Christen-zijn is een gevecht! (Deel 4)

Door John W. Ritenbaugh
6 januari 2007

Samenvatting: (toon)

John Ritenbaugh moedigt ons aan de gehele wapenrusting van God aan te doen en onvoorwaardelijk op God en Zijn voorzienigheid te vertrouwen. Omdat God de bron is van alle macht, kan alleen Hij toedoen aan en zorgen voor ons fysiek en geestelijk welzijn. Als Gods geroepenen moeten we plannen maken of prioriteiten vaststellen, onze geestelijke toewijding versterken door op God gerichte liefde, visie (het vermogen om de beloften vanuit de verte te zien) en beheer van onze beschikbare tijd (God zoeken terwijl Hij gevonden kan worden), zodat we voorbereid zullen zijn om onze toekomstige verantwoordelijkheden gebalanceerd en met wijsheid uit te voeren. Het heiligingsproces vereist van ons dat we met God meewerken teneinde christelijke werken en karakter voort te brengen, waardoor we ons op het Koninkrijk van God voorbereiden.


Vandaag ga ik weer verder met mijn serie over het gevecht van de christen. Dit is deel 4. We beginnen te lezen in Mattheüs 6:31-34.

Mattheüs 6:31-34 Maakt u dan niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmede zullen wij ons kleden? 32 Want naar al deze dingen gaat het zoeken der heidenen uit. Want uw hemelse Vader weet, dat gij dit alles behoeft. 33 Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden. 34 Maakt u dan niet bezorgd tegen de dag van morgen, want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.

Tegen het einde van de vorige boodschap betreffende het gevecht van de christen tegen ons zinnelijke hart, de wereld en de duivel, begonnen we juist te zien dat willen we deze strijd winnen, de oplossing ligt in de middelen waarin alleen God binnen onze relatie met Hem kan voorzien.

We moeten de gehele wapenrusting van God aandoen, zo beschreef Paulus het in Efeziërs 6. Die wapenrusting is de macht die we nodig hebben en zoals we in andere preken zagen, behoort de macht aan God toe. Dus zou het zoeken van God in deze strijd, in het aangezicht van deze drie grote vijanden die ons voortdurend verzoeken en verleiden, heel hoog op onze prioriteitenlijst moeten staan.

Deze verzen bevatten vitaal, fundamenteel advies voor allen die de dagelijkse strijd in deze oorlog voeren. Het is nodig dat we gewone, alledaagse dingen zoals voedsel en kleding hebben, en de inspanningen om die te bemachtigen kunnen een bezorgdheid voortbrengende en zorgwekkende aangelegenheid zijn. Jezus zegt ons hier dat we moeten ophouden ons zorgen te maken en beginnen op God te vertrouwen. Jezus' redenering gaat ongeveer als volgt: God is werkelijkheid voor ons, nietwaar? Hij voorziet heel zichtbaar in alles wat nodig is voor dingen die schijnbaar zo onbelangrijk zijn als gras en bloemen. Aangezien wij in belangrijkheid deze dingen ver te boven gaan, kunnen wij dan niet inzien dat Hij voor ons in de noodzakelijke dingen van het leven kan en zal voorzien?

God eerst zoeken en het zoeken van het Koninkrijk van God zijn gewoon andere manieren om het gevecht van de christen aan te duiden. Viel het u op dat Jezus zei: "Dit alles zal u bovendien geschonken worden."? Dit wordt dus een belofte voor allen die God en Zijn Koninkrijk oprecht zoeken. Dit is een dogmatische uitspraak. God zal dit doen, omdat Hij wil dat wij slagen en Hij zal daarin voorzien.

Hier zei Jezus voornamelijk dat bovendien materiële dingen geschonken zouden worden, maar we zien op andere plaatsen dat God de bron is van alle vermogens die Hij alleen kan schenken. Dat is een stevige basis om op te werken voor iedereen die oprecht zoekt naar Gods Koninkrijk. Jezus richt Zich hier op prioriteiten, zodat we veel meer inspanningen kunnen wijden aan de meest belangrijke doeleinden van het leven.

Als we eenmaal weten wat ons doel is, maken we dan gewoonlijk niet een plan om dat te bereiken? Een simpel voorbeeld hiervan is voor ons allemaal dat we elk jaar het doel hebben om het Loofhuttenfeest te vieren. We moeten dus plannen maken om voldoende geld te hebben om de aanzienlijke reis-, hotel-, maaltijd-, kleding-, benzine- en amusementskosten te bekostigen. We gebruiken een kalender waarop we aangeven wanneer we vertrekken en wanneer we zullen terugkeren. We zullen de route uitstippelen die we moeten rijden, vliegen of per trein afleggen. Het kan zijn dat we contact opnemen met vrienden uit andere delen van het land om plannen te maken gezamenlijk dingen te doen. We zullen ons geestelijk voorbereiden om er zeker van te zijn dat we in de juiste gemoedstoestand verkeren zodat het Feest zowel geestelijk als fysiek kan worden gevierd.

Hetzelfde algemene principe is in meerdere of mindere mate betrokken bij het bereiken van de talrijke doelen die we ons elke dag van de week stellen, laat staan bij een enkele gebeurtenis die slechts één keer per jaar voorkomt. Wat te denken van het doel dat de hoogste prioriteit voor de rest van ons leven zou moeten hebben — dat is het zoeken van God en het Koninkrijk van God?

Daar het zoeken van God, als we door Gods roeping en Zijn rechtvaardiging eenmaal een relatie hebben opgebouwd, onze belangrijkste geestelijke bezigheid zou moeten zijn, wat is dan het fundament van ons plan om Hem te zoeken?

Ik weet niet of velen van ons ooit een plan hebben vastgelegd. Ik bedoel niet met het doel om het elke dag te raadplegen. Ik bedoel gewoon de dingen in kaart brengen, het benoemen van de hoofdzaken die we willen bereiken, zodat we heel wat meer zullen bereiken dan als we proberen de dingen op een wanordelijke, 'we zien wel wat er gebeurt' manier te doen.

In deze boodschap wil ik een aantal algemene eigenschappen aanvoeren die volgens mij deel moeten uitmaken van een plan dat op succes zal uitdraaien. Deze zijn altijd bruikbaar, behalve voor de incidentele tijden dat alles verstoord wordt door totaal onverwachte gebeurtenissen. Waarom moeten we dit doen? Omdat het vaststellen van prioriteiten essentieel is voor succes.

Naast de stappen die men in een plan kan opnemen, zijn er een aantal eigenschappen die men moet besluiten te hebben en te gebruiken, anders zal geen enkel plan werken, ongeacht hoe precies of toepasselijk het is. Ik ga me richten op de eigenschappen die nodig zijn om een plan te laten werken.

Misschien is de eerste van alle prioriteiten hierin wel iemands betrokkenheid. Ongeacht hoe goed of perfect een plan is, het zal niet werken tenzij men zich betrokken voelt om het doel te bereiken. Het spreekwoord zegt: "De weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens." Ik denk dat we allemaal goede voornemens hebben, maar hoever komen we met alleen maar voornemens? Als we niet echt betrokken zijn, is het heel waarschijnlijk dat een van de eerste obstakels ons doet opgeven, en we zullen ons doel niet bereiken ondanks onze goede voornemens. Er is een sterke betrokkenheid nodig om iets te bereiken. Jezus is het daarmee eens.

Lucas 9:62 Maar Jezus zeide [tot hem]: Niemand, die de hand aan de ploeg slaat [Zijn bedoeling als hij dat doet, is om aan de andere kant van de akker te komen. Hij zal achter die ezel aanlopen, hij zal achter dat paard aanlopen, of hij klimt op zijn tractor of wat dan ook om aan de andere kant van de akker te komen.] en ziet naar hetgeen achter hem ligt, [Hij laat reeds een zwakke plek in zijn betrokkenheid zien, omdat hij omkijkt.] is geschikt voor het Koninkrijk Gods.

Betrokkenheid is nogal belangrijk, maar ik ga er iets aan toevoegen. Laten we Lucas 14 opslaan.

Lucas 14:25-27 Vele scharen reisden met Hem mede, en Zich omkerende zeide Hij tot hen: 26 Indien iemand tot Mij komt, en niet haat zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broeders en zusters, ja zelfs zijn eigen leven, die kan mijn discipel niet zijn. 27 Wie niet zijn kruis draagt en achter Mij komt, kan mijn discipel niet zijn.

De eigenschap waar ik hier aan denk is toewijding. Toewijding moet aan betrokkenheid worden toegevoegd, opdat de betrokkenheid echt sterk zal zijn in verband met het zoeken van God. Betrokken zijn drukt slechts het algemene idee uit van zichzelf verplichten tot of beloven een bepaalde handeling te verrichten. Betrokkenheid op zichzelf heeft niet de emotionele kracht van toewijding. In feite definieert mijn Webster's Ninth New Collegiate Dictionary toewijding als "zich toewijden door een plechtige handeling". Met andere woorden zelfs in zijn definitie is er aan toewijding een eigenschap gekoppeld die pure betrokkenheid op zichzelf niet heeft. Toewijding duidt op wijding, het zichzelf apart zetten voor een hoger doel. Het is betrokkenheid inclusief een intens trouwe gehechtheid.

Weet u wat dit vers zei? "Indien iemand tot Mij komt, en niet haat zijn vader en moeder ..." — dat is toewijding en betrokkenheid samen aan een letterlijk, belangrijk Wezen van een omvang die we slechts kunnen beginnen ons voor te stellen. Het is het soort betrokkenheid dat Christus van ons vraagt. Het is niet onredelijk dat Hij zo iets zou doen, dat wij betrokken bij en toegewijd aan Hem zouden zijn. Plaats het woord "liefde" daarin en het begint te duiden op een emotionele gehechtheid die uitgaat boven alleen maar betrokkenheid. Toewijding wil zeggen dat iemand een buitengewoon dwingende motivatie heeft voor zijn toewijding. Daarom wordt het vaak gebruikt in relatie tot het vervullen van iemands verantwoordelijkheden jegens God.

In Johannes 14:15 zei Jezus: "Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij Mijn geboden bewaren." Leg de nadruk op het woord "Mij". "Wanneer gij Mij liefhebt ..." Dit is niet een ongeïnteresseerd alledaags onderhouden van Gods wet. Daarbij is een emotionele gehechtheid betrokken aan Degene die onze Heer, Meester en Verlosser is, omdat toewijding gedachten van liefde omvatten, terwijl betrokkenheid gemakkelijk gebruikt kan worden in contexten die slechts gedachten van niet meer dan het voldoen aan een verplichting vereisen.

In ons ongeduld is het menselijk dat we direct willen aanpakken en direct op het punt aankomen zonder door alle stappen heen te gaan die normaal nodig zijn om daar aan te komen — stappen die ons voorbereiden om een leiderschapspositie in het Koninkrijk van God te vervullen. Proberen die stappen te vermijden is dwaas. God zal absoluut niet toestaan dat dit in samenhang met Zijn Koninkrijk gebeurt.

Laten we Spreuken 19 opslaan.

Spreuken 19:10 Weelde past een dwaas niet, hoeveel te minder een slaaf te heersen over vorsten.

Deze spreuk beschrijft twee misplaatste, maar soortgelijke situaties die een geïnteresseerd toeschouwer zijn hoofd doet schudden in droeve verbazing over de verspilling, het misplaatste ervan. Allereerst het eerste deel van de zin: "Overvloed in het bezit van een dwaas die zijn gave zal verspillen aan frivool vermaak en nutteloze lichtzinnigheid, is totaal misplaatst." Je wilt niet dat een dwaas de beschikking krijgt over geld. Hij zal het slechts aan zichzelf verspillen. Het tweede deel van de zin slaat op een slaaf van de menselijke natuur, die zijn gehele leven daaraan onderworpen is geweest. Als hij macht krijgt om te heersen is er alle kans dat hij naar het andere uiterste doorslaat door een absolute tiran te worden. Het lijkt alsof hij zijn slavernij vergeet en vergeet dat hij eens één van hen was; nu is hij de grote baas en hij zal een tiran worden.

Er is hier een levendig historisch voorbeeld van toen het Franse volk de aristocratie ten val bracht. Raad eens wie links en rechts de guillotine gebruikte, de een na de ander? Dat was het volk dat aan de macht kwam, en toen ze eenmaal aan de macht waren, werden zij de onderdrukkers die even slecht waren als destijds de aristocratie.

We hebben het over misplaatste dingen. God zal niemand in Zijn Koninkrijk brengen die niet voorbereid is om te heersen. De mensen die in Zijn Koninkrijk zullen zijn, zullen nooit vergeten wat het was om slaaf van de menselijke natuur te zijn. Ze zullen nooit vergeten wat het was om arm te zijn, een mislukkeling of wat dan ook. Zij zullen zich die dingen herinneren en hun oordeel en hun heerschappij zal verzacht worden door hun herinneringen aan hoe iemand de dingen die hem gegeven zijn, werkelijk op een wijze en effectieve manier moet gebruiken.

Beide dingen hebben vandoen met betrokkenheid en toewijding, omdat er betrokkenheid en toewijding nodig zijn om deel te nemen aan de training die God ons geeft — training die ons vaak schijnt te zeggen: "Waar doen we dit voor? Waarom gaan we niet gewoon rechtstreeks het Koninkrijk van God binnen? Ik ben er nu gereed voor, God. Aanvaard me!" Nee, we zijn er niet gereed voor en Hij laat ons dus testen ondergaan om de lessen te leren die geschikt zijn voor gebruik in Zijn Koninkrijk.

Spreuken 30:21-23 Onder drie dingen beeft de aarde, ja, onder vier, die zij niet dragen kan: 22 onder een slaaf, als hij koning wordt, en een nietsnut, als hij verzadigd wordt met brood, 23 onder een versmade, als zij ten huwelijk wordt genomen, en een dienstmaagd, als zij haar meesteres verdringt.

Ik las deze verzen omdat deze spreuk de vorige bevestigt. Elk van deze illustraties beschrijft mensen die niet voorbereid zijn op hun nieuwe status. U kunt er absoluut zeker van zijn dat God dit in Zijn familiekoninkrijk niet zal laten gebeuren. Zij die er deel van uitmaken, zullen voorbereid worden om te werken, te leven en te heersen op het niveau dat ze door Hem worden toegekend. Hun verantwoordelijkheden daar zullen uitdagend zijn, maar ze zullen niet voortdurend gefrustreerd zijn, omdat het hun boven het hoofd groeit, evenmin zal hun functie hun naar het hoofd stijgen. Zij zullen nederig dienen en zullen geen corrupte autoriteit tonen in hun gedrag binnen hun functie, nu ze de macht hebben. Ze zullen op alle gebieden van het leven gebalanceerd zijn. De meeste dynastieke heersers, zoals op de troon van Engeland, begrijpen dit principe heel goed.

Kort geleden las ik een vrij lang artikel in het Smithsonian magazine over Maria Antoinette. Haar Oostenrijkse ouders uit het geslacht Habsburg regelden haar huwelijk terwijl ze nog heel jong was. Ze werd toegezegd aan de familie Bourbon die Frankrijk regeerde, om de vrouw te worden van hun zoon die uiteindelijk Lodewijk XVI werd. Dit vond plaats terwijl hij ook nog heel jong was. Wat mij opviel en in verband met deze preek interesseerde, is dat binnen een jaar nadat dit huwelijk was geregeld — (Ze werden nog niet bij elkaar gebracht. Het huwelijk werd toen slechts geregeld.) — de Bourbons een gouvernante naar Oostenrijk stuurden om Maria te trainen voor de tijd dat ze koningin zou zijn. Deze gouvernante hield haar vrijwel voortdurend gezelschap tot het huwelijk werd gesloten toen Maria vijftien was.

Hetzelfde geldt voor Prins Charles van Engeland. Hij is sinds zijn geboorte getraind voor de troon van Engeland. In een bepaald opzicht, in het bijzonder in de jaren voordat hij volwassen was, had hij maar weinig tijd voor zichzelf. We zouden kunnen denken dat dit niet goed werkt, maar we moeten niet vergeten dat deze mensen geen gave van God hadden ontvangen om hun menselijke natuur te beheersen. Het belangrijke element voor ons is te onthouden dat God hetzelfde principe van voorbereiding hanteert, en ons leven moet toegewijd zijn aan de uitvoering daarvan.

Wij zitten in de voorbereidingsfase en we moeten niet alleen voorbereid worden op Gods Koninkrijk, we moeten ook op iets anders worden voorbereid, wat ik straks zal noemen. Wij moeten dus hetzelfde basisprogramma doorlopen dat uitgestippeld is voor Prins Charles, behalve dat onze voorbereiding voor het Koninkrijk van God is. En even zeker als Charles zich moet toewijden aan het leren van alle fijne kneepjes van wat er met regeren samenhangt, zo moeten wij dat ook. Ik kan u garanderen dat God niet zal toelaten dat wij ons aan deze verantwoordelijkheden onttrekken.

We lezen nu een interessant vers uit 2 Corinthiërs 6.

2 Corinthiërs 6:1 Maar als medewerkers (Gods) vermanen wij [De "wij" zijn de christenen — de gemeente te Corinthe, waaronder ook Paulus.] u ook de genade Gods niet tevergeefs te ontvangen,

Dit is een vers dat veel over het hoofd wordt gezien door de voorstanders van "geen werken" uit deze wereld. U kunt zich afvragen waarom ik zo vaak heb gezegd dat we met God moeten meewerken. Hier is het vers dat mij dat zei. Ik ga dit vers vanuit een moderne vertaling lezen en wel uit de Phillips vertaling. Phillips geeft dit vers als volgt weer: "Als medewerkers met God Zelf, smeken we u dan om niet na te laten de genade van God te gebruiken." Paulus doet een beroep op deze mensen om Gods genade met een doel in hun denken te ontvangen. Genade wordt door God gegeven om alleen maar door hen die het ontvangen, gebruikt te worden.

Het heiligingsproces vereist onze medewerking met God opdat de juiste eigenschappen, het juiste begrip en de juiste gevoeligheden door Gods scheppende inspanning tot stand kunnen komen. Als we niet meewerken, als we Hem weerstaan, als we in opstand tegen Hem komen, zullen we dan Zijn scheppende inspanningen tenietdoen? Dat zullen we zeker. Maar als we betrokken zijn bij wat Hij doet en we zijn Hem toegewijd omdat we Hem oprecht liefhebben, dan zullen we Hem die medewerking geven en ons elke opoffering getroosten die nodig is om ons aan God te onderwerpen.

Deze medewerking brengt christelijke werken voort, we moeten dus Hem niet langer weerstaan door gewoon maar wat te doen. Begrijpt u wat ik hiermee bedoel? Als we gewoon maar wat doen, dan bieden we in feite weerstand aan God. Als we betrokken zijn bij het werken met Hem, zal onze medewerking energiek zijn. We zullen niet zomaar wat doen. We zullen onszelf aansporen om dezelfde richting uit te gaan als Hij, en dat is gericht op voorbereiding op het Koninkrijk van God. Deze combinatie van betrokkenheid, toewijding en medewerking draagt dus bij aan het ontstaan van goddelijke overtuiging. Goddelijke overtuiging is heel belangrijk voor ons succes in deze oorlogvoering. Ik ga nu niet verder op dit onderwerp in en zal er later in een andere preek op terugkomen. Maar ik kan op geen enkele manier het belang van overtuiging ontkennen, verminderen of wat dan ook.

Het eerste element dat deel moet uitmaken van ons programma is, dat het nodig is dat we een betrokkenheid hebben die gepaard gaat met toewijding.

Het tweede element dat deel moet uitmaken van ons programma is visie. Omdat de menselijke natuur sterk is en altijd bij ons is, en we zo gemakkelijk afgeleid worden door dingen die voor ons persoonlijk aantrekkelijk zijn, of als we ontmoedigd geraken, hebben we een sterke toewijding nodig voor de taak die voor ons ligt. Deze factoren maken duidelijk waarom visie zo belangrijk is voor wat betreft het versterken van onze toewijding.

We slaan nu Hebreeën 11 op.

Hebreeën 11:9-10 Door het geloof heeft hij vertoefd in het land der belofte, als in een vreemd land, waar hij in tenten woonde met Isaak en Jakob, die medeërfgenamen waren van dezelfde belofte; 10 want hij verwachtte de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is.

Wat weten we nu? Abraham keek uit naar een stad waarvan God de ontwerper en bouwmeester is.

Hebreeën 11:20-21 Door het geloof heeft Isaak aan Jakob en Esau zijn zegen gegeven, ook voor de toekomst. 21 Door het geloof heeft Jakob bij zijn sterven ieder der zonen van Jozef gezegend en hij heeft aangebeden, (leunende) op het uiteinde van zijn staf.

Ook hij keek uit naar iets. Daarom zegende hij Efraïm en Manasse.

Hebreeën 11:22 Door het geloof heeft Jozef aan het einde van zijn leven gewaagd van de uittocht der kinderen Israëls en voorschriften gegeven over zijn gebeente.

Jozef verwachtte dat Israël Egypte zou verlaten en trof daarom maatregelen betreffende zijn begrafenis in zijn geboorteland.

Hebreeën 11:23 Door het geloof is Mozes na zijn geboorte drie maanden door zijn ouders verborgen gehouden, omdat zij zagen, dat hij een schoon kind was, en zij hebben het bevel des konings niet gevreesd.

Mozes' ouders keken uit naar de toekomst.

Hebreeën 11:24-26 Door het geloof heeft Mozes, volwassen geworden, geweigerd door te gaan voor een zoon van Farao's dochter, 25 maar hij heeft liever met het volk Gods kwaad verdragen, dan tijdelijk van de zonde te genieten; 26 en hij heeft de smaad van Christus groter rijkdom geacht dan de schatten van Egypte, want hij hield de blik gericht op de vergelding.

Hebreeën 11:31 Door het geloof is Rachab, de hoer, niet met de ongehoorzamen omgekomen, daar zij de verspieders met vrede had opgenomen.

En zo gaat het door met getuigenissen over deze geloofshelden. Laten we iets in overweging nemen. Ook zij moesten moeilijke omstandigheden binnen de wereld om hen heen het hoofd bieden — dat is de wereld waaruit zij werden geroepen. Het is duidelijk dat zij de omstandigheden van het leven met elkaar vergeleken en belangrijke keuzes maakten om de ene weg te gaan en niet de andere die voor hen veel gemakkelijker bereikbaar was.

Neemt u de tijd om het enorme verschil tussen wat God ons, Zijn koninklijke kinderen — zoals Hij ons noemt — aanbiedt in vergelijking met de verwarring, het geweld en de hopeloosheid die de wereld sinds Adam en Eva heeft voortgebracht? Hoeveel bewijs is er nodig om ons te overtuigen dat het systeem van deze wereld slechts op vernietiging uitloopt? Denken we er ooit serieus over na waar de gebeurtenissen in de tijd waarin wij nu leven op uit zullen lopen? Waartoe behoort u blijkens het patroon van uw levensstijl? Beoordeel dat zelf. Waaraan vertrouwt u uw levenslot en uw leven toe?

We hebben reeds twee heel belangrijke factoren gezien die onze motivatie betreffende keuzes van dag tot dag beïnvloeden: betrokkenheid en visie. Deze twee gaan hand in hand. De betrokkenheid stelt ons in staat daarheen te gaan waar onze visie ons zegt te gaan. Als de visie verkeerd is, zullen we in de verkeerde richting gaan, maar als de visie juist is, dan zullen we met God kunnen meewerken en Zijn medearbeiders worden genoemd.

Een derde hoge prioriteit in dit plan moet het beheer van onze tijd zijn. Dit is deel drie van het programma dat we nodig hebben, anders zal het niet werken. We hebben betrokkenheid, visie en beheer van onze tijd nodig.

Hoe ervaart u als christen in algemene zin tijd? Elke dag zijn we getuige van het voortschrijden van tijd. Het daglicht breekt aan, komt ten einde en de nacht breekt aan, waarna opnieuw het daglicht aanbreekt. We kunnen naar een klok kijken en we zien dat die vooruitgaat, maar hoe en op welke manier gaat deze vooruit? Dat is belangrijk.

We slaan Prediker op.

Prediker 1:2-11 IJdelheid der ijdelheden, zegt Prediker, ijdelheid der ijdelheden! Alles is ijdelheid [nutteloos, vergeefs]! 3 Welk voordeel heeft de mens van al zijn zwoegen, waarmee hij zich aftobt onder de zon? 4 Het ene geslacht gaat en het andere geslacht komt, maar de aarde blijft altoos staan. 5 De zon komt op en de zon gaat onder en hijgend ijlt zij naar de plaats waar zij opkomt. 6 De wind gaat naar het zuiden en draait naar het noorden, aldoor draaiend gaat hij voort en op zijn kringloop keert de wind weer terug. 7 Alle beken stromen naar de zee, nochtans wordt de zee niet vol; naar de plaats waarheen de beken stromen, daarheen stromen zij altijd weer. 8 Alle dingen zijn onuitsprekelijk vermoeiend; het oog wordt niet verzadigd van zien, en het oor wordt niet vervuld van horen. 9 Wat geweest is, dat zal er zijn, en wat gedaan is, dat zal gedaan worden; er is niets nieuws onder de zon. 10 Is er iets, waarvan men zegt: Ziehier, dat is nieuw — het was er al in verre tijden, die vóór ons waren. 11 Er is geen heugenis van de vorige tijden, en ook van de latere, die er zullen zijn, zal er geen heugenis wezen bij hen die nog later leven zullen.

Dat is nogal pessimistisch. Dat is voldoende om iemand depressief te maken.

De Grieken, als cultuur, zijn er bekend om geworden gevoelig te zijn voor het ritme van de tijd en dit, al is het geschreven door de Hebreeër Salomo, is beslist een Griekse opvatting van de voortgang van het leven en de tijd. De Grieken lieten toe dat dit besef van leven en tijd een hoofdbestanddeel werd van hun filosofie betreffende het leven. Zij waren zich heel sterk bewust van dingen als eb en vloed, de getijden, de zich ononderbroken herhalende cyclus van de vier jaargetijden en de zich voortdurend herhalende weerpatronen. Dit leidde hen ertoe het idee te ontwikkelen dat de tijd cyclisch is, hij draait in een cirkel rond. Het leven van de mens vindt plaats binnen een serie ononderbroken herhalingen.

Voor hen is het bewegen van de tijd als een wiel dat rond zijn as draait, en de gebeurtenissen die de voortgang van de tijd markeren herhalen zich onverbiddelijk. Hun conclusie was dat daar niets aan gedaan kan worden, omdat deze gebeurtenissen ononderbroken, almaar door plaatsvinden. Voor hen wordt iemand dus geboren, leidt zijn leven op een toneel en als zijn rol is uitgespeeld, verdwijnt hij. Dit leidt onverbiddelijk tot een fatalistische kijk op het leven. "Wat is het nut?" Let in het bijzonder op vers 8. Daar staat: "Alle dingen zijn onuitsprekelijk vermoeiend; het oog wordt niet verzadigd van zien, en het oor wordt niet vervuld van horen."

Het Soncino commentaar zegt dat wat Salomo hier zegt is, dat deze onverbiddelijke herhaling in het leven zo vermoeiend is dat het hem in feite aan de woorden ontbreekt om dit op passende wijze te beschrijven. Hij wierp min of meer zijn handen in de lucht. Ondanks wat Salomo, een Hebreeër, in Prediker schreef, is de algemene Hebreeuwse visie ontegenzeggelijk anders. Hun concept van tijd doet in sterke mate zijn voordeel met de openbaring die God door de profeten gaf.

Laten we nu de brief van Judas opslaan, omdat Judas een voorbeeld geeft dat ons in de juiste richting brengt.

Judas 14-15 Ook over hen heeft Henoch, de zevende van Adam af, geprofeteerd, zeggende: Zie, de Here is gekomen met zijn heilige tienduizenden, 15 om over allen de vierschaar te spannen en alle goddelozen te straffen voor al hun goddeloze werken, die zij goddeloos bedreven hebben, en voor al de harde taal, die de goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben.

Dit is een van de vroegste aanhalingen in het Nieuwe Testament van een persoonlijkheid uit het Oude Testament die laat zien dat de Hebreeër die God gelooft, wist dat de tijd zich in een heel andere richting bewoog dan de Grieken het zagen. Judas zei ons wat die richting is. De tijd draait niet in een cirkel rond. De tijd is volgens God lineair. Hij gaat ergens heen. Hij draait niet eindeloos almaar rond, waarbij zich dezelfde dingen voortdurend herhalen. Maar er is een God in de hemel die de dingen zo af en toe een andere richting uitstuurt en de algemene richting is een rechte lijn uitlopend op datgene waar Hij op uit is.

Judas zegt hier dat de dingen niet zo maar in een vacuüm plaatsvinden, maar de gebeurtenissen bewegen zich feitelijk in een heel specifieke richting. En de tijd breekt aan dat de mens zich zal moeten verantwoorden voor al wat hij tijdens zijn leven heeft gedaan. Je verdwijnt niet zomaar van het toneel in het niets. Er zal een tijd van oordeel aanbreken en daar loopt de tijd op uit, voor alle mensen.

Henoch is in geen enkel opzicht degene die dit als allereerste bekendmaakte. Laten we Genesis 3:14-19 lezen. De zonde die in de hof van Eden plaatsvond, is beschreven en God verkondigt wat het resultaat hiervan zal zijn.

Genesis 3:14-19 Daarop zeide de HERE God tot de slang: Omdat gij dit gedaan hebt, zijt gij vervloekt onder al het vee en onder al het gedierte des velds; op uw buik zult gij gaan en stof zult gij eten, zolang gij leeft. 15 En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen. 16 Tot de vrouw zeide Hij: Ik zal zeer vermeerderen de moeite uwer zwangerschap; met smart zult gij kinderen baren en naar uw man zal uw begeerte uitgaan, en hij zal over u heersen. 17 En tot de mens zeide Hij: Omdat gij naar uw vrouw hebt geluisterd en van de boom gegeten, waarvan Ik u geboden had: Gij zult daarvan niet eten, is de aardbodem om uwentwil vervloekt; al zwoegende zult gij daarvan eten zolang gij leeft, 18 en doornen en distelen zal hij u voortbrengen, en gij zult het gewas des velds eten; 19 in het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt; want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren.

God openbaarde hier alles Zelf. Hij nam Zelf de taak op Zich om te openbaren waar de tijd op uit zou lopen en Hij deed dit ook aan de nakomelingen van Abraham die Hem geloofden. Mensen zoals Mozes, mensen zoals Jozef, mensen zoals Jakob, mensen zoals Abraham geloofden wat God zei. Daarom keek Abraham uit naar een stad. Daarom zegende Jakob Efraïm en Manasse. Daarom ondernam Jozef actie met betrekking tot zijn gebeente en daarom achtte Mozes de rijkdommen van Christus van meer waarde dan de schatten van Egypte. Zij wisten dat de tijd niet cyclisch is zoals de Grieken hem opvatten, maar dat deze lineair is. De tijd en wat erin gebeurt, wordt door de Schepper in een heel specifieke richting gestuurd — het oordeel en de oprichting van het Koninkrijk van God.

De profeet Amos heeft dat "ergens" een algemene naam gegeven — tenminste deze term wordt voor het eerst in zijn profetieën gebruikt. Hij noemde datgene waar de tijd op af stevent "de dag des Heren". Hij bleek in algemene zin te doelen op de tijd, of een tijd, waarin God tussenbeide zou komen en op krachtige wijze iets zou doen dat beslist niet zich herhalend is.

Voor de Hebreeën was er iets bijzonders met betrekking tot de tijd, maar het wachten was op de christelijke kerk om de tijd en het juiste gebruik daarvan op de juiste manier voor haar leden te definiëren. In het begrip van de christelijke kerk zijn het cyclische concept van de Grieken en het lineaire concept van de Hebreeën een harmonieus geheel gaan vormen.

Het is waar dat veel dingen in het leven, zoals oorlogen, economische depressies en dergelijke, op een onverbiddelijke manier plaatsvinden, maar zoals het Nieuwe Testament laat zien, wordt veel hiervan veroorzaakt door de zelfgerichte natuur van de mens. Met andere woorden het Nieuwe Testament onderwijst ons op vrij krachtige wijze dat deze dingen niet hoeven plaats te vinden. De mens is er door de keuzes die hij maakt, de oorzaak van dat ze plaatsvinden. Ze vinden plaats omdat de keuzes van de mens ze doen plaatsvinden, en de mens maakt voortdurend verkeerde keuzes omdat zijn natuur onverbiddelijk weigert te veranderen. In een bepaald opzicht heeft de mens een excuus. Hij kan zichzelf niet helpen, tenzij God in zijn leven tussenbeide komt. Zijn natuur is altijd tegen God gericht. Wordt dat niet door Romeinen 8:7 bevestigd? "Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kan dat ook niet."

Dingen zoals hebzucht, begeerte, naijver en jaloezie drijven de wereld dus naar die droeve gebeurtenissen die almaar blijven plaatsvinden. De visie zoals die in het Nieuwe Testament onder woorden wordt gebracht, bevat in het algemeen dus inderdaad zich voortdurend herhalende cycli vol stress, zoals Salomo die beschreef. Het is interessant dat het Nieuwe Testament deze kwaad noemt.

Het laat echter ook duidelijk zien dat de tijd zich in een specifieke richting beweegt, en dat heel veel van de gebeurtenissen die zich binnen deze beweging voordoen door God Zelf zorgvuldig georganiseerd worden in de richting van de wederkomst van Jezus Christus — dat is de dag des Heren en de zevende dag van duizend jaar lang en de oprichting van Gods familiekoninkrijk op aarde. Dit leidde de kerk ertoe (en ik ben er zeker van dat dit geïnspireerd werd door Jezus Christus) het algemene idee van beheer van tijd te ontwikkelen dat uniek is voor de leden van de kerk zelf. Geloof het of niet, dit idee heeft zijn wortels in het Oude Testament. Daar begon het allemaal mee. Het begon toch allemaal met het Oude Testament?

Laten we Jesaja 55 opslaan. Bedenk dat dit geschreven werd aan mensen die het verbond met God hadden gesloten. En de omstandigheden waaronder het boek Jesaja werd geschreven, waren het Oude Verbond, maar het gehele boek is geschreven voor de nieuwtestamentische kerk en daarom is het passend voor ons dat we ons voordeel doen met de raad die hier door Jesaja gegeven wordt.

Jesaja 55:6-7 Zoekt de HERE, terwijl Hij Zich laat vinden; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is. 7 De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige man zijn gedachten en hij bekere zich tot de HERE, dan zal Hij Zich over hem ontfermen — en tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig.

"Zoekt de HERE, terwijl Hij Zich laat vinden." Gaat u hier een element zien dat erop duidt dat er een eind komt aan de tijd? Er wordt een gelegenheid gegeven en omdat de tijd doorgaat, kan deze gelegenheid gemist worden. Dit advies legt dus een verantwoordelijkheid op onze schouders ons voordeel te doen met de tijd, daar die gelegenheid er nu voor ons is. Er staat een gelegenheid voor ons open. Wat gaan we daarmee doen?

Waarom God zoeken? Dat is het advies. Omdat Hij de macht heeft en de bereidwilligheid heeft, als de mens op Hem wil vertrouwen, om hem een volledig nieuwe natuur te geven, om van die natuur af te komen die voortdurend en onverbiddelijk die slechte gebeurtenissen die we niet graag het hoofd willen bieden, voortbrengt. Hij heeft de macht en de bereidheid, als de mens op Hem wil vertrouwen, ons een volledig nieuwe natuur te geven.

Laten we een ander schriftgedeelte uit Jesaja opslaan.

Jesaja 61:1-2 De Geest des Heren HEREN is op mij, omdat de HERE mij gezalfd heeft; Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan ootmoedigen, om te verbinden gebrokenen van hart, om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en voor gebondenen opening der gevangenis; 2 om uit te roepen een jaar van het welbehagen des HEREN en een dag der wrake van onze God; om alle treurenden te troosten,

Hier hebben we een profetie die Jezus gedeeltelijk aanhaalde toen Hij in de synagoge van Nazaret waar Hij opgroeide, aan Zijn openbaar optreden begon. U kunt dat zien in Lucas 4:18-19 waar Jezus dit schriftgedeelte aanhaalde.

Viel het u op dat er in beide schriftgedeelten een element van tijd en de voortgang ervan naar iets dat zal gaan gebeuren, voorkomt? Jesaja 55 zegt: "Zoekt de HERE, terwijl Hij Zich laat vinden." De tijd gaat voort naar de tijd dat Hij niet meer gevonden kan worden. Met andere woorden Jesaja zegt: "Doe het nu, omdat de Heer doorgaat en als u het nu niet doet, zou het te laat kunnen zijn."

In Jesaja 61 luidt het vers soortgelijk. NU is het een jaar van welbehagen voor hen die door God geroepen worden. Nogmaals er is een idee van voortgang en als men wacht, zal het "jaar van welbehagen" voorbij zijn en zal de dag der wrake, die zelfs nu reeds dichterbij komt, aanbreken en zal het te laat zijn om de vernietigende kracht ervan te ontlopen.

Bedenk dat in Salomo's beschrijving God nergens werd genoemd. In feite wordt Hij voorzover ik weet nergens in het boek Prediker genoemd. Volgens Salomo bleven de gebeurtenissen zich almaar herhalen, waarin in feite Salomo's frustratie tot uiting kwam. Maar in de beschrijving van Gods profeet, is God betrokken bij de voortgang der gebeurtenissen die een rechtstreekse invloed hebben op het leven van Zijn mensen.

We slaan nu 2 Corinthiërs 5:19 op. We lezen het hoofdstuk uit en gaan door in hoofdstuk 6 tot vers 2. Paulus spreekt.

2 Corinthiërs 5:19-21 welke immers hierin bestaat, dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was, door hun hun overtredingen niet toe te rekenen, en dat Hij ons het woord der verzoening heeft toevertrouwd. [In de eerste plaats doelend op de dienaren en in de tweede plaats op de kerk in het algemeen.] 20 Wij zijn dus gezanten van Christus, alsof God door onze mond u vermaande; in naam van Christus vragen wij u: laat u met God verzoenen. 21 Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem.

2 Corinthiërs 6:1-2 Maar als medewerkers (Gods) vermanen wij u ook de genade Gods niet tevergeefs te ontvangen, 2 want Hij zegt: ten tijde des welbehagens heb Ik u verhoord en ten dage des heils ben Ik u te hulp gekomen; zie, is het de tijd des welbehagens zie, is het de dag des heils.

Ik ga u dit gedeelte vanaf 2 Corinthiërs 5:20 voorlezen uit de Revised English Bible.

2 Corinthiërs 5:20-21 [vertaald naar de Revised English Bible] Wij zijn daarom ambassadeurs van Christus. Het lijkt erop alsof God door ons een beroep op u deed. Wij smeken u in Christus' naam: laat u met God verzoenen. 21 Christus, in wie geen zonde is, en toch heeft God Hem omwille van ons één gemaakt met de zondigheid van de mens, zodat wij in Hem één gemaakt zouden kunnen worden met de gerechtigheid van God.

2 Corinthiërs 6:1-2 [vertaald naar de Revised English Bible] Daar wij allen deelnemen aan Gods werk, doen wij dit beroep op u. U hebt de genade van God ontvangen. Laat dit niet te vergeefs zijn, 2 Hij heeft gezegd: In het uur van Mijn welbehagen heb Ik u antwoord gegeven. Op de dag der verlossing kwam Ik u te hulp. Dit is het uur van Mijn welbehagen. Dit is de dag der verlossing.

De vermaning in deze verzen is: "Zoek God NU!" De tijd gaat voort en zal op niemand wachten. God heeft een tijdschema op basis waarvan Hij werkt. Wij kennen dat schema niet. We weten daar slechts stukjes en beetjes van. We weten dat Zijn koninkrijk op aarde zal komen. We weten dat Jezus Christus zal wederkeren. We weten dat er een opstanding uit de doden is. We weten dat er een oordeel over de gehele mensheid zal komen, maar we weten niet de specifieke tijd en daarom leert de nieuwtestamentische kerk: "Kom NU in actie!", omdat zelfs al weten we de specifieke tijd niet, we ook niet weten hoelang we nog zullen leven. Dit is de nieuwtestamentische versie van "De tijd wacht op niemand", want de tijd gaat door en hopelijk gaan wij daarin mee.

Deze verzen duiden op een voorbijgaande gelegenheid, een specifieke tijdsperiode waarin de gebeurtenissen toewerken naar het hoogtepunt van een of ander voorval, en als de huidige tijd niet wordt benut, kan het zijn dat de gelegenheid zich nooit opnieuw voordoet.

Laten we Jezus hier persoonlijk bij betrekken en naar Mattheüs gaan. Als u denkt dat het beheer van onze tijd niet belangrijk is, dan hoop ik dat u daar nog eens over wilt nadenken.

Mattheüs 25:6-13 En midden in de nacht klonk een geroep: De bruidegom, zie, gaat uit hem tegemoet! 7 Toen stonden al die maagden op en brachten haar lampen in orde. 8 En de dwaze zeiden tot de wijze: Geeft ons van uw olie, want onze lampen gaan uit. 9 Maar de wijze antwoordden en zeiden: Neen, er mocht niet genoeg zijn voor ons en voor u; gaat liever naar de verkopers en koopt voor uzelf. 10 Doch terwijl ze heengingen om te kopen, kwam de bruidegom, en die gereed waren, gingen met hem de bruiloftszaal binnen, en de deur werd gesloten. 11 Later kwamen ook de andere maagden en zeiden: Heer, heer, doe ons open! 12 Maar hij antwoordde en zeide: Voorwaar, ik zeg u, ik ken u niet. 13 Waakt dan, want gij weet de dag noch het uur.

De belangrijkste les uit de gelijkenis is dat zowel het leven als de tijd voorwaarts gaan. De precieze tijd van Christus' wederkomst is niet bekend en Christus spoort ons aan ons voordeel te doen met de kennis en de tijd die ons reeds ter beschikking staan, en zij die Zijn advies niet opvolgen zullen de toegang tot het Koninkrijk van God gesloten vinden. De tijd draaide geen rondje. Hij kwam gewoon tot een eind.

Bedenk dat 2 Corinthiërs aan christenen geschreven werd en hier in al deze verzen — Jesaja 55:6-7, Jesaja 61:1-2 en de verzen die ik las uit 2 Corinthiërs 5 en 2 Corinthiërs 6 — hebben we een oproep tot christenen om het ijzer te smeden als het heet is. Zowel Jacobus als Paulus herinneren ons eraan dat onze roeping ons vele mogelijkheden biedt, zelfs zoveel dat elk moment als zo groot beschouwd kan worden als een eeuwigheid. Zo belangrijk is de tijd voor ons en daarom is de instructie van het Nieuwe Testament aan christenen: "Het is nu de tijd. Alles staat gereed voor succes." Het is alsof ze zeggen: "Doe niet zoals de slaaf die de vrijheid weigert, of de zieke die genezing weigert, als ze op het punt staan de vrijheid of genezing te verkrijgen. Gods deur staat open voor ons — ga er doorheen en werk mee met God."

Als u de film "The Shawshank Redemption" hebt gezien dan zult u zich herinneren wat ik als illustratie ga geven. Die film liet een timide gevangene zien, gespeeld door James Whitmore. Ik meen me te herinneren dat hij de gevangenisbibliothecaris was. Zijn tijd zat erop. Hij werd uit de gevangenis ontslagen na zo'n vijfentwintig jaar van gevangenschap voor een heel dwaas moment van woede waarin hij een moord beging. Toen ze hem in vrijheid stelden, gaven ze hem een kostuum. Ze regelden ook een beginnersbaantje als vakkenvuller in een supermarkt en ze gaven hem een klein bedrag aan geld om even vooruit te kunnen. Maar de wereld was sterk veranderd sinds hij in de gevangenis belandde, en hij miste dus de vertrouwde zich herhalende en relatieve zekerheid van de gevangenis zo erg dat hij uit angst zelfmoord pleegde. Hij was niet op de vrijheid voorbereid.

Wat is het advies van de Bijbel? In Efeziërs 5 vinden we enkele bekende schriftgedeelten.

Efeziërs 5:14-17 Daarom heet het: Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten. 15 Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt, niet als onwijzen, doch als wijzen, 16 u de gelegenheid ten nutte makende, want de dagen zijn kwaad. 17 Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de wil des Heren is.

Dit is een bekend schriftgedeelte voor ons en ook deze verzen zeggen ons het ijzer te smeden als het heet is. Maar ik wil me meer richten op andere dingen die samenhangen met het gezegde "Smeed het ijzer als het heet is" waar we zo vertrouwd mee zijn. Ik hoop dat dit u zal helpen de visie die de kerk op de tijd heeft, beter te begrijpen.

Let eerst op de reden waarom Paulus zegt te ontwaken en nauwlettend toe te zien op hoe u leeft. Hij zegt: "Wees niet bang omdat Christus over u zal lichten." Bedenk dat ik u aan het begin zei dat Jezus zei: "Zoek eerst het Koninkrijk van God en al deze dingen zullen u toegeworpen worden." Hier wordt dit door Paulus bevestigd. Hij zegt: "Wees niet bang, Christus zal over u lichten." Dat is een andere absolute belofte dat God ons de hulp zal geven om te doen wat we moeten doen.

Na de uitspraak om "de gelegenheid ten nutte te maken" zegt hij dat we deze dingen moeten doen, omdat de dagen kwaad zijn. Wacht eens even! Als Paulus dacht dat die dagen kwaad waren, wat zou hij dan wel denken over het kwaad zijn van onze dagen, waarin ook kernwapens en waterstofbommen hun rol spelen zodat we op lange afstand kunnen doden. We hebben raketten en geleide projectielen die rechtstreeks op hun doel afgaan, en daarnaast hebben we bacteriën waarmee we de watervoorziening kunnen besmetten waardoor misschien wel miljoenen mensen in één klap gedood kunnen worden. Daarnaast hebben we allerlei gassen die op de mens losgelaten kunnen worden.

Zijn onze dagen kwaad, of niet? Is dat een motivatie, of niet? Zei Jeremia niet dat als die tijd komt, dat er dan dingen zullen plaatsvinden die zich op aarde nooit hebben voorgedaan en die de mensheid nooit heeft meegemaakt? Hoe sterk dienen we gemotiveerd te worden door de vergelijking die we kunnen maken tussen wat God belooft en wat er in de wereld plaatsvindt, en wat de wereldgeschiedenis laat zien dat er millennialang heeft plaatsgevonden?

Als christen moeten we dus begrijpen dat alle dagen kwaad zijn. Elke tijdsperiode waarin Gods volk zijn leven met het begrip dat God geeft, heeft moeten leiden en waarin ze dus uit geloof moesten leven, is kwaad geweest, omdat Gods waarheid altijd tegen de loop der wereld inging. Waarheid voegt dus een bijzondere moeilijkheid toe aan het leven ongeacht wanneer het wordt geleefd. Als we dit in relatie brengen met iedere persoon die geroepen wordt, dan heeft de geroepene slechts één kans op eeuwig leven, en moet hij groeien en zijn loyaliteit aan God in die tijd bewijzen. We moeten het beste maken van die ene gelegenheid die we krijgen.

Galaten 1:3-4 [Statenvertaling] Genade zij u en vrede van God den Vader, en onzen Heere Jezus Christus; 4 Die Zichzelven gegeven heeft voor onze zonden, opdat [En hier voeg ik een woord toe omdat dat er eigenlijk zou moeten staan.] Hij alleen ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze wereld, naar den wil van onzen God en Vader;

In termen van groeien en overwinnen heeft geen enkele specifieke tijd zijn voordelen voor een christen om in te leven. Elk tijdperk is tegen de christen en de christen moet zijn voordeel doen met zijn roeping. De tijden zijn altijd kwaad geweest. De kerk moet dus op verantwoorde wijze gericht op God werken met een sterk gedifferentieerd begrip van het leven en het doel ervan. Elk tijdperk is gevuld met de cyclische, frustrerende herhaling van gebeurtenissen die Salomo doelloos en ijdelheid noemde, en deze gebeurtenissen zijn omstandigheden die nergens toe leiden. Begrijp dat. Daarom noemde God ze bij monde van Salomo ijdelheden. Ze zijn nutteloos in termen van het Koninkrijk van God. Dit zijn gebeurtenissen die nergens toe leiden en we hebben een cultureel voorbeeld dat de Grieken hebben nagelaten: een levendig plaatje van een dodelijk ontmoedigend fatalisme. Het gaf de mensen het idee: "Wat is het nut?"

De christen bezit de kennis dat God de tijd naar het door Hem verlangde doel leidt. De visie van de kerk op tijd is dus een kernachtige combinatie van beide werkelijkheden, en dat is dat we als organisatie een werk hebben uit te voeren, en dat elke individuele christen moet groeien en overwinnen binnen de tijd die hem gegeven is. We hebben dus het kwaad van zich herhalende ijdelheid, die zoals de geschiedenis duidelijk laat zien door de zonde wordt voortgebracht, gecombineerd met de hoop van een schitterende afloop voor de door God geroepenen, zoals Gods woord dat laat zien. Die twee gaan hand in hand.

Dit is de reden dat Paulus in Efeziërs 5:17 zei "te verstaan wat de wil des Heren is". Hij zegt: "Wordt niet afgeleid door die zich almaar herhalende cyclus van gebeurtenissen. U bent geroepen en er wordt van u verwacht te werken binnen de tijd die God ons ter beschikking heeft gesteld, ondanks al die dingen die er plaatsvinden. Dat is Gods wil."

Laat niet toe dat deze verfoeilijke, afschuwelijke dingen die er in de wereld plaatsvinden door de zonde van de mens, u in de put doen belanden, of dat u ontmoedigd raakt. Met de hulp van God kan alleen Christus ons verlossen. We zullen eraan ontsnappen vanwege Zijn barmhartigheid, maar we moeten nauwlettend toezien tijdens de tijd die Hij ons gegeven heeft. Paulus zegt dus dat terwijl we ons leven van alledag leiden, we wat God zegt nooit uit ons denken moeten laten verdwijnen. Het alles omvattende begrip van deze context is dat we het beste moeten maken van elke gelegenheid, omdat de tijd onverbiddelijk voortgaat naar het doel dat God verlangt, en de tijd zal niet stoppen en op ons wachten. Zorg ervoor dat je niet wordt achtergelaten. (Dat klinkt als een goede titel voor een film of een boek.)

Er is geen enkele gebeurtenis te onbelangrijk om het juiste te doen. Dat is de allesomvattende les. Laat de gelegenheid niet voorbijgaan om te doen wat juist is en goed, in overeenstemming met Gods wil. Persoonlijke bijbelstudie en gebed zijn tijden waarin Gods wil verduidelijkt wordt. Elke dag zullen zich gelegenheden voordoen, maar we moeten daarbinnen Gods wil doen als ze zich voordoen.

Wat doen we? Zorg ervoor niet op de Hebreeën te lijken, waar Paulus aan schreef. Zij verwaarloosden datgene wat ze wisten te moeten doen. Dat was hun probleem. Zij verwaarloosden datgene wat ze wisten te moeten doen.

Samenvattend heb ik in deze preek dus het volgende gezegd:

Nummer 1: Een fundament om God te zoeken bestaat uit betrokkenheid gepaard met toewijding aan Christus persoonlijk.

Nummer 2: Om de juiste visie te hebben moeten we de wereld en zijn ophanden zijnde vernietiging evalueren op basis van Gods beloften. We moeten eerst het kaf wegblazen. Laten we ons concentreren op de visie die God ons geeft.

Nummer 3: Om het juiste gebruik te maken van wat er aan tijd overblijft, moeten we ons scherp bewust zijn van het voortschrijden van de tijd en deze goed beheren.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)