Eden, de hof en de twee bomen (Deel 1)

Door John W. Ritenbaugh
29 september 2007

Samenvatting: (toon)

John Ritenbaugh beweert, als hij het heeft over geografie en plaatsnamen in de Bijbel, dat God vaak heeft toegestaan dat verschillende groepen mensen verschillende namen gebruikten voor dezelfde geografische locatie (bv. de berg Hermon en de berg Sion beschrijven dezelfde locatie). Een belangrijk blijvend thema van de Bijbel heeft te maken met kopieën, schaduwen, symbolen en patronen, waarbij het oorspronkelijke patroon in de hemel is en daarvan op aarde kopieën worden gemaakt. De voorwerpen in de tabernakel ontlenen hun oorspronkelijke vorm en patroon aan Gods patroon in de hemel. In hetzelfde opzicht is God het origineel en zijn wij kopieën. De rivier die oostwaarts uit Eden (Gods persoonlijke woonplaats op deze aarde) stroomt en de rivier die vanaf Gods troon (Openbaring 22:1) stroomt, zijn beide het symbool van Gods Heilige Geest. Kaïn, de echte voorvader van Babylon, trok oostwaarts, systematisch weg van God. Daartegenover migreerden de nakomelingen van Abraham naar het westen en noordwesten, waar ze uiteindelijk in de meest noordwestelijke landen terechtkwamen. Jeruzalem (de locatie van de berg Sion, evenals van de loop van de Gihonstroom en de ondergrondse bron – een praktisch nooit eindigende bron van water) dat de centrale positie onder de naties inneemt is de waarschijnlijke locatie van de hof van Eden en de waarschijnlijke locatie voor het hemelse Jeruzalem. Mesopotamië is uitgesloten als plaats voor de hof van Eden.


Ik begin een nieuwe serie die geheel verschillend is van de eerste twee preken die ik op dit Loofhuttenfeest gaf, en ik hoop dat die preken verduidelijkend en bemoedigend waren. Ik wil dat we allemaal op één lijn zitten voor wat betreft waarom de Church of the Great God doet wat ze doet. Voordat we verdergaan wil ik u vier punten uit die vorige preken geven, die ze min of meer samenvatten.

1: Abraham en Sara belichaamden het leven van pelgrims. Zij leefden en werkten gericht op de toekomst. Zij hadden een visie van een veel betere wereld en daarom vestigden ze zich niet op permanente wijze in deze wereld, zodat ze zich ook niet van die visie lieten afleiden.

2: De Church of the Great God werkt op een manier waarbij de verantwoordelijkheid om uw relatie met God te ontwikkelen bij u wordt neergelegd. U zult de keuzes in uw leven moeten maken, want anders, gemeente, zal het karakter niet het uwe zijn.

3: Het is de verantwoordelijkheid van de kerk u te overtuigen door onderwijs zodat u begrip krijgt waar uw prioriteiten en keuzes behoren te liggen. We hadden daar vanmorgen een heel mooi voorbeeld van en ik hoop dat u bent overtuigd.

4: Het is in deze tijd niet de verantwoordelijkheid van de kerk het verkondigen van het evangelie aan de wereld tot haar hoogste prioriteit te maken. We beseffen dat de kerk zich momenteel in een "Deuteronomium"-situatie bevindt, waarin elk lid de laatste voorbereidingen treft om het Koninkrijk van God binnen te gaan. Dus totdat God een echte apostel aanstelt of een profeet (of twee) zendt, is onze verantwoordelijkheid door te gaan met de laatst gegeven opdracht, en die luidt: ons voorbereiden Hem te volgen, waar Hij ook maar gaat, in wat Hij ook maar doet.

Richard heeft in preken enkele keren het belang van "eerste gebeurtenissen" genoemd voor bijbels begrip. Hun belang ligt in het vastleggen van patronen voor gebeurtenissen die later plaatsvinden en de "eerste" verduidelijken vaak heel algemeen en fundamenteel specifieke betekenissen van wat later gebeurt.

Degenen onder ons die al wat ouder zijn, zullen zich wel herinneren hoe vaak de heer Armstrong naar de twee bomen verwees, teneinde de twee manieren van leven te illustreren die voor ons allemaal open staan. De ene boom vertegenwoordigt de weg van nemen en de andere boom de weg van geven. De ene vertegenwoordigt de weg van zelfgerichtheid, de andere de weg van liefde en uitgaande bezorgdheid.

Bijna de gehele Bijbel illustreert specifiek in een grote verzameling voorbeelden ontleend aan 4000 jaren menselijke geschiedenis het gevolg van het deelnemen aan wat elk van die twee bomen vertegenwoordigt. Herbert Armstrong verwees iedere keer weer naar die eerste gebeurtenis.

Het boek Genesis staat absoluut vol met eerste gebeurtenissen. Dat is de belangrijkste reden dat het "Genesis" wordt genoemd. Alleen al in de eerste twee hoofdstukken hebben we de herschepping, de eerste dag, de eerste week, de eerste vegetatie, de eerste dieren, de eerste algemene aanwijzing van het werk van de Schepper, het eerste gebod, het tweede gebod, het derde gebod, de eerste sabbat, de eerste man en de eerste vrouw, de eerste leugen, de eerste zonde, de eerste kleding, de eerste vervloeking, de eerste belofte van Christus, de eerste belofte dat de tijd zal komen dat Satan niet langer een probleem zal zijn waaraan de mensheid het hoofd dient te bieden. We sloten zojuist het derde hoofdstuk af en de andere 47 hoofdstukken bevatten massa's meer "eerste" gebeurtenissen voordat Genesis eindigt. Het is echt het basisboek van de Bijbel.

Vandaag gaan we beginnen met een aardrijkskundeles en deze begint natuurlijk in Genesis, omdat de wortels van het materiaal van het onderwerp hier diepgeworteld zijn in Genesis. Het eerste schriftgedeelte dat we opslaan, staat echter niet in Genesis. Ik zei slechts dat het zijn wortels daar heeft.

Aardrijkskunde is de wetenschap of de studie van fysieke kenmerken. Het wordt meestal toegepast op de beschrijving van de locatie van dingen op het aardoppervlak, maar het kan ook op andere dingen van toepassing zijn. Ik denk dat wat we gaan bekijken, beslist de moeite waard is om tijdens het Loofhuttenfeest te doen.

We zullen ook te maken krijgen met heel wat symboliek en ik hoop dat ik u daar niet mee in verwarring zal brengen. U zult om deze studie te kunnen volgen op uw tenen moeten gaan staan bij de denkinspanningen die u moet leveren, omdat er heel wat onderlinge verwijzingen zullen plaatsvinden om de dingen in hun juiste samenhang te plaatsen. Ik denk dat u daar heel goed toe in staat bent. Dat betwijfel ik in geen enkel opzicht. Niets van dit alles zal erg gecompliceerd zijn, maar ik denk dat het voor velen van ons moeilijk zal zijn de dingen gewoon in hun onderlinge samenhang te blijven zien.

Als we dit op de juiste manier begrijpen, is het niet alleen interessant, maar ik denk dat het een onderwerp is, dat een sterk bemoedigend en geloofsopbouwend karakter kan hebben, waarin Gods soevereiniteit, Zijn vooruitdenken tot uiting komt, alsmede Zijn attente bezorgdheid om ons aanknopingspunten te geven voor dit "mysterie", zoals Paulus het noemde, waarbij we betrokken zijn. Het zou ons geloof in Hem en onze vrees, ons respect, voor Hem moeten versterken. We zullen de plaats waar de hof van Eden lag bestuderen, de locatie daarbinnen van de twee bomen, en heel veel andere heel belangrijke onderwerpen die met deze twee samenhangen. U zult zien hoe consequent de Bijbel door het gebruik van dit ene basispatroon voor dit ene doel ineengevlochten is. De Bijbel heeft één Auteur en één basisdoel.

Enkele maanden geleden zond Shelia Crider me een artikel over dit onderwerp, zij is een lid dat in Forth Worth, Texas, woont. Ik vond dit artikel heel nuttig. Er stonden heel wat specifieke dingen in die ik reeds wist, maar ze waren in mijn denken nog niet op geordende wijze opgeslagen. Het artikel dat zij me zond werd geschreven door Jim Rector. Sommigen van u zullen zich zijn naam nog wel herinneren. Hij is nu gestorven, maar hij was vroeger een dienaar binnen de Worldwide Church of God. Hij op zijn beurt stelde dit artikel samen op basis van veel materiaal aangeleverd door iemand met de naam Richard Davis, die deel uitmaakte van zijn groep in Texarkana, Texas.

Ik haalde heel wat materiaal dat dit artikel bevestigt uit een boek, dat ik reeds in mijn bezit had, van Ernest Martin met de titel Mysteries of Golgotha. Hij was vroeger ook een dienaar in de Worldwide Church of God en ook hij is nu gestorven. Hij was iemand die ik heel hoog achtte als onderzoeker en als leraar. Begrijp alstublieft dat ik het niet altijd met hem eens was en ben, maar hij was desondanks een heel stimulerende leraar over bijbelse onderwerpen, en ik denk persoonlijk dat hij veruit de beste leraar was die ik had toen ik aan het Ambassador College studeerde. Daarnaast heb ik heel wat ge-googled op het internet, en gemeente, u staat versteld van wat u daar allemaal kunt vinden.

Om te beginnen is het heel nuttig om een bepaalde bijbelse bijzonderheid betreffende geografie en plaatsnamen te begrijpen. Jeruzalem is een plaats. Het is de naam van die plaats, dit gewoon om u te doen weten wat een plaatsnaam is. Als u deze bijzonderheid begrijpt, zal deze u in feite helpen om de dingen in hun juiste samenhang te plaatsen en in hun juiste geografische positie, en als u dit combineert, zal het u helpen met de juiste onderlinge verwijzingen binnen de informatie. Die bijzonderheid is deze: God stond toe dat de menselijke schrijvers verschillende namen gebruikten voor dezelfde plaatsen.

Een eenvoudig voorbeeld is Israël. Er wordt ook naar Israël verwezen als Kanaän en het Beloofde Land. Soms verwijst de naam Israël naar een mens, dat is dan Jakob. Hij verwijst naar een gehele natie en toch verwijst hij op een andere plaats alleen maar naar de noordelijke Tien Stammen. Op weer een andere plaats wordt Israël — de Tien noordelijke Stammen — Efraïm genoemd, en op weer andere plaatsen wordt het Jozef genoemd. Dat is het principe.

We beginnen op een bijzondere plaats en wel in het Hooglied.

Hooglied 4:8 Kom bij mij van de Libanon, bruid, kom bij mij van de Libanon, daal af van de top van de Amana, de top van de Senir, de Hermon, van de holen der leeuwen, van de bergen der panters.

Twee van de namen in dat vers worden voor hetzelfde algemene geografische gebied gebruikt, maar op andere plaatsen hebben ze andere namen. Ik ben er vrij zeker van dat u met die andere namen bekend bent, maar u bent niet zo erg bekend met Senir en Hermon.

Deuteronomium 3:8-9 Zo ontnamen wij toen aan de beide koningen der Amorieten het land, dat aan de overzijde van de Jordaan ligt, van de beek Arnon af tot de berg Hermon, 9 — de Sidoniërs noemen de Hermon Sirjon en de Amorieten noemen hem Senir —

Hier hebben we één plaats die drie namen heeft. Dit principe komen we op veel plaatsen in de Bijbel tegen. Elk van die drie namen zou gebruikt kunnen worden: Hermon, Sirjon of Senir. Dat is dus een heel duidelijke uitspraak over het onderwerp waar ik het over heb. U moet er zich van bewust zijn dat God de auteurs toestond verschillende namen te gebruiken. Iedereen die enige studie in aardrijkskunde heeft gedaan, zou moeten begrijpen dat dit heel gewoon is. Iedere etnische groep mensen op aarde doet dit, omdat talen veranderen, er dingen gebeuren en er gebeurtenissen plaatsvinden binnen naties, en vanwege zulke gebeurtenissen zullen ze de naam veranderen van waar die gebeurtenis dan ook maar plaatsvond. Dezelfde plaats werd vroeger met een andere naam aangeduid, maar de naam werd veranderd.

Deuteronomium 4:47-48 en wiens land zij in bezit genomen hadden, evenals het land van Og, de koning van Basan: de beide koningen der Amorieten, die aan de overzijde van de Jordaan woonden, in het oosten, 48 van Aroër af, dat aan de oever van de beek Arnon ligt, tot de berg Sirjon — dat is de Hermon — [Opmerking van de vertaler: In de King James Version staat Sion in plaats van Sirjon, evenals dat het geval is in de Statenvertaling.]

Hier hebben we nu een berg met vier verschillende namen en dat allemaal in het kader van enkele hoofdstukken. Dit is wat ik bedoel met onderlinge verwijzingen. Er zijn dingen die u in gedachten moet houden en beseffen dat een naam door de tijd heen veranderd kan zijn, maar we hebben het over dezelfde plaats. Dit kan verwarrend zijn en het kan iemand in verwarring brengen.

De berg Hermon is het dominerende geografische kenmerk van dat gebied in de wereld. Het is een heel hoge berg. Het kan zijn dat u erin geïnteresseerd bent te weten dat de Olijfberg, de berg Sion en de Tempelberg allemaal individuele kleine toppen zijn, allemaal in het gebied van Jeruzalem, en ze maken in feite allemaal deel uit van de heel lange bergrug van de berg Hermon. De piek van de berg Hermon ligt ver naar het noorden in de buurt van Damascus, dat aan de voet van de berg Hermon ligt, maar de lange bergrug loopt helemaal door tot Jeruzalem en verder naar het zuiden.

Het probleem voor ons in dit alles is, dat de Bijbel ons in veel gevallen tijdens het lezen niet waarschuwt — "Kijk uit! Ik ga een andere naam gebruiken voor die persoon of locatie dan ik voorheen gebruikte." U zult dit in gedachten moeten houden. Vaak hebben Bijbelvertalers een kleine letter naast een plaatsnaam gezet en zij verwijzen u daarmee naar een andere plaats in uw Bijbel waar die plaats met een andere naam werd aangeduid. U zult die kleine verwijzingen dus moeten gebruiken. Deze informatie is ontdekt door het vastleggen van onderlinge verwijzingen binnen de Bijbel en soms ook vanuit de wereldlijke geschiedenis.

Dit is in feite helemaal niet zo verwarrend, omdat als men zorgvuldig omgaat met het samenvoegen van stukjes informatie van hier en daar bijeengenomen uit de Bijbel, het geografische plaatje helemaal duidelijk wordt. We zullen ons richten op één klein gebied in de buurt van Jeruzalem dat op zijn beurt gelegen is op de veel grotere bergrug van de berg Hermon.

Ik zal naar veel schriftgedeelten verwijzen en zelfs diverse malen naar dezelfde, maar iedere keer vanuit een ietwat ander perspectief binnen een andere context en om een andere reden. De eerste serie verzen die we gaan lezen zijn basisverzen waarop de gehele studie is gebaseerd. (Tussen twee haakjes, ik gebruikte het woord "studie". In feite geef ik er de voorkeur aan dit meer als een Bijbelstudie te zien dan als preek, maar ik denk dat het een nuttige studie is.)

De sleutelwoorden voor deze studie zijn: kopie, schaduw, symbool en patroon. Ik wil u allemaal aanmoedigen voortdurend bijzondere aandacht te schenken aan dat woord "patroon". Onze God werkt volgens patronen en Hij verandert die patronen niet, zoals ik u straks zal laten zien.

Zelfs al kunnen de plaatsnamen door de geschiedenis heen veranderen, God en Zijn plan en Zijn karakter veranderen nooit. Maleachi 3:6 is een schriftgedeelte dat in ons geheugen zou moeten zijn gegrift. Daar zei Hij: "Ik ben God. Ik verander niet." Er is een nieuwtestamentisch schriftgedeelte dat hier veel op lijkt, maar de bedoeling ervan is net iets anders dan Maleachi 3:6. Dit is Hebreeën 13:8, waar staat: "Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde, en tot in eeuwigheid."

Het doel van de uitspraak in Maleachi 3:6 is dat Zijn doel nooit verandert. Hij zegt: "Omdat Ik God ben en nooit verander, bent u, Jakob (doelend op Israël), niet vernietigd, anders zou Ik dat al lang geleden hebben gedaan." Hebreeën 13:8 verwijst ernaar dat Zijn persoonlijke karakter niet verandert. We hebben dus twee vaststaande uitspraken. De ene is dat Zijn doel nooit verandert en de andere is dat Zijn persoonlijke karakter niet verandert.

Hebreeën 8:4-5 Indien Hij [Jezus] nu op aarde was, dan zou Hij niet eens priester wezen, daar er (hier reeds) zijn [uit het geslacht van Aäron] om volgens de wet de gaven te offeren. 5 Dezen verrichten slechts dienst bij een afbeelding en schaduw van het hemelse, blijkens de godsspraak, die Mozes ontving, toen hij de tabernakel zou gereedmaken. Zie toe, zegt Hij [God] immers, dat gij alles maakt naar het voorbeeld, dat u getoond werd op de berg.

De New International Version geeft vers 5 weer als: "Zij dienen in een heiligdom dat een kopie en schaduw is van wat er in de hemel is. Daarom werd Mozes, toen hij op het punt stond de tabernakel te gaan bouwen, gewaarschuwd: Let erop dat je alles maakt in overeenstemming met het patroon dat Ik je op de berg heb laten zien."

Let erop dat het heiligdom de kopie en de schaduw is van wat er in de hemel is. We zien hier een belangrijk geestelijk principe: kopie, schaduw, symbool, patroon [afbeelding].

We slaan nu Hebreeën 9 op en hier begint de serie verzen waarop deze gehele studie is gebaseerd.

Hebreeën 9:23 Noodzakelijk moesten dus hiermede de afbeeldingen van de hemelse dingen gereinigd worden, maar de hemelse dingen zelf met betere offeranden dan deze.

Let erop dat het woord "afbeeldingen" [van patronen] in het meervoud staat. Bedenk dat de patronen zelf in de hemel zijn en dat de dingen op aarde kopieën, schaduwen zijn van wat er in de hemel bestaat.

We slaan nu Exodus 25:40 op. Dit vers bevat instructies, door God aan Mozes gegeven, voor de bouw van de tabernakel in de woestijn. Dit is het vers dat door Paulus vlak hiervoor werd aangehaald.

Exodus 25:40 Zie nu toe, dat gij alles maakt naar het model [patroon] dat u daarvan op de berg getoond is.

Exodus 26:30 Dan zult gij de tabernakel oprichten overeenkomstig het plan dat u daarvan op de berg getoond werd.

Dit sloeg op al de bijkomende uitrustingsstukken van de tabernakel, zoals waar de palen moesten staan, waar de koperen ringen bevestigd moesten worden, waar de gordijnen moesten hangen en al die dingen meer. Hij moest alles precies zo doen als hem was getoond, zonder enige afwijking daarvan.

Nu slaan we Numeri 8:4 op. Hier wordt gesproken over de menora — de zevenarmige kandelaar.

Numeri 8:4 En aldus was de kandelaar gemaakt: van gedreven goud; zowel wat zijn schacht als wat zijn bloesemversiering betreft, was hij gedreven werk; overeenkomstig het voorbeeld dat de HERE hem had getoond, had Mozes de kandelaar gemaakt.

Mozes was heel goed in het opvolgen van instructies. Hij deed wat hem was gezegd. Dit hier is een heel belangrijk principe.

We gaan nu naar 1 Kronieken 28. Dat is 400 jaar later dan Mozes, in de tijd van David en Salomo.

1 Kronieken 28:11-12 Toen gaf David aan zijn zoon Salomo het ontwerp van de voorhal met de daarbij behorende gebouwen, schatkamers, bovenvertrekken en binnenzalen, en van het vertrek voor het verzoendeksel; 12 ook het ontwerp van alles wat hij in zijn geest had bedacht: voor de voorhoven van het huis des HEREN, voor alle vertrekken in het rond, voor de schatkamers van het huis Gods en voor die van de geheiligde voorwerpen,

1 Kronieken 28:19 Alles staat in een geschrift, ontvangen uit de hand des HEREN, waarin Hij mij onderrichtte aangaande de gehele uitvoering van het ontwerp.

David was dus meestal ook heel goed in het opvolgen van instructies, evenals Mozes. Niemand heeft het perfect gedaan, maar ik hoop dat deze instructies bij u gaan postvatten om de patronen die in het boek staan na te volgen. Dat is de manier om in het Koninkrijk van God aan te komen.

Zij maakten fysieke dingen, maar God vergewiste Zich ervan dat zij in het maken van die fysieke dingen geen jota afweken van wat Hij hun had getoond. Evenals Mozes dus informatie van God ontving, misschien ook wel inspiratie, gebeurde dat ook bij David.

Mozes was belast met de supervisie over de oprichting, de bouw van alle delen van de tabernakel. David werd later door God gebruikt om het patroon van die dingen voor de bouw van de tempel aan Salomo over te dragen. Die tempel verschilde niet zoveel van de tabernakel, behalve dat hij uit steen en metaal was gemaakt en permanent op één plaats stond. Hij was dus verschillend van de tabernakel, maar het principe is hetzelfde. God wilde niet dat die mensen één jota afweken, omdat het dan geen nauwkeurige weergave van Hem zou zijn geweest, noch van de dingen die in de hemel waren.

We gaan weer terug naar het Nieuwe Testament en wel naar het boek Handelingen; dit ter afsluiting van deze serie schriftgedeelten. Stefanus spreekt hier.

Handelingen 7:44 De tent der getuigenis hadden onze vaderen in de woestijn, zoals Hij het geboden had, die tot Mozes zeide, dat hij haar moest maken naar het voorbeeld, dat hij gezien had.

Door zoveel verzen te gebruiken wil ik dat u onder de indruk raakt, dat dit overeenstemmen met de patronen voor God geen onbelangrijke zaak is. Geestelijk heeft het in principe een rechtstreekse relatie met onze vorming naar het beeld van Jezus Christus. Hij is de werkelijkheid, wij worden een kopie. God werkt dus middels Christus naar dat doel toe, dat wij onze eigen fysieke, bijzondere kenmerken hebben, maar dat we in wezen, in karakter, een exacte weergave zullen zijn van onze Verlosser, en daardoor in staat zullen zijn vanuit Zijn lichaam mee te werken aan de verantwoordelijkheden die Hij in het Koninkrijk van God uit te voeren heeft.

De hof van Eden, de tabernakel en de tempel, en tot op zekere hoogte het lichaam van Christus, passen allemaal in ditzelfde geestelijke principe. De volgende serie schriftgedeelten zal zich specifieker richten op onze onderwerpen.

We gaan weer terug naar het boek Hebreeën. Het boek Hebreeën schijnt een belangrijk boek voor de eindtijd te zijn.

Hebreeën 9:1-3 Nu had ook wel het eerste (verbond) bepalingen voor de eredienst en een heiligdom voor deze wereld. 2 Want er was een tent ingericht, de voorste [duidend op de voorste ruimte], waarin de kandelaar en de tafel met de toonbroden stonden; deze werd het heilige genoemd; 3 en achter het tweede voorhangsel was een tent, genaamd het heilige der heiligen,

U zult misschien nogmaals in gedachten willen houden dat Paulus het gordijn dat het heilige van het heilige der heiligen scheidde, "het tweede voorhangsel" noemt. Dat is een juiste manier om dat voorhangsel op te vatten. Het was het tweede voorhangsel.

Hebreeën 9:3-5 en achter het tweede voorhangsel was een tent, genaamd het heilige der heiligen, 4 met een gouden reukofferaltaar en de ark des verbonds, rondom met goud overtrokken, waarin zich bevonden een gouden kruik met het manna, de staf van Aäron, die gebloeid had, en de tafelen des verbonds; 5 daarboven waren de cherubs der heerlijkheid, die het verzoendeksel overschaduwden; hierover kunnen wij nu niet in bijzonderheden treden.

Dit zal heel wat tijd van deze studie opeisen, heel veel van de informatie [niet alles] die ik u zal geven heeft betrekking op wat we zojuist lazen betreffende de plaats waar ze stonden en de rol die ze spelen in de plaats van heel veel dingen die belangrijk zijn voor het behoud van u en mij.

Laten we weer naar het boek Genesis gaan. Hier hebben we onze wortels in Genesis.

Genesis 2:8-17 Voorts plantte de HERE God een hof in Eden, in het Oosten, en Hij plaatste daar de mens, die Hij geformeerd had. 9 Ook deed de HERE God allerlei geboomte uit de aardbodem opschieten, begeerlijk om te zien en goed om van te eten; en de boom des levens in het midden van de hof, benevens de boom der kennis van goed en kwaad. 10 Er ontsprong in Eden een rivier [In de meeste andere vertalingen vertaald als: En een rivier ging uit van Eden] om de hof te bevochtigen, en daar splitste zij zich in vier stromen. 11 De naam van de eerste is Pison; deze stroomt om het gehele land Chawila, waar het goud is; 12 en het goud van dat land is goed; daar is de balsemhars en de steen chrysopraas. 13 De naam van de tweede rivier is Gichon; deze stroomt om het gehele land Ethiopië. 14 De naam van de derde rivier is Tigris; deze stroomt ten oosten van Assur. En de vierde rivier is de Eufraat. 15 En de HERE God nam de mens en plaatste hem in de hof van Eden om die te bewerken en te bewaren. 16 En de HERE God legde de mens het gebod op: Van alle bomen in de hof moogt gij vrij eten, 17 maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven.

Genesis 3:2-3 Toen zeide de vrouw tot de slang: Van de vrucht van het geboomte in de hof mogen wij eten, [Let erop dat er meer dan één boom in de hof stond. Er staat geboomte, duidend op meer dan één boom.] 3 maar van de vrucht van de boom, die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: Gij zult daarvan niet eten noch die aanraken; anders zult gij sterven.

Deze passage geeft ons meer specifieke informatie over dit onderwerp waarop we verder kunnen bouwen. Er zijn vijf dingen waar we op moeten letten, die we aan deze verzen hier in Genesis kunnen ontlenen.

1: De Bijbel zegt niet hoeveel tijd er verstreek voordat Adam en Eva die noodlottige keuze maakten, maar omdat de rest van de Bijbel veel over Gods karakter en Zijn patroon om te oordelen openbaart, leidt dit ertoe dat we kunnen geloven dat Hij hun volop de tijd gaf het leven te ervaren met een gemakkelijke toegang tot Hem. Hij wandelde in de hof. Hij was daar bij hen. Dat betekent niet iedere minuut en iedere seconde, maar Hij wandelde ook in de hof, samen met hen die Hij geschapen had. Met andere woorden Hij liet hen niet praktisch onmiddellijk een bepaalde uitdaging het hoofd bieden, totaal onvoorbereid op zo'n intimiderende test.

God is zo geduldig en vriendelijk in Zijn handelen met de mens dat Hij hun zeer zeker de tijd en ervaringen gaf en het contact met Hem dat nodig was om belangrijke factoren te leren. Met andere woorden het werd van hen niet verlangd de slang pal na hun schepping het hoofd te bieden en die beslissende keuzes die met die test samenhingen, te maken. Enkele commentaren van Joodse rabbi's speculeren erop dat de tijdsperiode misschien wel zeven jaar is geweest. Hier hebben we een reden om hoop te hebben, omdat Hij even geduldig en vriendelijk en barmhartig is jegens ons.

2: Als we Genesis 2:9 vergelijken met Genesis 3:3, zien we dat de boom des levens en de boom der kennis van goed en kwaad beide in het midden van de hof stonden.

Ik heb geen schriftgedeelte om dit op te baseren, maar ik geloof persoonlijk dat God deze twee bomen naast elkaar plaatste. Ik heb geen schriftgedeelten waarop ik deze speculatie kan baseren, maar ik geloof dat God ze op zo'n manier plaatste dat er een duidelijke, praktische keus gemaakt kon worden. Bedenk dat de Schriften ons zeggen dat God niemand in verzoeking brengt te zondigen, zoals mogelijk zou zijn geweest als ze naar een of andere uithoek van de hof hadden kunnen gaan en dan hadden kunnen denken dat niemand hen gadesloeg.

Is het niet waar dat de meeste van de Tien Geboden, in het bijzonder de laatste zeven de mensheid voorzien van een duidelijk, zwart-wit contrast voor de meeste gevallen? Er staan op allerlei plaatsen langs de snelwegen in de Verenigde Staten reclameborden met de tekst: "Welk deel van 'Gij zult niet' begrijpt u niet?"

3: Waar ter wereld was Eden en de hof van Eden gesitueerd?

De Bijbel zegt nergens in een bepaald vers specifiek waar het was gesitueerd. Zoals we echter zullen zien behoort geen enkele oprechte, bekeerde student van de Bijbel enige twijfel te hebben over de situering ervan vanwege allerlei kleine details her en der verspreid door de gehele Bijbel die deze situering onderbouwen. Het meeste daarvan zal aan de orde komen.

Bijna alle vermoedens betreffende de locatie van Eden hier op aarde baseren zich uiteindelijk op pogingen om die locatie te identificeren door middel van de rivieren die worden genoemd, te beginnen in Genesis 2:10-14. Mensen doen dit omdat ze de Bijbel niet geloven. Neem er echter notitie van dat de Bijbel duidelijk zegt dat er slechts één rivier vanuit Eden ging. Dit is geen kolossaal punt, maar wel een belangrijk punt.

Neem er ook notitie van dat er niet staat dat de rivier er doorheen stroomde. Er staat niet meer dan dat er één rivier uit Eden ging. Zoals u zult zien is het heel gemakkelijk vast te stellen als we hier informatie aan blijven toevoegen dat de rivier er niet doorheen stroomde. Hij begon in Eden en vervolgde zijn weg buiten Eden. Met andere woorden ik zeg u dat hij daar uit de grond kwam en zijn weg buiten Eden vervolgde. [Noot van de vertaler: De vertalers van de NBG kwamen tot dezelfde conclusie en vertaalden niet met "ging uit" maar met "ontsprong".] Waarom moet dit zo zijn?

Als u de Bijbel redelijk goed kent, weet u dat er in het boek Ezechiël een rivier wordt vermeld die onder de troon van God vandaan komt. Die komt daar gewoon uit de grond en stroomt vandaar weg en verdeelt zich in vier verschillende richtingen.

De rivier waar we hier in de hof van Eden naar kijken is de voorloper van die rivier. Weet u dat die rivier ook ergens anders wordt vermeld? We zullen daar straks op terugkomen.

Waarom moet dat zo zijn? Omdat die rivier Gods Heilige Geest vertegenwoordigt. Dat kunnen we gemakkelijk bewijzen op basis van het boek Ezechiël. Hoeveel Heilige Geesten zijn er? Er is er slechts één, en die Geest komt voort uit God. Ik denk dat we de locatie waar die rivier uit de grond opborrelde, bijna exact kunnen lokaliseren. Dat was ook in het midden van de hof.

Laten we Ezechiël 47 opslaan. We zullen de andere referentie naar deze rivier wat later bekijken.

Ezechiël 47:1 Toen bracht hij mij terug naar de ingang van het huis; zie, er stroomde water onder de drempel van het huis uit, oostwaarts, want de voorzijde van het huis was op het oosten; het water vloeide onder de rechter zijkant van het huis vandaan, ten zuiden van het altaar.

Dat lokaliseert echt precies waar het was. Er was daar een altaar. De rivier borrelde op uit de grond aan de zuidzijde van het altaar en stroomde vandaar naar het oosten.

Ezechiël 47:8 Hij zeide tot mij: Dit water stroomt naar de oostelijke landstreek, vloeit af naar de Vlakte en komt in de zee; in de zee wordt het uitgestort, zodat haar water gezond wordt.

De rivier die vanuit Eden stroomde, stroomde naar het oosten, en deze rivier stroomde ook naar het oosten. Ik wil u hiermee laten zien dat God nooit verandert. In de patronen, in de instructies gaat Hij altijd consequent op deze manier verder, zodat we nooit van de kaart zullen raken. Als we echt geloof in Hem hebben en Hij zegt ons iets, houden we het in gedachten, omdat dat in ons voordeel zal gaan uitwerken als we het geloven en gebruiken — zelfs dit stukje over de rivier die naar het oosten stroomt; niet naar het westen of het noorden of zuiden. God zegt dat hij naar het oosten stroomde; daarom is dat belangrijk.

4: Het volgende punt dat we in Genesis 2:8 moeten opmerken is dat de hof niet Eden zelf was. De hof lag in het oosten van Eden. Daarom is Eden één van de namen die de Bijbel geeft voor het gehele gebied in het algemeen. De hof lag in een specifiek gebied in het oostelijke deel van Eden.

Het woord "Eden" betekent "genoegen". Eden was dus een plaats van genoegen. Wie gaf het die naam? God. Dat behoort ons iets te zeggen, en wel het volgende: Dat specifieke grondgebied deed God werkelijk plezier. Het was Hem een genoegen. Hij was gelukkig toen Hij het maakte. Hij zei: "Dit is schitterend!" Hij schepte er genoegen in en daarom gaf Hij het die naam. Het was een hof van genoegen.

5: Schenk speciale aandacht aan de veelvoudige vermelding van een oostelijke richting.

Ik weet vanwege deze patronen dat de rivier in Eden naar het oosten stroomde. Eerst voorzag hij de hof van water, stroomde er daarna uit en liep verder oostwaarts om het gebied van Eden te verlaten. Met andere woorden hij ging helemaal het land uit en verdeelde zich daarna in die vier rivieren die in Genesis 2 werden genoemd.

De meeste theologen identificeren de locatie van Eden, geloof het of geloof het niet, als liggend in Mesopotamië, in de vallei van de Tigris en de Eufraat. Zij doen dit omdat de vroegst bekende, ontwikkelde beschaving waarvan overblijfselen gevonden zijn, de Sumerische beschaving was, die inderdaad in de vallei van de Tigris en de Eufraat tot ontwikkeling kwam.

U zult zich nog wel herinneren dat toen Adam en Eva zondigden, God hen uit de hof verdreef, en Hij plaatste een cherub met een vlammend zwaard om de weg naar de boom des levens te bewaken. In welke richting vertrokken Adam en Eva? Ik twijfel er niet aan dat ze enigszins in de buurt van de hof bleven, maar ze gingen in oostelijke richting in de buurt blijvend van de rivier die in die richting stroomde. Is het niet natuurlijk om drinkwater te willen hebben? We zullen — als we verder gaan — zien dat dit bevestigd wordt.

Laten we Genesis 3:24 opslaan. Adam en Eva hebben gezondigd.

Genesis 3:24 En Hij verdreef de mens en Hij stelde ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een flikkerend zwaard, dat zich heen en weer wendde, om de weg tot de boom des levens te bewaken [om deze af te schermen].

Waarom plaatste Hij geen cherubs aan de noordkant, de zuidkant of de westkant? Omdat er daar geen poort was! Er was daar geen toegang tot de hof. De hof was volledig ingesloten. Er was slechts één weg erin en eruit. Gemeente, hoeveel wegen zijn er naar God? Eén! We kunnen niet vanuit elke willekeurige richting die wij plezierig vinden bij Hem aankomen. Zoals we zullen gaan zien, zal iedereen die naar God gaat Hem van aangezicht tot aangezicht moeten benaderen. Als we het plaatje hier op basis van Eden begrijpen, was er slechts één richting die je kon inslaan om bij God te komen. Je moest vanuit het oosten naar het westen reizen om bij Hem te komen. Eén weg.

Gemeente, is het dan een wonder in welke richting de Israëlieten gingen, toen God hen verstrooide en het woord van God bij hen wegnam? Ze gingen naar het westen, het noordwesten. Daarom liggen alle Israëlitische naties in het westen. Hier hebben we één klein patroon. God houdt Zich aan die patronen. Het is een kleine aanwijzing over de plaats waar het volk van God zich bevindt. Ze bevinden zich in het westen, niet in het oosten. Ze bevinden zich in het westen. We zullen bij het verdergaan zien dat dit punt van richting belangrijker wordt.

We hebben hier dus de cherubs aan de oostkant. De enige reden dat ze daar staan is dat het de enige richting is van waaruit God benaderd kan worden.

We lezen in Genesis 4 dat Kaïn en Abel, die ongetwijfeld ook van tijd tot tijd zondigden, voor God werden geroepen en hun werd opdracht gegeven op een altaar voor het aangezicht van God een offer te brengen. Waar stond dat altaar, gemeente?

U moet reeds begrijpen, dat aangezien Adam en Eva uit de hof waren verdreven en omdat cherubs de poort bewaakten, dat altaar niet in de hof van Eden heeft kunnen staan. Daarom stond dat altaar buiten de poort, buiten de hof. Dat was precies de plaats waar het stond en we zullen precies ontdekken waar dat was, als we hiermee verdergaan; het was in ieder geval buiten de toegang tot de hof van Eden. Ik durf te zeggen dat het in de buurt van de toegang was.

Genesis 4:16 Toen ging Kaïn weg van het aangezicht des HEREN, en ging wonen in het land Nod, ten oosten van Eden.

Kaïn was een dwarsligger. Hij vermoordde zijn broer. God riep hem daarvoor ter verantwoording en beperkte hem in zijn bewegingsvrijheid toen hij Gods opdracht betreffende iets dat hij moest doen, niet wilde uitvoeren. Toen Kaïn van het aangezicht van God wegging, ging hij evenals Adam en Eva naar het oosten. Hij volgde ongetwijfeld de rivier dat gebied uit, en vanuit alles wat we kunnen zien, ging hij heel wat verder dan Adam en Eva. Er staat dat hij naar het land Nod ging. De naam "Nod" betekent gewoon "zwerven". Hij zwierf oostwaarts. "Zwerven" staat uiteindelijk symbool voor verward zijn en ongericht zijn.

Israël zwierf in de woestijn, zelfs al was God met hen in de wolkkolom en de vuurkolom. Van tijd tot tijd leidde Hij hen als Hij wilde dat ze in beweging kwamen. Gebaseerd op hun gedrag beschreven in Numeri en in het bijzonder Deuteronomium kunnen we zeggen dat ze een verward volk waren zonder richtingsgevoel, dat weigerde aanwijzingen van God aan te nemen behalve als Hij dat heel duidelijk deed middels de wolk- en vuurkolom.

Eén ding dat we hieruit kunnen opmaken is dat Kaïn en Abel niet in de richting van God gingen. Ze gingen niet naar het westen. Ze gingen naar het oosten. Kaïn keerde God zijn rug toe en hij volgde het water, waar dat ook maar heen stroomde.

Ik denk dat u gaat inzien dat het ene woordje "oost" of "oostwaarts" of "oostelijk" niet zonder betekenis is. Het geeft aanwijzingen die helpen God en Zijn doel te begrijpen en wat er door ons gedaan moet worden.

God nam deze richting specifiek op in Zijn woord, zodat er voor Zijn kinderen opgetekend is waar het gebied lag waarin de oppositie tegen God zich vestigde en tot bloei kwam, waar ze de beschaving en het systeem tot stand bracht dat tot op de huidige dag in oppositie staat tegen God.

Kaïn was de echte voorvader van Babylon. We gaan naar het boek Openbaring om een aantal verzen in hoofdstuk 17 te bekijken om dit positief vast te stellen.

Openbaring 17:4-5 En de vrouw was gehuld in purper en scharlaken en rijk versierd met goud, edelgesteente en paarlen, en zij had in haar hand een gouden beker, vol gruwelen, en de onreinheden van haar hoererij. 5 En op haar voorhoofd was een naam geschreven, EEN GEHEIMENIS: HET GROTE BABYLON, MOEDER VAN DE HOEREN EN VAN DE GRUWELEN DER AARDE.

Waar lag Babylon? Ten oosten van Eden. Dat klinkt als een mooie titel voor een roman, en die is ook gebruikt. Waar denkt u dat de schrijver die titel vandaan haalde? Uit het Boek. Deze mensen verwijderden zich van God; dat is de manier waarop het op deze man overkwam. Wat ik u hier vertel is dus niet iets dat verborgen is. Anderen hebben het ook ontdekt.

Genesis 11:1-2 De gehele aarde nu was één van taal en één van spraak. 2 Toen zij oostwaarts trokken, vonden zij een vlakte in het land Sinear, waar zij zich vestigden. (nadruk van ons)

Iets van wat ik op het punt sta te zeggen is nogal vanzelfsprekend als we eenmaal de dingen betreffende richting in de Bijbel gaan begrijpen, en dat is dat Genesis 11:2 ontstellend slecht is vertaald. [Noot van de vertaler: De spreker zegt dit omdat in de King James Version evenals in de Leidse Vertaling staat: Toen zij nu uit het oosten optrokken ...]

Laten we nu Genesis 8:4 opslaan. Dit vindt plaats na de zondvloed.

Genesis 8:4 En in de zevende maand, op de zeventiende dag der maand, bleef de ark vastzitten op het gebergte van Ararat.

Waar ligt het gebergte Ararat? Dat ligt in oostelijk Turkije. Waar ligt Turkije relatief ten opzichte van Jeruzalem en relatief ten opzichte van de vallei van de Tigris en de Eufraat? Het Araratgebergte ligt pal ten noorden van Jeruzalem.

Hier volgt hoe vers 2 van Genesis 11 vertaald zou moeten worden, omdat er staat dat ze van de Ararat naar Sinear trokken. Waar ligt Sinear? Sinear is de vlakte tussen de Tigris en de Eufraat. In welke richting moesten ze in dat geval migreren? Zuidoost. We zien alweer dat ze van God wegtrekken.

Wat zegt dat ene puntje — oost of oostwaarts — ons over de mensen waar het hier in Genesis 11:2 over gaat? Dit zegt ons dat de les van de zondvloed niet werd geleerd, omdat nadat ze zich in Ararat gevestigd hadden en hun families zich begonnen uit te breiden, ze teruggingen naar de plaats waar hun wortels lagen, dat was oostwaarts, weg van God. In dit geval werd dat koninkrijk opgericht door Nimrod en zijn partners.

Het Keil-Delitzsch commentaar en Barnes' Notes bevestigen beide deze verkeerde vertaling in Genesis 11:2. Deze zou heel eenvoudig moeten luiden: "Zij trokken oostwaarts." [Noot van de vertaler: Zoals de NBG dit ook heeft gedaan.]

Deze aanwijzingen zijn belangrijk, omdat in de eerste hoofdstukken van Genesis Eden (en in het bijzonder de hof van Eden) als de woonplaats van God wordt beschouwd. Het was Zijn thuis op aarde. De Bijbel zegt dat Hij wandelde in de hof. In zeker opzicht is dit — als we hieraan in menselijke termen denken — de plaats waar Hij woonde als Hij op aarde was. Het was Zijn thuis op aarde, en later, toen de tabernakel en de tempel werden gebouwd, werd het heilige der heiligen als Gods woonplaats beschouwd.

Ik ga u een aantal verzen laten zien die zullen bevestigen wat ik zojuist zei. Laten we Jesaja 51:3 opslaan. Dit staat onmiddellijk na dat schriftgedeelte in Jesaja 51 waar God zegt: "Kijk naar Abraham". Dit vers gaat Abraham en Eden koppelen aan God.

Jesaja 51:3 Want de HERE troost Sion, Hij troost al haar puinhopen; Hij maakt haar woestijn als Eden en haar wildernis als de hof des HEREN; blijdschap en vreugde zullen er gevonden worden, loflied en geklank van gezang.

Zag u wat daar staat? Er staat "de hof des Heren". Deze behoorde Hem toe. Het woord "des" duidt op eigendom, bezit. Het was de hof van de HEER. Het was de plaats waar Hij genoegen in schepte, en Hij zegende Adam en Eva en plaatste hen in de hof, de plaats die Hij Zelf zo aangenaam vond, de plaats die het werk was van Zijn eigen hand.

Ezechiël 28:13a In Eden waart gij, Gods hof; ...

Dit gaat over Satan. Satan was daar. We weten dat hij daar was, omdat hij daar Adam en Eva confronteerde. Hij was ook op andere plaatsen — zelfs in de hemel. Maar op dit moment wil ik u doen beseffen dat Eden de hof van God was. Het was Zijn persoonlijke residentie op aarde. Geweldig! Dat betekent echt iets!

Op basis hiervan, in het bijzonder van Genesis 11:2, en het weten dat Eden het thuis was van God, laat God zien dat de lessen van de zondvloed niet werden geleerd. De overlevenden en hun families trokken weer oostwaarts, weg van God.

Voor wat betreft richtingen in de Schrift is het een algemene regel, tenzij de context specifieke redenen geeft waarom, dat alle richtingen worden weergegeven vanuit Jeruzalem gezien. Natuurlijk is dat een sterke aanduiding van waar Eden was gesitueerd. We zijn in staat in de Schriften precies aan te duiden waar het lag. Dit patroon van richtingen stuurt iemand alsof Jeruzalem het centrum is van alle naties, en dat alle andere naties eromheen draaien.

In Genesis 10:25 staat dat in de dagen van Peleg de aarde werd verdeeld. Er zijn vrij duidelijke aanwijzingen dat in het begin, in de tijd van Adam en Eva, al de continenten van de wereld een grote cirkel om Jeruzalem vormden, maar in de dagen van Peleg plaatste God alles op hun huidige locaties. Die gedachte gaat daarna almaar verder.

Jeruzalem is inderdaad het centrum van de naties. Daar leefde God de Schepper en alles draaide om Hem, en omdat alles om de Schepper draaide en Hij in dat gebied woonde, daarom gaan alle richtingen van Hem uit. Als u dus noord ziet staan, is dit noord ten opzichte van Jeruzalem. Als u oosten ziet, is het oosten ten opzichte van Jeruzalem, en westen en zuid, enzovoort.

De heer Armstrong gebruikte dit principe heel specifiek in het boekje The United States and British Commonwealth in Prophecy om te laten zien waar de volken van Israël heen migreerden, nadat ze door God vanwege hun zonden werden verstrooid. Toen Israël dus werd verstrooid, nadat ze omstreeks 720 voor Chr. door Assyrië waren verslagen, in welke richting voerden de Assyriërs hen weg? Noord-oostwaarts, weg van God. En toen — nadat er allerlei gebeurtenissen in Assyrië hadden plaatsgevonden — de Assyriërs en de Israëlitische volken blijkbaar gezamenlijk begonnen te migreren, in welke richting gingen ze toen? Ze gingen naar het noordwesten, wat een andere aanwijzing is. Het in de richting van het westen gaan is de eerste stap terug naar God. Het is gewoon een kleine aanduiding.

In de toekomst, in de tijd die volgens de profetie van Jeremia de zwaarste tijd zal zijn die onder de menselijke naties ooit heeft plaatsgevonden, zullen de Israëlitische volken opnieuw verstrooid worden. Daarna zullen ze weer bijeengebracht worden, en welke richting zullen ze dan uitgaan? Van waar ze zich ook maar mogen bevinden, zullen ze koers zetten naar Jeruzalem, omdat God daar zal zijn middels Zijn Zoon.

Kunt u inzien dat God een schitterend doel heeft en een plan aan het uitwerken is om dat doel te bereiken? Er staan overal aanwijzingen waarover we moeten nadenken. Deze bouwen het geloof op, omdat ze naar dit plan blijven verwijzen en blijven verwijzen naar Degene die het plan uitvoert, en ze helpen ons te begrijpen dat er voortdurend naar een doel wordt toegewerkt, en dat alles de richting uitgaat van het doel van de Schepper.

Dit zwerven heeft veel vandoen met wat we in deze eerste hoofdstukken beschreven zien. Opstandige, zondigende mensen zoals Kaïn en de kinderen van de meeste families die van Noach afstammen, trekken weg van Eden, trekken dus weg van God en Zijn woonplaats. God laat ons dus zien dat de plaats die door de mens wordt beschouwd als het punt van oorsprong van de menselijke beschaving — Mesopotamië — inderdaad het tehuis is van Babylon aan de Eufraat en van Nineve aan de Tigris. Beide liggen op de vlakte van Sinear en beide werden gesticht door hen die al vanaf het allereerste begin openlijk aan God ongehoorzaam waren.

Psalm 48:2-3 Groot is de HERE en hoog te loven in de stad van onze God [het onderwerp is Jeruzalem] zijn heilige berg. 3 Schoon door zijn verhevenheid, een vreugde voor de ganse aarde is de berg Sion, ver in het noorden, de stad van de grote Koning.

Houd dit alles in uw achterhoofd omdat het later belangrijk begint te worden.

Er kan hier in deze psalm een woordspeling gebruikt worden in het verheerlijken van Jeruzalem, omdat het woord dat hier met "vreugde" is vertaald, letterlijk "genoegen" betekent, evenals Eden genoegen betekent. Het is niet hetzelfde Hebreeuwse woord dat met "Eden" is vertaald, maar het betekent hetzelfde. Het is Gods plaats van genoegen. Zal Hij ooit Zijn plaats van genoegen verlaten? Nee. Hij zal die tot aan het einde toe blijven gebruiken, en aan het einde komt — zoals Hij de dingen uitwerkt — deze plaats weer in Zijn handen terug, en het zal de mensheid sterk ten goede komen dat Hij de dingen op deze manier heeft gedaan.

Die hof was gesitueerd in een deel van wat later als Jeruzalem bekend werd, de stad des vrede; niet Babylon, de stad van de tumultueuze, tegen God gerichte verwarring waar al de opstandelingen zich vestigden. We zullen doorgaan met het hierop leggen van de volgende laag van bewijs met betrekking tot dit onderwerp. Het is echter interessant op te merken dat toen de overlevenden van de zondvloed en hun families eenmaal van Ararat wegtrokken en zich opnieuw vestigden in het gebied van Babylon, de mensen doorgingen dezelfde dingen te doen die ze voor de zondvloed hadden gedaan.

Na de zondvloed migreerde de grote meerderheid echter naar Sinear. Enkele van Noachs nakomeling probeerden echter terug te gaan naar Eden en het gebied van de hof waartoe hun voorvaderen de toegang was ontzegd. Ik wil dat u begrijpt dat het rond deze tijd na de zondvloed is en dat Eden niet langer bestond. De zondvloed spoelde hem weg. Maar de mensen hadden er nog verslagen over. Ze wisten waar het lag en sommige mensen probeerden daarheen terug te keren. We slaan nu Genesis 10:18 op en we zullen zien wie dat was.

Genesis 10:18-20 de Arwadiet, de Semariet en de Hamatiet; en daarna verspreidden zich de geslachten van de Kanaäniet. 19 En de grens van de Kanaäniet was van Sidon in de richting van Gerar tot Gaza, in de richting van Sodom, Gomorra, Adma en Seboïm tot Lesa. 20 Dit waren de zonen van Cham naar hun geslachten, naar hun talen, in hun landen, in hun volken.

Volgens mij gebeurde er het volgende. De familie van Cham, specifiek de nakomelingen van Kanaän, migreerde eerst mee met al de mensen die naar de vlakte van Sinear gingen, en nadat ze zich daar een beetje hadden gevestigd, gingen ze naar het gebied dat we nu kennen als Israël. Deze tijdsperiode bestrijkt een tijd van negen generaties. Die dingen gebeurden niet op korte termijn, er ging heel wat tijd overheen.

Ik zeg niet dat ze pas in de negende generatie uiteindelijk in Jeruzalem terugkwamen. Dat was niet het geval. Ik kreeg dit getal van Abraham. Abraham was de negende generatie van Sem. Abraham was een tijdgenoot van Sem. Sem leefde tot 450 jaar na de zondvloed. Ergens tegen het einde van die 450 jaar werd Abraham geboren en gedurende een aantal van die 450 jaar was Abraham een tijdgenoot van Sem.

Genesis 12:6 En Abram trok het land door tot de plek bij Sichem, tot de terebint More; en de Kanaänieten waren toen in het land.

De Kanaänieten woonden reeds in het land tegen de tijd dat Abraham daar aankwam. Ik wil dat u inziet dat God Abraham die Hij uitriep uit Babylon (een type van de wereld) en later Abrahams nakomelingen — Israël — uit Egypte (een type van zonde) naar hetzelfde land bracht dat Hij uiteindelijk aan al Zijn uitgeroepenen als erfenis zou gaan geven — het land van Eden. Ziet u hoe alles uiteindelijk weer bij het begin terugkomt?

Dit begrip draagt bij aan het bewijs dat Eden lag in het land dat beërfd zou worden, maar in de dagen van Abraham, en nog vele eeuwen daarna, werd dat land Kanaän genoemd, omdat de nakomelingen van Cham daarheen waren geëmigreerd vanaf Ararat en vanuit Mesopotamië, en zij noemden het naar hun voorvader, Kanaän.

Vanaf Genesis 12 richt de gehele bijbelse geschiedenis zich, met uitzondering van korte profetische uitstapjes naar andere geografische gebieden, op dit land, en in het bijzonder op een speciaal gebied van dit land — Jeruzalem. De Bijbel kan dus op geen enkele manier gebruikt worden om steun te verlenen aan Mesopotamië als het beginpunt en centrum van de menselijke geschiedenis. De Bijbel laat veeleer zien dat God Zijn gehele programma op een specifieke plaats begon en ontvouwt daarna dit programma met één familie — de familie van Abraham, Isaak en Jakob — te beginnen met hun fysieke begin en daarna verder met hun geestelijke bekering.

Het verhaal gaat ook over de Verlosser die binnen één van die families geboren werd — de familie van Juda. Hij wordt gekruisigd, maar wordt opgewekt en stijgt op ten hemel. Vanwaar? Vanaf de Olijfberg, zoals er in Handelingen 1:9-12 staat. Waar zullen Zijn voeten de aarde raken bij Zijn wederkomst? Zacharia 14:4 stelt vast dat Zijn voeten de aarde op diezelfde Olijfberg zullen raken, en van daar zal Hij beginnen met Zijn Koninkrijk, zich concentrerend op dezelfde locatie waar het gehele programma dat millennia lang zou duren, begon.

Dus vanaf het begin tot het eind is deze specifieke locatie het centrum van Gods voortdurende ontwikkeling van de gehele schepping. We gaan nog een poosje door met het toevoegen van dingen, omdat het werkelijk indrukwekkend wordt.

In Genesis 2, de verzen 10 tot 14, wordt gesproken over de namen van de rivieren die voortstroomden uit de rivier die vanuit Eden voortkwam. Er is één bijzondere rivier — de Gichon. Onderzoekers neigen ernaar te geloven dat deze Gichon de welbekende Nijl is vanwege de vermelding van Ethiopië. Dat kan mogelijk zijn, maar bedenk ook dat de zondvloed sommige geografische liggingen drastisch veranderde. Deze plaatsnaam komt echter op een interessante manier weer naar voren.

1 Koningen 1:32 Voorts zeide koning David: Roept mij de priester Sadok, de profeet Natan en Benaja, de zoon van Jojada; en zij traden binnen bij de koning.

David ligt op dat moment op sterven. Zijn regering is bijna ten einde en er broeide het een en ander aan problemen.

1 Koningen 1:33-34 En de koning zeide tot hen: Neemt de dienaren van uw heer met u; laat mijn zoon Salomo op mijn eigen muildier rijden, en brengt hem naar Gichon. [De plaatsnaam Gichon was in Davids tijd nog steeds verbonden aan een punt bij Jeruzalem.] 34 Daar zullen de priester Sadok en de profeet Natan hem tot koning over Israël zalven; blaast dan op de bazuin en roept: Leve koning Salomo!

In Davids tijd, zo'n 3000 jaar na de gebeurtenissen van Genesis 2 en 3, bestond de plaatsnaam Gichon nog steeds in Jeruzalem. Misschien heeft God ons hiermee van wat meer bewijs voorzien aangaande de locatie van Eden en zijn hof.

Het is interessant dat in de kantlijn van mijn studiebijbel een opmerking staat dat Gichon net ten oosten van Jeruzalem lag.

2 Kronieken 32:27, 29-30 Jechizkia bezat zeer veel rijkdom en luister; hij maakte zich schatkamers voor zilver, goud, edelgesteente, specerijen, schilden en allerlei kostbaar gerei; ... 29 Hij maakte zich versterkingen en verwierf zich een groot bezit aan kleinvee en runderen, want God gaf hem een zeer grote have. 30 Jechizkia was het ook, die de bovenste uitgang van het water van Gichon dichtstopte [afdamde] en het naar beneden westwaarts naar de stad Davids leidde. In al zijn doen was Jechizkia voorspoedig.

Het gebied van Gichon bevatte een bron die blijkbaar een overvloedige hoeveelheid water voortbracht. Jechizkia's ingenieurs leidden het water in een andere richting door een tunnel die ze onder de stad groeven, van de oostzijde naar de westzijde van de stad.

Luister eens naar het volgende commentaar van Peter Michas van The Messengers of Messiah Ministries. Hij zegt: "De Gichonbron stroomt onder de zuidoostelijke heuvel van Jeruzalem, ten westen van de Kidronvallei waar de stad van David werd gebouwd. In oudtestamentische tijden voorzag deze de stad van een aanzienlijke hoeveelheid water. Deze specifieke waterbron moet ook als uniek zijn beschouwd, omdat het de plaats was waar Salomo werd gezalfd en omdat het water van deze bron gemengd werd met as van de rode vaars om reinigingswater te maken."

Jeruzalem moet over een vrij overvloedige hoeveelheid water hebben beschikt vanwege de verschillende wassingen die voor de priesters vereist waren, evenals voor de offers zelf, waarvoor dag in dag uit heel wat water nodig was. De offeranden moesten met stromend water worden gereinigd, geen stilstaand water. Er moet dus een voortdurende krachtige stroom van water zijn geweest. Daarnaast lag in de loop van het Gichonwater het badwater Siloam waarin de man, in Johannes 9, die door Jezus van blindheid werd genezen zich moest gaan wassen. Waarom dat specifieke badwater? Had dat iets vandoen met Gichon? Misschien.

Moderne Israëlische regeringsautoriteiten hebben vastgesteld dat er tot op de huidige dag een grote hoeveelheid water onder praktisch geheel Israël aanwezig is. Wacht het daar op de tijd dat het gebruikt zal gaan worden? Ik kan niet anders zeggen dan "Ja". Er staat iets in het boek Ezechiël dat me dat zegt.

Hier hebben we alweer een klein stukje bewijs dat God ons ter beschikking heeft gesteld, waardoor de naam van één der rivieren die samenhangen met Eden en zijn hof, aangeduid wordt als liggend binnen het gebied van Jeruzalem. Voor zover ik weet zijn er geen Gichons in Mesopotamië.

Laten we Zacharia 14:8-9 opslaan. Dit is een parallel van Ezechiël 47 en 48 over de rivier.

Zacharia 14:8-9 Dan zullen te dien dage levende wateren uit Jeruzalem vlieten, de helft daarvan naar de oostelijke en de helft naar de westelijke zee; in de zomer zowel als in de winter zal dat geschieden. 9 En de HERE zal koning worden over de gehele aarde; te dien dage zal de HERE de enige zijn, en zijn naam de enige.

Ik ben er zeker van dat dit verwijst naar dezelfde geweldige hoeveelheid water waar in Ezechiël 47 naar verwezen wordt. Het is praktisch zeker dat het een overweldigende voorraad ondergronds water is en altijd is geweest die door het gebied van Jeruzalem stroomt. De implicatie van deze geweldige hoeveelheid, gecombineerd met deze profetie, is dat het een voorraad is die nooit uitgeput zal raken.

Laten we het volgende in beschouwing nemen. Waarom zou God ooit een hof planten in Mesopotamië, dat volgens de mens de wieg der beschaving is, als Hij 800 kilometer naar het westen de eerste gewijde tempel op aarde schiep? Weet u wat die gewijde tempel was? De hof van Eden! Dat was in die dagen Zijn tempel. Hij plaatste Zijn eigen goddelijke aanwezigheid in het midden van de hof, waarna Hij de eerste mensen daar plaatste. Waarom zou Hij dat doen als het altijd Zijn bedoeling zou zijn geweest met Zijn mensen te werken op een locatie die 800 kilometer naar het oosten lag? Onmogelijk! Daar zit totaal geen logica in.

Mesopotamië suggereert geen voortgang van een enkel plan. Dat betekent niet dat er niet iets speciaals is verbonden met het land dat we vandaag kennen als Irak. Openbaring 18:2-5 laat zien dat het hét centrum is van de demonische activiteiten op aarde. Wilt u weten waarom er in dat gebied zoveel problemen zijn? Het is het centrum van demonische activiteiten op aarde — de bron van elke slechte, verdorven en verachtelijke praktijk die ooit in het verdorven denken van de mens is opgekomen.

Voor vandaag zullen we er hiermee stoppen en zo God wil zullen we er in de volgende preek hier op het Feest mee verdergaan. Het begint erop te lijken alsof ik deze serie niet zal kunnen voltooien op het Feest. We zullen zien.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)