Een teken aan de wand (Deel 1)

Door John W. Ritenbaugh
26 september 2007

Samenvatting: (toon)

In deze sleutelboodschap voor het Loofhuttenfeest van 2007 richt John Ritenbaugh de aandacht op het patroon van Abrahams leven en beantwoordt de vraag: "Waarom doet de Church of the Great God in deze tijd wat ze doet?" Het leven van geloof van Abraham en Sara is het patroon dat Gods geroepenen moeten volgen. Interessant genoeg, al was Abraham, een hoog opgeleid iemand en een wetenschapper, uitzonderlijk rijk, toch bezat hij nooit een huis of vestigde hij zich nergens permanent. Hij leefde als een vreemdeling of als tijdelijk verblijf houdend in zijn eigen land. Hij had iets anders als belangrijker beschouwd (een beter vaderland, een stad waarvan God de Bouwmeester is). Evenals Abraham en Sara verblijven ook wij hier tijdelijk en zoeken naar een boven alles uitgaand doel van een toekomstig koninkrijk. Wij houden het Loofhuttenfeest om op dezelfde manier als Abraham God te leren vrezen, erop te vertrouwen dat God in al onze behoeften zal voorzien. Zoals Hij deed met Abraham, kijkt God ook nauwkeurig naar de motieven en bedoelingen van ons denken, en beoordeelt en evalueert Hij onze gedragingen, gedachten en bezigheden. God kijkt altijd naar ons, waarbij Hij vaak op pijnlijke wijze ons gedrag een andere kant uitstuurt, met het uiteindelijke doel ons te behouden. Evenals Abraham moeten wij beseffen dat onze soevereine God heerst en dat Hij een van te voren vastgesteld doel en plan heeft met iedereen. Het verstrooien van het grotere geheel van de kerk van God was door God van te voren vastgesteld, waarmee Hij voorzag in een test voor goddelijkheid en liefde. Het zich op kortzichtige wijze afsluiten voor iedereen dat sommige splintergroepen laten zien, is een walgelijk iets en een belediging voor Gods soevereiniteit. We moeten God midden in deze gebeurtenissen zien.


Om te beginnen, onze groeten aan onze broeders en zusters in Australië, de Philippijnen, Zuid-Afrika, Nederland, Trinidad, Tobago en Victoria, Brits Columbia. We wensen hun een heel vreugdevol en opbouwend Loofhuttenfeest.

Toen ik deze notitie schreef, dacht ik eraan dat we eens allemaal op één plaats en op dezelfde tijd bijeen zullen zijn, waarbij we dan de inspanningen zullen verrichten die onze Verlosser ons wil laten uitvoeren.

We zijn echter heel blij dat wij de beschikking hebben over elektronische communicatie zodat, zelfs al staan we niet in direct contact met elkaar, de genoemde gebieden in staat zijn over de preken te beschikken door ze van de website te downloaden, weliswaar een dag later, maar ze krijgen ze in ieder geval. Dus totdat de tijd komt dat we met zijn allen op dezelfde tijd op één plaats bijeen zijn, hopen we dat jullie Feest het beste zal zijn dat jullie ooit hebben meegemaakt.

De boodschap van vanavond is bedoeld als fundament voor al de boodschappen die ik op dit Loofhuttenfeest zal geven. Sommige van de dingen die ik hier vanavond zeg, zullen waarschijnlijk ook gebruikt worden in andere boodschappen die ik op andere momenten tijdens het Feest zal geven. Ik zal zeven keer spreken, niet allemaal preken, maar ik zal zeven keer spreken.

Ik vraag u aan het begin van deze preek: Waarom doet de Church of the Great God wat ze doet? Het idee om dit als onderwerp te gebruiken op de openingsavond kwam geleidelijk bij me op. Deze gedachte begon zich in feite al in het voorjaar te ontwikkelen en kwam tot verdere rijping gedurende de zomer, toen ik bezig was met de serie preken over Hebreeën 11 en geloof. Het groeide sterker uit tot een onderwerp toen ik bij Abraham en Sara en hun voorbeeld aankwam. Het groeide bijna krachtig uit tot een onderwerp toen ik in die serie preken aankwam bij de reden, dat hij in de Bijbel "de vader der gelovigen" wordt genoemd, zelfs al is het onze geestelijke Vader in de hemel die ons geestelijk verwekt.

Onze geestelijke Vader in de hemel gebruikt onze menselijke, geestelijke vader, Abraham, als het patroon dat we in het algemeen in een leven van geloof dienen te volgen. Dit betekent niet dat ons leven van geloof alle karakteristieken van dat van Abraham en Sara zal hebben, maar het algemene patroon zal duidelijk in het leven van ieder bekeerd kind van God tot uiting komen. Dit is de reden dat we in ons familiegedrag op hem lijken. Het is alsof Abrahams patroon van leven het geestelijke teken aan de wand is voor elk christen-kind van God.

Laten we Jesaja 51:1-2 opslaan. God spreekt daar.

Jesaja 51:1-2 Hoort naar Mij, gij die de gerechtigheid najaagt, gij die de HERE zoekt. Aanschouwt de rots waaruit gij gehouwen zijt, en de holte van de put waaruit gij gegraven zijt; 2 aanschouwt Abraham, uw vader, en Sara, die u baarde; want Ik riep hem als eenling en Ik zegende hem en vermenigvuldigde hem.

Gemeente, laten we begrijpen dat Jesaja 51:1-2 geen suggestie is. Het is een opdracht. "Aanschouwt Abraham, uw vader, en Sara." Hun patroon van leven is een voorbeeld, waarnaar wij ons volgens Gods wil moeten voegen. Zoals ik een ogenblik geleden zei, dit betekent niet dat alles wat hun overkwam, bedoeld is ook ons te overkomen. Het is het algemene patroon waar zij doorheen gingen. Het plaatje hier is dat van een rots die om zo te zeggen door de beeldhouwer gevormd en gemodelleerd wordt, en dat brok steen begint op Abraham te lijken, en alle stukken rots die afgehouwen worden, dat zijn wij. Ook wij worden gevormd en gemodelleerd naar het karakter of het patroon dat Abraham had.

Aan het begin van deze preek wil ik dat we in overweging nemen dat Hebreeën 11 één van die hoofdstukken is die lijken op, laten we zeggen, 1 Corinthiërs 13. Het hoofdonderwerp van 1 Corinthiërs 13 is liefde, en het is één van de meest bekende hoofdstukken uit de gehele Bijbel, samen met Hebreeën 11, dat over geloof gaat.

In Hebreeën 11, dat geheel aan geloof is gewijd, worden veel meer woorden besteed aan de vader der gelovigen dan aan iemand anders. De enige andere persoon die daar dichtbij in de buurt komt, is de grote Mozes. Dertig procent van dit hoofdstuk wordt besteed aan één persoon en zijn vrouw. In vergelijking daarmee wordt er 17½ procent van het hoofdstuk aan Mozes besteed.

Wat me werkelijk trof in al die beschrijvingen van slechts enkele gebeurtenissen uit hun leven, is het feit dat ze, ondanks dat ze heel rijk waren, nooit een huis bouwden. Dit is een hoeksteen van het soort leven dat Abraham en Sara leidden. Laten we het boek Genesis opslaan en dit bevestigen met een aantal schriftgedeelten die u waarschijnlijk wel kent, maar ik wil dat u ziet dat ik niet zo maar wat zeg. God liegt niet.

Genesis 13:1-2 En Abram trok uit Egypte naar het Zuiderland [duidende op het zuiden van het land Kanaän], hij en zijn vrouw en al wat hij bezat, en Lot met hem. 2 Abram nu was zeer rijk aan vee, aan zilver en aan goud.

God overdrijft niet. Abraham was naar Gods oordeel heel rijk. Hoe rijk was dat? Het moet een overweldigende hoeveelheid geld zijn om zo'n indruk op God te maken dat Hij het in Zijn Boek opneemt.

Laten we een andere plaats in Genesis opslaan. Deze keer spreekt de knecht van Abraham.

Genesis 24:35 De HERE heeft mijn heer zeer gezegend, zodat hij rijk geworden is; Hij heeft hem gegeven kleinvee en runderen, zilver en goud, slaven en slavinnen, kamelen en ezels.

Wat denkt u hiervan? Als u voldoende geld had, zou u dan niet het huis van uw dromen kopen of bouwen? Er was iets dat Abraham als belangrijker beschouwde dan het bouwen van een huis, en dat is belangrijk voor ons. God vereist niet dat wij geen huis bouwen of geen huis kopen. Ik ben er zeker van dat Hij die gedachte in het denken van Abraham deed postvatten, maar had Abraham dan geen vrije wil? Natuurlijk had hij die. Hij had een huis kunnen bouwen, maar hij deed dat niet.

Er is nog meer verbonden aan dit verhaal. Abraham was geen ongeschoold keuterboertje uit een of andere achterafgemeenschap waar niemand ooit van had gehoord. Er zijn verhalen en geschiedenissen uit het verleden van Abraham. Hoeveel daarvan mythe of legende is, weet ik niet, maar die verhalen duiden erop dat Abraham een geleerde was. Deze geschiedkundigen, deze onderzoekers die deze dingen napluizen, zeggen specifieker dat Abraham heel waarschijnlijk iemand was die we in deze tijd als astronoom zouden aanduiden.

Zelfs voordat Abraham Ur der Chaldeeën verliet, had hij reeds een leven opgebouwd waarin hij een vrij aanzienlijk inkomen had, maar nadat God hem ging zegenen werd hij uitzonderlijk rijk. Abraham en Sara bouwden dus geen huis, ondanks het feit dat hun geboortestad en culturele achtergrond tot de hoogst ontwikkelde behoorden uit de gehele wereld uit de oudheid. Het leven in tenten beschrijft heel passend waarop zij gedurende honderd jaar van hun leven, tijdens hun verblijf in het land Kanaän, het oog nauwgezet gericht hielden.

Zij geloofden tot in het diepste van hun wezen dat zij, ondanks dat ze in het land van de belofte woonden, erfgenamen van dat land waren. Wij zijn erfgenamen met Jezus Christus. In zeker opzicht wonen wij daar, wat we zullen gaan erven. Laten we zien wat er in Genesis 17 staat.

Genesis 17:6-8 Ik zal u uitermate vruchtbaar maken en u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen. 7 Ik zal mijn verbond oprichten tussen Mij en u en uw nageslacht in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u en uw nageslacht tot een God te zijn. 8 Ik zal aan u en uw nageslacht het land, waarin gij als vreemdeling [of als buitenlander, of als buitenstaander] vertoeft, het ganse land Kanaän, tot een altoosdurende bezitting geven, en Ik zal hun tot een God zijn.

Ondanks dat ze in het land woonden en in Gods belofte geloofden, dat die belofte zo zeker was alsof ze het reeds in bezit hadden, bouwden ze toch geen huis. Ze vestigden zich daar niet permanent, zoals we zouden kunnen zeggen. Ze gingen door om in hun eigen land als vreemdelingen te leven. Begint u parallellen met uw eigen leven te zien? Die zijn er ruimschoots. Wij zijn vreemdelingen in de Verenigde Staten van Amerika. Voor praktisch iedereen hier aanwezig is dit het land van geboorte, en dus is het ons land. Het is onze natie. We zullen het gaan beërven. Leven wij als vreemdelingen in dit land, of is ons hart gericht op de plaats waar we ons leven leiden?

Het patroon voor hun leven was gebaseerd op een visie — een levendig gehouden perceptie en hoop, die in een toekomstverwachting voorzag die hen ertoe aanzette hun toekomst de hoogste prioriteit te geven. Hebreeën 11:10 zegt ons: "Want hij verwachtte de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is." De fundamenten in die stad duiden op een stabiele, verankerde permanentheid die hij in zijn leven nooit bezat. Abraham en Sara leidden hun leven volkomen uit geloof in die visie, en uit geloof in Degene die hun die visie gaf.

Laten we nu lezen over Abraham en Sara:

Hebreeën 11:8-19 Door het geloof is Abraham, toen hij geroepen werd, in gehoorzaamheid getrokken naar een plaats, die hij ter erfenis zou ontvangen, en hij vertrok, zonder te weten waar hij komen zou.
9 Door het geloof heeft hij vertoefd in het land der belofte, als in een vreemd land, waar hij in tenten woonde met Isaak en Jakob, die medeërfgenamen waren van dezelfde belofte; 10 want hij verwachtte de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is.
11 Door het geloof heeft ook Sara kracht ontvangen om moeder te worden, en dat ondanks haar hoge leeftijd, daar zij Hem, die het beloofd had, betrouwbaar achtte. 12 Daarom zijn er dan ook uit één man, en wel een verstorvene, voortgekomen als de sterren des hemels in menigte en gelijk het zand aan de oever der zee, dat ontelbaar is.
13 In (dat) geloof zijn deze allen gestorven, zonder de beloften verkregen te hebben; slechts uit de verte hebben zij die gezien en begroet, en zij hebben beleden, dat zij vreemdelingen en bijwoners waren op aarde. 14 Want wie zulke dingen zeggen, geven te kennen, dat zij een vaderland zoeken. 15 En als zij gedachtig geweest waren aan het vaderland, dat zij verlaten hadden, zouden zij gelegenheid gehad hebben terug te keren; [Die mogelijkheid staat voor elk van ons nog steeds open.] 16 maar nu verlangen zij naar een beter, dat is een hemels, vaderland. Daarom schaamt God Zich voor hen niet hun God te heten, want Hij had hun een stad bereid.
17 Door het geloof heeft Abraham, toen hij verzocht werd, Isaak ten offer gebracht, en hij, die de beloften aanvaard had, wilde zijn enige zoon offeren, 18 hij, tot wie gezegd was: Door Isaak zal men van nageslacht van u spreken. Hij heeft overwogen, dat God bij machte was hem zelfs uit de doden op te wekken, 19 en daaruit heeft hij hem ook bij wijze van spreken teruggekregen.

Abraham, Isaak en Jakob, en ook hun vrouwen, woonden dus in tenten. Niemand van hen vestigde zich permanent, wat op stabiliteit zou hebben geduid. Lijkt uw leven enigszins hierop? Ik denk dat we allemaal graag een stabiel leven zouden hebben, maar als mijn visie iets te betekenen heeft, denk ik dat hoe dichter we bij de wederkomst van Jezus Christus komen, het hoe langer hoe onstabieler schijnt te worden vanwege de omstandigheden om ons heen. Die dingen vinden plaats en brengen een vermoeiende stress met zich mee, die voortkomt uit de spanningen die zich in deze wereld opbouwen. Weet u waarom? Omdat we niet het antwoord op alles hebben. We hebben een algemeen antwoord. We weten dat Christus zal wederkeren en dat Hij de dingen in orde zal brengen, maar tot die tijd moeten we in een wereld leven die in elk opzicht uit balans is, die voortdurend in beweging is en voortdurend verandert in de hoop die ze heeft, en wij raken door dat soort leven van streek.

Abraham zocht een stad. Dat wil zeggen dat hij een groot doel voor ogen had, en hij bleef dat doel voor ogen houden en hij spoorde zichzelf aan daar opaf te gaan. In een bepaald opzicht is het hebben van een doel in het geheel niet ongebruikelijk. De meeste mensen leiden een leven met het een of andere doel in hun denken. Maar praktisch niemand leidt een leven met een doel zoals Abraham dat had, en zelfs zij die dat wel doen, en ik hoop dat u daartoe behoort, leiden dit niet zo consequent en zo trouw, of zolang, als hij dat deed.

We moeten ons dus de vraag stellen: Leven wij als werk en individueel uit geloof, omdat wat Abraham en Sara als algemeen patroon van leven deden, het teken aan de wand is dat ons — hun geestelijke kinderen — de algemene richting aanduidt waarin we moeten gaan? Daarom zei God: "Kijk naar Abraham. Kijk naar Sara." We zullen in algemene zin weten wat zij hadden en wat zij deden, en beseffen dat deze dingen in principe ook op ons zullen afkomen.

Laten we de betekenis hiervan illustreren middels een praktischer zaak uit het dagelijks leven. Wat we in Genesis zullen opslaan, is niet iets dat vaak voorkomt. In feite gebeurde het, voor zover ik weet, slechts één keer in de geschiedenis, maar nogmaals het gaat om het principe dat erbij betrokken is.

Bedenk wat er in Hebreeën 11 staat over het offeren van Isaak, waar Abraham doorheen moest gaan.

Genesis 22:12a En Hij zeide: Strek uw hand niet uit naar de jongen en doe hem niets, want nu weet Ik, dat gij godvrezend zijt, ...

Iedereen die ooit het Loofhuttenfeest heeft meegemaakt, behoort heel goed te weten dat we het Loofhuttenfeest dienen te houden om God te leren vrezen. God zei Abraham: "Nu weet Ik dat je Mij vreest." Dat is het belangrijke woord. We vrezen allemaal bepaalde dingen. Dat wil zeggen dat we respect hebben voor bepaalde dingen. Voor sommige zijn we doodsbang en we doen alles wat in onze macht ligt om ons te beschermen voor wat we vrezen. Daar heb ik het niet over. Vrezen we God op dezelfde manier als Abraham?

Abraham respecteerde wat God zei in voldoende mate dat Isaak in zijn denken reeds dood was. Laat me daar iets aan toevoegen. Hij respecteerde God ook in voldoende mate en geloofde Hem zo volkomen dat zelfs al moest hij Isaak doden, hij wist dat God Isaak zou moeten opwekken om Zijn belofte te houden. Dat is een geloof, dat is een respect, dat ik heel moeilijk kan bevatten. Nogmaals, hierom zei God: "Kijk naar Abraham." Hij zette een patroon voor ons, waaraan — dat durf ik wel te zeggen — niemand van ons in deze zaal ooit zal kunnen voldoen, maar het patroon is er.

Genesis 22:12-14 En Hij zeide: Strek uw hand niet uit naar de jongen en doe hem niets, want nu weet Ik, dat gij godvrezend zijt, en uw zoon, uw enige, Mij niet hebt onthouden. 13 Toen sloeg Abraham zijn ogen op en daar zag hij een ram achter zich, met zijn horens verward in het struikgewas. En Abraham ging en nam de ram en offerde hem ten brandoffer in plaats van zijn zoon. 14 En Abraham noemde die plaats: De HERE zal erin voorzien; waarom nog heden gezegd wordt: Op de berg des HEREN zal erin voorzien worden.

Laten wij in ons leven zien dat wij evenals Abraham op God vertrouwen om in onze behoeften te voorzien? "Yahweh-jireh — op de berg des Heren zal het worden gezien", of "op de berg des Heren zal erin worden voorzien". Houdt die gedachte vast, omdat twee of drie preken verder het "het" of het "erin" heel belangrijk zal worden. Uw "het" kan wat anders zijn en dat is waarschijnlijk beslist het geval, maar dat "het" waar Hij het over heeft, zal in de volgende preken heel belangrijk worden.

Uit geloof leven vereist absoluut — en ik herhaal "absoluut" — dat iemand niet slechts gelooft dat God bestaat, maar dat Hij soeverein is over Zijn schepping en dat Hij de activiteiten gadeslaat en voortdurend autoriteit daarover uitoefent. Niets ontsnapt aan Zijn alles doordringend en alles omvattend nauwgezet onderzoek van wat er gaande is, omdat elk aspect ervan belangrijk is voor Hem en het resultaat van Zijn creatieve werk.

God zit voor wat betreft u niet te slapen bij de aan/uit-schakelaar, zoals Hij evenmin sliep toen Abraham op het punt stond zijn zoon te doden. God zag het. God kwam in actie en God prees Abraham door te zeggen: "Nu weet Ik." Ik hoop dat Hij dat op de een of andere dag ook van ons kan zeggen.

Laten we een schriftgedeelte in Hebreeën 4 lezen dat dat bevestigt.

Hebreeën 4:12-13 Want het woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zó diep, dat het vaneenscheidt ziel en geest, gewrichten en merg, en het schift overleggingen en gedachten des harten; 13 en geen schepsel [of schepping] is voor Hem verborgen, want alle dingen liggen open en ontbloot voor de ogen van Hem, voor wie wij rekenschap hebben af te leggen.

Geloven we dat? Hij weet precies wat er gaande is. Nogmaals, dit zijn vermogens die ik op een logische manier niet kan bevatten. Mijn denken is gewoon te beperkt om in staat te zijn te bevatten hoe een of ander Wezen op één en hetzelfde moment miljarden en miljarden mensen in de gaten kan houden, inclusief wat ze denken. Ik kan niet eens in de gaten houden wat er gaande is in een ruimte van 3 bij 4 meter. We moeten Abraham de eer geven die hem toekomt. Hij geloofde God in voldoende mate om zover te gaan dat in zijn denken Isaak reeds dood was. Wat een kerel!

Wat doet God? Hij leest daarboven gedachten. Maakt u zich daar ooit bezorgd over? Ik maak me daar bezorgd over. Ik ben blij dat Hij barmhartig is. Dat zegt een en ander over wat God daarboven doet. Bedenk wat Abraham deed. "Op de berg des Heren zal het gezien worden [of zal erin worden voorzien]."

Johannes 5:17 Maar Hij antwoordde hun: Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook.

De soevereine Schepper-God is de allerhoogste Heerser en Rechter. God is niet slechts een Heerser in naam die afwezig op een troon zit. Soeverein zijn betekent dat Hij niet onderworpen is aan enige andere kracht, macht of beslissing die buiten Hem ligt.

Jezus' verklaring dat de Vader werkt en altijd heeft gewerkt, wordt niet zomaar zonder enige context eruit geflapt. Hij flapte het er niet uit alsof niets daartoe aanleiding had gegeven en er niets op volgde. Als wij het gehele hoofdstuk zouden bestuderen, zouden we zien dat het algemene onderwerp dat door dit hoofdstuk heen is geweven, oordelen betreft. God oordeelt Zijn schepping. Hij leest onze gedachten. Hij observeert de activiteiten die gaande zijn en Hij oordeelt.

Begrijp dit punt over oordelen. Oordelen slaat niet altijd op veroordeling, maar het gaat altijd samen met evaluatie. Jezus verklaarde dat de Vader voortdurend alle activiteiten in Zijn schepping evalueert, stuurt en er actief bij betrokken is om ervoor te zorgen dat ze in de richting gaan van Zijn doel. Uiteindelijk heeft evalueren vandoen met het beheren van iemands zaken. Is dat niet de reden dat u evalueert? U evalueert en daarna past u wat u gaat doen aan. U evalueert om te manipuleren, aan te passen en tot beslissingen te komen en er dan naar te handelen. Dat doet God ook.

Dit betekent niet dat omdat God dit doet, Hij iedere beslissing die mensen nemen al van tevoren heeft bepaald, maar Hij is Zich ervan bewust en Hij past aan zoals Hem dat voor Zijn doel goeddunkt. Als een gelovige dit niet begrijpt en gebruikt als basis van zijn eigen leven, betekent dit dat iemand altijd gebrek zal hebben aan een algemeen richtingsgevoel en stabiliteit, omdat hij in zijn leven handelt zonder een positieve goddelijke gerichtheid. De essentie hiervan is, dat we weten dat God ons altijd gadeslaat. Hij is er niet op uit ons te pakken te nemen. Hij is er niet op uit ons te straffen. Hij is er niet op uit ons te veroordelen. Hij is eropuit ons te behouden, daarom zal Hij aanpassen en als Hij een of ander aanpast, kan dat pijnlijk zijn. Het kan ons kwetsen. Staan we dicht genoeg bij God om te begrijpen dat als Hij iets aanpast en ons dat een beetje kwetst, dat dat voor ons bestwil is? Zo zit Hij in elkaar. Het is altijd voor ons bestwil en ten goede van Zijn doel, zelfs al kan het zijn dat Zijn correctie van ons een beetje pijnlijk is.

In deze handelingen voorziet God altijd in wat nodig is. "Op de berg des Heren zal het gezien worden." Zien wij het? Abraham zag het. Ik bedoel niet alleen maar bij deze ene gelegenheid. Het bepaalde de richting van zijn leven. Het bepaalde wat zijn doelen waren. Het bepaalde dat hij zich niet permanent vestigde in een solide structuur die we een huis zouden noemen. Zijn gedachten over God waren zoals zojuist onder woorden gebracht.

We gaan naar het boek Daniël. Hier hebben we belangrijke instructie van God. In dit geval werd deze aan Nebukadnessar gegeven en aan alle anderen die heersen of die onder de autoriteit staan van hen die heersen. Daarom heeft deze instructie betrekking op iedereen.

Daniël 4:17 Dit bevel berust op het besluit der wachters en deze zaak op het woord der heiligen, opdat de levenden mogen weten, dat de Allerhoogste macht heeft over het koningschap der mensen en dat geeft aan wie Hij wil, ja, zelfs de nederigste onder de mensen daarin aanstelt.

Dat is het begin van de uitleg van een principe dat heel belangrijk is voor het leven van iedereen die uit geloof probeert te leven.

Daniël 4:32-33 men verstoot u uit de gemeenschap der mensen en uw verblijf is bij het gedierte des velds; gras zal men u te eten geven als aan de runderen; en zeven tijden zullen over u voorbijgaan, totdat gij erkent, dat de Allerhoogste macht heeft over het koningschap der mensen en dat geeft aan wie Hij wil. 33 Op hetzelfde ogenblik ging dat woord aan Nebukadnessar in vervulling, en hij werd uit de gemeenschap der mensen verstoten en at gras als de runderen en door de dauw des hemels werd zijn lichaam bevochtigd, totdat zijn haar lang werd als (de veren) der arenden en zijn nagels als die der vogels.

Vergelijk hem nu eens met Abraham. Nebukadnessar was een man die moeilijk te overtuigen viel dat God heerst, dat Hij soeverein is over Zijn schepping. Dit is precies de gedachte die de drijvende en motiverende kracht was in het leven van Abraham. "God heerst, Hij slaat mij gade en Hij heeft goede dingen in gedachten voor mij en mijn vrouw en mijn kinderen en mijn kleinkinderen en mijn achterkleinkinderen. Ik wil niet degene zijn die de dingen voor hen bederft, daarom zal ik op God vertrouwen en in wat Hij zei."

Nebukadnessar moest in een dier worden veranderd en vernederd worden, blijkbaar met een bepaalde mate van vermogen tot denken, zelfs terwijl hij in die toestand verkeerde. Hij kon niet zelf uit die toestand komen. God hield hem daarin gevangen, maar toch ben ik er zeker van dat er een bepaalde mate van denken in zijn hersenen plaatsvond, omdat de man na zeven jaar berouw kreeg en zich bekeerde.

Daniël 4:37 Nu roem, verhef en verheerlijk ik, Nebukadnessar, de Koning des hemels, wiens werken alle waarheid en wiens paden recht zijn, en die hen die in hoogmoed wandelen, vermag te vernederen.

De specifieke waarschuwing die door Daniël werd gegeven kwam tot stand in het leven van Nebukadnessar. Wat leerde Nebukadnessar? In één zin uitgedrukt, hij leerde dat de troon van Babylon en het gebied waarover hij heerste, hem gegeven was naar Gods welbehagen. Hij zou daar niet zijn geweest als God hem daar niet had geplaatst. Hij leerde dat God de gebeurtenissen manipuleert, en dat nam hem de wind uit de zeilen.

Ik breng dit over Nebukadnessar naar voren omdat we allemaal dezelfde les moeten leren, dat God heerst. We gaan hier nog iets aan toevoegen vanuit het Nieuwe Testament. Paulus pakt dit thema op, omdat de Romeinen hier ongetwijfeld vragen over hadden.

Romeinen 13:1 [Statenvertaling] Alle ziel zij den machten [of de heersende autoriteiten], over haar gesteld, onderworpen; want er is geen macht [geen autoriteit] dan van God, en de machten [de autoriteiten], die er zijn, die zijn van God geordineerd [door God ingesteld].

Paulus laat in de manier waarop dit is geschreven geen enkele ruimte om aan de consequenties ervan te ontkomen. "Want er is geen autoriteit dan van God." Als we dit op de juiste manier willen begrijpen, moeten we op de een of andere manier op het idee komen, en dat ook gaan geloven, dat God iedereen in de gehele rangorde aanstelt — het hoofd van de natie, het hoofd van de provincie, het hoofd van de gemeente, de gehele rangorde. Hij is soeverein over alles. Met die dingen is Hij bezig. Hij oordeelt. Hij evalueert, Hij neemt besluiten over de manier waarop de dingen verlopen, omdat Hij in Zijn denken ideeën, gedachten, concepten en doeleinden heeft voor iedereen die leeft.

Wat een denken! Abraham geloofde dat en hij was bereid daar alles voor op te geven. Hij deed dat niet perfect, maar hij bracht het een heel eind; de kwaliteit daarvan was dusdanig dat God zei: "Kijk naar Abraham, uw vader. Probeer zo te leven als hij dat deed." Dat is nogal moeilijk. Deze instructie kan en moet begrepen worden in de zin dat Gods aanstellingen zich uitstrekken over de gehele linie van de hoogste tot de laagste.

Weerspiegelt uw leven dat u gelooft dat God soeverein is over Zijn schepping? Gemeente, dit is het centrale punt betreffende behoud en van hieruit vloeit onze verantwoordelijkheid voort om onszelf te beheersen binnen dit grotere raamwerk, ziende dat God, als Heerser over ons leven, altijd op een goede en barmhartige manier acht geeft op de weg die ons leven volgt.

Laat me het nogmaals zeggen. Abraham en Sara geloofden God. Hiermee bedoel ik niet dat ze geloofden in het bestaan van een God. Zij geloofden het woord van de Schepper-God die op actieve wijze Zijn schepping bestuurt en naar Zijn doel toewerkt. Zij vertrouwden Hem en dat doel. Om kort te gaan, zij geloofden het evangelie zo diepgaand dat het de loop van hun leven bepaalde vanaf het moment dat God hen riep.

Laten we dit principe naar onze tijd overbrengen. Ik geloof voor geen enkel moment dat het iemand anders was dan God Zelf die de Worldwide Church of God in stukken uiteen liet vallen. Dat kwam van God. Hij deed het voor Zijn doeleinden en Hij deed het op barmhartige wijze voor ons bestwil — voor het bestwil van u die hier zit. Hij gebruikte daarbij zeer zeker Satan, en Satan gebruikte op zijn beurt mannen en vrouwen die aan hem onderworpen waren, om datgene uit te voeren waar hij ongetwijfeld een groot behagen in had. En nu zien we de overblijfselen van de kerk van God naar alle kanten verstrooid.

In grote lijnen heb ik absoluut geen probleem met deze verstrooiing, omdat in de eerste plaats God deze in de zin had. Ik vertrouw dus op Hem en aanvaard daarom Zijn oordeel en ga door om te proberen het beste gebruik te maken van datgene wat Hij ons gegeven heeft om mee te werken. Maar tegelijkertijd, gemeente, ben ik ontzet en vervuld met afschuw, omdat sommige mensen, geleid door hun dienaren in die groepen, beweren dat zij de enige kerk zijn. Het ontzet me omdat hun visie zo kortzichtig en zelfgericht is, en omdat in die visie God ook onderworpen is aan krachten waar Hij geen vat op heeft, waardoor Hij gedwongen wordt de huidige toestand te accepteren. Het is alsof Hij er totaal niets aan kon doen.

Gemeente, zij zeggen dingen zoals: "Wij zijn de enigen die het evangelie verkondigen." Gemeente, dat is een volstrekte leugen. Anderen gebruiken gewoon een andere methode — de methode of de manier die God hun ter beschikking stelde, alsmede de middelen om het op die manier te doen. Met andere woorden ik zeg dat allen moeten werken binnen de gaven die God hun gegeven heeft en waartoe Hij hen apart heeft gezet.

Zij kunnen zelfs zover gaan te beweren dat de belangrijkste namen uit de hiërarchie van hen die de Worldwide Church of God verlieten, tot hen behoren, of dat zij zich het meest conformeren aan de manier die Herbert Armstrong vaststelde. De leider kan zelfs beweren dat hij degene is die gekozen is om een speciaal werk te doen, en dat hij één van de twee getuigen is, of Elia, of Elisa, of zelfs "die Profeet".

Ze kunnen zelfs zover gaan dat ze hun leden verbieden contact te hebben met andere kerken van God, of zelfs personen binnen hun eigen familie. Het is alsof contact met hen op de een of andere manier hun geestelijke zuiverheid zal verontreinigen. Zeker, ze kunnen contact hebben met de wereld, maar niet met andere delen van de kerk! Is dat werkelijk goddelijk? Is dat leven uit geloof? Ik zal u zeggen, als dat geen Farizeïsche muggenzifterij is en het verspreiden van angst, dan weet ik niet wat het dan wel is.

Het is mijn zorg wat voor geestelijke groei die isolerende, verdedigende houding in de gemeente zal voortbrengen. Ik zal u zeggen wat het zal voortbrengen. Het zal een verdelende angst voor andere delen van de kerk voortbrengen. Het zal een angst voor de dienaren voortbrengen en angst voor de kerk, in plaats van een heilige vrees voor Jezus Christus en God de Vader. Het zal de dienaren op slinkse wijze tussen de mensen en onze Hogepriester plaatsen, omdat de nadruk op autoriteit op de verkeerde plaats ligt.

Worden wij op de een of andere manier onderwezen dat God de gang van zaken binnen Zijn eigen kerk niet kan runnen? Ik weet het niet. Maar ik zal u zeggen, dat ik denk dat dit een heel gevaarlijke positie is om zichzelf in te plaatsen. God zei tot Abraham: "Nu weet Ik dat u MIJ vreest." Dit punt van respect is heel, heel belangrijk voor de richting waarin ons leven zich zal gaan bewegen. Abraham vreesde God. Hij respecteerde wat God over hem dacht, in die mate dat hij de Vader op geen enkele manier wilde teleurstellen door tekort te schieten in het Hem op een manier vertegenwoordigen die Zijn naam hooghield.

Hier zijn wij, die eens tot de grote en trotse Worldwide Church of God behoorden. Waar is deze nu? Deze is vernederd en verstrooid. Ik borduur door op de metafoor van Nebukadnessar. Waar is ons geloof? De kerk gaat door een collectieve vernedering. De vraag is dus hoe ze daaruit te voorschijn zal komen.

Begrijp me alstublieft. Het is niet zo dat de dienaren of de kerk totaal geen autoriteit hebben, want dat is wel zo, maar het is altijd de verantwoordelijkheid van de dienaar de mensen te verwijzen naar de werkelijke autoriteiten om hen te helpen zich voortdurend meer bewust te worden van de Vader en de Zoon. Ziet u God? Dat is het punt waar het om draait.

Laten we Johannes 17:3 opslaan. Daar zullen we een patroon herkennen dat Jezus voor de dienaren zet, hier in Zijn laatste gebed dat voor ons is opgetekend. Dit vers zou ons moeten helpen begrijpen waarom de dienaren door God zijn aangesteld om de mensen te helpen God te zien.

Johannes 17:3 Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt.

Het is de verantwoordelijkheid van de dienaren de mensen God en Zijn Zoon te laten zien.

Johannes 17:6 Ik heb uw naam geopenbaard aan de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij behoorden U toe en Gij hebt hen Mij gegeven en zij hebben uw woord bewaard [omdat Jezus getrouw was om hen te helpen God te zien].

Dit is wat richting gaf aan het leven van Abraham. Hij zag God en hij vreesde — respecteerde — die God met zo'n diep ontzag dat hij zelfs geen huis bouwde. Hij bleef leven in iets dat tijdelijk was, waarmee hij liet zien dat hij wist dat hij daar slechts voor korte tijd was en dat hij het beste ging maken van die tijd om God te verheerlijken en Hem te eren in alles wat hij deed. Hij vestigde zich niet blijvend in de wereld of wat dan ook.

Als God en Zijn woord niet vooraan staan in de centrale werkelijkheid van wat ieder individu doet met zijn leven, wordt het gehele programma voor die mensen beperkt. Daardoor wordt hun wereld uitzonderlijk beperkter in termen van waar de toekomst zal worden doorgebracht. Dit is zo omdat het belangrijkste punt in behoud is: Wiens woord zal iedere geroepen persoon toestaan zijn leven te gaan beheersen? Beheersen betekent besturen, richting geven, leiden, doen werken. Bestuur is de persoon, het lichaam of systeem dat heerst, de controle in handen heeft, richting geeft, leidt en doet werken. Is uw bestuur God? Leidt Hij uw leven? Hij wil dat.

Onder wiens bestuur zal iemand leven? Zolang als iemand niet geroepen wordt, heeft iemand daar geen keus in. Hij zal leven onder het bestuur van Satan, omdat God dit zo heeft ingesteld. Maar als hij eenmaal geroepen wordt, moeten de keuzes doelbewust uit geloof worden gedaan om ervoor te kiezen onder Jezus Christus en de Vader te leven. Gemeente, Abraham en Sara deden dat. Zij leefden met een visie ontleend aan Gods woord en menselijk gezien volgen wij hen.

Dat is alles voor vanavond. Ik denk dat ik een fundament heb gelegd en zo God wil, zullen we morgen op dit onderwerp terugkomen.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)