Eeuwige verantwoordelijkheden

Door Martin G. Collins
14 oktober 2006

Samenvatting: (toon)

Martin Collins merkte op dat volgend jaar sommige mensen niet op het Feest zullen zijn, of door ziekte of door nalaten God te zoeken. Daarom hebben we allemaal een eeuwige verantwoordelijkheid om de wil van God te doen, Hem voortdurend te zoeken. Kijk ik naar mijn verantwoordelijkheid als lid van Gods kerk als een tijdelijk iets of als een voortdurend iets? Iedereen die niet voor Gods manier van leven kiest, zal op barmhartige manier in de poel des vuurs ter dood worden gebracht. Tijdens het Millennium zal iedereen de weg van God kennen. Het oordeel van de grote witte troon zal een periode van 100 jaar beslaan, waarin iedereen op basis van zijn werken zal worden geoordeeld, op ongeveer dezelfde manier als wij nu door ons oordeel gaan. Onze eeuwige verantwoordelijkheid is ons te voegen naar Christus' voorbeeld, Hem te imiteren en Hem als onze Verlosser te aanvaarden. Hij die de Zoon heeft, heeft eeuwig leven (kwaliteitstijd waarin we kunnen leven zoals de Vader en de Zoon nu leven) en is nu bezig om zich te kwalificeren voor de verantwoordelijkheden als geestelijke wezens in Gods Koninkrijk. Na het reinigen van de aarde in een poel van vuur zal God de Vader Zich bij Zijn familie op de nieuwe aarde voegen. We zouden ernaar moeten uitzien om daarbij te zijn, om vrienden en familieleden in opgewekte staat te zien. Laten we allemaal deze verantwoordelijkheden serieus nemen.


Volgend jaar zullen sommigen van ons niet hier op het Loofhuttenfeest of de Laatste Grote Dag zijn. Ik bedoel niet alleen hier op deze specifieke feestplaats, maar ik bedoel waar dan ook. De reden dat ik dit met zekerheid kan zeggen, is dat we op basis van ervaring kunnen terugkijken en weten dat er mensen zijn die hier niet bij ons zijn, of die in het afgelopen jaar zijn gestorven. Sommigen kunnen te ziek zijn om naar het Feest te reizen. Maar het droevigst van allen zijn zij die de beslissing zelf nemen Gods Loofhuttenfeest en de Laatste Grote Dag niet bij te wonen. Elk van ons heeft een eeuwige verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat we in de pas lopen met Gods wil. We moeten het ijverig zoeken van God niet uitstellen.

Het plan van God voor het behoud van de mens en de uitvoering daarvan is een adembenemend iets om te zien! We moeten ons wel achter het oor krabben en ons afvragen waarom iemand niet zou willen terugkomen.

Alvorens de verdrukking en de dag des Heren voorbij zijn, zal de mensheid heel wat verwoesting op aarde hebben teweeggebracht. Ondanks de vijandschap en de rebellie tegen God door het menselijk ras zal Gods doel ten uitvoer worden gebracht.

Na de verdrukking, de dag des Heren, de eerste opstanding en het Millennium en volgend op de tijdsperiode van het oordeel van de grote witte troon, die begint met de tweede en eindigt met de derde opstanding, zal God het huidige fysieke universum volledig vernietigen.

Daarna zal Hij een nieuwe hemel en een nieuwe aarde scheppen en Zijn hoofdstad naar het nieuwe Jeruzalem, hier op aarde, verplaatsen. Dit zal het permanente hoofdkwartier zijn van het Koninkrijk van God — en alles dat daarna volgt, zal perfect passen binnen Gods grote doel en er zal een overweldigende vrede heersen.

Aldus zal de wil van God geschieden.

1 Johannes 2:17 En de wereld gaat voorbij en haar begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.

We beseffen dat dit het geval is. We hebben dit schriftgedeelte vaak gelezen en we zouden dat onze eeuwige verantwoordelijkheid kunnen noemen.

Het Loofhuttenfeest en de Laatste Grote Dag vormen samen een achtdaags feest dat — zoals we kunnen lezen in Leviticus 23:33-44 — zijn oorsprong heeft in de tijd van Mozes en het oude Israël. Het was een tijd van vreugde en festiviteiten, broederlijke omgang en welwillendheid jegens elkaar, een tijd van dankzegging en overdenking. Dat kwam sterk overeen met de manier waarop wij het in deze tijd houden. Maar wij hebben Gods Heilige Geest waardoor dit allemaal op een geestelijk niveau komt te staan.

Het Loofhuttenfeest is een model van een maatschappij zoals die in de toekomst zal zijn, en die toekomst is even zeker als het morgen opkomen van de zon. Het Feest is bedoeld als een achtdaagse levende uitbeelding van de houdingen en sfeer die zullen overheersen als Jezus Christus Zich zet tot het fysieke en geestelijke behoud van de rest van het menselijke ras.

De zeven dagen van het Loofhuttenfeest vieren die vaststaande hoop van te voren. Zonder de visie en de bemoediging die dit achtdaagse feest ons geeft, zouden we ons hoofddoel als kerk uit het oog kunnen verliezen — dat is groeien en overwinnen, het goede nieuws verkondigen van Christus' wederkomst en de soevereiniteit van God, en onze verantwoordelijkheid Hem te zoeken.

Met deze samenvatting van Gods plan in gedachten, zou ik u een vraag willen stellen. Beschouwt u uw verantwoordelijkheden (als lid van Gods kerk) in het uitvoeren van Gods wil als tijdelijk of als eeuwig? Zijn het dingen die u terzijde kunt schuiven wanneer u maar wilt? Of is het iets dat blijvend is, iets waaraan we altijd herinnerd worden?

Toen Adam en Eva zondigden door God en Zijn weg de rug toe te keren, liet hun Schepper hen en hun kinderen over aan Satans bedrieglijke invloed. God besloot de mens zijn eigen weg te laten gaan: zondigen, lijden en sterven.

Daarna zou God uiteindelijk die misleide miljarden opwekken tot een tijd van oordeel, en Hij zou hun Zijn waarheid openbaren. Als ze eenmaal de les geleerd hadden dat zonde niets oplevert, zou Hij hun eeuwig leven schenken.

De opstanding tot het oordeel wordt in Openbaring 20 beschreven.

Openbaring 20:11-12 En ik zag een grote witte troon en Hem, die daarop gezeten was, voor wiens aangezicht de aarde en de hemel vluchtten, en geen plaats werd voor hen gevonden. 12 En ik zag de doden, de groten en de kleinen, staande voor de troon, en er werden boeken geopend. En nog een ander boek werd geopend, het (boek) des levens; en de doden werden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond, naar hun werken.

Met andere woorden alle misleide miljarden die ooit hebben geleefd, zullen worden opgewekt tot een sterfelijk leven. Zij zullen een bepaalde tijd leven waarin zij door God geoordeeld zullen worden. God zal daarbij de Bijbel gebruiken als de standaard om te oordelen. Hun oordeelsperiode zal waarschijnlijk ongeveer honderd jaar bedragen.

Deze mensen zullen dan hun eerste gelegenheid hebben tot behoud — hun eerste gelegenheid Gods waarheid te begrijpen, Gods manier van leven te aanvaarden en geestelijk behouden te worden. Maar ze zullen een keus hebben. God zal niemand dwingen Zijn waarheid te aanvaarden. We beseffen dat onder Gods regering de meeste mensen zich uiteindelijk tot God zullen wenden. God zal, gebruikmakend van Zijn macht, daarvoor zorgen.

Allen die niet uit vrije wil voor Gods manier van leven zullen kiezen, maar de weg van de dood zullen kiezen, zullen veroordeeld worden tot de dood in de poel des vuurs, in het Grieks "gehenna". Allen die niet uit vrije wil hiervoor kiezen, zullen door dit vuur volledig worden verteerd.

God zal op barmhartige wijze hun leven vernietigen en hen niet door laten leven op de manier die lijden, zorgen en alle kwaad dat de wereld heeft gekend, voortbrengt. Omdat eeuwig in zulk lijden en zulke ellende te moeten leven, nog veel erger is dan de grootste wreedheid die we ons kunnen voorstellen.

Dit werpt licht op de reden dat Jezus Christus op de laatste, de grote dag van het Feest opstond en sprak van het "levende water", dat een mensheid die dorst naar behoud kan en zal ontvangen tijdens de periode van het oordeel van de grote witte troon.

Johannes 7:37-39 En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus en riep, zeggende: Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke! 38 Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. 39 Dit zeide Hij van de Geest, welke zij, die tot geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden; want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.

We zien hier dat de symboliek van de stromende rivieren van levend water uit Zijn hart de Heilige Geest voorstelt.

Als de mensheid Gods bevolen heilige dagen zou onderhouden, dan zouden ze Zijn grote meesterplan voor behoud begrijpen. De Bijbel openbaart duidelijk drie aparte oordeelsperioden, waarin God behoud zal aanbieden aan ieder mens die ooit heeft geleefd of ooit zal leven.

Romeinen 11:33 O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen!

De mensen die zullen worden opgewekt en hun eerste gelegenheid zullen krijgen Gods manier te begrijpen, zullen hiermee worden geconfronteerd. Er zullen rijkdommen zijn die ze zich nooit hebben kunnen voorstellen, en daarnaast wijsheid en begrip van Gods manier van leven die zelfs ons, die nu reeds Gods Heilige Geest hebben, nog geopenbaard moeten worden.

Wat een geweldig begrip heeft God ons gegeven, om te weten dat onze alwijze, liefhebbende God "niet wil dat iemand verloren zal gaan, maar dat allen tot bekering komen" (2 Petrus 3:9) en hun gelegenheid tot behoud zullen krijgen.

De rechtvaardigheid van God komt duidelijk tot uiting in Zijn plan voor behoud van de gehele mensheid. In die rechtvaardigheid zit heel wat geduld om de mensen de tijd te geven tot verandering en bekering als Hij hen roept en hun Zijn waarheid openbaart. De eerste periode van oordeel betreft Gods kerk; deze periode begon toen Jezus Christus deze in 31 A.D. oprichtte en zal eindigen bij de wederkomst van Christus.

De tweede periode van oordeel is het Millennium, de duizend jaren onmiddellijk volgend op Christus' wederkomst om Zijn Koninkrijk op te richten. Eén duidelijk thema dat door de gehele Bijbel loopt, is dat tijdens het Millennium allen die dan zullen leven, Gods waarheid zullen kennen.

De duizendjarige periode van oordeel verschilt van de huidige wereld in die zin dat alle mensen die dan leven, de gelegenheid tot behoud zullen krijgen. Deze periode is een tijd van overvloed en geluk onder het bestuur van Jezus Christus en de heiligen, die dan geestelijke wezens zullen zijn. Dit is hetgeen we zojuist hebben gevierd in het houden van het Loofhuttenfeest.

Hieraan voorafgaand zullen zij die van Adam tot Jezus Christus' wederkomst en de eerste opstanding hebben geleefd en zijn gestorven zonder ooit door God geroepen te zijn, die gelegenheid tot behoud nog niet hebben gehad. In Openbaring 20:11, waar de honderd jaar durende periode van het oordeel van de witte troon wordt beschreven, wordt over hun gelegenheid gesproken.

Dit is de tijd van de tweede opstanding, als de doden van alle tijden, klein en groot, tot een nieuw fysiek bestaan zullen worden opgewekt; alleen zal er deze keer een verschil zijn. Deze keer wordt hun verstand voor Gods waarheid geopend en zij kunnen een volledige levensperiode leven met de gelegenheid om God en de waarheid van behoud te kennen.

Openbaring 20:11-12 En ik zag een grote witte troon en Hem, die daarop gezeten was, voor wiens aangezicht de aarde en de hemel vluchtten, en geen plaats werd voor hen gevonden. 12 En ik zag de doden, de groten en de kleinen, staande voor de troon, en er werden boeken geopend. En nog een ander boek werd geopend, het (boek) des levens; en de doden werden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond, naar hun werken.

Let erop dat "de doden werden geoordeeld naar hun werken", evenals wij in deze tijd geoordeeld worden naar onze werken.

Openbaring 20:12b-13 ...; en de doden werden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond, naar hun werken. 13 En de zee gaf de doden, die in haar waren, en de dood en het dodenrijk gaven de doden, die in hen waren, en zij werden geoordeeld, een ieder naar zijn werken.

In de Bijbel herhaalt God Zich nooit tenzij het om iets gaat dat uiterst belangrijk is. Hier gaat het niet alleen om een boodschap aan ons, dat wij tegen dezelfde standaard geoordeeld zullen worden, maar dat ook zij die tijdens de periode van het oordeel van de grote witte troon zullen worden opgewekt en dan zullen leven, tegen die standaard geoordeeld zullen worden, naar hun werken. We benadrukken nogmaals dat zij in die periode geen behoud zullen verdienen. Desondanks hebben wij onze verantwoordelijkheid die we daarbij zullen moeten nakomen.

Openbaring 20:14-15 En de dood en het dodenrijk werden in de poel des vuurs geworpen. Dat is de tweede dood: de poel des vuurs. 15 En wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek des levens, werd hij geworpen in de poel des vuurs.

Jezus Christus openbaart hier dat het laatste oordeel voor een groot deel is gebaseerd op werken, daden, handelingen en hoe iemand zijn leven leidt, en hoe goed iemand leert een verantwoordelijk menselijk wezen te zijn.

Gods rechtvaardigheid en gerechtigheid zijn essentiële bestanddelen van Zijn natuur. Maar evenals bij menselijke wezens is dat niet iets abstracts, maar worden deze gezien in Zijn relatie met de wereld. Zijn koningschap vestigt en houdt gerechtigheid in stand. Deze verschijnt als wrekende gerechtigheid — de reactie van Zijn heilige wil, die onlosmakelijk deel uitmaakt van Zijn eeuwig wezen, tegen het kwaad waar Hij dat ook maar vindt. Hij kan niet onverschillig staan ten opzichte van goed en kwaad. Als iemand kwaad begaat, als hij zonde begaat, dan lijkt het oordeel van God hard en het is definitief. Maar als iemand een rechtvaardig leven leidt en goede werken voortbrengt, dan is het een fantastische zegen om het oordeel van God te ontvangen.

Maar dit is niet het hoofdbestanddeel van Gods rechtvaardigheid. De Schriften vatten Gods gerechtigheid, of Zijn rechtvaardigheid meestal op als de uiting van Zijn barmhartigheid. Evenals dat bij mensen het geval is, betekent gerechtigheid de bevrijding van de verdrukten en behoeftigen. Gods gerechtigheid is dus Zijn koninklijke macht die wordt uitgeoefend ten gunste van menselijke wezens, waarbij gerechtigheid en barmhartigheid altijd samengaan.

Gods gerechtigheid gaat veel verder dan dat de Zoon des mensen iedereen naar zijn daden zal vergelden.

Het idee van verdienste wordt in feite door een belangrijkere factor in Jezus' onderwijs vervangen. Hij spreekt over beloning, maar die wordt door de Vader en niet door de Rechter gegeven.

Mattheüs 6:1, 4, 6, 18 Ziet toe, dat gij uw gerechtigheid niet doet voor de mensen, om door hen opgemerkt te worden; want dan hebt gij geen loon bij uw Vader, die in de hemelen is. ... 4 opdat uw aalmoes in het verborgene zij, en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. ... 6 Maar gij, wanneer gij bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader in het verborgene; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden. ... 18 om u niet bij uw vasten aan de mensen te vertonen, maar aan uw Vader, die in het verborgene is; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.

We zien hier een duidelijk contrast tussen de manier waarop de wereld haar goede daden doet en de manier waarop ons wordt gezegd de onze te doen. Ik moet u er op dit punt aan herinneren dat het voortbrengen van goede vruchten en goede daden niet voor de show moet worden gedaan. God ziet alles en Hij weet de reden achter alle dingen.

Een menslievende daad die als een uiterlijke show voor iemand anders wordt gedaan, heeft inherent een tijdelijke beloning in zich. Het werd gedaan om gezien te worden, het werd gezien en daarmee is de beloning ontvangen — de beloning gezien te worden en door andere mensen geprezen te worden. Meer is er niet bij. Er komt geen andere beloning.

Iemand die anderen dient opdat hij gezien en geprezen wordt, heeft de enige beloning ontvangen die hij zal krijgen. Er komt geen extra beloning van de Vader. Nogmaals we hebben het over de houding achter de dingen die worden gedaan. Natuurlijk betekent dat niet dat alles wat we doen en goed is, niet voor het oog van iemand anders gedaan kan worden.

Jezus heeft het in Mattheüs 6 niet alleen over aardse gerechtigheid, omdat de beloning alle verdiensten te boven gaat.

Mattheüs 24:46-47 Zalig die slaaf, die zijn heer bij zijn komst zó bezig zal vinden. 47 Voorwaar, Ik zeg u, dat hij hem over al zijn bezit zal stellen.

Hier zien we dus alweer het concept van eeuwige verantwoordelijkheid dat voortdurend een rol speelt.

Gods gerechtigheid is niet alleen maar genadig, maar ook behoudend. Het kent niet slechts rechten toe, maar het brengt op een heel barmhartige manier rechtvaardigheid tot stand.

We weten dat we niet gerechtvaardigd of behouden worden door werken. Maar we zullen zeer zeker in het volgende leven, nadat we eeuwig leven ontvangen hebben, beloond worden naar onze werken in dit leven. Eeuwig leven is een gave, geen beloning. De beloning wordt door God gegeven naar de goede vrucht die tijdens ons fysieke bestaan op aarde is voortgebracht.

Mattheüs 16:27 Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid zijns Vaders, met zijn engelen, en dan zal Hij een ieder vergelden naar zijn daden.

Dat is de tijd waarin wij, wij die gedoopte leden zijn van Gods kerk en vlak voordat Christus wederkeert opgewekt worden, onze beloning zullen ontvangen. Ik ben er zeker van dat vanaf dat moment die beloningen voortdurend gegeven zullen worden. Als God ons al onze beloningen op één tijdstip zou geven, denk ik dat dat zo overweldigend zal zijn dat we volledig perplex zouden staan.

Stel u eens even voor dat de beloningen uitgedeeld zullen worden. Zal de hoeveelheid tijd besteed aan bijbelstudie, gebed, het uitvoeren van Jezus' grote opdracht en het voortbrengen van goede vruchten en werken ten behoeve van anderen, echt verschil uitmaken? Als we voor de Vader en Jezus Christus staan, ontvangen we precies die beloning waartoe we ons gekwalificeerd hebben. Zullen we op dat moment beseffen dat onze beloning groter had kunnen zijn? Dat we een ontstellende hoeveelheid tijd in ons leven hebben verspild, er niet het beste gebruik van hebben gemaakt en God niet ons gehele bekeerde leven hebben gezocht? Wat trekt nu zoveel van onze aandacht dat dan zo armzalig en onbelangrijk zal schijnen?

Natuurlijk moet de drijvende kracht niet worden om een zo groot mogelijke beloning voor onszelf te krijgen. Veleer is dat hoe groter beloning we ontvangen, hoe groter de gelegenheid is dat we kunnen dienen en bijdragen aan de uitbreiding van Gods Familie, regering en Koninkrijk tot in alle eeuwigheid.

Dit is dezelfde houding die nodig is bij hen die posities van leiderschap binnen de kerk verlangen. Het is dezelfde houding die leraren moeten hebben, willen ze effectief zijn.

Het basisprincipe betreffende het oordelen van verantwoordelijkheid wordt in Ezechiël 18 onder woorden gebracht:

Ezechiël 18:20 De ziel die zondigt, die zal sterven. Een zoon zal niet mede de ongerechtigheid van de vader dragen, en een vader zal niet mede de ongerechtigheid van de zoon dragen. De gerechtigheid van de rechtvaardige zal alleen rusten op hemzelf en de goddeloosheid van de goddeloze zal alleen rusten op hemzelf.

Als we dus voor God staan en onze beloning ontvangen, zullen we daar met onze eigen verdiensten staan. God zal ons een gave geven, een geweldig, fantastisch, ongelooflijk grote gave van behoud.

Verantwoordelijkheid staat gelijk aan aansprakelijkheid voor onze houdingen en handelingen!

Romeinen 14:12 Zo zal [dan] een ieder onzer voor zichzelf rekenschap geven [aan God].

Openbaring 2:23b ...; en Ik zal u vergelden, een ieder naar uw werken.

Tijdens het oordeel van de grote witte troon zal hetzelfde soort oordeel gegeven worden aan die mensen die in die periode van honderd jaar zullen leven. Het grootste verschil zal zijn dat wij die mensen zullen oordelen onder supervisie en leiding en onder het algehele toezicht van God de Vader en Jezus Christus.

Wij lijden onder de gevolgen van de zonden van onze voorouders. Kijk naar de slechte gezondheid en de degeneratieve ziekten om ons heen. Kijk naar wat onze voorouders en deze tegenwoordige generatie de aarde hebben aangedaan. We kunnen de gevolgen van zonde gemakkelijk zien. Op die manier lijden wij in feite mee met de mensen van de wereld, zodat we beter kunnen begrijpen waar zij doorheen zijn gegaan, en hoe we hen moeten onderwijzen en kunnen helpen om zover te komen dat ze een houding aannemen waarin ze God zoeken, Hem dienen en Hem gehoorzamen.

Dit principe van verantwoordelijkheid wordt door Ezra als een gebod tot uitdrukking gebracht:

Ezra 10:4 Sta op, want op u rust de taak [de verantwoordelijkheid]; wij zullen met u zijn; wees sterk en handel!

Eeuwige verantwoordelijkheid wordt niet beperkt door deze tijdelijke wereld waarin we leven. Onze verantwoordelijkheid in het uitvoeren van Gods plan houdt nooit op, zal ons nooit een adempauze geven en komt nooit tot een einde.

God heeft ons geleerd te mikken op een veel hoger leven dan dat wat we als fysieke, menselijke wezens nu hebben, en Hij heeft ons de weg gewezen om daar te komen!

1 Johannes 5:9-11 Indien wij het getuigenis der mensen aannemen, het getuigenis van God is meerder, want dit is het getuigenis van God, dat Hij van zijn Zoon getuigd heeft. 10 Wie in de Zoon van God gelooft, heeft het getuigenis in zich; wie God niet gelooft, heeft Hem tot een leugenaar gemaakt, omdat hij niet geloofd heeft in het getuigenis, dat God getuigd heeft van zijn Zoon. 11 En dit is het getuigenis: God heeft ons eeuwig leven gegeven en dit leven is in zijn Zoon.

We beseffen dat Jezus Christus in ons is, Zijn Heilige Geest is in ons en we zijn reeds met de uitvoering van onze eeuwige verantwoordelijkheden begonnen.

Het doel van het getuigenis dat God van Jezus Christus heeft gegeven, is geloof in Christus aan te wakkeren. Het ontvangen van het getuigenis leidt op een natuurlijke manier tot geloven in en het volgen van Degene over wie het getuigenis gaat. 'Het getuigenis van God aanvaarden' en 'het geloven in de Zoon van God' zijn praktisch synonieme uitdrukkingen. We verwerven ons persoonlijk vertrouwen of geloof in Gods getuigenis van Zijn Zoon.

We krijgen door het inwendige getuigenis, door de Geest, een grotere zekerheid dat het juist is om ons vertrouwen in Christus te stellen. Een opmerkelijk voorbeeld van dit geestelijke principe is dat iedereen die heeft meer gegeven zal worden.

Mattheüs 25:29 Want aan een ieder, die heeft, zal gegeven worden en hij zal overvloedig hebben. Maar wie niet heeft, ook wat hij heeft, zal hem ontnomen worden.

Lucas 19:26 Ik zeg u, aan een ieder, die heeft, zal gegeven worden, en hem, die niet heeft, zal ontnomen worden ook wat hij heeft.

Getuigenis is dus zowel de oorzaak als de consequentie van geloof, en geloof is een springplank tussen Gods eerste en verdergaande getuigenis. De ongelovige daarentegen, degene die niet heeft geloofd, verspeelt de mogelijkheid om enig volgende getuigenis van God te ontvangen, omdat hij het eerste getuigenis verworpen heeft, en door dat te doen heeft hij God ervan beschuldigd een leugenaar te zijn. Dat betekent dat de ongelovige Jezus Christus verworpen heeft, en door Jezus Christus te verwerpen heeft hij gezegd: "God, U bent een leugenaar, Hij is niet onze Verlosser."

Ongeloof is geen probleem waar we medelijden mee moeten hebben, het is een zonde die betreurd moet worden. De zondigheid ervan ligt in het feit dat het het woord van de ware God tegenspreekt en op die manier schrijft het Hem onwaarheid toe. Dat wil niet zeggen dat we geen barmhartigheid moeten hebben met hen die het gewoon niet begrijpen, maar we moeten nooit zonde en verdorvenheid door de vingers zien.

1 Johannes 5:11-13 En dit is het getuigenis: God heeft ons eeuwig leven gegeven en dit leven is in zijn Zoon. 12 Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet. 13 Dit heb ik u geschreven, die gelooft in de naam van de Zoon Gods, opdat gij weet, dat gij eeuwig leven hebt.

Met eeuwig leven komt eeuwige verantwoordelijkheid. Bij onze doop werd ons eeuwig leven beloofd en ontvangst van de Heilige Geest, indien we God gehoorzamen, Hem zoeken en in overeenstemming met Zijn wil leven. Maar zo'n fantastische, potentiële gave gaat gepaard met een immense en ongelooflijke hoeveelheid verantwoordelijkheid aan onze kant. Daarom zullen wij als eerstelingen een grotere gave ontvangen.

Johannes' uitspraak over het getuigenis benadrukt dat het ontvangen van Gods getuigenis over Christus een zaak van geloof is. Daarom moet onze eeuwige verantwoordelijkheid gebaseerd worden op het geloof van Jezus Christus.

In de verzen 11 en 12 vat Johannes de zegening samen die de gelovige die het getuigenis van God ontvangt en daarop reageert, wordt toegekend. "Dit is het getuigenis" is dezelfde uitdrukking als die in het midden van vers 9 staat, waar het in de meeste vertalingen, behalve de King James en de New King James, vertaald wordt met 'dit is het getuigenis' van God.

Dit getuigenis kijkt terug naar drie dingen die getuigenis geven: de Geest, het water en het bloed. Het schijnt dat deze verzen ook het getuigenis omvatten dat we volgens vers 10 in ons hart en ons denken ontvangen.

Dit wordt duidelijk als we bezien hoe het getuigenis hier wordt beschreven, hoofdzakelijk dat God ons eeuwig leven heeft aangeboden en dat dit leven in Zijn Zoon is. Als iemand dus het eerste getuigenis van God, van Zijn Zoon, verwerpt, dan is er niet langer een offer voor hem totdat hij dat eerste getuigenis aanvaardt, dat Jezus Christus onze Verlosser is en dat Hij de Zoon van God is.

Gods getuigenis betreffende Jezus is niet alleen dat Hij de goddelijke en tevens menselijke Christus is, maar dat Hij ook de Levengever, de Verlosser van de wereld is. Niet alleen dat Hij de Zoon is, maar dat in Hem leven is. In Christus is niet alleen eeuwig leven, niet alleen een lang leven, maar ook een kwaliteit van leven die veruit gaat boven alles waar we weet van hebben. We hebben hier door Gods Heilige Geest slechts een vaag idee van.

Eeuwig leven is Gods uiteindelijk getuigenis van Zijn Zoon, het is de kennis van en de omgang met God en Zijn Zoon.

We sloegen vanmorgen dit schriftgedeelte op, maar ik wil het opnieuw lezen omdat het zo'n belangrijk schriftgedeelte is. Het past natuurlijk perfect bij wat er eerder werd gezegd en waar ik het over heb, over eeuwig leven en onze eeuwige verantwoordelijkheid.

Johannes 17:3 Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt.

Zoals John Ritenbaugh eerder in zijn preek zei, moeten we de enige ware God kennen en moeten we Hem zoeken om Hem te leren kennen. Hoe meer we Hem zoeken, hoe meer we Hem zullen kennen, en dat is niet alleen zijn zoals Hij is in de zin dat we Hem volgen, maar het betekent ook met Hem in Zijn schoenen wandelen.

De apostel Johannes schreef eerder: "Ieder die in de Zoon van God gelooft, heeft dit getuigenis in zijn hart." In 1 Johannes 5:12, dat we reeds lazen, verwoordt hij dezelfde waarheid als volgt: "Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet."

Eeuwig leven is in de Zoon van God en kan nergens anders gevonden worden. Het is onmogelijk leven te hebben zonder Christus te hebben, evenals het onmogelijk is Christus te hebben zonder daarbij ook leven te hebben. Dit is zo omdat de Zoon leven is. Dat is, Hij is de weg des levens, de weg naar dat eeuwige leven en slechts door Hem kunnen we dat ontvangen.

In 1 Johannes 5:9-13 worden drie belangrijke waarheden over eeuwig leven onderwezen:

Het is geen prijs die we hebben verdiend of zouden kunnen verdienen, maar het is een niet verdiende gave.

Het wordt in Christus gevonden en om ons leven te geven, gaf God ons Zijn Zoon en geeft Hij ons nog steeds Zijn Zoon.

Deze gave van leven in Christus is een huidig bezit, omdat eeuwig leven niet zo zeer lengte van tijd is maar een kwaliteit en karakter van leven. Ons is reeds een openbaring van die kwaliteit en dat karakter van leven gegeven door het leven en het onderwijs van Jezus Christus. Met Gods Geest die in ons woont, hebben we precies hetzelfde denken als God en krijgen we in de huidige tijd reeds een vaag idee van wat eeuwig leven is.

Het Griekse woord dat in Johannes 17:3 met 'eeuwig' is vertaald is het woord 'ainonios' [eoneos]. Het wordt soms gebruikt in de toekomstige betekenis, maar vaak betreft het veelmeer de kwaliteit van leven dan de hoeveelheid of de duur van het leven. Johannes vat dit heel kort samen in dit ene vers.

Johannes 20:31 maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zoon van God, en opdat gij, gelovende, het leven hebt in zijn naam.

Daar wordt gesproken over een kwaliteit en karakter van leven, omdat we weten dat we die lengte van leven niet zullen hebben totdat we als geestelijke wezens zijn opgewekt.

1 Johannes 5:13 [Statenvertaling] Deze dingen heb ik u geschreven, die gelooft in den Naam des Zoons van God; opdat gij weet, dat gij het eeuwige leven hebt, en opdat gij gelooft in den Naam des Zoons van God.

De weg ten leven is geloof en de weg naar geloof is getuigenis. De volgorde van denken is hier hetzelfde. God heeft getuigenis gegeven aan Zijn Zoon zodat wij in Hem zouden geloven opdat Hij in ons kan wonen en wij door Hem leven kunnen hebben.

Door onze doop en het ontvangen van Gods Heilige Geest hebben we eeuwig leven in kwaliteit en karakter van leven en we ontvangen op dat moment ook onze eeuwige verantwoordelijkheid. Als we eenmaal gedoopt zijn kunnen we niet toelaten dat we terugvallen, al doen we dat wel. We moeten hard werken, zo hard als we kunnen vooruit blijven duwen, omdat onze verantwoordelijkheid op dat moment begint.

Sommigen hebben de houding van op een rondvaart te zijn en ze hebben de neiging te wachten tot ze dingen in de wereld zien gebeuren die erop duiden dat de grote verdrukking of de dag des Heren voor de deur staat. De mensen die daarop wachten, schieten al tekort in hun eeuwige verantwoordelijkheid en ze laten die langs zich heen glijden. Iedereen die wacht tot die aanwijzingen komen, beseft niet dat ze er reeds zijn en het is aan ons ze te zien en ernaar te handelen.

Het evangelie dat de woorden en werken van Jezus vastlegde, was Johannes' getuigenis van Hem als de Christus, de Zoon van God. Het doel van dit getuigenis was dat u zou geloven en het resultaat van geloof is dat door te geloven u leven zou hebben in Zijn naam.

Die brief van Johannes was geschreven "opdat u zou weten eeuwig leven te hebben". Het evangelie was geschreven zodat we het getuigenis van God over Zijn Zoon zouden kunnen lezen, in Hem naar wie het getuigenis wees, zouden geloven, en op die manier door geloof als gave van God het leven zouden ontvangen.

Deze brief was geschreven zodat wij die geloofd hebben, mogen weten dat we het eeuwige leven ontvangen hebben en dat in de aanwezigheid van Jezus Christus Die in ons woont, dat eeuwige leven in ons blijft. We hebben dus een kwaliteit van leven in ons, in Jezus Christus,

De woorden 'opdat u wete' betekenen dat we zowel in woord als in tijd zullen weten, niet dat we langzaam aan er zekerder van zullen worden, maar dat we nu in deze tijd kunnen vasthouden aan een zekerheid van leven die we in Christus hebben ontvangen.

Naast een eeuwig leven in ons doordat Christus in ons woont, hebben we een eeuwige verantwoordelijkheid die samengaat met eeuwig leven. Die eeuwige verantwoordelijkheid gaat samen met de kwaliteit en het karakter van het leven van God de Vader en Jezus Christus. Als we eeuwig leven aanvaarden, moeten we ook de eeuwige verantwoordelijkheid aanvaarden die ermee samengaat. De twee kunnen niet van elkaar worden losgekoppeld.

Johannes schreef Gods kerk in een tijd van onrust door valse leraren en onzekerheid over hun geestelijke toestand. Door heel deze brief heen heeft Johannes de kerk maatstaven (leerstellig, moreel en sociaal) gegeven waaraan ze zichzelf en anderen kunnen testen. We hebben hier een testboek waardoor we kunnen zeggen hoe het met onze vorderingen staat, en om te zien of we onze eeuwige verantwoordelijkheid werkelijk vervullen.

Zijn doel was hun zekerheid te bevestigen. In zekere zin zei Johannes de kerk: "Deze brief dient ertoe u ervan te verzekeren dat u de garantie op eeuwig leven hebt, zelfs nu hebt u in Christus eeuwig leven in u wonen." Dit betekent dat als we gedoopte leden van Gods kerk zijn, dat we dan de verantwoordelijkheid hebben om op Gods manier van leven te leven, wat niet minder is dan onberispelijk en zuiver. Middelmatigheid voldoet daar niet aan, omdat God de God is van onberispelijkheid en wij moeten worden zoals Hij.

Als we de doeleinden van Johannes' evangelie en brief samennemen, zien we dat Johannes' doel uit vier fasen bestaat: het hoofddoel is dat we horen, dat we door te horen gaan geloven, dat we door te geloven mogen leven en dat we door te leven mogen weten. Dat is het proces dat God voor ons ontworpen heeft om doorheen te gaan.

De nadruk van Johannes is belangrijk, omdat er mensen zijn die elke aanspraak op zekerheid van behoud als aanmatigend afwijzen. De zekerheid van zo'n belofte van behoud en de nederigheid te geloven dat God dat zal bewerkstelligen, gaan hand in hand.

Als Gods geopenbaarde doel niet alleen is dat we zouden horen, geloven en leven, maar ook dat we zouden weten, is het aanmatigend om aan Zijn woord te twijfelen door er geen vertrouwen in te hebben.

Wat er na 1 Johannes 5:11-13 volgt is in zekere zin het naschrift dat Johannes aan zijn brief toevoegt. Het slot is een uitspraak dat de essentie van het christelijke leven eeuwig leven is, zowel in kwaliteit, in karakter als in duur.

Er is slechts één persoon op wie het woord 'eeuwig' in zijn totale betekenis kan worden toegepast, en dat is God. In de echte betekenis van het woord bezit en bewoont alleen God de eeuwigheid. Eeuwig leven is daarom niets anders dan het leven van God Zelf. Wat ons beloofd is, is dat we nu hier op aarde deel kunnen krijgen aan het leven van God Zelf.

In God is vrede en daarom betekent eeuwig leven sereniteit. Het betekent een leven vrij van de angsten waarmee wij behept zijn.

In God is macht en daarom betekent eeuwig leven de nederlaag van frustratie. Het betekent een leven vervuld met de macht van God en daarom overwinning van alle omstandigheden.

In God is heiligheid en daarom betekent eeuwig leven de nederlaag van zonde. Het betekent een leven gehuld in de transcendente reinheid van God en gewapend tegen de bezoedelende invloeden van de wereld.

In God is liefde en daarom betekent eeuwig leven het einde van bitterheid en haat. Het betekent leven dat als kern heeft — waarbij alles draait om — de liefde van God.

In God is leven en daarom betekent eeuwig leven de nederlaag van de dood. Het betekent een leven dat onverwoestbaar is, omdat het de onverwoestbaarheid van God Zelf in zich heeft.

Als we de macht beseffen en de fantastische gave die God ons geeft, staan we gewoon vol ontzag over wat Hij in ieder van ons doet. Ons is niet alleen een langer leven beloofd, maar een superieure kwaliteit van leven — eeuwig leven!

Satan en zijn menselijke vertegenwoordigers hebben de beloning van hen die behouden worden zo oninteressant, zo onaantrekkelijk, zo absoluut saai doen schijnen, dat het niet verrassend is dat zelfs belijdende christenen liever in het vergankelijke menselijke vlees blijven leven dan naar hun beloning toe te gaan!

De almachtige God heeft een buitengewone toekomst beloofd aan hen die zich kwalificeren om in Zijn Familie geboren te worden. Geen mens heeft volledig begrepen wat de enorme beloning is die echte christenen te wachten staat.

1 Corinthiërs 2:7-9 maar wat wij spreken, als een geheimenis, is de verborgen wijsheid Gods, die God (reeds) van eeuwigheid voorbeschikt heeft tot onze heerlijkheid. 8 En geen van de beheersers dezer eeuw heeft van haar geweten, want indien zij van haar geweten hadden, zouden zij de Here der heerlijkheid niet gekruisigd hebben. 9 Maar, gelijk geschreven staat: Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben.

Alleen Gods Heilige Geest kan het menselijk denken openen voor de diepe waarheden van de Bijbel.

Allen die berouw hebben, Jezus Christus als hun persoonlijke Verlosser aannemen en overwinnen, zullen het Koninkrijk van God beërven. Op de Laatste Grote Dag, het oordeel van de grote witte troon, zullen die mensen Gods Heilige Geest ontvangen.

In het Koninkrijk van God zullen er personen zijn met verschillende niveaus van verantwoordelijkheid. Die verantwoordelijkheden zullen zulke taken omvatten als rechter, koning en priester. Voor iedere persoon zal er een verantwoordelijkheid zijn, een taak om uit te voeren. Niet dezelfde taak. We zijn niet allemaal tot dezelfde functie geroepen. Maar iedere functie is nodig en is in het Koninkrijk belangrijk.

Uw taak zal zijn wat u het meest plezierig vindt en waarin u de meeste vervulling vindt om die te doen. We krijgen niet allemaal hetzelfde genoegen uit hetzelfde onderwerp. Daarom heeft God ons niet allemaal tot dezelfde functie geroepen.

Wat ieder als deel van Gods Familie doet, zal gedeeltelijk afhangen van wat we nu doen. En we zullen allemaal een bijdrage leveren aan het alle dingen nieuw maken. We zullen in staat zijn terug te vallen op de ervaring die God ons in deze tijd geeft.

Als al Gods kinderen in Zijn geestelijke Familie geboren zijn, begint Gods nieuwe plan met resultaten die inspireren tot ontzag.

Jesaja 65:17 Want zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; aan wat vroeger was, zal niet gedacht worden, het zal niemand in de zin komen.

Dit is een voortgaand proces en God schept de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, te beginnen met ons als Zijn kerk.

Jesaja 65:18 Maar gij zult u verblijden en juichen voor eeuwig over hetgeen Ik schep, want zie, Ik schep Jeruzalem tot jubel en zijn volk tot blijdschap.

Met de onderdompeling van de aarde in de reinigende poel des vuurs als type van de doop, is de cyclus van de schepping compleet. Uit de poel des vuurs zullen geestelijke, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde voortkomen. Dit is de plaats van Gods project. Vers 17 zou moeten luiden: "Want zie Ik ben bezig om een nieuwe hemel en een nieuwe aarde te scheppen; ..." Ditzelfde nieuwe project wordt in Openbaring 21 beschreven. Dit is de tijd dat het nieuwe Jeruzalem uit de hemel naar de aarde zal afdalen om de hoofdstad van het universum te worden.

Openbaring 21:1-2, 7-8 En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde; want de eerste hemel, en de eerste aarde waren voorbijgegaan, en de zee was niet meer. 2 En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is. ... 7 Wie overwint, zal deze dingen beërven, en Ik zal hem een God zijn, en hij zal Mij een zoon zijn. 8 Maar de lafhartigen, de ongelovigen, de verfoeilijken, de moordenaars, de hoereerders, de tovenaars, de afgodendienaars, en alle leugenaars — hun deel is in de poel, die brandt van vuur en zwavel: dit is de tweede dood.

De periode na de tweede dood zal de eerste keer in de geschiedenis zijn dat God de Vader Zich bij Jezus Christus, met Zijn nieuwgeboren geestelijke kinderen, op aarde zal voegen. Voorafgaande aan de reiniging van de wereld in de poel des vuurs zou God de Vader niet naar de aarde komen, omdat deze verontreinigd was door de zonden van de mensheid. Als deze gereinigd is, zal Hij Zijn persoonlijk hoofdkwartier en troon in deze heilige stad, Jeruzalem, vestigen.

Openbaring 22:14 [Statenvertaling] zegt dat zij die Zijn geboden doen, in die zin speciaal gezegend zijn dat ze recht hebben op de boom des levens, en dat ze door de poorten de heilige stad mogen binnengaan. We zullen met God en Jezus Christus deelhebben aan het bouwen van een nieuw universum. Een deel van die wederopbouw zal bestaan uit het ontwerpen en bouwen van hele nieuwe werelden waar de rechtvaardigheid van de familie van God alles motiveert.

2 Petrus 3:13 Wij verwachten echter naar zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.

Aangezien er in de nieuwe hemel en op de nieuwe aarde perfecte gerechtigheid heerst, moeten we er nu aan werken in ons eigen leven rechtvaardig te zijn.

2 Petrus 3:14 Daarom, geliefden, beijvert u in deze verwachting, onbevlekt en onberispelijk te blijken voor Hem in vrede,

Petrus zegt ons dat we lang voor deze dingen een eeuwige verantwoordelijkheid hebben om rein te zijn.

Het woord "daarom" vormt de overgang naar ons gedrag. We moeten intensieve inspanningen leveren om moreel rein te zijn — dat is onbevlekt en onberispelijk, evenals Christus. We moeten ernaar streven op die manier te leven zodat we in harmonie met Hem zullen blijken te zijn. We moeten de vrede voortbrengen die het resultaat is van onze inspanningen om Christus en God de Vader te behagen. Zij die in harmonie met Hem willen blijken, moeten de dingen die Hij haat uit hun leven uitbannen.

Salomo geeft ons een lijst van zes dingen plus één die de Here haat.

Spreuken 6:16-19 Deze zes dingen haat de HERE, ja, zeven zijn Hem een hartgrondige gruwel: 17 hoogmoedige ogen, een valse tong, handen die onschuldig bloed vergieten, 18 een hart dat heilloze plannen smeedt, voeten die zich haasten om naar het kwade te snellen, 19 wie leugens uitblaast als een vals getuige en wie twist stookt tussen broeders.

Al deze dingen haat God zo erg dat Hij ze een gruwel noemt. We weten dat een gruwel iets is dat vies, onrein is voor God en een afkeer bij Hem opwekt. Deze manier van uitdrukken in het Hebreeuws (zes, ja zeven) vestigt met name de aandacht op het zevende ding: het stoken van twist tussen broeders. God beoordeelt dat in elk opzicht als even slecht als afgoderij. Niemand die de dingen doet die God haat, zal de gelegenheid hebben om met rechterlijke bevoegdheden voor Hem te werken en zo iemand zal ook niet in Zijn Koninkrijk zijn. We zouden dat zo af en toe eens moeten lezen om er zeker van te zijn dat wij ons niet aan die dingen schuldig maken. In het bijzonder het punt van liegen. Ik geloof dat dat waarschijnlijk het gemakkelijkste punt van die dingen is om te begaan.

Zult u daar bij het oordeel van de witte troon zijn als menselijk wezen of als een eersteling die dan een geestelijk wezen is en al lang deel uitmaakt van de familie van God?

Hebt u tijdens de heerschappij van Christus in het Millennium hierop gewacht en hiernaar uitgezien, terwijl u hielp de aarde te vernieuwen voor die miljarden mensen die aan het begin van het oordeel van de grote witte troon zullen worden opgewekt?

In Ezechiël 37 lezen we over het "dal vol dorre beenderen". Vraag uzelf af: "Wil ik daarbij zijn als dit gebeurt?" Ik weet dat het antwoord een absoluut "ja" zal zijn! Dat zal een opwindende, inspirerende tijd zijn. Als wij gedurende al die tijd onze eeuwige verantwoordelijkheid hebben vervuld, zullen we daarbij zijn, en tegen die tijd zullen we al meer dan duizend jaar een geestelijk wezen zijn geweest. Wat een fantastisch iets om te zien, die mensen die we kenden, die in het verleden hebben geleefd en die nu leven, die hun kans nog niet hebben gehad, om in staat te zijn te zien dat ze worden opgewekt. Duizend jaar lijkt een lange tijd, maar als geestelijk wezen zal dat heel snel voorbij zijn, daar ben ik zeker van.

Paulus stelt een aantal retorische vragen om te benadrukken hoe belangrijk het is dat wij nu in deze tijd leren rechtvaardig te oordelen tussen ons onderling!

1 Corinthiërs 6:2-3 Of weet gij niet, dat de heiligen de wereld zullen oordelen? En indien bij u het oordeel over de wereld berust, zijt gij dan onbevoegd voor de meest onbetekenende rechtspraak? 3 Weet gij niet, dat wij over engelen oordelen zullen? Hoeveel te meer dan over alledaagse dingen?

Bij Christus' tweede komst zal de mens voor uitroeiing behouden worden vanwege een heel kleine groep van "uitverkoren" mensen. Deze kleine groep van eerstelingen van Gods Koninkrijk zal aanwezig zijn bij de opstanding van vele miljarden mensen aan het begin van het oordeel van de grote witte troon.

Zult u daarbij zijn om die mensen rechtvaardig te oordelen? Zult u tegen die tijd al meer dan duizend jaar een geestelijk lid van de Familie van God zijn geweest?

In vergelijking zal het aantal van hen die reeds in Gods Familie geboren zijn, klein zijn. Maar die kinderen van God, zo God wil behoren wij daarbij, zullen de geweldige gelegenheid hebben de rest van de mensheid te helpen bij het bereiken van hun geweldig potentieel om ook in Gods Familie geboren te worden.

In de woorden van Herbert Armstrong: "Nooit zullen zovelen zoveel aan zo weinigen te danken hebben. En zij wachten zelfs nu al op u!"

God heeft niet geopenbaard wat Zijn plannen zijn nadat Hij alles nieuw begint te maken. Hij laat slechts een glimp zien van wat er in het verschiet ligt. We weten dat er geen einde aan Gods Koninkrijk zal komen. Het zal voortdurend groter en groter worden. Ieder die kwalificeert voor een beloning in het Koninkrijk zal daarin meegroeien.

Met zo'n fantastische toekomst voor de boeg en de kennis dat God ons zal helpen deze door de kracht van de Heilige Geest te bereiken, kunnen we niet anders dan groter enthousiasme krijgen, grotere inspanningen leveren en grotere prestaties leveren met datgene wat God ons inzake eeuwige verantwoordelijkheden die reeds zijn begonnen, heeft gegeven.

Denk aan Ezra's woorden: "Sta op, want op u rust de taak [de verantwoordelijkheid]; wij zullen met u zijn; wees sterk en handel!"

Mogen we allemaal ijverige inspanningen leveren om een waar getuigenis te geven van gerechtigheid en daardoor anderen te bemoedigen, opdat zij een aanwijzing mogen hebben van de fantastische gelegenheid die God voor hen op de voor hen geschikte tijd heeft voorbereid.

En bedenk dat eeuwig leven samengaat met eeuwige verantwoordelijkheid. Onze eeuwige verantwoordelijkheid is reeds begonnen. Deze begon met onze doop. Gebruik dus de macht die God toebehoort en zoek Hem!

Jezus zei: "Niemand die de hand aan de ploeg slaat en omkijkt is geschikt voor het Koninkrijk van God."

Mogen we allemaal onze eeuwige verantwoordelijkheid serieus nemen en voortploegen naar het Koninkrijk van God.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)