De belangrijkste onderwerpen van Deuteronomium

Door John W. Ritenbaugh
14 oktober 2008

Samenvatting: (toon)

John Ritenbaugh bevestigt dat Deuteronomium het enige boek is waartoe we opdracht hebben het met vaste tussenpozen te lezen. Deuteronomium beslaat de laatste 70 dagen van Mozes' tumultueuze leven. De heersers van Israël moesten zelf een kopie schrijven van de wet en deze op dagelijkse basis lezen. Als leden van het Israël van God, koningen en priesters in wording, moeten we het voortdurend lezen om te leren over anderen te heersen door over onszelf te heersen. Het boek Deuteronomium is het hart en de hartslag van het Oude Testament. In het Nieuwe Testament wordt het op talrijke plaatsen aangehaald (86 keer). Het hekelt afgodendienst, voorziet in een fundament voor christelijke leerstellingen, onthult de menselijke natuur en voorziet in een samenvatting om ons voor te bereiden op het binnengaan van Gods Koninkrijk. De geestelijke concepten in Deuteronomium dienen als sjabloon voor het instructieboek van de heerser. Anders dan Leviticus is Deuteronomium geen koude, gecodificeerde wet, maar een hartgrondige beroep van de almachtige God op Zijn kinderen om Hem trouw te blijven. Zoals de almachtige God op vakkundige wijze omging met een groot aantal van onze voorvaderen, zo zal Hij ook in de eindtijd de exodus van het Israël van God organiseren. Ook wij hebben een verantwoordelijkheid om trouw te blijven, onze kinderen in Gods instructie te instrueren en het succes van Gods familieonderneming zeker te stellen. We moeten God vrezen, liefhebben en dienen, wandelen volgens Zijn geboden en deze naar ons hele vermogen te onderhouden.


Vandaag zullen we ons wat meer met het boek Deuteronomium bezighouden. Voor u die zich daarvan niet bewust bent, dit is de derde keer dat ik door delen van het boek Deuteronomium zal gaan — de derde keer sinds de Church of the Great God tot bestaan kwam. Het is mijn poging iets te doen dat door God wordt opgedragen te doen. Ik wil dat u de bron van mijn autoriteit hiertoe ziet in Deuteronomium 31:6-11.

Deuteronomium 31:6-11 Weest sterk en moedig, vreest niet en siddert niet voor hen, want de HERE, uw God, zelf gaat met u; Hij zal u niet begeven en u niet verlaten. 7 Toen riep Mozes Jozua en zeide tot hem in tegenwoordigheid van geheel Israël: Wees sterk en moedig, want gij zult met dit volk komen in het land, waarvan de HERE hun vaderen gezworen heeft, dat Hij het hun geven zou, en gij zult het hen doen beërven. 8 Want de HERE zelf zal vóór u uit trekken, Hij zelf zal met u zijn, Hij zal u niet begeven en u niet verlaten; vrees niet en word niet verschrikt. 9 Toen Mozes deze wet opgeschreven had, gaf hij ze aan de priesters, de zonen van Levi, die de ark van het verbond des HEREN droegen, en aan al de oudsten van Israël. 10 En Mozes gebood hun: Na verloop van zeven jaar, op de bepaalde tijd van het jaar der kwijtschelding, namelijk het Loofhuttenfeest, 11 wanneer geheel Israël opgaat om voor het aangezicht van de HERE, uw God, te verschijnen, op de plaats die Hij verkiezen zal, zult gij deze wet ten aanhoren van geheel Israël voorlezen.

Die woorden "deze wet voorlezen" worden in andere delen van de Bijbel gedefinieerd. Het is niet slechts een zaak dat ik hier ga zitten of staan en het boek doorlees. Het betekent "uitdiepen, de betekenis ervan weergeven", zodat er minstens delen van worden begrepen.

Terugkijkend naar de eerste keer, vind ik dat ik daar slechts een armzalige poging toe deed. Dat was in 1994 toen we het Loofhuttenfeest in Kansas City hielden. De tweede keer was in 2001, niet lang nadat het World Trade Center vernietigd was. Die keer deed ik het naar mijn mening wat beter dan in 1994. Deze keer hoop ik het niveau van instructie weer wat hoger te krijgen.

Het belang van het boek Deuteronomium wordt geïntensiveerd door het feit dat dit het enige boek is uit de gehele Bijbel waarvoor God opdracht geeft het te lezen. Dit is niet onbelangrijk ondanks het feit dat het boek een rare naam heeft. Ik zal dat straks uitleggen. Als Hij een opdracht geeft, dienen we te begrijpen dat er een goede reden is dat Hij die opdracht geeft. De instructie die in dit boek is vervat, is van onschatbare waarde voor hen die streven naar het Koninkrijk van God.

Toen ik dit jaar de preken aan het voorbereiden was, ontdekte ik opnieuw dat dit boek veel meer bevat dan één man op één Loofhuttenfeest kan behandelen. Daarvoor bied ik dus mijn excuus aan, omdat er aan zoveel geen aandacht zal worden geschonken.

Iemands commentaar op dit boek was: "Deuteronomium is de langste afscheidstoespraak in de geschiedenis van de wereld." Dat is het precies — een afscheidstoespraak, bevolen door God, door Mozes aan het einde van zijn leven gegeven, aan het einde van een veertigjarige reis door de woestijn.

Een ander interessant punt over het boek Deuteronomium is dat de meeste boeken in het Oude Testament een grote hoeveelheid geschiedenis bevatten en soms vrij lange perioden beslaan. Het boek Genesis bijvoorbeeld beslaat ongeveer tweeduizend jaar geschiedenis. Exodus beslaat ruwweg 80 jaar. Leviticus schijnt binnen enkele maanden geschreven te zijn in de periode dat alles voor de tabernakel werd gemaakt. Het boek Numeri beslaat niet meer dan 30 of 40 jaar.

Deuteronomium stelt een klein beetje van de voorafgaande geschiedenis van Gods betrokkenheid bij Israël te boek, en profeteert tevens over sommige historische gebeurtenissen waarvan we zelfs in deze tijd de vervulling zien. Deuteronomium bestrijkt letterlijk slechts 70 dagen qua tijd — de laatste 70 dagen van Mozes' leven. De periode wordt echter nog beperkter dan dat, omdat 40 van die 70 dagen in één zin worden afgedaan.

Het merendeel van het boek is gewijd aan wat door Mozes werd gezegd in de ongeveer 30 laatste dagen van zijn leven dat enorm veel betekenis had en erg tumultueus verliep. Het was een heel belangrijk leven. In feite zei één commentator dat hij geloofde dat het leven van Jezus Christus niet meegerekend, het leven van Mozes het leven was dat de meeste betekenis had van alle levens die ooit in de geschiedenis van de mens werden geleefd. Wat Mozes in die 30 dagen zei, is zo belangrijk dat God opdracht gaf dat het iedere zeven jaar moest worden gelezen, zodat het tijdens het leven van een mens onuitwisbaar in zijn denken zou worden gegrift.

Deuteronomium 17:14-15 Wanneer gij gekomen zijt in het land dat de HERE, uw God, u geven zal, dit in bezit genomen hebt en daarin woont, en gij dan zoudt zeggen: Ik wil een koning over mij aanstellen, zoals alle volken rondom mij hebben, 15 dan zult gij over u de koning aanstellen, die de HERE, uw God, verkiezen zal; uit het midden van uw broeders zult gij een koning over u aanstellen; geen buitenlander, die uw broeder niet is, zult gij over u mogen aanstellen.

Deuteronomium 17:18 Wanneer hij nu op de koninklijke troon gezeten is, dan zal hij voor zich een afschrift laten [Het woord "laten" komt in het Hebreeuws niet voor, erop duidend dat hij het afschrift zelf moest maken, niet laten maken! Zie ook de Statenvertaling.] maken van deze wet, welke bij de levitische priesters berust.

Het boek Deuteronomium moet niet alleen iedere zeven jaar aan de mensen worden voorgelezen, de koning moest persoonlijk in zijn eigen handschrift ieder woord dat in dit boek staat kopiëren. Deden de koningen dat? Ik betwijfel dat sterk, en dat zou een van de redenen kunnen zijn dat Israël God nooit echt gehoorzaamde, behalve als ze een koning hadden die het waarschijnlijk wel deed, zoals David, zoals Josia, zoals Hizkia; maar de meesten van hen deden het niet. Ik denk dat het bewijs hiervan bestaat uit het geschiedkundig verslag dat in dit boek is nagelaten, omdat ze er niet van doordrongen waren om op de manier te regeren die God hun had gezegd.

Deuteronomium 17:18-19a Wanneer hij nu op de koninklijke troon gezeten is, dan zal hij voor zich een afschrift [laten] maken van deze wet, welke bij de levitische priesters berust. 19 Dat zal hij bij zich hebben en daarin zal hij iedere dag van zijn leven lezen ...

Dat staat er niet precies. Er staat: "gedurende heel zijn leven [Statenvertaling: al de dagen zijns levens]". We weten dus dat hij in ieder geval de opdracht had er vaak in te lezen. Ik voegde "iedere dag" toe, omdat ik denk dat dat zelfs beter zou zijn, omdat ik weet hoe vergeetachtig ik ben.

Deuteronomium 17:19-20 Dat zal hij bij zich hebben en daarin zal hij lezen gedurende heel zijn leven om te leren de HERE, zijn God, te vrezen door al de woorden van deze wet en al deze inzettingen naarstig te onderhouden, 20 [Waarom?] opdat zijn hart zich niet verheffe boven zijn broeders, en hij van het gebod niet afwijke naar rechts of naar links, opdat hij lange tijd koning moge blijven, hijzelf en zijn zonen, te midden van Israël.

Begint u enigszins te voelen hoe belangrijk dit boek is in termen van heerschappij uitoefenen? Gemeente, het kan zijn dat we in dit leven nergens heerschappij over zullen uitoefenen. We kijken ernaar uit om in het Koninkrijk van God heerschappij uit te oefenen, maar iedereen heeft jegens God de verantwoordelijkheid heerschappij over zijn eigen leven uit te oefenen. Daar ligt het belang van dit boek voor u en mij. Wij moeten er persoonlijk aandacht aan schenken alsof we reeds koning zijn en aan God verantwoordelijk zijn voor wat er in dit boek geschreven staat.

Ik moet zeggen, op basis van Gods eigen inspiratie van deze woorden, dat we vandoen hebben met een boek dat van uitzonderlijk belang is voor ons leven. Dit boek bevat belangrijke handelingen en gebeurtenissen en hun betekenis voor Israël en voor ons doel in Gods plan. Waarom is dit zo belangrijk voor christenen? Omdat Israël het belangrijkste bijbelse type is van de kerk.

Ik schreef zelf bij vers 15 een interessante notitie in de kantlijn, die misschien wel enige toepassing kan hebben in deze tijd. Er staat: "U zult geen buitenlander, die uw broeder niet is, over u mogen aanstellen."

Is Barack Obama werkelijk een burger van de Verenigde Staten? Daarover doen heel interessante vragen de ronde — men denkt dat hij geen burger is van de Verenigde Staten. Hij werd in Kenia geboren. Hij werd geadopteerd en groeide op in Indonesië, waar hij een opleiding als moslim kreeg. Hij verhuisde pas naar Hawaii toen hij zeven of acht jaar oud was. Zelfs al was zijn moeder blijkbaar afkomstig van Hawaii, daardoor wordt niet gewoon het burgerschap overgedragen omdat hij de zoon was van een Amerikaanse vrouw. Hij werd in Kenia geboren en hun wetten zeggen dat hij een Keniaan is.

Er vinden interessante dingen plaats. Ik weet niet hoe die zullen uitwerken, maar de machten die er zijn — degenen die over de privileges beschikken — zullen in staat zijn dingen gedaan te krijgen. We zullen zien.

Laten we naar een belangrijk vers gaan dat van toepassing is op u, mij en de kerk.

Galaten 6:16 En allen, die zich naar die regel zullen richten — vrede en barmhartigheid kome over hen, en ook over het Israël Gods.

Het "Israël van God" is de kerk. In Romeinen 9 maakt de apostel Paulus duidelijk dat er in deze tijd twee Israëls bestaan — tenminste in het denken van God en eveneens in het denken van u en mij. We hebben Israël dat verspreid is over de noordwestelijke naties van Europa, de Verenigde Staten, Engeland, Canada, Australië, Zuid-Afrika en Nieuw-Zeeland. Zij zijn in raciaal opzicht allemaal Israëlitisch, maar het andere Israël is de kerk, en God zegt specifiek dat dit Israël van Hem is. Het is het Israël (het bezit) van God.

Er is een fysiek Israël — een werelds Israël. Er is een geestelijk Israël. Het boek Deuteronomium is evenzeer op u en mij van toepassing als het in het verleden van toepassing was op de fysieke natie Israël. We moeten de geestelijke instructie die er in zit, tot ons nemen. Daarin ligt de betekenis en de waarde van dit boek. Het geestelijke Israël — de kerk — is het lichaam van Jezus Christus. Het is de christelijke gemeenschap. Het is de heilige natie van 1 Petrus 2:9.

Adam Clarke zei het volgende in zijn inleiding op zijn commentaar op het boek Deuteronomium: "Het kan veilig worden gesteld dat er slechts heel weinig delen van de oudtestamentisch Schrift zijn die met meer profijt gelezen kunnen worden door de echte christen dan Deuteronomium." De allereerste zin in het deel over Deuteronomium van de commentaar serie "The Bible Speaks To Us" zegt het volgende: "Er is geen ander boek in het Oude Testament dat een grotere invloed heeft uitgeoefend op de vorming en ontwikkeling van zowel de Joodse als de christelijke gedachtewereld en praktijk dan Deuteronomium."

De allereerste zin in de inleiding op The New International Biblical Commentary luidt: "Deuteronomium is heel passend beschreven als de hartslag van het Oude Testament. Voel de polsslag van Deuteronomium en u bent in contact met het leven en het ritme van de gehele Hebreeuws Bijbel."

Het Nieuwe Testament bevat 86 aanhalingen uit Deuteronomium, verspreid over 17 van de 27 boeken van het Nieuwe Testament. Jezus en in het bijzonder Paulus citeerden het veelvuldig. De boodschap van Deuteronomium is helder en duidelijk, omdat Mozes levende woorden doorgaf, geen afstandelijke waarheden uit een ver verleden. Daarom zeggen de mensen wat ze zeggen over het boek Deuteronomium. Er is gewoon geen waardevoller boek voor een christen in het Oude Testament dan Deuteronomium. De "woorden zijn levend" is de manier waarop men het boek beschrijft en ze zijn in alle opzichten van toepassing op de kerk, evenzeer als op Israël.

Ik vermeldde dat Deuteronomium 86 keer in het Nieuwe Testament wordt aangehaald. Weet u dat in die beroemde hoofdstukken Mattheüs 4 en Lucas 4, waar Satan Jezus uitdaagt, ieder antwoord dat Jezus op die verzoekingen gaf, aangehaald werd uit Deuteronomium? Elk antwoord. Ik denk dat daar een boodschap in zit, want wat probeerde Satan in Jezus tot stand te brengen? Een vorm van afgoderij. Er is geen boek in de Bijbel dat meer op afgoderij hamert dan het boek Deuteronomium. Dat was Israëls grootste struikelblok en dat is het grootste struikelblok van de kerk — andere goden plaatsen voor de ware God, zich onderwerpen aan die goden in plaats van aan de ware God, en hun onze liefde en toewijding geven in plaats van aan de ware God.

John A. Thompson, auteur van The Deuteronomy Volume of the Tyndale Old Testament Commentary zei: "Zelfs al worden de belangrijke principes uit Deuteronomium uitgedrukt in termen die ons in de twintigste eeuw soms vreemd overkomen, we kunnen die principes toch begrijpen en ze een toepassing in de huidige tijd geven. De resultaten zullen verrassend zijn. Laat de mens uit de twintigste eeuw zichzelf op elk gebied van zijn leven onder de soevereiniteit van God plaatsen en dat zal het begin zijn van zijn begrip van het belang van het boek Deuteronomium."

De algemene boodschap van dit boek is in die zin fundamenteel dat het een solide bodem van basisleerstellingen legt waarop alle aspecten van het christelijke leven dienen te worden gebouwd. Maar tegelijkertijd onthult het ook de zelfgerichte drang van de menselijke natuur om zijn eigen gang te gaan, ondanks de grote hoeveelheid bewijs die dat boek bevat, van wat God ons gegeven heeft en wat we helemaal niet verdienen. Het is vervuld met de concepten van waarom we ons voor Hem zouden moeten vernederen, en Hem eeuwig dankbaar zouden moeten zijn dat Hij ons zulke grote gaven gegeven heeft.

Deuteronomium is een beknopt overzicht van wat we moeten doen om voorbereid te worden op het Koninkrijk van God. In een bepaald opzicht staat het allemaal in één boek — en dan ook nog wel een oudtestamentisch boek. Brengt dat u in verwarring? Het staat niet in het Nieuwe Testament. Dit belangrijke geschrift maakt deel uit van het Oude Testament. Ik geloof persoonlijk dat hoe belangrijk dit geschrift en de prediking op basis ervan voor Israël ook moge zijn geweest, het nog van uitzonderlijk veel meer belang is voor u en mij.

Het boek Hebreeën in het Nieuwe Testament blijkt rechtstreeks gericht te zijn op het overblijfsel van de kerk in de eindtijd. Het boek Deuteronomium legt het fundament voor de christen om van daaruit te starten en op gang te komen om de weg van behoud te lopen die zij die in de eindtijd leven, aan wie het boek Hebreeën werd geschreven, het hoofd zullen moeten bieden. Het is letterlijk gevuld met tijdloze waarheden, en het diept sleutelonderwerpen op moreel en geestelijk gebied uit die altijd relevant zijn voor het leven van Gods volk. Terwijl de technologie het uiterlijk van de wereld langzamerhand verandert, zodat ze er anders gaat uitzien, veranderen de menselijke natuur, Satan en God nooit.

Technologie verandert uiterlijkheden, maar het verandert de mens niet. Daarom zijn Mozes' woorden levende woorden. Ze zijn niet gericht op de computer of enig ander elektronisch apparaat, of op auto's, bussen of vliegtuigen, of raketten naar de maan. Ze zijn gericht op mensen, ongeacht wanneer ze leven, of dat nu 1500 jaar voor Christus was, of in de tijd van Christus, of tijdens de Reformatie, of nu in de 21e eeuw. De geestelijke concepten die erin zijn bevat, zijn nog even levend als toen hij ze uitsprak.

Christopher Wright, auteur van The New International Bible Commentary zei: "Deuteronomium is in het bijzonder vervuld van implicaties en overdenkingen van wat het betekent het volk van God te zijn, de kennis van de levende God toevertrouwd te hebben gekregen, en uitgedaagd te worden om die kennis in het zicht van de naties in het leven in praktijk te brengen."

Ik heb de rest van de preek in een aantal onderdelen opgebroken, en het eerste heeft vandoen met de titel "Deuteronomium".

DE TITEL VAN HET BOEK DEUTERONOMIUM:

Het was bij de Joden de gewone gang van zaken de boeken van het Oude Testament een titel te geven bestaande uit de eerste woorden die in het boek voorkomen, zodoende schijnt de eerste titel van Deuteronomium "Dit zijn de woorden" te zijn geweest. Dat zijn de eerste woorden in het Hebreeuws in het boek Deuteronomium. Later in de geschiedenis werd het eenvoudig aangeduid met "Woorden". Een derde titel was "Het boek van aansporing". Dat is natuurlijk afgeleid van Deuteronomium 17:18, waar staat: "Wanneer hij nu op de koninklijke troon gezeten is, dan zal hij voor zich een afschrift [laten] maken van deze wet, welke bij de levitische priesters berust."

Tegen de tijd dat de titel was veranderd in "Het boek van aansporing", waren we bijna aangekomen in de tijd dat anderen die niet tot het Israëlitische volk behoorden de Bijbel begonnen te vertalen. Toen het Oude Testament dus als eerste in het Grieks werd vertaald, waardoor de Septuaginta tot stand kwam, werden die woorden in Deuteronomium 17:18 (die letterlijk betekenen "deze wet te kopiëren" — met andere woorden "Hier is hij, maak je eigen kopie.") verkeerd vertaald in "Tweede Wet". Zeker er zouden dan twee kopieën bestaan: de oorspronkelijke en degene die de koning schreef.

De opdracht zegt echter niet meer dan de wet te kopiëren. Het zegt totaal niets over "dit is Deuteronomium". Toen die geleerden de Griekse Septuaginta in het Latijn vertaalden, wat de Vulgata Bijbel werd, speciaal gemaakt voor de Katholieke Kerk, was de titel ervan "Deuteronomium". Dat is het Latijnse synoniem voor het woord "kopie" in de Septuaginta. In het Latijn werd het dus "Tweede Wet". In het Nederlands werd het Deuteronomium en die titel is het gebleven.

Laten we nog één ding bekijken en dat heeft vandoen met het woord "Thora", dat in de Nederlandse Bijbels meestal vertaald wordt met "wet". Dat woord betekent echter "instructie". Het kan wet betekenen, maar dat is een specifiek gebruik van "Thora". Het betekent letterlijk "instructie", niet wet zoals het in de meeste plaatsen van de Bijbel voorkomt. Soms is "wet" de juiste vertaling, maar ik denk dat het voor ons veel beter is om er in de meeste gevallen aan te denken in termen van instructie in plaats van ons specifiek op wet te richten. Natuurlijk zou in zekere zin alles wat God tot ons zegt wet moeten zijn, maar het woord "instructie" is ruimer en letterlijk juister. Laten we dit nu dus toepassen op het boek Deuteronomium.

Deuteronomium is geen boek met gecodificeerde wet. Leviticus wel. Er is verschil tussen de twee. Leviticus is zeer beslist een boek met gecodificeerde wet. Deuteronomium is een boek met instructie hoe men zijn leven moet leiden en waarom het op die manier moet worden geleid.

Dat niet alleen, Deuteronomium is anders in de zin van, laten we zeggen, dat het een duidelijk contrast is met het boek Leviticus, dat echt een wetboek is. Al bevat het boek Deuteronomium enige specifieke wetten, die in de meeste gevallen vanuit andere delen van de Bijbel worden herhaald, toch zijn die gedeelten doorspekt van lange stukken instructie die niets meer zijn dan de preek van Mozes. Deze dingen werden allemaal mondeling aan Israël gegeven.

Mozes predikte dit boek tot hen in de dertig dagen voor hij stierf. John Ritenbaugh krijgt slechts enkele dagen. Mozes kreeg er minstens dertig. Dat bedoel ik als ik zeg dat we hier iets aanpakken dat zo veelbetekenend is dat het niet kan worden gedaan. Ik weet niet hoeveel Mozes toelichtte boven wat er feitelijk hier werd vastgelegd. Hij deed dat ongetwijfeld, maar God bewaarde de essentiële delen van wat hij zei en dat is voldoende.

De koning kreeg de opdracht een afschrift te maken van deze instructie bevat in het boek Deuteronomium, en hij moest er al de dagen van zijn leven in blijven lezen zodat hij er vertrouwd mee zou raken. Dan was hij erop voorbereid de natie te besturen, waarbij hij het boek Deuteronomium als zijn leidraad zou gebruiken.

In datgene waartoe God de koning opdracht gaf, om voor zichzelf een afschrift van Deuteronomium te maken, ligt iets van het nuttigste hulpmiddel voor het christelijke leven, omdat christenen erop worden voorbereid koningen en priesters te worden. Elk van deze functies vereist bestuurlijke training en de verantwoordelijkheid om oordelen te vellen. Er is dus een bepaalde mate van herhaling van wetten in Deuteronomium. Bijvoorbeeld, de tien geboden worden in het boek Deuteronomium in een iets gewijzigde vorm gegeven. Ten opzichte van Exodus werden er enkele veranderingen aangebracht, en die veranderingen werden aangebracht om meer in lijn te zijn met de situatie die het volk het hoofd zou moeten bieden als ze eenmaal in het land zouden zijn.

Er is een goede logische reden voor de herhaling van de dingen die in de andere wetboeken stonden, en dat is dat iedereen die toen hij uit Egypte kwam ouder dan twintig was, nu dood was. U weet nog wel wat er in het tweede jaar nadat ze uit Egypte getrokken waren, gebeurde. Op het moment dat dit boek geschreven werd, was iedereen die toen hij uit Egypte kwam ouder dan twintig was, nu dood, behalve Jozua en Kaleb.

Zij die geboren waren na de gebeurtenissen aan het einde van het tweede jaar, hadden de ervaringen van de gebeurtenissen die in Egypte plaatsvonden, niet meegemaakt, zoals het splijten van de Schelfzee, het voorzien in de dingen waarin God voorzag, terwijl zij daar doorheen trokken, en hun ontging derhalve veel van de betekenis van wat er gebeurde toen de Israëlieten aan het eind van het tweede jaar weigerden het land binnen te trekken.

Deuteronomium dient dus een belangrijk doel zowel voor Israël als voor ons. Dat doel is om voor hen die in de woestijn geboren waren en hun fysieke en geestelijke nakomelingen, in één boek een ooggetuigenverslag te verzamelen van de belangrijkste elementen van de relatie tussen de God van de schepping en Israël. Het voorziet in de achtergrond van de reden dat zowel zij als wij Gods verkozen geestelijke natie zijn, en die reden is genade.

Er is veel over genade te vinden in het boek Deuteronomium. Daarnaast bevat het beknopte basisinstructie voor wat God van hen verwachtte, en van ons verwacht, te doen met deze kennis. Die reden, gemeente, is tweeledig: (1) getuigen van Hem zijn, en (2) voorbereiden op het Koninkrijk.

We beginnen nu met het volgende gedeelte van de preek en dat gaat over de structuur van het boek Deuteronomium.

DE STRUCTUUR VAN HET BOEK DEUTERONOMIUM:

Pas nadat archeologen bij hun opgravingen in het Midden-Oosten restanten ontdekten van Hethitische en Assyrische verdragsdocumenten, konden bijbelgeleerden vaststellen dat het boek Deuteronomium geschreven was in een vorm die overeenkwam met die van verdragsdocumenten. Het komt overeen, maar is niet precies hetzelfde. Die verdragsdocumenten bevatten instructies van een suzerein voor zijn vazallen of zijn onderdanen.

Een suzerein is een feodale heerser die zelfs koning kon zijn, en de vazallen zijn zij die hem trouw verschuldigd zijn, omdat hij hun toestaat op zijn land te leven en te werken. De suzerein is verantwoordelijk om ten gunste van hen bepaalde overeengekomen dingen te doen, en de vazallen hebben verplichtingen jegens hem, die nagekomen moeten worden. Deuteronomium is dus een op zichzelf staand verbondsdocument.

Nu volgt een eenvoudig overzicht. Deuteronomium begint met een inleiding van vijf verzen. Dit wordt gevolgd door een op de historie gebaseerd voorwoord dat loopt van hoofdstuk 1, vers 6, tot ruwweg hoofdstuk 3, vers 29. Kunt u zich een koning voorstellen die het volgende tot zijn verzamelde onderdanen zegt: "Op de volgende manier raakten we met elkaar verbonden in wat we hier doen"? Dan volgt er een lang gedeelte van zowel algemene als specifieke bepalingen voor het verdrag, dat loopt van hoofdstuk 4, vers 1, tot hoofdstuk 27, vers 26. Sommige commentatoren hebben dat enigszins onderverdeeld, en misschien zullen we in de komende preken zien waarom zij dit gedeelte enigszins verder opdeelden.

Na hoofdstuk 27, vers 26, volgt hoofdstuk 28 — het hoofdstuk over zegen en vloek. Dat hoofdstuk staat vrijwel op zichzelf, maar niet geheel, omdat de structuur van het boek op zo'n manier kan worden geordend dat dat gedeelte feitelijk begint in hoofdstuk 26 en pas eindigt met hoofdstuk 30, de verzen 15 tot 20. Iedereen behoort te weten wat er in Deuteronomium 30:15-20 staat. Daar zegt God: "Kies." Hij zegt: "Ik zet deze dingen nu voor u — de zegen en de vloek. Ik verlang van jullie dat jullie je keus maken." Dat is onze verantwoordelijkheid.

De rest van het boek Deuteronomium heeft vandoen met enige zegeningen, enige profetische punten betreffende de stammen, en sluit af, in hoofdstuk 34, met het sterven van Mozes.

Ik wil nogmaals benadrukken, zoals ik gisteravond zei, dat we beslist niet aan Deuteronomium moeten denken als een koud, juridisch document. Het is in preekvorm een genadig aanbod van onze God, met vaak een oprecht beroep op onze vrijwillig gegeven medewerking die zo nodig is om naar het beeld van Christus geschapen te worden.

Kunt u zich voorstellen dat God Zelf (al deed Hij het via Mozes) op een heuvel stond om tot deze mensen beneden Hem in een amfitheater te spreken en te zeggen: "Kijk, Ik ben uw Koning. Ik ben uw God. U bestaat vanwege wat Ik voor u heb gedaan. Ik heb ervoor gekozen dat u hier bent. U moet zich aan Mij onderwerpen en als u dat doet zullen de dingen werkelijk goed voor u gaan verlopen. Ik heb de macht u rijk te maken. Ik kan u genezen als u ziek bent. Ik kan ervoor zorgen dat er gezonde baby's uit uw lichaam komen. Ik kan de vijanden van u weghouden, omdat Ik machtig genoeg ben om dat te doen. Maar als tegenprestatie verlang Ik dat u uw leven eraan wijdt Mij lief te hebben." Dat is wat het boek Deuteronomium ons voorlegt.

Gisteravond zei ik dat hoofdstuk 28 niet als profetisch dient te worden beschouwd, maar dit hoofdstuk beeldt God uit die tegen Zijn kinderen die voor Hem zitten, zegt: "Kijk eens, als jullie dit doen, zal alles goed voor jullie verlopen. Als jullie dat doen, wordt het een knoeiboel, en Ik kan jullie garanderen dat dat zo zal zijn." Hij profeteert niet dat die dingen zullen gebeuren, Hij legt Zijn kinderen dit gewoon uit, zodat de gelegenheid duidelijk voor hen ligt waarbinnen ze de keus moeten maken. Dat zegt Hij in Deuteronomium 30. "Wel, hier hebben jullie al de feiten. Kies." "Welke weg zullen jullie gaan?" "Zullen jullie in opstand tegen Mij komen, zelfs al heb Ik jullie lief?" "Zullen jullie je niet aan Mijn wetten houden?"

DE TIJDSACHTERGROND VAN HET BOEK DEUTERONOMIUM

Wat kunnen we zeggen over de tijdsachtergrond van het boek? Voor mij is de tijdsachtergrond van bijzonder belang voor de generatie uit de eindtijd, dus voor ons, omdat wij op het punt staan onze erfenis binnen te gaan, evenals die mensen die als eersten het boek Deuteronomium ontvingen, zo dicht bij het Beloofde Land waren.

Bedenk dat ik ook al eerder zei dat Deuteronomium een boek is dat beknopte basisinstructie bevat. God herhaalt dus Zijn vereisten in het kort en Hij gaf hun dus een allerlaatste gelegenheid om hun denken, hun geheugen, op te frissen. Dat geldt natuurlijk ook voor ons, proberen zwakke plekken te ontdekken en ze tijdens onze laatste periode van laatste voorbereidingen te overwinnen.

Laten we Deuteronomium 1 opslaan en we zullen de eerste vijf verzen lezen.

Deuteronomium 1:1-5 Dit zijn de woorden, die Mozes tot geheel Israël gesproken heeft aan de overzijde van de Jordaan, in de woestijn, in de Vlakte, tegenover Suf, tussen Paran, Tofel, Laban, Chaserot en Di-Zahab; 2 elf dagreizen is het van Horeb in de richting van het gebergte Seïr tot Kades-Barnea. 3 In het veertigste jaar nu, in de elfde maand, op de eerste der maand, heeft Mozes tot de Israëlieten gesproken overeenkomstig alles wat hem de HERE ten aanzien van hen geboden had; 4 nadat hij Sichon, de koning der Amorieten, die in Chesbon woonde, en Og, de koning van Basan, die in Astarot woonde, bij Edreï verslagen had; 5 aan de overzijde van de Jordaan, in het land van Moab, begon Mozes deze wet te ontvouwen en hij zeide:

Vers 3 zegt: "in het veertigste jaar nu, in de elfde maand, op de eerste der maand" van de tocht door de woestijn. Aäron, de hogepriester, was enkele maanden eerder tijdens die tocht gestorven, en hij was opgevolgd door zijn zoon Eleazer. Mirjam, een leider onder de vrouwen, was ook vrij recent gestorven. Mozes is, behalve Jozua en Kaleb, de laatste die over is van hen die tijdens de uittocht uit Egypte ouder dan twintig waren, en hij zou over ongeveer dertig dagen sterven.

Israël bevond zich in die tijd net ten oosten van het Beloofde Land. Dat was aan de oostzijde van de Jordaan. Als u dat mogelijk is, probeer dan een kaart op de kop te tikken waarop u kunt zien waar Israël in deze tijd ligt in relatie tot de Middellandse Zee, Egypte en de Jordaan. Toen zij via een omweg uit Egypte trokken kwamen ze aan de achterzijde bij Israël. Met andere woorden de oostzijde van de Jordaan.

Ik wil nu een relatie leggen met wat ik vorig jaar zei in de preek over Eden. Dat is heel interessant, omdat God Degene was die hen leidde in de richting van waaruit Hij wilde dat zij het land zouden binnentrekken. In het boek Exodus staat dat Hij hen vanuit Egypte in een directe lijn naar het noordoosten had kunnen doen gaan. Dan zouden ze binnen enkele dagen in Israël zijn gearriveerd. Maar dat deed Hij niet. Hij leidde hen via deze werkelijk omslachtige omweg.

Er staat dat Hij niet wilde dat ze een oorlog moesten voeren, en dus voerde Hij hen langs een route zodat ze geen oorlog zouden hoeven te voeren. Ik denk echter dat er nog iets anders een rol speelde. God koppelt alle dingen aan elkaar, zodat wij kunnen zien dat er een gemeenschappelijke hand, een gemeenschappelijk denken, een gemeenschappelijk idee en een gemeenschappelijke manier is waarop de dingen worden gedaan. Daarom liet Hij hen Israël vanuit het oosten naderen.

Herinnert u zich die preek van vorig jaar nog? Al vroeg in het boek Genesis beginnen we te zien dat als mensen van God wegtrokken ze van het westen naar het oosten gingen. Als mensen echter naar God toe gingen, gingen ze van het oosten naar het westen, omdat Eden daar lag waar in deze tijd Jeruzalem ligt.

Toen Abraham in het land kwam, kwam hij het land binnen van het oosten naar het westen. Hier hebben we de nakomelingen van Abraham en God leidt hen dusdanig dat ze het land vanuit dezelfde richting binnenkomen als Abraham — vanuit het oosten naar het westen.

Als Jezus Christus terugkeert, zal Hij, als we de ligging van de tempel en de muren van Jeruzalem voor de geest kunnen halen, het tempelgebied vanuit het oosten naar het westen benaderen. Hij zal vanuit het oosten komen en Hij zal Zich in de richting van het westen begeven. Zoals ik zei, het kan zijn dat dit niet echt werkelijk belangrijke dingen zijn, maar ieder woord van God is belangrijk. Dit is een van die dingen die ons laten zien dat Gods hand zelfs in dit kleine punt voor wat betreft vanuit welke richting ze het land zullen binnentrekken, betrokken is. Ze zouden het vanuit het oosten gaande naar het westen benaderen.

Zeventig dagen later, na het tijdstip dat Deuteronomium 1:3 vermeldt, op 10 Nisan of 10 Abib (als u de voorkeur aan die naam geeft) zou Israël het Beloofde Land onder Jozua binnentrekken. Op 11 Nisan zou de massale besnijdenis van alle mannen die in de woestijn geboren waren, beginnen. Op de 14e zou Israël het eerste Pascha in hun nieuwe vaderland houden en op de 15e hun eerste Feest — de eerste dag Ongezuurde Broden.

Ik wil dat u hier iets mee in verband brengt. Ik zei dat ze die massale besnijdenis zouden hebben en dat was inderdaad zo. Dit geeft ons een beetje inzicht in enkele van de dingen die wel of niet doorgingen terwijl de Israëlieten zich in de woestijn bevonden.

Exodus 12:43-48 De HERE zeide tot Mozes en Aäron: Dit is de inzetting van het Pascha: geen enkele vreemdeling mag ervan eten. 44 Iedere slaaf, die door iemand voor geld is gekocht, mag er eerst van eten, wanneer gij hem besneden hebt. 45 Een bijwoner en een dagloner mogen er niet van eten. 46 In één huis zal het gegeten worden; gij zult van het vlees niets uit het huis naar buiten brengen; geen been zult gij ervan breken. 47 De gehele vergadering van Israël zal dit vieren. 48 Maar wanneer een vreemdeling bij u vertoeft en de HERE het Pascha wil vieren, dan zal ieder van het mannelijk geslacht, die bij hem behoort, besneden worden; eerst dan mag hij naderen om het te vieren; hij zal gelden als in het land geboren. Maar geen enkele onbesnedene mag ervan eten.

Als een man aan het Pascha wilde deelnemen, moest hij besneden zijn. De allerbelangrijkste zaak die ze moesten uitvoeren toen ze in het Beloofde Land kwamen, daar ze op de 10e binnentrokken, was op de 11e een reusachtige, massale besnijdenis. Ik bedoel echt een reusachtige, massale besnijdenis. Dat zegt ons in de eerste plaats dat ze in de woestijn het Pascha niet hadden gehouden, behalve misschien door hen die nog in leven waren en natuurlijk besneden waren. Maar tegen de tijd dat we hier aankomen, zijn er — voor zover ik weet — slechts drie besneden mannen in het hele kamp van Israël: Mozes, Jozua en Kaleb.

Ik breng dit naar voren, omdat mensen bezwaren hadden tegen wat ik zei over lange tijdsperioden dat Israël, zelfs onder Mozes of Jozua, in opdracht van God de Heilige Dagen niet hield. Zij konden de Heilige Dagen niet houden. Zij konden het Pascha niet houden, omdat ze niet besneden waren.

Zij trokken het land op de 10e binnen. Op de 11e was er de massale besnijdenis. Op de 12e, de 13e en de 14e waren zij aan de beterende hand, en op de 14e waren de mannen in staat het Pascha te houden. Dus het Pascha werd in het land gehouden en dit was waarschijnlijk — sinds wie weet hoelang — de eerste keer dat het met zoveel mensen erbij betrokken gehouden werd. Misschien wel tientallen jaren. Er zijn hier en daar kleine dingetjes die we met elkaar in verband kunnen brengen, omdat zij signalen geven voor een beter en duidelijker begrip van wat er gaande was.

Op de 14e hielden ze het Pascha. Op de 15e hielden ze de eerste dag Ongezuurde Broden — hun eerste Heilige Dag in het land, en daarna op de 16e vond er iets plaats dat werkelijk van belang was. Er viel geen manna. Wat betekent dat? Dat was een vrij duidelijk teken van God, alsof Hij zei: "Tot ziens, mensen. Jullie staan voor wat betreft voedsel nu op eigen benen. Jullie zult moeten leven van wat de grond van dit land dat Ik jullie gegeven heb, voortbrengt."

God bepaalde de tijd daarvoor. Begrijp echter dat ze in de lente in het land aankwamen en er stond dus een gerste- en tarweoogst op het land die door de Kanaänieten gezaaid was. Toen de Kanaänieten de Israëlieten zagen komen, lieten ze hun landerijen in de steek en trokken daar weg. Het stond de Israëlieten dus vrij van deze oogsten te eten.

Jozua 4:19 Het volk nu is uit de Jordaan opgeklommen op de tiende der eerste maand en zij legerden zich te Gilgal, aan de oostelijke grens van Jericho.

We weten, tenminste in principe, de plaats waar zij zich bevonden. Dat was net ten oosten van Jericho.

Als u geteld hebt, zou u tot de ontdekking zijn gekomen dat op dat moment de volledige periode van de laatste 70 dagen van Mozes' leven voorbij is. We zijn al enkele dagen verder. In feite stellen de meeste commentatoren vast dat hij hoogstwaarschijnlijk precies op of vlakbij de eerste van de twaalfde maand stierf. Daarna besteedde Israël dertig dagen om over zijn dood te rouwen. Daarna op de eerste dag van de eerste maand, dat is Nisan of Abib, begon Jozua het volk in positie te brengen om de Jordaan over te steken. Ik ben nu op iets uit dat volgens mij min of meer interessant is. Bedenk dat ze zich nog steeds aan de oostkant van de Jordaan bevinden. Ze zijn die nog niet overgestoken.

Jozua 1:10-11 Toen beval Jozua de opzieners van het volk: 11 Gaat midden door de legerplaats en beveelt het volk aldus: bereidt u teerkost, want binnen drie dagen zult gij de Jordaan hier overtrekken om bezit te gaan nemen van het land, dat de HERE, uw God, u tot een bezitting geven zal.

Het is nu de zevende dag van de maand Nisan. Viel het u op wat hij daar zei? Hij zei: "Bereid teerkost voor uzelf." Die teerkost kon niet uit manna bestaan. Hij zei hun voedsel te bereiden, maar dat kon geen manna zijn, omdat manna bedierf. Het bleef maar één dag goed en als ze de volgende dag 's ochtends zouden opstaan, was er een nieuwe oogst, of hoe we dat ook willen noemen. Ze konden dat eten, maar als ze probeerden manna te bewaren, dan bedierf het. Jozua zegt hun teerkost te bereiden om de oversteek naar het Beloofde Land uit te voeren, en dat moest bestaan uit dingen die niet bedierven.

Ik breng dit naar voren omdat het ons een vrij goed idee geeft dat Israël reeds de oogst binnenhaalde in de Kanaänitische gebieden of de gebieden van de Amorieten — één van beide — en dat ze daar reeds van aten. Ze hoefden van die oogst geen garfoffer te brengen omdat die oogst niet aanvaardbaar was om aan God te offeren. Ze mochten het volgens de wet oogsten en eten. Hun teerkost moest dus bestaan uit dingen die ze reeds met zich meevoerden, of uit dingen die ze reeds oogstten en dus van het land aten dat ze reeds hadden ingenomen. Dit puntje is heel belangrijk voor het tellen van de juiste datum van Pinksteren als het Pascha op een wekelijkse sabbat valt.

Jozua 2:1 Jozua, de zoon van Nun, zond van Sittim heimelijk twee verspieders uit met de opdracht: Gaat heen, neemt het land in ogenschouw en Jericho. Zij gingen dan en kwamen in het huis van een hoer, Rachab geheten, waar zij gingen slapen.

Jozua 2:22-24 Zij [de spionnen] nu gingen heen, kwamen in het gebergte en bleven daar drie dagen, totdat de vervolgers teruggekeerd waren. De vervolgers hadden overal langs de wegen gezocht zonder te vinden. 23 Toen keerden de beide mannen terug, daalden van het gebergte af, staken over en kwamen bij Jozua, de zoon van Nun, en zij vertelden hem al hun wedervaren. 24 Zij zeiden tot Jozua: De HERE heeft het gehele land in onze macht gegeven, ja zelfs sidderen voor ons alle inwoners van het land. [Deze episode besloeg minstens drie dagen van die laatste negen.]

Jozua 3:1-5 Toen stond Jozua des morgens vroeg op, en hij en al de Israëlieten braken op van Sittim en kwamen tot aan de Jordaan, waar zij overnachtten, voordat zij overtrokken. 2 Na verloop van drie dagen gingen de opzieners de legerplaats door 3 en zij gaven het volk dit bevel: Zodra gij de ark des verbonds van de HERE, uw God, ziet en de levitische priesters, die haar dragen, dan zult gij ook van uw plaats opbreken en achter haar aan trekken. 4 Er zij echter tussen u en haar een afstand van ongeveer tweeduizend ellen lengte; komt niet dicht bij haar; opdat gij de weg moogt weten, waarlangs gij gaan zult, want langs die weg zijt gij noch gisteren noch eergisteren getrokken. 5 En Jozua zeide tot het volk: Heiligt u, [Dit betekent gewoonlijk reinig uzelf, reinig uw kleren. Maak u gereed. We gaan iets belangrijks doen.] want morgen zal de HERE in uw midden wonderen doen.

Met andere woorden: "Maak u gereed. De Koning komt eraan."

Eén van de redenen dat ik doorneem, is dat ik u ervan wil doordringen hoeveel door een groot aantal mensen zonder moderne technologie in een heel korte periode kan worden bereikt, als de mensen maar met elkaar samenwerken. God doet dingen op een ordelijke manier en als Zijn volk meewerkt, worden er wonderlijke dingen tot stand gebracht.

Bedenk dat we het hier hebben over tweeënhalf miljoen mensen die zich gereedmaken om die rivier over te steken en het land binnen te trekken. Voor degenen onder u die bekend zijn met Charlotte, dat is bijna tweemaal zoveel als de bevolking van de stad Charlotte en het district Mecklenburg samen. De bevolking van de stad Portland, Oregon, is 537.000 mensen. Ik rond deze getallen wat af. De stad Boston telt 591.000 inwoners. De stad Seattle telt 582.000 inwoners. Denver telt 562.000 inwoners. San Francisco telt 744.000 inwoners. Detroit telt 871.000 inwoners. Philadelphia telt 1.450.000 inwoners.

We hebben het over meer mensen dan in elk van die steden. Pas als we bij Houston, Texas, komen met een bevolking van 2.140.000 inwoners, komen we dicht in de buurt van de grootte van die groep Israëlieten. Geven deze cijfers u een beter idee van de omvang van de organisatie en handelingen waarover in dit boek zo nuchter wordt gesproken? Ze brachten dit tot stand zonder enige elektronica, geen centrale vergaderzalen, verspreid over een groot gebied waarover het transport te voet of per dier moest plaatsvinden en waar tijd nodig was om berichten over te brengen. Daarnaast hadden ze allemaal vee, schapen, geiten en waarschijnlijk ook nog karren en bijeenverzamelde bagage.

Jozua 3:14-17 Het geschiedde nu, toen het volk uit zijn tenten opbrak om de Jordaan over te trekken, — de priesters die de ark van het verbond droegen, bevonden zich aan de spits van het volk — 15 dat, zodra de dragers van de ark aankwamen bij de Jordaan en de voeten der priesters, die de ark droegen, aan de oever in het water gedompeld waren — de Jordaan nu was geheel buiten zijn oevers getreden gedurende de ganse oogsttijd — [De rivier heeft een hoge waterstand.] 16 het water, dat van boven afkwam, bleef staan; het rees op als een dam, zeer ver weg bij Adam, de stad, die bezijden Saretan ligt, terwijl het water dat afvloeide naar de zee der Vlakte, de Zoutzee, volkomen werd afgesneden. Toen trok het volk over, tegenover Jericho. 17 Doch de priesters die de ark van het verbond des HEREN droegen, bleven onbeweeglijk staan op het droge, midden in de Jordaan, [Die modder werd ogenblikkelijk in stevige grond veranderd.] terwijl geheel Israël op het droge overtrok, totdat het ganse volk de overtocht over de Jordaan voleindigd had.

Die genoemde steden — Adam en Saretan — liggen vijfentwintig kilometer ten noorden van Jericho, en Jericho ligt ruim zes kilometer ten noorden van de Zoutzee. Zij trokken over droge grond over. God damde de rivier niet alleen af, Hij droogde ook de grond ogenblikkelijk en Hij opende een doorgang die ruim dertig kilometer breed was om over te trekken. In zekere zin moest Hij dat wel doen. Weet u hoe lang tweeënhalf miljoen mensen erover zouden doen om in ganzenmars of in rijen van vijf of in rijen van weet ik hoeveel over te trekken? Hij opende de rivier dus over een breedte van meer dan dertig kilometer, droogde de grond zodat ze op een ordelijke manier over konden trekken en daarbij de gehele breedte konden benutten zodat het hun geen dag, of zelfs twee of drie dagen zou kosten om over te trekken. We kunnen een belangrijke les vinden in de eerste brief aan de Corinthiërs, hoofdstuk 12.

1 Corinthiërs 12:7 Maar aan een ieder wordt de openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen.

Het gaat om de woorden "tot welzijn van allen". We zijn tegelijkertijd individuen die onafhankelijk en apart van elkaar geroepen zijn, maar we maken ook deel uit van een lichaam, een team, ten opzichte waarvan we de verantwoordelijkheid hebben om doelbewust in harmonie te handelen. Met andere woorden we moeten leren vrijwillig samen te werken op de manier waarop de Israëlieten dat deden tijdens de overtocht over de Jordaan.

Ik geloof dat een van de redenen dat ze zo bereid waren tot samenwerking, was omdat ze ervan overtuigd waren betrokken te zijn bij iets groots en dat de verwerkelijking van hun hoop dicht in het verschiet lag. Deze massale verplaatsing van tweeënhalf miljoen mensen verliep zonder haperingen, omdat iedereen meewerkte en God Zijn aandeel leverde om het mogelijk te maken.

Zoals ik eerder zei, was een van de hoofdredenen dat God dit boek liet schrijven, dat het instructie was voor hen die tot de leeftijdscategorie behoorden waarin ze geen getuige waren geweest van de dingen die in Egypte plaatsvonden en tijdens het begin van hun tocht door de woestijn. Er moest een verslag zijn, zodat ze zouden begrijpen wie ze waren en waarom zij bestonden en ze in staat zouden zijn die instructie door te geven aan iedere generatie die zou volgen. Dat deden ze dus niet. Ze waren niet trouw in het uitvoeren van die verantwoordelijkheid. Desondanks moeten we begrijpen dat dit onze verantwoordelijkheid is.

Ik weet niet of u zich ervan bewust bent, maar al in het zesde hoofdstuk van Deuteronomium begint God te spreken over de verantwoordelijkheid van ouders jegens hun kinderen. Een belangrijk deel van die verantwoordelijkheid bestaat uit het opvoeden van uw kinderen in de aansporing van God, zodat ze zich bewust zijn wie u bent en waarom u bestaat, wat de kerk is en wat de relatie ervan met God is; wat God op aarde aan het doen is en dat zij daar deel van uitmaken.

Het grootste van alle geboden staat in hoofdstuk 6: "Gij zult de HERE, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel" en dit gaat dan vanaf dat punt direct over in de instructie van ouders voor hun kinderen.

Israël schoot tekort in haar medewerking, met uitzondering van een beperkt aantal mensen die de instructie die Mozes hun gaf wel uitvoerden. We beginnen in het boek Deuteronomium te leren dat Israël — bij het ontstaan ervan — een familieonderneming is. Begrijpt u dat? Het is de onderneming van Gods familie, en als u dus deel uitmaakt van Zijn familie, wil Hij dat u uw kinderen traint zodat u ze opvoedt met de benodigde kennis zodat ook zij deel kunnen gaan uitmaken van Gods familie. En ze zullen worden voorbereid met het begrip dat u op hen overdroeg. Een van de sterkste boodschappen die uit het boek Deuteronomium tot ons komt is dat Gods familie een familieonderneming is, en dat Hij mensen als kinderen tot Zijn familie roept om te worden zoals hun oudere Broer.

U kunt zich afvragen waarom de religie die we volgens Gods aandringen moeten houden, zo belangrijk is, en dat Hij daar erg vasthoudend in is. De reden is dat het de enige manier is waarop mensen naar het beeld van Zijn Zoon geschapen zullen worden. Hij wil Zijn familie uitbreiden en elke afgodendienst die zich in ons leven voordoet is een afleiding, een geringschatten van het worden als Hij is en als Zijn Zoon Jezus Christus.

We bevinden ons in een toestand waarin we ieder zevende jaar door Deuteronomium moeten heengaan om herinnerd te worden aan de thema's die door dit boek lopen. Dit moet gebeuren, zodat wij het als handboek kunnen gebruiken, als gids voor ons leven, en opdat we in staat zullen zijn deze dingen op onze kinderen over te dragen, omdat het proces zich in zekere zin voortdurend herhaalt.

Zoals we gisteravond zagen, werkt God altijd en Hij werkt aan Zijn schepping. De fysieke schepping werd lang geleden gedaan, maar toen Hij met de fysieke schepping klaar was, begon de geestelijke schepping. Daar werkt Hij nu aan en het is Hem ernst om Zijn familie in grootte te doen toenemen.

Daarom leren we vanuit het boek Deuteronomium dat Hij iedereen afzonderlijk en persoonlijk kiest. Dat is alweer een van de krachtige lessen die we vanuit het boek Deuteronomium kunnen leren. Het komt al vroeg aan de orde dat Hij van het begin tot het einde persoonlijk betrokken is, maar Hij geeft ons heel wat speelruimte als Hij ons eenmaal roept. Hij verliest ons om zo te zeggen geen moment uit het oog, we zijn altijd zichtbaar voor Hem.

Eén commentator zei dat hij persoonlijk geloofde dat Deuteronomium 10 het thema is van het gehele boek. Dit is een schitterend hoofdstuk.

Deuteronomium 10:12-22 Nu dan, Israël, wat vraagt de HERE, uw God, van u dan de HERE, uw God, te vrezen door in al zijn wegen te wandelen; Hem lief te hebben; de HERE, uw God, te dienen met uw ganse hart en met uw ganse ziel; 13 de geboden en de inzettingen des HEREN, die ik u heden opleg, te onderhouden, opdat het u wèl ga. 14 Zie, van de HERE, uw God, is de hemel, ja, de hemel der hemelen, de aarde en alles wat daarop is; 15 alleen aan uw vaderen heeft de HERE Zich verbonden en alleen hen heeft Hij liefgehad, en u, hun nakroost, heeft Hij uit alle volken uitverkoren, zoals dit heden het geval is. 16 Besnijdt dan de voorhuid uws harten en weest niet meer hardnekkig. 17 Want de HERE, uw God, is de God der goden en de Here der heren, de grote, sterke en vreselijke God, die geen partijdigheid kent noch een geschenk aanneemt; 18 die wees en weduwe recht doet en de vreemdeling liefde bewijst door hem brood en kleding te geven. 19 Daarom zult gij de vreemdeling liefde bewijzen, want vreemdelingen zijt gij geweest in het land Egypte. 20 De HERE, uw God, zult gij vrezen, Hem zult gij dienen, Hem aanhangen en bij zijn naam zweren. 21 Hij is uw lof en Hij is uw God, die onder u deze grote en vreselijke dingen gedaan heeft, welke uw ogen gezien hebben. 22 Met zeventig zielen trokken uw vaderen naar Egypte, en thans heeft de HERE, uw God, u talrijk gemaakt als de sterren des hemels.

De verzen 12 en 13 vermelden vijf dingen die Hij van ons wil. Hij wil dat we Hem vrezen, dat we op Zijn wegen wandelen, dat we Hem liefhebben, dat we Hem met geheel ons hart en onze ziel dienen, en dat we de geboden en inzettingen onderhouden. Vrezen, wandelen, liefhebben, dienen en onderhouden. Alle vijf zijn houdingen die onder onze controle staan en deze kwaliteiten verschijnen niet als bij toverslag in ons omdat we bekeerd zijn. We moeten ervoor kiezen deze toe te passen op basis van onze kennis van God en onze ervaring met Hem. Ze hangen alle vijf met elkaar samen. Vrees en liefde zijn fundamenteel voor alle gehoorzaamheid aan God, en zij die deze houdingen hebben, zullen met God wandelen. Zij zullen Hem dienen en Zijn geboden onderhouden.

Let erop dat God specifiek zegt dat Zijn wetten geen last zijn, maar een genadige voorziening ons ten goede. En zij die Hem niet vrezen noch liefhebben, zullen Hem niet gehoorzamen.

De verzen 14 en 15 laten zien waarom we deze vijf vereisten moeten toepassen. Dat is een overweldigende reden. Dat is omdat God onze vaderen — Abraham, Isaak en Jakob — liefhad, en omdat Hij hen liefhad, heeft Hij ons lief en daarom kiest Hij ons.

Zoals we in Romeinen kunnen vinden, laat Paulus zien dat Gods verkiezing van ons geheel onder Zijn autoriteit staat en dat die persoonlijk en individueel wordt gedaan. Wat een privilege! Het is niet gewoon iets dat als zaad over het land wordt uitgestrooid. Hij zegt: "Ik wil u" en "Ik wil u" en "Ik wil u" en Hij zegt ons nooit waarom, behalve dat Hij ons liefheeft. Dat is nogal interessant en zoals Paulus daar ook uitlegt, had Hij ons al lief toen wij totaal waardeloze niksnutten waren en Hem haatten.

De tegenstelling tussen de grootheid van wat Hij is vergeleken met onze onbelangrijkheid, is zo ontstellend dat die niet te geloven is. Hij is absoluut onafhankelijk van alles en iedereen, en toch koos Hij, op basis van Zijn eigen weloverwogen keus, ons om het leven en alles wat Hij bezit en bestuurt met Hem te delen.

De verzen 17 en 18 geven nog een beschrijving van Gods grootheid die alweer Zijn uniekheid verheerlijkt. Hij staat boven alles wat de mens ook maar als God zou kunnen aanduiden. Alleen Israëls God is aanbidding en toewijding waardig. We moeten de vreemdeling liefhebben omdat God hen evenzeer liefheeft als ons, al is Hij niet zo persoonlijk bij hen betrokken als Hij dat is bij hen die Hij uitverkoren heeft.

Vers 19 herinnert ons eraan dat er in niemand van ons enig gevoel van raciale superioriteit moet zijn en dat we ernaar moeten uitzien liefde jegens de vreemdeling toe te passen; we zouden ook kunnen zeggen jegens de niet-bekeerde.

De verzen 20 tot 22 brengen ons in gedachten terug naar de verzen 12 en 13 dat God het onderwerp van onze lofprijzing moet zijn, want dat komt ons ten goede, omdat het helpt ons denken niet op onszelf te richten en het in sterke mate helpt de relatie op nederigheid te baseren.

Dat geeft ons een overzicht en dat is nog niet zo volledig als ik graag zou willen, maar het is voldoende voor vandaag. De volgende preek zal verdergaan met een ander deel van dit geweldige boek.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)