De zomersoldaat en het mooi-weer-patriottisme

Door John W. Ritenbaugh
13 september 2007

Samenvatting: (toon)

John Ritenbaugh onderzoekt het leven van hen die de Onafhankelijksverklaring ondertekenden, en merkt op dat zij hun bezit en hun leven in gevaar brachten; velen van hen stierven als 'verraders' en 'verschoppelingen'. Alle ondertekenaars beseften dat zij de lont aanstaken door de kolonies te bevrijden van een tirannieke, onderdrukkende macht. Wij moeten ook bereid zijn ons leven, bezit en eer in te zetten, plechtig alles wat we zijn en alles wat we bezitten in te brengen, ons kruis dagelijks op te nemen, onze onafhankelijkheid van het vlees, het kwaad en slavernij aan de zonde af te kondigen. De inzet is voor ons vele malen hoger dan voor de ondertekenaars van de Onafhankelijksverklaring. Echt goddelijk patriottisme kan niet worden opgelegd; Christus legde vrijwillig Zijn leven af voor de kudde. Goddelijk patriottisme wordt gebouwd en in stand gehouden door waarheid, die tot uiting komt in liefde en die een heel leven eist van geestelijke strijd en opoffering, gevormd naar het plaatsvervangende offer van onze oudste Broer. We moeten nee zeggen tegen zelfgerichtheid, de pijn en schaamte dragen van deze levensstijl die Christus ons gegeven heeft, Hem in alle situaties blijven vertrouwen, onze medebroeders omwille van Hem dienen. Paradoxaal genoeg maken het afleggen van ons leven in dienst van God de Vader en van Christus de Zoon, het ondergaan van moeilijkheden en het vechten met onze vleselijke natuur ons in feite vrij. Ironisch genoeg moet het voorbereiden op geestelijke strijd en oorlogvoering plaatsvinden in een omgeving van vrede.


Tijdens de oorlog van de Amerikaanse Revolutie werd er door velen heel wat patriottische moed betoond, zowel op het slagveld als in de zalen en vergaderruimtes van de gebouwen waarin de politieke en economische leiders van de zich toen vormende natie de plannen voor de noodzakelijke veranderingen maakten. In de media werd weinig aandacht geschonken aan de feitelijke gevechten, daardoor is de heldenmoed die op het slagveld werd getoond, grotendeels beperkt tot George Washington en misschien nog enkele anderen.

Veel van de zelfopofferende hulp die gegeven werd om die oorlog te winnen, werd gegeven door de 56 ontwerpers van de Onafhankelijkheidsverklaring. Zij hadden heel wat te verliezen. De meeste van die mannen hadden heel wat hoger onderwijs gevolgd. Zij hadden aanzienlijke materiële rijkdom verworven met zakelijke ondernemingen die het goed deden, en zij hadden solide, grote gezinnen. Maar door dat document te tekenen maakten ze zichzelf vrijwillig tot wild waarop gejaagd mocht worden in de gevaren van wat de Britten terecht beschouwden als een verraderlijke, burgerlijke ongehoorzaamheid.

De meeste van deze mannen en hun gezinnen betaalden een hoge prijs. Behalve de bloemrijke handtekening van John Hancock kunt u zich waarschijnlijk slechts één of twee andere namen van de 56 ondertekenaars herinneren, maar alle 56 wisten dat als ze dat document tekenden ze net zo goed hun eigen doodvonnis hadden kunnen ondertekenen. Maar zij waren bereid hun leven te geven om vrij te worden.

Vanwege de gevaren die met het ondertekenen samengingen, werden de namen van de ondertekenaars zes maanden geheim gehouden, om hun de tijd te geven de zaken thuis op orde te stellen en te vluchten naar welke plaats ze ook maar als veilig beschouwden. Vierentwintig van hen waren advocaat en rechter. Negen van hen waren plantage-eigenaar. De rest bestond uit notabelen, maar met andere zakelijke bezigheden. Vanaf het moment dat bekend werd dat zij hadden ondertekend, leefden zij als zwervers, op de vlucht en zich verbergend, altijd in een bepaalde toestand van vrees dat ze opgepakt, veroordeeld en als verraders ter dood zouden worden gebracht.

De dood van negen van hen was rechtstreeks toe te schrijven aan de oorlog. Anderen stierven aan slepende ziekten en verwondingen die ze tijdens de oorlog opliepen. En sommigen werden, alhoewel niet ter dood gebracht, gemarteld en de huizen van praktisch elk van hen werden geplunderd en verbrand.

Zelfs al werden ze niet rechtstreeks opgejaagd, toch veroorzaakte de zaak waaraan zij hun leven hadden gewijd, lange perioden van scheiding van hun geliefden, zoals in het geval van John en Abigaïl Adams, in zijn pogingen leiding te geven aan het vinden van financiële bronnen voor de militaire inspanningen die het leger onder George Washington zouden kunnen gebruiken.

Het kan zijn dat u geen enkele regel uit de Onafhankelijkheidsverklaring kunt citeren, maar die ondertekenaars wisten op basis van de ontwikkelingen der tijden, en ook door de verheven en uitdagende uitspraken die in die verklaring stonden, dat zij de lont aanstaken voor de explosie die een reeds gespannen relatie tussen de twee landen tot een einde zou brengen.

Er is één regel in de laatste alinea van de Onafhankelijkheidsverklaring waarvan ik hoop dat u die nooit meer zult vergeten, omdat deze direct van toepassing is op ons. We zouden deze moeten onthouden, omdat wij met onze verklaring geloven in het verzoenend offer van Jezus Christus en als bewijs daarvan ons lieten dopen. Wij wijdden ons aan een verbond dat vraagt om onwankelbare loyaliteit aan Hem. Die regel in de Onafhankelijkheidsverklaring luidt: "Wij beloven elkaar wederzijds ons leven, ons vermogen en onze heilige eer."

De "elkaar" in die belofte, op ons toegepast, verwijst voornamelijk naar de Vader en de Zoon, maar zoals we later zullen zien, valt daar ook de gemeente onder.

Onze oorlog is geen bloedige oorlog. Het is geen conflict met bommen en geweren, maar een conflict over de controle over ons denken, ons hart en de richting van onze houding en gedrag.

Een uitspraak die Richard in zijn preek deed, waarin hij de film "300" als illustratie gebruikte, maakte onder andere deel uit van wat mij tot deze preek aanzette. Hij zei dat de auteur van het boek waarop de film was gebaseerd, zei dat de Spartanen ervoor kozen de slag bij Thermopylae te voeren, omdat zij vrij waren en vrij wilden blijven. Andere Griekse steden werden afgeleid door de Olympische Spelen en daarom zonden Athene en Corinthe en alle andere steden slechts een beperkt aantal mensen om aan de slag voor de overleving van geheel Griekenland deel te nemen. Dit wekte mijn nieuwsgierigheid op betreffende ons en Gods woord.

Laten we Lucas 14:25-27 opslaan.

Lucas 14:25-27 Vele scharen reisden met Hem mede, en Zich omkerende zeide Hij tot hen: 26 Indien iemand tot Mij komt, en niet haat zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broeders en zusters, ja zelfs zijn eigen leven, die kan mijn discipel niet zijn. 27 Wie niet zijn kruis draagt en achter Mij komt, kan mijn discipel niet zijn.

Mattheüs 10:34-39 Meent niet, dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard. 35 Want Ik ben gekomen om tweedracht te brengen tussen een man en zijn vader en tussen een dochter en haar moeder en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder; 36 en iemands huisgenoten zullen zijn vijanden zijn. 37 Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; 38 en wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig. 39 Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden.

Het is heel interessant om vers 25 van Lucas 14 in verband te brengen met de verzen 26 en 27, omdat er grote menigten waren die Hem volgden. Het nieuws over Hem verspreidde zich over geheel Judea en Galilea, en de mensen waren geïntrigeerd en daarom wilden ze Hem horen spreken.

Voor de meeste mensen was het in zo'n soort situatie normaal en natuurlijk om te reageren: "Hé! Al die mensen volgen mij. Ik moet de zaken maar wat afzwakken om niemand van hen te verliezen. Ik zal het iedereen naar de zin kunnen maken, omdat iedereen wel een manier zal kunnen vinden waarin ze enigszins een compromis kunnen sluiten." Dat is de manier waarop het normaal gaat. Maar ziet u, Hij sloot in geen enkel opzicht een compromis. Hij verlangde van ons een toegewijde loyaliteit die ver moet uitgaan boven elke menselijke relatie of iets van dien aard op aarde.

Wij moeten alles wat we zijn en alles wat we hebben aan Hem geven. Het is geen wonder dat Jezus zei dat deze weg moeilijk is, omdat we van nature niet zo in elkaar zitten. Van nature kijken we er altijd naar uit om onszelf en de dingen waaraan we hechten, te beschermen en Hij zegt ons dus dat we ons boven al het andere aan Hem moeten hechten; anders heeft het geen zin om Hem te volgen.

In Mattheüs 10 voegde Hij hier nog aan toe dat we dit dagelijks moeten doen. We moeten ons kruis opnemen en Hem volgen. Het kruis symboliseert alles, elk soort pijn, elk soort zelfopoffering die op onze weg komt als gevolg van het volgen van Hem. Er staat dus heel wat op het spel. In zekere zin staat er evenveel, zo niet meer, op het spel als bij de 56 ondertekenaars van de Onafhankelijkheidsverklaring. Wat dit betreft staat voor ons alles op het spel.

Ik wil in gedachten weer teruggaan naar de oorlog tijdens de Amerikaanse Revolutie, omdat we niet moeten vergeten dat toen die veldslagen werden gevoerd, we niet eens een land waren. We waren slechts kolonies van Engeland, en we waren niet verenigd en in die zin bestond er praktisch geen organisatie tussen de dertien koloniën. Het enige dat hen bijeenhield was een gemeenschappelijke visie en een toewijding aan de concepten binnen die visie – concepten die zij tussen twee haakjes als idealen zagen die het waard waren om offers voor te brengen.

De koloniën hadden geen centraal bestuur. Ze hadden geen beroepsleger. Ze hadden niet meer dan een legermacht samengevoegd uit de milities van de dertien staten en de beloften van de leiders van die dertien koloniën om te voorzien in wat ze konden. Hun beloften waren min of meer vage verklaringen, omdat niemand van de leiders van die koloniën er zeker van was dat ze in feite die beloften konden waarmaken.

Het kan zijn dat een militie redelijk is georganiseerd en zelfs redelijk goed getraind. Milities zijn echter gewoonlijk klein en ze vormen in geen enkel opzicht een regulier permanent leger bestaande uit mensen voor wie het soldaat zijn hun fulltime beroep is. Milities zijn gewoonlijk een macht van enigszins getrainde vrijwilligers die slechts bij noodgevallen in dienst worden opgeroepen.

Binnen die lossamenhangende structuur stond Thomas Paine op. Paine was in Engeland geboren. Hij was een journalist die in 1774 met een aanbevelingsbrief van Benjamin Franklin naar de koloniën emigreerde. Op de een of andere manier ontmoetten die twee elkaar. Paine begon een pamflet te publiceren met de titel Common Sense [Gezond verstand], waarin zijn artikelen aan het begin aanspoorden tot verzoening tussen de tegenstanders, maar door de veldslagen bij Lexington en Concord in 1775 raakte hij verontwaardigd omdat hij vond dat de Britten zich onrechtvaardig gedroegen, en ging hij vierkant achter de kolonisten staan.

In januari 1776 begonnen de artikelen in de Common Sense krachtig aan te dringen op onafhankelijkheid, waarbij hij de natie daartoe enthousiast maakte. Paine is beroemd om zijn levendige metaforen en verstandelijke directheid die de mensen duidelijk begrepen. In december 1776 begon hij in Common Sense met de publicatie van een serie artikelen getiteld: "The Crisis", en in het eerste artikel van die serie komt deze gedenkwaardige verklaring voor die hij uitsprak terwijl hij diende in het "Continental Army". Hij was in het leger en hij schreef tegelijkertijd. Hij zei:

"Er zijn tijden die de mens op de proef stellen. De zomersoldaat en de mooi-weer-patriot zullen in deze crisis terugdeinzen voor het dienen van hun land; maar hij die hierin nu standhoudt, verdient de liefde en de dank van man en vrouw. Tirannie wordt, evenals de hel, niet gemakkelijk overwonnen, toch hebben we deze troostrijke gedachte in ons dat des te moeilijker het conflict is, des te heerlijker de triomf zal zijn."

Op dit moment wordt mijn aandacht getrokken door de metafoor van de zomersoldaat en de mooi-weer-patriot. Deze metafoor ontstond omdat het vechten in een legermacht in die tijd heel anders was dan in deze tijd. Dat komt omdat het "Continental Army" bijna geheel uit vrijwilligers bestond. De betaling was uitzonderlijk laag. Ik bedoel laag. Om u enige vergelijking te geven, een gewone soldaat verdiende in 1941, toen de Verenigde Staten gingen deelnemen aan de Tweede Wereldoorlog, 21 dollar per maand.

Bedenk eens hoe laag de betaling was voor die mannen die zich vrijwillig hadden aangemeld en bijna nooit op oefening waren geweest. En dus, zoals Yankees zijn, vonden ze naar beste weten en kunnen een uitweg. Ze deden het volgende. Om hieraan tegemoet te komen boden de soldaten zich slechts voor korte tijden als vrijwilliger aan voor actieve dienst, zodat ze op konden stappen om naar huis te gaan en voor de boerderij te zorgen. Als de vrijwilliger moest ploegen of planten, stond hij op, verliet het leger en de oorlog, en ging naar huis. Als hij moest oogsten, stond hij op, verliet het leger en de oorlog, en ging naar huis.

Er wordt beweerd dat George Washington een pruik droeg. Geen wonder, met zo'n leger! In feite laat de geschiedenis zien dat hij werkelijk geduldig was met de omstandigheden. Hij begreep en deed wat hij kon.

Het resultaat hiervan was dat de enige tijd dat men zeker kon zijn van soldaten die die naam waard waren, of in het hartje van de winter of in de zomertijd was als de oogst aan het rijpen was en niet veel zorg nodig had, vandaar de metafoor "zomersoldaat en mooi-weer-patriot". Dit waren deeltijdsoldaten waar men niet van op aan kon. Hun aandacht was verdeeld. Hoe kon in zo'n situatie een oorlog worden gewonnen? De enige manier is door een wonder. God gaf de koloniën de overwinning, met de hulp van de Fransen. Zonder hen zouden we niet hebben gewonnen. Ik houd u niet voor de gek!

Het Trompettenfeest vertelt ons over een in het bijzonder gespannen tijdsperiode in de geschiedenis van de mensheid – een tijd zoals er in de geschiedenis van de mens nooit is geweest in termen van de intensiteit van de vernietigende kracht van oorlog, gecombineerd met natuurrampen zoals droogte, hongersnood, aardbevingen en pestilentiën.

De letterlijke vervulling van het Trompettenfeest wordt voorafgegaan door de ergste tijden in de gehele geschiedenis van de mensheid (Jeremia 31), en deze tijden zullen de mensen dus zeer zeker op de proef stellen, veel meer dan wat Thomas Paine en de kolonisten meemaakten. Hoe diepgaand de christenen die dan leven, daarbij betrokken zullen zijn, hangt af van factoren die we op dit moment niet kunnen specificeren. Ongeacht of hun betrokkenheid daarbij rechtstreeks zal zijn of alleen maar in de tijd die daaraan voorafgaat, van hen zullen waarschijnlijk veel opofferingen en moed worden verlangd.

Thomas Paine schreef over patriottisme, waarbij hij de kolonisten aanmoedigde meer van zichzelf te geven in zelfopofferende dienst aan de eisen voortvloeiend uit het vormen van een natie.

Wikipedia (de online encyclopedie) zegt over patriottisme: "Patriottisme duidt op positieve en ondersteunende houdingen voor een vaderland. Er vallen houdingen onder zoals trots op haar prestaties en cultuur, het verlangen haar karakter en de basis van de cultuur in stand te houden, en vereenzelviging met andere leden van de natie."

Via de oorsprong van dit woord is patriot verwant aan patriciër, patriarch, expatriate, handhaven, patroon en zelfs de naam Patrick. Al deze woorden zijn een uitbreiding op het basiswoord vader (patriae in het Latijn). Patriot is dus een term die duidt op verwantschap, relatie, associatie, affiniteit, lidmaatschap en gelijksoortigheid door familiebanden. Maken wij deel uit van de familie van Jezus Christus? Denk daar eens over na.

Betreffende de ethiek van patriottisme vermeldt Wikipedia het volgende: "De voornaamste implicatie in de ethische theorie is dat iemand meer verplichtingen heeft aan medeleden van een nationale gemeenschap dan aan niet-leden. Patriottisme is selectief in zijn altruïsme. Patriottisme impliceert een selectieve waardevoorkeur voor een specifieke burgerlijke of politieke gemeenschap."

Nu volgen vijf aanhalingen:

Nummer 1: "Het spijt me alleen maar dat ik slechts één leven heb om voor mijn land te geven." Dat zei Nathan Hale tijdens de Amerikaanse Revolutie toen de Britten op het punt stonden hem als een Amerikaanse spion op 21-jarige leeftijd op te hangen.

Iedereen hier aanwezig zou de volgende aanhaling moeten kunnen herkennen.

Nummer 2: "Dus medeamerikanen, vraag niet wat uw land voor u kan doen – vraag wat u kunt doen voor uw land." Aldus John F. Kennedy tijdens zijn inaugurele toespraak als president in januari 1961.

Nummer 3: "Patriottisme kan in Amerika gemakkelijk worden begrepen. Het betekent voor jezelf zorgen door voor je land te zorgen." Aldus Calvin Coolidge, de 30e president van de Verenigde Staten, in 1925.

Nu een aanhaling met een ietwat andere strekking.

Nummer 4: "Heldhaftigheid op bevel, zinloos geweld en al die walgelijke nonsens die worden aangeduid als patriottisme – ik haat die dingen hartgrondig!" Aldus Albert Einstein, wetenschapper.

Ik veronderstel dat hij een wereldburger was.

Nummer 5: "Voor mij is het een vreselijke vernedering om een ziel te hebben die gecontroleerd wordt door geografie." Aldus George Santayana, Amerikaans filosoof.

Romeinen 5:6-8 zo zeker als Christus, toen wij nog zwak waren, te zijner tijd voor goddelozen is gestorven. 7 Want niet licht zal iemand voor een rechtvaardige sterven – maar misschien heeft iemand nog de moed voor een goede te sterven – 8 God echter bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is.

De enige woorden die ik hier uit vers 6 wil halen zijn de woorden "te zijner tijd". Dat betekent "Christus stierf op de vastgestelde tijd", of het kan ook betekenen "Christus stierf op de juiste tijd".

Het volgende staat in vers 7: "Want niet licht zal iemand voor een rechtvaardige sterven; maar misschien heeft iemand nog de moed voor een goede te sterven." Paulus maakt hier een werkelijk interessante vergelijking tussen de woorden "rechtvaardig" en "goed". Dit laat één van de verdorvenheden zien van de menselijke natuur en haar patriottisme. Dit is dat normaal iemand zijn leven niet zal opofferen voor iemand die echt rechtvaardig is. Waarom? Omdat de wereld de vijand is van hen die rechtvaardig zijn. Als iemand dus echt rechtvaardig is, heeft de wereld de neiging die persoon te zien als vervangbaar, waarom zou men hem dan te hulp schieten of hem verdedigen?

Maar de verdorvenheid gaat verder: "Maar voor een goed mens …" Wie zou volgens de menselijke natuur als een goed mens worden beschouwd? We zijn recht voor zijn raap geneigd … we denken gewoonlijk dat dat iemand is die de geboden onderhoudt en vriendelijk is, of zoiets. Dat kan er feitelijk deel van uitmaken, maar waar Paulus hier op uit is, is dat een mens zijn leven zal geven voor iemand die hij als een weldoener beschouwt – iemand die hem iets oplevert. Dat is een van de verdorvenheden van de menselijke natuur. Het patriottisme kan worden aangepast aan de omstandigheden en de situatie. Daarom zijn er mensen zoals Einstein en Santayana die zoiets zeggen als ze deden, omdat zij daar een verdorvenheid zien waaraan ze niets kunnen doen, behalve deze bekritiseren. Paulus geeft ons hier een uitleg.

Onder de invloed van patriottisme hebben door de eeuwen heen mensen van alle naties veel heldhaftige daden verricht, met name in oorlogstijd. Patriottisme wordt in sterke mate aangedreven door iemands emoties, omdat men zijn vaderland min of meer als geheel goed beschouwt en het land waartegen oorlog wordt gevoerd, als geheel slecht of boosaardig. Daarom zegt Wikipedia dat patriottisme selectief is, en God is het daarmee eens. We hebben zojuist een vers gelezen waar God daarmee instemde. Het is selectief.

Jezus stierf voor iedereen. En Hij stierf voor ons allemaal, niet omdat we goed waren. Van Zijn kant was het in geen enkel opzicht een terugbetaling. Hij legde gewoon Zijn leven af ongeacht of de persoon rechtvaardig of slecht was. Dat is een patriottisme dat ver uitgaat boven het normale patriottisme van een vleselijk menselijk wezen, omdat het veel verder kijkt dan wat de persoon nu op dit moment is. Dit kijkt naar wat de persoon kan worden en daarom legde Hij uitkijkend naar de toekomst vrijwillig en bereidwillig Zijn leven af. Omdat dit bij mensen niet gebeurt, zeiden Albert Einstein en George Santayana dat patriottisme aanzet tot zinloos geweld en walgelijke nonsens en dat het zich beperkt tot een bepaald geografisch gebied.

Er zit heel wat in, in wat die mannen zeiden. Zelfs al kunnen we het er niet volledig mee eens zijn en misschien enigszins afgestoten worden door wat ze zeiden, toch is wat ze zeiden in essentie waar omdat het grotendeels wordt aangedreven door zelfgerichtheid, in die zin dat de gehele natie wordt gezien als een verlenging van het eigen ik, waardoor patriottisme gekoppeld aan verwantschap tot stand komt.

Het commentaart van Calvin Coolidge was dat patriottisme betekent voor jezelf zorgen door voor je land te zorgen is ook een ware uitspraak, maar deze is ook beperkt in zijn benadering in vergelijking met wat Jezus zei. Met dit mengsel van begrip en emotie kan het tot uiting komen in onzelfzuchtige toewijding; vandaar het commentaar van Nathan Hale, wie het speet dat hij slechts één leven had dat hij voor zijn land kon geven.

Patriottisme is niet beperkt tot mensen die deel uitmaken van de militaire macht. Ik ervoer hier een klein beetje van terwijl ik tijdens de Tweede Wereldoorlog opgroeide. Als ik erop terugkijk, zie ik dat gewone burgers, niet op het slagveld, in die tijdsperiode ook naar voren kwamen. Suiker, boter, meel en vlees werden gerantsoeneerd. Benzine werd zwaar gerantsoeneerd. Ik hoorde onlangs op de radio een oudje, die waarschijnlijk zo'n 74 jaar oud was, iets zeggen dat ik me niet herinner, dat tijdens de Tweede Wereldoorlog de nationale maximumsnelheid was beperkt tot 55 kilometer per uur. Toen het 90 kilometer was, kostte het me op de snelweg veel moeite de andere auto's voor te blijven.

Maar ziet u in die tijdsperiode konden de mensen dat, omdat ze zagen dat het land in problemen verkeerde, dat die voedingsmiddelen en de benzine en misschien veel andere dingen voor hen vervangbaar moesten zijn om die dingen aan de troepen te kunnen geven, zodat de oorlog gevoerd kon worden en wij vrij zouden blijven. Afgaande op mijn eigen ervaring moet ik zeggen dat de mensen in grote lijnen daaraan meewerkten.

Je moest echter wel naar een plaatselijke oorlogsraad gaan om je omstandigheden uit te leggen, de grootte van je gezin, hoeveel je reed, enzovoort. Daarna verstrekten zij je een bepaalde hoeveelheid bonnen zodat je zo nu en dan een pond suiker kon kopen, of een pond van de een of andere vorm van bakvet. Het enige wat ik me herinner is dat mijn vader een B-sticker kreeg voor benzine, maar die werden echt niet vaak verstrekt. De mensen hielden zich min of meer flink, maar ik ben er absoluut zeker van dat het Britse volk zich heel wat meer moest ontzeggen dan wij.

Een belangrijke bijdrage aan de oorlogsinspanning was dat een groot aantal vrouwen aan het arbeidsproces ging deelnemen om de mannen in de fabrieken te vervangen. Ik ben er zeker van dat u gehoord hebt van Rosie the Riveter [de vastnageler] en Rosie the Welder [de lasser], enzovoort, enzovoort, omdat er vrouwen waren die dat deden.

Ik wil het volgende zeggen: Als er in de individuele christen binnen de Kerk van God plaats is voor patriottisme – het echte patriottisme dat Christus liet zien – dan zal het gedefinieerd worden door de volgende twee karakteristieken: (1) Het kan niet worden opgelegd. (2) Het wordt gebouwd en in stand gehouden door waarheid die wordt geloofd, begrepen en zich uit in liefde. We gaan naar het eerste punt kijken in het voorbeeld van Jezus.

Laten we Johannes 10 opslaan. Dit is het hoofdstuk waarin Jezus Zichzelf karakteriseerde als de Herder van de schapen.

Johannes 10:11 Ik ben de goede herder. De goede herder zet zijn leven in voor zijn schapen;

Johannes 10:15 gelijk Mij de Vader kent en Ik de Vader ken, en Ik zet mijn leven in voor de schapen.

Johannes 10:17-18 Hierom heeft Mij de Vader lief, omdat Ik mijn leven afleg om het weder te nemen. 18 Niemand ontneemt het Mij, maar Ik leg het uit Mijzelf af. Ik heb macht het af te leggen en macht het weder te nemen; dit gebod heb Ik van mijn Vader ontvangen.

Zijn voorbeeld is het toppunt van handelen ten behoeve van Zijn volk. Een van de interessantere aspecten van wat Jezus deed in het afleggen van Zijn leven, vinden we in vers 18 in het woord dat is vertaald met "macht". "Ik heb macht het af te leggen en Ik heb macht het weer te nemen." We willen dit woord koppelen aan het woord "gebod" dat ook in vers 18 voorkomt. Sommige vertalingen kunnen dat woord veranderd hebben in "volmacht" of "kan" of "mag". Het Nederlandse woord "macht" is de vertaling van het Griekse woord exousia.

Johannes 8:29 En die Mij gezonden heeft, is met Mij. Hij heeft Mij niet alleen gelaten, want Ik doe altijd wat Hem behaagt.

Johannes 1:12 Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven;

Op basis van de woorden dat Jezus altijd deed wat de Vader behaagde (dit wordt duidelijk in Johannes 8:29 gezegd), zouden we kunnen denken dat Hij in het afleggen van Zijn leven geen keus had, dat Zijn belangrijkste handeling niet meer was dan een koele, vastberaden gehoorzaamheid, dat Hij niet meer deed dan een order opvolgen. Kom niet te snel tot die conclusie, omdat het helemaal niet zo in elkaar zat.

Hij heeft in Johannes 10:18 gezegd: "Niemand neemt Mijn leven van Mij." Dat is inclusief de Vader. "Niemand neemt Mijn leven van Mij." Noch mens, noch God.

Het woord (exousia) dat hier met "macht" is vertaald, is ook in Johannes 1:12 met "macht" vertaald. Daar heeft mijn Bijbel een kanttekening bij staan, waarin wordt gesuggereerd dat woord "macht" te veranderen in "recht". "Het recht." Het Griekse woord exousia kan dus ook "recht" betekenen. Maar dat woord is nog subtieler en brengt nog meer tot uitdrukking dan dit, omdat het ook terecht vertaald kan worden met "bevoorrecht", "autoriteit" en "vrijheid". Die laatste mogelijkheid is interessant. Jezus zegt dan dat Hij de vrijheid heeft Zijn leven af te leggen, of dat Hij het recht heeft dat te doen. Elk van deze mogelijkheden laat zien dat Hij de keus had of Hij het wel of niet zou doen, zelfs al had de Vader Hem de opdracht daartoe gegeven.

Vindt u dat vreemd? Dat is het in werkelijkheid niet. Weet u dat God hetzelfde heeft gedaan met u en mij? Heeft Hij ons niet geroepen, ons geboden gegeven, ons opdrachten gegeven en gezegd: "U moet dat doen."? Hebben we daardoor geen vrije wil meer? We gaan een schriftgedeelte opslaan dat u heel goed kent en dat dit heel duidelijk maakt.

Deuteronomium 30:18-19a dan verkondig ik u heden, dat gij zeker te gronde zult gaan; niet lang zult gij leven in het land, dat gij na het overtrekken van de Jordaan in bezit gaat nemen. 19 Ik neem heden de hemel en de aarde tegen u tot getuigen; het leven en de dood stel ik u voor, de zegen en de vloek; …

Ziet u de opdracht? Ziet u het gebod? Ziet u de order? Deze wordt aan gewone mensen gegeven. Daarna geeft Hij ons de werkelijke opdracht:

Deuteronomium 30:19b …; kies dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw nageslacht,

Ziet u, we hebben nog steeds de keus. Daarom kon Jezus zeggen, zelfs al deed Hij altijd de dingen om de Vader te behagen, dat "Niemand dwingt Mij om Mijn leven af te leggen. Ik geef het vrijwillig."

Door die uitspraak te doen zei Hij, dat Hij in volmaakte overeenstemming was met wat God beval. Hij sprak dit niet alleen uit, maar liet dit ook zien in wat Hij in feite deed. Hij zei niet: "O, Ik doe het omdat Ik het moet doen." Hij zei niet: "Ik doe het omdat U Mij zei dat Ik het moet doen, of anders …" Ziet u, Hij deed het vrijwillig. Hij legde Zijn leven af voor de schapen. Hij legde Zijn leven af voor het Koninkrijk van God. In het afleggen van Zijn leven voor de schapen en voor het Koninkrijk van God handelde Hij als vrij man.

Evenals de Spartanen bij Thermopylae, omdat zij vrij waren, ging Jezus Zijn dood tegemoet omdat Hij vrij was, en omdat Hij vrij wilde blijven, en omdat Hij alle andere mensen vrij wilde maken. We kunnen gaan inzien dat Zijn begrip van het afleggen van Zijn leven – om zo te zeggen Zijn patriottisme voor het Koninkrijk van God – gebaseerd was op de idealen die daarmee samenhingen. Hij was daar diepgaand van doordrongen en Hij wilde zeker stellen dat anderen dezelfde gelegenheid hadden als Hij en het op dezelfde manier zouden zien als Hij.

Jezus legde dus vanwege Zijn liefde voor de Vader en vanwege Zijn liefde voor de mensheid Zijn leven af in volledige overeenstemming met de Vader. Door deze handeling werd Hij het middel tot verzoening voor alle betrokkenen. We kijken hier naar het toppunt van patriottisch opofferend dienen. Zullen we zeggen moed? Zeer zeker. Hij deed wat Hij volledig begreep. Doelbewust deed Hij na dit tevoren te hebben doordacht. Het Koninkrijk van God en de burgers ervan waren de natie waarmee Hij Zich verwant voelde en waarvoor Hij Zijn leven gaf. Jezus begreep meer dan enig mens daarvoor of daarna de idealen, de standaards en de doeleinden van het Koninkrijk van God. Hij geloofde erin en begreep de plaats ervan in de aangelegenheden van de mensheid in het verleden, in het heden en in de toekomst, en deze mix mondde uit in een doelbewuste, vrijwillige handeling van onzelfzuchtige toewijding. Maar dit werd niet zomaar verkregen zoals we over enige ogenblikken zullen zien.

Johannes 8:30-32 Toen Hij dit sprak, geloofden velen in Hem. 31 Jezus dan zeide tot de Joden, die in Hem geloofden: Als gij in mijn woord blijft, zijt gij waarlijk discipelen van Mij 32 en gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.

Onthoud dit, omdat ik zei dat als iemand het soort besluit wil nemen dat Jezus nam in het afleggen van Zijn leven, zo iemand vrij moet zijn om het vrijwillig te doen.

Johannes 8:33 Zij antwoordden Hem: Wij zijn Abrahams nageslacht en zijn nooit iemands slaven geweest; hoe zegt Gij dan: gij zult vrij worden?

We vallen hier in een confrontatie die bestaat uit een voortdurend, almaar voortgaand verhaal dat begint met mensen die schijnbaar Jezus' onderwijs geloven. De vraag in het verhaal vanuit Jezus' standpunt is als volgt: Waren deze mensen, die ogenschijnlijk geloofden, werkelijk bekeerd? Dat wil zeggen was er een werkelijke verandering van denken, of bestond hun geloof slechts uit een mentaal inzien, een tijdelijk intellectueel instemmen met wat Hij tot op dat moment had gezegd? Om er achter te komen wat het was, deed Hij toen de uitspraak dat als zij in Zijn woord zouden blijven, zij de waarheid zouden kennen, en de waarheid zou hen vrij maken.

Zij die zeiden dat ze geloofden, trokken Zijn bewering onmiddellijk in twijfel door te beweren dat ze nooit iemands slaven waren geweest. Jezus bedoelde dat zij in slavernij waren van Satan en de zonde, en daarvan moesten ze worden bevrijd. Tegen het einde van het hoofdstuk waren ze gereed Degene in Wie ze beweerden te geloven, te doden.

Hieruit volgt de volgende les voor ons. Waarheid die iemand vrij maakt geloven en begrijpen, iemands leven afleggen zoals Jezus deed, is niet iets dat zomaar in een enkel moment plaatsvindt. Inderdaad zijn er voldoening gevende momenten waarin we flitsen zien van dingen waarvan we een toepasselijk begrip krijgen, zoals de joden dat in Johannes 8 hadden, maar de vrijheid waarover Jezus spreekt, wordt gebouwd op geloven en het meemaken van heel veel zulke momenten.

Laten we Johannes 7:17 opslaan, waar we bevestigd zien wat ik zojuist heb gezegd.

Johannes 7:17 indien iemand diens wil doen wil, zal hij van deze leer weten, of zij van God komt, dan of Ik uit Mijzelf spreek.

"Weten" moet hier worden opgevat in de zin van "begrijpen". Doen kost tijd. Iemand kan iets in een moment geloven, maar om het in de praktische aspecten van het leven toe te passen vereist tijd. Als iemand dus zal doen, zal hij weten, bevatten en begrijpen. Als we dit bij elkaar brengen dan begrijpen we dat doen tijd kost, maar dat het zowel duidelijkheid als begrip voortbrengt zodat iemand helemaal van binnenuit werkelijk vrij kan zijn.

Waar patriottisme vereist een diepte van helder begrip, gecombineerd met een gevoel van verwantschap dat zal uitmonden in heel veel dagelijkse handelingen van patriottisme. Om dit werkelijk te doen, moet men wat Jezus noemde "vrij" zijn – vrij om zichzelf vrijwillig in het leven te geven zoals Hij dat deed. Dit gebeurt niet ogenblikkelijk. Dat is iets waarin we moeten groeien.

We groeien in stappen daar we door de menselijke natuur reeds gevangen hebben gezeten. Het zal niet tot stand gebracht worden totdat we niet langer aan de zonde onderworpen zijn. We zullen deze strijd moeten vechten helemaal tot aan de opstanding. We zullen in deze oorlog betrokken zijn. Daarom heb ik het over patriottisme. Het kan zijn dat onze oorlog niet bloedig is, maar onze oorlog kan wel 30, 40, 50, of wie weet hoeveel, jaren duren en de menselijke natuur zal er nog steeds zijn. We kennen het getuigenis van de apostel Paulus dat hij in Romeinen 7 geeft. Hij was reeds twintig jaar lang apostel, maar zelfs als apostel voerde hij die strijd tegen de menselijke natuur die hem in feite opnieuw gevangen probeerde te nemen en hem in de gevangenis wilde plaatsen, waarbinnen hij niet vrij zou zijn om zichzelf aan de gemeente te geven, zichzelf aan Christus te geven, zichzelf aan de Vader te geven, in wat ze ook maar van hem binnen Zijn verantwoordelijkheden zouden verlangen.

Romeinen 7:24-26 zegt ons wat Paulus zei.

Romeinen 7:24-26 Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? 25 Gode zij dank door Jezus Christus, onze Here! 26 Derhalve ben ik zelf met mijn verstand dienstbaar aan de wet Gods, maar met mijn vlees aan de wet der zonde.

Het was een voortdurende strijd. Als we wat Paulus hier in Romeinen 7:24-26 zei, in moderne taal omzetten, zoals hij de strijd die hij met de menselijke natuur moest voeren, onder woorden bracht, dan zei hij: "Ik zal er gewoon mee moeten omgaan. Die natuur zal er zijn. Ik weet dat ik verlost zal worden, maar ik zal er mee om moeten gaan." Paulus begreep en begreep heel duidelijk en nadrukkelijk dat God de dingen op die manier had geordend. Hij was er niet volledig vrij van en die last was bedoeld om in zijn voordeel uit te werken.

We gaan hiermee verder, omdat we nu dicht bij huis gaan komen. We zullen Johannes 15:11 opslaan. Bedenk wat de achtergrond is. Jezus zou de volgende dag gekruisigd worden en dit zijn Zijn laatste instructies aan Zijn meest intieme volgelingen – dingen die Hij in hun denken wilde plaatsen zodat zij in staat zouden zijn het te gebruiken en zich te herinneren. Met het verstrijken van de tijd zou Hij in de hemel zijn en naar het zou schijnen zou Hij op geen enkele manier meer in de nabijheid zijn om gewoon in persoon een beroep op Hem te kunnen doen. Hij zei:

Johannes 15:11-14 Dit heb Ik tot u gesproken, opdat mijn blijdschap in u zij en uw blijdschap vervuld worde. 12 Dit is mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, gelijk Ik u heb liefgehad. 13 Niemand heeft grotere liefde, dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden. 14 Gij zijt mijn vrienden, indien gij doet, wat Ik u gebied.

Jezus geeft ons hier een opdracht – een heel hoog doel om te streven dat te bereiken, ondanks dat we worden gehinderd door een natuur waarvan we tot de opstanding uit de doden nooit volledig vrij zullen zijn. Het gebod dat Hij hier geeft vereist een leven geheel bestaand uit patriottische handelingen ten behoeve van het Koninkrijk van God en de burgers ervan.

Het leven afleggen in een uitzonderlijke handeling die de dood tot gevolg heeft, wordt zeer zeker begrepen onder wat Jezus zojuist zei. Ik ben er echter zeker van dat dat niet de hoofdbetekenis is van Zijn gedachte. Het is niet de hoofdgedachte, omdat Zijn liefde absoluut uniek is. Bedenk dat Hij zei: "Zoals Ik u heb liefgehad." Dat legt de lat werkelijk heel hoog. Maar zelfs al heeft Hij die daar gelegd, is het iets dat we niet volledig kunnen imiteren. We kunnen het niet volmaakt navolgen omdat Zijn liefde en Zijn zelfopofferend, patriottisch handelen absoluut uniek is.

De liefde van niemand anders heeft de waarde, het plaatsvervangend karakter en de verlossende macht van Hem. Met andere woorden we kunnen niet volledig zo consequent zijn als Hij dat was, en onze dood kan niet plaatsvervangend zijn voor iemand anders door ons leven voor hem af te leggen. Een ander kan niet daardoor verlost worden van Satan en de zonde.

De hoofdstrekking van Zijn oproep hier is dat ons leven en onze liefde hetzelfde zelfopofferende patroon moeten weerspiegelen als het Zijne. Dit soort instructie dat een patroon van het afleggen van iemands leven benadrukt, komt ook op andere plaatsen aan de orde. Laten we Johannes 13:13-17 opslaan. Ik zal u een snel voorbeeld geven.

Johannes 13:13-17 Gij noemt Mij Meester en Here, en gij zegt dat terecht, want Ik ben het. 14 Indien nu Ik, uw Here en Meester, u de voeten gewassen heb, behoort ook gij elkander de voeten te wassen; 15 want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb. 16 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, een slaaf staat niet boven zijn heer, noch een gezant boven zijn zender. 17 Indien gij dit weet, zalig [of gezegend] zijt gij, als gij het doet.

Laten we nu teruggaan naar vers 1 en we zullen vers 1 koppelen aan wat Hij hier zei:

Johannes 13:1 En vóór het Paasfeest [Pascha], toen Jezus wist, dat zijn ure gekomen was om uit deze wereld over te gaan tot de Vader, heeft Hij de zijnen, die Hij in de wereld liefhad, liefgehad tot het einde.

Er zijn binnen de context van dit hoofdstuk twee dingen in deze verzen die we zojuist hebben gelezen. Het eerste is duidelijk. Dat stond in de verzen 13 tot 17. Hij zei dat we Zijn voorbeeld in het houden van het Pascha moesten volgen. Het tweede wordt ontleend aan vers 1. De woorden waar het om gaat zouden eigenlijk vertaald moeten worden met: "Hij had hen lief in de hoogst mogelijke vorm." Op deze manier zou het moeten worden weergegeven. Het betekent niet tot aan het einde van Zijn leven. Het heeft de betekenis van te zeggen dat er aan Zijn liefde geen grenzen waren. Johannes bedoelt dat Jezus' liefde voor de apostelen werd uitgedrukt in talloze kleine handelingen van dagelijks dienen en gunsten, en dat dat doorging tot aan Zijn dood. Zijn patriottisme, Zijn zelfopofferend gevoel van verwantschap voor Zijn broeders kende geen grenzen, van de kleinste attenties tot het letterlijk geven van Zijn leven voor hen allemaal.

Daar hebben we het patroon in Jezus' leven. Bedenk dat dit dient als instructie voor ons. We moeten een doel hebben waarop we ons moeten richten.

We slaan nu Lucas 9:23 op. Dit werd eerder gezegd dan datgene wat er in Johannes 13:14 werd gezegd.

Lucas 9:23 Hij zeide tot allen: Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme dagelijks zijn kruis op en volge Mij.

Dat woord "dagelijks" liet God daar door Lucas opzettelijk plaatsen om ons te laten weten dat we het niet hebben over het eenmalig afleggen van ons leven voor een broeder. Het gaat daar over het dagelijks doen. Dit is niet iets waarvan we verondersteld worden af en toe vrij te nemen als we het patroon van Jezus Christus gaan volgen. Aan wat Jezus hier in deze context zei, kunnen we dus een plan bestaande uit drie stappen ontlenen.

Stap 1: We moeten nee zeggen tegen zelfgerichtheid. Dit moet eerst binnen het eigen ik worden opgeofferd, voordat we daar iets van aan de buitenkant gaan zien. Begrip helpt in dit opzicht heel wat. Waarheid maakt ons vrij en voortdurend daarnaar leven brengt duidelijkheid en begrip voort. We moeten nee zeggen tegen zelfgerichtheid.

Stap 2: Het dragen van een kruis werd in die dagen aan een veroordeeld iemand opgelegd om zijn schande te vergroten, om het gevoel van schaamte te versterken. Wij moeten het echter vrijwillig en bereidwillig dragen, hoeveel pijn, schande of vervolging de vrucht van deze bijzondere levensstijl die Christus ons gegeven heeft, ook voortbrengt.

Stap 3: We moeten Hem blijven vertrouwen terwijl we loyaal in Zijn voetstappen wandelen, aan Zijn opdracht gehoorzamen uit dankbaarheid voor ons behoud in en door Hem.

Via deze drie stappen leggen we ons leven af. Op deze manier voeren we patriottische handelingen uit ten behoeve van het Koninkrijk van God. Wij volgen het voorbeeld van Christus, worden vrij en blijven vrij om te kiezen het te doen. Onze keuzes moeten zo doelbewust zijn als ons maar mogelijk is.

Hier hebben we een overeenkomst met de honderden, misschien wel duizenden, kleine opofferingen die gewone burgers aan het thuisfront zich zonder klagen gedurende de Tweede Wereldoorlog getroostten ten behoeve van de zaak waar de natie voor stond.

We gaan hier nog een punt toevoegen om dat met elkaar te laten samenhangen. We slaan daartoe Johannes 15 op en lezen daar de verzen 14 tot 16 en 19.

Johannes 15:14-16 Gij zijt mijn vrienden, indien gij doet, wat Ik u gebied. 15 Ik noem u niet meer slaven, want de slaaf weet niet, wat zijn heer doet; maar u heb Ik vrienden genoemd, omdat Ik alles, wat Ik van mijn Vader gehoord heb, u heb bekend gemaakt. 16 Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen en u aangewezen, opdat gij zoudt heengaan en vrucht dragen en uw vrucht zou blijven, opdat de Vader u alles geve, wat gij Hem bidt in mijn naam.

Johannes 15:19 Indien gij van de wereld waart, zou de wereld het hare liefhebben, [Houd dat vast. De wereld houdt van datgene wat haar eigen is.] doch omdat gij van de wereld niet zijt, maar Ik u uit de wereld uitgekozen heb, daarom haat u de wereld.

Hoe is dit op ons van toepassing? Hij had juist gezegd dat we ons leven voor onze vrienden moesten afleggen. Wie zijn dan onze vrienden? Vers 19 maakt dat heel duidelijk. De wereld haat ons. Onze vrienden zijn niet in de wereld. Dan blijft er op aarde slechts één organisatie over. Onze vrienden bevinden zich in de kerk. Zij maken deel uit van de broederschap. Ook zij werden door Jezus geroepen en onze zelfopofferende handelingen van dienen moeten ten behoeve van hen plaatsvinden. Dat betekent niet dat dit exclusief is, dat we niets voor de wereld kunnen doen. Natuurlijk kunnen we dat, maar het is beter dat de kerk – onze vrienden in de kerk – de eerste prioriteit krijgen.

Laat me u een eenvoudige illustratie geven waarom dit waar is. In de Tweede Wereldoorlog werd het als een daad van verraad beschouwd als een Amerikaan, ongeacht zijn positie in de regering of onder de mensen, iets deed om de vijand te helpen. Is dat duidelijk? Jacobus 4 maakt het heel duidelijk dat als iemand zich vriend van de wereld maakt, hij zich tot vijand van God maakt. God heeft ons in het nauw gedreven.

Vanuit Gods standpunt moet het afleggen van ons leven plaatsvinden voor de Vader, voor de Zoon en voor de leden van onze gemeente. Is dat duidelijk? Het is in die volgorde van prioriteit. God wil dat we Hem vrezen en het praktische effect van die vrees is dat we Hem en alles wat Hij is, in hoge mate respecteren, zodat we gemotiveerd zijn er niet aan te willen denken Hem niet te gehoorzamen. Weet u dat door dit te doen we ons in feite vrij maken? Dat is iets waar de menselijke natuur het heel moeilijk mee heeft om aan te nemen. Zichzelf de slaaf van Jezus Christus maken en ons leven voor Hem afleggen maakt ons in feite vrij.

Er bestaan ongetwijfeld veel specifieke redenen die we zouden kunnen geven waarom we opoffering zo moeilijk vinden, maar ongetwijfeld is één van de belangrijkste redenen vrees – de vrees voor zelfopoffering – omdat we weten dat het ons iets zal gaan kosten.

Paulus zegt het volgende in 2 Timotheüs 2:3.

2 Timotheüs 2:3-4 Lijd met de anderen als een goed soldaat van Christus Jezus. 4 Tijdens de veldtocht wordt geen soldaat gemoeid in de zorg voor zijn onderhoud; hij heeft (slechts) hem te voldoen, door wie hij aangeworven is.

Lijden duidt op moeilijkheden. Er is een bijbelvertaling die vers 3 als volgt vertaald: "Lijd samen met ons als een nobel soldaat van Jezus Christus." Paulus maant ons dus specifiek aan tot voorzichtigheid om niet met de wereld verweven te raken, maar voor het doel van deze preek gaat het om het concept van lijden dat me in dit opzicht interesseert.

Een van mijn favoriete gelezen boeken door alle tijden heen, in ieder geval gedurende de laatste 20 of 30 jaar, was Reminiscences [Memoires] van generaal Douglas MacArthur. Op pagina 424 van zijn autobiografie zei hij het volgende: "Van de soldaat, meer dan van andere mensen, wordt verlangd de grootste daad van religieuze training [zelfopoffering] in praktijk te brengen. In het gevecht, in het aangezicht van gevaar en de dood, toont hij die goddelijke eigenschappen die zijn Maker hem gaf, toen Hij de mens naar Zijn eigen beeld schiep. Fysieke moed en grof geweld kunnen niet de plaats innemen van de goddelijke hulp die hem alleen stand kan doen houden. Hoe afschuwelijk de verschillende oorlogen ook zijn, de soldaat op wie een beroep wordt gedaan zijn leven te offeren en te geven voor zijn vaderland, is het meest edele voortbrengsel van de mensheid."

Hij zei op een andere plaats in hetzelfde boek ook: "Een soldaat wordt soms geroepen om te vechten, soms om te sterven, maar altijd om te lijden." Wij zijn in een oorlog verwikkeld. Die kan niet vermeden worden zonder dat dit ons ons behoud kost.

Pagina 2 van de introductie op The United States' Fighting Man's Manual [Het Handboek Soldaat] (een boekje dat aan alle militairen wordt gegeven) voegt de volgende gedachte toe: "Een onbedwingbare wil om weerstand te bieden wordt niet zomaar ineens verkregen, [Waar kregen we dit van Jezus te horen? We moeten de Bijbel blijven bestuderen.] evenmin kan deze verschaft worden door alleen maar militaire training, want deze steunt op karaktereigenschappen die thuis, op school en in de kerk worden bijgebracht – eigenschappen zoals zelfvertrouwen, zelfdiscipline, zelfrespect, morele verantwoordelijkheid en geloof in God en vaderland."

Toen God ons riep – ons, de zwakken uit de wereld – was onze natuur er niet op voorbereid zichzelf te verloochenen en zichzelf op te offeren ten gunste van een ander. Deze wereld waarin wij geboren werden, heeft ons goed getraind om gewoonlijk bezorg te zijn voor onszelf, zelfgericht te zijn en anderen te wantrouwen in een meedogenloze samenleving waarin het ieder voor zich is. Met andere woorden we kunnen op het moment dat we worden geroepen ons slechts in een heel beperkte mate geven in patriottische zelfopofferingen ten behoeve van het Koninkrijk van God. Jezus belooft ons echter dat de waarheid ons geheel vrij zal maken.

Johannes 8:32-36 en gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken. 33 Zij antwoordden Hem: Wij zijn Abrahams nageslacht en zijn nooit iemands slaven geweest; hoe zegt Gij dan: gij zult vrij worden? 34 Jezus antwoordde hun: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, een ieder, die de zonde doet, is een slaaf der zonde. 35 En de slaaf blijft niet eeuwig in het huis, de zoon blijft er eeuwig. 36 Wanneer dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult gij werkelijk vrij zijn.

Laten we begrijpen wat Hij hier zei. Waarheid maakt ons vrij van de boeien van een zelfgerichte menselijke natuur. Die waarheid komt echter niet onmiddellijk, maar veeleer geleidelijk aan. Vrij worden om het leven te leiden zoals God bedoelt, is een functie van de relatie met Jezus Christus. We kunnen de slavernij aan de zonde niet in eigen kracht verbreken. De Zoon moet ons vrij maken.

Als we Zijn bloed aanvaarden worden we bevrijd, maar slechts in beperkte mate. De relatie moet blijven bestaan en groeien om het mogelijk te maken dat de vrijheid zich kan uitbreiden om meer en meer betekenis te krijgen. Daarom moet deze groeien totdat we zover zijn dat we ons leven op dezelfde manier als Hij kunnen afleggen. Maar terwijl we hiermee bezig zijn, moeten we tegelijkertijd ons leven een klein beetje afleggen naarmate we daartoe het voorrecht, de vrijheid, het begrip hebben om dat te doen, omdat we in het doen de waarheid zullen kennen en in het doen zullen we het volledig gaan begrijpen.

Wat Hij hier zei, is belangrijk voor ons om te begrijpen, omdat de gehele context geschreven is in een voorwaardelijke zin, maar die zin kan niet gemakkelijk in het Nederlands worden vertaald. In praktische toepassing betekent de voorwaardelijke zin dat Christus de handeling uitvoert om ons vrij te maken, maar de verantwoordelijkheid om ervoor te kiezen vrij te blijven ligt bij ons. Het is een inspanning waaraan van beide kanten wordt gewerkt. Dat is iets waaraan we qua verantwoordelijkheid niet kunnen ontkomen en het is de eerste stap in het afleggen van ons leven ten behoeve van de Vader en de Zoon. Het is gewoon ervoor kiezen het juiste te doen.

Laten we 2 Corinthiërs 3:17 opslaan. We zouden dit onmiddellijk moeten begrijpen.

2 Corinthiërs 3:17 De Here nu is de Geest; en waar de Geest des Heren is, is vrijheid.

Paulus zegt ons dat we reeds de kracht ontvangen hebben om vrij te blijven. De bal ligt bij ons. Het staat ons vrij ervoor te kiezen ons leven in patriottische zelfopoffering af te leggen ten behoeve van het Koninkrijk van God, als we geloven dat de verwantschap het waard is. Ziet u, wij bepalen de waarde die we eraan hechten.

Jacobus 3:13-18 Wie is wijs en verstandig onder u? Hij tone uit zijn goede wandel zijn werken met wijze zachtmoedigheid. 14 Indien gij echter bittere naijver en zelfzucht in uw hart hebt, beroemt u dan niet en liegt niet tegen de waarheid. 15 Dat is niet de wijsheid, die van boven komt, maar zij is aards, ongeestelijk, duivels; 16 want waar naijver en zelfzucht heerst, daar is wanorde en allerlei kwade praktijk. 17 Maar de wijsheid van boven is vooreerst rein, vervolgens vreedzaam, vriendelijk, gezeggelijk, vol van ontferming en goede vruchten, onpartijdig en ongeveinsd. 18 Maar gerechtigheid is een vrucht, die in vrede wordt gezaaid voor hen, die vrede stichten.

Jacobus zegt ons dat er een bepaald soort omgeving voor nodig is om datgene voort te brengen wat God in ons wil ontwikkelen.

Wat ik nu ga zeggen kan overkomen als een tegenstrijdigheid, maar dat is het niet. Wat God wil, kan niet tot stand komen in een sfeer van oorlog. Mensen met patriottisme worden niet tijdens de crisis gevormd. In vredestijd worden zij voorbereid zodat als de crisis komt, de crisis dan bewijst dat ze zijn voorbereid. "De vrucht van gerechtigheid wordt in vrede gezaaid door hen die vrede stichten."

Ik behandel dit onderwerp nu, omdat we in een tijd van relatieve vrede leven en het nu de tijd is om ons voor te bereiden op de tijd dat de crisis zich werkelijk openbaart.

Hebreeën 10:37-39 Want nog een korte, korte tijd, en Hij, die komt, zal er zijn en niet op Zich laten wachten, 38 en mijn rechtvaardige zal uit geloof leven; maar als hij nalatig wordt, dan heeft mijn ziel in hem geen welbehagen. 39 Doch wij hebben niets van doen met nalatigheid, die ten verderve leidt, doch met geloof, dat de ziel behoudt.

Het levendige woordbeeld waaraan Paulus dit ontleende, is het beeld van laffe mensen die in het gevecht hun schilden weggooien en op de loop gaan. Wij zijn nog niet in de crisis van de eindtijd en op dit moment is ons gevecht innerlijk. Dat gaat gepaard met het overwinnen van onze natuur. Maar ook hier geldt dat we niet moeten vluchten uit deze voorbereidende gevechten die in vredestijd plaatsvinden.

Denk hierover na. In materieel opzicht hebben we in vergelijking met de ondertekenaars van de Onafhankelijkheidsverklaring weinig te verliezen, maar God verlangt van ons een toewijding in tijd en energie en onderwerping. Denk ook hierover na. Geestelijk gezien stellen we – zelfs als we op de meest optimistische manier naar onszelf kijken – totaal niets voor. Wat hebben we dus te verliezen?

Zoals ik vanmorgen zei staat het vast dat als we ervoor kiezen vrij te blijven, we niet kunnen verliezen. We maken deel uit van de winnende kant.

We gaan afsluiten met het lezen van een vrij lang gedeelte uit Hebreeën 12.

Hebreeën 12:12-14 Heft dan de slappe handen op en strekt de knikkende knieën, 13 en maakt een recht spoor met uw voeten, opdat hetgeen kreupel is niet uit het lid gerake, doch veeleer geneze. 14 Jaagt naar vrede met allen en naar de heiliging, zonder welke niemand de Here zal zien.

Het punt waar het hier om gaat, gemeente, is "heiliging". Het punt is "groeien naar volmaaktheid". Het punt is "groeien in genade en in de kennis van Jezus Christus". Het punt is "groeien in dienst aan God en aan de broeders en zusters binnen de gemeente". Het punt is "voorbereid worden op het Koninkrijk van God". Al deze aspecten vereisen het afleggen van ons leven voor het Koninkrijk van God. Daarom gaat hij verder met het volgende:

Hebreeën 12:15-29 Ziet daarbij toe, dat niemand verachtere van de genade Gods, dat er geen bittere wortel opschiete en verwarring stichte, en daardoor zeer velen zouden besmet worden. 16 Laat niemand een hoereerder zijn, of onverschillig als Esau, die voor één spijze zijn eerstgeboorterecht verkocht. 17 Want gij weet, dat hij later, toen hij (toch) de zegen wilde erven, afgewezen werd, want toen vond hij geen plaats voor berouw, hoewel hij het onder tranen zocht. 18 Want gij zijt niet genaderd tot een tastbaar en brandend vuur, tot donkerheid, duisternis en stormwind, 19 tot het geklank van een bazuin en tot het geluid van een stem, bij het horen waarvan zij verzochten, dat niet verder tot hen gesproken werd; 20 want zij konden dit bevel niet dragen: Zelfs als een dier de berg aanraakt, zal het worden gestenigd. 21 En zó ontzaglijk was het verschijnsel, dat Mozes zeide: Ik ben enkel vreze en beving. 22 Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen van engelen, 23 en tot een feestelijke en plechtige vergadering van eerstgeborenen, die ingeschreven zijn in de hemelen, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten der rechtvaardigen, die de voleinding bereikt hebben, 24 en tot Jezus, de middelaar van een nieuw verbond, en tot het bloed der besprenging, dat krachtiger spreekt dan Abel. 25 Ziet dan toe, dat gij Hem, die spreekt, niet afwijst. Want als genen niet ontkomen zijn, toen zij Hem afwezen, die zijn godsspraak op aarde deed horen, hoeveel te minder wij, als wij ons afwenden van Hem, die uit de hemelen (spreekt). 26 Toen heeft zijn stem de aarde doen wankelen, doch thans heeft Hij een belofte gegeven, zeggende: Nog eenmaal zal Ik niet slechts de aarde, maar ook de hemel doen beven. 27 Dit: nog eenmaal, doelt op een verandering der wankele dingen als van iets, dat slechts geschapen is, opdat blijve, wat niet wankel is. 28 Laten wij derhalve, omdat wij een onwankelbaar koninkrijk ontvangen, dankbaar zijn en hierdoor God vereren op een Hem welbehagelijke wijze met eerbied en ontzag, 29 want onze God is een verterend vuur.

Satan doet zijn uiterste best oorlog te voeren tegen het doorgaan van deze voorbereidingen, omdat hij weet dat hij slechts een korte tijd heeft voordat hem zijn positie van macht ontnomen zal worden. Gemeente, zweer dus trouw aan uw toewijding om uw leven af te leggen in patriottische handelingen, ervoor te kiezen God in u te laten werken, want onze heilige eer en toewijding aan de zaak van de almachtige God staan op het spel.

Dat is het einde van de preek voor vandaag. Ik hoop dat de rest van deze dag voor u allen tot zegen mag zijn.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)