Trompettenfeest, Christus' komst en werken

Door John W. Ritenbaugh
30 september 2008

Samenvatting: (toon)

John Ritenbaugh spreekt over de gelijkenis van de trouwe en verstandige slaaf en de slechte slaaf, alsook over die van de wijze en dwaze maagden. Hij suggereert hierbij dat het Trompettenfeest de toestand van voorzichtigheid benadrukt en de trouw die nodig is in deze turbulente eindtijd. De gelijkenissen richten zich op de relatie die we moeten hebben jegens ons medearbeiders en waarschuwen ons niet terecht te komen in een toestand van geestelijke malaise te midden van steeds toenemende stress. Als metafoor heeft slaap vaak negatieve bijbetekenissen van ongevoeligheid, gebrek aan waakzaamheid of bewustzijn. Omdat de precieze tijd van Christus' wederkomst niet bekend is, moeten we voortdurend gemotiveerd zijn alsof Zijn komst ophanden is. Zij die niet voorbereid zijn op de dag des Heren, zullen overrompeld worden door het onverwacht aanbreken ervan. Christus en Paulus beseften dat alleen God de tijd van Christus' wederkomst kent, daarom hebben zij gewaarschuwd dat we niet op onze lauweren kunnen rusten of in slaap vallen zoals in de gelijkenis van de wijze en dwaze maagden. We moeten persoonlijk onze voorbereidingen treffen, niet op een seintje wachten van onze medebroeders, onze familie of van de wereld om ons heen. Als kinderen van het licht moeten we ons ingetogen gedragen, positief gebruik makend van onze tijd, ons niet toestaan met de stroom mee te drijven. Geestelijk in slaap of dronken zijn zal tot armoede leiden. We moeten geestelijk wakker worden, onze vleselijke pyjama uittrekken (de oude vleselijk gerichte mens) en ons kleden met de wapenrusting van God (Christus), de tijd uitkopend en hardnekkig in de richting werken van heiliging, heiligheid en het Koninkrijk van God. De apostel Paulus, die last had van diverse gezondheidsproblemen en zijn leven uit het verleden als waardeloos afval beschouwde, bleef desondanks met onvervalste zelfdiscipline vastberaden doorgaan naar Zijn geestelijke doel, waardoor hij ons een voorbeeldgedrag gaf onder kwellingen en druk. Als we Paulus' advies opvolgen, zullen we n


Voor hen onder ons die de betekenis van de feesttijden begrijpen, doet het Trompettenfeest ons onmiddellijk denken aan de wederkomst van Jezus Christus om op aarde te heersen. Het kan ons ook doen denken aan opstanding en heerschappij. Zelfs al is het een tijd van veel discussie en het einde van Satans onzichtbare overheersing van de mens, het is ook de tijd van het ontvangen van beloningen voor vele zelfopofferende handelingen in dienst van God en mens. Het zal officieel het begin markeren van Gods sabbatsrust en daarom moet de periode daar vlak aan vooraf een tijd van werken zijn, en die tijd is, op basis van wat we kunnen zien, juist deze tijd, nu.

Laten we aan het begin van deze preek eens kijken naar twee gelijkenissen waarmee we voor wat betreft de tijd waarin ze spelen, op zijn minst bekend zijn — met een van hen heel bekend — omdat ze belangrijke instructie bevatten voor degenen onder ons die leven in de tijdsperiode die uitmondt in deze grote gebeurtenissen.

Enige weken geleden kregen we een heel goede preek van Richard die was opgebouwd rondom Jezus' uitspraak in Mattheüs 24 — "... zoals het was in de dagen van Noach". Hij sloot die preek af door te laten zien dat er in de dagen van Noach heel wat activiteit van demonen was, die erop gericht was het huwelijk en gezinsleven te vernietigen. Laten we Mattheüs 24 opslaan en we zullen eerst de verzen 45 tot 51 gaan lezen.

Mattheüs 24:45 Wie is dan de trouwe en verstandige slaaf, die de heer over zijn dienstvolk gesteld heeft om hun op tijd hun voedsel te geven?

Voordat we verder gaan, moeten we begrijpen dat dit instructie is gericht op u en mij. "Wie is dan de trouwe en verstandige slaaf" — van Jezus Christus [als ik dat mag toevoegen]?

Mattheüs 24:45-51 Wie is dan de trouwe en verstandige slaaf, die de heer over zijn dienstvolk gesteld heeft om hun op tijd hun voedsel te geven? 46 Zalig die slaaf, die zijn heer bij zijn komst zó bezig zal vinden. 47 Voorwaar, Ik zeg u, dat hij hem over al zijn bezit zal stellen. 48 Maar als die slaaf slecht was, en in zijn hart zou zeggen: Mijn heer blijft uit, 49 en hij zou beginnen zijn medeslaven te slaan en met de dronkaards zou eten en drinken, 50 dan zal de heer van die slaaf komen op een dag, dat hij het niet verwacht, en op een uur, dat hij het niet weet, 51 en hij zal hem folteren en hem in het lot der huichelaars doen delen. Daar zal het geween zijn en het tandengeknars.

We zullen deze gelijkenis niet diepgaand bekijken, maar we willen aangeven dat de vertalers om de een of andere reden besloten het hoofdstuk ermee te beëindigen, zelfs al gaat Jezus' boodschap in hoofdstuk 25 gewoon door. Let er ook op dat de instructie trouw betreft — een "trouwe en verstandige slaaf". Het betreft gedrag en wijsheid — "trouw en verstandig" — en het gedrag maakt energiek gebruik van de tijd tot de heer terugkeert.

Ik wil u erop attenderen dat de tijd die beschreven wordt, dezelfde tijdsperiode is als in de uitspraak over "de dagen van Noach". In feite begint deze gelijkenis slechts acht verzen na de uitspraak over "de dagen van Noach". Deze gelijkenis wordt nog belangrijker voor ons in deze tijd, omdat de instructie specifiek gaat over hoe de slaven van de heer elkaar in deze kritieke periode behandelen. Zij slaan hun medeslaven. Dat betekent onjuist behandelen, mishandelen. Ze zijn niet erg aardig voor elkaar. Ze zijn niet erg vriendelijk. Ze zijn niet erg tolerant. Ze zijn heel aanvallend in hun onderliggende houding en gedrag jegens medeslaven.

De dwaze slaven slaan hun medeslaven en gedragen zich op een wereldlijke manier. Zij doen dit omdat ze geen aandacht schenken aan de tekenen der tijden, en door dat te doen laten ze zien dat ze zich in hun dagelijks leven niet voortdurend bewust zijn van God. De instructie heeft vandoen met gevaarlijke, onaanvaardbare relaties met mededienstknechten. Hier is heel wat belangrijke instructie voor ons te vinden.

Ons gedrag jegens elkaar is zo belangrijk, dat Christus zegt dat als ze niet aan de eisen voldoen, ze gefolterd zullen worden [letterlijk: in tweeën zullen worden gehakt], en er zal geween en tandengeknars zijn. Dit duidt in het bijbelse gebruik op de uiterste straf voor een dienstknecht van God. Ik denk dat ik dat zal veranderen, omdat de uiterste straf de poel des vuurs is, maar het duidt wel op een uiterste wanhoop van hen die gestraft worden.

Laten we nu in hoofdstuk 25 gaan lezen.

Mattheüs 25:1-5 Dan zal het Koninkrijk der hemelen vergeleken worden met tien maagden, die haar lampen namen en uittrokken, de bruidegom tegemoet. 2 En vijf van haar waren dwaas en vijf waren wijs. 3 Want de dwaze namen haar lampen mede, maar geen olie; 4 doch de wijze namen olie in haar kruiken, met haar lampen. 5 Terwijl de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en sliepen in.

Mattheüs 25:13 Waakt dan, want gij weet de dag noch het uur [Statenvertaling voegt toe: in dewelke de Zoon des mensen komen zal].

Kijk allereerst eens naar het woordje "dan" — het allereerste woord in de gelijkenis. Het woord "dan" duidt erop dat er geen onderbreking in Jezus' gedachten zit tussen de twee gelijkenissen. Na de ene gaat Hij direct verder met de andere. Het lijkt er bijna op dat Hij zoiets zegt als: "Dit volgt direct daarna." De tijd waarin dit zich afspeelt en de instructie voor beide gelijkenissen zijn in Jezus' denken aan elkaar gekoppeld. De instructie in de eerste wordt de introductie voor de tweede, en ik neem twee factoren waar — waarvan we ons allemaal bewust moeten worden — in verband waarmee we onszelf goed moeten beheersen om mee om te gaan.

De eerste factor vinden we in de gelijkenis van de tien maagden. Als we het individueel toestaan, zou er zich hier ten tijde van Christus' wederkomst een bijzondere, geestelijk gevaarlijke malaise in de kerk kunnen ontwikkelen. Vijf waren wijs en vijf waren dwaas. Dit duidt erop dat er ergens een malaise aanwezig is. Hij waarschuwt ons dat we ons ervan bewust dienen te zijn dat aan elke dag van ons leven een mate van monotone regelmatigheid kleeft, die bedrieglijk gunstig is om ons in een vorm van geestelijke slaap te sussen. Dat hoeft niet te gebeuren, maar het kan gebeuren.

De tweede factor is dat de tijden waarin we leven erg veeleisend zijn. U zult zich herinneren dat Daniël 12:4 in dezelfde tijdsvolgorde past. Hij beschrijft deze als "velen zullen onderzoek doen" [letterlijk: rondzwerven, heen en weer lopen (rennen)] en "de kennis zal vermeerderen". Het is nuttig te begrijpen dat het "rondzwerven" in verschillende situaties van toepassing is — aan de ene kant van personen die letterlijk rennen, en aan de andere kant personen die van de ene plaats op aarde naar de andere plaats reizen. Maar het is niet beperkt tot deze betekenis.

Het kan in feite gebeuren in iemands denken, duidend op een denken onder spanning en gedachten die almaar als een gek ronddraaien en dat veroorzaakt inderdaad stress. Het is iets als: "Wat zal ik doen?" "Hoe kan ik mijn dag inrichten?" "Wat zou ik eerst moeten doen?" "Wat zal ik op een laag pitje zetten?" Dat is het soort tijd waarin we leven; daardoor kan de spanning zich in iemand opbouwen en hem in feite letterlijk ziek maken. Gebeurtenissen vinden in een snelle opeenvolging plaats en zelfs wat we erover horen, brengt een verwachting, hetzij goed, hetzij kwaad, met zich mee die psychologisch uitputtend is.

Let er nu op dat toen het geroep uitging dat de bruidegom op komst was, al de maagden sliepen. Als bijbelse metafoor heeft "slapen" bijna altijd een negatieve implicatie. Het zegt niets over de mate van slaap. Met andere woorden sommige mensen kunnen gewoon een beetje soezerig zijn, anderen zijn, zoals we kunnen zeggen, letterlijk uitgeteld. In ieder geval duidt het op een gebrek aan bewustzijn zelfs al is men letterlijk fysiek wakker. Zo iemand zou geestelijk in slaap kunnen zijn, zelfs terwijl hij fysiek wakker is. Waarom? Omdat zo iemand niet attent is op de tijden. Het gaat hier over een ongevoeligheid.

We zeggen: "Die en die zat te slapen" als hij oplettend had moeten zijn. Hij sliep niet letterlijk, maar hij handelde of reageerde niet zo als had gemoeten, of hij verwachtte niet wat er stond te gebeuren, waardoor hij niet op tijd reageerde.

Op dat punt plaatst de gelijkenis alle tien de maagden op hetzelfde niveau van bewustzijn, en de tijd lag heel dicht bij de aankomst van de bruidegom. "Bewust", ja. Nogmaals er zijn niveaus van bewustzijn, maar zij zaten allen op hetzelfde basisniveau, tenminste in de gelijkenis. Het punt waar het in de gelijkenis echter om gaat, is dat in de periode dat er door alle tien werk had moeten worden verricht, de vijf verstandige maagden op basis van hun visie — zorgzaamheid en discipline — zich grondiger en beter hadden voorbereid. In tegenstelling daarmee werden de vijf dwaze maagden overvallen; ze hadden blijkbaar niet de juiste prioriteiten gesteld en hadden dus hun tijd verspild aan andere dingen.

Teneinde een onderscheid te maken tussen de twee groepen, om het bijzonder duidelijk te maken, zegt Christus dat de dwaze maagden in het geheel geen olie hadden. We zien dat beide groepen lampen hebben; dus ze waren allemaal toegerust om een licht te zijn. Het is interessant dat als we het woord "maagd" zien, we bijna steevast denken aan het vrouwelijke geslacht. Mannen, dit is echter ook op u van toepassing. U kunt dit voor uzelf nagaan door te zien wat Paulus in 2 Corinthiërs 11:2 zegt, en wat Johannes in Openbaring 14:1-4 zegt.

2 Corinthiërs 11:2 Want met een ijver Gods waak ik over u, want ik heb u verbonden aan één man, om u als een reine maagd voor Christus te stellen.

Openbaring 14:1-4 En ik zag en zie, het Lam stond op de berg Sion en met Hem honderdvierenveertigduizend, op wier voorhoofden zijn naam en de naam zijns Vaders geschreven stonden. 2 En ik hoorde een stem uit de hemel als de stem van vele wateren en als de stem van zware donder. En de stem, die ik hoorde, was als van citerspelers, spelende op hun citers; 3 en zij zongen een nieuw gezang vóór de troon en vóór de vier dieren en de oudsten; en niemand kon het gezang leren dan de honderdvierenveertigduizend, de losgekochten van de aarde. 4 Dezen zijn het, die zich niet met vrouwen hebben bevlekt, want zij zijn maagdelijk. Dezen zijn het, die het Lam volgen, waar Hij ook heengaat. Dezen zijn gekocht uit de mensen als eerstelingen voor God en het Lam.

De maagden omvatten mannen en vrouwen. Het woord duidt ongeacht sekse op hen die bekeerd zijn. We kijken naar iets dat een zwakheid zou kunnen zijn voor zowel mannen als vrouwen. Elke maagd moest nadat ze de lamp gekregen had, haar aandeel leveren door olie te kopen, maar de helft had dat niet gedaan. Wat voor zin heeft een lamp zonder het vermogen er gebruik van te maken? Dat is een verschil tussen de twee groepen die we hier zien dat wel zo groot als de Grand Canyon breed is. De olie vertegenwoordigt Gods Heilige Geest.

Vers 13 laat zien dat het hoofdpunt van de gelijkenis is dat we allemaal altijd waakzaam moeten zijn, van olie zijn voorzien voor de komst van de Bruidegom, omdat Hij op een moment zou kunnen komen dat we het niet verwachten. Ik denk dat u zich daar goed bewust van bent, tenminste mentaal. We weten de tijd niet van Jezus Christus' wederkomst. We aanvaarden dat, maar doen we er iets mee? Op dat gebied zitten we allemaal op hetzelfde niveau. Sommigen zullen de tijd op de juiste manier benutten en anderen niet. Of we in overweging moeten nemen of de "vijf en vijf" van Jezus een exact getal is, of dat Hij die getallen alleen maar gaf om een mogelijkheid te illustreren, weet ik niet, maar het is onze verantwoordelijkheid de instructie die erin besloten ligt ter harte te nemen en te doen wat we moeten doen.

We gaan nu naar 1 Thessalonicenzen 4, omdat vanaf dit punt bijna al de schriftverwijzingen die we gaan gebruiken van de apostel Paulus zijn, en daar is reden toe. Die reden is dat toen hij leefde, toen hij pastor was van al deze kerken, toen hij al deze brieven schreef, hij in zijn schrijven duidelijk liet zien dat hij geloofde dat de wederkomst van Jezus Christus ophanden was. Wat gaf hij dus, onder inspiratie van Gods Heilige Geest, als advies aan hen die met deze gedachten leefden?

Dat betekent, tenminste in termen van ons denken, dat wij in dezelfde positie verkeren als die mensen die, laten we zeggen ruwweg, van 50 n.Chr. leefden tot de dood van de apostel Paulus, omdat die brieven allemaal in die tijdsperiode werden geschreven. Ik denk dat u weet wat er in 1 Thessalonicenzen 4 staat, omdat het eindigt met de instructie betreffende het blazen van de laatste trompet en dergelijke. We pakken de draad op in hoofdstuk 5, vers 1.

1 Thessalonicenzen 5:1-3 Maar over de tijden en gelegenheden, broeders, is het niet nodig, dat u geschreven wordt: 2 immers, gij weet zelf zeer goed, dat de dag des Heren zó komt, als een dief in de nacht. 3 Terwijl zij zeggen: het is (alles) vrede en rust, overkomt hun, als de weeën een zwangere vrouw, een plotseling verderf, en zij zullen geenszins ontkomen.

Het eerste wat Paulus hier doet, is in feite troost putten uit het feit dat u in ieder geval dit weet, dat we leven in de periode vlak voor Christus' wederkomst. Het is een gave om dat te weten. Er is niets dat zoveel troost geeft als Gods waarheid die in voldoende mate wordt geloofd en op basis waarvan daarna wordt gehandeld. De Thessalonicenzen verkeerden daarover niet in onwetendheid, evenmin als wij. Zij en wij zijn allen op de hoogte gebracht, zodat we weten in welke richting we gaan en gewaarschuwd zijn zodat we een grotere motivatie hebben om te handelen. Hij gaat daarna verder door te zeggen dat niemand weet wanneer Christus zal terugkeren.

Jezus Zelf zei hetzelfde. Daarom is het weten van een datum niet de oplossing voor het probleem van wat met de tijd te doen. Als het belangrijk was dat we die weten, zou God die bekendmaken, maar Hij heeft in Zijn wijsheid besloten dat het beter is dat we die niet weten. Voor Zijn doeleinden en de voorbereiding van ons op Zijn Koninkrijk is het, naar Zijn oordeel over ons, beter dat we het niet weten.

U weet dat als we iets van deze orde weten, we waarschijnlijk op onze lauweren zouden gaan rusten en heel weinig doen. We zouden niet zoveel tot stand brengen. God geeft ons een kleine onzekerheid om mee te werken en hopelijk zal die ons de juiste motivatie geven.

We weten zeker dat we de precieze tijd van Christus' wederkomst niet zullen te weten komen, omdat Jezus dat Zelf zei. Beide gelijkenissen in Mattheüs 24 en Mattheüs 25 bevatten heel strenge waarschuwingen in de woorden "tandengeknars" en "de deur werd gesloten". (Deze laatste woorden uit de gelijkenis van de maagden heb ik niet voorgelezen.) Die woorden vormen ook een schokkende uitspraak. Als Christus weerkomt, is het te laat, en het lijkt erop dat zij die zich niet voorbereidden, hun kans hebben gehad. De deur is gesloten. Dat is ontnuchterend.

Oudtestamentische profetieën laten zien dat zij die niet voorbereid zijn op de dag des Heren, overvallen zullen worden door het plotselinge aanbreken ervan en de daaruit voortvloeiende verwoesting. In feite veronderstelden de mensen die erdoor werden overvallen, voordat die dag aanbrak, dat ze veilig waren, en ze hadden het over "vrede en veiligheid". Vrij sterk misleid. Vrij sterk zelfverzekerd.

De manier waarop dit in 1 Thessalonicenzen onder woorden wordt gebracht, duidt erop dat de Thessalonicenzen wilden weten wanneer Christus zou terugkeren en — we zullen hen het voordeel van de twijfel geven — dat was niet alleen maar nieuwsgierigheid. Ze wilden dat weten omdat ze geloofden dat het hun de juiste motivatie zou geven om zichzelf gereed te maken. Maar Paulus' antwoord laat zien dat hij het niet wist, en bovendien had hij hun reeds doorgegeven wat Christus Zelf zei, dat alleen de Vader weet wanneer die tijd aanbreekt. Nadat hij dat heeft gezegd, gaat hij verder door hen in essentie het volgende te zeggen: "Wees waakzaam." "Laat u niet misleiden." "Ga niet op uw lauweren rusten."

Vaak vergelijkt de Schrift de dag des Heren en Christus' komst met een vrouw op alledag. Evenals de aanstaande geboorte van een baby, zijn er tekenen van Christus' wederkomst in het nieuws. We hebben hier een jonge vrouw die zwanger is. Het is duidelijk dat ze zwanger is. Het is in het nieuws, dus kijken we ernaar uit. We verwachten die geboorte. Zo is het ook met Christus' wederkomst. Die is in het nieuws. Ze gebruiken niet die precieze woorden, maar we zien dat geprofeteerde gebeurtenissen in vervulling gaan, en daarom is het voor wat ons betreft in het nieuws.

Maar we weten nog steeds niet de precieze tijd van Christus' wederkomst, evenals we niet de precieze tijd van de geboorte van een baby weten, zelfs al is het duidelijk dat die nabij is. Jezus gebruikt de illustratie van "een dief in de nacht" om dit punt volkomen duidelijk te maken. Er is geen enkele dief die een brief schrijft om de huiseigenaar te informeren dat hij zo en zo laat zal arriveren om wat te stelen. Nee. Wat is hier de procedure? We zorgen dat we erop voorbereid zijn dat het kan gebeuren. Nogmaals, het kan zijn dat het niet tijdens ons leven gebeurt, maar het zou kunnen en wat doen we dus? Wat is wijsheid? We bereiden ons erop voor. Zelfs al weten we niet de precieze datum van Christus' wederkomst, die zal plaatsvinden!

Iedereen bevindt zich in zekere zin op hetzelfde niveau. Dit is iets dat niemand weet, maar sommigen maken een beter gebruik van de tijd dan anderen, en zij zijn waakzamer dan anderen, en zij bereiden zich effectiever en efficiënter voor dan anderen. Dit is geheel en al een individuele reactie. Iedereen moet dit zelf doen. We kunnen ons niet verlaten op onze ouders. We kunnen ons niet verlaten op onze huwelijkspartner. We moeten de last zelf dragen, omdat onze roeping en onze relatie met Christus individueel is. Iedereen moet dit zelf doen.

We weten dat de wereld dan bezig zal zijn met eten en drinken, kopen en verkopen, planten en zaaien, trouwen en ten huwelijk geven. Dat betekent natuurlijk dat de mensen geheel gericht zijn op de normale bezigheden van het aardse leven, en Christus' komst zal hun dan ook totaal onvoorbereid overvallen.

1 Thessalonicenzen 5:4-7 Maar gij, broeders, zijt niet in de duisternis, zodat die dag u als een dief overvallen zou: 5 want gij zijt allen kinderen des lichts en kinderen des dags. Wij behoren niet aan nacht of duisternis toe; 6 laten wij dan ook niet slapen gelijk de anderen, doch wakker en nuchter zijn. 7 Want die slapen, slapen des nachts en die zich bedrinken, zijn des nachts dronken,

In deze verzen heeft deze instructie volledig betrekking op de leden van de kerk in de tijd waarin wij leven. We verkeren niet in volledige duisternis, maar tezelfdertijd is niet elk detail van Christus' wederkomst specifiek uitgezet. In het denken van ons allemaal is dus, al zijn we tot op zekere hoogte verlicht, een vaagheid in onze benadering van deze dagen, omdat niet alles precies omschreven is. God laat de dingen op die manier zweven om ervoor te zorgen dat we ons geloof toepassen en uit geloof leven terwijl deze dingen ten einde lopen.

Er zit in dit alles een niet zo subtiele waarschuwing, als we bedenken dat de vijf dwaze maagden totaal onvoorbereid waren, en daarom spoort Paulus de Thessalonicenzen aan om niet toe te laten dat de dagen der duisternis hen in slaap sussen waardoor ze volledig onvoorbereid zullen zijn. Zij en wij hebben alle reden om voorbereid te zijn, omdat God ons liefheeft en Hij geeft ons — terwijl we onderweg zijn — genoeg om ons op dat pad te houden.

Paulus weeft hier een fascinerend tapijt van symboliek, waarbij hij de woorden "licht", "dag", "duisternis", "nacht", "slaap" en "dronken" gebruikt. Licht symboliseert waarheid en waarheid zet uiteen, waardoor we het vermogen krijgen te zien, het belang van de dingen vanuit Gods standpunt te beseffen. Paulus legde een fundament en zei: "Kijk eens, Thessalonicenzen, jullie zijn verlicht. Jullie hebben een goed fundament onder u." Hij wist dat, omdat hij tot hen gepredikt had. Zij waren dus van het licht en wij zijn van het licht.

Licht is het equivalent van dag. Bedenk dat de dag de dingen duidelijk laat zien en begrip geeft. Dag is die tijdsperiode die begon toen Christus ter wereld kwam. Wij leerden dat uit de korte preek van Clyde. Hij ging in op de vierde dag van Gods herschepping van de aarde, en licht — waarheid — daagde in de persoon van Jezus Christus. Wij leven dus "in het licht" en we leven in de "dag" die dit licht heeft gebracht. Daarom laat Paulus nogmaals zien dat we voorbereid moeten zijn om de verantwoordelijkheid van deze tijdsperiode het hoofd te bieden, en dit geeft ons een schitterende gelegenheid om te blijven begrijpen en het werk te doen dat God verlangt en behouden te worden.

Duisternis en nacht zijn het tegengestelde van dag. "Nacht" symboliseert tijden van onheil, en "duisternis" mensen die door Satans misleidingen en leugens worden overheerst. Wat gebeurt er als het donker is? Dan blijf je almaar tegen dingen oplopen. Boem! Boem! Boem! Je raakt bij ongelukken betrokken en loopt veel verwondingen op. Daar gaat veel pijn mee gepaard. Nogmaals, we zien dat God dingen aan ons heeft geopenbaard, zodat we niet in duisternis verkeren en ons leven heel wat vrijer zou zijn van de dingen waar de wereld doorheen gaat, omdat wij in staat zijn te zien en de juiste keuzes te maken.

"Dronken" duidt op mensen die een onzekere, wankelende levensstijl hebben onder invloed van misleiding en bedrog, maar tevens zijn ze er zeker van dat ze weten wat er gaande is en dat ze alles onder controle hebben. Zo denken ook mensen onder invloed van alcohol. Iemand die dronken is, denkt dat zijn gevoel intenser is, terwijl zijn handelingen niets anders dan "vreemd" zijn voor hen die hem gadeslaan. Maar hij denkt dat hij alles onder controle heeft. Daarom staat er in het Oude Testament dat deze mensen zeggen: "Vrede en veiligheid." Zij zijn blind voor de omstandigheden waarin zij en de wereld verkeren. Duisternis, nacht en dronkenschap symboliseren dus redenen waarom de wereld onvoorbereid overvallen zal worden.

In duisternis verkeren symboliseert onwetend zijn en geestelijk rondzwerven, zonder duidelijk en juist vastgesteld geestelijk doel. Nogmaals, de nacht beeldt het rondzwerven van Satan uit en al het kwaad dat hij vertegenwoordigt; het laat dus de mens zien onder zijn heerschappij.

In tegenstelling daarmee zal Christus — voor gelovigen — niet in duisternis verschijnen. Hij komt niet onverwacht. Zij hebben hun denken onder controle en zodoende zijn zij waakzaam. Nogmaals terugkijkend op Mattheüs 25 en de gelijkenis van de maagden, zien we dat ze allemaal lampen hadden, zodat ze in staat waren hun weg in Satans wereld te zien.

Nu weer terug naar Paulus. Hij waarschuwt ons dat we het gereedschap hebben om op onze weg te blijven. "Laat je niet in slaap sussen." "Laat jezelf niet doelloos in dronkenschap verzanden." "Wees waakzaam." "Heb zelfbeheersing [of zelfdiscipline]." Dat is de betekenis van het woord "nuchter" in vers 6, waar staat: "Laten wij dan ook niet slapen gelijk de anderen, doch wakker en nuchter zijn [of zelfbeheersing hebben]."

We moeten onszelf niet toestaan moe te worden en gapend door het leven te gaan, of in pyjama gekleed te zijn (als u begrijpt wat ik bedoel). Daglichtgedrag betekent volledig open zijn; niets te verbergen hebben; trouw en waarachtig zijn aan het woord van God; het gedrag is oprecht.

We hebben tot zover gezien wat Paulus de Thessalonicenzen adviseerde. Was er ooit een andere gebeurtenis betrekking hebbend op andere mensen waarbij hij een aanduiding gaf dat hij meende (ongeacht de stad waarin ze woonden) dat ze in de eindtijd leefden? Als die gebeurtenis zich voordeed, waarschuwde hij die mensen dan ook, en wat adviseerde hij hen?

We hebben gezien wat hij de Thessalonicenzen adviseerde en dat was in principe: "Gebruik uw tijd zo goed mogelijk." "Laat de tijd niet door de handen glippen." Iedereen moet zijn eigen besluit nemen en moet zijn eigen koers bepalen. Niemand zal het voor u doen. En het moet worden gedaan.

Ja, er is zo'n plaats en dat is 1 Corinthiërs 7:25-31.

1 Corinthiërs 7:25-31 Voor de jongedochters heb ik geen bevel van de Here. Maar ik geef mijn mening, als iemand, die door de ontferming des Heren trouw is. 26 Ik acht dus om de bestaande nood dit goed, dat het voor een mens goed is, zo te zijn. 27 Zijt gij aan een vrouw verbonden? Zoek geen scheiding. Hebt gij geen vrouw meer? Zoek er geen. 28 Maar ook wanneer gij trouwt, dan doet gij daarmede geen kwaad, en wanneer een jongedochter trouwt, dan doet ook zij daarmede geen kwaad. Maar wèl staat zulke mensen verdrukking voor het vlees te wachten, die ik u gaarne besparen zou. 29 Dit bedoel ik, broeders: de tijd is kort. Ten slotte, laten zij, die een vrouw hebben, zijn als zonder vrouw; 30 die wenen, als weenden zij niet; die blijde zijn, als waren zij niet blijde; die kopen, als zouden zij er niets van behouden; 31 die van de wereld gebruik maken, als zouden zij haar niet ten einde toe gebruiken. Want het uiterlijk van deze wereld is bezig te verdwijnen.

De context hier — en dat moeten we allemaal kunnen onderscheiden — gaat over of men nu wel of niet moet trouwen. Paulus' reactie wordt vrij duidelijk gegeven, in de zin dat hij geloofde dat Christus' wederkomst ophanden was. Het kwam op hem over dat die werkelijk vlakbij was. Daarom was zijn advies dat ze niet zouden trouwen zodat het hun gemakkelijker zou zijn zich vastberaden geheel aan Christus te wijden.

Ik zal u hier mijn inschatting geven en die is dat we dat punt nog niet hebben bereikt. In feite hebben ze dat in Paulus' dagen nooit bereikt, maar ik wil dat u het gevoel van urgentie dat hij had, ziet. Hij wist niet wanneer Christus zou komen. Hij keek naar de tekenen der tijden waarvan hij zich bewust was en dat was me nogal wat! Hij zou er uit alle macht voor zorgen dat iedereen werkelijk door zou gaan en waakzaam zou zijn.

1 Corinthiërs werd na 2 Thessalonicenzen geschreven — feitelijk zo'n drie of vier jaar later. Hoe lang Paulus daarna nog van mening bleef dat Christus' wederkomst ophanden was, is niet bekend, maar in elke brief die ik hiervoor opsloeg, zat hij nog op dezelfde lijn van denken. Er was echter één ding dat nooit veranderde, en dat was het advies betreffende wat een christen met zijn leven zou moeten doen.

We slaan nu 1 Corinthiërs 7:23 op:

1 Corinthiërs 7:23-24 Gij zijt gekocht en betaald. Weest geen slaven van mensen. 24 Broeders, iedereen blijve voor God in die toestand, waarin hij werd geroepen.

Dat is ook vrij duidelijk. De uitspraak — "Gij zijt gekocht en betaald" — is een aanwijzing betreffende zijn visie van waarop onze verantwoordelijkheid moet zijn gericht. We hebben onze tijd en energie te danken aan Degene die ons riep, Degene die ons als Hogepriester dient en Degene met Wie wij ons leven willen doorbrengen. Daarop moet het leven van een christen zijn gericht. Dat is op Jezus Christus en de Vader en hun doel.

We slaan nu 1 Thessalonicenzen 5 op:

1 Thessalonicenzen 5:7-11 Want die slapen, slapen des nachts en die zich bedrinken, zijn des nachts dronken, 8 maar laten wij, die de dag toebehoren, nuchter zijn, toegerust met het harnas van geloof en liefde en met de helm van de hoop der zaligheid; 9 want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot het verkrijgen van zaligheid door onze Here Jezus Christus, 10 die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, tezamen met Hem zouden leven. 11 Vermaant daarom elkander en bouwt elkander op, gelijk gij dit ook doet.

Slapen is een normaal en natuurlijk gebeuren. Het heeft echter in de Bijbel negatieve bijbetekenissen, in het bijzonder binnen een context als deze, waar het duidt op inactiviteit, gecombineerd met een zich niet bewust zijn van wat er gaande is; wakker zijn, maar zich niet echt bewust zijn van de dingen om hen heen. Dit is een andere categorie mensen.

Veel spreuken leren ons dat slaap armoede teweegbrengt. Denk hier in geestelijke termen aan. Paulus waarschuwt ons dat we geen verontschuldiging hebben, en in deze context zegt hij ons dat geestelijk slapen onproductief is, waarbij men zich ook niet bewust is van wat er gaande is.

Gecombineerd met geestelijke dronkenschap, dus gedrogeerd zijn door de geestelijke wijn van deze wereld, en niet in staat zijn in een rechte lijn naar het door God gegeven doel te wandelen, zouden we dus de allerslechtste christen zijn; daarom spoort hij ons aan onze wereldse pyjama uit te trekken en de geestelijke wapenrusting van geloof, hoop en liefde aan te doen, en aan het werk te gaan. Dit betekent "kom in beweging", omdat de tijd en het leven ons ontglippen, en hij zegt ons dat we ons geloof, onze hoop en liefde moeten baseren op wie we zijn. Wij zijn de zonen van God. We zijn niet tot Gods wraak voorbestemd.

We moeten ons geloof, onze hoop en liefde baseren op Wie en Wat God is, en wat Hij voor ons heeft gedaan. Hij heeft ons geroepen tot een overvloedig leven en tot behoud. Hij heeft voor ons voorzien in de Verlosser Jezus Christus. Hij heeft ons Zijn Geest gegeven en Hij heeft in deze dingen voorzien. Wij zijn nu betrokken bij het proces, omdat we nog niet gereed zijn. Als we gereed zouden zijn, zouden we niet in het proces zitten. We zijn nog niet gereed. We zullen door al deze activiteit geen behoud voortbrengen, maar we zullen wat is bereikt in grote mate versterken.

Bijna elke brief die Paulus schreef, bevat een bepaalde mate van vermaning om voort te maken met onze medewerking met wat God in ons leven aan het uitwerken is. Al deze vermaningen worden gegeven in de verwachting dat de tijden waarin we leven vlak voor Christus' wederkomst liggen.

1 Thessalonicenzen 5:15 Ziet toe, dat niemand kwaad met kwaad vergelde, maar jaagt te allen tijde het goede na, jegens elkander en jegens allen.

Ik wil nogmaals even de gelijkenis aan het einde van Mattheüs 24 in uw gedachten terugroepen, waar de slechte slaven hun medeslaven begonnen te slaan. In vers 15 hierboven zegt Paulus niemand, bekeerd of onbekeerd, kwaad te doen. Bovendien zegt hij niet alleen jegens iedereen het goede te doen, maar zelfs dit goede na te jagen. Het Griekse dioko duidt op een intens handelen. Paulus zegt: "Span jezelf daartoe tot het uiterste in!" "Wees daarin uiterst gedisciplineerd." "Drijf jezelf voort!" Datzelfde woord kan "wegjagen" betekenen. Het kan betekenen "Zoek het vurig". Het kan betekenen "Jaag het zonder vijandigheid na". Het is gewoon een brandend verlangen om te bereiken wat de ander doet. Het kan ook in een negatieve context voorkomen en dan worden vertaald met "achtervolgen".

Wat voor evaluatie geven we God over de waarde van wat Hij in ons heeft geïnvesteerd als onze handelingen slechts bestaan uit het verlummelen van onze tijd omdat het einde nabij is? Als u enigszins bekend bent met 1 en 2 Thessalonicenzen, dan zult u weten dat er sommigen in de gemeente waren die hun baan opgaven en niet meer deden dan op hun achterste zitten om de dingen af te wachten. "Waarom zouden we zelfs werken?" was de gedachte.

Ik breng dit alleen maar naar voren omdat het in de Bijbel staat, en laten we deze mensen het voordeel van de twijfel geven dat ze bekeerd waren, desondanks konden ze dit soort beslissingen nemen. De mogelijkheid een verkeerde keus te doen is dus aanwezig, maar met het soort instructie dat Paulus geeft, worden we omgeven door een grote hoeveelheid getuigenis over wat onze benadering zou moeten zijn.

Ik neem u nu mee naar een ander stel bekende verzen uit het boek Romeinen. We gingen van 1 Thessalonicenzen naar 1 Corinthiërs en nu naar Romeinen 13. We zullen alweer zien dat Paulus' denken met betrekking tot de Romeinen precies hetzelfde was als jegens anderen.

Romeinen 13:10 De liefde doet de naaste geen kwaad; daarom is de liefde de vervulling der wet.

Denk opnieuw aan die gelijkenis in Mattheüs 24:45-51. "De liefde doet de naaste geen kwaad", en we hebben geen naasten die ons nader staan dan onze medegemeenteleden in de kerk.

Romeinen 13:10-14 De liefde doet de naaste geen kwaad; daarom is de liefde de vervulling der wet. 11 Gij verstaat immers de tijd wel, [Het is interessant dat hij dit zegt binnen deze context.] dat het thans voor u de ure is om uit de slaap te ontwaken. Want het heil is ons nu meer nabij, dan toen wij tot het geloof kwamen. 12 De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen des lichts! 13 Laten wij, als bij lichte dag, eerbaar wandelen, niet in brasserijen en drinkgelagen, niet in wellust en losbandigheid, niet in twist en nijd! 14 Maar doet de Here Jezus Christus aan en wijdt geen zorg aan het vlees, zodat begeerten worden opgewekt.

Het boek Romeinen is ergens tussen 56 en 58 n.Chr. geschreven. In vers 12 wordt ons evenals in Thessalonicenzen gezegd "af te leggen" en "aan te doen". Het is interessant dat hij een iets ander woord gebruikte, niet gewoon "uittrekken", maar een woord dat ook de betekenis in zich heeft van "afwerpen". Het is een heel gedecideerd woord en het is het woord dat ook vertaald wordt als "excommuniceren" zoals iemand buiten de gemeente of de synagoge zetten. Hij veranderde woorden, maar de betekenis is hetzelfde. Soms was het woord scherper dan andere keren, maar hier is het een scherp woord. "Excommuniceer." "Werp af."

Daarna zegt hij "Doe aan." Dit wordt of letterlijk gebruikt in de betekenis van aantrekken of kleden, maar metaforisch, zoals in dit vers, in een praktische, geestelijke toepassing, betekent het dat we moeten ophouden met zondigen en in plaats daarvan daden van gerechtigheid doen. Dat is de samenvatting ervan. In deze context, die opnieuw een strekking van tijd in zich heeft, zegt het ons: "De tijd is bijna voorbij. Haast je! Verander je smerige, zondige levensstijl in nieuw, zuiver, rechtvaardig gedrag in de ogen van God." Dat is de parafrase.

Laten we naar een ander boek gaan, naar Hebreeën 12:12-15. Het boek Hebreeën werd in de midden 60-er jaren n.Chr. geschreven. In ieder geval wordt dat gespeculeerd op basis van het veelvuldige gebruik van de tegenwoordige tijd van verwijzingen naar handelingen in de tempel. Alle handelingen in de tempel kwamen in 70 n.Chr. tot een einde; wanneer dit boek dan ook werd geschreven, er zijn veelvuldige aanwijzingen dat de tempel nog steeds in functie was. Paulus stierf waarschijnlijk rond 66 n.Chr. de martelaarsdood en daarom denkt men dat Hebreeën vlak voor die tijd geschreven werd. Hier zijn we dus aangekomen in een tijd vlak voor de dood van de apostel, en wat zegt hij de christenen te doen?

Let erop dat Paulus niet zegt: "De tijd is bijna voorbij en u bent op dit moment in een niet al te goede conditie. Probeer dus maar niet gezond te worden. Probeer niet uw lichaam echt te versterken om voorwaarts te kunnen gaan." Nee, hij zei hen: "Doe het!"

Hebreeën 12:12-15 Heft dan de slappe handen op en strekt de knikkende knieën, 13 en maakt een recht spoor met uw voeten, opdat hetgeen kreupel is niet uit het lid gerake, doch veeleer geneze. 14 Jaagt naar vrede [Drijf uzelf daartoe aan! Haast u daarheen! Storm daarop af!] met allen en naar de heiliging, zonder welke niemand de Here zal zien. 15 Ziet daarbij toe, dat niemand verachtere van de genade Gods, dat er geen bittere wortel opschiete en verwarring stichte, en daardoor zeer velen zouden besmet worden.

In deze paar verzen spoort Paulus deze mensen aan "alsof er geen morgen meer komt". Misschien voelde hij de nabijheid van zijn eigen dood en voegde dat een urgentie aan deze dingen toe. Ik weet het niet, maar zijn zorg voor de gemeente was van dien aard dat hij wilde dat ze dezelfde instelling hadden als hij, dat ze de urgentie voelden om het beste gebruik van hun tijd te maken.

Het woord "heffen" in vers 12 betekent "versterken". Het woord "hand" gaat ermee samen, iets dat ingebouwd is — een instrument om mee te werken. "Sterk uw handen zodat u kunt werken" is een van de gevolgtrekkingen die we eruit kunnen opmaken. Paulus spoort ons feitelijk aan ze te oefenen, zodat ze weer goed gezond worden.

Waarom, gemeente, zeggen de mensen dat de strijd bijna voorbij is? Paulus keek er niet naar alsof de strijd voorbij was, zelfs al zei hij in 2 Timotheüs dat er een kroon voor hem was weggelegd. Hij voelde zich er zeker van dat hij in het Koninkrijk van God zou zijn, maar hij ging het niet kalmer aan doen. Hij bleef gewoon doorgaan en hij liet niet na zijn medebroeders aan te sporen om door te gaan, omdat hij ook hen liefhad. U kunt er zeker van zijn dat hij net als iedereen het gevoel had om tot rust te willen komen en het kalmer aan te gaan doen. Ik ben er zeker van dat hij tijden had waarin hij zich voor korte tijd ontspande, maar hij ging daarna weer van start om verder te gaan.

Het wordt aangenomen dat de apostel Paulus misschien halverwege de zestig was toen hij de martelaarsdood stierf, en hij noemde zichzelf "Paulus, de oude". Hij was niet echt oud, maar ik denk dat ik u kan garanderen dat hij bekaf was van de inspanningen die samengingen met zichzelf geven aan Degene die zijn eigenaar was. Zo werkelijk was Christus voor hem, en zo voelde hij zich in relatie met Degene die zijn eigenaar was, dat hij Hem dat schuldig was, omdat alles wat Christus voor hem was, het enige was dat in het leven waardevol was. We zullen daar straks verder op ingaan.

In vers 13 spoort hij ons aan onszelf niet toe te staan om afgeleid te worden. De term "jagen" in vers 14 betekent "streef om te bereiken", of nog beter "span u in alle opzichten in om vrede tot stand te brengen". Laten we hier nogmaals die gelijkenis uit Mattheüs 24:45-51 bij betrekken, waar wordt gezegd dat de ontrouwe slaven hun medeslaven gingen slaan. Paulus zegt: "Maak vrede." Laat u de vrede niet ontglippen.

Tenslotte, voor ons doel van vandaag, gaat hij in vers 15 verder om hen sterk te beïnvloeden door hen te zeggen: "Ziet toe, opdat niemand verachtere [tekort schiet]." Hij doet met alles wat hij in zich heeft, een beroep op hen om door te gaan. Waarom zou hij, als de tijd dus bijna voorbij was, zo sterk aandringen? "We hebben volop tijd om te overwinnen en te groeien."

Ik denk dat de werkelijkheid van de zaak voor hem was dat of Christus' wederkomst nu ophanden was of nog duizend jaar weg, het doel zo groot en verheven was dat er geen tijd te verliezen viel, omdat, gemeente, we morgen zouden kunnen sterven.

Efeziërs is een van de brieven uit de gevangenis en werd dus waarschijnlijk tussen 62 en 63 n.Chr. geschreven.

Efeziërs 5:14-17 Daarom heet het: Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten. 15 Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt, niet als onwijzen, doch als wijzen, 16 u de gelegenheid ten nutte makende, want de dagen zijn kwaad. 17 Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de wil des Heren is.

Ik wil een relatie leggen met een schriftgedeelte uit het Oude Testament in Jesaja 60:1-2.

Jesaja 60:1-2 Sta op, word verlicht, want uw licht komt en de heerlijkheid des HEREN gaat over u op. 2 Want zie, duisternis zal de aarde bedekken en donkerheid de natiën, maar over u zal de HERE opgaan en zijn heerlijkheid zal over u gezien worden.

Gemeente, ik twijfel er persoonlijk in geen enkel opzicht aan dat de apostel Paulus aan dit schriftgedeelte dacht, toen hij dit in Efeziërs 5, de verzen 14 tot 16, schreef. Er is verschil. Jesaja 60:1-2 gaat over de opstanding uit de doden. In Efeziërs 5:14-16, waar hij zegt: "Ontwaakt, gij die slaapt", zijn deze mensen zich aan het voorbereiden op de opstanding uit de doden.

Er is een relatie tussen beide, maar hij brengt de metafoors samen, zodat we kunnen zien, gemeente, dat als we slapen, we uit die slaap opgewekt moeten worden en onze ogen moeten openen voor het licht van de werkelijkheid, de waarheid van God, en deze de leiding laten zijn die we nodig hebben om van die opstanding deel uit te gaan maken.

Hij spoort deze mensen aan wakker te worden, hun verantwoordelijkheden jegens God na te komen en dat snel te doen. Hij zegt: "Benut elke gelegenheid die zich in de overblijvende tijd voordoet op de beste manier. Houd uw leven gericht op datgene wat er voor Gods doel werkelijk toe doet."

We slaan nu Colossenzen 4:5 op. De brief aan de Colossenzen is een brief vanuit de gevangenis die in ongeveer dezelfde tijd geschreven werd als de brief aan de Efeziërs. Hier zegt Paulus het volgende:

Colossenzen 4:5 Gedraagt u als wijzen ten opzichte van hen die buiten staan, maakt u de gelegenheid ten nutte.

Nogmaals, hij zegt hun in de context van de tijden de tijd op de allerbeste manier te benutten.

Kunnen we ergens lezen hoe de apostel Paulus zichzelf als voorbeeld gebruikte, hoe hij zijn leven leidde in samenhang met de tijd? Er zijn diverse plaatsen waar dit mogelijk is, maar we zullen de meest voor de hand liggende opslaan. Dat is 1 Corinthiërs 9. Paulus liet zich in zijn leven leiden door dezelfde dingen die hij andere mensen aanraadde te doen. Bedenk dat we in hoofdstuk 7 waren toen hij zei dat de tijd nabij is, dat die zo slecht was om zelfs niet te trouwen.

1 Corinthiërs 9:24-27 Weet gij niet, dat zij, die in de renbaan lopen, allen wel lopen, doch dat slechts één de prijs kan ontvangen? Loopt dan zó, dat gij die behaalt! 25 En al wie aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles; zij om een vergankelijke erekrans te verkrijgen, wij om een onvergankelijke. 26 Ik loop dan ook niet maar in den blinde [Hij zegt dat hij niet gewoon maar wat aanrommelt.] en ik ben geen vuistvechter, [Alweer een krachtig woord dat duidt op streven naar.] die zo maar in de lucht slaat. [Paulus gebruikt hier beeldspraak. Zijn woorden betekenen "Ik ben geen schaduwbokser."] 27 Neen, ik tuchtig mijn lichaam en houd het in bedwang, om niet, na anderen gepredikt te hebben, wellicht zelf afgewezen te worden.

Hier zijn we dus in dezelfde periode als in hoofdstuk 7. Hij schreef dit in de late 50-er jaren. Hij was zo'n twintig jaar geleden tot bekering gekomen. Hij had, zoals we zouden kunnen zeggen, het vanaf de tijd van zijn bekering "allemaal al gezien", en hij doet het in geen enkel opzicht rustiger aan, zelfs al nadert hij naar zijn eigen woorden de leeftijd van een bejaarde.

Aan het begin van vers 23 zegt hij: "Ik doe alles omwille van het evangelie." Alles in zijn leven draaide nu om datgene waartoe hij geroepen was. Hij deed alles omwille van het evangelie. Hij is een geweldig voorbeeld voor ons allemaal! Er zijn vrij sterke aanwijzingen op basis van de plaatsen waar hij erop zinspeelde, dat de apostel Paulus nooit een goede gezondheid bezat.

Ik heb speculaties van mensen gezien, meestal in gefingeerde verhalen over zijn leven die diverse dingen aan de Schrift ontlenen, waarin hij onveranderlijk wordt afgebeeld als een klein iemand, zelfs vrij tenger, en met slechte ogen zodat hij nauwelijks kon zien. In feite is het nogal duidelijk dat hij zijn brieven niet letterlijk schreef. Er is een brief waarin hij zegt dat hij een gedeelte "met eigen hand" schreef, maar dat zou best een hele opgave voor hem geweest kunnen zijn.

Hij had een "doorn in het vlees" — wat dat ook maar geweest mag zijn. Het was iets dat hem voortdurend in verzwakte toestand hield, zodat hij waarschijnlijk elke dag God moest aanroepen voor de kracht die hij nodig had om door te gaan. En toch zegt hij hier dat hij uit alle macht ernaar jaagt. Wie weet? Misschien had hij wel elke dag migraine-aanvallen en er was toen geen Aspirine, Paracetamol, Final — niets van wat wij bij de drogisterij om de hoek kunnen kopen om het te verlichten. Ik weet dat niet, maar we weten dat hun technologie en farmaceutica niet zo vergevorderd waren als nu in onze tijd. Waarschijnlijk waren die ook niet zo dodelijk.

Maar zij hadden niet de beschikking tot verlichting van deze pijnen, en dit is het type man dat God had geroepen om Hem te verheerlijken, en dit is de man die schreef: "Mijn God zal in al onze behoeften naar Zijn rijkdom heerlijk voorzien, in Christus Jezus." Hij kon dat vol vertrouwen zeggen, omdat God dat voor hem had gedaan — misschien wel elke dag voor zijn fysieke conditie. Hoe vaak hebben wij het heel zwaar, kunnen we 's morgens amper uit bed komen, en in plaats van naar het werk te gaan, kunnen we slechts moeizaam vooruitkomen.

Ik probeer niemand te vernederen in wat ik zeg. Het is gewoon de menselijke natuur om zulke dingen te doen, en Paulus wilde niet accepteren wat de menselijke natuur hem had toebedeeld, maar hij daagde dat in zijn leven voortdurende uit door in gebed tot God om hulp te vragen. Als u hieraan toevoegt wat ik zei dat Paulus in 2 Corinthiërs zei over al die dingen die hij moest ondergaan — de stokslagen die hij kreeg, de keer dat hij voor dood werd achtergelaten en waarschijnlijk echt dood was, maar die ene keer uit de dood werd opgewekt — heeft hij er volledig het recht toe ons te zeggen hoe het te doen. Dat recht verkrijgt hij door zijn eigen ervaringen, wetende dat God het voor hem had gedaan.

In vers 25 zegt hij ons zelfbeheersing toe te passen en dat we ons moeten toeleggen op de bevordering van ons geestelijk leven op de manier van iemand die betrokken is bij een wedstrijd en daarin meedoet om de prijs te winnen.

Het is interessant dat hij zegt: "Ik tuchtig mijn lichaam en houd het in bedwang." Dat betekent letterlijk: "Ik bezorg mezelf een blauw oog." Het betreft een zichzelf iets aandoen. Hij laat ons gewoon zien hoe onvermoeibaar hij was om zichzelf onder controle te houden om te doen wat hij vond dat nodig was om God te behagen en te verheerlijken.

We gaan nu naar Filippenzen 3:7. De brief aan de Filippenzen is de derde van zijn gevangenisbrieven. Hij werd omstreeks 62-64 n.Chr. geschreven.

Filippenzen 3:7-17 Maar alles wat mij winst was, heb ik om Christus’ wil schade geacht. 8 Voorzeker, ik acht zelfs alles schade, omdat de kennis van Christus Jezus, mijn Here, dat alles te boven gaat. Om zijnentwil heb ik dit alles prijsgegeven en houd het voor vuilnis, opdat ik Christus moge winnen, 9 en in Hem moge blijken niet een eigen gerechtigheid, uit de wet, te bezitten, maar de gerechtigheid door het geloof in Christus, welke uit God is op de grond van het geloof. 10 (Dit alles) om Hem te kennen en de kracht zijner opstanding en de gemeenschap aan zijn lijden, of ik, aan zijn dood gelijkvormig wordende, 11 zou mogen komen tot de opstanding uit de doden. 12 Niet, dat ik het reeds zou verkregen hebben of reeds volmaakt zou zijn, maar ik jaag ernaar, of ik het ook grijpen mocht, omdat ík ook door Christus Jezus gegrepen ben. 13 Broeders, ik voor mij acht niet, dat ik het reeds gegrepen heb, 14 maar één ding (doe ik): vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus. 15 Laten wij dan allen, die volmaakt zijn, aldus gezind zijn. En indien gij op enig punt anders gezind zijt, God zal u ook dat openbaren; 16 maar hetgeen wij bereikt hebben, in dat spoor dan ook verder! 17 Weest allen mijn navolgers, broeders, en ziet op hen, die evenzo wandelen, gelijk gij ons tot voorbeeld hebt.

Nogmaals, hij maakt het ruimschoots voldoende duidelijk dat zijn leven voor zijn bekering voor wat hem betreft absoluut nutteloos was in termen van behoud. Hij bedoelt niet dat de dingen die hij noemde slecht waren. In feite waren het gaven van God, maar voor zover het behoud betrof hielpen ze hem in geen enkel opzicht. Ze hadden zelfs heel gevaarlijk kunnen zijn, afhankelijk van hoe Paulus ze waardeerde.

Hetzelfde geldt voor ons leven voor onze bekering, inclusief onze baan, onze opleiding, ons gezinsleven; we zouden dat onze "stamboom" kunnen noemen. Een jong iemand die opgroeit in de kerk en een redelijk goede christelijke opvoeding krijgt en een redelijk goed gezinsleven ervaart, kan tot de ontdekking komen dat dit ondanks dat het een zegen is, toch een lastig te hanteren nadeel kan zijn als hij voor zijn behoud daarop vertrouwt.

Paulus noemde de relatieve geestelijke waarde van die dingen "vuilnis". In termen van behoud liet hij die dingen achter zich en ging onverbiddelijk verder op weg naar de opstanding op basis van zijn leven in Christus, omdat dat nu het enige was dat er toe deed.

Paulus geeft ons hier in de verzen 12 en 13 feitelijk een formule voor succes. We zien hier zijn gemoedsgesteldheid. Hij voelde zich niet alsof hij het reeds had gemaakt. Hij bleef doorgaan, zich almaar voortdrijvend. Hij zei: "Maar één ding doe ik." Hij concentreerde zich op één doel en dat was de prijs van de verheven roeping in Christus Jezus. Dit verlangde van hem dat hij zijn verleden niet langer als iets van wezenlijk belang beschouwde.

In vers 14 geeft hij de volgende stap. Hij stond zichzelf niet toe de prijs uit het oog te verliezen. Hij hield zijn oog, ondanks de opofferingen die daarmee gepaard gingen, op het doel gericht. Hij spoort ons daarna aan zijn voorbeeld te volgen, zodat ook wij het leven met elkaar in het Koninkrijk kunnen delen. Er zijn ongetwijfeld veel dingen die we zouden kunnen aanwijzen als de drijfveren van Paulus, zodat hij eerlijk kon zeggen dat hij harder werkte dan zij allen, zoals hij dat in 1 Corinthiërs aangeeft.

Weet u dat Paulus zelf het antwoord geeft op wat die dingen waren? Dat werd iets na 1 Corinthiërs geschreven, in feite slechts enkele maanden later.

2 Corinthiërs 5:11-12 Daar wij dan weten, hoezeer de Here te vrezen is, trachten wij de mensen te overtuigen; voor God echter is ons bedoelen openbaar en, naar ik hoop, is het ook in uw geweten openbaar. 12 Wij prijzen ons niet opnieuw bij u aan, maar wij geven u gelegenheid tot roem over ons, opdat gij niet verlegen staat tegenover hen, die roem zoeken door uiterlijkheden, maar niet door het hart.

Er was in de gemeente te Corinthe een controverse gaande en er waren leden die werkelijk op Paulus neerkeken, vandaar dat hij schreef aan hen die niet op hem neerkeken om hen te bemoedigen.

2 Corinthiërs 5:13-15 Want hetzij wij in geestvervoering kwamen [Statenvertaling: uitzinnig zijn], het was in dienst van God, hetzij wij nuchter van zin zijn, het is ter wille van u. 14 Want de liefde van Christus dringt ons, 15 daar wij tot het inzicht gekomen zijn, dat één voor allen gestorven is. Dus zijn zij allen gestorven. En voor allen is Hij gestorven, opdat zij, die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem, die voor hen gestorven is en opgewekt.

Paulus zegt hier wat hem voortdreef. Dat was de liefde van Christus. Het woord "dringt" in vers 14 betekent "onder controle staan van", "aansporen", "aanzetten", "duwen", "aandrijven". Dat woord duidt op interne motivatie voor de handeling die men aan de buitenkant ziet. Het was de liefde van Christus die hem aandreef. Let op wat ik zei. Het was de liefde van Christus. Het was niet slechts liefde voor Christus. Het was iets meer dan dat. Het was de liefde van Christus. Dit is een liefde die begon bij de Vader, die op Zijn beurt de Zoon gaf. De Zoon gaf uit liefde Zichzelf.

Ons wordt de liefde van God gegeven door de Heilige Geest en zodoende worden we in staat gesteld de liefde terug te geven door onszelf aan Hen te onderwerpen. Met andere woorden Paulus stelde wat Christus voor hem had gedaan en in hem en door hem bleef doen, zo op prijs dat hij vond dat hij als tegenprestatie niet genoeg kon doen, daarom dreef hij zich voortdurend aan om zoveel te doen als hem mogelijk was. Ja, hij had Christus lief, maar hij schreef die liefde en die aandrijfkracht toe aan de gave die God hem gegeven had.

Ik breng deze dingen onder uw aandacht, gemeente, omdat wij dezelfde gave hebben, maar maken wij daar gebruik van? Stellen wij Christus werkelijk zo op prijs dat we in staat zijn ons evenals de apostel Paulus zonder enig voorbehoud aan Hem te geven, waarbij we God elke dag vragen in onze behoefte te voorzien om Hem de liefde terug te geven die door Christus van Hem naar ons uitging, in ons kwam en dan weer naar Hem terug? Het was een liefhebbende waardering. Het was een tot volle ontwikkeling gekomen liefhebbende dankbaarheid die hem aandreef, die in hem een liefhebbende verplichting tot stand bracht om te voldoen aan elke eis die zich in het tegemoetkomen aan zijn verantwoordelijkheid maar zou aandienen, ongeacht de opoffering die ermee gepaard zou gaan. Gemeente, dit is iets dat we allemaal aan God moeten vragen in ons tot ontwikkeling te brengen, en als dat eenmaal in ons tot stand is gekomen dan zullen we geen twijfel hebben dat we aan de opstanding deel zullen hebben.

Samengevat, we zagen in Paulus' brieven dat hij er helemaal voor ging om zich zonder enig voorbehoud aan zijn roeping te wijden, ongeacht of hij nu dacht dat de tijd lang of kort zou zijn. Hij spoort ons vervolgens aan hetzelfde te doen, omdat wij de tijd van Christus' wederkomst niet kennen. Hij spoort ons ook aan, omdat het doel zo groot en verheven is, dat het het beste is geen enkel risico te nemen dat we er ook maar iets van zouden kunnen verliezen. Als we Paulus' advies opvolgen, zullen we niet iemand zijn die de mededienstknechten slaat. We zullen niet iemand zijn wiens lamp leeg is. We zullen voorbereid zijn.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)