Vrede met God

Door Martin G. Collins
2 oktober 2007

Samenvatting: (toon)

Martin Collins merkt op dat zo lang mensen een onverzadigbare lust naar macht en beheersing hebben, er nooit vrede op aarde zal komen. Sektarisch geweld en kleinburgerlijk geruzie zullen geweld en strijd doen aanhouden. God is begonnen met het proces van het vernietigen van de vijandschap tussen God en mens, en tussen mensen onderling (d.i. Jood en heiden). Evenals de rusteloze bewegingen van de zee zal de mens, zonder Gods tussenbeide komen en zonder de leidende, matigende invloed van Gods Heilige Geest, altijd conflicten hebben. Het onmiddellijke voordeel van onze rechtvaardiging door het offer van Jezus Christus is vrede met God. Het grootste deel van onze maatschappij wordt gekarakteriseerd door verwarring; Gods geestelijke Koninkrijk (geleid door Zijn geestelijke zonen en dochters) in het Millennium zal een rijk zijn van vrede en rust, een tijd waarin terroristen in de dop gedwongen zullen worden hun zwaarden tot ploegen om te smeden, een tijd waarin mensen van over de gehele aarde het Loofhuttenfeest zullen houden. Ondertussen kunnen wij de rusteloosheid en angsten die we mogelijk ervaren, overwinnen door de vrede van God die alle begrip te boven gaat.


Door de gehele geschiedenis van de mens, heeft de mens geprobeerd anderen tegen hun wil tot vrede te dwingen. Zelfs na de verwoesting van de Tweede Wereldoorlog en de wreedheden van Hitlers Nazi-regiem verzetten veel Duitsers zich tegen de voorwaarden van het vredesverdrag met de overwinnende (voornamelijk Israëlitische) geallieerde strijdkrachten der Amerikanen, Britten, Canadezen, Australiërs, Fransen en andere Israëlitische legers. Pas meer dan drie jaar nadat de Tweede Wereldoorlog eindigde, kon er volledige orde en relatieve vrede worden gesticht. Er kwam geen vrede door de overgave van de Asmogendheden aan de geallieerde troepen vanwege de grote weerstand na de oorlog door opstandelingen en terroristen binnen het Duitsland van na de oorlog.

Het schijnt dat er altijd mensen zijn die geloven dat er alleen maar vrede kan bestaan als zij de touwtjes in handen hebben, en als de macht en de autoriteit exclusief in hun handen is. Klinkt dit scenario ons vertrouwd in de oren? Wat te zeggen van de huidige oorlog in Irak?

Vergeet omwille van het argument eventjes de politiek die erbij betrokken is. Het doet er niet toe of het conflict gaat over olie, imperialistische expansie of religie. Veel Arabieren willen gewoon geen vrede, zelfs al noemen ze hun religie een religie van vrede. Het kan hun beslist niets schelen of het gemiddelde Arabische gezin uit elkaar wordt getrokken en ze verschrikkelijke kwellingen moeten ondergaan. Soennieten tegen sjiieten; sjiieten tegen Koerden, Koerden tegen Turken! Ze willen niet minder dan ieder mens die niet tot hun specifieke sekte van de islam behoort, van de aarde wegvagen.

Zou het doden ophouden als de hele wereld moslim zou zijn? Natuurlijk niet! In "de religie van de vrede" (het toppunt van een verkeerde naamgeving) is vrede het laatste waarin ze geïnteresseerd zijn. Het gaat om de verlangens van hun hart. Elk van hen is begerig naar macht en de touwtjes in handen hebben, niet naar vrede. Natuurlijk weten we dat dit in het Millennium niet zal worden getolereerd.

Dan is er het gebrek aan een Palestijnse zoektocht naar vrede. Wat te zeggen van de Chinezen en hun geweldige opbouw van een leger bestaande uit tweehonderd miljoen man? Wat te zeggen van de Russen en hun gemiddelde persoonlijke abortuscijfer van meer dan een dozijn vermoorde kinderen? Wat te zeggen van de Japanners (Amerika's vrienden) die tot motto hebben "Zakendoen is oorlog"?

Satan, de meester-samenzweerder, gaat door om het verlangen van de menselijke natuur naar macht te stimuleren. Zijn doel is macht te verwerven over mensen, voedsel, water, land, mineralen, de lucht die we inademen en al het overige in onze omgeving. Hij wil dat zijn menselijke pionnen de macht in handen hebben over de eerste hemel (de atmosfeer) en de tweede hemel (de ruimte), terwijl hij probeert zich de derde hemel (Gods troon) toe te eigenen.

Dit is niet iets dat pas recent een probleem is geworden; Jezus Christus had al tijdens Zijn eerste komst met dit punt te maken. Paulus ging in zijn brieven uitgebreid op dit onderwerp in.

Efeziërs 6:12-15 want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. 13 Neemt daarom de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden in de boze dag en om, uw taak geheel vervuld hebbende, stand te houden. 14 Stelt u dan op, uw lendenen omgord met de waarheid, bekleed met het pantser der gerechtigheid, 15 de voeten geschoeid met de bereidvaardigheid van het evangelie des vredes;

Laten we kijken naar een heel belangrijk aspect van dit evangelie van vrede, door een korte terugblik naar mijn vorige preek. God bracht, in en door Christus, de joden en de heidenen samen in de kerk door hen tot één lichaam te maken; op deze manier verzoende Hij hen met Zichzelf door Jezus' dood aan het hout. Jezus brak, door aan het hout te sterven, de scheidsmuur af die scheiding veroorzaakte. Hij deed dat aan het hout – niet vóór dat moment, pas toen Hij aan het hout stierf. De voorhang van de tempel scheurde niet voordat Jezus aan het hout stierf. Pas op het moment van Zijn dood scheurde de voorhang.

Daarmee werd een grote eenheid mogelijk. Door Christus' sterven aan het hout verzoende God zowel de jood als de heiden met Zichzelf. (Dat was echter op en van zichzelf niet voldoende, omdat de mensheid doorgaat met zondigen.) God zond Zijn Zoon om een weg tot verzoening tot stand te brengen. De Zoon deed alles waartoe Hij gezonden werd. Hij gehoorzaamde de Vader in alles; Hij hield de wet op een positieve, actieve manier; Hij droeg de straf die de wet vereiste voor onze zonden, in Zijn eigen lichaam aan het hout.

In mijn laatste preek sprak ik u over "Christus, onze Vrede". Deze keer wil ik wat aandachtiger naar vers 18 kijken, waar we de laatste keer niet aan toe kwamen. Laten we de hele context opnieuw lezen:

Efeziërs 2:14-18 Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft, 15 doordat Hij in zijn vlees de wet der geboden, in inzettingen bestaande, buiten werking gesteld heeft, om in Zichzelf, vrede makende, de twee tot één nieuwe mens te scheppen, 16 en de twee, tot één lichaam verbonden, weder met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap gedood heeft. 17 En bij zijn komst heeft Hij vrede verkondigd aan u, die veraf waart, en vrede aan hen, die dichtbij waren; 18 want door Hem hebben wij beiden in één Geest de toegang tot de Vader.

Hij zegt dat we toegang hebben tot vrede met God. Na de weg te hebben bereid en de mogelijkheid (of de gelegenheid) kwam Christus om vrede met God te onderwijzen. Hij verkondigde dat de vrede tussen mens en God, die de mensheid zo hard nodig heeft, beschikbaar is voor hen die God roept. Jezus Christus maakte verzoening met God mogelijk voor zowel de jood als de heiden, in één lichaam, door het kruis – of juister het hout – waarbij Hij de vijandschap ter dood bracht. Paulus heeft het over het volmaakte werk van Jezus Christus.

Christus predikte door Zijn apostelen, door Zijn dienaren, dit evangelie van vrede met God. Hij maakte dit mogelijk door Zijn volmaakt werk aan het hout. In zekere zin had Hij dit niet kunnen doen tijdens Zijn leven op aarde, omdat de mensen pas later konden begrijpen wat er aan het hout plaatsvond, nadat zij de Heilige Geest op de Pinksterdag ontvangen hadden. Het was nodig dat Christus' werk voltooid werd – dat Hij opstond uit de doden, dat de Geest werd gegeven – voordat dit kon gebeuren, en zo gebeurde het dus.

In Handelingen 1 herinnert Lucas Theofilus aan alle dingen die Jezus begon te doen. Door het boek Handelingen te schrijven vertelde Lucas hem en ons over al de dingen die Jezus bleef doen na Zijn dood en opstanding. Het is een verslag van de handelingen van de opgestane Christus door de kerk, niet slechts de handelingen van de apostelen.

U bent bekend met het voorval waarin God, door gebruik te maken van de apostelen Petrus en Johannes, de man bij de Schone poort van de tempel in de naam van Jezus genas. Lucas' verslag maakt het heel duidelijk dat God Zijn werk doet door Jezus Christus. Geloof en vrede komen door Christus.

Handelingen 3:1-16 Petrus nu en Johannes gingen op naar de tempel tegen het uur des gebeds, dat is het negende. 2 En een man, die verlamd was van de schoot zijner moeder aan, zodat hij gedragen moest worden, zetten zij dagelijks bij de poort van de tempel, genaamd de Schone, om een aalmoes te vragen van de tempelgangers. 3 Toen deze zag, dat Petrus en Johannes de tempel zouden binnengaan, verzocht hij om een aalmoes. 4 En Petrus zag hem scherp aan, met Johannes, en zeide: Zie naar ons. 5 En hij hield zijn blik op hen gevestigd in de verwachting iets van hen te ontvangen. 6 Maar Petrus zeide: Zilver en goud bezit ik niet, maar wat ik heb geef ik u; in de naam van Jezus Christus, de Nazoreeër: Wandel! 7 En hij greep hem bij de rechterhand en richtte hem op, en terstond werden zijn voeten en enkels stevig, 8 en hij sprong op en stond en liep heen en weer en hij ging met hen de tempel binnen, lopende en springende en God lovende. 9 En al het volk zag hem lopen en God loven; 10 en men herkende hem als degene, die om een aalmoes gezeten had aan de Schone Poort van de tempel; en zij werden met verbazing en ontzetting vervuld, over wat met hem gebeurd was. 11 En toen hij Petrus en Johannes vasthield, liep al het volk rondom hen te hoop in de zogenaamde zuilengang van Salomo, vol verbazing. 12 En Petrus zag het en antwoordde het volk: Mannen van Israël, wat verwondert gij u hierover, of wat staart gij ons aan, alsof wij door eigen kracht of godsvrucht deze hadden doen lopen? 13 De God van Abraham en Isaak en Jakob, de God onzer vaderen, heeft zijn knecht Jezus verheerlijkt, die gij hebt overgeleverd en verloochend ten overstaan van Pilatus, ofschoon deze oordeelde, dat men Hem moest loslaten. 14 Doch gij hebt de Heilige en Rechtvaardige verloochend en begeerd, dat u een man, die een moordenaar was, geschonken zou worden; 15 en de Leidsman ten leven hebt gij gedood, maar God heeft Hem opgewekt uit de doden, waarvan wij getuigen zijn. 16 En op het geloof in zijn naam heeft zijn naam deze, die gij ziet en kent, sterk gemaakt; en het geloof door Hem heeft hem dit volkomen herstel gegeven in uw aller tegenwoordigheid.

God is de Uitvoerder door Christus; Christus is de Uitvoerder door Zijn apostelen. De apostel Paulus zegt in zijn brief aan de Corinthiërs:

2 Corinthiërs 5:20 Wij zijn dus gezanten van Christus, alsof God door onze mond u vermaande; in naam van Christus vragen wij u: laat u met God verzoenen.

Niet alleen komt geloof tot ons door Jezus Christus, maar ook vrede. De God des vredes zendt ons die vrede door Jezus Christus. Wij worden over die vrede onderwezen door Zijn apostelen en Zijn dienaren. Hierin zien wij tot uiting komen hoe God gekozen heeft Zijn wil uit te werken. Dit is Zijn bestuursstructuur.

Op de Pinksterdag van 31 na Chr. maakte Petrus het heel duidelijk dat God Degene is die zowel joden als heidenen in Zijn kerk roept.

Handelingen 2:39 Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen, die verre zijn, zovelen als de Here, onze God, ertoe roepen zal.

God is altijd Degene die het initiatief neemt tot onze roeping tot vrede en dit wordt altijd door Christus uitgevoerd.

Efeziërs 2:17-18 En bij zijn komst heeft Hij vrede verkondigd aan u, die veraf waart, en vrede aan hen, die dichtbij waren; 18 want door Hem hebben wij beiden in één Geest de toegang tot de Vader.

De apostel Paulus verwijst onmiddellijk na zijn benadrukking van het concept van vrede met God naar de Heilige Geest. Het evangelie des vredes is een oproep tot zowel joden als heidenen die God roept, en Jezus Christus opende de weg tot vrede met God. De fundamentele behoefte van de mens is vrede met God en dat zal pas na de wederkomst van Jezus Christus op universele schaal plaatsvinden. Dit is de vrede die Christus onderwees en middels Zijn dienaren nog steeds onderwijst. De verzen 16 tot 18 gaan niet echt meer over vrede tussen heidenen en joden; Paulus sloot dat enkele verzen eerder af. Het gaat nu over de vrede met God die zowel heidenen als joden nodig hebben.

De voornaamste behoefte van de mens is de behoefte aan vrede met God. Mensen zonder relatie met God – mensen die in zonde leven – zijn rusteloos, ellendig en ongelukkig. Paulus dacht waarschijnlijk aan Jesaja 57 toen hij zijn brief aan de Efeziërs schreef.

Jesaja 57:19 Ik schep de vrucht der lippen: vrede, vrede voor hem die verre, en voor hem die nabij is, zegt de HERE; en Ik zal hem genezen.

Daarna gaat Jesaja verder met:

Jesaja 57:20-21 Maar de goddelozen zijn als de zee, zo opgezweept, dat zij niet tot rust kan komen, en wier wateren slijk en modder opwoelen. 21 De goddelozen, zegt mijn God, hebben geen vrede.

We hebben zojuist het beeld van als de opgezweepte zee gelezen en de uitleg daarvan. We zijn allemaal bekend met dat beeld van de opgezweepte zee. Waarom kan de zee niet tot rust komen en is ze altijd in beweging? Waarom zijn er golven? Waarom is er eb en vloed?

De wetenschap zegt ons dat het antwoord is dat er twee tegengestelde krachten op de zee inwerken. Ten eerste is dat de maan, die gedeeltelijk de bewegingen van de zee bestuurt. Aan de andere kant hebben we de magnetische kracht in het hart van de aarde, een geweldige magnetische kracht. Aan de ene kant hebben we de kracht en de invloed van de maan en de tegengestelde invloed van de magnetische krachten in het centrum van de aarde op die andere kracht. Het resultaat daarvan is dat de zee voortdurend in beweging is: We hebben de golven in al hun afmetingen, de eb en vloed. Zo nu en dan ontstaat er een storm, de wind neemt toe en begint op de zee te blazen waardoor de golven groter worden; dit kan uitlopen op een ontzagwekkend zware storm.

"De goddelozen zijn als de zee, zo opgezweept, dat zij niet tot rust kan komen, en wier wateren slijk en modder opwoelen." Hebt u ooit na een storm langs het strand gelopen en hebt u toen de modder, het vuil, de stukken hout en allerlei ander soort afval gezien dat is aangespoeld? Dat is een chaotische rommel. Dat is de rommel en het strandgoed, het vuil en het slijk dat na afloop van de storm op de kust wordt achtergelaten. Dit is een perfecte illustratie! Jesaja zegt dat de goddelozen daar op lijken. Het beeld is dat van iemand die los van God staat, rusteloos als de zee.

Wat is dan de oorzaak hiervan? Dat is precies dezelfde uitleg als die over de zee, maar dan in geestelijk opzicht. Het begon allemaal in Eden. Man en vrouw werden door God gemaakt en in de hof van Eden geplaatst, dat was het paradijs, een vredige en rustige plaats. Er was geen tegengestelde beweging, er was geen rusteloosheid in de hof, omdat er slechts één kracht op de mensen inwerkte – en dat was God! Toen God de mens naar Zijn eigen beeld maakte, was hij in overeenstemming, in eenheid met God en ging hij met God om. Hij verheugde zich in God en zijn leven bestond uit onvermengde vrede. Er bestonden geen ongelukkige gevoelens; er waren geen problemen; er bestond geen moeite; en er bestond geen ongerustheid, tenminste in het begin.

Man en vrouw verkeerden in een staat van onschuld en van bijna volmaakte vrede en rust en vrijheid. De man en vrouw zondigden echter tegen God. Zij luisterden naar een andere macht die hun macht aanbood, en door naar hem te luisteren werden ze zijn onderdanen.

De macht van Satan – de macht van het kwaad, de macht van de dood – begon op hen in te werken. En van die tijd af is het leven van mannen en vrouwen rusteloos geweest en vervuld van conflicten. We kunnen dit in heel sterke mate zien in deze eindtijd. Er zijn heel veel mensen die over hun toeren zijn geraakt. Ze zijn wanhopig en plegen zelfmoord. Het zelfmoordcijfer onder tieners is nog nooit zo hoog geweest als nu.

Er speelt bij de mens een factor die geweten wordt genoemd. Al zouden de meeste mensen waarschijnlijk wensen dit niet te hebben, desondanks hebben we het. Het zal tot ons blijven spreken, aan ons blijven trekken en knagen. Het heeft zeer zeker een invloed op ons leven. Vele mensen in de wereld stellen er beslist geen prijs op, het verontrust hen. Het maakt hen rusteloos en als de golven der zee, de opgezweepte zee die niet tot rust kan komen. Dan komt er een storm – een of andere meedogenloze aanval van Satan.

Er is altijd wel een lichte stroming in de lucht, maar mensen noemen die niet altijd een storm. Als de stroming wordt versterkt, wordt het een storm genoemd, zoals in "stormachtige windvlagen". Zo is de toestand van de mens zonder Gods Heilige Geest.

Dat niet alleen, er zijn aanhoudende en zich herhalende omstandigheden: Er komen oorlogen; er komen ziekten; een geliefd persoon wordt ziek; er gaat iets verkeerd; er zijn problemen met anderen; ons hele leven staat op zijn kop. Als gevolg daarvan denken we dat ons leven is als de zee, in chaotische richtingen heen en weer deinend. In deze toestand kennen we geen vrede. Zonder vertrouwen in God is er geen vrede, slechts rusteloosheid. We zullen zien hoe geheel anders de wereld zal zijn onder Gods heerschappij.

David dacht over deze toestand van ongerustheid na.

Psalm 55:2-6 Neem, o God, mijn gebed ter ore, verberg U niet voor mijn smeking. 3 Sla acht op mij en antwoord mij; in mijn onrust zwerf ik kreunend rond, 4 vanwege het geschreeuw van de vijand, vanwege de kwelling van de goddeloze; want zij storten onheil over mij uit, en bestoken mij in toorn. 5 Mijn hart krimpt in mijn binnenste ineen, verschrikkingen des doods zijn op mij gevallen, 6 vrees en beving komen over mij, schrik overstelpt mij,

Dit voelen wij als we door een beproeving heen gaan of als we een conflict met iemand hebben. Dat is het gevoel dat met rusteloosheid samengaat: vervuld zijn van vrees en door de omstandigheden overmand zijn.

Het Hebreeuwse woord in vers 3 dat met rondzwerven is vertaald, is ruwd. Het betekent "rondzwerven; ronddwalen", net zoals een dier dat is uitgebroken. Als dit op mensen wordt toegepast, verwijst het naar informeren, zoeken, zoals iemand doet door heen en weer te rennen, waarin gefrustreerde begeerte of ontmoedigd wensdenken tot uiting komt. Niet altijd, maar meestal wel, zit hier niet een bepaalde richting achter. David vroeg God, pleitte bij God om hem instructie en vrede te geven.

Het resultaat van dit alles is dat de mens nooit tevreden is. Er is niets zo karakteristiek aan een onevenwichtig of zondig leven als rusteloosheid. We zien het in deze tijd overal in de wereld om ons heen. Is de wereld ooit zo rusteloos geweest als in deze tijd, of de mensen nu thuis zijn of op stap? Wat zit er achter de huidige rage naar vermaak? Rusteloosheid! De mens zegt: "Laten we uitgaan. Laten we iets gaan doen. We kunnen het niet verdragen om thuis te blijven. Dan worden we gek. Laten we daaraan ontsnappen." Vermaak zoeken is de hoogste prioriteit van deze maatschappij. De drijvende kracht achter het zoeken van vermaak is rusteloosheid.

De mens probeert aan de rusteloosheid te ontkomen door een nieuw opwindend iets; ze snakken naar iets anders. Deze rusteloosheid wordt heel terecht aangeduid als escapisme. De wereld is opgewonden en probeert nog steeds meer opgewonden te worden. Ze is geobsedeerd door drinken, drugs en vermaak. Dit is allemaal een uitdrukking van deze fundamentele rusteloosheid, niet op zijn gemak zijn, een gevoel van vrede missen, geen rustig denken hebben. Mensen die in zonde verkeren kennen geen gemoedsrust; ze geloven nooit en verkeren altijd in twijfel. De apostel Jacobus zegt dat ze net zo veranderlijk zijn als de golven der zee.

Jacobus 1:6-8 Maar hij moet bidden in geloof, in geen enkel opzicht twijfelende, want wie twijfelt, gelijkt op een golf der zee, die door de wind aangedreven en opgejaagd wordt. 7 Want zulk een mens moet niet menen, dat hij iets van de Here zal ontvangen, 8 innerlijk verdeeld als hij is, ongestadig op al zijn wegen.

Mensen zijn vijandig jegens God; ze verkeren in oorlog met Hem. Ze hinken op twee gedachten, ze worden door dit, maar ook door dat aangetrokken. Ze vinden dat ze beter zouden moeten zijn, maar ze kunnen niet de vinger erop leggen hoe dit te doen. Ze voelen zich tot iets slechts aangetrokken en ze staan in tweestrijd. Zonder Gods Heilige Geest gaan ze, vaker wel dan niet, verder met het verkeerde. Alles in hun leven is als de rusteloze golven van de zee en ze kennen geen tevredenheid.

De analogie met de zee past perfect op het leven van mensen die niet in vrede met God leven. Hierdoor worden slijk en modder naar boven gewoeld. Dat is in alle kranten te lezen, op radio en televisie te horen en te zien, en te vinden op het internet. Het komt tot uiting in de gesprekken van de mens. Het is overal aanwezig.

Al deze rusteloosheid en dit zoeken naar vermaak is heel duidelijk. Fatsoen is verdwenen en zonde wordt openlijk begaan. Niemand schijnt zich daarover nog te schamen. De storm is al enige tijd gaande en het slijk en de modder nemen duidelijk toe. Dat is de mens die in zonde verkeert: geen vrede, geen rust, geen kalmte, evenals de opgezweepte golven van de zee. De tragedie is dat mensen in hun onwetendheid en blindheid dit allemaal niet beseffen.

Mensen weten niet; ze begrijpen niet. Ze geloven dat hun problemen te wijten zijn aan hun omstandigheden of aan hun omgeving en ze proberen altijd vrede te vinden en rust te creëren – maar ze kunnen het niet. Ze kunnen proberen wat ze willen, maar het lukt niet. Hun hopeloze leven duidt op het feit dat ze dringend behoefte hebben aan vrede en rust, een rustige geest en gemoedsrust. De wereld verkeert echt in een droeve toestand. Je wordt daardoor bijna tot tranen geroerd.

Dit beeld van rusteloosheid staat in directe tegenstelling met het Millennium en Gods Koninkrijk. Let op wat God voor het Millennium belooft:

Jesaja 54:10-13 Want bergen mogen wijken en heuvelen wankelen, maar mijn goedertierenheid zal van u niet wijken en mijn vredesverbond zal niet wankelen, zegt uw Ontfermer, de HERE. 11 Gij, ellendige, door storm voortgedrevene, ongetrooste, zie, Ik leg uw stenen in blinkend erts, Ik grondvest u op lazuurstenen, 12 Ik maak uw tinnen van robijnen, uw poorten van karbonkelstenen en uw gehele omwalling van edelsteen. 13 Al uw zonen zullen leerlingen des HEREN zijn, en het heil uwer zonen zal groot zijn;

Als ouders verlangen we naar vrede voor onze kinderen, zelfs sterker dan naar vrede voor onszelf.

Jesaja 54:14 door gerechtigheid zult gij bevestigd worden. Weet u verre van onderdrukking, want gij hebt niet te vrezen, en van verschrikking, want zij zal tot u niet naderen.

God belooft niet alleen vrede voor onze kinderen, maar zelfs grote vrede voor hen. Wat een tegenstelling met de huidige levensstijl van onze kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen! In deze tijd zijn ouders bang voor pedofielen, hebzuchtige ontvoerders voor de internationale slavenhandel, en eigenzinnige sociale werkers die proberen kinderen bij hun ouders vandaan te halen, omdat ze een ander psychologisch profiel hebben dan de "normale" kinderen uit de gemeenschap.

Zoals u weet heb ik dit jaar een campagne gevoerd om ons absoluut ziek te laten worden van de wereld. Ik beloof dat daar op een bepaalde tijd een einde aan zal komen. Het is werkelijk belangrijk omdat dit ons er des te meer toe aanzet om op Gods manier van leven te willen leven.

Laten we hier overschakelen en opmerken dat Paulus in hoofdstuk 4 van de brief aan de Romeinen uitgebreid schreef over rechtvaardiging uit geloof. Hij sluit hoofdstuk 4 af door uit te leggen dat het werk van Jezus Christus door God werd geaccepteerd, waardoor onze rechtvaardiging gegarandeerd is. Deze aanvaarding blijkt uit Christus' opstanding en is de reden dat we toegang hebben tot vrede met God.

Romeinen 5:1-2 Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus, 2 door wie wij ook de toegang hebben verkregen in het geloof tot deze genade, waarin wij staan, en roemen in de hoop op de heerlijkheid Gods.

Nogmaals, we zien hoe God door Jezus Christus werkt om Zijn wil tot stand te brengen.

Dan in vers 1 duidt erop dat het onmiddellijke voordeel van rechtvaardiging is dat we vrede hebben met God. De gerechtvaardigde leden van het lichaam van Christus ontvangen deze vrede met God door deze rechtvaardiging uit geloof. Geloof hebben betekent dat men geestelijk gezind is. Ergens anders zegt Paulus dat "geestelijk gezind zijn leven is en vrede".

Romeinen 5:3-9 En niet alleen (hierin), maar wij roemen ook in de verdrukkingen, daar wij weten, dat de verdrukking volharding uitwerkt, 4 en de volharding beproefdheid, en de beproefdheid hoop; 5 en de hoop maakt niet beschaamd, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door de heilige Geest, die ons gegeven is, 6 zo zeker als Christus, toen wij nog zwak waren, te zijner tijd voor goddelozen is gestorven. 7 Want niet licht zal iemand voor een rechtvaardige sterven – maar misschien heeft iemand nog de moed voor een goede te sterven – 8 God echter bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is. 9 Veel meer zullen wij derhalve, thans door zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn.

Rechtvaardiging is een afkondiging dat God een oordeel heeft geveld. Het is een legale handeling van Gods kant om de gerechtigheid van Jezus Christus aan ons toe te kennen als we eenmaal Zijn offer voor ons hebben aanvaard. Dit plaatst ons in een positie waarin we gericht zijn op God en Zijn wet. Deze gerichtheid is absoluut noodzakelijk.

Kunnen twee samengaan, tenzij ze het met elkaar eens zijn? Zonder het met elkaar eens te zijn is er geen vrede. We weten dit door eenvoudig de vredesprocessen te observeren die de naties uitproberen. Zelfs scheidingszaken laten zien dat dit eenvoudige, maar krachtige principe werkzaam is.

Romeinen 5:10-11 Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood zijns Zoons, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden worden, doordat Hij leeft; 11 en dát niet alleen, maar wij roemen zelfs in God door onze Here Jezus [Christus], door wie wij nu de verzoening ontvangen hebben.

Vijf keer benadrukt Paulus in deze passage dat dit mogelijk is gemaakt door God middels het werk en het offer van Jezus Christus. Christus is een centraal punt in Gods plan, en Hij is in ieder opzicht van essentieel belang.

Zondaren zijn wegens hun trots en rebellie vijanden van God. Er kan nooit een ware of langdurige vrede bestaan tussen vijanden. De zondaar zit altijd enigszins in de problemen en zijn natuurlijke toestand van zorg maakt het hem onmogelijk vrede te hebben met God. In deze toestand is echte gemoedsrust onbereikbaar. Zodoende zien we een wereld vol rusteloze en van binnen verscheurde mensen.

Als God echter iemand roept, begint Hij het proces van behoud en het proces naar ware vrede door middel van een nieuwe schepping. God heeft Zijn bereidheid tot verzoening laten zien door het offer van Zijn Zoon Jezus Christus. Hij is bereid te vergeven en vrede met ons te hebben. Deze vrede kan niet in de wereld verkregen worden; het is een resultaat, een vrucht, van de Heilige Geest van God, die een gave is van God. Wij hebben vrede met God en door geloof toegang tot Zijn genade middels onze Verlosser. Als we eenmaal deze vrede met God gaan hebben, kunnen we deze echte vrede naar anderen gaan weerspiegelen. Dit gaat feitelijk deel uitmaken van het waarachtige getuigenis dat God van ons als leden van Zijn kerk verlangt. Dit hangt natuurlijk af van of we wel of niet een vreedzame relatie met Hem hebben.

Romeinen 12:18 Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, vrede met alle mensen.

Dit is iets dat elke christen altijd zou moeten doen. We zouden altijd moeten proberen de vrede met anderen te bewaren. Zoals we weten: "Een zacht antwoord keert de grimmigheid af." Toch weten we dat we menselijk zijn, omdat er hier op het Feest conflicten zijn tussen mensen, waardoor de vrede wordt vernietigd. Paulus legt de verantwoordelijkheid op ons om de vrede die we als gave van God door Jezus Christus gekregen hebben, te gebruiken om in vrede met anderen te leven. Het is interessant dat Paulus niet zegt dat anderen altijd op gelijke wijze zullen handelen. In feite doet het er niet toe of ze dat wel of niet doen; wij hebben nog steeds de verantwoordelijkheid onder elkaar vreedzaam te zijn. "Een zacht antwoord keert de grimmigheid af" is een eenvoudige, maar toch belangrijke illustratie.

De menselijke natuur hindert de vrede met onze buren, vrienden en zelfs familie, waardoor het tamelijk moeilijk wordt vreedzaam jegens anderen te zijn – maar iemand die God liefheeft moet hard aan vrede werken. We kunnen geen strijd, conflicten en twisten met anderen hebben zonder dat onze eigen vrede in aanzienlijke mate wordt verstoord. Als iemand met ons argumenteert over de Schrift, veroorzaken zij een gebrek aan vrede; dat komt voort uit hun oorlogszuchtige natuur. Natuurlijk moeten we desondanks vast blijven staan in de waarheid en er nooit voor terugdeinzen.

De gehele wereld, of ze het nu weten of niet, wacht op het Millennium en het Koninkrijk van God zoals uitgebeeld door het Loofhuttenfeest. We hebben Gods heerschappij hier op aarde over een nieuwe schepping verschrikkelijk hard nodig. In de huidige wereld zien we dat God volgens Zijn plan toelaat dat de mens zichzelf onder de bedwelmende invloed van Satan bestuurt.

In de tijd van Jezus' eerste komst keken de joden voor de eerste keer werkelijk uit naar de komst van de Messias. Zij wisten dat Hij door God gezonden was, maar ze wilden Hem niet aanvaarden omdat Hij Zich niet op één lijn met hen opstelde. Zij verwachtten dat de Messias die komen zou Zich achter al hun gevestigde gewoontes zou scharen, zoals de tempel, de offeranden, en het Joodse bestuur met de Farizeeën en de Sadduceeën. Zij verwachtten helemaal dat de Messias zou komen om hen van de overheersing van het Romeinse Rijk te bevrijden.

Wat zei Jezus aan Pilatus toen Hij werd ondervraagd, voordat Hij werd gegeseld en weggezonden om te worden gekruisigd?

Johannes 18:33-36 Pilatus dan keerde terug in het gerechtsgebouw en riep Jezus en zeide tot Hem: Zijt Gij de Koning der Joden? 34 Jezus antwoordde: Zegt gij dit uit uzelf of hebben anderen u over Mij gesproken? 35 Pilatus antwoordde: Ben ik soms een Jood? Uw volk en de overpriesters hebben U aan mij overgeleverd; wat hebt Gij gedaan? 36 Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; nu echter is mijn Koninkrijk niet van hier.

Op basis van Christus' uitspraak hier is het heel duidelijk dat er een tijd zal komen dat de geestelijke kinderen van God, terugkomend met Christus, vrede zullen brengen – maar het zal zoals Prediker 3 zegt ook een tijd van oorlog zijn: "een tijd van oorlog, een tijd van vrede". Pilatus kon dat concept niet begrijpen. Een van de redenen dat de joden Christus aan Pilatus overleverden was dat Hij zei dat Hij een koning was. Om zich van Christus te ontdoen beschuldigden zij Jezus er valselijk van de troon van Caesar te willen omverwerpen. Pilatus bevond zich in een moeilijke situatie aangaande wat hij met Hem zou doen.

Johannes 18:37-38 Pilatus dan zeide tot Hem: Zijt Gij dus toch een koning? Jezus antwoordde: Gij zegt, dat Ik koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik voor de waarheid zou getuigen; een ieder, die uit de waarheid is, hoort naar mijn stem. 38 Pilatus zeide tot Hem: Wat is waarheid? En na dit gezegd te hebben, kwam hij weder naar buiten tot de Joden en zeide tot hen: Ik vind geen schuld in Hem.

Christus was tijdens Zijn leven een vreedzaam individu geweest, maar er werd nu oorlog tegen Hem gevoerd.

Met zijn vraag "Wat is waarheid?" liet Pilatus zien dat ook hij aan dezelfde verwarring leed als die we in deze tijd in de maatschappij zien. De apostel Paulus herinnert ons eraan dat God niet de auteur van verwarring is, maar van vrede. Deze huidige wereld is een maatschappij van grootschalige verwarring op alle gebieden van het leven: de politiek, de economie, zaken, gezondheid, psychologie, filosofie, onderwijs en al het andere dat het leven definieert. God zal niets van die aard in Zijn Koninkrijk hebben. Evenals deze huidige boze wereld wordt gekarakteriseerd door verwarring zal Gods Koninkrijk in het Millennium in scherpe tegenstelling daarmee gekarakteriseerd worden door vrede.

Noch Pilatus, noch de schriftgeleerden en de Farizeeën begrepen dat dit een geestelijk koninkrijk zou zijn waarin geestelijke zonen en dochters van God zouden regeren over de menselijke wezens op aarde. Er heerste geen vrede in de maatschappij onder de Joodse leiders. Deze blinde Joodse leiders wilden dat hun eigen menselijke macht pal onder die van de Messias zou staan, zodat zij hun autoriteit over de mensen zouden kunnen uitoefenen. Alhoewel de Farizeeën en de Sadduceeën dachten dat zij de dingen onder controle hadden, verkeerde de Joodse maatschappij in een grote geestelijke verwarring. Zij hadden het leven voor de mensen tot een zware last gemaakt waarbij ze hen dwongen hun corrupte hiërarchie te dienen. De dingen waren allesbehalve vreedzaam. Er was geen vrede met God.

In tegenstelling daarmee zal God in het Millennium het bestuur niet overlaten aan mensen die verward zijn. Hij is de Auteur van vrede. Vrede is alleen maar mogelijk als de heersers geestelijke zonen en dochters van God zijn, van wie het hart en het denken door de Heilige Geest tot onkreukbaarheid is veranderd.

Het is voor mij interessant dat er in de brieven van Paulus en in Jesaja zo vaak over het Millennium wordt gesproken. Als mensen vergeving voor hun zonden hebben ontvangen en de Heilige Geest hebben gekregen om de sluier voor hun ogen weg te nemen, waardoor hun geest tot begrip van Gods manier van leven geopend wordt, zal dat als een schuilplaats zijn voor de rusteloosheid van de storm waaraan zij in hun vorige verstoorde leven hebben blootgestaan.

Jesaja 25:3-7 Daarom zal een sterke natie U eren, de veste van gewelddadige volken zal U vrezen; 4 want Gij zijt voor de geringe een sterkte geweest, een sterkte voor de arme toen hij benauwd was, een schuilplaats tegen de stortbui, een schaduw tegen de hitte. Want het briesen der geweldenaars is als een stortbui tegen een muur, als hitte in een dorre streek. Het rumoer der vreemden onderdrukt Gij; 5 als hitte door de schaduw van een wolk wordt het gezang der geweldenaars gedempt. 6 En de HERE der heerscharen zal op deze berg voor alle volken een feestmaal van vette spijzen aanrichten, een feestmaal van belegen wijnen: van mergrijke, vette spijzen, van gezuiverde, belegen wijnen. 7 En Hij zal op deze berg de sluier vernietigen, die alle natiën omsluiert, en de bedekking, waarmede alle volken bedekt zijn.

Vers 6 klinkt als een beschrijving van het Loofhuttenfeest, met veel voedsel en goede wijn.

Let in vers 7 erop dat God "de sluier zal vernietigen, die alle natiën omsluiert, en de bedekking, waarmede alle volken bedekt zijn." Dit slaat op alle volken op aarde aan het begin van het Millennium. God zal aan het begin de geestelijke blindheid van hen wegnemen. Hij zal dit ook moeten doen aan het begin van het oordeel van de grote witte troon, wat door de Laatste Grote Dag wordt uitgebeeld.

Jesaja 25:8-9 Hij zal voor eeuwig de dood vernietigen, en de Here HERE zal de tranen van alle aangezichten afwissen en de smaad van zijn volk zal Hij van de gehele aarde verwijderen, want de HERE heeft het gesproken. 9 En men zal te dien dage zeggen: Zie, deze is onze God, van wie wij hoopten, dat Hij ons zou verlossen; dit is de HERE, op wie wij hoopten; laten wij juichen en ons verblijden over de verlossing die Hij geeft.

Dit is de houding die de mensen door het gehele Millennium zullen hebben. Als resultaat van deze houding zullen ze onderwijsbaar zijn, en mensen die lange tijd op iets hebben moeten wachten, zullen daar heel opgewonden over zijn en er veel aandacht aan schenken. Zij zullen dus gemakkelijk te onderwijzen zijn. Zoals we eerder lazen zal God onze kinderen onderwijzen, misschien niet persoonlijk, maar door Christus, de apostelen en ons.

Wij zullen degenen zijn die Gods weg aan de wereld zullen onderwijzen. God zal ons heel druk doen zijn met Zijn werk en met het doen van Zijn wil in die tijd. Er zal geen oorlog of misdaad zijn die de aandacht afleiden. Satan zal gebonden zijn en niet in staat de vrede te verstoren. Er zal een vrede zijn zoals door de mensheid nooit eerder ervaren is.

Micha 4:1-3 En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des HEREN vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En volkeren zullen derwaarts heenstromen, 2 en vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des HEREN, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des HEREN woord uit Jeruzalem. 3 En Hij zal richten tussen vele volkeren en rechtspreken over machtige natiën tot in verre landen. Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren.

Bedenk dat vrede met God meer is dan de afwezigheid van oorlog. Dit doet me denken aan de Arabieren en wat zij Al Qaida noemen en de training die zij de kinderen praktisch vanaf hun geboorte geven. Niets van dat alles zal getolereerd of gedaan worden.

Micha 4:4 Maar zij zullen zitten, een ieder onder zijn wijnstok en onder zijn vijgeboom, zonder dat iemand hen opschrikt; want de mond van de HERE der heerscharen heeft het gesproken.

Als het Millennium begint zullen wij Christus helpen Zijn bestuur van God op te richten en uit te voeren. We zullen autoriteit hebben over de naties om over ze te heersen en hen te hoeden met een ijzeren staf.

Jesaja 2:1-2 Het woord, dat Jesaja, de zoon van Amoz, aanschouwd heeft over Juda en Jeruzalem. 2 En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des HEREN vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de heuvelen. En alle volkeren zullen derwaarts heenstromen

In vers 2 is "de berg van het huis des Heren" een symbool van Gods bestuur. Zoals we in Jesaja 9 lazen zal de heerschappij op Zijn schouder rusten en Hij zal hiervan delegeren aan alle heiligen die deel uitmaken van de eerste opstanding, zodat zij met Hem kunnen heersen en regeren. In het Koninkrijk van God zullen de kinderen van God die dan geest zijn en op aarde heersen, samen met Christus heersen over de gehele wereld.

Zacharia openbaart dat de wereld nooit universele gezondheid, geluk en vrede zal ervaren totdat Gods bestuur op aarde is hersteld. Als dat bestuur wordt hersteld zal de mensheid niet langer de huidige heidense feestdagen vieren. Een van de eerste dingen die de mensen in het Millennium zullen doen is het houden van het Loofhuttenfeest.

Zacharia 14:16 Allen, die zijn overgebleven van al de volken, die tegen Jeruzalem zijn opgerukt, zullen van jaar tot jaar heentrekken om zich neer te buigen voor de Koning, de HERE der heerscharen, en het Loofhuttenfeest te vieren.

Vers 17 zegt ons wat sommige naties zal overkomen als zij besluiten dat ze het Loofhuttenfeest niet willen houden.

Zacharia 14:17 Maar wie uit de geslachten der aarde niet naar Jeruzalem zal heentrekken om zich voor de Koning, de HERE der heerscharen, neder te buigen, op hem zal geen regen vallen,

Vers 18 zegt ons dat als zij dit belangrijke feest niet houden, God hen zal straffen en zij een ernstige droogte zullen krijgen en de consequenties daarvan.

Zacharia 14:18 en indien het geslacht der Egyptenaren niet zal heentrekken en komen, op wie geen (regen) valt, dan zal toch komen de plaag waarmee de HERE de volken zal treffen, die niet heentrekken om het Loofhuttenfeest te vieren.

Dan zien we in vers 19 dat God onpartijdig zal zijn in het vellen van een oordeel over Egypte of enige andere natie die weigert Zijn opgedragen Loofhuttenfeest te vieren.

Zacharia 14:19 Dit zal de straf zijn van de Egyptenaren en van alle volken die niet heentrekken om het Loofhuttenfeest te vieren.

Gods macht is veel groter dan enig fysiek wapen dat opstandige naties zouden kunnen overwegen te gebruiken. Veel naties zullen zich aan het bestuur van God willen onderwerpen, omdat zij de zegeningen willen in plaats van de vloeken die God hun zegt die zij anders zullen ontvangen. We lezen in Jesaja 2:2 dat vele naties naar Juda zullen optrekken – specifieker Jeruzalem – omdat het opnieuw Gods huis zal zijn en vervuld zal zijn met Gods Geest en het woord des Heren.

Jesaja 2:3-4 en vele natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des HEREN, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande zijn wegen en opdat wij zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des HEREN woord uit Jeruzalem. 4 En Hij zal richten tussen volk en volk en rechtspreken over machtige natiën. Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren.

Let erop dat vers 3 niet zegt "alle" natiën, er staat "vele". Er zullen volken zijn die zich aan God en het Koninkrijk van God willen onderwerpen, om te beginnen met Israël. De autoriteit en het gebod om de wet te onderhouden gaat uit van Jeruzalem. De wet is nooit veranderd en die zal ook dan niet veranderd zijn. Alleen de rituelen en de offeranden zijn vervangen door iets groters, ze zijn namelijk vervangen door het volmaakte offer van Jezus Christus en Zijn priesterschap.

Er zullen aan het begin van het Millennium nog steeds opstandelingen en terroristen en overblijfselen van gevechten zijn tegen de invoering van het Koninkrijk van God op aarde. God zal dit aan het begin toestaan om de volken een keus te geven en een gelegenheid om te zien of ze wel of niet willen gehoorzamen en zich onderwerpen. Als zij niet willen dan zal Hij na verloop van een bepaalde periode Zijn macht en autoriteit over hen gaan uitoefenen, zodat zij gaan leren, omdat God minachting en een gebrek aan respect niet voor lange tijd zal toestaan.

Wat zou er gebeuren als God de opstandelingen en terroristen aan het begin van het Millennium op dezelfde manier zou behandelen als de Verenigde Staten ze in deze tijd heeft behandeld? Vanwege de menselijke natuur zijn opstandige mensen een verschrikkelijke plaag op aarde. Als het hun werd toegestaan door te gaan, zouden ze een plaag zijn en zouden ze deze wereld in een toestand van rusteloosheid, niet gelukkig zijn en oorlog houden.

Als we Jacobus 3:18 – "Gerechtigheid is een vrucht, die in vrede wordt gezaaid voor hen, die vrede stichten" – vergelijken met Jesaja 32:17 – "De vrucht der gerechtigheid zal vrede zijn, de uitwerking der gerechtigheid rust en veiligheid tot in eeuwigheid" – zien we dat er een vreedzame omgeving nodig is om de vrucht van gerechtigheid voort te brengen. Rechtvaardig leven brengt op een en hetzelfde moment vrede voort. Het is onmogelijk voor de wereld in zijn huidige conditie om ware, langdurige vrede te hebben. Haar rusteloosheid vernietigt fysiek en geestelijk welzijn.

Het voornaamste woord dat in de Bijbel gebruikt wordt om het idee van vrede tot uitdrukking te brengen is shalom. In de een of andere vorm zijn de concepten van welzijn, gezondheid en volledigheid allemaal nauw met elkaar verbonden. Vrede is niet eenvoudig iets negatiefs – de afwezigheid van oorlog. Vrede is een positief concept met zijn eigen unieke betekenis.

Shalom is de dagelijkse groet in Israël. Shalom alekem betekent "vrede zij u". Het is een algemene uitdrukking die we zouden kunnen vertalen als "goedendag", maar het ligt eigenlijk dichter bij "het ga u goed". Als het ons goed gaat, zijn we gezond, volledig, beschikken we over fysieke en geestelijke bronnen die voldoende zijn voor onze behoeften.

Daar vrede samengaat met het concept van welzijn is het concept van vrede in dit opzicht zowel een actie als een toestand waarin men verkeert. In Psalm 34:15 bemoedigt de psalmist de hoorders: "Doe het goede, zoek de vrede, jaag die na." Vrede is niet iets dat gewoon gebeurt. Het is iets waar we de hand op kunnen leggen. We kunnen er echter niet permanent en geestelijk de hand op leggen, tenzij het ons wordt aangeboden. Daarom heeft God erop toegezien dat we zijn geroepen door de Vredevorst, Jezus Christus.

Jesaja 9:5-6 Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. 6 Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de troon van David en over zijn koninkrijk, doordat hij het sticht en grondvest met recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid. De ijver van de HERE der heerscharen zal dit doen.

Er is met vrede een theologische betekenis verbonden die ver uitgaat boven het eenvoudige idee van de beëindiging van oorlog of de afwezigheid van conflict. Vrede is niet zozeer rust en orde, maar veelmeer de diepgaande betrokkenheid bij het werk der gerechtigheid. Vrede verwijst ook naar de toekomst, omdat het de verbinding legt tussen een ideaal van gerechtigheid waaraan weer wordt gedacht en dat in het Millennium wordt verwacht. Gods plan van vrede en behoud zal tot in alle eeuwigheid blijven doorwerken.

God biedt door Christus vrede aan en is ook in staat deze te geven aan allen die inzien dat zij daar behoefte aan hebben. Christus heeft de weg gemaakt en geopend. Niemand kan zichzelf met God verzoenen, maar Christus heeft vrede gemaakt tussen mensen en God door het bloed van Zijn kruis. Hij heeft alles op Zich genomen en daarom kon Jezus zeggen:

Johannes 14:27 Vrede laat Ik u, mijn vrede geef Ik u; niet gelijk de wereld die geeft, geef Ik hem u. Uw hart worde niet ontroerd of versaagd.

Het denken dat vertrouwen in God heeft wordt niet bezorgd door de beproevingen die ons in het leven treffen – niet door vervolging, armoede, ziekte, verdriet of leed. Die rusteloosheid is verdwenen.

Jezus Christus heeft het ons mogelijk gemaakt om Zijn rechtvaardig denken te ontvangen, waardoor het ons mogelijk wordt om werkelijk vrede met God te hebben. Naast het ontvangen van deze vrede geeft God ons een toenemend vermogen om vrede met anderen te maken door steeds meer de vrucht van de geest voort te brengen. Christus verzoent ons met God en de vrede van God die elk begrip te boven gaat kan onze harten en ons denken bewaren, als we God zoeken.

Filippenzen 4:6-7 Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. 7 En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus.

De vrede van God behoedt onze harten en onze gedachten! We hoeven nergens bang voor te zijn en we hoeven niet toe te staan dat die rusteloosheid ook in ons aanwezig is. We kunnen al onze zorgen naar God brengen, omdat Christus de weg naar Hem met al onze zorgen, onze problemen, wat ze ook maar mogen zijn, voor ons geopend heeft.

De God des vredes heeft ons door Jezus Christus vrede gegeven met God, vrede met anderen, vrede van binnen. God heeft ons geroepen tot een wonderbaarlijk vreedzame roeping. In het Millennium zal aan allen die het zoeken vrede met God worden aangeboden. Moge de God des vredes vrede in uw leven voortbrengen.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)