

Als hij een christen is, moet hij worden berispt en moet hij worden aangepakt. Paulus heeft het over het overhandigen van zo iemand aan Satan ter vernietiging van het vlees, zodat hij misschien later gered kan worden. Paulus zegt ons echter niet dat we niets vandoen moeten hebben met buitenstaanders, van wie wij weten dat ze zich aan zonde schuldig maken.

1 Corinthiërs 5:9-13 Ik schreef u reeds in mijn brief, dat gij niet moest omgaan met hoereerders; 10 niet met de hoereerders uit deze wereld in het algemeen of met de geldgierigen en oplichters of afgodendienaars, want dan zou men wel uit de wereld moeten gaan. 11 Nu evenwel schrijf ik u, dat gij niet moet omgaan met iemand, die, al heet hij een broeder, een hoereerder, geldgierige, afgodendienaar, lasteraar, dronkaard, of oplichter is; met zo iemand moet gij zelfs niet samen eten. 12 Staat het soms aan mij, hen te oordelen, die buiten zijn? Oordeelt ook gij niet (alleen) hen, die in uw kring zijn? 13 Hen, die buiten zijn, zal God oordelen. Doet, wie niet deugt, uit uw midden weg.

We hebben in zekere zin alleen autoriteit over personen die lid zijn van Gods kerk, die opvallend duidelijk en naar gewoonte zonden begaan. We moeten met buitenstaanders, met mensen in de wereld, die zondigen op dezelfde manier in contact blijven als onze Heer en Verlosser dat deed. Hij werd "de vriend van tollenaren en zondaren" genoemd. Hij nam bij hen plaats; Hij at en dronk met hen; zij benaderden Hem en Hij wees hen niet af; Hij verwierp hen niet. Laat me deze uitspraak verduidelijken. Ik zeg niet dat we sociale contacten met de mensen in de wereld moeten aangaan, en ik hoop dat dit in het vervolg van de preek heel duidelijk zal worden.

Christus begaf Zich onder hen, Hij sprak met hen, maar Hij deed dat op zo'n manier dat Hij op geen enkele manier deel had aan de onvruchtbare werken der duisternis. Met andere woorden als Jezus Christus daar ging zitten en zich onder de tollenaren en zondaren begaf, gingen ze zich niet te buiten aan slechte, dwaze en suggestieve gesprekken. Dat deden ze niet in Christus' tegenwoordigheid; er was iets in Hem dat dat belette. Dat was Zijn heiligheid, Zijn zuiverheid en Zijn waarheid! Dat was hun zo duidelijk dat zij dat niet in Zijn aanwezigheid wilden doen.

Jaren geleden had ik een baas die wist dat ik lid was van de kerk. Iedere keer dat we een vergadering hadden en hij zich een vloek liet ontvallen, wende hij zich tot mij en zei: "Neem me deze woorden niet kwalijk." En daarna ging hij in de rest van de vergadering gewoon verder met het gebruiken van deze smerige woorden. Mensen in de wereld zien dat we anders zijn.

De apostel Paulus zegt ons dat, terwijl we onze contacten met niet-christenen onderhouden ten goede van hun toekomst en hun behoud, we geen deel moeten hebben aan hun houdingen en kijk op de wereld of aan hun verdorven praat. De meesten van hen zien in waar we staan en weten dat we in God en Christus geloven. We kunnen andere zaken met hen bespreken; maar als zij ongepaste of verdorven dingen aanvoeren, moeten we ons verontschuldigen en weggaan. Deze zachtmoedige uiting van afkeuring is gewoonlijk voldoende om de juiste boodschap over te brengen. We moeten laten zien dat we daarin niet met hen kunnen meegaan en dat we zulke dingen niet op prijs stellen.

Het is in zulke situaties soms moeilijk de lijn te trekken, maar we zouden moeten weten wanneer het moment aanbreekt om dat te doen, indien we zachtmoedig zijn. We kunnen contact met hen hebben zonder genoegen te scheppen in de wereldlijke dingen die zij doen. We kunnen bepaalde gezamenlijke interesses hebben, maar we hebben geen enkele interesse in zondig gedrag en alles wat schadelijk is voor hun leven of het onze.

Door het blijven onderhouden van contact met hen voorzien we hen voor hun eigen bestwil van een getuigenis van Gods manier van leven, maar we moeten op geen enkele manier deel hebben aan de onvruchtbare werken der duisternis. We kunnen een goed getuige zijn voor hen en als God hen dan roept, geloof ik dat zij zich zullen herinneren ons te hebben ontmoet. Denk niet dat uw getuigenis onopgemerkt blijft; het wordt in hun denken opgeslagen. Daar dit sterk lijkt op het contact dat we in het Millennium met niet-bekeerde mensen zullen hebben, zouden we dit gebied van onze persoonlijkheid en ons karakter nu moeten ontwikkelen. Hoe kunnen we op liefhebbende wijze werken met mensen en hun Gods manier van leven onderwijzen als we hen als parasieten behandelen?

Onze houding moet ook niet alleen negatief zijn; die moet ook, en zelfs voornamelijk, positief zijn. Paulus zegt in Efeziërs 5:11 "geen deel te hebben aan de onvruchtbare werken der duisternis, maar ze veeleer te ontmaskeren". Hier hebben we een woord (ontmaskeren) dat heel gemakkelijk verkeerd begrepen kan worden. Ontmaskeren betekent niet eenvoudigweg berispen, veroordelen of afkeuren. Het is heel gemakkelijk om dat te doen. We denken dat ontmaskeren betekent onze afschuw laten zien, onmiddellijk streng corrigeren, maar dat is in het geheel niet wat Paulus bedoelde. Dat was de houding van de Farizeeën die als zij deze dingen zagen, hun spulletjes bijeen pakten en weg waren. Dat is de typisch Farizeïsche houding, en in veel opzichten is het precies het tegengestelde van de houding van een christen. Die houding is geheel negatief.

Ik ben het ermee eens dat het heel moeilijk is niet op deze manier te handelen op een moment dat we verdorven dingen zien of erover lezen. Deze dingen moeten ons inderdaad moeite geven. Het is heel moeilijk om geen walging en afschuw te laten zien en het niet gewoon af te keuren. Dat is hier echter niet wat Paulus bedoelt, en dat benadrukt hij niet.

Ontmaskeren betekent ook niet gewoon dat we moreel onderwijs in samenhang met het probleem moeten geven. Moreel onderwijs is enigszins negatief. Het is niet volledig. Het keurt specifiek slechte dingen af, omdat ze slecht zijn voor de persoon in kwestie en slecht voor de maatschappij, en daar houdt het mee op.

Moreel onderwijs wordt misschien toegepast op iemand die schuldig is aan dronkenschap en hij krijgt dan een lezing over de slechte uitwerking van alcohol op het lichaam. Daarbij kunnen statistische gegevens worden aangevoerd over de slechte invloed van alcohol op productie en industrie, op de werkomgeving, op menselijke relaties, op de rijkdom van de natie, en nog duizend en één dingen meer — allemaal ware uitspraken, elk van hen — maar daar houdt het mee op. Daarom is dat alleen maar negatief en onvolledig. In zeker opzicht is het een berisping, maar niet echt. Het is niet meer dan de negatieve toepassing van moreel onderwijs.

Wat bedoelt Paulus dan als hij zegt: "maar ontmaskert ze veeleer"? De betekenis van het woord ontmaskeren is "overtuigen door middel van bewijs, overtuigen door opheldering en begrip te geven". Het betekent dat we op zo'n manier op deze dingen licht moeten werpen, dat we de persoon werkelijk zullen overtuigen van de aard van wat hij doet en wat dat betekent voor zijn geestelijke toekomst. Iemand botweg vertellen dat hij verkeerd is en dat hij heeft gezondigd, zal alleen maar een muur opwerpen. We komen verder door ons eigen voorbeeld dan door iemand proberen te dwingen iets te doen. Iemand die "overtuigd" wordt tegen zijn wil, heeft daarna nog steeds dezelfde opvatting.

We moeten niet alleen slechte dingen in zichzelf afkeuren; in plaats daarvan moeten we het volle licht van Gods woord erop richten. We moeten niet-christenen niet alleen aanspreken over specifieke zonden. We zouden hen op een liefhebbende, sympathieke en begripvolle manier moeten aanspreken over henzelf, hun toekomst en hun gehele relatie met God. Ik heb het dan niet over een voortdurend preken en het in het gezicht van een niet-christen gooien van Gods waarheid, maar over het getuigen in gesprekken en als de gelegenheid zich voordoet in daden. Nogmaals, u zult geen enkele verandering zien, maar het is iets dat ons helpt ons karakter en onze persoonlijkheid te ontwikkelen om in de toekomst te onderwijzen.

Bijvoorbeeld, de tragedie van iemand die verslaafd is aan de drank, is niet eenvoudigweg dat hij een dronkaard is en dat de consequenties in sociaal opzicht slecht zijn, maar dat de relatie van zo iemand met God geheel verkeerd is. Het doet er niet toe wat de zonde is. Een zondaar uit gewoonte heeft geen relatie met God en Zijn Koninkrijk. De apostel Paulus zegt ons:

Efeziërs 5:5 Want hiervan moet gij doordrongen zijn, dat in geen geval een hoereerder, onreine of geldgierige, dat is een afgodendienaar, erfdeel heeft in het Koninkrijk van Christus en God.

Dat is het punt! Op de juiste wijze ontmaskeren betekent het licht van Gods woord op de persoon en zijn gehele situatie laten schijnen. U moet hem doen beseffen dat hij in duisternis vertoeft, dat hij van binnen vol duisternis zit, dat hij in duisternis woont, dat zijn hele relatie met God verkeerd is. Als hij tot aan zijn dood op die manier blijft leven, dan zal hij dienovereenkomstig worden geoordeeld. Dit garandeert niet dat dit hem zal inspireren tot een verandering, maar hiermee vervullen we onze liefhebbende verantwoordelijkheid jegens hem.

Natuurlijk liggen deze toepassingen merendeels in onze werk- en schoolrelaties, maar zij lopen ook over naar onze relaties binnen de supermarkt, onze ontmoeting met de postbode of wanneer we dan ook maar iemand in de wereld ontmoeten. Zijn wij zuurpruimen of hebben we een lach op ons gezicht, en zien we eruit dat we er werkelijk van genieten in Gods kerk te zijn?

We moeten dit op de juiste manier ontmaskeren. We moeten met hen praten over Gods manier van leven, hen niet bepreken. Zij zullen weten dat we anders zijn, dat we misschien eens meededen met bepaalde dingen, maar dat we dat niet meer doen. Onze verantwoordelijkheid is hen duidelijk te maken dat wij veranderd zijn. We moeten hen een glimp geven van een beter leven, een zuiverder en reiner leven, een leven waarvan veel sterker genoten kan worden.

God en Zijn Zoon zullen hun licht op ons laten schijnen en wij zullen dat licht op onze beurt weerspiegelen. We zullen het licht van God dat in ons is, uitstralen. Hetzelfde zal voor Israël gelden. God zal het licht van Israël zijn en Israël zal haar licht als een baken, een licht dat leidt naar overvloedige zegeningen, weerkaatsen naar de andere naties.

Jesaja 60:19-21 De zon zal u niet meer tot licht zijn bij dag, noch de maan tot een schijnsel voor u lichten; maar de HERE zal u tot een eeuwig licht zijn en uw God tot uw luister. 20 Uw zon zal niet meer ondergaan en uw maan niet meer afnemen, want de HERE zal u tot een eeuwig licht zijn en de dagen van uw rouw zullen ten einde wezen. 21 Uw volk zal geheel uit rechtvaardigen bestaan, voor altoos zullen zij het land bezitten: een scheut die Ik geplant heb, een werk mijner handen, tot mijn verheerlijking.

Het licht en de schoonheid van waarheid is zo groot en de volmaaktheid van de Heer zal onder Gods goedheid, rechtvaardigheid en waarheid zo illuster schijnen dat het oog tot dat licht wordt aangetrokken. Dat komt omdat het ver uitgaat boven al de natuurlijke pracht van de zon en de maan. Al de wonderen en schoonheid van de natuurlijke wereld zinken in het niet bij de boven alles uitgaande helderheid die schijnt in een rechtvaardige wereld.

De apostel Paulus gaat in Efeziërs 5 verder met zijn beeldspraak over wat licht doet.

Efeziërs 5:13 maar als dat alles door het licht ontmaskerd wordt, komt het aan de dag; want al wat aan de dag komt is licht.

De betekenis hier van ontmaskerd is "de bedekking wegnemen, blootleggen, openbaren". Paulus legt uit dat als iets door het licht wordt ontmaskerd, het zichtbaar en duidelijk wordt gemaakt. Hij zegt "want al wat aan de dag komt is licht", wat ook vertaald kan worden met "want alles dat dingen duidelijk maakt, is licht".

Waarom kwamen tollenaren en zondaren tot Jezus Christus? Hij was absolute zuiverheid en heiligheid; Zijn spreken was helder en duidelijk. Hij had het effect van een magneet op hen en trok ze aldus tot Hem. De Farizeeën haatten de mensen die ernaar verlangden bij Christus te zijn, hielden zich verre van hen. Maar als tollenaren en hoeren Jezus Christus voor zich zagen lopen, werden ze tegen wil en dank naar Hem toegetrokken. Dit geeft ons een voorbeeld van hoe mensen waarvan we misschien denken dat ze de ergste zondaars zijn, nog steeds een verlangen hebben naar en een behoefte hebben aan dat licht en om hun manier van leven te veranderen.

Jesaja profeteerde dat de Farizeeën onoprecht en onecht zouden zijn. De menselijke natuur is altijd hetzelfde geweest; dat gold in de tijd van Jesaja en Christus, maar ook in deze tijd. Christus haalde in Mattheüs 15 Jesaja aan:

Mattheüs 15:7-9 Huichelaars, terecht heeft Jesaja over u geprofeteerd, zeggende: 8 Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij. 9 Tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen leren, die geboden van mensen zijn.

Het woord huichelaar is gebaseerd op Griekse woorden die in de theaterwereld werden gebruikt, en betekent "toneelspeler" of "een rol spelen". De essentiële persoonlijkheid van huichelaars is dat zij voorgeven iets te zijn dat ze niet zijn. We zien dit op omvangrijke wijze in het gangbare christendom. Christus ontmaskert huichelaars door hen af te schilderen als "gewitte graven, die van buiten wel schoon schijnen, maar van binnen vol zijn van doodsbeenderen en allerlei onreinheid". Dat is geen aantrekkelijk beeld. Laat het licht van de waarheid op een huichelaar vallen en u zult een groot verschil zien tussen zijn onoprechte façade en zijn echte ik. Het contrast is even groot als tussen duisternis en licht.

Er is iets aantrekkelijks met het licht dat heiligheid uitstraalt. Al gaan we ons erdoor heel onwaardig en onrein voelen als we er naar kijken, toch doet het ons de dingen die we doen, op een manier zien zoals negatieve veroordeling nooit doet en ook nooit kan doen. Het positieve heeft altijd een grotere invloed dan het negatieve, en zeer zeker als het op een behulpzame en nuttige manier gegeven wordt. Het laat ons onze behoefte zien en tegelijkertijd laat het ons een glimp zien van iets dat anders is dan ons verleden, iets dat veel beter is, veel fantastischer dan iets dat we kennen.

Licht laat heiligheid zien. Heiligheid is liefhebbend; het is aanlokkelijk; het is aangenaam en het trekt mensen aan. Dat wordt bedoeld met "ontmaskeren". Wij moeten de onvruchtbare werken van de duisternis ontmaskeren door een licht te zijn (dat licht is Christus Die in ons woont en de Heilige Geest in ons), door in onze gesprekken, in ons praten, in de manier waarop we Gods manier van leven volgen, te zijn wat we zijn. Ontmasker ze door hun iets van het licht van de kennis van de heerlijkheid van God te laten zien. Straal op hen het licht uit van Gods waarheid en Zijn manier van leven.

Bedenk dat christenen het licht der wereld zijn. In het door u weerspiegelde licht van Christus zullen zij zichzelf zien en wat zij doen, zoals ze het nooit eerder hebben gezien. Op het tijdstip dat God voor hen heeft vastgesteld, zullen ze ernaar verlangen gereinigd te worden, gewassen te worden, gezuiverd te worden, heilig te worden zoals wij heilig zijn — maar boven alles zoals Christus heilig is en zoals God de Vader heilig is. Neem niet deel aan hun zondige praat en handelingen. Heb geen deel aan wat zij verkeerd doen. Ontmasker hen zoals "licht in de Heer".

Tenslotte komen we bij vers 14. In deze context richt de apostel Paulus zich tot christenen die geestelijk in slaap zijn gevallen, christenen met een Laodiceïsche houding:

Efeziërs 5:14 Daarom heet het: Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.

Een christen die "daden der duisternis" heeft begaan, moet wakker worden en opstaan uit de dood, aangezien hij betrokken was bij de daden van boosdoeners. Als Christus' licht op hem valt, duidt dat op Zijn instemming, een aanduiding dat een berouwvol iemand onderscheidt en volgt wat God behaagt.

De verzen 7 tot 14 handelen over tucht binnen de kerk. Christenen moeten in het licht wandelen; en door dit te doen stellen ze aan andere gelovigen alle werken bloot die onvruchtbaar zijn, zodat zij de gelegenheid kunnen hebben om ook in het licht te wandelen en God te behagen. We kunnen hier de uitdrukking "ijzer scherpt ijzer" gebruiken; en hoe meer de ene christen zijn licht (het licht van God de Vader en Christus) laat schijnen, hoe meer de andere christen in staat zal zijn met God te werken om zijn karakter te doen groeien en te verbeteren.

Vers 14 — "Ontwaak, gij die [geestelijk] slaapt, en sta op uit de doden [uit het koninkrijk der duisternis], en Christus zal over u lichten" — is niet alleen een oproep van God door de apostel Paulus aan hen die nu in Gods kerk geroepen zijn. In zeker opzicht is het de oproep aan hen die uit de grote verdrukking en de dag des Heren komen en het Millennium binnengaan.

Wij leven in moeilijke tijden. Is er iets dat niet verkeerd is met deze wereld? We horen van oorlogen en geruchten van oorlogen. We zien een wereldomvattende financiële crisis die over ons kwam door hebzucht en bedrog. We zien ziekte en lijden veroorzaakt door de mens. We gaan meer hongersnood zien, ook veroorzaakt door de mens. De dag zal komen dat God alle zegeningen van overvloed die God deze naties heeft gegeven, zal wegnemen. De hele wereld verkeert in duisternis, maar wij zijn zonen des lichts. God en de kerk, door Christus, zijn de enige hoop van de wereld. Ook al zegt de wereld ons dat we vrede en veiligheid hebben, wij weten beter, omdat we de tekenen der tijden zien; en we kennen het kwaad dat zich in de duistere harten van de mens heeft genesteld. God heeft Zijn licht op dit alles laten vallen door ons Zijn waarheid te geven.

1 Thessalonicenzen 5:3-8 Terwijl zij zeggen: het is (alles) vrede en rust, overkomt hun, als de weeën een zwangere vrouw, een plotseling verderf, en zij zullen geenszins ontkomen. 4 Maar gij, broeders, zijt niet in de duisternis, zodat die dag u als een dief overvallen zou: 5 want gij zijt allen kinderen des lichts en kinderen des dags. Wij behoren niet aan nacht of duisternis toe; 6 laten wij dan ook niet slapen gelijk de anderen, doch wakker en nuchter zijn. 7 Want die slapen, slapen des nachts en die zich bedrinken, zijn des nachts dronken, 8 maar laten wij, die de dag toebehoren, nuchter zijn, toegerust met het harnas van geloof en liefde en met de helm van de hoop der zaligheid;

Het aandoen van die helm van de hoop der zaligheid doet niemand goed als we kluizenaars zijn die op zichzelf blijven en niet de mensen in de wereld helpen om te begrijpen hoe fantastisch Gods manier van leven is.

De dag dat we echte vrede zullen hebben, zal aanbreken. Die dag zal gekenmerkt worden doordat de aarde vervuld zal zijn met Gods waarheid — vol van de kennis van de Heer als het licht van God en Christus uitstraalt. Het Millennium zal gekenmerkt worden door de vreedzaamheid van het leven, vrijheid van de verschrikkingen van het gewone leven. Eén niveau waarop deze rust zal bestaan is de natuur.

Jesaja 11:6-9 Dan zal de wolf bij het schaap verkeren en de panter zich nederleggen bij het bokje; het kalf, de jonge leeuw en het mestvee zullen tezamen zijn, en een kleine jongen zal ze hoeden; 7 de koe en de berin zullen samen weiden, haar jongen zullen zich tezamen nederleggen, en de leeuw zal stro eten als het rund; 8 dan zal een zuigeling bij het hol van een adder spelen en naar het nest van een giftige slang zal een gespeend kind zijn hand uitstrekken. 9 Men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op gans mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van kennis des HEREN, zoals de wateren de bodem der zee bedekken.

Dit schriftgedeelte (Jesaja 11:6) was zo belangrijk voor Herbert W. Armstrong dat hij het op het zegel van de Worldwide Church of God liet uitbeelden. Ik heb een ring van Ambassador College, en dit schriftgedeelte is ook op deze ring uitgebeeld. Hier keek Herbert Armstrong naar uit en hier was hij enthousiast over. We zullen nooit het Koninkrijk met het Millennium willen verwarren, daar het Millennium bestaat uit fysieke mensen. Het Koninkrijk zelf is de Familie van God, en daarop is onze hoop gevestigd en ons verlangen gericht.

God zal een verbond van vrede maken en de aard van de wilde dieren veranderen om zich daaraan aan te passen. Deze conditie zal zich uitstrekken tot mensen en naties, als de aarde vervuld raakt met de kennis van de Heer en er universele vrede heerst. In tegenstelling tot deze wereld waarin onderdrukking door vijandige naties de menselijke zekerheid bedreigt, zullen de mensen tijdens het Millennium veilig leven in hun land, waar niemand hen angst zal aanjagen. Mensen zullen, volgens Ezechiël, zelfs veilig in de woestijn kunnen wonen en veilig in de bossen kunnen slapen.

Jesaja zegt ons dat de mensen in een vredige woonomgeving zullen leven, in veilige woonplaatsen en in vredige rustplaatsen. Dit zal niet volledig gebeuren totdat oorlog is omgezet in vrede, als alle naties hun zwaarden zullen omsmeden tot ploegscharen en hun speren tot snoeimessen. In feite zal God, zoals Hosea en Jesaja profeteren, de instrumenten van duisternis en oorlog uit het land uitbannen. Ezechiël geeft een passende samenvatting van het soort veiligheid dat in het Millennium alom aanwezig zal zijn.

Ezechiël 34:28 Dan zullen zij de volken niet langer tot een prooi zijn; het wild gedierte der aarde zal ze niet meer verslinden, maar zij zullen veilig wonen, zonder dat iemand hen opschrikt.

Dit is de wil van God voor het volgende tijdperk, waarin Christus regeert in gerechtigheid en met een barmhartige roede van ijzer. We zullen met Hem heersen als we het christelijke karakter van goedheid, rechtvaardigheid en waarheid vanuit Gods licht zullen ontwikkelen en aandoen. Als christenen zijn we niet alleen geïnteresseerd in abstracte deugden — ook al zijn die belangrijk, omdat ze het resultaat zijn van goedheid, rechtvaardigheid en waarheid — maar we zijn er ook in geïnteresseerd vanwege onze relatie met God de Vader en Zijn Zoon. We moeten ontdekken wat God welbehaaglijk is.

Christus stierf om ons de gelegenheid te geven het licht van de wereld te zijn, dat wij ware weerspiegelingen van Hem zouden zijn, dat we zouden kunnen zijn zoals een stad die op een berg ligt, die niet verborgen kan blijven en als de lamp die niet onder een korenmaat wordt gezet, maar op een opvallende plaats zodat het licht ervan door de gehele kamer schijnt. "Beproef wat welbehaaglijk is voor God", en "Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader die in de hemelen is, verheerlijken."


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)