Mozes, de knecht van God

Door John W. Ritenbaugh
16 oktober 2008

Samenvatting: (toon)

John Ritenbaugh richt zich op de opmerkelijke prestaties van en de eer toebedeeld aan Gods knecht Mozes, die immense wereldlijke eer en roem opofferde om een knecht van God te worden, waarmee hij echt dienend leiderschap in actie liet zien. De grootheid van een natie hangt af van haar ontvankelijkheid voor Gods predikers. Als een prediker zijn verantwoordelijkheden niet nakomt gaat de natie naar de knoppen. Al was Mozes hoog opgeleid, toch was hij heel nederig en zachtmoedig, waardoor hij voortdurend naar God ging voor ondersteuning en kracht. God beveelt Mozes aan wegens zijn betrouwbaarheid en trouw door hem in gunstige zin te vergelijken met Jezus Christus, die in alles wat Hij deed de Vader behaagde. Wij moeten Mozes nadoen, trouw zijn in het gebruik van de gaven die God ons heeft toebedeeld. Nadat hij uit Egypte was gevlucht, leerde hij nederig, bedachtzaam en wijs te zijn terwijl hij in Midian schapen hoedde. De combinatie van al zijn levenservaringen bereidde hem erop voor een opstandig, klagend slavenvolk te leiden. Evenals God Mozes, David en Jeremia vanaf de moederschoot kende, heeft God ook ons voorbestemd voor een unieke roeping. Zoals gezien kan worden in de gecompliceerdheid van een blauwdruk of schematische tekening ontsnapt geen enkel detail van Gods schepping aan Zijn aandacht. Wij moeten Mozes in zijn trouw navolgen, ons best doen met wat God ons gegeven heeft, bedenkend dat de weg naar leiderschap begint met nederigheid en onderworpenheid, feitelijk slaaf zijn van God. Zoals God voortdurend Mozes in staat stelde te doen wat hij moest doen, zo zal God ook ons, zolang we trouw blijven, altijd voorzien van wat we nodig hebben om te slagen.


Ik ga verder met de serie over Deuteronomium door vandaag de aandacht te richten op de man die God gebruikte om dit boek te schrijven en het aan ons door te geven, zodat wij iets van zijn voorbeeld kunnen leren, waardoor we hopelijk beter voorbereid zullen worden op het Koninkrijk van God dan we dat ooit zonder dat boek zouden zijn. Laat me u zeggen, Mozes was een man van formaat.

Deuteronomium 34:5 Toen stierf Mozes, de knecht des HEREN, aldaar in het land Moab, volgens des HEREN woord.

We gaan beginnen met het einde van zijn leven en we zullen van hieruit uiteindelijk komen bij het belangrijke woord "knecht". Hij wordt "Gods knecht", "Mijn knecht", "de knecht des Heren" genoemd als iemand anders hem beschrijft. Dit woord "knecht" wordt meer op hem toegepast dan op iemand anders uit de Bijbel, inclusief Jezus.

Het Hebreeuwse werkwoord waarvan "knecht" is afgeleid betekent "werken". Het Nederlandse woord duidt op iemand die onderwerping laat zien ten opzichte van iemand anders en deze onderwerping komt gewoonlijk tot uitdrukking in het werk dat die persoon doet — niet noodzakelijkerwijs met woorden, maar meestal in zijn activiteiten. Het gedrag van zijn leven bepaalt zijn onderwerping. Het woord duidt gewoonlijk op iemand van laag niveau, die in dienst is genomen om zijn meester in zijn werk bij te staan. Op die manier definieerde dit woord de relatie van Mozes met God. In werkelijkheid was Mozes in het geheel niet iemand van laag niveau, maar desondanks past het nauwkeurig bij Mozes als iemand aan wie een grote mate van eer verschuldigd is, omdat het zijn van een knecht des Heren een heel eervolle positie is, en zijn eer is zeker iets wat in heel passende bewoordingen tot uiting zou moeten komen.

In Hebreeën 11 worden al de beroemde persoonlijkheden uit de Bijbel vermeld, tezamen met de dingen die ze deden.

Hebreeën 11:24-28 Door het geloof heeft Mozes, volwassen geworden, geweigerd door te gaan voor een zoon van Farao’s dochter, 25 maar hij heeft liever met het volk Gods kwaad verdragen, dan tijdelijk van de zonde te genieten; 26 en hij heeft de smaad van Christus groter rijkdom geacht dan de schatten van Egypte, want hij hield de blik gericht op de vergelding. 27 Door het geloof heeft hij Egypte verlaten, zonder de toorn des konings te duchten. Want hij bleef standvastig, als ziende de Onzienlijke. 28 Door het geloof heeft hij het Pascha gehouden en het bloed doen aanbrengen, opdat de verderver hun eerstgeborenen niet zou aanraken.

In deze tijd spreken we over mensen die hun leven aan de Heer hebben gegeven, maar Mozes steekt in dit opzicht in de omstandigheden en in de mate waarin hij dat deed, ver uit boven wie dan ook, zodat praktisch niemand met hem kan vergeleken worden. Knechten worden in deze wereld vaak beschouwd als onbelangrijk, maar hier in deze verzen gaan we enig zicht krijgen op de categorie waarin Mozes thuishoort. Voor hen die zulke dingen als onderdeel van hun levenswerk nauwgezet onderzoeken, beschrijven deze verzen de significante, geestelijk meest belangrijke handelingen van een man die naar hun inschatting, voor zover hun dat mogelijk is, veel meer opgaf en opofferde dan iemand anders in de Bijbel teneinde, zoals we dat dan zullen noemen, een knecht van God te worden.

Van hier gaan we naar het boek Handelingen en lezen daar een aantal verzen uit hoofdstuk 7. De spreker is Stefanus en hij vertelt de mensen iets over het handelen van God en hierin komt ook een stuk geschiedenis van Israël en hun relatie met God aan de orde.

Handelingen 7:20-22 Te dien tijde werd Mozes geboren en hij was schoon voor God; drie maanden werd hij opgevoed in zijns vaders huis. 21 En toen hij te vondeling was gelegd, nam de dochter van Farao hem aan en liet hem als haar eigen zoon opvoeden. 22 En Mozes werd onderwezen in alle wijsheid der Egyptenaren en was machtig in zijn woorden en werken.

Vanaf het allereerste begin van zijn leven liet hij op allerlei manieren zien een echte "persoonlijkheid" te zijn — in veel opzichten en op veel gebieden van het leven een buitengewoon leider. De ervaringen die hij had zijn voorbeelden om van te leren.

Tot op zekere hoogte is iedereen een leider. Dat is één reden dat we vanuit dit opzicht naar het leven van deze man moeten kijken. Dit is een feit dat nooit als niet ter zake doend terzijde moet worden geschoven. Zelfs al vindt u dat u nu geen leider bent, Gods roeping hangt ermee samen dat u een leider wordt. Maar wees er alstublieft van overtuigd dat u reeds een leider bent. U neemt afstand van de wereld en dat is leiderschap in actie. Er zijn er niet veel die u in deze tijd volgen, maar desondanks is het een stap in dezelfde richting als waarin Mozes ook eens moest gaan.

Op iedere manier waarop we Mozes kunnen beoordelen, was hij een groot leider. Er bestaan veel soorten leiderschap. Enkele soorten die we zouden kunnen noemen zijn de volgende: onderdanig leiderschap, realistisch leiderschap, standvastig leiderschap, opofferend leiderschap, kwetsbaar leiderschap, moedig en doortastend leiderschap. De Bijbel laat zien dat hij op elk van die gebieden deze kwaliteiten gebruikt als knecht van God. Ik ben in ieder geval van mening dat Mozes iemand was die praktisch op elk gebied heel goed begiftigd was, iemand die zo veelzijdig was dat we zo iemand waarschijnlijk nooit zullen tegenkomen. Zelfs als we hem vergelijken met zulke andere opmerkelijke bijbelse leiders als Henoch, Noach, Abraham, Jozef of David, dan steekt Mozes er — zoals we in het verdere verloop van de preek zullen zien — met kop en schouder bovenuit.

Ik heb diverse keren tot uitdrukking gebracht dat op lange termijn in de geschiedenis de belangrijkste mensen in de gemeenschap de predikers zijn, niet de koningen. Mijn autoriteit voor deze uitspraak is gebaseerd op de Bijbel. Wie zond God altijd om de dingen weer op het juiste spoor te zetten? Dat waren de predikers, of zoals we in het Oude Testament zouden zeggen, de profeten. Dat is de manier die God heeft gekozen om de dingen uit te voeren. Hij laat zien dat het belangrijkste gebied van het leven en het succes in het leven voor een individuele persoon (en ook voor de natie) ligt in de inhoud van hun morele opvattingen en hoe die dingen tot uiting komen in het dagelijks leven. De grootheid van een natie wordt dus bepaald door haar gedrag in relatie met God en Zijn standaards.

De vaandeldragers van de gemeenschap — degenen die door God altijd worden gebruikt om Zijn boodschap over te brengen en de standaards die het gedrag van de natie vaststellen — zijn de predikers, ongeacht de rang die men hen zou willen toekennen. Ik ga hierop in omdat Mozes een prediker was, die ook profeet werd genoemd. In deze tijd zou hij een prediker zijn. Het kan zijn dat men hem een andere rang toekende, maar er bestaat geen twijfel aan dat hij een prediker was.

God gebruikte een prediker om de natie op te richten en daarna vielen de andere functies op hun plaats. Maar om Israël op de juiste basis van start te doen gaan, met de juiste standaard voor moreel en geestelijk gedrag, gebruikte Hij een prediker, geen koning. God deed dus geen groot militair leider, geen groot politiek leider, opstaan. Hij deed een prediker opstaan en dat was het begin van dat principe dat vaststelt wat ik u zojuist heb gezegd.

De prediker draagt de grootste verantwoordelijkheid, niet alleen om de boodschap over te brengen, maar ook om ernaar te leven. Hij is iemand die luidkeels roept en die niemand ontziet om Gods geestelijke en morele standaards bij de mensen in gedachten te doen houden, omdat, zoals we door de preken leren, we ontzettend gemakkelijk vergeten. Israël laat dat zien. Richard ging daar in zijn preek op in. Als een prediker tekortschiet in het uitvoeren van deze verantwoordelijkheid, gaat het met de natie bergafwaarts.

Al weer heel wat tijd geleden, omstreeks 1930, begonnen de predikers in de Verenigde Staten van Amerika hun autoriteit over het morele gedrag van het volk stapje voor stapje op te geven, zodat ze nu, in veel gevallen, niets meer zijn dan een sociale organisatie die op zondag bijeenkomt waar ook nog enige religie bij komt kijken. Zij belasten in het algemeen de mensen niet met hun verantwoordelijkheden — de verantwoordelijkheid die zij hebben jegens God.

We gaan nu naar Deuteronomium 34.

Deuteronomium 34:5 Toen stierf Mozes, de knecht des HEREN, aldaar in het land Moab, volgens des HEREN woord.

Deuteronomium 34:10-12 Zoals Mozes, dien de HERE gekend heeft van aangezicht tot aangezicht, is er in Israël geen profeet meer opgestaan — 11 getuige al de tekenen en wonderen, die de HERE hem heeft opgedragen te doen in het land Egypte aan Farao, aan al zijn hovelingen en aan zijn gehele land, 12 en getuige al het machtsbetoon en al de schrikwekkende, grote daden, die Mozes ten aanschouwen van geheel Israël gewrocht heeft.

Deze beschrijvingen duiden op een opmerkelijk leider die een uitzonderlijk intieme relatie met God had, niet slechts als knecht, maar ook als vriend. Dat hij zijn verantwoordelijkheden goed uitvoerde, wordt duidelijk als we verder zouden lezen. Hij werd de profeet waartegen alle anderen worden afgemeten. Daarbij sluiten we Christus uit. We hebben het alleen over de profeten die God — op Jezus Christus na — aanstelde.

Zijn uniek-zijn komt levendig naar voren in de veelomvattende, hoog niveau combinatie en moeilijkheid van de verantwoordelijkheden die God hem ter uitvoering had opgelegd. In menselijk opzicht was hij de stichter van een nieuwe natie die bijna geheel bestond uit weerspannige ex-slaven. Hij was de eerste minister, de leidende wetgever, de opperrechter van de hoge raad allemaal in één persoon. Daarnaast was hij iemand met een eminent karakter. Hij was veel beter dan alleen maar capabel.

Hij voerde deze zware verantwoordelijkheden uit met een ongebruikelijk rechtschapen karakter, dat zelden onder menselijke leiders wordt gevonden die op zo'n hoog niveau functioneren en die onder zulke omstandigheden in de meeste gevallen niet meer doen dan een opgeblazen ego tevredenstellen. Mozes schijnt bijna geen ego te hebben gehad, wat werkelijk ongewoon is.

Als God dit niet zou zeggen, zouden we er misschien de draak mee steken. Maar dit is God en Zijn woord is waar.

Numeri 12:3 Mozes nu was een zeer zachtmoedig man, meer dan enig mens op de aardbodem.

Hij was niet alleen zachtmoedig. Hij was zeer zachtmoedig. Wat een eerbewijs geeft God hem hier!

Deze uitspraak betekent niet dat hij geen tekortkomingen had. In tegendeel, het schijnt dat hij zich goed bewust was van zijn tekortkomingen. Misschien omdat hij zich er goed van bewust was en eerlijk was ten opzichte van zichzelf dat hij deze tekortkomingen had, hielp hem dit om zachtmoedig te worden en zich niet waardig te voelen om de relatie te blijven onderhouden die samenging met de hem opgelegde taak. Ik ben er dus zeker van dat dit hem hielp zich aan te sporen, zich te motiveren, zich voortdurend tot God te wenden voor welke hulp hij ook maar nodig had, omdat hij zich niet waardig voelde en in staat om het te doen. Het was goed dat hij die zachtmoedigheid had, maar hij blonk er werkelijk in uit.

Een van de manieren waarop dit in de praktijk van Mozes' leven tot uiting kwam, was dat hij geen opdringerig iemand was, iemand die zichzelf opjoeg en gebruik maakte van anderen. Hij was niet iemand die, zoals we in deze tijd zouden zeggen, op zijn strepen ging staan. Hij was iemand die tevreden was om rustig en zeker met zijn gehele hart te dienen, waar, wanneer en in welke hoedanigheid God dit van hem verlangde.

God liet het niet bij deze evaluatie van Mozes. Hij diepte die nog meer uit om bewijs te geven van wat misschien wel Mozes' meest opvallende karaktertrek was. Ja, hij was zachtmoedig, en deze zachtmoedigheid hielp hem in sterke mate om te zijn wat in hetzelfde hoofdstuk, in vers 7, wordt vermeld. God spreekt rechtstreeks tot de mensen die bij deze gebeurtenis zijn betrokken, en Hij zegt:

Numeri 12:7 Niet aldus met mijn knecht Mozes, vertrouwd als hij is in geheel mijn huis.

We zouden kunnen zeggen: "Mozes is een verantwoordelijk man, een betrouwbaar man, iemand van wie je op aan kunt. Hij is iemand die je elke taak die door Mij wordt opgelegd, kunt toevertrouwen zonder dat hij zijn eigen eer zoekt, maar hij zal de taak gewoon goed uitvoeren ondanks wat hij persoonlijk van de opdracht of de omstandigheid waarbinnen hij moest werken kan hebben gevonden. Hij voerde hem gewoon uit ondanks de persoonlijke opofferingen die hij zich mogelijk moest getroosten en hij kwam in actie om de uitdaging het hoofd te bieden."

De apostel Paulus refereert hiernaar in Hebreeën 3.

Hebreeën 3:1-2 Daarom, heilige broeders, deelgenoten der hemelse roeping, richt uw oog op de apostel en hogepriester onzer belijdenis, Jezus, 2 die getrouw is jegens Hem, die Hem heeft aangesteld, evenals ook Mozes getrouw was in [geheel] zijn huis.

Die woorden "geheel zijn huis" betekenen gewoon "onder alle omstandigheden" — dat wil zeggen in het huis van God. Wat hem ook maar werd opgedragen, dat voerde hij als knecht getrouw uit.

Laten we nu Deuteronomium 18:15 lezen. Evenals in Hebreeën 3 hebben we hier een vergelijking tussen Christus en Mozes, maar deze keer rechtstreeks met betrekking tot de profeten die na Mozes zouden komen.

Deuteronomium 18:15 Een profeet uit uw midden, uit uw broederen, zoals ik ben, zal de HERE, uw God, u verwekken; naar hem zult gij luisteren.

De verklaring die Jezus gaf — "Echter niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede" — vat vrij goed de essentie van zowel Jezus' als Mozes' leven samen. We weten dat Jezus het veel beter deed dan Mozes, maar we hebben het over mannen die werkelijk geheel en al op ons leken en die met zulk soort verantwoordelijkheden werden opgezadeld.

Laten we dat vers in Johannes 8:29 opslaan, zodat als iemand van u daar niet mee bekend is, het min of meer in zijn denken wordt gebrand door het voor zich op papier te zien.

Johannes 8:29 En die Mij gezonden heeft, is met Mij. Hij heeft Mij niet alleen gelaten, want Ik doe altijd wat Hem behaagt.

Zo gold het vrijwel ook voor Mozes. Daarom is hij in Gods oog trouw. Deze bijzondere karaktereigenschap maakt Jezus en Mozes bijzonder. Mozes had deze deugd ook in heel sterke mate, en gemeente, dat kan ook voor ons het geval zijn. We zullen niet functioneren op een dusdanig verheven niveau als Mozes, maar we kunnen trouw zijn in elke verantwoordelijkheid die God ons geeft. We kunnen trouw zijn in overeenstemming met de gaven die ons gegeven zijn, en dat wordt in het verdere van de preek belangrijk. De gaven zijn gegeven om verantwoordelijkheden aan te kunnen en omdat God de gaven gegeven heeft, kunnen we trouw zijn in het uitvoeren van die verantwoordelijkheden.

Lucas 12:48 Wie echter die wil niet heeft gekend en dingen heeft gedaan, die slagen verdienen, zal er weinige ontvangen. Van een ieder, wie veel gegeven is, zal veel geëist worden, en aan wie veel is toevertrouwd, van hem zal des te meer worden gevraagd.

Gods oordeel over iedereen is consequent en hangt samen met wat Hij bepaalt als het juiste niveau, de juiste mate vanwege gaven die gegeven zijn en de verantwoordelijkheden waaraan wordt voldaan.

We slaan opnieuw het boek Handelingen op en pakken de draad weer op waar we zonet waren. Sla Handelingen 7:20 op om dat gedeelte opnieuw te lezen om de draad van het verhaal op te pakken.

Handelingen 7:20-23 Te dien tijde werd Mozes geboren en hij was schoon voor God; drie maanden werd hij opgevoed in zijns vaders huis. 21 En toen hij te vondeling was gelegd, nam de dochter van Farao hem aan en liet hem als haar eigen zoon opvoeden. 22 En Mozes werd onderwezen in alle wijsheid der Egyptenaren en was machtig in zijn woorden en werken. 23 Toen hij nu de leeftijd van veertig jaar bereikt had, kwam het in zijn hart op, naar zijn broeders, de kinderen Israëls, om te zien.

Zo gebeurde het niet in de film The Ten Commandments, waar Mozes plotseling op die leeftijd tot de ontdekking kwam dat hij een Israëliet was. Nee. Hij wist dat al die tijd al.

Handelingen 7:23-29 Toen hij nu de leeftijd van veertig jaar bereikt had, kwam het in zijn hart op, naar zijn broeders, de kinderen Israëls, om te zien. 24 En toen hij er een onrechtvaardig zag behandelen, beschermde hij hem en nam het voor hem op, die mishandeld werd, door de Egyptenaar neer te slaan. 25 Hij meende, dat zijn broeders zouden inzien, dat God hun door zijn hand verlossing wilde geven, maar zij zagen het niet in. 26 En de volgende dag vertoonde hij zich weer onder hen, terwijl zij aan het vechten waren, en hij maande hen tot vrede, zeggende: Mannen, gij zijt broeders, waarom doet gij elkander onrecht? 27 Maar hij, die zijn naaste onrecht deed, stiet hem van zich en zeide: Wie heeft u tot overste en rechter over ons aangesteld? 28 Wilt gij mij soms ombrengen, zoals gij gisteren de Egyptenaar hebt omgebracht? 29 En Mozes vluchtte op dit woord en werd een bijwoner in het land Midjan, waar hij twee zonen verwekte.

Mozes was een ongelooflijk getalenteerd iemand. Ten eerste, één van de eerste gaven die hij ooit kreeg was dat hij in een voortreffelijk, geestelijk stabiel gezin werd geboren. Al waren ze slaven, desondanks waren ze mensen die geloof hadden in de Schepper God. Als resultaat van alleen die gave werd hij in leven gehouden om grote daden te doen. Andere babyjongens werden gedood, maar God had Zijn oog op deze kleine baby gevestigd. We gaan zien hoe aandachtig God Zijn oog op deze kleine baby had gevestigd.

Mozes had niet alleen de gave van een voortreffelijk gezin om de eerste drie maanden van zijn leven door te komen, hij kreeg nog meer gaven van God doordat hij van de dood werd gered en daarna zelfs in Farao's huishouding werd opgenomen. Zijn leven werd niet alleen gespaard, maar hij ontving de gave van de allerbeste wereldlijke opleiding die in die tijd en plaats in de wereld kon worden gegeven. De Schrift brengt het als volgt onder woorden: "Hij werd onderwezen in alle wijsheid van de Egyptenaren", en Egypte was in die tijd een aanzienlijke natie.

We laten de Bijbel nu even liggen om iets te lezen uit de geschriften van Philo. Hij was een Hebreeër, die toen hij deze dingen schreef in Egypte leefde. Philo schreef de wereldlijke geschiedenissen die aangeven dat Mozes een machtige positie in Egypte ging bekleden en een generaal werd van het leger. Door die ervaringen raakte hij vertrouwd met de politieke omstandigheden van het omgaan met andere mannen die machtsposities bekleedden, en om mannen opdrachten te geven die mogelijk tot hun dood in de strijd zouden kunnen leiden.

Uit Egypte te moeten vluchten was alweer een gave van God. Mozes was daardoor waarschijnlijk enige tijd van streek en misschien wel doodsbang voor wat hij moest gaan doen, daar hij was opgegroeid in luxe en, zoals we zouden kunnen zeggen, van alle kanten werd bediend, maar nu moest hij vluchten. Dat was in feite een gave van God, omdat hij hierdoor bij Jetro kwam, de priester van Midian, en hij werd een schaapherder van Jetro's kudden, waardoor hij heel wat tijd kreeg om over zijn wedervaren te mediteren, om alles nog eens goed te overdenken.

Ik ben er zeker van dat hij heel wat tijd doorbracht om over wetten na te denken, over de menselijke natuur en over militaire aangelegenheden. Noem maar op. Hij had hier alle tijd voor en dat was belangrijk voor God om hem de tijd te geven. Niet alleen dat, hij leerde heel wat over de menselijke natuur door het hoeden van die schapen.

Hij leerde verder een nederig man te worden. Het is heel goed mogelijk dat toen hij bevelhebber van een leger was, dat hij niet heel nederig was, daar hij voortdurend bevelen aan mensen gaf en de mensen zich voor hem bogen en hem naar de ogen zagen. Ze wisten wie hij was, maar de schapen hier bogen niet voor hem en zagen hem niet naar de ogen. Zij volgden hem.

Hij had heel wat tijd om na te denken over wat werkelijk belangrijk is in het leven, en u kunt er heel zeker van zijn dat God hem ook instrueerde in een relatie met Hem. Toen God hem riep vanuit het brandende braambos, was hij gereed. Hij besefte dat op dat moment zelf niet, maar ik ben er zeker van dat hij een heel ander mens was, heel nederig geworden als resultaat van de opleiding tot schaapherder, en ook door zijn verlies van macht, en doordat hij besefte wat zijn huidige positie was in vergelijking met die van een telg uit het koninklijk geslacht van Egypte. God vond dat hij nu gereed was voor de intensieve, praktische training in leiderschap van een koppig en weerspannig slavenvolk, een volk dat zijn geduld op de proef zou stellen en hem zou dwingen gebruik te maken van de combinatie van de vroegere voorbereidingen in Egypte en de recentere voorbereidingen in de woestijn in het zorgen voor die schapen.

Laten we naar Efeziërs gaan, omdat dit heel interessante consequenties heeft voor u en mij.

Efeziërs 1:3-6 Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus. 4 Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht. 5 In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil, 6 tot lof van de heerlijkheid zijner genade, waarmede Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde.

Hij heeft het hier over ons, niet over Mozes.

Wat ik hier tot uiting breng, gemeente, is dat ik denk dat er praktisch op dezelfde manier met ons wordt omgegaan als met Mozes. Bedenk dat David in Psalm 139 zei dat God hem vanaf de moederschoot kende. David was geen vreemde voor God toen hij geboren werd. God keek reeds naar hem, had Zijn oog reeds op hem gevestigd, in de moederschoot. Ik weet niet hoever voor onze roeping God ons kende, maar er staat interessante informatie in Jeremia 1. Laten we dat opslaan en doornemen.

Jeremia 1:4-5 Het woord des HEREN nu kwam tot mij: 5 Eer Ik u vormde in de moederschoot, heb Ik u gekend, [God kende Jeremia voordat hij werd verwekt.] en eer gij voortkwaamt uit de baarmoeder, heb Ik u geheiligd; [God had Jeremia reeds apart gezet om een verantwoordelijkheid uit te voeren.] tot een profeet voor de volkeren heb Ik u gesteld.

Denkt u dat God niet hetzelfde deed met Mozes, dat Hij hem in dat stabiele gezin geboren deed worden, dat Hij ervoor zorgde dat de dingen die in de natie gaande waren, een dusdanige invloed op hen hadden dat ze deden wat ze konden om hun zoon te redden, dat de hand van God alles stuurde wat er gebeurde, zodat Mozes in dat mandje niet zomaar naar een willekeurige plaats wegdreef? Dat mandje werd door de stroom van Gods vinger naar de juiste plaats gevoerd, rechtstreeks naar de familie van Farao. Vandaar ging het verder met de opleiding die hij kreeg, naar de verantwoordelijkheden die hij binnen Egypte kreeg en ook daarna stuurde God het gehele proces.

Misschien is het met ons niet anders, er is zelfs de mogelijkheid hier dat het precies hetzelfde is, dat Hij ook ons vanaf de moederschoot kende, daar Hij zei dat we al heel lang geleden, zelfs voor de grondlegging der wereld, waren voorbestemd.

Is er iets waar we ons in praktisch opzicht naar toe kunnen wenden om te zien dat dit heel goed waar zou kunnen zijn? In zekere zin kan ik niet inzien hoe het kan worden ontkend, gelet op wat we over God weten. Denkt u dat toen God de aarde schiep Hij in eerste instantie alles op een grote hoop gooide, waardoor er een grote bal modder ontstond waaraan Hij vorm begon te geven? Nee. Ik denk niet dat Zijn schepping ook maar iets van toeval over Zijn denken laat zien, over de ordelijkheid waarin Hij denkt en de manier waarop Hij de dingen in elkaar zet.

Hij zet de dingen zo in elkaar dat ieder deel van dit ontzagwekkende universum werkt in overeenstemming met de manier waarop Hij het in de hemelen plaatste, met al de sterren en alles op de plaats waar Hij het wilde hebben. Er zijn miljarden, misschien wel biljoenen sterren in het heelal, en volgens Jesaja noemt God ze allemaal bij naam. Er ontsnapt geen enkel deel van Zijn schepping aan Zijn denken en zodoende is Hij op de hoogte van al die dingen.

Ik werkte in de staalfabriek en er waren tijden dat ik aan nieuwe constructies werkte. We zetten een nieuw gebouw op binnen het fabrieksterrein. Er zouden bepaalde machines in dat gebouw gaan werken. Bij dat deel was ik niet betrokken, maar ik was betrokken in het bouwen van dat gebouw, waardoor ik met een ontstellende hoeveelheid blauwdrukken moest werken. Ik werkte met monteurs, installateurs van boilers, loodgieters, enzovoort. Ik keek naar die blauwdrukken en elke blauwdruk liet elke moer, bout, gaatje, steunbalk, zuil en pilaar zien.

Alles in die tekening werd van te voren voorbereid op het tekenbord, zodat het in de praktijk kon worden nagemaakt. Er ontbrak niets. Elke pijpleiding die water moest vervoeren, elke pijpleiding die olie moest vervoeren, elke pijpleiding die stoom moest vervoeren, was aangegeven. Ze zeiden ons zelfs waar ze moesten worden gelast. Elke handeling stond op zijn plek in het denken van hen die het gebouw construeerden, van de architect die het ontwierp tot de technicus en tot de tekenaar die het uiteindelijk tekende, tot het uiteindelijk bij ons in de praktijk kwam om het in elkaar te zetten. We wisten dat we deze puzzel in elkaar hadden te zetten en dat dit de manier was waarop ze wilden dat we het deden.

Als mensen zoiets kunnen doen, waarom kan God dat dan niet? Zijn wij slim en weet Hij in feite niet hoe de dingen te doen? Toen Hij uw lichaam ontwierp, ontwierp Hij letterlijk ieder deel ervan zodat het samenwerkt met de systemen die er nog meer zijn, zodat de lever niet het werk van het hart doet, en het hart niet het werk van de hersenen.

U weet waar ik hier op uit ben. Waarom kan God geen kerk opbouwen? Waarom kan God geen gezin opbouwen waarin alles zich afspeelt volgens het ontwerp dat Hij heeft opgesteld? Als Hij ervoor kiest dat een Mozes voorbereid wordt om een slavenvolk te leiden en bepaalde verantwoordelijkheden uit te voeren, denkt u dan dat Hij geen baby geboren zou laten worden met de karaktertrekken die — als ze eenmaal tot ontwikkeling zouden zijn gekomen — hem in staat zouden stellen die taak uit te voeren, en zou Hij er dan ook niet op toezien dat die eigenschappen tot ontwikkeling zouden komen?

Hoe vroeg begon God met u te werken? Het is geen vergissing dat u door Hem bent verwekt en dat u nu hier op het Loofhuttenfeest aanwezig bent. Hij bereidt mensen voor op Zijn Familie en we lezen dat Jezus zegt: "Ik ga weg naar de hemel, maar maak u geen zorgen. Er is daar ook voor u ruimte, want in het huis van mijn Vader zijn vele woningen." Dat kan ook worden vertaald als "vele functies", als "vele posities van verantwoordelijkheid".

Onze verantwoordelijkheid is trouw te zijn en Mozes is een voortreffelijk voorbeeld, omdat de moeilijkheden die hij het hoofd moest bieden veel groter waren dan die van ons. Ik wil u er echter ook van verzekeren dat de moeilijkheden die u het hoofd moet bieden, in overeenstemming met de gaven en de verantwoordelijkheden die u gegeven zijn, voor u even moeilijk zijn als ze voor Mozes waren. "Van wie veel gegeven is, zal des te meer worden verlangd." En van wie minder gegeven is, zal niet zoveel worden verlangd.

God oordeelt ons in ieder opzicht rechtvaardig en daarom zei ik dat wij binnen onze gaven en binnen onze verantwoordelijkheden als knecht net zo trouw kunnen zijn als Mozes. Dat is de eigenschap van deze man die we moeten nastreven. Hij overwon echt. Maar vergeet nooit dat hij werd voorbereid om te overwinnen. God bereidde hem voor en daarna werkte hij trouw aan de uitvoering. Dat is het moeilijke deel, maar hij deed het.

Laten we Jozua 1 opslaan.

Jozua 1:1-2 Het geschiedde na de dood van Mozes, de knecht des HEREN, dat de HERE tot Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van Mozes, zeide: 2 Mijn knecht Mozes is gestorven; welnu, maak u gereed, trek over de Jordaan hier, gij en dit gehele volk, naar het land, dat Ik hun, de Israëlieten, geven zal.

Op dit punt wil ik u er weer aan herinneren dat Mozes in de Bijbel veel vaker Gods knecht wordt genoemd dan iemand anders; het wordt bijna zijn titel. Ik denk dat dit komt door zijn uitzonderlijk betrouwbare dienst aan God. Er kon altijd op hem worden gerekend.

We gaan weer naar het Nieuwe Testament en we gaan wat we daar gaan lezen, koppelen aan iets wat Jezus zei betreffende dienen.

Marcus 10:42-45 En Jezus riep hen tot Zich en zeide tot hen: Gij weet, dat zij, die regeerders der volken heten, heerschappij over hen voeren, en hun rijksgroten oefenen macht over hen. 43 Zó is het echter onder u niet. 44 Maar wie groot wil worden onder u, zal uw dienaar zijn; en wie onder u de eerste wil zijn, zal aller slaaf zijn. 45 Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om Zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen.

Laten we nu Johannes 13 opslaan en we zullen naar iets kijken waar we allemaal heel vertrouwd mee zijn — een andere keer dat er gesproken wordt over het zijn van een dienaar.

Johannes 13:12-17 Toen Hij dan hun voeten gewassen had en zijn klederen aangedaan en weder plaats genomen had, zeide Hij tot hen: Begrijpt gij wat Ik u gedaan heb? 13 Gij noemt Mij Meester en Here, en gij zegt dat terecht, want Ik ben het. 14 Indien nu Ik, uw Here en Meester, u de voeten gewassen heb, behoort ook gij elkander de voeten te wassen; 15 want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb. 16 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, een slaaf staat niet boven zijn heer, noch een gezant boven zijn zender. 17 Indien gij dit weet, zalig zijt gij, als gij het doet.

Daar is de sleutel. Zowel de Hebreeuwse als de Griekse woorden die met "dienaar", "knecht" of "slaaf" zijn vertaald hebben een sterke betekenis van "onderworpen zijn aan iemand anders". Afhankelijk van de context kan het en wordt het terecht als "slaaf" vertaald — een iets sterkere terminologie dan knecht of dienaar, maar er is een verschil. Een slaaf heeft geen rechten. Een knecht heeft meer vrijheid, maar als de context duidt op "slaaf" is het iemand die geen rechten van zichzelf heeft, omdat iedere uitoefening van zijn wil gericht moet zijn op iemand anders. Het staat een letterlijke slaaf niet vrij zijn tijd en energie te besteden zoals het hem goeddunkt. Deze verzen bedoelen dus, op de manier waarop Jezus dit zegt, dat iedere christen Gods slaaf moet zijn. Het woord in het Grieks is "doulos" en betekent "slaaf".

Al blijft onze wil intact, hij moet onder sterke interne controle staan om niet ongehoorzaam te zijn aan onze Meester. Natuurlijk zijn we met een prijs gekocht en daarom behoort ons leven letterlijk aan iemand anders. Dit legt een verantwoordelijkheid op ons die niet altijd gemakkelijk te vervullen is. Hiervoor hebben we meditatie en beheersing nodig.

Laten we nu Psalm 10:4 opslaan. Hier wordt een contrast gemaakt tussen de manier waarop twee verschillende mensen denken.

Psalm 10:4 De goddeloze met zijn neus in de hoogte (denkt): Hij vraagt geen rekenschap; al zijn gedachten zijn: Er is geen God.

Dit betekent niet dat de goddeloze waarnaar verwezen wordt, een atheïst is. Hij is gewoon iemand die zijn tijd en energie niet gebruikt om God te zoeken, en daarom denkt hij niet vaak aan God. Misschien wel praktisch nooit en voelt hij zich niet verantwoordelijk jegens God.

Het contrast is het volgende. Als we tot de rechtvaardigen willen behoren, als we niet tot de goddelozen willen behoren, dan moet er tijd en inspanning opgeofferd worden om God te zoeken, over Hem te leren, te leren over de manier waarop Hij denkt, te leren hoe Zijn karakter in elkaar zit, en na te denken over wat Hij wil dat we in bepaalde situaties doen. Mensen die dat doen, hebben als ze een bepaalde omstandigheid het hoofd moeten bieden waarin hun trouw in het geding komt, als het uitvoeren van hun verantwoordelijkheden jegens God — Degene die hen bezit — in het geding komt, reeds een stapje voor, omdat zij er reeds over hebben nagedacht.

Omdat we in feite slaven zijn, betekent het dat we ons altijd druk zouden moeten maken over wat God wil, in plaats van dat wat de menselijke natuur beschouwt als waar ze recht op heeft. Er zit een verschil tussen die twee en, gemeente, dat is het slagveld waar onze strijd wordt gestreden.

Het is essentieel voor ons geloof om te weten en te geloven dat God ons altijd in staat stelt te doen wat Hij van ons verlangt. Altijd. Hij schiet daarin nooit tekort. God stelt ons altijd in staat te voldoen aan wat Hij van ons verlangt. Hij voorziet Zijn knechten van alle hulpmiddelen, zegeningen en gaven die nodig zijn om hun opdrachten uit te voeren. We hebben allemaal tijden gekend waarin God echt voor ons tussenbeide kwam om in staat te zijn iets te doen, aan iets te ontsnappen of wat dan ook. Hij houdt ons altijd in het oog.

Is wat ik zojuist heb beschreven, niet precies datgene wat een goede, menselijke werkgever doet? Voorziet hij zijn werknemers niet van alle hulpmiddelen die zij nodig hebben om in staat te zijn hun taak uit te voeren? Dat is de manier waarop God het doet. Dat is de manier waarop Hij werkt. Hij stelt ons altijd in staat door Zijn gaven en het sturen van de omstandigheden om te doen wat Hij van ons verlangt.

Laten we weer teruggaan naar het boek Deuteronomium, weer naar hoofdstuk 34. Hier zien we een eenvoudig voorbeeld van hoe God Mozes in staat stelde te doen wat Hij van hem verlangde.

Deuteronomium 34:7 Mozes was honderd twintig jaar oud, toen hij stierf; zijn oog was niet verduisterd en zijn kracht was niet geweken.

God deed dat. Hij maakte dit mogelijk. Het kan zijn dat er anderen waren die tot op hoge leeftijd leefden, maar niet met de fysieke energie die Mozes van God ontving. Hij stelde hem niet alleen in staat tot op die leeftijd te leven, Hij stelde hem ook in staat met grote vitaliteit tot op die leeftijd te leven. Hij zal dat ook voor ons doen. Als we een verantwoordelijkheid voor Hem uitvoeren, zal Hij ons daartoe in staat stellen. Er is een lied "He's Got The Whole World In His Hands" [Hij heeft de hele wereld in Zijn handen] en dat is natuurlijk luchtig opgevat, maar het is een waar feit dat Gods kinderen door Hem worden gesterkt en dat Hij in alles voor hen voorziet. Mozes kreeg deze kracht zodat hij zijn werk kon uitvoeren. Hij had die nodig.

Herinnert u zich wanneer die reis voor Mozes begon? God openbaarde Zich in het brandende braambos en praktisch direct begon Mozes met God te argumenteren dat hij niet in staat was te doen wat God wilde dat hij deed, omdat hij zei dat hij niet goed kon spreken. Dat is interessant, omdat er in Handelingen 7 staat dat "hij in Egypte machtig was in zijn woorden". Voordat hij in de woestijn tot nederigheid werd gebracht, was hij een man die machtig in woorden was. Maar in de woestijn leerde hij heel wat over nederigheid. Waarom was hij, toen God hem de uitdaging van wat hij zou moeten gaan doen, voorlegde — naar Egypte gaan en daar namens God spreken — opeens een stotteraar of waar hij zich dan ook maar achter verborg? Hij zei: "Ik kan het niet."

Viel het u ooit op bij het doorlezen van het verhaal dat stotteren nooit echt een probleem scheen te zijn? Dat stotteren verdween heel snel. Er bestaat geen twijfel aan dat Aäron voor een bepaalde periode sprak, maar het duurde niet lang of Mozes sprak zelf. Hij overwon. God stelde hem in staat daar overheen te komen en rechtstreeks tot die mensen te spreken tot wie gesproken moest worden.

Nogmaals dit is een ander gebied waarop we evenals Mozes moeten leren gebruik te maken van het geloof en de gaven die God ons gegeven heeft.

Laten we nu naar het Nieuwe Testament gaan, naar Filippenzen 4, de verzen 13 en 19.

Filippenzen 4:13 Ik vermag alle dingen in Hem, die mij kracht geeft.

Paulus geloofde evenals Mozes dat deed.

Filippenzen 4:19 Mijn God zal in al uw behoeften naar zijn rijkdom heerlijk voorzien, in Christus Jezus.

We moeten kijken naar dit verlenen van kracht binnen het kader dat Hij ons gebruikt in Zijn werk. We kunnen niet zomaar iets doen, zoals plotseling vliegen of in één sprong over een hoog gebouw springen. Paulus verwijst hier niet naar zulk soort dingen. God zal ons voorzien van wat we nodig hebben binnen de verantwoordelijkheden die Hij ons heeft toegekend om uit te voeren. Maar om hier gebruik van te kunnen maken, moeten we geloven dat God werkelijk met ons is en als we dat geloven zullen het vermogen, de kracht, de wil en de motivatie er zijn.

Ik ga u niet zeggen dat u dingen zonder enig probleem of zonder fouten zult overwinnen, in het bijzonder de eerste keer dat u een crisis het hoofd moet bieden die u nooit eerder het hoofd hebt geboden. U zult er waarschijnlijk doorheen blunderen. U zult er waarschijnlijk doorheen kruipen, maar dat is de manier waarop we leren. We moeten in iedere nieuwe situatie eerst kruipen voor we kunnen lopen. Het is zeker een wonderlijk iets dat God geduldig met ons is.

Laten we teruggaan naar Deuteronomium 8 en deze gedachte, dat God in al onze behoeften zal voorzien, in gedachten blijven houden. Hij doet dit zodat wij trouw kunnen zijn en voorbereid kunnen worden.

Deuteronomium 8:4 Het kleed dat gij draagt, is niet versleten en uw voet is niet gezwollen in deze veertig jaar.

Laten we nu Deuteronomium 29:5 opslaan, waar Mozes dit vlak voor zijn dood aan het einde van het boek herhaalt.

Deuteronomium 29:5 Veertig jaar liet Ik u door de woestijn trekken; de klederen die gij droegt zijn niet versleten evenmin als de schoenen aan uw voeten.

Ik lees deze verzen alleen maar om u te helpen begrijpen dat Mozes niet de enige was in wie, door wie en jegens wie wonderen werden gedaan. Iedere Israëliet die toen leefde, ervoer dat. En even zeker als God trouw was terwijl zij door de woestijn trokken — Hij is nog steeds dezelfde God — is Hij nog steeds trouw en zal Hij ook in onze behoeften voorzien. Al zijn de omstandigheden niet precies hetzelfde, toch zijn de beproevingen en de testen en het doel ervan hetzelfde.

God zal wonderen voor ons doen en ik weet dat heel velen onder u me dingen hebben verteld waarvan u overtuigd bent dat God op indrukwekkende wijze op de een of andere manier in uw leven tussenbeide kwam. Wat ik hier probeer duidelijk te maken is dat deze dingen die Hij voor de Israëlieten deed, elke dag plaatsvonden. Het was niet een vluchtig iets, waarbij Hij zo af en toe een wonder ten behoeve van iemand uitvoerde. Hij deed dit veertig jaar lang voor tweeënhalfmiljoen mensen. Iedere dag (behalve de sabbat) hadden ze een bewijs in het manna dat op de grond lag of op de struiken, of waar dan ook. Het lag er voor hen om te eten.

Ze moesten zich er heel goed van bewust zijn dat hun schoenen niet versleten en dat ook hun kleding niet versleet. Hun dieren werden gevoed. Kan God voor ons zorgen? Als Hij trouw is om in zo'n soort situatie voor ons te zorgen, waarom kunnen wij dan in antwoord daarop niet trouw zijn?

Mozes was het. Jozua was het. Kaleb was het. Als zij het waren, kunnen wij het ook zijn. Dat is het punt. We hoeven geen Mozes te zijn, we hoeven geen Jozua te zijn, we hoeven geen Kaleb te zijn. In het fysieke lichaam is er maar één hart. Zo is er ook maar één lever. Er is maar één middenrif, maar er zijn miljoenen cellen die door het gehele lichaam heen werken en waarvoor God zorg draagt.

In bepaalde opzichten is er geen enkele reden dat we zouden denken dat God Zich niets meer van ons aantrekt. Hij doet dat nog steeds. Iemand anders moet misschien hierover maar eens een preek geven, omdat hierbij de angstfactor een rol speelt, of de factor van zelfmedelijden. Maar die dingen werken en God is in staat ons ook door die dingen heen te helpen, en Hij wil dat ook, als we Hem dat maar toestaan door ons geloof te gebruiken en berouw te hebben over ons gebrek daaraan.

1 Johannes 1:6-9 Indien wij zeggen, dat wij gemeenschap met Hem hebben en in de duisternis wandelen, dan liegen wij en doen de waarheid niet; 7 maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkander; en het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde. 8 Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet. 9 Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.

Gemeente, we kunnen allerlei rechtvaardigingen bedenken voor ons tekortschieten, maar voor God hebben we geen gerechtvaardigde verontschuldigingen. God is Zich ervan bewust hoe we in elkaar zitten, dat we zwak zijn. Hij geeft ons de tijd om te groeien en te overwinnen, en Hij is heel trouw om toe te staan dat het offer van Jezus Christus de straf voor onze zonden betaalt. Als ik hier zonden zeg, heb ik het niet noodzakelijkerwijs over het overtreden van een der geboden. Ik heb het over die dingen waarin we tekortschieten.

U weet dat zonde in de Bijbel wordt omschreven als het missen van het doel of het afdwalen van de weg. Zonde doet zich niet altijd voor in termen van het overtreden van een gebod. We worden lui, gemakzuchtig. We laten het afweten om te volharden in de dingen die juist zijn en goed. We laten na de gelegenheid om goed te doen te benutten. We schieten dus tekort en dat kan als zonde worden omschreven. We hebben het hier niet over wettelijke zaken.

God is bereid ons door alle moeilijkheden van tekortschieten heen te helpen. Hij zal voorzien in wat we ook maar nodig hebben om ons een duwtje in de rug te geven, het duwtje dat we nodig hebben om te doen wat we moeten doen in plaats van het vermijden van wat we moeten doen, waardoor we een zonde van nalatigheid zouden begaan in plaats van het actief begaan van een zonde. We zien hier dus dat we voor Hem geen gerechtvaardigde verontschuldiging hebben om niet trouw te zijn, en we worden niet vaak geconfronteerd met de waarheid van Gods woord — een belofte dat Hij in al onze behoeften zal voorzien.

Mozes' leven was niet volmaakt en ik weet dat u er zich van bewust bent dat hij het Beloofde Land niet binnenging vanwege die ene grote nalatigheid in zijn leven. Op dit punt had ik op iets willen ingaan omdat ik een principe wilde bespreken dat John Bulharowski reeds deed in zijn korte preek, waarin hij uiteenzette dat wij de tempel van God zijn. Ik was echt blij dat hij dat deed, omdat het precies bij deze preek past. Ik zou willen dat u dit punt onthield in relatie met deze preek en ook met deze korte preek. Wij zijn de tempel van God en we hebben een relatie met Christus die de Israëlieten nooit hebben gehad. In feite is Mozes de enige Israëliet waarvan we zeker weten dat hij het soort relatie had die wij hebben, in de zin dat God hem van aangezicht tot aangezicht kende. Wij delen dat met hem omdat wij, door Jezus Christus, rechtstreeks in Gods tegenwoordigheid zijn uitgenodigd.

U weet dat de Israëlieten zelfs de tempel of de tabernakel niet mochten binnengaan. De gewone Israëliet kon daar niet binnengaan. Zij werden als het ware uit Gods tegenwoordigheid weggehouden. De priesters konden er binnengaan om hun dagelijkse bezigheden uit te voeren, en de hogepriester kon één dag in het jaar het heilige der heiligen binnengaan. Maar wij hebben toegang tot God op ieder willekeurig moment dat we Hem willen spreken, op onze knieën vallen, bidden terwijl we lopen, of wanneer en onder welke omstandigheid dan ook.

Hij is beschikbaar voor een gesprek met ons vanwege wat Christus heeft gedaan. Hij maakte dat mogelijk voor ons en zoals John Bulharowski dat duidelijk maakte, woont Hij in ons. Wij zijn de tabernakel. Wij zijn de tempel. We hoeven als het ware nergens heen te gaan, omdat als we Zijn kinderen zijn, Zijn Geest voortdurend bij ons is. Zó nabij is die kracht om ons door een moeilijkheid heen te helpen, te voldoen aan de vereisten om trouw te zijn. Het is niet iets dat ver weg is.

Dat ene ding dat Mozes deed, vormt een heel krachtige les. Dat vond plaats in Numeri, hoofdstuk 20, de verzen 1 tot 12. De Israëlieten murmureerden weer, maar deze keer kreeg Mozes' boosheid de overhand op hem. Het is heel waarschijnlijk dat hij die boosheid altijd voelde als er zulke dingen gebeurden, maar de andere keren beheerste hij die door zijn contact met God. Ons is geen enkele andere gebeurtenis bekend waarin zijn boosheid zo naar buiten kwam als hier.

Maar daarin zit de les, dat zelfs bij iemand zo groot als Mozes, zo rechtvaardig en zo dichtbij God staand als hij, de menselijke natuur nog steeds leefde en krachtig was, zelfs in die mate dat hij tot uitbarsting kwam, en in plaats van Christus' opdracht te gehoorzamen om tot de rots te spreken, sloeg hij die met zijn staf — niet eenmaal, maar tweemaal! Hij kookte op dat moment werkelijk van woede.

Daarbij deed hij het in zekere zin voorkomen dat hij hen van water voorzag. "Zullen wij uit deze rots water te voorschijn doen komen?" Hoe snel kwam zijn boosheid op en maakte een bijna smetteloze staat van dienst kapot. Maar het was een serieuze zaak. Bedenk wat we in Lucas 12:48 lezen: "Van een ieder, wie veel gegeven is, zal veel geëist worden." Eén keer was genoeg voor God en Hij zei: "Mozes, je zult het Beloofde Land niet binnengaan." Zo snel was dat.

Daarin ligt een waarschuwing opgesloten. We moeten op onze tellen passen. God is altijd bereid te vergeven, en zoals we straks zullen zien, vergaf Hij Mozes werkelijk voor wat hij had gedaan, maar Hij liet iets van de straf van kracht blijven door Mozes niet toe te staan het Beloofde Land binnen te gaan. Hij had hem voor die daad ter dood kunnen brengen, maar dat deed Hij niet. Onder die omstandigheden bekeken was het in feite een daad van barmhartigheid die Hij uitvoerde, omdat het slaan van de rots hetzelfde was alsof Mozes Christus met zijn staf had geslagen, omdat die rots Christus vertegenwoordigde, en Hij was Degene die in al hun behoeften voorzag.

Het was een vrij aanmatigende handeling en het is interessant dit verhaal door de Bijbel te volgen, omdat aan het begin van het verhaal de gehele schuld bij Mozes lag. Maar als de dingen zich verder gaan ontvouwen, gaan we zien dat een deel van de schuld ook bij de Israëlieten lag. Als zij niet hadden gedaan wat zij deden door te rebelleren toen God hen aan het einde van het tweede jaar dat zij in de woestijn verbleven, zei het land binnen te trekken, als zij in die rebellie niet hadden gezondigd, had die episode waarin Mozes de rots sloeg zich nooit voorgedaan. Interessant. Dat was in ieder geval een bepaalde opluchting voor hem.

Laten we nu Deuteronomium 34 opslaan en we zullen dit nu vrij snel afsluiten.

Deuteronomium 34:1-4 Toen beklom Mozes uit de velden van Moab de berg Nebo, de top van de Pisga, die tegenover Jericho ligt, en de HERE liet hem het gehele land zien: Gilead tot Dan toe, 2 het gehele Naftali, het land van Efraïm en Manasse, het gehele land van Juda tot aan de achterste zee, 3 het Zuiderland en de Streek, het dal van Jericho, de Palmstad, tot Soar toe. 4 En de HERE zeide tot hem: Dit is het land, dat Ik Abraham, Isaak en Jakob onder ede beloofd heb met deze woorden: aan uw nageslacht zal Ik het geven. Ik heb het u met uw ogen laten zien, maar gij zult daarheen niet overtrekken.

We zien hier een interessant puntje en dat zit in die woorden waarin erover wordt gesproken dat hij het land mag zien. Daar zit meer achter dan we bij eerste lezing zouden denken.

God deed hetzelfde met Abraham in Genesis 13:14-17. Hij gaf Abraham het vermogen om zo te zeggen het land te zien. In 1 Petrus 1:3-4 wordt ditzelfde principe aan ons gegeven, alleen is dat van ons een hemels koninkrijk.

Genesis 13:14-17 En de HERE zeide tot Abram, nadat Lot zich van hem gescheiden had: Sla toch uw ogen op, en zie van de plaats, waar gij zijt, naar het noorden, zuiden, oosten en westen, 15 want het gehele land, dat gij ziet, zal Ik u en uw nageslacht voor altoos geven. 16 En Ik zal uw nageslacht maken als het stof der aarde, zodat, indien iemand het stof der aarde zou kunnen tellen, ook uw nageslacht te tellen zou zijn. 17 Sta op, doorwandel het land in zijn lengte en breedte, want u zal Ik het geven.

1 Petrus 1:3-4 Geloofd zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons naar zijn grote barmhartigheid door de opstanding van Jezus Christus uit de doden heeft doen wedergeboren worden tot een levende hoop, 4 tot een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkelijke erfenis, die in de hemelen weggelegd is voor u,

Kunt u zich herinneren dat toen Satan Jezus Christus in Mattheüs 4 en ook in Lucas 4 verzocht, één van de dingen die Satan beloofde was dat hij Jezus "in één oogopslag" al de koninkrijken van de aarde liet zien, en Hem zei: "Deze zijn allemaal voor U." Het gaat me hier om dit punt "Het is allemaal voor U" — dit punt van "het land bezien".

Lucas 14:16-18 Hij zeide tot hem: Iemand richtte een grote maaltijd aan en nodigde velen. 17 En hij zond zijn slaaf uit tegen het uur van de maaltijd om tot de genodigden te zeggen: Komt, want het is nu gereed. 18 En zij begonnen zich allen opeens te verontschuldigen. De eerste zeide tot hem: Ik heb een akker gekocht en ik moet die noodzakelijk gaan bezien; ik verzoek u, houd mij voor verontschuldigd.

Hier zien we een Hebreeuws idioom — "Ik moet gaan bezien". Dat "gaan bezien" duidt op de voltooiing van een formele, wettige overdracht van bezit. Het is meer dan er gewoon naar kijken. Ziet u, het idioom betekent gewoon meer dan er alleen maar naar kijken. Het duidt op de formele, wettige overdracht van het bezit. God deed dit met Abraham en wat was het resultaat? God zei tot Abraham: "Het is nu van u." We weten allemaal dat hij daar woonde, maar hij bezat nooit een stuk grond behalve een perceel als begraafplaats. Maar in Gods denken, Degene die de dingen die niet zijn noemt alsof ze reeds zijn, behoorde het reeds aan Abraham toe. Het behoorde in het denken van God reeds Abrahams nakomelingen toe. Hij zal dat tot stand brengen. Hij is vast besloten dat te doen.

Weet u wat God tot Mozes zei, toen Hij zei: "U kunt het land gaan bezien"? Hij zei Mozes: "Het is nu van u", op dezelfde manier dat het van de Israëlieten was, behalve dat zij daar zouden gaan wonen. Maar God zei tot Mozes: "Ik ga nog een stap verder. U wordt in Mijn Koninkrijk toegelaten." Die woorden gingen dus gepaard met een belofte. Mozes zou niet feitelijk in het land wandelen, in het land wonen, maar hij wist dat hij het had "gemaakt". Heel goed. Mozes wist dus dat hij was vergeven, dat het recht op eigendom op hem was overgegaan. Heel fantastisch.

Ik denk dat dit genoeg is over Mozes. Bedenk dat hij Zijn verantwoordelijkheden op getrouwe wijze uitvoerde en dat wij allemaal onze verantwoordelijkheden net zo getrouw kunnen uitvoeren als hij dat deed. Onze verantwoordelijkheden en onze gaven zijn niet zo groot als de zijne, maar we kunnen in alle opzichten even getrouw zijn binnen datgene wat wij doen als hij dat was in wat hij deed. Hij was een getrouwe knecht.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)