Een nieuw begin

Door Martin G. Collins
22 september 2007

Samenvatting: (toon)

Martin Collins, nadenkend over de rijke beeldspraak van de heilige dagen, herhaalt dat het onmogelijk is Gods basisplan te begrijpen tenzij men de symboliek en de beeldspraak van de heilige dagen begrijpt. De Verzoendag is in het bijzonder uniek als een plechtige dag van verootmoediging, vasten en rust, waardoor nederigheid als toestand van de geest tot stand komt. Voor de geestelijke nakomelingen van Jakob geldt dat ze absoluut geen werk mogen doen op deze dag, op straffe van uitgeroeid te worden. De Verzoendag vertegenwoordigt een nieuw begin waarna de mensen van de wereld met God verzoend en van hun slavernij bevrijd kunnen worden, in deze zin geeft deze dag ook het jubeljaar weer. Het vasten waarmee God akkoord gaat bestaat uit het verbreken van iedere band en ieder juk en het zich verheugen in Gods heilige sabbat. Christus' offer voor de zonden van de mensheid maakte het voor de wereld mogelijk om één met God gemaakt te worden. Als Gods geroepenen moeten we ons voegen naar Gods heiligingsproces.


Het Pascha, de dagen der Ongezuurde Broden en Pinksteren beelden gebeurtenissen uit die leiden tot de eerste geestelijke oogst van door de Geest verwekte menselijke wezens in Gods Familie die het universum bestuurt. Deze dagen beelden de voorbereiding, de training en het uiteindelijke oogsten uit van de weinigen die door God voor Christus' wederkomst geroepen zijn, de eerstelingen die het Koninkrijk van God zullen binnengaan.

De laatste vier feesten laten het plan zien dat God heeft om het behoud voor de rest van de wereld te voltooien. Evenals het Pascha hen die in de kerk zijn, voorbereidt op de Ongezuurde Broden en Pinksteren, zo bereiden het Trompettenfeest en de Verzoendag de wereld voor op wat God zal gaan doen en wat door het Loofhuttenfeest en de Laatste Grote Dag wordt uitgebeeld. Het is onmogelijk het plan van God te begrijpen zonder de kennis en het begrip van deze Heilige Dagen.

Het Pascha, het begin van het proces van het behoud van de mensheid, duidt op de periode waarin de potentiële eerstelingen kunnen worden verzoend, maar pas na de Verzoendag zal in het plan van God een begin gemaakt worden om de wereld met God te verzoenen door het duizend jaar uitbannen van Satan. De Verzoendag vertegenwoordigt het einde van het grote conflict en de chaos welke de mensheid bijna zesduizend jaar lang op bovennatuurlijke wijze door toedoen van Satan hebben geteisterd. Deze dag vertegenwoordigt een nieuw begin van verzoening tussen God en mensheid, en voor de wereld vrijheid van Satan.

Leviticus 23:26-32 En de HERE sprak tot Mozes: 27 Maar op de tiende van die zevende maand is de Verzoendag; een heilige samenkomst zult gij hebben en gij zult u verootmoedigen en de HERE een vuuroffer brengen. 28 Op die dag zult gij generlei arbeid verrichten, want het is de Verzoendag, om over u verzoening te doen voor het aangezicht van de HERE, uw God. 29 Want ieder die zich op die dag niet zal verootmoedigen [Willibrordvertaling: Wie niet vast. NBV: Wie deze dag niet in onthouding doorbrengt.], zal uitgeroeid worden uit zijn volksgenoten. 30 Ieder die enige arbeid verricht op die dag, zal Ik verdelgen uit het midden van zijn volk. 31 Generlei arbeid zult gij verrichten: het is een altoosdurende inzetting voor uw geslachten, in al uw woonplaatsen. 32 Het zal u een volkomen sabbat zijn en gij zult u verootmoedigen. Op de negende van de maand, des avonds, van avond tot avond, zult gij uw sabbat vieren.

God sprak tot Mozes, waarna Mozes de Israëlieten zei wat God had opgedragen. Wij moeten ons op deze dag vierentwintig uur lang, van zonsondergang tot zonsondergang, verootmoedigen, dat is vasten. We weten dat het effect van vasten nederig maken is, zoals David dit uitdrukte.

Psalm 35:13 Maar mij aangaande — toen zij ziek waren, was een rouwgewaad mijn kleed, ik verootmoedigde [vernederde] mij met vasten, en mijn gebed keerde in mijn boezem weder;

We zien hier dat God David inspireerde deze twee — vernederen en vasten — aan elkaar te koppelen, zoals dit op veel andere plaatsen in de Schrift voorkomt. Vasten moet als doel hebben zich vernederen om dichter tot God en Zijn gerechtigheid te komen. Vasten op de Verzoendag is een levendige herinnering aan de geestesgesteldheid die nodig is voor behoud. Dat is een houding van nederigheid, goddelijk verdriet en een ernstig zoeken van God en Zijn weg. De wereld zal tot deze conditie worden gebracht door catastrofale gebeurtenissen die uitmonden in de wederkomst van Jezus Christus.

Toen Mozes op de berg was, was hij veertig dagen lang zonder voedsel en water. God verlangt dat niet van ons, maar we moeten op deze ene dag vasten als een opgedragen geestelijk Feest, naast de andere keren in het jaar dat dit nodig mocht zijn.

De bevelen voor de offeranden op de Verzoendag staan in Numeri 29.

Numeri 29:7-11 Op de tiende dag dezer zevende maand zult gij een heilige samenkomst hebben en u verootmoedigen, gij zult generlei arbeid verrichten. 8 Dan zult gij de HERE een brandoffer, een liefelijke reuk, brengen: één jonge stier, één ram, zeven éénjarige schapen; gaaf zullen zij zijn; 9 en het bijbehorend spijsoffer: fijn meel aangemaakt met olie, drie tienden bij de stier, twee tienden bij de éne ram, 10 telkens een tiende bij elk van de zeven schapen; 11 één geitebok als zondoffer, ongeacht het zondoffer der verzoening en het dagelijks brandoffer en het bijbehorend spijsoffer en de bijbehorende plengoffers.

We zien dus de oudtestamentische instructies voor de offeranden op de Verzoendag. Zowel Numeri 29 als Leviticus 23 dragen ons op dat we geen enkel werk mogen doen tijdens deze periode van vierentwintig uur. Dit is heel duidelijk en gemakkelijk te begrijpen, en God zei het diverse keren.

Leviticus 23:27 Maar op de tiende van die zevende maand is de Verzoendag; een heilige samenkomst zult gij hebben en gij zult u verootmoedigen en de HERE een vuuroffer brengen.

In het oude Israël werden de offeranden aan God gegeven in de vorm van reine dieren, graan en olie. Geiten werden gegeven voor het zondoffer, enzovoort. Daarom zamelen we, als we op de Heilige Dagen voor God verschijnen, een offerande in. In deze tijd wordt er in de kerk een financieel offer ingezameld. In de loop van het jaar en op de sabbat geven we andere typen van offeranden, zoals het loven van God tijdens het zingen. Een offerande in deze tijd wordt in een bepaald opzicht op fysieke wijze gegeven in termen van euro's, maar onze offeranden aan God zouden moeten aangeven in welke mate we Hem zijn toegewijd, hoe onze houding is jegens Hem en hoe groot onze bereidheid is Hem te dienen en te gehoorzamen.

God belooft dat veel van Zijn zegeningen niet geteld worden in termen van geld of fysieke beloning. De zegeningen van God bestaan uit een geweldige overvloed aan dingen — ons leven, onze gezondheid, onze bescherming, ons gezin, onze baan — evenals de dingen die we kunnen doen, en in het bijzonder in deze slechte wereld ons verlossen van de boze. Dat zijn allemaal zegeningen die God ons geeft en dingen waar we heel dankbaar voor kunnen zijn. Eén dag zonder eten en drinken doorbrengen is gewoon onbelangrijk in vergelijking met de zegeningen die God gedurende de rest van het jaar over ons heeft uitgestort.

Wat wordt ons nog meer opgedragen in samenhang met de Verzoendag?

Leviticus 23:28-31 Op die dag zult gij generlei arbeid verrichten, want het is de Verzoendag, om over u verzoening te doen voor het aangezicht van de HERE, uw God. 29 Want ieder die zich op die dag niet zal verootmoedigen, zal uitgeroeid worden uit zijn volksgenoten. 30 Ieder die enige arbeid verricht op die dag, zal Ik verdelgen uit het midden van zijn volk. 31 Generlei arbeid zult gij verrichten: het is een altoosdurende inzetting voor uw geslachten, in al uw woonplaatsen.

Ik herhaal deze verzen omdat God deze informatie almaar blijft herhalen. Hij wil dat dit in ons denken wordt ingeprent.

Hoeveel mensen plachtten in deze tijd deel uit te maken van één van de gemeenten van Gods kerk? Wie bekeerd was en wie niet, weet alleen God — velen zijn geroepen, maar weinigen zijn uitverkoren — maar hoeveel mensen zijn van God afgesneden en van de kerk, omdat ze niet langer de Verzoendag houden? God zegt dat Zijn mensen absoluut, in het geheel, geen werk moeten doen en dat dat een inzetting is voor altijd en overal. Hij zegt dat Hij iemand die op deze dag werkt van onder Zijn volksgenoten zal uitroeien. Het is duidelijk dat God dit heel serieus neemt.

Tegen wie heeft God het en voor hoe lang bedoelt God dat? Dit wordt fysiek verlangd van alle fysieke Israëlieten. Dit betekent dat deze inzetting nog steeds van kracht is voor alle nakomelingen van Jakob, wiens naam door God in Israël werd veranderd. Deze inzetting is nog steeds van kracht voor de oude Israëlieten, hun kinderen en de kinderen van hun kinderen, enzovoort, tot in de huidige tijd en doorgaand in het Millennium — in al hun geslachten. Dit wordt verlangd van de nakomelingen van Israël, alle twaalf stammen (waarbij de stam van Jozef als bijzondere zegen van God in tweeën, Efraïm en Manasse, werd gesplitst). Deze instelling is van kracht op hen die ervoor kiezen deel te gaan uitmaken van de nakomelingen van Jakob. Als wij fysiek nakomelingen zijn van de Israëlieten, dan wordt het om deze reden van ons verlangd, zelfs al behoren we niet tot de kerk van God.

Veel belangrijker echter is dat God het heeft tegen Zijn kerk — geestelijk Israël. Als wij geestelijke Israëlieten zijn — dat is leden van Gods kerk, ongeacht of we nakomelingen zijn van Israël of nakomelingen van heidenen — dan wordt ons opgedragen de Verzoendag te houden. Kijk eens hoeveel God ons openbaart als we de Heilige Dagen jaar na jaar, vele tientallen jaren lang, trouw houden. Elk jaar leren we meer en elk jaar begrijpen we meer.

Leviticus 23:29 Want ieder die zich op die dag niet zal verootmoedigen, zal uitgeroeid worden uit zijn volksgenoten.

We zien dat ook in de verzen 27 en 32 wordt gezegd: "... gij zult u verootmoedigen ..." Niemand die hier aanwezig is, heeft er enige twijfel over wat we op deze dag moeten doen. Daar God het driemaal herhaalt, is het heel belangrijk. Het is zo belangrijk dat iemand die niet vast — zich totaal onthoudt van eten en drinken op die dag — van Gods volk zal worden afgesneden. Het is een droevig iets te denken aan al die tienduizenden mensen die deel uitmaakten van de organisatie die God voor een bepaalde tijd gebruikte om Zijn kerk in onder te brengen, en hoevelen daarvan nu zijn afgesneden.

Natuurlijk wordt jonge kinderen stapje voor stapje geleerd hoe te vasten. Hier gaan diverse jaren over heen, te beginnen ergens tijdens de schoolleeftijd.

Het gebod om op de Verzoendag te vasten is een testgebod, om te zien hoe vastbesloten we zijn om God te gehoorzamen. Vanuit menselijk oogpunt is het een onplezierige dag. Niemand vindt het leuk een dag zonder eten en drinken te moeten doorbrengen, omdat mensen slaaf zijn aan de noodzaak van en het verlangen naar voedsel en genot.

Leviticus 23:32 Het zal u een volkomen sabbat zijn en gij zult u verootmoedigen. Op de negende van de maand, des avonds, van avond tot avond, zult gij uw sabbat vieren.

Bijbels is het heel duidelijk dat alle Heilige Dagen sabbatten worden genoemd, het zijn jaarlijkse sabbatten. Helaas zijn de meeste gangbare kerken niet geïnteresseerd in wat God te zeggen heeft in Zijn geïnspireerd, geschreven woord, omdat het botst met hun niet bijbelse, menselijke tradities, zoals zondagviering, Kerstmis en Pasen, en hun meeste andere leerstellingen. In Exodus 31 benadrukt God dat het houden van de wekelijkse sabbat en de jaarlijkse sabbatten voor altijd een teken is tussen God en Zijn volk. De wekelijkse sabbat en de Verzoendag in het bijzonder zijn dagen waarop absoluut geen enkel werk kan worden gedaan. Op de andere Heilige Dagen kan een vuur worden ontstoken, maar niet op de Verzoendag of de wekelijkse sabbat.

De Verzoendag is een dag van plechtige rust, vernieuwing, herstel, bevrijding en vergeving. Deze dag is een nieuw begin en betekent vrijheid voor de wereld. We zien dit op een fysieke manier uitgebeeld in het jaar der vrijlating en het jubeljaar. Iedere zevende Verzoendag luidt het jaar van vrijlating en de sabbatsrust voor het land in. Aan het eind van het negenenveertigste jaar van deze cyclus van zeven jaren werd ook het jubeljaar aangekondigd. Deze tijdsperioden brachten grote fysieke en geestelijke voordelen met zich mee, en er was een belangrijke profetische betekenis aan verbonden. De aankondiging van deze jaren op de Verzoendag betekende het einde van fysieke en economische slavernij in de natie Israël, en het begin van een periode van fysieke en economische vrijheid. Het was een dag waar men in het oude Israël werkelijk naar uitkeek, omdat het zoveel betekenis had in samenhang met vrijheid. Elk zevende jaar moesten de schulden worden kwijtgescholden en alle in dienst genomen en gekochte slaven moesten worden vrijgelaten. Dit betekende dat iedereen die bij iemand anders in de schuld stond in het dan beginnende jaar een nieuwe start kon maken.

Deuteronomium 15:1-2, 12 Na verloop van zeven jaar zult gij een kwijtschelding doen plaats hebben. 2 En dit is de wijze van kwijtschelding: iedere schuldeiser zal hetgeen hij aan zijn naaste leende, kwijtschelden; hij zal zijn naaste en zijn broeder niet tot betaling dwingen, omdat men een kwijtschelding voor de HERE heeft afgekondigd. ... 12 Wanneer uw broeder, een Hebreeuwse man, of een Hebreeuwse vrouw, zich aan u verkoopt, dan zal hij u zes jaar dienen, maar in het zevende jaar zult gij hem vrij laten weggaan.

Let erop dat de periode van in de schuld staan of van slavernij eindigde aan het einde van het zevende jaar — een eind aan het gebonden zijn en een nieuw begin. Dat was een tijd van vreugde en vervulde hoop. In het verleden werden mensen die in de schuld stonden weer in vrijheid gesteld zodra zij werden bevrijd van hun economische slavernij.

Leviticus 25 is een parallelverslag van Deuteronomium 15; beide verslagen bepalen dat elk zevende jaar het land rust moest krijgen van intensieve landbouwproductie. Deze rust van het land moest een tijd van vernieuwing zijn voor het land, evenals het een rusttijd was voor hen die het land bebouwden.

Leviticus 25:4-7 maar in het zevende jaar zal het land een volkomen sabbat hebben, een sabbat voor de HERE: uw akker zult gij niet bezaaien en uw wijngaard niet snoeien. 5 Wat vanzelf opkomt van uw oogst, zult gij niet inoogsten en de druiven van uw ongesnoeide wijnstok zult gij niet inzamelen; het zal een jaar van rust voor het land zijn. 6 De sabbatopbrengst van het land zal u tot voedsel zijn: u en uw slaaf en uw slavin, uw dagloner en uw bijwoner, die bij u vertoeven. 7 Ook voor uw vee en voor het gedierte, dat in uw land is, zal de gehele opbrengst daarvan tot voedsel zijn.

Met de rust van het land ging het vooruitzicht gepaard van een grotere oogst — een nieuw begin.

De aankondiging van het jubeljaar dat aanbrak met de negenenveertigste Verzoendag, was een bijzondere zegen voor de gehele natie Israël. Het jubeljaar garandeerde de instandhouding van het economisch evenwicht in de natie. Alle schuld moest worden kwijtgescholden; in dienst genomen of gekochte slaven moesten van hun schuld of van hun slavernij worden bevrijd; en alle landerijen moesten teruggegeven worden aan hun rechtmatige eigenaren, waardoor de economie weer terug in balans werd gebracht.

Leviticus 25:8-9 Voorts zult gij u zeven jaarsabbatten tellen, zevenmaal zeven jaren; zodat de dagen van de zeven jaarsabbatten negenenveertig jaren zijn. 9 Dan zult gij bazuingeschal doen rondgaan in de zevende maand op de tiende van de maand; op de Verzoendag zult gij de bazuin doen rondgaan door uw ganse land.

Het vertegenwoordigde een nieuw begin voor de mensen in het oude Israël. Elk zevende jaar kondigde de Verzoendag het eind aan van fysieke en economische slavernij en het begin van een nieuwe sabbatcyclus van jaren. In elk negenenveertigste jaar van deze sabbatcyclus van jaren kondigde God aan dat het volgende jaar een jubeljaar was. Het vijftigste jaar was een heilig jaar dat apart werd gezet als een jaar van fysieke en geestelijke vrijheid en vernieuwing.

Leviticus 25:10-12 Gij zult het vijftigste jaar heiligen en vrijheid in het land afkondigen voor al zijn bewoners, een jubeljaar zal het voor u zijn, dan zal ieder van u tot zijn bezitting en tot zijn geslacht terugkeren. 11 Een jubeljaar zal dit vijftigste jaar voor u zijn, dan zult gij niet zaaien en wat dan vanzelf opkomt zult gij niet oogsten en dan zult gij de ongesnoeide wijnstok niet aflezen. 12 Want het zal u een jubeljaar zijn, heilig zal het u zijn; van de akker zult gij eten wat hij opbrengt.

Het verband van het nummer vijftig met vrijheid evenals rust komt naar voren in de manier waarop God het jubeljaar vaststelde. Elk zevende jaar moet een sabbatsjaar zijn waarin het land braak ligt, maar nadat er zeven sabbatsjaren voorbij zijn gegaan, moet Israël het vijftigste jaar houden als een tweede sabbatsjaar — een jubeljaar. In dit jaar kondigt een trompetstoot op de Verzoendag de teruggave aan aan de oorspronkelijke eigenaar van elk grondgebied dat verkocht was en de vrijheid van elke Israëliet in het land die als slaaf was verkocht.

Leviticus 25:28, 40 Maar indien hij niet verwerft wat nodig is, om hem terug te betalen, dan blijft wat hij verkocht heeft, in het bezit van hem die het gekocht heeft, tot het jubeljaar: maar in het jubeljaar zal het vrijkomen, en hij zal zijn bezitting terugkrijgen. ... 40 Als een dagloner, als een bijwoner zal hij bij u zijn; tot het jubeljaar zal hij bij u arbeiden.

Idealiter zou er in het leven van elke Israëliet minstens één jubeljaar voorkomen. De grootste betekenis van een jubeljaar ligt in zijn relaties met sabbatsrust en vrijheid. Dit is precies wat er in deze wereld zal gaan gebeuren na de verdrukking en de dag des Heren: De aarde en de volken zullen een sabbatsrust en vrijheid binnengaan.

Betreffende Israëls ballingschap in Babylon, zoals vastgelegd in Ezechiël, keerde Israël uit ballingschap terug in een jubeljaar. Al had God Israël als cadeau aan Babylon gegeven, toch was dat slechts een tijdelijk cadeau, dat teruggegeven moest worden in het "jaar der vrijheid", wat hetzelfde is als het jubeljaar.

Ezechiël 46:16-18 Zo zegt de Here HERE: Wanneer de vorst een geschenk aan één zijner zonen geeft, dan is het diens erfdeel; aan zijn zonen zal het toebehoren, het is hun bezit als erfdeel; 17 maar wanneer hij een geschenk uit zijn erfdeel aan één van zijn dienaren geeft, zal het hem toebehoren tot het jaar der vrijlating en dan tot de vorst terugkeren; voorwaar, het is zijn eigen erfdeel, aan zijn zonen zal het blijven toebehoren. 18 De vorst mag echter niets nemen uit het erfdeel van het volk door het uit zijn bezit te verdringen; hij zal van zijn eigen bezit zijn zonen doen erven, opdat niemand van mijn volk uit zijn bezitting verdreven worde.

Israël keek met hoop vooruit naar het naderende vijftigste jaar van de ballingschap als het einde van de overheersing door Babylon, een jubeljaar. Evenals het land en de individuele Israëlieten Gods bezit zijn, zo behoorde ook de gehele natie alleen aan God, Die het in het jubeljaar zou terugnemen. Israël in ballingschap herinnerde zich haar glorie uit het verleden en hoopte op een toekomstig herstel door God. Dit is ook een belofte van hoop voor Israël na de wederkomst van Christus. In een jubeljaar — op de Verzoendag — zal Israël haar erfelijk bezit terug ontvangen.

Zoals de profetie in Ezechiël 37:16-28 laat zien, zullen Juda en de andere stammen van Israël samen teruggebracht worden als Christus Koning is over de gehele aarde en David koning zal zijn over Israël. Alle stammen zullen één Herder hebben, onder Gods oordeel staan en Zijn instellingen in acht nemen. De Verzoendag is een instelling, een wet. Webster's Dictionary zegt dat een instelling een vastgestelde regel is, een formeel voorschrift, een wet aangenomen door een wetgevend lichaam (God en Christus) en vastgelegd in een formeel document.

Oudtestamentische schriftgedeelten leggen uit dat we de Heilige Geest nodig hebben om Gods wetten te onderhouden. God zei dit reeds lang geleden toen Hij voor het eerst handelde met Israël en hun de wet gaf:

Deuteronomium 5:29 Och, hadden zij [de Israëlieten] steeds zulk een hart om Mij te vrezen en om al mijn geboden te onderhouden, opdat het hun en hun kinderen voor altoos wèl mocht gaan!

Ezechiël 37 laat zien dat ze een nieuw, door de geest geleid, hart zullen hebben.

De Verzoendag plaveit de weg voor het begin van het Millennium. Alle dingen die op de Verzoendag werden aangekondigd, duidden in profetisch opzicht op de tijd van de bevrijding van de mens van fysieke en geestelijke slavernij als gevolg van het offer van Jezus Christus, van Christus' overwinning op Satan en Satans verwijdering van de aarde en zijn gevangenschap in ketenen in de buitenste duisternis. De Verzoendag en het jubeljaar beeldden een nieuw begin uit, het begin van zegeningen voor hen in de wereld die wilden luisteren naar de aankondiging van hun behoud en de stem van God zouden gehoorzamen om Zijn rust binnen te gaan door Hem toe te staan hen van hun zonden te reinigen en hen te heiligen door het bloed van Christus.

Het jubeljaar gaat helemaal over hoop, rust en vergeving. Het vertegenwoordigt de herstelde relatie tussen God en de zondaar die tot stand komt door vergeving, de verzoening van mensen die eens van God afgescheiden waren en vijandig tegenover Hem stonden. Zeven keer wordt Hij in de Schrift beschreven met de woorden "barmhartig en genadig, traag tot toorn en overvloedig in standvastige liefde". God verlangt ernaar om te vergeven.

Leviticus 23:28-29 Op die dag zult gij generlei arbeid verrichten, want het is de Verzoendag, om over u verzoening te doen voor het aangezicht van de HERE, uw God. 29 Want ieder die zich op die dag niet zal verootmoedigen, zal uitgeroeid worden uit zijn volksgenoten.

De Verzoendag is een toepassing van vergeving. Als iemand de Verzoendag niet houdt, vist hij achter het net omdat hij afgesneden wordt. Wij, als leden van Gods kerk, hebben met het Pascha vergeving, maar de wereld zal pas met de Verzoendag vergeving ontvangen. Het Pascha is voor ons en ook de Verzoendag heeft een directe betekenis voor ons, maar deze zal eveneens voor de mensen in de wereld een ontzagwekkende betekenis hebben.

Een van de ergste dingen die kan gebeuren is van God afgesneden te worden. De mensen die de sabbatten van God niet houden, en ook de Heilige Dagen niet houden, beseffen niet dat ze van God afgesneden zijn. Daarom is de Verzoendag zo belangrijk. We willen één met God zijn, maar de wereld kan dat niet tot na de wederkomst van Christus. Het tegengestelde van afgesneden van Hem zijn, is één met Hem zijn, en wij kunnen niet één zijn met God tenzij we doen wat Hij zegt.

Deze vastendag is heel belangrijk voor ons, omdat deze laat zien dat we slechts vleselijk zijn en vlees is niet lang houdbaar. Deze dag benadrukt voor ons ook dat we niet op vlees kunnen vertrouwen, omdat we beseffen hoe zwak en hopeloos mensen zijn, niet in staat iets tegen Satan, het machtige geestelijke wezen, te doen. Daarnaast leert die dag ons totaal op God te vertrouwen, daar alles wat we hebben, van God komt. Satan kan niet met fysieke middelen worden overwonnen, maar dat is precies wat Satan ons wil laten proberen. Als hij ons zover kan krijgen dat te proberen, dan heeft hij ons te pakken. Satan kan alleen overwonnen worden door geestelijke middelen, wat laat zien dat zonde niet totaal kan worden uitgebannen zolang Satan op het toneel aanwezig is.

Wat is onze verantwoordelijkheid op de Verzoendag? Hoe worden we één met God? Hoe kunnen we Satan bestrijden? We verlangen er heel sterk naar dat Satan voor duizend jaar gebonden wordt, en daarna, na het oordeel van de grote witte troon, voor eeuwig.

De grote paradox van het leven uit geloof waartoe we geroepen zijn, is dat zegeningen voortkomen uit zelfverloochening. We ontvangen door te geven en we verwerven ons leven door het af te leggen. Het enige berouw dat telt bij God is het soort dat kan worden gezien in de manier waarop we leven, in het bijzonder in de manier waarop we andere mensen behandelen.

De reden dat we vasten is om onszelf te vernederen en geloof te vermeerderen, en daar blijk van te geven waardoor ons begrip van het evangelie verdiept wordt. Nederigheid komt voort uit erkennen wat we werkelijk zijn. Geloof wordt aan de dag gelegd als we beseffen wat God werkelijk is en dat we als gevolg daarvan Hem vertrouwen en vereren.

Hebreeën 4:2 Want ook ons is het evangelie verkondigd evenals hun, maar het woord der prediking was hun niet van nut, omdat het niet met geloof gepaard ging bij hen, die het hoorden.

Het evangelie dat de wereld hoorde ging niet gepaard met geloof. Dit geldt ook voor het onkruid in de kerk. Zij hebben oren om te horen, maar geen ogen om te zien. Job realiseerde zich dit principe nadat hij door zijn zware beproeving heen was gegaan, waarin hij alles verloor en op een zacht bed van as belandde vanwege vreselijk pijnlijke zweren die zijn gehele lichaam bedekten.

Job 42:5-6 Slechts van horen zeggen had ik van U vernomen, maar nu heeft mijn oog U aanschouwd. 6 Daarom herroep ik en doe boete in stof en as.

Op de Verzoendag is dit de houding die we moeten bereiken. We worden niet zover als Job gebracht — we moeten slechts vierentwintig uur vasten en ons verootmoedigen — maar dit geeft ons maar een heel flauw vermoeden van datgene waar Job doorheen ging en wat hij daaruit leerde. Zonder door dat alles heen te gaan, kunnen wij de les leren die Job leerde: God zien zoals Hij werkelijk is en inzien wat Hij van ons verlangt.

Berouw gaat niemand van ons gemakkelijk af en het is het moeilijkste voor mensen die er gewend aan zijn geraakt religie te gebruiken als bedekking voor zonde. Als hun gebeden niet beantwoord worden, vinden ze het gemakkelijker God de schuld te geven dan eens grondig en diepgaand naar zichzelf te kijken. God is niet het probleem.

Jesaja geeft Gods instructieve woord weer hoe we niet moeten vasten, en waarom en hoe we het wèl moeten doen. De verzen 1 tot 5 zijn een uiteenzetting van een verkeerd vasten. De verzen 6 tot 14 zijn een beschrijving van het soort vasten dat God werkelijk behaagt.

Jesaja 58:1-3 Roep luidkeels, houd niet in, verhef uw stem als een bazuin en maak mijn volk zijn overtreding bekend en het huis van Jakob zijn zonden. 2 Wel zoeken zij Mij dag aan dag en hebben zij een welgevallen aan de kennis mijner wegen, als een volk dat gerechtigheid doet en het recht van zijn God niet veronachtzaamt. Zij vragen Mij rechtvaardige verordeningen, zij hebben er een welgevallen aan tot God te naderen. 3 Waarom vasten wij, als Gij er toch niet op let: verootmoedigen wij ons, als Gij er toch geen acht op slaat? Zie, op uw vastendag doet gij zaken [Statenvertaling: vindt gij uw lust] en drijft gij al uw arbeiders aan.

Dit zijn twee belangrijke schendingen van de sabbatswet: "je eigen plezier zoeken" en "werken". Dit is iets dat we ter harte moeten nemen.

Jesaja 58:4 Zie, tot twist en tot strijd vast gij en om te slaan met snode vuist; gij vast heden niet om uw stem in den hoge te doen horen.

De Israëlieten vastten om te proberen God zover te krijgen dat Hij anderen strafte en anderen zou laten zien waar zij het niet mee eens waren. Deze zelfzuchtige manier van vasten leverde hen niets op en zorgde er in feite voor dat God van hen ging walgen.

Jesaja 58:5-14 Zou dit het vasten zijn, dat Ik verkies, een dag, waarop de mens zichzelf verootmoedigt: dat hij zijn hoofd laat hangen als een bieze en zich rouwgewaad en as tot een leger spreidt? Noemt gij dat een vasten, dat een dag die de HERE welgevallig is? 6 Is dit niet het vasten dat Ik verkies: de boeien der goddeloosheid los te maken, de banden van het juk te ontbinden, verdrukten vrij te laten en elk juk te verbreken? [Dit wordt — zoals u zich nog wel herinnert — door het jubeljaar uitgebeeld.] 7 Is het niet, dat gij voor de hongerige uw brood breekt en arme zwervelingen in uw huis brengt, ja, als gij een naakte ziet, dat gij hem bekleedt en u niet onttrekt aan uw eigen vlees en bloed? 8 Dan zal uw licht doorbreken als de dageraad en uw wond zich spoedig sluiten; uw heil zal voor u uit gaan, de heerlijkheid des HEREN zal uw achterhoede zijn. 9 Als gij dan roept, zal de HERE antwoorden; als gij om hulp roept, zal Hij zeggen: Hier ben Ik. Wanneer gij uit uw midden het juk wegdoet, het wijzen met de vinger en het spreken van boosheid nalaat, 10 wanneer gij de hongerige schenkt wat gij zelf begeert en de verdrukten verzadigt, dan zal in de duisternis uw licht opgaan en uw donkerheid zal zijn als de middag. 11 En de HERE zal u voortdurend leiden, u in dorre streken verzadigen en uw gebeente krachtig maken; dan zult gij zijn als een besproeide hof en als een bron, waarvan het water niet teleurstelt. 12 En de uwen zullen de overoude puinhopen herbouwen, de grondvesten van vorige geslachten zult gij herstellen, en men zal u noemen: Hersteller van bressen, Herbouwer van straten. 13 Indien gij niet [als vaste gewoonte] over de sabbat heenloopt door uw zaken te doen op mijn heilige dag, maar de sabbat een verlustiging noemt, de heilige dag des HEREN van gewicht, en die eert door noch uw gewone bezigheden te doen, noch uw zaken te behartigen, of ijdele taal uit te slaan, 14 dan zult gij u verlustigen in de HERE en Ik zal u doen rijden over de hoogten der aarde en u doen genieten het erfdeel van uw vader Jakob, want de mond des HEREN heeft het gesproken.

De verzen 6 tot 14 leggen de juiste manier van vasten uit, de juiste houding die we moeten hebben terwijl we vasten.

Jesaja waarschuwde dat allen die goede dingen verlangen, en hun verzoek zelfs versterken door te vasten, niet kunnen verwachten gehoord te worden totdat ze de manier waarop ze leven veranderen. Het gebod om de sabbat te houden is — evenals het gebod voor een oprecht vasten — een gebod voor een veranderd hart en leven, niet alleen maar het nog pietepeuteriger in acht nemen van een ritueel. Het in acht nemen is ook belangrijk omdat God er opdracht toe geeft, maar niet even belangrijk als een juist hart met nederigheid. Er is geen kortere weg naar geestelijke vreugde en overwinning; deze komen voort uit berouw en een bereidheid op Gods manier van leven te leven.

De oudtestamentische profeten maken het duidelijk dat offeranden vergeefs zijn zonder geloof en oprecht berouw. Voor ons in deze tijd brengen we offeranden in de vorm van gebeden, vasten, lofprijzing, dienen, financiële bijdragen en goede werken. In feite roept de praktijk van offeren los van een juiste inwendige betrokkenheid het oordeel van God over ons uit. Bijvoorbeeld Jesaja geeft Gods berisping weer: "Ik heb geen welgevallen aan het bloed van stieren ... Gaat niet voort met het brengen van huichelachtige offers."

Jesaja 1:11-13 Waartoe dient Mij de menigte uwer slachtoffers? zegt de HERE; oververzadigd ben Ik van de brandoffers van rammen en het vet van mestkalveren, en aan het bloed van stieren, schapen en bokken heb Ik geen welgevallen. 12 Wanneer gij komt om voor mijn aangezicht te verschijnen — wie heeft dit van u verlangd mijn voorhoven plat te treden? 13 Gaat niet voort met huichelachtige offers te brengen — gruwelijk reukwerk is het Mij; nieuwe maan en sabbat, het bijeenroepen der samenkomsten — Ik verdraag het niet: onrecht met feestelijke vergadering.

Mensen die komen om God te vereren en toch nog uit gewoonte zondigen, maken Hem misselijk. Amos reageerde op praktisch dezelfde manier op Israëls huichelachtigheid. Ook hier zien we Gods walging van Israël:

Amos 4:1-5 Hoort dit woord, gij koeien van Basan [weelderige weide], die woont op de berg van Samaria, gij, die geringen verdrukt en armen vertrapt, die zegt tot uw heren: Breng aan, dat wij drinken! 2 De Here HERE heeft gezworen bij zijn heiligheid: Voorwaar, zie, dagen zullen over u komen, dat men u met angels zal optrekken en wie van u overblijven met vishaken. 3 Door de bressen zult gij uitgaan, elk recht voor zich heen, en gij zult weggesleept worden naar Haharmon, luidt het woord des HEREN. 4 Komt naar Betel en pleegt afval, naar Gilgal — vermeerdert de afval! Brengt des morgens uw slachtoffers, op de derde dag uw tienden! 5 Ontsteekt een lofoffer van het gezuurde en roept vrijwillige offers uit; doet het horen! Zo wilt gij het immers gaarne, o Israëlieten, luidt het woord van de Here HERE.

Zij hielden zich aan het ritueel om offeranden te brengen en sabbatdiensten bij te wonen en zulk soort dingen, maar dat was huichelen, omdat het in hun leven zo'n janboel was. Offerrituelen brachten verzoening teweeg voor hen die zich echt van de zonde hadden afgewend en zich in geloof voor God hadden vernederd. Zelfs met het verzoenend offer van Christus zal niets minder dan een inwendige oprechtheid, samengaand met dat offer, verzoening teweeg brengen tussen God en de zondige mensheid. Verzoening is nodig om de scheiding ongedaan te maken tussen een beledigde, heilige God en een zondig, opstandig iemand. Wij worden met God verzoend door Christus' zelfopofferende dood. Hoe ontzagwekkend dat ook is, het maakt slechts verzoening beschikbaar voor ons. Om er van te kunnen profiteren, moeten we trouw, nederig, oprecht en berouwvol zijn.

Romeinen 5:7-11 Want niet licht zal iemand voor een rechtvaardige sterven — maar misschien heeft iemand nog de moed voor een goede te sterven — 8 God echter bewijst zijn liefde jegens ons, doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is. 9 Veel meer zullen wij derhalve, thans door zijn bloed gerechtvaardigd, door Hem behouden worden van de toorn. 10 Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood zijns Zoons, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden worden, doordat Hij leeft; 11 en dát niet alleen, maar wij roemen zelfs in God door onze Here Jezus [Christus], door wie wij nu de verzoening ontvangen hebben.

Verzoening is het in gunstig aanzien herstellen van hen die door hun gedrag dit niet langer waardig waren. Het heeft in zich het idee van éénwording, of bedekken van zonde en gaat gepaard met een grondige verandering van de ene toestand in de andere. Verzoening betekent dat iemand of iets volledig is veranderd en aangepast aan een vereiste standaard. Dit heeft God voor ons gedaan door Zijn Zoon, Jezus Christus.

2 Corinthiërs 5:18-20 En dit alles is uit God, die door Christus ons met Zich verzoend heeft en ons de bediening der verzoening gegeven heeft, 19 welke immers hierin bestaat, dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was, door hun hun overtredingen niet toe te rekenen, en dat Hij ons het woord der verzoening heeft toevertrouwd. 20 Wij zijn dus gezanten van Christus, alsof God door onze mond u vermaande; in naam van Christus vragen wij u: laat u met God verzoenen.

Zelfs met het adembenemende offer en de dood van Jezus Christus voor onze zonden, hebben we nog een geweldige verantwoordelijkheid om rechtvaardig te leven om die verzoening te kunnen accepteren. Slechts door de rituelen van gehoorzaamheid en aanpassing gaan, brengen het proces van verzoening niet tot een einde.

God en de mensen zijn van elkaar vervreemd vanwege Gods heiligheid en de zondigheid van de mens. Door het offer van Christus is de straf voor de zonde van de mensheid betaald en Gods wraak tevreden gesteld. Door Christus' offer is een relatie van vijandigheid en vervreemding veranderd in een relatie van vrede en omgang met elkaar. God Zelf heeft ons met Zichzelf verzoend door Jezus Christus.

Verzoening betekent dat de vrede is hersteld, niet alleen maar in naam maar ook in daad, doordat er daarna een toestand van saamhorigheid en overeenstemming tussen twee partijen is ontstaan. Voor de verzoening plaatsvond waren er twee partijen die vervreemd van elkaar waren, gescheiden waren of op slechte voet met elkaar stonden. De handeling van verzoening brengt hen in een toestand van harmonie. Die scheiding wordt veroorzaakt door zonde en een vijandigheid tegen God die door Satan wordt teweeggebracht en aangewakkerd. Daarom moet hij geketend in de buitenste duisternis worden geplaatst, waardoor hij niet meer in staat is de mensheid te beïnvloeden. Verzoening is de oplossing voor het belangrijke probleem van vijandigheid van de mensheid tegen God, uitgelokt en teweeggebracht door Satan. Dit is de reden van de scheiding tussen God en de mensheid vanaf de zonde van Adam en Eva.

Romeinen 8:5-8 Want zij, die naar het vlees zijn, hebben de gezindheid van het vlees, en zij, die naar de Geest zijn, hebben de gezindheid van de Geest. 6 Want de gezindheid van het vlees is de dood, maar de gezindheid van de Geest is leven en vrede. 7 Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kan dat ook niet: 8 zij, die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen.

Gods Heilige Geest is uiterst belangrijk en iemand die Gods Heilige Geest niet heeft, kan niet één zijn, verzoend zijn, met God.

Voor Gods kerk beeldt de Verzoendag uit dat Christus Satan ontheft van zijn huidige positie als wereldheerser en Satans verwijdering naar een plaats volledig weg en afgescheiden van de mensheid. Hij zal duizend jaar gebonden zijn, niet langer in staat de naties te misleiden en de mens tot zonde te beïnvloeden. Nadat Satan in zijn gevangenis is geplaatst, zal de rest van de mensheid verzoend worden en één gemaakt worden met God. Zij zullen die gelegenheid hebben na Christus' wederkomst. Op dit moment zijn de enige mensen die de gelegenheid hebben deel te hebben aan die verzoening, zij die God roept. Voor de uitverkorenen van God geldt — dankzij het offer en het tussenbeide komen van Jezus Christus, onze Hogepriester en Advocaat — dat God de Vader ons met Zichzelf heeft verzoend.

In de brief aan de Hebreeën laat Paulus zien dat het houden van de Verzoendag een type is van het verzoenende werk van Christus. Hij benadrukt dat de perfectie van Christus in contrast staat met de ontoereikendheid van de vroegere dienst op aarde.

Hebreeën 9:6-15 Dit was dan aldus ingericht, en de priesters kwamen bij het vervullen van hun diensten voortdurend in de voorste tent, 7 maar in de tweede alleen de hogepriester, eenmaal in het jaar, niet zonder bloed, dat hij offerde voor zichzelf en voor de zonden door het volk in onwetendheid bedreven. 8 Daarmede gaf de Heilige Geest te kennen, dat de weg naar het heiligdom nog niet openlag, zolang de eerste tent nog bestond. 9 Dit was een zinnebeeld voor de tegenwoordige tijd, in zoverre gaven en offers gebracht werden, die niet bij machte waren hem, die (God daarmede) dient, voor zijn besef te volmaken, 10 daar zij met hun spijzen en dranken en onderscheiden wassingen slechts bepalingen voor het vlees zijn, opgelegd tot de tijd van het herstel. 11 Maar Christus, opgetreden als hogepriester der goederen, die gekomen zijn, is door de grotere en meer volmaakte tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van deze schepping, 12 en dat niet met het bloed van bokken en kalveren, maar met zijn eigen bloed, eens voor altijd binnengegaan in het heiligdom, waardoor Hij een eeuwige verlossing verwierf. 13 Want als (reeds) het bloed van bokken en stieren en de besprenging met de as der vaars hen, die verontreinigd zijn, heiligt, zodat zij naar het vlees gereinigd worden, 14 hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te dienen? 15 En daarom is Hij de middelaar van een nieuw verbond, opdat, nu Hij de dood had ondergaan, om te bevrijden van de overtredingen onder het eerste verbond, de geroepenen de belofte der eeuwige erfenis ontvangen zouden.

Als fysiek type ging de hogepriester van het Oude Verbond het heilige der heiligen binnen met het bloed van zijn offerdier. In de geestelijke vervulling hiervan ging Jezus de troonzaal — het Allerheiligste — van God de Vader binnen om voor de Vader te verschijnen ten behoeve van Zijn volk. De hogepriester moest ieder jaar zondoffers brengen voor zijn eigen zonden en de zonden van het volk. Dit was een jaarlijkse herinnering dat er nog niet in een perfecte verzoening was voorzien. Later bracht Jezus door Zijn eigen bloed eeuwige verlossing voor Zijn volk tot stand.

Eenvoudig gezegd is verlossing bevrijding door het betalen van een prijs. Het verwijst naar behoud van zonde, dood en de wraak van God door Christus' offer. Wij hebben verlossing in Jezus Christus, in Wie wij verlossing hebben door Zijn bloed (een verzoenend offer), de vergeving van zonde naar de rijkdom van Zijn genade. Paulus smeekt ons de prijs van onze verlossing in gedachten te houden en deze als motivatie te gebruiken om ons geweten te reinigen door goede werken. Het is niet genoeg om te denken goed te doen, we moeten daders van het woord van God zijn.

Verlossing zal voortdurend plaatsvinden totdat iedereen die daartoe bereid is, een geestelijk wezen is geworden in het Koninkrijk van God — wij als de eerstelingen en de rest van de wereld later. Verzoening maakt dit mogelijk voor de rest van de wereld, hen die volledig onder invloed van Satan hebben gestaan.

Verzoening is in principe een proces dat hen die afgescheiden zijn, tot eenheid brengt. Dat is het werk van Christus door het probleem dat door de zonden van de mensheid wordt gevormd, af te handelen en zondaren in de juiste relatie met God te brengen. Jezus Christus zal naar de aarde terugkeren om de verzoening te voltooien. Hij begon met ons als de eerstelingen van Zijn Koninkrijk. Satan moet in de buitenste duisternis worden geworpen en weerhouden worden om wie dan ook te beïnvloeden, omdat Satan zonde bevordert en zonde ons van God afscheidt.

Paulus' brief aan de Hebreeën zegt ons dat de levitische offeranden slechts reiniging van het vlees konden bewerkstelligen. Zij reinigden de zondaar op ceremoniële wijze, maar ze konden geen inwendige reiniging tot stand brengen, de voorwaarde om met God om te gaan. De offeranden dienden als type en profetie van Jezus Die, door Zijn betere en hoogste offer, het geweten reinigt van dode werken.

De oudtestamentische tabernakel werd deels ontworpen om Israël te onderwijzen dat zonde de toegang tot Gods tegenwoordigheid verhinderde. Alleen de hogepriester — en hij slechts eenmaal per jaar — kon het heilige der heiligen binnengaan, en dan niet zonder bloed mee te nemen ter verzoening van zonden. Jezus is echter door een nieuwe, levende weg de troonzaal van God binnengegaan, het ware heilige der heiligen, alwaar Hij nu leeft om voor Zijn volk tussenbeide te komen. De uitverkorenen van God hoeven niet langer op afstand te blijven, zoals de oude Israëlieten, maar mogen nu door Christus voor de troon der genade verschijnen.

In Hebreeën 13:11-12 worden we eraan herinnerd dat het vlees van het zondoffer van de Verzoendag buiten het kamp van Israël werd verbrand. Jezus leed ook buiten de poort van Jeruzalem, opdat Hij Zijn volk van zonde kon verlossen.

Hebreeën 13:11-16 Want van de dieren, waarvan het bloed als zondoffer door de hogepriester in het heiligdom werd gebracht, werd het lichaam buiten de legerplaats verbrand. 12 Daarom heeft ook Jezus, ten einde zijn volk door zijn eigen bloed te heiligen, buiten de poort geleden. 13 Laten wij derhalve tot Hem uitgaan buiten de legerplaats en zijn smaad dragen. 14 Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomstige. 15 Laten wij dan door Hem Gode voortdurend een lofoffer brengen, namelijk de vrucht onzer lippen, die zijn naam belijden. 16 En vergeet de weldadigheid en de mededeelzaamheid niet, want in zulke offers heeft God een welgevallen.

Wij moeten een levend offer zijn door lof en dank te brengen. Dit zijn aangename offeranden voor God en heel toepasselijk voor de Verzoendag.

Anders dan de weg die liep via de altaren van de Israëlieten en werd uitgevoerd door de priesters uit de lijn van Aäron, is de weg die door Christus door Zijn dood werd ingesteld permanent toegankelijk. Deze zal nooit meer veranderd worden of zijn kracht verliezen. Christus heeft volkomen afgedaan met de straf der zonde.

Zonde en het verwijderen van zonde heeft alles vandoen met de Verzoendag. Alleen het verwijderen van zonde zonder de verwijdering van Satan de duivel is niet voldoende. Als Satan door een engel van God wordt geketend, zal het denken van menselijke wezens dat voordien door Satan geestelijk gesloten werd gehouden, geestelijk worden geopend. Voor de eerste keer zal de mensheid in staat zijn Gods hoofdplan van behoud te begrijpen. Massa's mensen zullen zich dan bekeren en vergeving van hun zonden ontvangen. Alleen dan zullen menselijke wezens volledig op één lijn gaan zitten met Jezus Christus en de Vader — volledig verenigd — zoals uitgebeeld in de Verzoendag.

Op een heel persoonlijke manier is de Verzoendag een levendige uitbeelding van de gemoedstoestand die nodig is voor behoud. Deze dag beeldt een houding uit van nederigheid, van geloof, van goddelijk berouw en van het zoeken naar de juiste manier van leven. Het uiteindelijke doel is dat geestelijk Israël één zal worden met God de Vader en Jezus Christus. Om één met God te kunnen zijn, moeten we de Geest van God hebben, we moeten door God geheiligd worden.

Jezus' gebed tot Zijn Vader vlak voordat Hij werd gearresteerd, is vastgelegd zodat wij het geestelijke belang kunnen begrijpen van deze Verzoendag. Dit begrip is belangrijk omdat het ons laat zien dat we, om in het Koninkrijk van God te komen, één met God moeten worden zoals deze dag uitbeeldt.

Johannes 17:13-23 Maar nu kom Ik tot U en Ik spreek dit in de wereld, opdat zij ten volle mijn blijdschap in zichzelf mogen hebben. 14 Ik heb hun uw woord gegeven en de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet uit de wereld zijn, gelijk Ik niet uit de wereld ben. 15 Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor de boze. 16 Zij zijn niet uit de wereld, gelijk Ik niet uit de wereld ben. 17 Heilig hen in uw waarheid; uw woord is de waarheid. 18 Gelijk Gij Mij gezonden hebt in de wereld, heb ook Ik hen gezonden in de wereld; 19 en Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid. 20 En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen, die door hun woord in Mij geloven, 21 opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. 22 En de heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn: 23 Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot één, opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.

Deze Verzoendag beeldt volmaaktheid uit en beeldt de tijd uit dat we helemaal geen zonde meer zullen hebben, maar dat we volledig één zullen zijn met God. Jezus bad niet over een eenheid van organisatie of groepsverband. Hij bad voor eenheid op het gebied van persoonlijke relatie. De relatie tussen Jezus en God was en is er een van liefde en gehoorzaamheid. Jezus bad voor een eenheid van geest geleid door Gods liefde. Hij liet zien dat het nog niet de tijd voor de wereld was om de Heilige Geest te ontvangen. Dat zou in een ander tijdperk gebeuren: het Millennium!

Deze eenwording van elk individueel lid van de kerk met Jezus en God de Vader zou een getuigenis moeten zijn voor de wereld op een later moment. Jezus bad tot Zijn Vader: "opdat de wereld erkenne ... dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt." Onmiddellijk volgend op dit gebed werd Jezus verraden. Hij ging door een schijnproces en werd als verzoenend offer gekruisigd zodat eerst de kerk en later de rest van de mensheid één zou kunnen worden met Zijn Vader en met Hem. Het is een schitterende, kostbare bemoediging te beseffen dat vlak voor deze afschuwelijke uren Zijn laatste woorden geen woorden waren van hopeloosheid en ontmoediging, maar van heerlijkheid: "En de heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn."


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)