The End  


Het einde

Door Richard T. Ritenbaugh
4 oktober 2007

Samenvatting: (toon)

Richard Ritenbaugh suggereert op basis van de titel "Het einde" dat "Het einde" ons denken ook zou kunnen vullen met profetisch symboliek over het einde van dit tijdperk. De zondvloed was een einde, de verwoesting van de tempel was een einde, Christus' tweede komst zal een einde zijn, en ook de Laatste Grote Dag zal een einde zijn evenals een begin. De profetische boodschappen bevatten het begrip dat de fysieke aarde en de fysieke hemelen vervangen zullen worden terwijl God eeuwig blijft bestaan. Jesaja 65:17-19 beschrijft het einde zoals door de Laatste Grote Dag wordt uitgebeeld, een tijd van vreugde zal het huilen vervangen, en verdriet zal er niet meer zijn en niet meer worden herinnerd, Christus zal het Koninkrijk van God overdragen aan God de Vader, de dood is volledig vernietigd, Satan is verwijderd zonder de kans om vrij te komen, en miljarden mensen zullen tot behoud worden gebracht, een tijd dat God alles in allen zal zijn. Het enige dat na de vernietiging van de hemelen en aarde (misschien in de poel des vuurs) zal overblijven, zal heilig rechtvaardig karakter zijn. Deze tot een climax leidende gebeurtenis zou ons moeten motiveren om te overwinnen en geestelijk te groeien. Als we het gouden tijdperk van God binnengaan zal de slechte tijd van het verleden niet meer herinnerd worden. Slechts zij die geschreven staan in het boek des levens van het Lam zullen daar zijn. Zij zullen rechtstreeks toegang hebben tot God in een tijd van permanente verlichting, waarmee een periode van creativiteit begint die geen einde kent. Gods getuigenissen zijn absoluut zeker; ieder woord dat Hij spreekt zal gebeuren. Heiligheid zal voor altijd deel uitmaken van Gods woonplaats.


Het einde.

Ik wil wedden dat toen ik deze twee kleine woordjes zei, de meesten van jullie onmiddellijk dachten: "Dat is het einde van het verhaal." Een verhaal begint vaak met: "Er was eens …", of iets dergelijks, en sluit af met: "En ze leefden nog lang en gelukkig. Het einde." Deze nog steeds van kracht zijnde gewoonte is een aantrekkelijk deel geworden van onze populaire cultuur.

Misschien dachten jullie wel: "Hij herinnert ons er gewoon aan dat dit het einde van het Loofhuttenfeest is en de tijd dat we allemaal naar huis moeten gaan snel naderbij komt."

Aangezien jullie praktisch allemaal religieus denkende mensen zijn, dachten jullie misschien wel, als jullie niet dachten aan dat typische einde van een verhaal, of niet dachten aan de tijd om naar huis te gaan, aan "het einde van dit tijdperk", "de eindtijd" of "de laatste dagen". Misschien stelden jullie je wel die zorgelijk uitziende man voor met een onverzorgde baard, die een bord met zich mee droeg door de stad met de woorden: "Het einde is nabij!"

Misschien hebben jullie je een paddestoelwolk aan de horizon voorgesteld of de verwoesting door verschrikkelijke plagen, zoals die in het boek Openbaring vermeld staan. Misschien dachten jullie aan geweldige legers die optrokken naar Armageddon. Misschien herinnerden jullie je de video over "De vier ruiters uit de Apocalyps", die twintig jaar geleden via onze World Tomorrow uitzendingen werd uitgezonden. Dat was voor die tijd een nogal spraakmakende technologie; die ruiters waren vrij angstaanjagend. Ik zat toen nog op Ambassador College en in de Worldwide Church of God.

In feite spreekt de Bijbel over verscheidene "einden". Als u erover nadenkt is het niet moeilijk u voor te stellen dat de zondvloed in de tijd van Noach het einde was voor miljoenen mensen in dat tijdperk. De profeten hadden het over de val van Israël en de val van Juda als een eindtijd voor hen. Veel van de beeldspraak wordt ontleend aan binnenvallende legers en de problemen die zich in die tijd in Israël en Juda voordeden.

Paulus spreekt in termen van een eindtijd over de val van Jeruzalem die in 70 na Chr. zou plaatsvinden. Het was een einde – iets dat jarenlang gaande was in de geschiedenis van Juda, in het bijzonder toen dit op een eind liep. De tempel zou verwoest worden en daarmee zou aan alles een einde komen.

Natuurlijk kunnen we niet vergeten dat er het einde van dit tijdperk is, waarop de Zoon des Mensen met Zijn heiligen weerkomt in macht en heerlijkheid. Dat is gewoonlijk het einde waaraan wij denken. Dat is het einde waar wij allemaal, samen met de gehele wereld, zelfs nu naar toe razen.

In de Schrift komt echter nog een ander "einde" voor. Dat is het einde waarover we in de meeste jaren alleen maar specifiek op deze dag, de Laatste Grote Dag, spreken. Dat is "het einde" waar ik het vandaag over wil hebben. Dat is het einde dat de heer Herbert W. Armstrong in zijn boek Mystery of the Ages "het begin" noemde. Dat is de tijd waarover we op de Laatste Grote Dag moeten nadenken.

Samengevat, als we alles hierover voor ons zouden moeten neerleggen, zien we dat de Bijbel niet heel veel informatie bevat over deze periode na het oordeel van de grote witte troon, de periode die ik "het einde" noem. Wat we er in feite over weten – werkelijk met zekerheid erover weten – is nogal oppervlakkig. God heeft ons echter enige aanlokkelijke aanwijzingen gegeven.

Het is duidelijk dat alles wat we over deze tijdsperiode "weten", in de profetieën is uitgedrukt in profetische taal – en profetische taal zit karakteristiek vol met symbolen en beeldspraak. We weten niet wanneer we iets ervan letterlijk moeten nemen, of symbolisch of geestelijk moeten opvatten, maar we hebben een vaag idee waar het allemaal over gaat.

Gewoonlijk ziet een profeet (zoals Jesaja in de achtste eeuw voor Christus, of Ezechiël in de zesde eeuw voor Christus, of de apostel Johannes in de eerste eeuw na Christus) iets in een visioen. Daarna zou deze profeet het op basis van zijn beperkte ervaring, kennis en woordenschat naar zijn beste weten en kunnen beschrijven. Voor zover wij weten komt dit proces dat God een profeet een visioen geeft en hem dan vraagt dit voor ons voor alle tijden op te schrijven, overeen met het vragen aan een leerling van de basisschool om de moleculaire biologie te beschrijven. De leerling zou zijn best doen, maar hoeveel informatie zou hij kunnen overbrengen? Misschien moet ik niet zeggen moleculaire biologie, maar veeleer fysica der elementaire deeltjes of kwantummechanica. Wat het ook is, het gaat ver uit boven onze kennis. Dat zou zeker het geval zijn voor deze profeten uit het Oude Testament, die misschien niet de volledige openbaring van God kregen, zoals wij die in onze Bijbel hebben staan. Ze handelden gewoon naar hun beste kunnen.

Misschien zit ik er helemaal naast. Misschien waren de visioenen precies zoals ze in de Bijbel beschreven werden, en maakte Hij ze opzettelijk vaag en symbolisch, omdat dat werkelijk alles was wat we op dat tijdstip moesten weten. Wie weet? Misschien zou meer weten over die tijd schadelijk voor ons zijn. Misschien zou het ons afleiden. Misschien zou het ons op de een of andere manier afstoten. God heeft alle wijsheid en weet precies wat we nodig hebben, en Hij heeft ons slechts dit kleine beetje gegeven.

De eerste twee schriftgedeelten waar we doorheen zullen gaan behoren tot de vroegste, of zijn zelf de vroegste, die over deze eindtijd gaan.

Jesaja 51:6 Heft uw ogen op naar de hemel en aanschouwt de aarde beneden; want de hemel verdwijnt als rook, de aarde vergaat als een kleed en haar bewoners sterven als muggen, maar mijn heil duurt eeuwig en mijn gerechtigheid wordt niet verbroken.

Psalm 102:25-27 Ik zeg: Mijn God, neem mij niet weg op de helft mijner dagen, Gij, wiens jaren duren door alle geslachten heen. 26 Gij hebt voormaals de aarde gegrondvest, en de hemel is het werk uwer handen; 27 die zullen vergaan, maar Gij houdt stand, zij alle zullen verslijten als een kleed, Gij verwisselt ze als een gewaad, en zij verdwijnen;

Deze twee vroege vermeldingen van deze tijd hebben het basisidee dat de hemelen uiteindelijk vernietigd of veranderd zullen worden. De psalm zegt dat ze oud worden als een kledingstuk, waarna er gezegd wordt dat God ze als een gewaad zal verwisselen. God is eeuwig, maar de hemelen en de aarde die schijnbaar zo krachtig en blijvend zijn, zullen in vergelijking daarmee verbleken. God zal blijven doorgaan, maar de aarde zal vervangen worden.

Dat is het idee hier. Als je een of ander gewaad uittrekt en het in de wasmand opbergt, haal je iets nieuws of iets anders te voorschijn en trekt dat aan. Je trekt niet iets uit om het daarna direct weer aan te trekken, is het niet? Dat is hier niet het idee. Het is geen opknappen door het oude op te poetsen. Het idee hier is vervanging door het oude weg te doen en een nieuw aan te trekken – over iets nieuws beschikken.

Het volgende gedeelte is de basis voor wat Johannes in Openbaring 21 ziet:

Jesaja 65:17-19 Want zie, Ik schep een nieuwe hemel [Hebreeuws: nieuwe hemelen] en een nieuwe aarde; aan wat vroeger was, zal niet gedacht worden, het zal niemand in de zin komen. 18 Maar gij zult u verblijden en juichen voor eeuwig over hetgeen Ik schep, want zie, Ik schep Jeruzalem tot jubel en zijn volk tot blijdschap. 19 En Ik zal juichen over Jeruzalem en Mij verblijden over mijn volk. En daarin zal niet meer gehoord worden het geluid van geween of van geschreeuw.

Daar er zoveel ondersteunend bewijs te vinden is in het Nieuwe Testament over dit specifieke gedeelte, was het verrassend te zien hoeveel onenigheid dit gedeelte onder de commentatoren heeft veroorzaakt. Ik ontleende bijvoorbeeld het volgende aan Adam Clarke, en zijn verwarring was gewoon verbazingwekkend! Luister hiernaar:

Dit is op verschillende manieren opgevat. Sommige Joden en sommige christenen vatten het letterlijk op. God zal de toestand van de atmosfeer veranderen en de aarde veel vruchtbaarder maken. Sommigen koppelen het aan wat zij het Millennium noemen; anderen aan een verheerlijkte religieuze toestand; anderen aan de herschepping van de aarde nadat deze door vuur zal zijn vernietigd.

Ik denk dat het uiteindelijk verwijst naar de volledige bekering van de Joden, en voornamelijk naar de bevrijding uit de Babylonische ballingschap.

Is dat niet verbazingwekkend? Het laat zien dat er totaal geen enkel begrip is van Gods plan. Gewoonlijk is Adam Clarke vrij goed. Gewoonlijk stel ik zijn commentaar op prijs, maar hij werd totaal verward door dit schriftgedeelte. Het is duidelijk dat er een grote verscheidenheid aan interpretaties bestaat, maar de Bijbel voorziet in zijn eigen interpretatie in het Nieuwe Testament, zoals ik reeds eerder heb gezegd, en zelfs in meer dan één plaats.

Teruggaand naar Jesaja 65:17-19, schijnt het duidelijk dat deze drie verzen binnen het hoofdstuk op zichzelf staan. Ze vormen om zo te zeggen een aparte paragraaf. Qua timing in samenhang met Gods plan vinden ze plaats na het einde van dit specifieke hoofdstuk – na vers 25. Het zou mooi zijn geweest als we het hadden kunnen verplaatsen, zoals we in een tekstverwerkingsprogramma doen, om het na vers 25 in te voegen, om alles in de juiste volgorde te zetten. God deed het echter niet op die manier. Hij plaatste het voor vers 20.

Op mij komt het over dat in Openbaring 20 het binden van Satan en de 1000-jarige regering door de heiligen met Christus en de opstand aan het einde van die periode en de periode van het oordeel van de grote witte troon, allemaal in chronologische volgorde staan. Daarna komt dan Openbaring 21 en de nieuwe hemelen en de nieuwe aarde. De juiste volgorde vinden we in Openbaring 21. We moeten de profetieën van Jesaja op een of andere manier binnen die chronologie zien te plaatsen.

Het lijkt mij het beste, als ik ernaar kijk en het probeer te interpreteren dat de verzen 17 tot 19 van Jesaja 65 plaatsvinden na vers 25. Het gedeelte in de verzen 20 tot 25 verwijst naar het Millennium – in het bijzonder naar het oordeel van de grote witte troon – en dan komen de verzen 17 tot 19: "Zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde." De verzen 17 tot 19 beschrijven het onderwerp van vandaag.

Eén interessant punt in deze drie verzen is dat van blijdschap en vreugde. God zegt: "Want zie, Ik schep nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, aan wat vroeger was, zal niet gedacht worden, het zal niemand in de zin komen." En daarna heeft Hij het de rest van dit gedeelte over vreugde. Vreugde voor eeuwig!

In vergelijking daarmee is Openbaring 21 grotendeels negatief. In Jesaja 65:19 gaat het over: "Daarin zal niet meer gehoord worden het geluid van geween of van geschreeuw." In Openbaring 21 lezen we: "Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn."

Hoe we het ook stellen, positief of negatief, het idee dat uit dit gedeelte op ons overkomt is in de overtreffende trap, een superlatief. We kunnen ons de afwezigheid van deze dingen niet voorstellen: rouw, geklaag, moeite, tranen en dood. We kunnen ons dat niet voorstellen. Evenmin kunnen we ons de vreugde en de blijdschap tijdens die periode voorstellen.

Als we het positief willen benaderen kunnen we het niet begrijpen; als we het negatief willen benaderen kunnen we het ook niet begrijpen. We hebben gewoon geen enkele ervaring met een wereld, met een tijd, met een omgeving waarin we zoveel vreugde hebben en we al deze andere dingen missen. We hebben nooit een tijd gehad waarin we vol vreugde waren en zonder deze andere dingen. We kunnen ons zelfs de afwezigheid van de dood niet voorstellen. We zijn sterfelijke wezens. We zouden ons een klein beetje een idee kunnen vormen van wat het betekent voor eeuwig te leven, maar in werkelijkheid kan ons beperkte denken dit niet bevatten. We kunnen over een heel lange tijd denken, maar een lange tijd is in feite vaag in vergelijking met eeuwigheid.

Gelukkig zijn – hoe lang duurt uw geluk normaal? Ai! Oh! Zoiets is het meestal. We worden voortdurend aan andere dingen herinnerd. We zijn bij tijden opgewekt en zitten bij tijden enigszins in de put. Wat stelt het voor om voor eeuwig te leven – alleen maar opgewekt zijn zonder ooit in de put te zitten – in die mate dat we zo opgewekt zijn, zo vol leven, zo vol vreugde dat we ons zelfs rouw of tranen of geklaag of enig ander slecht iets dat tot de dood leidt, niet kunnen herinneren? Op dit moment is dat onmogelijk voor ons. We kunnen deze tijd niet doorgronden.

Geen wonder dat God slechts een klein beetje hiervan voor ons weergeeft om te begrijpen. Hij geeft slechts een klein voorproefje, een klein hapje hier en een klein hapje daar, zodat we erover kunnen nadenken en het ons kunnen proberen voor te stellen en misschien proberen er een paar cellen van onze hersenen mee te vullen. Dat is het dan ongeveer, omdat het zo groot en fantastisch is.

Let erop wat Hij hier specifiek zegt, waarin Hij wil dat we ons verheugen, waarin Hij wil dat we plezier hebben. Hij zegt in vers 18 dat we ons "voor eeuwig moeten verblijden en verheugen in hetgeen Ik schep" – in wat Hij schept. De nadruk ligt op Hij. Hij maakt het ons mogelijk echte vreugde en blijdschap te hebben. Zoals ik zei duurt het, als wij vreugde en blijdschap proberen te scheppen, maar voor een korte tijd, en die is niet eens volledig vervuld van vreugde.

Hij zal alle tranen afwissen. Zijn scheppingshandelen zal Utopia inluiden, maar niet zoals de mens denkt dat het zal zijn. Iedere keer dat de mens geprobeerd heeft een of andere vorm Utopia te creëren – het meest recent door de communisten – waar eindigde het in? Het eindigde in verdeeldheid, bloedvergieten, oorlog, verwoesting en, natuurlijk, tranen, rouw, woestenij en holocaust.

De nieuwe hemelen en de nieuwe aarde zullen volledig Gods schepping zijn. Hij zal vrijwel al het werk hebben gedaan. Hij zei: "Zie, Ik maak alle dingen nieuw" (Openbaring 21). Zijn wil zal uiteindelijk tot Zijn voldoening gedaan worden, en dat is de tijd waarin wij volledig vervuld van vreugde zullen zijn.

Het volgende gedeelte inspireerde deze preek:

1 Corinthiërs 15:22-28 Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. 23 Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij zijn komst; 24 daarna het einde [hieraan ontleende ik mijn titel], wanneer Hij het koningschap aan God de Vader overdraagt, wanneer Hij alle heerschappij, alle macht en kracht onttroond zal hebben. 25 Want Hij moet als koning heersen, totdat Hij al zijn vijanden onder zijn voeten gelegd heeft. 26 De laatste vijand, die onttroond wordt, is de dood, 27 want alles heeft Hij aan zijn voeten onderworpen. Maar wanneer Hij zegt, dat alles onderworpen is, is blijkbaar Hij uitgezonderd, die Hem alles onderworpen heeft. 28 Wanneer alles Hem onderworpen is, zal ook de Zoon zelf Zich aan Hem onderwerpen, die Hem alles onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen.

Paulus kort in de verzen 23 en 24 de tijd heel sterk in. In feite slaat hij het gehele Millennium en het oordeel van de grote witte troon over en gaat rechtstreeks naar het einde. Hij vermeldt dat Christus opstond, daarna staan wij op – en dan, plotseling, zijn we aan het einde. Daar ligt 1000 jaar tussen, maar voor ons zal die tijd als een dag zijn, zoals er in 2 Petrus 3 staat. Hij gaat rechtstreeks op de kern van de zaak af, hij slaat alles over en gaat direct naar het moment dat de Vader rechtstreeks de heerschappij over alles op Zich zal nemen. Paulus gaat daarna weer terug en zegt dat Christus moet regeren – en dat gebeurt natuurlijk tijdens het Millennium en de periode van het oordeel van de grote witte troon – maar zijn idee, terwijl hij naar vers 28 gaat, is deze overdracht van macht, als God de Vader de teugels van het bestuur in handen zal nemen en voor eeuwig zal regeren.

Vers 24 is een omdraaien van gebeurtenissen. Paulus plaatst het overdragen van het Koninkrijk aan God de Vader voordat Hij een einde maakt aan alle heerschappij en autoriteit en macht. Er moet werkelijk eerst een einde gemaakt worden aan alle heerschappij en autoriteit en macht, voordat de Zoon het Koninkrijk aan God de Vader overdraagt.

Het einde is dan, als we alle dingen op een rijtje zetten, het in vervulling gaan van, of de voltooiing, van het verlossingswerk der mensheid dat Christus bij de grondlegging der wereld op Zich nam. Hij werd geslacht van de grondlegging der wereld. Toen de mens zondigde, zoals God wist dat de mens zou doen omdat de mens sterfelijk en vlees is, en Satan daar aanwezig was – liet God Zich niet bedotten – God wist dat er behoefte zou zijn aan een Verlosser, en Jezus Christus meldde Zich daarvoor als Vrijwilliger aan. In principe werd Hij op het moment van die eerste zonde geslacht. Zijn taak zou niet alleen bestaan uit komen naar de aarde en als voorbeeld voor ons een leven van gerechtigheid leiden, Zichzelf opofferen en alle dingen doen die Hij deed in termen van genezingen en het uitwerpen van demonen en ons laten zien hoe te leven om daarna aan het kruis te sterven, maar het houdt ook alles in wat er daarna gebeurt.

Christus heeft vanzelfsprekend ook een aandeel in onze roeping. God de Vader kiest ons uit en leidt ons tot Christus. Christus is het hoofd van de kerk en het is onze taak onder Hem verenigd te zijn terwijl Hij eraan werkt om ons tot behoud te brengen. Natuurlijk speelt Hij ook een grote rol in onze opstanding. Daarna gaan we duizend jaar lang met Hem aan het werk en zal Hij ons een grondige training geven.

Daarmee is Hij nog niet klaar, omdat Zijn taak niet met ons eindigt. Hij heeft namelijk nog miljarden andere mensen die Hij tot datzelfde behoud zal brengen. Hij zal daaraan werken tijdens die duizend jaar en de honderd jaar van de periode van het oordeel van de grote witte troon. Hij is verantwoordelijkheid voor een geweldige taak en daar Hij wat hulp nodig heeft, krijgt Hij de beschikking over ons om Hem te helpen. Dat werk moet gedaan worden en Hij zal gedurende die hele tijd daar hard aan werken. Zijn taak is niet gemakkelijk. Hij moet alle heerschappij, alle autoriteit en alle macht terneer werpen – en niet alleen in het Millennium.

Kunt u zich al die mensen, al die vijanden, voorstellen die in de periode van het oordeel van de grote witte troon zullen opstaan met al hun ideeën uit al die verschillende perioden van de menselijke geschiedenis? Neem als voorbeeld een specifieke groep mensen die een andere groep mensen totaal uitroeide. Ze zullen tezamen in de opstanding opstaan en zeggen: "Heb ik jullie destijds niet gedood?" Ze zullen elkaar opnieuw aanvliegen! Hij zal al die macht en autoriteit die zij denken te hebben, moeten neerslaan en hun vrede brengen en hen tot behoud brengen. Wij zullen daar een aandeel in hebben. Dat moet gedaan worden voordat Hij het Koninkrijk aan de Vader kan overdragen.

Er is heel wat werk te doen, maar het zal worden gedaan. We kunnen dat hier in Gods woord vinden. Het zal allemaal gedaan worden. Hij moet regeren totdat Hij al Zijn vijanden onder Zijn voeten heeft gesteld. De laatste vijand die vernietigd wordt, zal de dood zijn – ook die zal worden vernietigd.

Als Hij Zich alles onder de voeten heeft gesteld, dan is de taak voltooid, dan is Hij klaar! Hij heeft Zijn taak uitgevoerd. Hij heeft de taak die Hem opgedragen werd en die Hij met plezier en grote liefde voor Zijn schepping op Zich nam, voltooid. Hij kreeg het voor elkaar! Ik ben er zeker van dat Hij zal zeggen: "Het spijt Me dat we er enkelen kwijtraakten", maar ik ben er zeker van dat het grootste deel van de mensheid behouden zal worden, omdat Hij God is. Hij zal Zijn uiterste best doen hen te behouden.

Hij zal zover komen dat Hij het werk voltooid zal hebben: Hij zal de mensheid tot behoud hebben gebracht. Dan zal Hij de wereld teruggeven aan God. Vanaf dat moment zal het bestuur van de aarde en het gehele universum worden uitgevoerd zoals dat het geval was voordat zonde de wereld binnendrong. Satan, de werkelijke schepper van zonde, zal voor eeuwig zijn opgeborgen, zonder de mogelijkheid van voorwaardelijke vrijlating. De verzoeker tot zonde zal permanent uitgeschakeld zijn. Hij zal niets meer kunnen doen! Punt, uit!

Op dat moment zal ieder mens zijn gelegenheid tot behoud hebben gehad en zal of tot eeuwig leven zijn opgestaan of zijn opgestaan ten oordeel – de tweede dood. Zonder zonde bestaat de vloek van de dood niet meer; de laatste vijand zal dan vernietigd zijn. Alle vijanden, elke vijand, zal zijn vernietigd of er zal een eind aan gemaakt zijn. Na verloop van tijd zal deze tijd zelfs niet meer in de herinnering opkomen – deze tijd van vijanden en zonde en dood en rouw en misdaad. Alles en iedereen zal aan Christus onderworpen zijn.

Dan met de wereld onder Zijn voeten, zal Hij vrijwillig Zijn heerschappij opgeven en alle macht teruggeven aan God de Vader, waarbij Hij Zich aan de Vader zal onderwerpen zoals Hij altijd heeft gedaan. Op dat moment zal, zoals Hij zei, God alles in allen zijn. Dit is het einde waarnaar de gehele menselijke geschiedenis heeft verwezen. Geheel Gods plan heeft verwezen naar deze tijd dat God alles in allen zal zijn – dat betekent dat God eeuwig de Allerhoogste zal zijn en soeverein in en over alles en iedereen.

Geen wonder dat dit de Laatste Grote Dag wordt genoemd. Zoals ik zei is het de overtreffende trap. Er zijn niet genoeg woorden in de Nederlandse taal om dit te beschrijven. Het is een grote dag.

In het volgende schriftgedeelte moeten we bedenken dat het voornaamste doel niet profetie is, maar aansporing. Hij spoort deze mensen aan zich te bekeren en hij gebruikt dit als motivatie voor hen. We kunnen echter zien dat dit netjes en precies past in het plaatje van wat we in Jesaja en 1 Corinthiërs gelezen hebben, en ook in wat we binnen enkele ogenblikken in Openbaring 21 zullen lezen.

2 Petrus 3:10-13 Maar de dag des Heren zal komen als een dief. Op die dag zullen de hemelen met gedruis voorbijgaan en de elementen door vuur vergaan, en de aarde en de werken daarop zullen gevonden worden. 11 Daar al deze dingen aldus vergaan, hoedanig behoort gij dan te zijn in heilige wandel en godsvrucht, 12 vol verwachting u spoedende naar de komst van de dag Gods, ter wille waarvan de hemelen brandende zullen vergaan en de elementen in vuur zullen wegsmelten. 13 Wij verwachten echter naar zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.

Aan het begin van dit gedeelte koppelt Petrus dit aan de dag des Heren. Dat is juist, al schijnt dit heel wat mensen uit balans te brengen. Welk einde van de dag des Heren is dit? Het is helemaal geen verkeerde gedachte om dit als deel van de dag des Heren te beschouwen. We moeten bedenken dat Petrus enkele verzen eerder deze zelfde mensen schreef:

2 Petrus 3:8 Doch dit ene mag u niet ontgaan, geliefden, dat één dag bij de Here is als duizend jaar en duizend jaar als één dag.

Petrus heeft de dag des Heren als een algemene tijdsperiode gebruikt. De dag des Heren omvat de gehele tijd van Christus' heerschappij vanaf de dag dat Hij deze op Zich neemt tot de dag dat Hij deze overdraagt. Dat is Zijn dag, de dag van het Millennium en van het oordeel van de grote witte troon tot de tijd dat Hij alle heerschappij en macht en autoriteit onder Zich heeft gesteld en Hij deze aan Zijn Vader overdraagt. Het voorbijgaan van de hemelen en de aarde maken deel uit van deze ene dag, al vindt dit wel aan het einde ervan plaats.

Petrus beeldt hier een rumoerig, cataclysmisch, vurig, witheet reinigen van de aarde uit. Als u er een mentaal plaatje van wilt hebben, kunt u denken aan wat u op televisie hebt gezien van een gloeiende vulkaan die uitbarst; u ziet vuur. In plaats van de stroom gesmolten rots zal dit gebeuren echter de gehele aarde omvatten, ofwel de gehele aarde zal smelten. Petrus beeldt uit dat deze vuurbal alles wat op aarde is doet smelten en uiteenvallen. De aarde warmt op als een fornuis en hij zegt dat het zo heet wordt dat de basiselementen waaruit de aarde bestaat veranderd worden. Die vallen uiteen en smelten.

Alles wat op dat moment op aarde is – wat het ook is – zal door die withete hitte worden verbrand. Al de boze werken die erop werden gedaan, zullen volledig worden verteerd. Daarvan zal niets overblijven, omdat het allemaal door vuur gereinigd zal worden. Hij zegt dus dat aangezien deze werken alleen maar vernietigd zullen worden, we beter op een heilige en godvruchtige manier kunnen leven en werken. Alleen deze dingen – deze werken van gerechtigheid die ons karakter gaan vormen – zullen zoiets overleven.

Sommigen denken dat dit onheil de poel des vuurs is. Deze hele wereld en alles erop zal worden verbrand. Ik kan me een scenario indenken waarin allen die behoud hebben aanvaard en bewezen hebben trouw aan God te zijn, zich van de aarde zullen verwijderen en alles wat achterblijft zal met geween en tandengeknars verbranden, misschien omdat zij die God verworpen hebben, niet de macht zullen hebben de aarde te verlaten. Het is echter interessant om hier naar de timing te kijken.

Openbaring 20:12 21:1 En ik zag de doden, de groten en de kleinen, staande voor de troon, en er werden boeken geopend. En nog een ander boek werd geopend, het (boek) des levens; en de doden werden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond, naar hun werken. 13 En de zee gaf de doden, die in haar waren, en de dood en het dodenrijk gaven de doden, die in hen waren, en zij werden geoordeeld, een ieder naar zijn werken. 14 En de dood en het dodenrijk werden in de poel des vuurs geworpen. Dat is de tweede dood: de poel des vuurs. 15 En wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek des levens, werd hij geworpen in de poel des vuurs. 21:1 En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; ...

Als we de hoofdstukovergang verwijderen schijnt het pal na elkaar te gebeuren. Als alles eenmaal verbrand is – al de boze werken en al de boze mensen – maakt God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Het is niet meer dan een gedachte.

Petrus is in zijn beschrijving van de dag des Heren een echo van Paulus en Jesaja als zij de nieuwe hemelen en de nieuwe aarde beschrijven als een plaats van pure gerechtigheid en vreugde onder Gods heerschappij. Hij komt uit op het idee heilig in gedrag en godvruchtigheid te zijn en naar deze nieuwe hemelen en nieuwe aarde waar gerechtigheid woont uit te kijken. Het is een gebeurtenis of een tijd – een periode – om met grote hoop en verwachting naar uit te kijken. Het zou ons ook moeten motiveren te veranderen en te groeien zodat we er zelf getuige van zullen zijn en het zelf zullen ervaren, zoals Petrus verder nog zei in de afsluiting van zijn brief. Hij spoort ons aan:

2 Petrus 3:18 maar wast op in de genade en in de kennis van onze Here en Heiland, Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als tot de dag der eeuwigheid.

Dit geeft ons hetzelfde idee als 1 Corinthiërs 15 waar een opbouw plaatsvindt van de heerlijkheid van God en de macht van God en de volmaaktheid van God, uitmondend in: "En God zal alles in allen zijn." Petrus en Paulus waren in dit alles één van denken.

Het volgende schriftgedeelte lijkt alweer sterk op wat we elders reeds hebben gelezen.

Openbaring 21:1-5 En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel, en de eerste aarde was voorbijgegaan, en de zee was niet meer. 2 En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is. 3 En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal bij hen zijn, [God zal alles in allen zijn.] 4 en Hij [Bedenk dat we ons zullen verheugen in wat Hij schept.] zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. 5 En Hij, die op de troon gezeten is, zeide: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zeide: Schrijf, want deze woorden zijn getrouw en waarachtig.

Johannes voegt nog enkele details toe. Misschien was zijn visioen anders dan dat van Jesaja, maar deze enkele nieuwe details voegen iets toe aan ons begrip.

Ten eerste, er is geen zee meer. Deze verdampte tijdens het verbranden van de aarde.

Het nieuwe Jeruzalem daalt vanuit de hemel neer. In Jesaja stond dat Jeruzalem tot jubel werd geschapen. Dit is echter het nieuwe Jeruzalem en hij beschrijft het als een bruid. Dit is Gods woonplaats op aarde, en deze is getooid met al haar sierlijke schoonheid en heerlijkheid. Het is Gods verblijf. Het moet de prachtigste structuur zijn die ooit heeft bestaan, omdat het de grote Koning voor alle eeuwigheid zal huisvesten. Het moest absoluut spectaculair zijn.

Zoals ik zei is dit een dag van superlatieven. We kunnen geen enkele beschrijving bedenken die dit alles volledig recht doet. Een van de goede dingen die we in onze cultuur hebben is de schoonheid van een bruid op haar huwelijksdag – het plezier, de sereniteit, de vreugde van een bruid als ze door het middenpad naar voren komt om haar man te ontmoeten. Dat is het beeld dat Johannes gebruikt voor het nieuwe Jeruzalem.

Dan wordt ons verteld dat God Zelf – de Vader, niet de Zoon – neerdaalt om bij de mensen te wonen. In feite is dat een verkeerde manier om het te zeggen. Hij komt om bij hen te wonen die eens mensen waren, maar nu verheerlijkte goddelijke wezens, leden van Zijn Gezin. Hij zal de God en Koning zijn van iedereen. Als dat het geval is, hoe zouden er ook nog maar enige slechte dingen kunnen zijn? Iedereen is het met elkaar eens. Iedereen is verenigd. Iedereen wil het beste voor iedereen. Er is geen geween meer, noch rouw, noch tranen, noch pijn, noch dood. Iedereen leeft uiteindelijk in eenheid.

Het algemene onderwerp van dit gedeelte is "nieuw". Zoals ik bij Jesaja 65 vermeldde, is het niet slechts het oude dat verbeterd en opgeknapt is, gepolijst en voor verder gebruik kan worden benut. Dit is een tijd dat alles nieuw is – gloednieuw – van een nieuwe schepping en een nieuwe stad – een nieuwe, perfecte, verheerlijkte, vreugdevolle manier van leven. Er zal in principe geen enkele relatie meer met het oude bestaan. Dat is allemaal achter de rug en heeft afgedaan.

Dat zal ons niet eens meer in gedachten komen. Het is als een nare droom of een nare ervaring – een tijd waarin we door die dingen, zoals rouw en pijn en geween en dood, heengingen. We willen het niet eens meer in onze gedachten laten opkomen, omdat de dagen waarin we zullen leven zo fantastisch en geweldig zullen zijn. Waarom dan nog aan die slechte, oude dagen denken? We zullen voor altijd de Gouden Eeuw van God hebben. Daar zal geen einde aan komen. We zullen altijd bij God zijn en Hij bij ons. Waarom zouden we er zelfs aan denken? Alle dingen zullen nieuw worden gemaakt.

Interessant genoeg zegt Hij tegen Johannes, die stomverbaasd is en met wijd open mond staat: "Schrijf! Kijk niet langer rond, maar schrijf! Je moet aan het werk! Schrijf! Deze dingen zijn getrouw en waarachtig! Dit zal werkelijk gaan gebeuren, Johannes! Dit is geen fantasie! Dit is niet een of ander onrealistisch Utopia! Dit komt werkelijk! Schrijf! Laat Mijn volk weten dat dit eraan komt en dat het fantastisch is! Schrijf, omdat deze woorden getrouw en waarachtig zijn!"

Wie zei dat? Hij die op de troon zat, zei dat. Als Hij spreekt en als de woorden Zijn mond verlaten, komen ze niet ledig tot Hem terug. Als God spreekt, wordt Zijn woord volbracht. Dit zal zeker gebeuren. "Schrijf, want deze woorden zijn getrouw en waarachtig", en de God Die er achter staat is getrouw en waarachtig.

Openbaring 21:22-27 En een tempel zag ik in haar niet, want de Here God, de Almachtige, is haar tempel, en het Lam. 23 En de stad heeft de zon en de maan niet van node, dat die haar beschijnen, want de heerlijkheid Gods verlicht haar en haar lamp is het Lam. 24 En de volken zullen bij haar licht wandelen en de koningen der aarde brengen hun heerlijkheid in haar; 25 en haar poorten zullen nooit gesloten worden des daags, want daar zal geen nacht zijn; 26 en de heerlijkheid en de eer der volken zullen in haar gebracht worden. 27 En in haar zal niets onreins binnenkomen, en niemand, die gruwel en leugen doet, maar alleen zij, die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam.

Alleen zij die ermee door kunnen zullen er zijn.

Dit gedeelte bevat nog een andere gedachte – in feite zelfs enkele, maar ze komen allemaal sterk overeen. Ik zal er niet tot in detail op ingaan, maar ik wil die gedachte onder woorden brengen. Hier wordt gesproken over directe toegang tot God. "Ik zag er geen tempel in, omdat de Here God almachtig – de hoogste God – de Vader – en het Lam er de tempel van zijn." Ze zullen niet langer door een gordijn voor de mensheid verborgen zijn. De toegang loopt niet via het altaar dat tweeduizend el verderop staat. Er staat dat de poort nooit gesloten is, die staat altijd wijd open. Vanuit beiden, de Vader en de Zoon, stroomt licht voort, en we zullen er altijd in zijn.

Daarnaast is er nog het punt van eer en heerlijkheid. De hele periode zal een tijd van grote heerlijkheid zijn. Zoals Bill Onisick zei, brengen zij die koning zijn hun eer en heerlijkheid erin. Er zal echter geen enkele soort eer en heerlijkheid zijn die kan tippen aan die van de Vader en Zijn Zoon. Elke andere soort heerlijkheid zal zijn waarde verliezen door Hun heerlijkheid. Er zal niets bestaan dat die heerlijkheid ook maar op het minst zal kunnen aantasten. Dat is onvoorstelbaar.

Openbaring 22:1-6 En hij toonde mij een rivier van water des levens, helder als kristal, ontspringende uit de troon van God en van het Lam. 2 Midden op haar straat en aan weerszijden van de rivier staat het geboomte des levens, dat twaalfmaal vrucht draagt, iedere maand zijn vrucht gevende; en de bladeren van het geboomte zijn tot genezing der volkeren. 3 En niets vervloekts zal er meer zijn. En de troon van God en van het Lam zal daarin zijn en zijn dienstknechten zullen Hem vereren, 4 en zij zullen zijn aangezicht zien en zijn naam zal op hun voorhoofden zijn. 5 En er zal geen nacht meer zijn en zij hebben geen licht van een lamp of licht der zon van node, want de Here God zal hen verlichten en zij zullen als koningen heersen in alle eeuwigheden. 6 En Hij zeide tot mij: Deze woorden zijn getrouw en waarachtig; …

De voornaamste gedachte hier is het idee van de zegen van het eeuwige leven. Hier hebben we leven en gezondheid en veiligheid die nooit eindigen. Er is een eeuwigdurend, persoonlijk contact met God. Er is onuitputtelijke verlichting, duidend op kennis en creativiteit en begrip.

We denken dat de technologie die we nu hebben zo handig is. Het is werkelijk verbazingwekkend, maar de dingen die we in deze tijd van eeuwigdurende verlichting zullen leren, zullen ons denken te boven gaan. Zoals ik zei, de mens heeft niet de capaciteit om dat allemaal te begrijpen; daarom worden ons slechts enkele kleine beetjes verteld over hoe deze tijd eruit zal zien.

Natuurlijk zullen we alles wat we leren voor grotere doeleinden gebruiken. We zullen het niet gebruiken voor vernietiging of het uitzaaien van zondige informatie. We zullen het allemaal gebruiken voor goede dingen, allemaal fantastische dingen, en allemaal verheerlijkende dingen.

We kunnen het ons gewoon niet voorstellen. We zijn te erg door de zonde aangetast. We zijn te vleselijk om werkelijk de heerlijkheid, de fantastische tijd, het leven dat voor ons ligt te begrijpen. Natuurlijk komt naast dit alles ook nog eeuwigdurende heerschappij en macht onder God.

Ik weet niet wat God zal gaan doen met al die krachtige wezens die Hij heeft geschapen. Alles wat ik weet is dat God een scheppend gezin is. De heer Herbert W. Armstrong dacht dat er een heel universum is dat voltooid moet worden of opgeknapt. Wat zouden we kunnen doen met al die dingen die daarboven in de hemelen zijn?

We hebben statistieken gehoord, dat er honderd miljard melkwegstelsels zijn en er hebben misschien slechts zestig miljard mensen op aarde geleefd. Ik denk dat er ruimte is voor enkele mislukkingen. Onze zon wordt een supernova en we zullen het opnieuw moeten proberen. "God kan ik sector XYZ krijgen?" "Nee, ga terug naar de kleuterschool. Het maken van aardachtige planeten is niet jouw taak." Ik weet het niet. Ik gooi er gewoon maar wat gedachten uit.

Hoe zal het zijn? Hoe zal het zijn om onder God de Vader en Zijn Zoon, Jezus Christus, schepper te zijn – te heersen, macht te hebben – onbeperkte macht – de macht van God?

Ik weet niet wat we allemaal zullen doen. Mijn denken is heel beperkt. Er zitten gaten in, geweldig groot. Vertel me iets en ik ben in staat het binnen enkele seconden te vergeten. Ik kan me niet voorstellen dat al die informatie in mijn denken en mijn geest aanwezig is en dat ik in staat zal zijn het heel opbouwend in liefde te gebruiken. Het gaat ons denken ver te boven. We kunnen het allemaal niet begrijpen. We kunnen er ons echt geen voorstelling van maken. Het is gewoon ongelooflijk.

Weet u wat ongelooflijk betekent? Het betekent "niet gelooflijk" – het betekent "ongeloofwaardig"! Het is bijna niet te geloven, waarom God nogmaals tot Johannes zegt: "Schrijf dit op. Deze woorden zijn getrouw en waarachtig."

Het gaat onze stoutste verwachtingen niet te boven. Eigenlijk toch wel; maar ik bedoel dat het zal gebeuren. Weet u, onze stoutste verwachtingen worden nooit waar, maar deze zullen waar worden, omdat God heeft vastgesteld dat het zal gebeuren.

Dit is een dag van superlatieven – een dag van het grootste en het beste en het meeste. We kunnen het allemaal niet begrijpen. Het is een grote dag! Deze dag kijkt uit naar een geweldige tijd en Hij garandeert dat deze zal aanbreken. We kunnen daar op blindvaren.

Om af te sluiten: Ik weet niet of dit volgende schriftgedeelte voor de Laatste Grote Dag was bedoeld. Het schijnt echter te passen. Misschien geeft het ons de morele boodschap om dit verbazingwekkende idee over deze eindtijd waar we naar uitkijken, te blijven koesteren. Ik denk dat dat een heel goede manier is om deze preek vandaag te beëindigen, en ik hoop dat het u zal helpen.

Psalm 93:1 De HERE is Koning. Met majesteit heeft Hij Zich bekleed; de HERE heeft Zich bekleed, Hij heeft Zich met kracht omgord. Vast staat nu de wereld, zij wankelt niet.

Daarom kreeg ik het idee dat dit misschien van toepassing is op het einde – de Laatste Grote Dag – omdat deze wereld kan wankelen. Deze wereld zal verbranden, net zoals veel afval. Zij zal niet volledig uiteenvallen, maar alles wat erop is – al de werken die erop gedaan zijn – zullen worden uitgewist. Dit schriftgedeelte heeft het echter over een wereld die vaststaat, zodat zij niet kan wankelen. Wanneer is dat het geval? Als God de Vader vanaf de aarde – de nieuwe aarde – regeert.

Psalm 93:2-4 Uw troon staat vast van oudsher, van eeuwigheid zijt Gij. 3 Stromen verheffen, o HERE, stromen verheffen hun stem, stromen verheffen hun bruisen; 4 boven de stemmen van vele wateren, van de geweldige baren der zee, is de HERE geweldig in den hoge.

Wanneer onze God eenmaal regeert, is er geen macht op aarde of in de hemel die machtiger is dan Hij. We hoeven ons geen zorgen te maken. God zal blijven bestaan en voor eeuwig regeren.

Psalm 93:5 Uw getuigenissen zijn zeer betrouwbaar, de heiligheid is uw huis tot sieraad o HERE, tot in lengte van dagen.

Aan het eind regeert God in heerlijke majesteit en kracht vanaf Zijn eeuwige troon en op een aarde die niet kan wankelen. Er is geen macht in hemel of aarde die Hem ooit kan en zal overwinnen.

Ik wil eindigen met de volgende twee punten uit vers 5:

Gods getuigenissen – Zijn woord, Zijn profetieën, Zijn beloften – staan absoluut vast. Zij zijn heel zeker. (Dit is alweer een superlatief.) Elk woord dat Hij spreekt zal gebeuren. Zijn woord, Zijn wil zal worden vervuld.

Heiligheid – die transcendente zuiverheid – verfraait Gods huis voor altijd en wij zijn dat huis.

Weerspiegelen wij Zijn heiligheid? Wij behoren Zijn heiligheid te weerspiegelen, omdat onze heerlijkheid Jeruzalem zal vullen met Zijn heerlijkheid, en daar moeten we aan werken. Dat is het punt waar we ons op moeten richten.

Denk over deze dingen na.

Ik wens u een fantastische Laatste Grote Dag en een heel veilige reis naar huis.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)