Eden, de hof en de twee bomen (Deel 3)

Door John W. Ritenbaugh
4 oktober 2007

Samenvatting: (toon)

John Ritenbaugh herhaalt dat de hof van Eden, de tabernakel, de tempel, de tempelberg en de berg Moria allemaal namen waren van Gods huis op deze aarde. In het heilige der heiligen, binnen de ark van het verbond, symboliseert Aärons staf die uitliep Gods macht over de stammen en behoud door genade door het offer van Christus. De gouden kandelaar, een zevenkoppige menora, symboliseerde een amandelboom in volle bloei. Jezus' kruisiging vond plaats buiten de legerplaats van Israël, net buiten de grens van de hof van Eden, het algemene gebied waar het miphkad-altaar stond, waar Hij klaarblijkbaar middels een dwarshout aan een levende boom werd gespijkerd, een boom van licht. Misschien was de boom des levens die in het midden van de hof van Eden stond, een amandelboom. De gouden kruik die het manna in de ark bevatte, symboliseerde Jezus als het Brood des levens. De stenen tafelen worden pal onder het verzoendeksel van de ark gevonden, deze vertegenwoordigen de boom der kennis van goed en kwaad die misschien wordt gesymboliseerd door een vijgenboom; deze tafelen vormen de basis waarop wij worden geoordeeld. De wet van God zou een permanente bron van verheuging voor ons moeten zijn. De getuigenis vertegenwoordigt het gehele heilige der heiligen. Het miphkad-altaar dat zich buiten de oostpoort van Jeruzalem bevond, in het gebied van de Olijfberg waar Jezus Zijn triomfmars naar Jeruzalem begon en waar Hij werd gearresteerd (in een directe zichtlijn van de oostelijke kant van de tempel), een plaats van openbare executie, waar de rode vaars werd geofferd, waar Abraham van plan was Isaak te offeren, was de meest waarschijnlijke locatie van de kruisiging van Jezus Christus.


In de vorige preek begonnen we te zien dat toen God serieus aan Zijn geestelijke schepping begon, Hij Abraham uit Babylon riep en hem leidde naar wat later als het Beloofde Land bekend werd. Daar in het land Moria offerde Abraham in figuurlijke zin zijn zoon Isaak. Het land Moria omvatte de berg Moria, de Olijfberg en de berg Sion, welke later allemaal deel gingen uitmaken van de stad Jeruzalem. Ruwweg 700 jaar later werd de berg Moria de plaats waar de tempel werd opgebouwd. En nog eens een 800 jaar later steeg Jezus, na Zijn opstanding, vanaf de Olijfberg op ten hemel, en Hij zal ook weer op de Olijfberg terugkomen. We gaan dus inzien dat al deze handelingen zich binnen een klein gebied op aarde afspelen.

We ontdekten dat de tempel en de tabernakel drie altaren hadden, geen twee, en het derde werd het Miphkadaltaar genoemd en bevond zich op de zuidelijke top van de Olijfberg. Het wordt ook wel het altaar van de rode vaars genoemd. Vergeet nooit dat de hof van Eden, de tabernakel en de tempel allemaal werden beschouwd als het huis van God op aarde, en dat elk van hen was gevormd in overeenstemming met Gods woonplaats in de hemel. Het werd Betel — huis van God — genoemd.

Welke voorwerpen bevonden zich in het heilige der heiligen — Gods persoonlijke kamer? Ik denk dat we allemaal weten dat de ark van het verbond zich daar bevond met het verzoendeksel erbovenop, maar welke andere belangrijke voorwerpen bevonden zich daar en waarom zijn die belangrijk?

We vinden deze voorwerpen die zich in het heilige der heiligen bevonden, opgesomd in Hebreeën 9:1-5, maar we beginnen met de staf van Aäron die ging bloeien. Waarom was die daar? Naast de ark en het verzoendeksel was daar ook de staf van Aäron die was gaan bloeien.

Betreffende deze preek wil ik een algemene opmerking maken en wel dat deze preek heel veel symboliek zal bevatten. Bijbelse symboliek is heel belangrijk voor ons begrip en het is werkelijk essentieel dat we er zoveel als ons mogelijk is van begrijpen, omdat het in sterke mate helpt ons de dingen te openbaren, zodat we het volledige belang der dingen kunnen bevatten.

Numeri 16:1-3 Korach nu, de zoon van Jishar, de zoon van Kehat, de zoon van Levi, nam met Datan en Abiram, zonen van Eliab, en On, de zoon van Pelet, Rubenieten, (een aantal mannen); 2 en zij stelden zich vóór Mozes met tweehonderd vijftig mannen uit de Israëlieten, hoofden der vergadering, opgeroepenen ter volksvergadering, mannen van naam. 3 Zij dan liepen te hoop tegen Mozes en Aäron en zeiden tot hen: Laat het u genoeg zijn, want de gehele vergadering, zij allen zijn heiligen, en de HERE is in hun midden. Waarom verheft gij u dan boven de gemeente des HEREN?

Dit was een tweeledige aanval. De ene was rechtstreeks op Mozes gericht en de andere rechtstreeks op Aäron. De mensen die deel uitmaakten van de oppositie kwamen bij elkaar en zetten deze samenzwering op touw om Mozes en Aäron ten val te brengen. Korach was een Leviet en zijn klacht was rechtstreeks tegen Mozes gericht. De andere mannen, allemaal Rubenieten, vonden dat zij de leiders moesten zijn, omdat Ruben de oudste zoon van Jakob was. Zij voelden zich onrechtvaardig behandeld en dat Mozes niet het recht had het volk te besturen. God rekende met beide partijen af, maar wij zullen ons concentreren op de aanklacht van Korach.

Numeri 16:31-34 Nauwelijks had hij al deze woorden uitgesproken, of de grond spleet onder hen, 32 en de aarde opende haar mond en verzwolg hen met hun huisgezinnen en met alle mensen die bij Korach behoorden en met alle have. 33 Zo daalden zij, met al de hunnen, levend in het dodenrijk; en de aarde overdekte hen, zodat zij uit het midden der gemeente omkwamen. 34 En alle Israëlieten die om hen heen stonden, vluchtten weg op hun geroep, want zij dachten: De aarde moest ook ons eens verzwelgen!

God rekende op spectaculaire wijze met hen af en ik ben er zeker van dat het niet op een meer schrikbarende manier mogelijk was geweest.

We gaan nu Numeri 17:1-5 lezen. God was nog niet klaar met de afhandeling van datgene dat de aanleiding tot deze revolutie was geweest.

Numeri 17:1-5 De HERE sprak tot Mozes: 2 Spreek tot de Israëlieten en neem van hen voor elke stam één staf van al hun vorsten, naar hun stammen twaalf staven; ieders naam zult gij op zijn staf schrijven; 3 maar de naam van Aäron zult gij op de staf van Levi schrijven, want één staf dient voor het hoofd van hun stam. 4 Dan zult gij deze nederleggen in de tent der samenkomst vóór de getuigenis, waar Ik met u pleeg samen te komen. 5 En de man die Ik verkies, diens staf zal bloeien; zo zal Ik het gemor, waarmee de Israëlieten tegen u morren, tot zwijgen brengen, zodat Ik het niet meer hoor.

Numeri 17:8-10 Toen Mozes de volgende dag de tent der getuigenis binnenging, zie, de staf van Aäron, voor het huis van Levi, bloeide; hij had bloesem voortgebracht, bloemen gedragen en amandelen doen rijpen. 9 Toen Mozes al de staven van vóór het aangezicht des HEREN tot al de Israëlieten naar buiten bracht, zagen zij het en namen ieder zijn staf. 10 En de HERE zeide tot Mozes: Breng de staf van Aäron terug vóór de getuigenis, om bewaard te worden tot een teken voor de wederspannigen, zodat gij aan hun gemor een einde maakt en Ik het niet meer hoor, opdat zij niet sterven.

Dat was de laatste keer dat die staf in het bezit van Aäron was, omdat God er beslag op legde. God bevestigde hier voor de ogen van alle Israëlieten dat Aäron en zijn nakomelingen door Hem gekozen waren en dat zij Hem voor het volk in religieuze zaken moesten vertegenwoordigen. Paulus schreef in Hebreeën 9 dat de amandelstaf er nog steeds was.

Hebreeën 9:3-4 en achter het tweede voorhangsel was een tent, genaamd het heilige der heiligen, 4 met een gouden reukofferaltaar en de ark des verbonds, rondom met goud overtrokken, waarin zich bevonden een gouden kruik met het manna, de staf van Aäron, die gebloeid had, en de tafelen des verbonds;

Het Hebreeuwse woord staf dat aan de Nederlandse vertaling ten grondslag ligt, heeft verschillende toepassingen die vrij vaak in de Schrift voorkomen. Het wordt vertaald met "staf" als het op lopen duidt, met "lans" in de context van vechten, met "scepter" als het duidt op regeren, of met "roede" bij tuchtigen of aanwijzingen geven. Deze specifieke staf van Aäron heeft een hele geschiedenis achter zich. We slaan Exodus 7 op om enige schriftgedeelten aan te halen.

Exodus 7:9 Wanneer Farao tot u zegt: vertoon een wonderteken, dan zult gij tot Aäron zeggen: neem uw staf en werp die neer voor het aangezicht van Farao; dan zal hij een slang worden.

Exodus 7:19 Toen zeide de HERE tot Mozes: Zeg tot Aäron: neem uw staf en strek uw hand uit over de wateren der Egyptenaren, over hun stromen, hun kanalen, hun poelen en al hun verzamelplaatsen van water, opdat zij bloed worden, en er zal bloed zijn in het gehele land Egypte, zelfs in het houten en stenen vaatwerk.

Ik ga niet verder, maar we zouden binnen dat scenario verder kunnen blijven gaan. Als er weer een plaag over Egypte kwam, dan speelde Aärons staf daarbij een cruciale rol en gaf de komst ervan aan. Het leek er wel op dat die staf het signaal gaf tot het vertoon van Gods macht.

Ik denk dat u de symboliek die hierbij betrokken is, gaat vatten. Die specifieke amandelstaf vertegenwoordigde de autoriteit en de macht van God. Daarom werd hij bij de ark in het heilige der heiligen gelegd. Hij vertegenwoordigde, symboliseerde Gods autoriteit en macht voor het oog van alle Israëlieten. Houd in gedachten dat het een amandelstaf was.

We slaan nu Exodus 25:31-34 op. Hier zijn ze bezig met het maken van enkele van de meubelstukken voor de tabernakel.

Exodus 25:31-34 Gij zult een kandelaar van louter goud maken, van gedreven werk zal de kandelaar gemaakt worden, het voetstuk zowel als de schacht; de bloemkelken met knoppen en bloesems, zullen daarmee één geheel vormen. 32 Zes armen nu zullen uit zijn zijden uitsteken: drie armen van de kandelaar uit de ene zijde en drie armen van de kandelaar uit de andere zijde. 33 Drie bloemkelken in de vorm van amandelbloesem aan de ene arm, met knop en bloesem; en drie bloemkelken in de vorm van amandelbloesem aan de andere arm, met knop en bloesem; aldus voor de zes armen, die uit de kandelaar uitsteken. 34 Op de kandelaar vier bloemkelken in de vorm van amandelbloesem, met zijn knoppen en bloesems.

Exodus 25:40 Zie nu toe, dat gij alles maakt naar het model dat u daarvan op de berg getoond is.

Bedenk dat het patroon uit de hemel kwam. Dit is de legendarische kandelaar, de menora; hij was echter heel wat decoratiever dan een gewone kandelaar. Hij was niet uit verschillende delen samengesteld, maar was één geheel, met zeven bloemkelken waarmee het ontwerp uiting gaf aan een amandelboom in volle bloei.

De symboliek aan de oppervlakte is waarschijnlijk het volgende, dat de amandelboom de vroegste bloeier was van de vruchtbomen in de omgeving van Jeruzalem, en daarmee was hij ieder voorjaar een symbool van nieuw leven. De symboliek gaat echter veel dieper en is veel belangrijker dan dit.

Iemand met de naam Leon Yardin, die geen relatie had met de kerk van God, deed heel wat onderzoek en bracht een boek uit met de titel The Tree of Light [De Boom van het Licht]. Yardins onderzoek leidde hem tot de conclusie dat de zevenarmige menora met zijn ontwerp naar een amandelboom, de boom des levens symboliseerde. We hebben dus twee heel belangrijke stukken met een associatie aan de amandelboom binnen de tabernakel en de tempel. Ten eerste, de kandelaar, met zijn motief van de amandelboom, die licht gaf in het heilige (de eerste ruimte), en ten tweede de amandelstaf van Aäron die in één nacht op wonderbaarlijke wijze ging bloeien en vrucht voortbracht, bij de ark van het verbond zelf, die natuurlijk Gods autoriteit en macht vertegenwoordigde.

Op dit punt ga ik iets vertellen dat op u eerst zal overkomen als een afdwaling in iets dat geen enkele relatie heeft met wat we zojuist hebben doorgenomen, maar ik verzeker u dat het een heel diepgaande toepassing heeft. Ik zal dit in verband brengen met een aantal dingen die ik eerder heb genoemd.

We laten het heilige der heiligen en wat daarin is, achter ons en gaan naar het Nieuwe Testament.

Johannes 19:17 en Hij [Jezus], zelf zijn kruis dragende, ging naar de zogenaamde Schedelplaats, in het Hebreeuws genaamd Golgota,

Marcus 15:21 En zij presten een voorbijganger om zijn kruis te dragen, een zekere Simon van Cyrene, die van het land kwam, de vader van Alexander en Rufus.

Op mijn recente reis naar Pomona in Californië werd ik door een korte preek van John Bulharowski overtuigd, dat Jezus op geen enkele manier Zijn gehele kruis kon hebben gedragen, tenzij Hij Superman was. John deed dit op de manier waarop een technicus dit zou doen door te illustreren hoe zwaar het kruis zou wegen. Deze verzen geven bijbels bewijs dat Jezus het niet alleen kon dragen, in het bijzonder als we letten op Zijn fysieke conditie na de geseling. Tenzij het staande deel van heel dun materiaal was gemaakt, kon zelfs een gezonde man het niet voor een langere periode hebben gedragen; op zijn best viel alleen het dwarsstuk te dragen.

We gaan nu naar Hebreeën 13:10-13. Deze serie verzen is heel belangrijk met betrekking tot deze preek.

Hebreeën 13:10-13 Wij [christenen] hebben een altaar, waarvan zij [duidend op de joden], die de dienst voor de tabernakel verrichten, niet mogen eten [de Levieten en priesters]. 11 Want van de dieren, waarvan het bloed als zondoffer door de hogepriester in het heiligdom werd gebracht, werd het lichaam buiten de legerplaats verbrand. 12 Daarom heeft ook Jezus, ten einde zijn volk door zijn eigen bloed te heiligen, buiten de poort geleden. 13 Laten wij derhalve tot Hem uitgaan buiten de legerplaats en zijn smaad dragen.

Paulus verwijst ernaar dat Jezus' kruisiging plaats vond buiten de legerplaats. Wat wordt bedoeld met "buiten de legerplaats" en "buiten de poort"? Deze twee uitdrukkingen beschrijven hetzelfde algemene gebied van Jeruzalem.

Ik denk dat het op dit punt nodig is de term "legerplaats" te beschrijven. Deze term wordt in het Oude Testament vaak gebruikt. De term komt voort uit het Oude Testament uit de periode dat de Israëlieten door de woestijn trokken op weg naar het Beloofde Land. Iedere keer dat ze halt hielden en voor een bepaalde tijd een kamp opsloegen, werd dit op een strak georganiseerde, consequente manier gedaan.

De opstelling was min of meer een cirkel met de tabernakel als middelpunt. Die cirkel had een straal van zo'n 2000 el. Tweeduizend el is ongeveer 1000 meter. De middellijn van die cirkel was dus ongeveer 2000 meter. Dit is niet het gehele kamp, maar slechts dat deel waarnaar verwezen wordt als "de legerplaats" of "de legerplaats van Israël".

(Als u uw kleine kaartje bij de hand hebt, ziet u aan de ene kant in de tekening betreffende de tempel zelf, dat er precies in het midden van het heilige een stip staat. U vraagt zich waarschijnlijk af wat die stip betekent. Vanuit dat punt werd de 2000 el gemeten — van halverwege de menora en de toonbroden.)

U zult zich afvragen waar die 2000 el vandaan komen. Die worden voor de allereerste keer in Jozua 3:3-4 genoemd. Toen ze de Jordaan overtrokken om het land binnen te gaan, moest de ark eerst de rivier in, die op dat moment een extreem hoge waterstand had. Toen ze in het water stapten, begon het water zich terug te trekken. Dus evenals dat bij de Schelfzee het geval was, trokken ze de Jordaan door over droog land, maar de ark ging voor hen uit.

Jozua 3:3-4 en zij gaven het volk dit bevel: Zodra gij de ark des verbonds van de HERE, uw God, ziet en de levitische priesters, die haar dragen, dan zult gij ook van uw plaats opbreken en achter haar aan trekken. 4 Er zij echter tussen u en haar een afstand van ongeveer tweeduizend ellen lengte; komt niet dicht bij haar; opdat gij de weg moogt weten, waarlangs gij gaan zult, want langs die weg zijt gij noch gisteren noch eergisteren getrokken.

Dit is de eerste keer dat die tweeduizend el wordt vermeld. Hieraan werd het principe van een sabbatsreis ontleend, dat in de Bijbel nergens wordt geautoriseerd. Maar het principe is er en het werd een traditie.

Joodse rabbi's schrijven dat als het kamp werd opgeslagen, geen enkele Israëliet (behalve een heel klein aantal uitzonderingen) dichter dan 1000 meter bij de ark en de tabernakel mocht verblijven. Gods woonplaats was het middelpunt van alles, maar de gewone Israëliet mocht niet in de nabijheid komen. Gaat u in gedachten reeds iets zien?

De Levieten echter kampeerden er onmiddellijk naast, omdat zij de tabernakel dienden. Maar hun drie families zetten hun kamp in een vastgestelde orde op: de Kohatieten aan de zuidzijde, de Gersonieten aan de westzijde, de Merarieten aan de noordzijde; en Mozes en Aäron en de priesters aan de oostzijde — de zijde met de deur. Elke stam had ook zijn vastgestelde specifieke locatie, maar die aangewezen plaatsen lagen op zijn minst 2000 el weg.

Ten zuiden van de tabernakel lagen Ruben, Simeon en Gad, met Ruben als leider in het midden en de andere twee stammen aan weerskanten naast hem.

Ten westen lagen de drie bloedbroeders — Efraïm, Manasse en Benjamin — allen zonen van Jakob van dezelfde moeder. Zij lagen aan de achterzijde van de tabernakel. Efraïm lag als leider in het midden van die drie.

Ten noorden lagen Dan, Aser en Naftali, met Dan als de leider in de middenpositie en de andere aan weerskanten naast hem.

Ten oosten, ter hoogte van de deur van de tabernakel en achter Mozes, Aäron en de priesters, lag Juda (de stam van de scepter) als leider, met aan weerskanten Issaschar en Zebulon.

Als Israël onderweg was, trok Juda altijd voorop. Er was dus één letterlijke deur tot de tabernakel, maar geen letterlijke deuren of poorten tot de kampementen. Elke groep had een standaard, of een vaandel, een vlag om hun positie te markeren. Die standaards markeerden niet alleen de locatie van de stam, maar ook de buitenste omtrek van de denkbeeldige cirkel — de afstand van 2000 el van de tabernakel — Gods woonplaats.

Ik ging hier deels doorheen om u te laten zien dat Israël geen verwarde meute was die in de woestijn rondbanjerde. Alles werd gedaan zoals tijdens een militaire operatie. De verwijzing van Hebreeën 13:10-13 naar de tabernakel en de tempel betekenden dus dat de kruisiging van Jezus plaatsvond buiten het heilige der heiligen, buiten het heilige, en buiten de rand van de cirkel omdat Hij buiten de legerplaats gekruisigd moest worden.

Met betrekking tot Eden en de hof zou de term "legerplaats" het gebied ten oosten buiten de toegang tot de hof omvatten tot net buiten de oostelijke grens van het land Eden. Bedenk wat God tegen Kaïn zei over het plaatsen van het offer op het altaar; dat altaar moet buiten de legerplaats hebben gelegen omdat er zonde bij betrokken was.

Dit leidt tot het volgende: de legerplaats had zijn eigen afmetingen. Jeruzalem was naar Amerikaanse begrippen een heel kleine stad. De grenzen van de legerplaats van Israël strekten zich tot een aanzienlijke afstand buiten de stenen muren van Jeruzalem uit. Let erop dat Paulus zei dat er daar een altaar was, waarop zondoffers werden verbrand en waarvan christenen het recht hebben te eten, een recht dat de joden in zijn dagen niet hadden. Paulus verwijst naar het algemene gebied waarin het Miphkadaltaar stond. U zou nu kunnen begrijpen dat het Miphkadaltaar ook buiten die cirkel lag.

Weer terug naar de korte preek van John Bulharowski, omdat deze op zijn beurt de deur opent voor een andere vraag betreffende Christus' kruisiging: Waar werd Christus gekruisigd en waarop werd Hij vastgenageld? Het verhaal dat aan het grote publiek wordt verkondigd, zegt de mensen dat Christus aan een kruis werd gekruisigd, terwijl sommigen zeggen dat het een rechte paal was. Als een van deze twee verhalen juist is, waarom zegt de Bijbel dan zo vaak dat Jezus aan een boom werd genageld? Denk daar eens over na.

Handelingen 5:30 De God onzer vaderen heeft Jezus opgewekt, die gij hebt gehangen aan een hout en omgebracht;

Het woord "hout" is het Griekse woord xúlon [Strongs nummer 3586]. Een algemenere betekenis van dit woord is "boom".

Laten we naar het volgende schriftgedeelte gaan. Petrus spreekt daar.

Handelingen 10:39 En wij zijn getuigen van al hetgeen Hij gedaan heeft in het land der Joden zowel als te Jeruzalem; en zij hebben Hem gedood door Hem te hangen aan een hout. [Hetzelfde woord xúlon.]

Handelingen 13:29 en toen zij alles volbracht hadden, wat van Hem geschreven stond, namen zij Hem af van het hout en legden Hem in een graf.

Hebben ze een probleem?

1 Petrus 2:24a die zelf onze zonden in zijn lichaam op het hout gebracht heeft, ...

Iedere keer was dit het woord xúlon.

Laten we Galaten 3 opslaan en kijken wat Paulus hierover te zeggen heeft.

Galaten 3:13 Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek der wet door voor ons een vloek te worden; want er staat geschreven: Vervloekt is een ieder, die aan het hout hangt. [Alweer hetzelfde woord.]

Laten we het Oude Testament opslaan waar niet hetzelfde woord wordt gebruikt. In plaats van een Grieks woord hebben we daar een Hebreeuws woord.

Deuteronomium 21:21-22 Dan zullen alle mannen van zijn stad hem stenigen, zodat hij sterft. Zo zult gij het kwaad uit uw midden wegdoen; geheel Israël zal dit horen en vrezen. 22 Wanneer iemand een zonde begaat, waarop de doodstraf staat, en hij wordt ter dood gebracht en gij hangt hem aan een paal,

Het woord paal heeft Strongs nummer 6086. Dit woord wordt vaak vertaald met boom of geboomte. Nu vraag ik u, aangezien God zo'n pietje-precies is om patronen die Hij vastgesteld heeft te volgen, schijnt het dan niet mogelijk te zijn dat Jezus inderdaad aan een boom werd genageld? Ik geloof dat dat heel goed mogelijk is.

Het woord xúlon kan vanuit het Grieks in het Nederlands worden vertaald met "boom" of "hout", of zelfs met "paal". Als we verder gaan kijken hoe xúlon wordt gebruikt, denk ik dat u zult zien dat het heel waarschijnlijk is dat de King James Version juist is met de vertaling "tree" [boom].

Lucas 23:28-31 En Jezus wendde Zich tot haar en zeide: Dochters van Jeruzalem, weent niet over Mij, maar weent over uzelf en over uw kinderen, 29 want zie, er komen dagen, waarop men zeggen zal: Zalig de onvruchtbaren, en de schoot, die niet heeft gebaard, en de borsten, die niet hebben gezoogd. 30 Dan zal men beginnen te zeggen tot de bergen: Valt op ons, en tot de heuvelen: Bedekt ons. 31 Want indien zij dit doen aan het groene hout [In de KJV weer "tree".], wat zal met het dorre geschieden? (nadruk van ons)

Jezus gebruikte het woord xúlon, en in dit geval bedoelde Hij een levende boom.

Openbaring 2:7 Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wie overwint, hem zal Ik geven te eten van de boom [xúlon] des levens, die in het paradijs Gods is.

Dat woord wordt gebruikt voor de boom des levens.

Openbaring 22:2 Midden op haar straat en aan weerszijden van de rivier staat het geboomte [xúlon] des levens, dat twaalfmaal vrucht draagt, iedere maand zijn vrucht gevende; en de bladeren van het geboomte [xúlon] zijn tot genezing der volkeren.

De boom des levens is zeer zeker een levende boom. Dus xúlon wordt in het Nieuwe Testament [in de KJV] tien keer vertaald met "tree" [boom]. In alle tien gevallen is het zonder uitzondering of een levende boom, de kruisiging of de boom des levens. Daar wordt niet van afgeweken. Er zijn ook andere Griekse woorden die met "boom" worden vertaald, maar alleen xúlon wordt voor de kruisiging en de boom des levens gebruikt.

Voor wat betreft het Griekse woord "stauros", dat zeer zeker in de Bijbel wordt gebruikt, geldt dat het kan worden gebruikt om een rechtop staande houten paal met of zonder scherpe punt aan te duiden. Het kan echter ook worden toegepast op het hout dat het dwarsstuk van een kruis vormt.

Het dwarsstuk van een Romeins kruis werd "patibulum" genoemd. Zij gebruikten de Latijnse taal en "patibulum" was hun woord voor het dwarsstuk. De Grieken zouden eenvoudig "stauros" hebben gebruikt — hun equivalent van het woord "patibulum" — duidend op een paal of een dwarsstuk. Laat het volgende goed tot u doordringen. Een patibulum woog typisch zo'n 45 kilo, het is dus geen wonder dat Jezus problemen had om het te dragen, in het bijzonder gelet op Zijn conditie na de geseling.

Colossenzen 2:13-14 Ook u heeft Hij, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en onbesnedenheid naar het vlees, levend gemaakt met Hem, toen Hij ons al onze overtredingen kwijtschold, 14 door het bewijsstuk uit te wissen, dat door zijn inzettingen tegen ons getuigde en ons bedreigde. En dat heeft Hij weggedaan door het aan het kruis te nagelen:

Wie werd er aan het kruis genageld? Jezus! Toen Hij zonde werd, toen werd met Hem ook de zonde aan het kruis genageld. Hier hebben we dus het plaatje dat tevoorschijn begint te komen. Het dwarsstuk werd eerst ergens buiten de stad aan een boom genageld, en daarna werd Jezus die in onze plaats zonde werd, eraan genageld.

Laten we een schijnbare tegenstelling verduidelijken. Is het niet mogelijk dat in plaats van aan een rechtop staande paal te worden genageld, er een levende boom werd gebruikt in plaats van de paal, en dat het dwarsstuk dan aan de boom werd genageld, en de boom zodoende als paal fungeerde?

Ik zal hier straks nog op terugkomen met iets uit de niet-kerkelijke geschiedenis, omdat niet-kerkelijke Romeinse geschiedenissen te boek stellen dat het de gebruikelijke praktijk van de Romeinen was een boom te gebruiken. Ze gingen er niet op uit om bomen te kappen, een gat te graven en de paal in de grond te plaatsen. Ze gebruikten een boom die daar ter plaatse stond en nagelden het dwarsstuk eraan vast.

Er is hier echter een eigenaardigheid waarop ik het antwoord niet weet. In Johannes 19:31 ziet u dat het woord lichamen in die zin in het meervoud is, maar het woord kruis staat in het enkelvoud.

Johannes 19:31 De Joden dan, daar het Voorbereiding was en de lichamen niet op sabbat aan het kruis mochten blijven — want de dag van die sabbat was groot — vroegen Pilatus, dat hun benen gebroken en zij weggenomen zouden worden.

Impliceert Johannes dat alle drie — Jezus en de twee moordenaars — aan hetzelfde dwarsstuk waren genageld, aan dezelfde boom? Ik weet het niet, maar zelfs een gerenommeerd geleerde als Bullinger maakte hierover een opmerking, en hij kwam tot de conclusie dat alle drie aan één stuk waren genageld, omdat hij zag dat "kruis" in het enkelvoud staat en dat "lichamen" meervoud is. Maakte Johannes, die dit schreef, geen vergissingen, omdat God hem inspireerde? Ik weet het niet. Ik heb daar niet het antwoord op.

Er is echter nog heel wat meer.

Johannes 3:13-15 En niemand is opgevaren naar de hemel, dan die uit de hemel nedergedaald is, de Zoon des mensen. 14 En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zó moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden, 15 opdat een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven hebbe.

Herinnert u zich dat verhaal uit de woestijn? Dat staat in Numeri 21:5-9. Ik zal het voor u in het kort samenvatten.

Zoals gewoonlijk rebelleerden de Israëlieten om de een of andere reden, en volgend op Israëls zonde gaf God Mozes opdracht een koperen slang te maken en die aan de bovenkant van een paal [staak] te bevestigen. Hij zond allerlei slangen door de legerplaats van Israël en als iemand door een van die slangen werd gebeten, stierf hij. De slangen waren giftig. Echter vanwege die paal en de koperen slang erop en het geloof in degenen die gebeten werden, werden ze, als ze zich daarheen spoeden en naar de koperen slang bovenaan de paal keken, onmiddellijk genezen en de beet die ze hadden gekregen, doodde hen niet.

Numeri 21:5-9 En het volk sprak tegen God en tegen Mozes: Waarom hebt gij ons uit Egypte gevoerd? om te sterven in de woestijn? Want er is geen brood en geen water en van deze flauwe spijs walgen wij. 6 Toen zond de HERE vurige slangen onder het volk; die beten het volk, zodat er velen van Israël stierven. 7 Daarop kwam het volk tot Mozes en zeide: Wij hebben gezondigd, want wij hebben tegen de HERE en tegen u gesproken; bid tot de HERE, dat Hij de slangen van ons wegdoe. Toen bad Mozes ten gunste van het volk. 8 De HERE dan zeide tot Mozes: Maak een vurige slang en plaats die op een staak; ieder, die daarnaar ziet, wanneer hij gebeten is, zal in leven blijven. 9 Toen maakte Mozes een koperen slang en plaatste die op een staak; en wie, wanneer een slang hem gebeten had, op de koperen slang de blik richtte, bleef in leven.

Jezus vermeldt dit in deze twee verzen in Johannes 3.

Ik denk dat we dus een conclusie kunnen trekken. Toen Jezus aan die boom werd gekruisigd, werd die boom het symbool van de boom des levens, evenals die paal met de koperen slang erop als het ware leven gaf aan hen die er in geloof naar opkeken. Waarom werd die koperen slang in de woestijn bovenaan de paal bevestigd? Omdat toen Jezus de zonden van de mensheid op Zich nam, Hij de belichaming van zonde werd, evenals Satan de slang dat voortdurend is. Als iemand met berouw opkijkt naar Jezus zelfopofferend handelen, alsof hij "in geloof" gekruisigd wordt, dan wordt hij gerechtvaardigd en heeft hij de eerste grote en belangrijkste stap genomen op weg naar eeuwig leven.

Laten we hier even bij stilstaan en het volgende in overweging nemen: De zevenarmige menora, gevormd naar het patroon van een amandelboom, gaf licht in het heilige en symboliseerde de boom des levens. Bovendien werd de staf van Aäron die bloeide, geplaatst bij de ark van het verbond, die zich in het heilige der heiligen bevond. Ze symboliseren beide behoud door genade en nieuw leven — inderdaad eeuwig leven — vanwege en door de Messias en Zijn offer voor de zonde. Laat God ons op een symbolische manier zien dat de letterlijke boom des levens in het midden van de hof een amandelboom was?

Dit is beslist op geen enkele manier nodig voor behoud en het is enkel speculatie. Ik denk echter niet dat het een wilde speculatie is vanwege Gods eis aan Mozes en David dat ze aan het patroon vast zouden houden.

Waarom zou Hij een amandelboom uitkiezen? Dat heeft betekenis. Het was geen perzikboom of appelboom, zoals het verhaal de ronde doet dat ze een appel aten. De appel past hier zelfs helemaal niet in. Ik zal u dat straks ook laten zien. Maar de amandelboom is veelbetekenend. Daar bestaat geen enkele twijfel aan.

Er ligt echter nog meer in de ark van het verbond. We gaan daarom opnieuw naar het boek Exodus. Voor mij is wat we gaan lezen heel interessant en u zult onmiddellijk inzien waarom.

Exodus 16:3-5 en de Israëlieten zeiden tot hen: Och, dat wij door de hand des HEREN in het land Egypte gestorven waren, toen wij bij de vleespotten zaten en volop brood aten; want gij hebt ons in deze woestijn geleid om deze gehele gemeente van honger te doen omkomen. 4 Toen zeide de HERE tot Mozes: Zie, Ik zal voor u brood [voedsel] uit de hemel laten regenen; dan zal het volk uitgaan en verzamelen zoveel als voor elke dag nodig is, opdat Ik het op de proef stelle [het test], of het al dan niet wandelt naar mijn wet. 5 En als zij op de zesde dag bereiden wat zij hebben binnengebracht, dan zal dit dubbel zoveel zijn als wat zij op de andere dagen verzamelen.

Exodus 16:15 Toen de Israëlieten het zagen, zeiden zij tot elkander: Wat is dit? Want zij wisten niet, wat het was. Maar Mozes zeide tot hen: Dit is het brood dat de HERE u tot spijze gegeven heeft.

Exodus 16:33-34 Daarom zeide Mozes tot Aäron: Neem een kruik, doe daarin een volle gomer manna en leg dit voor het aangezicht des HEREN, om het voor de toekomende geslachten te bewaren. 34 Zoals de HERE Mozes geboden had, legde Aäron het vóór de Getuigenis ter bewaring.

Dit wonderbaarlijke voedsel vanuit de hemel hield Israël in leven en gaf hun fysiek energie tijdens hun veertig jaar in de woestijn, en het bleef elke morgen vallen totdat ze in het land aankwamen. In Jozua 5:10-12 is vastgelegd dat het ophield. Alleen dit ene voorval waarover we juist lazen, was de oorzaak dat God opdracht gaf manna te bewaren voor de Getuigenis.

U zult opmerken dat het woord "getuigenis" in vers 34 met een hoofdletter begint, het is dus iets dat vrij belangrijk is. Dit woord "getuigenis" betekent "iets dat almaar opnieuw wordt uitgesproken". Het verwijst naar iets van groot belang binnen het heilige der heiligen, maar ik zeg u pas straks wat dit is, op het moment dat een verdere uitleg meer betekenis zal hebben en waar het beter zal passen. Ieder Pascha gaan we hier doorheen, en misschien zult u het belang ervan de volgende keer dat we dit doen, iets meer waarderen.

Johannes 6:30-35 Zij zeiden dan tot Hem: Wat voor teken doet Gij dan, opdat wij mogen zien en U geloven? Wat voor werk doet Gij? 31 Onze vaderen hebben het manna in de woestijn gegeten, zoals geschreven is: Brood uit de hemel gaf Hij hun te eten. 32 Jezus zeide dan tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel; 33 want dát is het brood Gods, dat uit de hemel nederdaalt en aan de wereld het leven geeft. 34 Zij zeiden dan tot Hem: Here, geef ons altijd dit brood. 35 Jezus zeide tot hen: Ik ben het brood des levens; wie tot Mij komt, zal nimmermeer hongeren en wie in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten.

Johannes 6:47-50 Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie gelooft, heeft eeuwig leven. 48 Ik ben het brood des levens. 49 Uw vaderen hebben in de woestijn het manna gegeten en zij zijn gestorven; 50 dit is het brood, dat uit de hemel nederdaalt, opdat wie ervan eet, niet sterve.

Een van de dingen over het manna die altijd indruk op mij hebben gemaakt, en misschien hebben sommigen van u dit ook wel gedacht, is dat hun werd gezegd te verzamelen naar hun behoefte voor die dag en er niets van over te laten tot de volgende morgen, anders zou het stinken en van wormen doortrokken zijn. Hun werd gezegd op de zesde dag tweemaal zoveel manna te verzamelen, daar de zevende dag de sabbat des Heren zou zijn. Ze zouden dan genoeg manna hebben voor twee dagen (voor de zesde dag en voor de zevende dag, de sabbat) en het zou dan niet stinken of van wormen doortrokken zijn. Hun werd gezegd op de sabbat niet naar buiten te gaan om manna te verzamelen, omdat dat er niet zou zijn, omdat het de sabbat van de Heer was.

Exodus 16 geeft ons het verslag van het voorval met manna.

Exodus 16:17-25 De Israëlieten nu deden zo en verzamelden het, de een meer en de ander minder. 18 Toen zij het in een gomer maten, had hij die meer verzameld had, niet te veel en hij die minder verzameld had, kwam niet te kort. Ieder had naar zijn behoefte verzameld. 19 En Mozes zeide tot hen: Niemand late ervan over tot de morgen. 20 Maar sommigen luisterden niet naar Mozes en lieten ervan over tot de morgen, maar toen was het bedorven van de wormen en stonk. En Mozes werd toornig op hen. 21 Zij nu verzamelden het elke morgen ieder naar zijn behoefte; maar als de zon heet werd, smolt het. 22 En op de zesde dag verzamelden zij tweemaal zoveel brood, twee gomer voor ieder; en al de vorsten der vergadering kwamen het Mozes berichten. 23 Toen zeide hij tot hen: Dit is wat de HERE gezegd heeft: een rustdag, een heilige sabbat is het morgen voor de HERE; bakt wat gij bakken wilt en kookt wat gij koken wilt; laat al wat overblijft liggen om het tot de volgende morgen te bewaren. 24 Zij lieten het dan tot de volgende morgen liggen, zoals Mozes bevolen had; toen stonk het niet, en er waren geen maden in. 25 Voorts zeide Mozes: Eet dit vandaag, want heden is het sabbat voor de HERE, vandaag zult gij het niet vinden op het veld.

Aäron werd gezegd een gomer manna in een gouden kruik te doen en deze bij de ark te plaatsen. Hij plaatste deze bij de ark en het manna heeft duizend jaar lang nooit gestonken. Hield iemand daar de wacht over? We kunnen maar beter geloven dat er iemand de wacht over hield, zodat er geen wormen in kwamen, omdat het Jezus vertegenwoordigde en het leven dat Hij ons kon geven. Hij raakt nooit uitgeput. Hij verliest nooit Zijn energie. Hij is het brood dat we moeten eten.

Manna versterkte de Israëlieten zodat zij dingen ten behoeve van God konden doen en in het Beloofde Land konden aankomen. De levende Jezus Christus is onze Hogepriester, onze Steun en onze Kracht indien we van Hem eten. Hij verlangt dat van ons. Hij zei: "U moet Mij eten." Natuurlijk begrijpen we dat Hij het levende woord van God is. De Bijbel is het levende woord van God in geschreven vorm en wij worden geestelijk ondersteund door het geestelijke voedsel dat we dag aan dag in ons opnemen, dat geeft ons geestelijke kracht. Het feit dat de gouden kruik met dit wonderbaarlijke voedsel apart werd gezet en in het heilige der heiligen werd geplaatst, duidt erop dat Jezus Zelf een positie in de grote troonzaal van de almachtige God inneemt waar Hij recht op heeft.

Hierdoor komen we op drie voorwerpen in het heilige der heiligen: de ark van het verbond met het verzoendeksel, duidend op de troon van God, dus Zijn tegenwoordigheid; de gouden kruik met manna, duidend op Jezus, onze Verlosser en onze Hogepriester aan Zijn rechterhand; en dan hebben we daar nog Aärons amandelstaf die op wonderbaarlijke wijze bloeide, duidend op de boom des levens, Gods macht en autoriteit.

We slaan nu Deuteronomium 10:3-5 op. Daar zien we dat er nog iets anders in de ark aanwezig is.

Deuteronomium 10:3-5 En ik maakte een ark van acaciahout en hieuw twee stenen tafelen gelijk de eerste; toen beklom ik de berg met de twee tafelen in mijn hand. 4 En Hij schreef op de tafelen met hetzelfde schrift als de eerste maal, de Tien Woorden, die de HERE op de berg tot u gesproken had uit het midden van het vuur op de dag der samenkomst; en de HERE gaf ze mij. 5 Toen keerde ik mij om en daalde de berg af, en ik legde de tafelen in de ark, die ik gemaakt had; en zij bleven daar, zoals de HERE mij geboden had.

We kunnen opmerken dat de stenen tafelen in de ark werden geplaatst, duidend op Gods oordeel. Bedenk dat het verzoendeksel bij de ark behoort en dat dat de plaats is vanwaar God oordeelt. Zijn wet wordt daar gepresenteerd als direct aanwezig, vlakbij Hem. We kunnen zeggen dat Hij erop zit. Symbolisch kun je er niet dichterbij komen. In feite, omdat de wet pal onder Hem ligt, ligt deze te allen tijde gereed en wacht erop dat Hij gaat oordelen. Op dit moment gaat het er echter om wat deze stenen tafelen nog meer betekenen, en ik denk dat u daar misschien wel verbaasd over zult zijn.

Welk object in het midden van de hof hebben we tot nu toe niet genoemd? Dat is de boom der kennis van goed en kwaad. Bedenk dat Genesis 2:9 en Genesis 3:3 duidelijk laten zien dat de boom der kennis van goed en kwaad in het midden van de hof stond, en ik speculeerde dat hij misschien wel pal naast de boom des levens stond, zodat God hen voorzag van een heel duidelijke keus die ze moesten maken.

Daar God symbolisch oordelend op Zijn wet zit, speelt de boom der kennis van goed en kwaad een belangrijke rol in ons oordeel. Brengt het feit dat de stenen tafelen — de wet — de verboden boom vertegenwoordigen op u het concept over dat de wet op de een of andere manier slecht is, daar de boom der kennis van goed en kwaad slecht schijnt te zijn geweest? Betekent dat dat Gods wet slecht of kwaad was?

Ik denk dat de manier van de theologie van de wereld, de manier is waarop iemand geneigd is te denken. Ze zeggen je dat je de wet niet hoeft te houden, dat de wet iets weerzinwekkends voor ons is. Was de boom der kennis van goed en kwaad weerzinwekkend voor Adam en Eva?

Laten we terugdenken aan Genesis 1:31. Daar staat dat alles wat God gemaakt had, zeer goed was, en dat was inclusief de boom der kennis van goed en kwaad. We kunnen dat rechtstreeks op de wet overbrengen. Is de wet kwaad? Nee. De wet is zeer goed, evenals de boom der kennis van goed en kwaad zeer goed was. Alleen God verbood hen ervan te eten. De boom zelf was inherent goed, maar eten van de vrucht ervan zou hen doden. In feite voegde Eva eraan toe dat ze zelfs verondersteld werden hem niet aan te raken, er dicht genoeg bij te komen om hem aan te raken. Dat was als spelen met vuur. Zij voegde dat toe, wat laat zien dat zij de implicaties van het gevaar van de vrucht van die boom begreep.

Was de vrucht van die boom werkelijk slecht? Nee, in het geheel niet. De vrucht ervan was goed. Zei Eva niet dat ze naar de boom keek en dat ze zag dat de vrucht ervan goed was? Het feit dat ze niet gehoorzaamden, dat was slecht. Er was niets werkelijk inherent slecht aan de vrucht van die boom.

Laten we Genesis 26:5 opslaan. Daar staat iets betreffende onze vader Abraham.

Genesis 26:5 omdat Abraham naar Mij geluisterd en mijn dienst in acht genomen heeft: mijn geboden, mijn inzettingen en mijn wetten.

Abraham, de vader der gelovigen, die het patroon is voor al zijn geestelijke kinderen, gehoorzaamde God dus, en hij wordt gecomplimenteerd met het feit dat hij dit deed.

Laten we de brief aan de Romeinen opslaan. We gaan diverse schriftgedeelten lezen uit de brief aan de Romeinen.

Romeinen 7:12 Zo is dan de wet heilig, en ook het gebod is heilig en rechtvaardig en goed.

Paulus bevestigt dat er niets verkeerds is met Gods wet. Als contrast daarmee vermeldt 2 Thessalonicenzen 2:3-7 echter dat de antichrist — Christus' grote vijand in de eindtijd — de wetteloosheid vlak voor Christus' wederkomst tot op het hoogste niveau zal brengen. Als we de wet gesymboliseerd moeten zien door de boom der kennis van goed en kwaad, dan zegt de Bijbel duidelijk dat zowel de wet als de boom goed waren; inderdaad zeer goed.

Ondanks dat de boom zeer goed was, waren zowel Satan als Adam en Eva het erover eens dat God zei dat het hun verboden was ervan te eten. Dit stelt dus vast dat de geestelijke vrucht van het eten van de boom inherent verderfelijk of kwaad was. De vrucht zelf was fysiek goed, maar de geestelijke zonde van het overtreden van Gods wet doodde hen.

Genesis 3:22 En de HERE God zeide: Zie, de mens is geworden als Onzer een door de kennis van goed en kwaad; nu dan, laat hij zijn hand niet uitstrekken en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij in eeuwigheid zou leven.

Ik wil aan u overbrengen dat Satans verhaal — zijn verkooptaktiek om ze zover te krijgen dat ze zondigden — net langs de grens van waarheid en leugen ging, omdat God het er mee eens is dat wat Satan hun vertelde, zou gebeuren. Het zou hen als God maken, al was het in deze betekenis in feite op een eigenaardige, slechte manier, omdat zij niet over de mogelijkheden beschikten het onder controle te houden. Vanwege wat Adam en Eva deden, hadden ze goed en kwaad leren kennen op een manier zoals ze dat nooit eerder hadden gedaan.

Laten we eens nadenken over de naam van die boom — de boom der kennis van goed en kwaad — en weer teruggaan naar de brief aan de Romeinen.

Romeinen 7:6-7 maar thans zijn wij van de wet ontslagen, dood voor haar, die ons gevangen hield, zodat wij dienen in de nieuwe staat des Geestes en niet in de oude staat der letter. 7 Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Volstrekt niet! Ja, ik zou de zonde niet hebben leren kennen, tenzij door de wet; immers, ook van de begeerlijkheid zou ik niet geweten hebben, indien de wet niet zeide: gij zult niet begeren.

Hier hebben we dus Paulus' getuigenis betreffende de wet, samengevat in één zin: "Door de wet hebben we kennis van de zonde." Paulus zegt verder nog:

1 Corinthiërs 15:56b ... de kracht der zonde is de wet.

In Paulus' uitspraak in Romeinen 7:7 zien we in één heel korte, eenvoudige zin dat het specifieke doel van de wet erop gericht was zonde te openbaren. Paulus maakt het dus duidelijk dat als hij niet de beschikking over de wet had gehad, hij geen kennis van goed en kwaad zou hebben gehad. De boom draagt de naam kennis van goed en kwaad.

Ik weet niet hoe het verband tussen het symbool (de boom) en de werkelijkheid (de wet) duidelijker zou kunnen worden gemaakt.

Romeinen 3:19-20 Nu weten wij, dat de wet, bij al wat zij zegt, tot hén spreekt, die onder de wet zijn, opdat alle mond gestopt en de gehele wereld strafwaardig worde voor God, 20 daarom, dat uit werken der wet geen vlees voor Hem gerechtvaardigd zal worden, want wet doet zonde kennen.

Adam en Eva leerden zonde kennen door het eten van de verboden vrucht. Waarheen moeten we gaan om vanuit Gods perspectief te leren wat goed en kwaad is? Als dat niet de wet is, dan deugt er iets in het geheel niet. God hield Adam en Eva op geen enkele manier tegen om naar de boom des levens te gaan. Gods doel met de mensheid is nog steeds hetzelfde als in het begin. Dat doel wordt heel duidelijk getoond in het boek Deuteronomium. Dit geldt tot op de huidige dag.

Deuteronomium 30:19-20 Ik neem heden de hemel en de aarde tegen u tot getuigen; het leven en de dood stel ik u voor, de zegen en de vloek; kies dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw nageslacht, 20 door de HERE, uw God, lief te hebben, naar zijn stem te luisteren en Hem aan te hangen, want dat is uw leven en waarborg voor een langdurig wonen in het land, waarvan de HERE uw vaderen, Abraham, Isaak en Jakob, gezworen heeft, dat Hij het hun geven zou.

Dit is precies de essentie van wat God Adam en Eva in de hof voorhield. De verboden boom die de wet vertegenwoordigde, was nooit ontworpen om eeuwig leven voort te brengen. Op dezelfde manier is er nooit iemand door de wet behouden, ondanks dat zogenaamde christelijke organisaties leren dat oudtestamentische mensen behouden werden door het houden van de wet. Het nieuwe leven dat ons gegeven wordt, heeft ten doel dat we in gehoorzaamheid aan Gods wet wandelen, in scherpe tegenstelling met wat we voor onze roeping deden. Hoe moeten we dan Gods wet zien?

Psalm 19:8-9 De wet des HEREN is volmaakt, zij verkwikt de ziel; de getuigenis des HEREN is betrouwbaar, zij schenkt wijsheid aan de onverstandige. 9 De bevelen des HEREN zijn waarachtig, zij verheugen het hart; het gebod des HEREN is louter, het verlicht de ogen.

Bedenk dat Paulus in Romeinen 7:12 zei dat de wet goed is. Hij is heilig.

Psalm 119:16 In uw inzettingen zal ik mij verlustigen, uw woord zal ik niet vergeten.

Psalm 119:24 Ja, uw getuigenissen zijn mijn verlustiging, zij zijn mijn raadslieden.

Psalm 119:47 Ik toch verlustig mij in uw geboden, die ik liefheb;

Psalm 119 gaat almaar door ons te zeggen wat onze houding jegens de wet dient te zijn. De boom was dus goed voor voedsel en het voedsel ervan was inderdaad begerenswaardig, maar het eten ervan was verboden. Wat ging er dus verkeerd? Dat is heel eenvoudig. Adam en Eva geloofden niet wat God had gezegd. Daar is niets ingewikkelds aan, en omdat zij niet geloofden, maakten ze de verkeerde keus, en door hen werd de kennis van goed en kwaad aan alle mensen doorgegeven, evenals de dood. Zij maakten hun keus op basis van de combinatie van de misleiding door Satan, die aantrekkelijk was, en hun begeerte, in plaats van op Gods woord te vertrouwen.

Wat voor boom was het? Ik denk dat we hier een vaag idee over hebben. Laten we Marcus 11:13 opslaan en daar zullen we zien dat als deze speculatie juist is, het inderdaad een boom was die goed voor voedsel was. Ik geef u het antwoord in de eerste zin van vers 13.

Marcus 11:13-14 En toen Hij van verre een vijgeboom zag, die bladeren had, ging Hij daarheen om te zien of Hij er ook iets aan vinden zou. En erbij gekomen, vond Hij er niets aan dan bladeren; want het was de tijd niet voor vijgen. 14 En Hij antwoordde en zeide tot hem [alsof de boom tot Hem sprak]: Nooit ete meer iemand vrucht van u in eeuwigheid! En zijn discipelen hoorden het.

Hij bedoelde alleen maar van die ene boom, maar het moment waarop Hij dit deed, was werkelijk veelbetekenend. Dit gebeurde slechts enkele dagen voordat Hij werd gekruisigd, vlak voordat Hij op het punt stond de zonden van de wereld op Zich te nemen. Het is heel goed mogelijk dat die zonden begonnen met het nemen van een vijg van een prachtige boom in het midden van de hof.

We hebben hier dus twee mogelijkheden: de vijgenboom — de kennis van goed en kwaad, en de amandelboom — de boom des levens. Beide van hen zijn goed om van te eten. God verbiedt dat van geen van beide. Ze zijn goed voor voedsel, laat dat u dus op geen enkele manier aan het twijfelen brengen. Ik heb een vijgenboom in mijn tuin, en geloof het of geloof het niet, hij brengt dit jaar al zijn tweede opbrengst van vruchten voort. Ik ga hem niet vervloeken, maar ik ga er ook niet van eten, omdat God zegt er niet van te eten totdat hij een bepaalde leeftijd heeft bereikt; tot zolang eet ik er niet van. Desondanks waardeer ik de gaven die hij voortbrengt.

Als Adam en Eva wat zij deden, hadden gebaseerd op Gods advies, dan zouden ze niet van die boom hebben genomen. Is het niet interessant dat zij blijkbaar datgene wat binnen bereik was, gebruikten om zichzelf te bedekken, om hun schaamte te bedekken en hun onbehagen dat ze iets hadden gedaan wat God gezegd had niet te doen. Je kunt zonde niet bedekken met iets dat niet gemaakt was om zonde te bedekken. Dat werkt niet.

Wat is de Getuigenis? Ik zei dat ik u daarop het antwoord zou geven. De Getuigenis is het geheel van het heilige der heiligen. Het omvat het verzoendeksel. Het omvat de ark waarop het verzoendeksel ligt en het omvat al de dingen die in en bij de ark lagen, en daarmee ook de kennis die deze ruimte vertegenwoordigde, het huis, de woonplaats van God. Dit zijn dingen die het woord Getuigenis betekent — dingen waarover almaar weer gesproken wordt. Bijna elke preek gaat wel op de een of andere manier in op iets wat met het heilige der heiligen te maken heeft, dat symbolisch iets van de belangrijkste dingen in ons leven vertegenwoordigt.

Laten we weer teruggaan naar het Miphkadaltaar. Ik wil dit herhalen, omdat het een heel belangrijke plaats inneemt in het ontvouwen van gebeurtenissen van Eden tot Christus. Bedenk dat de tempel in Christus' tijd naar hetzelfde patroon was ontworpen als de tabernakel daarvoor, en de tabernakel was ontworpen naar het patroon van de hof van Eden. Al deze dingen op aarde waren ontworpen naar het patroon van dingen in de hemel, zoals Paulus vastlegt in de brief aan de Hebreeën.

Er waren drie altaren geassocieerd met de tabernakel en de tempel: het reukofferaltaar, dat pal voor het voorhangsel stond dat het heilige scheidde van het heilige der heiligen; het koperen altaar buiten de tabernakel vlak voor de enige deur — de oostelijke deur; en dan was er nog het Miphkadaltaar dat zo'n 1000 meter verwijderd stond opgesteld van het centrale deel van het heilige. Dit altaar stond buiten de legerplaats en buiten de poort. Hebreeën 13:10-13 zegt ons dat.

De legerplaats verwees naar een denkbeeldige cirkel gemeten vanuit het heilige met een straal van 2000 el. Dat altaar stond dus ook buiten de poort, daarmee wordt de stadspoort bedoeld. In dit geval was het de oostelijke poort. Bedenk dat "miphkad" "tellen" betekent, met de implicatie van oordeel, daarbij worden dus dingen met bewijs bij elkaar opgeteld.

Is het u ooit opgevallen dat in het Oude Testament oordelen in de stadspoort werden geveld? Dat was algemeen gebruik. We zullen het grote oordeel dus hier net buiten de stadspoort hebben, niet net binnen de stadspoort. Het altaar stond buiten de stadspoort en dat maakte het apart.

Dit Miphkadaltaar bevond zich net buiten de oostelijke poort van Jeruzalem. Dit altaar werd bereikt via een brug die in Christus' dagen de Kidronvallei overspande. De priesters droegen bepaalde zondoffers na het doden van een dier over die brug naar het Miphkadaltaar waarop deze offeranden zouden worden verbrand tot er niets dan as overbleef. Het meest merkwaardige offer van deze offeranden was de offerande van de rode vaars en de offeranden van de Verzoendag.

De rode vaars werd volledig verbrand totdat er niets van overbleef behalve as. Er werden daar ook bepaalde zondoffers geofferd. Bedenk dat Ezechiël deze plaats vermeldde. Hij noemde het in Ezechiël 43:21 "de bestemde plaats". Dit gebied stond ook bekend als "de reine plaats". Het stond ook bekend als de plaats waar de as werd uitgestort. Als u dit dus tegenkomt terwijl u leest, begrijp dan waar ze het over hebben. De as die resulteerde uit de verbranding van de rode vaars werd gemengd met water, cederhout, hysop en scharlaken om het reinigingswater te maken dat gebruikt werd om te reinigen van zonde.

Anders dan met andere altaren was dit altaar niet verhoogd opgesteld. Het stond pal op de grond en in vergelijking met de andere altaren was het extreem laag. Het Miphkadaltaar bevond zich net buiten de stad dichtbij de zuidelijke top van de Olijfberg. De vraag is dus: Waar werd Jezus gekruisigd? We zullen zien dat het antwoord op deze vraag in het Boek te vinden is. Als we eenmaal de juiste achtergrond hebben, dan weten we dat de plaats van Zijn kruisiging niet langer verborgen is.

Johannes 19:20 Dit opschrift dan lazen vele der Joden, want de plaats, waar Jezus gekruisigd werd, was dicht bij de stad, en het was geschreven in het Hebreeuws, in het Latijn en in het Grieks.

Numeri 15:35-36 Toen zeide de HERE tot Mozes: Die man zal zeker ter dood gebracht worden; de gehele vergadering zal hem buiten de legerplaats stenigen. 36 Toen leidde de gehele vergadering hem buiten de legerplaats, en zij stenigden hem, zodat hij stierf — zoals de HERE Mozes geboden had.

Niemand werd dichterbij dan 2000 el van de tempel of de tabernakel ter dood gebracht. Dat was buiten de legerplaats. Het kon 15 kilometer buiten de legerplaats zijn, en dat was prima, maar niet binnen de denkbeeldige cirkel gemeten vanaf die stip tussen de menora en de toonbroden. Jezus werd in de buurt van de stad gekruisigd, maar Paulus zei in Hebreeën 13 dat het buiten de poort was, duidend op de oostelijke poort. Dat was buiten de legerplaats. Dat was buiten die cirkel, omdat Hij een overtreder was en Hij buiten de legerplaats gekruisigd moest worden. Vanuit die omgeving was het niet ver naar de top van de Olijfberg en daarom lag die plaats in het volle zicht van de tempel.

In Numeri 15 draaide het om iemand die het sabbatsgebod had overtreden. God gaf dus opdracht die persoon buiten de legerplaats ter dood te brengen. Bedenk dat dat slechts zo'n 1000 meter is.

Lucas 23:44-49 En het was reeds ongeveer het zesde uur en er kwam duisternis over het gehele land tot het negende uur, 45 want de zon werd verduisterd. En het voorhangsel van de tempel scheurde middendoor. 46 En Jezus riep met luider stem: Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest. En toen Hij dat gezegd had, gaf Hij de geest. 47 Toen de hoofdman [een Romeins getuige] zag, wat er geschiedde, verheerlijkte hij God, zeggende: Inderdaad, deze mens was rechtvaardig! 48 En al de scharen, die voor dit schouwspel samengekomen waren, keerden terug toen zij aanschouwd hadden, wat er geschied was, en sloegen zich op de borst. 49 Al zijn bekenden nu stonden van verre, ook vrouwen, die Hem van Galilea gevolgd waren en dit aanzagen.

Al die mensen zagen het voorhangsel scheuren. We hebben dus veel meer dan twee getuigen. U zult zich afvragen was dat het gordijn dat tussen het heilige en het heilige der heiligen hing? Het antwoord is nee. Voor de tempel hing een geweldig groot gordijn van zo'n 20 tot 25 meter hoog, en dat was heel dik. Dat was het voorhangsel dat scheurde. De gehele tempel stond nu voor de mensheid open. Niemand had in het heilige der heiligen kunnen kijken, maar iedereen zag dat geweldig grote gordijn. Dat was in het volle zicht. Het scheurde waarschijnlijk met een geweldig scheurend geluid alsof een engel het in stukken scheurde.

De enige plaats in de buurt van de stad, buiten de legerplaats, die rechtstreeks op de tempel uitkeek, was vanaf de Olijfberg, direct ten oosten van de tempel. Maar er is nog meer vaststaand bewijs. De offeranden van Leviticus 16:27 op de Verzoendag, de dag die de Joden als de heiligste dag van het jaar beschouwen, moesten worden verbrand op het Miphkadaltaar buiten de legerplaats. Bedenk dat wat daar werd verbrand Jezus Christus vertegenwoordigde. Hij was de geitebok die uitgekozen werd te sterven, en dat offer voor de zonde ging niet naar het koperen altaar. Het ging langs het koperen altaar en werd rechtstreeks naar het Miphkadaltaar gebracht, omdat die geitebok Christus vertegenwoordigde die stierf voor onze verzoening. Hij was het Zondoffer.

In Numeri 5:16 lezen we over een voorval dat betrekking heeft op een overspeelster, en in die context sprak God het volgende vonnis uit. Zij moest ten oordeel voor de Heer worden gebracht. Iedereen in de dagen van Mozes en in de dagen van Jezus zou begrepen hebben wat daarmee werd bedoeld. Dat zou betekend hebben dat zij naar de oostkant van de tabernakel gebracht moest worden, in het zicht van het heilige der heiligen, omdat God oordeelt vanaf Zijn zetel die zich daar bevond. Jezus die volgens de Joden schuldig was aan godslastering — een veel ernstiger aanklacht dan die zonde in Numeri 5:16 — zou dus precies naar die plaats zijn gebracht.

We gaan alle stukjes bij elkaar krijgen: vlakbij de stad, met rechtstreeks uitzicht op de oostkant van de tempel zodat het scheuren van het gordijn gemakkelijk gezien zou kunnen worden door iedereen die daar aanwezig was. Dit zijn allemaal referenties: "voor de Heer", "buiten de legerplaats", "2000 el verwijderd".

Psalm 96:9, 12-13 en Psalm 98:8-9 zijn bevestigingen van de plaats vanwaar God oordeelt. Poëtisch, symbolisch oordeelt Hij vanuit het heilige der heiligen. Deze Psalmen laten in een millenniumachtige omlijsting zien dat er mensen voor Hem zullen verschijnen, en Hij zit symbolisch in de tempel om de gehele mensheid te oordelen.

Psalm 96:9 Buigt u neder voor de HERE in heilige feestdos, beef voor zijn aangezicht, gij ganse aarde.

Psalm 96:12-13 het veld en al wat daarop is, verblijde zich; dan zullen alle bomen des wouds jubelen 13 voor de HERE, want Hij komt, want Hij komt om de aarde te richten; Hij zal de wereld richten in gerechtigheid en de volken in zijn trouw.

Psalm 98:8-9 dat de stromen in de handen klappen, de bergen tezamen jubelen 9 voor het aangezicht des HEREN, want Hij komt om de aarde te richten; Hij zal de wereld richten in gerechtigheid en de volken in rechtmatigheid.

Een andere plaats die dit bevestigt is Mattheüs 21:1-11. Ik zal u dit uitleggen. Dit gaat over de gebeurtenis van Jezus' triomfantelijke intocht in de stad, waar Hij door de mensen tot Koning der Joden werd uitgeroepen. Hij reed op een ezel. Waar denkt u dat dat begon? Op de Olijfberg. Dat was het startpunt. Daarna trok Hij Jeruzalem binnen en de mensen strooiden palmtakken voor Hem uit. Dat gebeurde pal nadat Hij de vijgenboom had vervloekt. Al deze gebeurtenissen gaan nu met elkaar samenhangen.

Mattheüs 21:1-11 En toen zij Jeruzalem naderden en te Betfage kwamen, aan de Olijfberg, toen zond Jezus twee discipelen uit, tot wie Hij zeide: 2 Gaat naar het dorp, dat tegenover u ligt, en terstond zult gij een ezelin vastgebonden vinden, en een veulen bij haar. Maakt haar los en brengt haar tot Mij. 3 En indien iemand u iets erover mocht zeggen, zegt dan: de Here heeft ze nodig. Hij zal ze terstond (terug) zenden. 4 Dit is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen gesproken is door de profeet, toen hij zeide: 5 Zegt der dochter Sions: Zie, uw Koning komt tot u, zachtmoedig en rijdend op een ezel, en op een veulen, het jong van een lastdier. 6 Nadat de discipelen heengegaan waren en gedaan hadden, zoals Jezus hun had opgedragen, 7 brachten zij de ezelin en het veulen en zij legden hun klederen erop, en Hij ging daarop zitten. 8 En het merendeel der schare spreidde hun klederen op de weg, anderen sloegen takken van de bomen en spreidden die op de weg. 9 En de scharen, die vóór Hem uit gingen en die volgden, riepen, zeggende: Hosanna de Zoon van David, gezegend Hij, die komt in de naam des Heren; Hosanna in de hoogste hemelen! 10 En toen Hij Jeruzalem binnenging, kwam de gehele stad in rep en roer en zeide: Wie is dit? 11 En de scharen zeiden: Dit is de profeet, Jezus, van Nazaret in Galilea.

De Romeinse wet of de Romeinse praktijk had een prioriteitsvolgorde vastgesteld met betrekking tot waar iemand gekruisigd moest worden. De Romeinse methode zegt, dit is ontleend aan hun eigen geschiedenis, dat de plaats van executie voor misdaden waar de doodstraf op stond, de volgende moest zijn om het grootst mogelijke effect op het publiek te hebben: (1) het werd op de plaats van de misdaad gedaan. Als het daar kon worden gedaan, had dat de voorkeur. Spijker ze tegen een boom en dat was het. (2) Als dat niet mogelijk was, dan moest het gebeuren op de plaats waar de persoon werd gearresteerd. Daar zit heel wat praktische waarde in. Ik denk dat het recht in Rome vrij snel werd uitgevoerd. (3) Het moest op een hoger gelegen of op een drukke plaats gebeuren. Tussen twee haakjes, in de geschiedenis wordt ook opgemerkt dat ze vaak een boom gebruikten.

Op deze manier gaat Zijn triomfale intocht in Jeruzalem deel van dit alles uitmaken. Waar begon deze? Deze begon op de Olijfberg. Dat was de plaats waar de misdaden die de Joden tegen Hem inbrachten, begonnen. Hij trok de stad binnen en beweerde dat Hij Koning was, en de mensen zeiden: "Ja, Hij is de Koning der Joden." De Romeinen (Pilatus) zouden Hem hebben kunnen aanklagen wegens staatsondermijning, wegens omverwerping van het Romeinse bestuur. Vandaar de vraag: "Bent u een koning?" Pilatus koos ervoor hier geen aandacht meer aan te schenken, maar de Joden deden dat wel. Zij zeiden: "We hebben geen koning dan de keizer."

Waar gaat de actie van hier verder? Deze voerde terug naar de Olijfberg, naar de hof van Getsemane. Getsemane lag op de helling van de Olijfberg. Wat gebeurde er in Getsemane? Daar werd Hij gearresteerd. Begint u het plaatje te zien? De plaats van de misdaad was de Olijfberg. Hij werd gearresteerd op de Olijfberg en dat was een hoger gelegen plaats waar iedereen kon zien wat er gaande was. De Olijfberg voldoet aan elke voorwaarde voor een Romeinse kruisiging: (1) de plaats van de misdaad; (2) de plaats waar Hij werd gearresteerd; en (3) een hoger gelegen plaats waar iedereen kon zien wat er werd gedaan.

Laten we, om dit te gaan afsluiten, nu Johannes 19 opslaan.

Johannes 19:16-17 Toen gaf hij Hem aan hen over om gekruisigd te worden. Zij dan namen Jezus, 17 en Hij, zelf zijn kruis dragende, ging naar de zogenaamde Schedelplaats, in het Hebreeuws genaamd Golgota,

Dit is een van de meest kolossale misvattingen van allemaal. De mensen hebben dit woord "Golgota" vertaald met "schedel". Daarom hebben ze naar een plaats in de omgeving van Jeruzalem uitgekeken die eruit ziet als een schedel. Het woord heeft in werkelijkheid weinig vandoen met een schedel. Het kan worden vertaald als schedel, maar ik denk dat iedereen die de Bijbel als zijn bron gebruikt, in staat is hier direct doorheen te kijken.

Numeri 1:2 Neemt het aantal op van de gehele vergadering der Israëlieten naar hun geslachten en families, overeenkomstig het aantal namen, allen die van het mannelijk geslacht zijn, hoofd voor hoofd,

De woorden "hoofd voor hoofd" zijn de vertaling van het Hebreeuwse woord "golgolet". Het is de wortel van het woord "Golgota". Golgolet wordt gebruikt bij het tellen. In vers 2 gaat het over een volkstelling. Golgota was de plaats waar voor de stad Jeruzalem volkstellingen plaatsvonden. Zij telden daar hoofden. Die plaats zag er niet uit als een schedel. Het was de plaats waar ze volkstellingen uitvoerden.

Laten we dit koppelen aan Miphkad. Wat betekent Miphkad? Het betekent "tellen". Het was de poort waar werd geteld. Het was de poort die toegang gaf tot het gebied waar volkstellingen werden uitgevoerd. En waar lag dat gebied? Op de top van de Olijfberg, op Golgota, de plaats waar geteld werd. Niet de schedelplaats, maar de plaats waar geteld werd.

We hebben nu de plaats waar Jezus gekruisigd werd met absolute zekerheid vastgesteld. Die lag in de nabijheid van het Miphkadaltaar.

Genesis 22:14 En Abraham noemde die plaats: De HERE zal erin voorzien; waarom nog heden gezegd wordt: Op de berg des HEREN zal erin voorzien worden. (nadruk van ons)

Waar duidt "erin" op? Erin duidt op het werkelijke offer — Degene die de plaats innam voor onze dood. Isaak was een type. Isaak werd door Abraham figuurlijk geofferd op dezelfde algemene plaats als waar Jezus, het ware offer, werd gekruisigd. Dat was op de Olijfberg, over de vallei uitkijkend op de berg Moria, waar later de tempel werd gebouwd. Houdt God Zijn woord, of niet! Dus hiermee is ook "erin" duidelijk geworden.

Laten we samenvatten.

Nummer 1: Eden was het algemene gebied van het Beloofde Land.

Nummer 2: De hof van Eden lag op de berg Moria in het oosten van Eden.

Nummer 3: De berg Moria werd ook tempelberg genoemd.

Nummer 4: Gods huis lag in het midden van de hof, daarna in het heilige der heiligen van de tabernakel, en weer later in het heilige der heiligen van de tempel.

Nummer 5: Het Miphkadaltaar, waar de rode vaars werd verbrand, stond op de zuidelijke top van de Olijfberg. Het lag rechtstreeks in het zicht van de plaats waar God oordeelde, het verzoendeksel.

Nummer 6: Daar bij het Miphkadaltaar werd zonde geoordeeld en overwonnen, waardoor het middel tot vergeving en verzoening beschikbaar werd gemaakt voor allen die geloven.

Nummer 7: Jezus was onze rode vaars, en door dit middel zijn wij gereinigd van de zonde.

Ik hoop dat door deze preken uw geloof in Gods woord, evenals in Zijn persoonlijk functioneren, bevestigd en versterkt zal worden. Ik hoop dat u kunt zien dat er één verstand, één denken, bezig is om een immens doel en plan tot een geweldig einde te brengen, en dat Zijn werken, al zijn die universeel, zich hebben geconcentreerd op exact één gebied: het Beloofde Land, Eden met zijn hof en bewoners. En ondanks dat het universeel is, loopt het via Abraham, Isaak en Jakob, maar uiteindelijk zal het iedereen omvatten die ooit heeft geleefd en zich van zijn zonden tegen het bestuur van God heeft bekeerd.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)