God, het grootste probleem van de kerk

Door John W. Ritenbaugh
14 oktober 2006

Samenvatting: (toon)

John Ritenbaugh waarschuwt dat als we niet voorwaarts gaan, we terug de wereld in zullen worden gesleurd. De waarschuwingen die aan de mensen gegeven worden op wie Amos en Jesaja zich richtten, waren mensen (zoals wij) die reeds een verbond met Hem hadden gesloten. Ondanks dat ze een verbond met God hadden gesloten, kenden ze God niet echt. Nadat wij door God zijn geroepen, moeten we Hem en Zijn weg zoeken in het besef dat ons gedrag wordt gemotiveerd door ons concept van God. We moeten God voortdurend zoeken en het leven leiden dat God leidt. Abraham telde, toen hem werd gevraagd Isaak te offeren, alles wat hij van God wist bij elkaar op, eraan denkend dat Isaak het beloofde zaad was en dus vervangen zou moeten worden of weer opgewekt. Eeuwig leven was volgens Barclay veel meer dan een leven waar geen einde aan kwam, maar de kwaliteit van het leven dat God leidt. God leren kennen is het grootste probleem van de kerk. Romeinen 1:20 leert dat Gods natuur in de schepping zelf kan worden gezien, maar het niet hebben van ontzag voor God en Hem niet liefhebben leidt tot een verward, verdorven denken. Emerson suggereerde dat mensen zullen worden wat ze dan ook maar mogen vereren.


In 1 Petrus 1 laat Petrus zien dat als we doorgaan met groeien en voorwaarts gaan, we nooit zullen vallen. Dit betekent voor mij dat stilstaan in feite niet echt een optie is (in ieder geval niet voor lang). Dit is zo, omdat als we niet voorwaarts gaan, we zeer zeker door de invloed van de wereld mee achteruit gesleept zullen worden.

De preek van deze morgen is een voortzetting van het onderwerp waar ik op de eerste avond van het Loofhuttenfeest aan begon. Deze preek gaat dieper dan ik tot nu toe heb gedaan in op de gedachte dat we binnen onze roeping het beste moeten zien te maken van deze gevaarlijke tijden en dat onze relatie met het machtigste Wezen van alle wezens, Degene aan wie alle macht toebehoort, tot stand wordt gebracht door Jezus Christus. Maar hoe gaan we daarna verder om te voorkomen dat we in dezelfde situatie terechtkomen als de mensen aan wie het boek Hebreeën is gericht?

Het antwoord wordt door Jesaja en Amos gegeven in heel duidelijke uitspraken over de verantwoordelijkheid van iedereen die een verbond gesloten heeft met God. Interessant genoeg blijkt dit, zoals u in Amos zult zien, in het bijzonder gericht te zijn tot hen die leven binnen het familieverband van Jozef, zoals wij.

Maar eerst slaan we Jesaja 55 op.

Jesaja 55:6-7 Zoekt de HERE, terwijl Hij Zich laat vinden; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is. 7 De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige man zijn gedachten en hij bekere zich tot de HERE, dan zal Hij Zich over hem ontfermen — en tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig.

Let op de volgende drie woorden: "zoek Hem" (een opdracht) en nog een opdracht: "bekere". Laten we nu Amos 5 opslaan.

Amos 5:1-6, 8-9, 14-15 Hoort dit woord, dat Ik over u aanhef, een klaaglied, huis Israëls: 2 Gevallen is zij, zij zal niet weer opstaan de jonkvrouw Israëls, nedergeworpen ligt zij op haar bodem, niemand richt haar op. 3 Want zo zegt de Here HERE: De stad die met duizend uittrekt, zal er honderd overhouden, en die met honderd uittrekt, zal er tien overhouden voor het huis Israëls. 4 Want zo zegt de HERE tot het huis Israëls: Zoekt Mij en leeft. 5 Maar zoekt Betel toch niet, en komt niet naar Gilgal, en trekt niet naar Berseba. Want Gilgal wordt onherroepelijk weggevoerd en Betel gaat teniet. 6 Zoekt de HERE en leeft, opdat Hij niet vare als een vuur in het huis van Jozef en het vertere, terwijl er geen blusser zal zijn voor Betel. ... 8 Hij, die Pleiaden en Orion heeft gemaakt; Hij, die donkerheid verkeert in ochtend, en die de dag tot nacht verduistert; Hij, die het water der zee heeft opgeroepen en uitgegoten over de oppervlakte der aarde, — HERE is zijn naam! 9 Hij, die verwoesting doet opflitsen over de sterkte, zodat verwoesting over de vesting komt. ... 14 Zoekt het goede en niet het kwade, opdat gij leeft en aldus de HERE, de God der heerscharen, met u zij, gelijk gij zegt. 15 Haat het kwade en hebt het goede lief, en houdt het recht hoog in de poort; misschien zal de HERE, de God der heerscharen, Jozefs rest genadig zijn.

Het eerste punt waar ik u op wil attenderen is dat er iets van uitzonderlijk belang voor kerkleden staat. Zowel Jesaja als Amos richten hun raad tot mensen die reeds een verbond met God hadden gemaakt en daarom roept Jesaja hen op zich te "bekeren", waarmee hij laat zien dat ze een overeenkomst met God waren aangegaan en dat ze Hem verlaten hadden. Hij zegt: "Bekeer u tot de Here," dat betekent: "Keer terug tot de Here."

De mensen tot wie zowel Jesaja als Amos zich richtten, verkeerden in grote geestelijke moeilijkheden en dit is een ernstige aansporing voor hen om in actie te komen. Er is nog een andere, niet zo duidelijke reden waarom dit op de manier geschreven is waarop het is gedaan. Dat is een reden die volgens mij niet zo vaak door leden van de kerk in beschouwing wordt genomen, en die is: omdat zoeken naar God zelfs niet begint tot er een verbond met God is gesloten, is tijdens het heiligingsproces, of we het beseffen of niet, God zoeken de belangrijkste bezigheid van een christen.

Deze schriftgedeelten verschaffen een startpositie en daarom wil ik een overzicht geven van wat we zojuist in Amos lazen. Allereerst, God waarschuwt hoe verwoestend die gevaarlijke toekomstige tijden zullen zijn. Dat stond in de eerste drie verzen. Vers 3 is in het bijzonder belangrijk in het overbrengen van de somberheid van hetgeen Hij zei: God zal de bevolking van Israël tot een tiende deel terugbrengen. Waar er vroeger duizend woonden, zullen er, als Hij klaar is, slechts honderd overblijven, enzovoort. De verwoesting die eraan komt zal dus vrij groot zijn.

Daarna gaat de instructie verder met wat wij verondersteld worden te doen, en dat is het zoeken van God. Als we aan die verwoesting willen ontkomen, zegt Hij: "Zoek Mij en leef." Dat is vrij duidelijk. Er is leven en dat ligt in het zoeken van God. Dan, voor het geval we niet weten wie het is die we verondersteld worden te zoeken, maakt God in vers 8 en 9 duidelijk wie dat is. We moeten de Schepper zoeken, Degene die de Pleiaden maakte, Degene die ook verwoesting zal brengen.

Ik wil het heel duidelijk maken dat Amos deze mensen niet zegt God te zoeken om Hem te vinden, omdat ze minstens enige notie van Hem hadden, daar ze reeds een verbond met Hem hadden gesloten. Maar het feit dat Hij hun opdracht gaf Hem te zoeken, laat zien dat ze, ondanks dat ze een verbond hadden gesloten, niet echt heel veel over Hem wisten.

Dit is een sterke aanduiding dat die mensen in de tijd van Amos (evenals de Hebreeën waar Paulus aan schreef) gewoon meegingen met wat de tijden hun bracht. Let op de verandering van voornaamwoord die in dit ene hoofdstuk vier keer voorkomt: "Wij" worden aangespoord Hem te zoeken. Twee keren wordt er rechtstreeks aan gekoppeld "opdat gij leeft". Ook over ons komen er gevaarlijke tijden. We zijn bij lange na nog niet bij het ergste daarvan aangekomen, maar het is nu de tijd om ons voor te bereiden, en we bereiden ons voor door God te zoeken.

Deze opdracht dat we "Hem moeten zoeken opdat we leven," legt een rechtstreeks verband met Johannes 17:3 en de uitleg dat eeuwig leven een kenmerkende kwaliteit van leven is evenals een altijddurend leven. Maar daar zullen we later op ingaan.

Als we deze boodschap verder doornemen, zullen we zien dat de reden dat ze werden aangespoord God te zoeken was, dat ze ondanks het sluiten van een verbond met Hem, niet langer God zochten. En het feit dat ze Hem niet langer zochten was de oorzaak van hun slechte geestelijke en morele conditie en de op handen zijnde verwoesting door de Assyriërs.

Tussen twee haakjes, Amos en Jesaja waren beide Joden, maar de boodschap die zij in die tijd brachten, in het bijzonder in Jesaja's leven, was gericht op de Israëlieten, op de tien noordelijke stammen, en zo was ook Amos' boodschap gericht op de tien noordelijke stammen.

In het Nieuwe Testament worden ook wij daarbij betrokken. In Romeinen 2 breidt Paulus dit uit tot ons in een brief rechtstreeks gericht aan christenen.

Romeinen 2:4-9 Of veracht gij de rijkdom van zijn goedertierenheid, verdraagzaamheid en lankmoedigheid, en beseft gij niet, dat de goedertierenheid Gods u tot boetvaardigheid leidt? 5 Maar in uw weerbarstigheid en onboetvaardigheid van hart hoopt gij u toorn op tegen de dag des toorns en der openbaring van het rechtvaardig oordeel Gods, 6 die een ieder vergelden zal naar zijn werken: 7 hun, die, in het goeddoen volhardende, heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid zoeken, het eeuwige leven; [Merk op dat Paulus zegt dat we ernaar moeten zoeken. Deze brief werd aan christenen geschreven. We kunnen niet gewoon meedrijven met de tijden. We moeten ernaar zoeken, enigszins op de manier die Petrus vermeldde in 1 Petrus 1, waar hij ons opdracht gaf dit te doen: voeg dit toe en dit, enzovoort.] 8 maar hun, die zichzelf zoeken, der waarheid ongehoorzaam en der ongerechtigheid gehoorzaam zijn, wacht toorn en gramschap. 9 Verdrukking en benauwdheid (zal komen) over ieder levend mens, die het kwade bewerkt, eerst de Jood en ook de Griek;

Dit is een heel strenge waarschuwing aan de kerk dat we God en Zijn weg moeten zoeken, nadat we door Hem gevonden zijn. We kunnen geen genoegen nemen met wat we over Hem weten en wat we in praktijk brengen vanwege de kennis die we kregen toen we werden gedoopt. We moeten verdergaan. Als God als onbelangrijk wordt afgedaan omdat de kennis van Hem op een laag, oppervlakkig niveau ligt, wat zal er dan gebeuren? Wat zal dan het resultaat zijn?

Let eens op de doelgerichte, kerkelijke beweging waarover ik deze zomer heb gesproken. Zij denken dat God in deze tijd onder andere geïnteresseerd is in toename van het aantal leden en in hoge inkomsten voor de kerken. Zij geloven dat het hun doel is het Koninkrijk van God op aarde tot stand te brengen door het doen van goede werken. Heel aantrekkelijk, maar hun goede werken werken innig samen met de politieke krachten van deze wereld, en zij geloven dat God tolerantie verlangt omwille van eenheid, ongeacht wat de waarheid is, en dat het woord van Christus niet als beter moet worden beschouwd dan dat van psychologen en filosofen; dit is een absolute godslastering. En deze mensen noemen zich christelijk.

Het blijkt dat ze op een niet te vermijden manier meelopen op weg naar de Nieuwe Wereldorde die door de mens wordt uitgedacht, en niet op weg naar het Koninkrijk van God dat bij Christus' wederkomst zal worden opgericht. Waarom doen ze de dingen die ze doen? Vanwege wat ze, natuurlijk ten onrechte, over God geloven.

Laat me dit iets duidelijker maken. Wat te denken van de geloofsopvattingen van de Katholieke Kerk over God? Zij geloven onder andere in een God die de hemel aanprijst als de beloning voor hen die behouden worden, dat Christus alles voor ons deed en dat het vagevuur zich zal ontfermen over wat er nog over is aan morele en geestelijke problemen. Zij hechten grote waarde aan traditie, ritueel en ceremonieel. Zij geloven dat zij het Koninkrijk van God op aarde zijn en dat hun leider de plaatsvervanger van Christus is.

Daarom zijn zij diepgaand betrokken bij de politiek en de oorlogen van deze wereld, terwijl ze voor de kerk tijdelijke macht zoeken. Zij waren de aanstichters van de kruistochten en de inquisitie. Bij hen ligt de verantwoordelijkheid voor het doden van miljoenen mensen!

Is dit veel anders dan wat de moslims in onze tijd doen? De moslims geloven in een god die hen beveelt alle niet-moslims te doden en die wil dat ouders hun kinderen opvoeden om zichzelf en anderen in stukken te blazen om in de hemel te komen om met zeventig maagdelijke schoonheden beloond te worden.

Dit zijn heel algemene en korte illustraties, maar ik hoop dat ze het punt waarover ik spreek, duidelijk maken. Aan de basis van de praktijken van de leden van deze groepen die ik zojuist heb genoemd, ligt het feit dat zij geloven dat hun god deze dingen van hen verlangt, en dat zij daarop reageren door hun leven te leiden zoals ze doen, omdat zij hun god willen behagen. Ze doen deze dingen niet omdat ze hun god haten; zij proberen hun god te behagen door de dingen te doen waarvan zij geloven dat hij dat wil.

Dit principe is waar voor alle kerken en personen op aarde. Gedrag wordt gemotiveerd door iemands geloofsopvattingen, ideeën en verkeerde opvattingen over hun god. Ik hoop dat u kunt zien dat het heel belangrijk is, dat iemands idee over God zo dicht mogelijk ligt bij wat absoluut waar is over Hem.

Daarom moeten we Hem zoeken! De waarheid is dat dit net zo belangrijk is voor religie en voor het leven als het fundament voor een gebouw, en als een fundament niet is wat het moet zijn, loopt het hele gebouw gevaar in te storten. Het hebben van een beperkte voorstelling van God heeft het potentieel een heel ernstige bron, een ontheiligende, in beroering brengende bron, te worden van ernstige zonden.

Vlak voordat we naar het Feest gingen, publiceerde The Charlotte Observer de resultaten van een vrij uitgebreid onderzoek onder het Amerikaanse publiek dat werd gepubliceerd na een opiniepeiling van Gallup. De universiteit van Baylor stelde het opinieonderzoek en de vragen en dergelijke samen. Gallup voerde in feite het opinieonderzoek uit. Ze wilden weten welke voorstelling het volk, het Amerikaanse volk, van God heeft.

Er werden volgens dit krantenartikel 1721 mensen geïnterviewd. Het onderzoek was het meest uitgebreide dat er in de Amerikaanse religieuze geschiedenis had plaatsgevonden. Ze stelden 77 vragen en er waren 400 verschillende mogelijkheden als antwoord.

De titel was "De vier Goden van Amerika". Die titel zou u iets moeten zeggen. Het artikel begon met de volgende zin: "De Verenigde Staten noemen zichzelf een natie onder God, maar de Amerikanen hebben niet allemaal hetzelfde beeld van de Almachtige in hun hoofd."

Het artikel liet me zien dat er over dit onderwerp in de Verenigde Staten een massale verwarring bestaat. Dit onderzoek liet zien dat al beweert 91,8% van alle Amerikanen in God te geloven, dat de meesten van deze 91,8% betreurenswaardig onwetend zijn over wat Hij in de Bijbel zegt. En omdat ze God niet werkelijk zoeken middels de woorden van het Boek dat Hij liet schrijven, bedenken ze al doende allerlei dingen over God.

Sommige van hun voorstellingen zijn aan de Bijbel ontleend, maar andere zijn, geloof het of niet, gebaseerd op films en televisie, andere boeken dan de Bijbel, inclusief romans, dromen, visioenen en wat vrienden hun zeggen. Het onderzoek liet zien dat ideeën die aan het paranormale zijn ontleend immens populair zijn. Dat zijn hun woorden. "Ideeën ontleend aan het paranormale zijn immens populair."

De groep van de universiteit van Baylor die het onderzoek analyseerde, gaf de vier goden de volgende namen: "de autoritaire God", "de weldadige God", "de kritische God", en "de afstandelijke God". In elke situatie die u kunt bedenken, is de ware God een combinatie van alle vier en nog veel meer! Maar zij ontdekten dat de meeste mensen Hem categoriseerden als een wezen met één eigenschap, en die ene eigenschap overheerste in hun denken over Hem.

Ik denk dat u kunt zien dat deze termen heel algemeen zijn en het laat de mensen heel wat manoeuvreerruimte in hun gissen over wat zij denken dat God in een bepaalde situatie zal doen. De werkelijkheid is dat deze termen uiterst vaag zijn. Ze geven geen aanduiding van andere specifieke eigenschappen van God. In het artikel dat werd gepubliceerd staat geen aanwijzing dat God werkelijk ook maar iets doet. Dringt dat tot u door? De mensen die werden ondervraagd dachten niet dat God ook werkelijk iets deed, behalve dan heel algemeen mensen behouden. Dat is alles.

Vergelijk dit eens, nu we toch in het boek Romeinen zijn, met iemand die een levendige, dynamische relatie had met God.

Romeinen 4:13, 16, 19-21 Want niet door de wet had Abraham of zijn nageslacht de belofte, dat hij een erfgenaam der wereld zou zijn, maar door gerechtigheid des geloofs. ... 16 Daarom is het (alles) uit geloof, opdat het zou zijn naar genade, en dus de belofte zou gelden voor al het nageslacht, niet alleen voor wie uit de wet, maar ook voor wie uit het geloof van Abraham zijn, die de vader van ons allen is, ... 19 En zonder te verflauwen in het geloof heeft hij opgemerkt, dat zijn eigen lichaam verstorven was, daar hij ongeveer honderd jaar oud was, en dat Sara's moederschoot was gestorven; 20 maar aan de belofte Gods heeft hij niet getwijfeld door ongeloof, doch hij werd versterkt in zijn geloof en gaf Gode eer, 21 in de volle zekerheid, dat Hij bij machte was hetgeen Hij beloofd had ook te volbrengen.

Laten we met die gedachte van vers 21 in ons hoofd Hebreeën 11 opslaan en daar zullen we zien dat Abraham God kende. Hij sloeg er geen slag naar.

Hebreeën 11:17-19 Door het geloof heeft Abraham, toen hij verzocht werd, Isaak ten offer gebracht, en hij, die de beloften aanvaard had, wilde zijn enige zoon offeren, 18 hij, tot wie gezegd was: Door Isaak zal men van nageslacht van u spreken. Hij heeft overwogen, dat God bij machte was hem zelfs uit de doden op te wekken, 19 en daaruit heeft hij hem ook bij wijze van spreken teruggekregen.

Ik wil de aandacht vestigen op dat woord "overwogen" in vers 18. Het Griekse woord logizomai duidt op rekenen, tellen, zich met berekeningen bezighouden. Abraham telde alles wat hij over God wist bij elkaar op. Hij wist dit. Hij wist dat. Hij wist nog iets anders, enzovoort. Hij voegde al die dingen bij elkaar en analyseerde de belofte dat Isaak de beloofde nakomeling was. Hij kwam tot een conclusie en handelde daarnaar, omdat hij wist dat God of Isaak uit de dood zou moeten opwekken of in een plaatsvervanger voorzien; het moest het één of het ander worden. Hij koos ervoor te vertrouwen op Degene die de macht had en van Wie hij wist dat Hij getrouw was.

Kunt u zien dat Abrahams geloof een rationele basis had en geen gissende, emotionele basis? Hij kende God en aangezien Isaak de beloofde nakomeling was, wist hij dat God op de een of andere manier zou reageren. Ik wil niet zeggen dat zijn emoties er in het geheel niet bij betrokken waren. Dat waren ze zeker wel. Daar ben ik heel zeker van. God koos ervoor om in een plaatsvervanger te voorzien. Isaak stierf niet, omdat hij de beloofde nakomeling was, en daarom wist Abraham dat Isaak kinderen moest krijgen wilde de belofte vervuld worden. Ziet u wat bij elkaar optellen betekent? Hij kende God.

Wat zou er zijn gebeurd als Abraham evenals de meeste Amerikanen er alleen maar een slag naar sloeg, omdat er verkeerde ideeën over God in zijn denken aanwezig waren? Een juist idee over God is een christelijke noodzaak, omdat een verkeerd idee het fundament, het beginpunt is van afgoderij. Om kort te gaan, de essentie van afgoderij is het eropna houden van gedachten over God die Hem onwaardig zijn.

God maakt dit bij de Sinaï heel duidelijk. Wat gebeurde er, nadat Hij het verbond met Israël gesloten had en hun Zijn wet had gegeven, toen Aäron dat stomme gouden kalf maakte om hen te redden uit wat zij als hun dilemma beschouwden? Aäron en het volk lieten door dit te doen zien dat hun verkeerde ideeën over God na het sluiten van het verbond bleven bestaan. Daar kunnen we een parallel voor ons allemaal zien. Wij sluiten een verbond met God en er blijven verkeerde opvattingen over God in ons denken bestaan.

God liet dat beeld onmiddellijk vernietigen als voorbeeld waarvan wij kunnen leren, omdat het absoluut en volledig godslasterlijk was om te denken dat God de vorm van een stier had. Maar de zonde was in een bepaald opzicht heel wat ernstiger, omdat Israël daarin probeerde de natuur van God te definiëren op basis van hun eigen redeneringen, en God trok Zich wat zij deden zo sterk aan, dat vele duizenden in een demonstratie van Gods toorn omkwamen. Ziet u, Hij raakt daardoor op een manier geprikkeld waarop we niet willen dat Hij geprikkeld raakt.

Dit onderzoek liet zien dat de Israëlieten uit deze tijd nog niet veranderd zijn. De moderne Israëlieten fantaseren over God. De afgodendienaar stelt gewoon een opvatting over God vast en daarna handelt hij alsof die opvatting waar is. Hij is misleid en hij weet het niet.

Aangezien God degenen waarmee Hij een verbond sluit reeds heeft uitgekozen, moeten degenen die zijn uitgekozen (dat zijn wij) Hem zoeken om beter te begrijpen hoe Hij in elkaar zit, omdat op het moment dat het verbond wordt gesloten we zeer zeker echt heel weinig over Hem weten. En evenals bij de Israëlieten bestaat hetgeen we weten uit algemeenheden. Daarna wordt dus van ons verlangd dat we de strikt persoonlijke details van hoe Hij in elkaar zit gaan uitzoeken.

Wat is Hij behalve machtig nog meer? Wat zijn Zijn eigenschappen? Hoe uit zich Zijn karakter in een bepaalde situatie? Wat moeten we doen om Hem te behagen? Hoe kunnen we Hem verheerlijken? Hoe kunnen we op Hem gaan lijken? Hoe kunnen we laten zien dat we Hem liefhebben? Hoe kunnen we Hem laten zien dat we Hem verheerlijken? Hoe leidt Hij Zijn leven? Die laatste vraag is heel belangrijk.

Ezechiël 33:7-8 Gij nu, mensenkind, [God spreekt] u heb Ik tot wachter over het huis Israëls aangesteld. Wanneer gij een woord uit mijn mond hoort, zult gij hen uit mijn naam waarschuwen. 8 Als Ik tot de goddeloze zeg: Goddeloze, gij zult zeker sterven, maar gij spreekt niet om de goddeloze te waarschuwen voor zijn weg, dan zal die goddeloze in zijn eigen ongerechtigheid sterven, maar van zijn bloed zal Ik u rekenschap vragen.

Let erop welke zware verantwoordelijkheid hier in deze twee verzen op het hoofd en de schouders van Ezechiël wordt gelegd. Het kwam erop neer dat hij verantwoordelijk zou worden gehouden voor deze mensen die zouden gaan sterven, tenzij hij hun zei wat hij hun moest zeggen.

Ezechiël 33:10-11 Gij nu, mensenkind, zeg tot het huis Israëls: Aldus zegt gij: onze overtredingen en onze zonden rusten op ons en daardoor kwijnen wij weg — hoe zouden wij dan leven? 11 Zeg tot hen: zo waar Ik leef, luidt het woord van de Here HERE, Ik heb geen behagen in de dood van de goddeloze, maar veeleer daarin, dat de goddeloze zich bekeert van zijn weg en leeft. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen. Want waarom zoudt gij sterven, huis Israëls?

In de NBG zien we in vers 11 na "Here HERE" een komma. Evenals sommige commentatoren geloof ik dat dit onjuist is. De grammatica is hier onjuist. Er zou een punt moeten staan. Ook de woorden "zo waar" zijn geen juiste vertaling van het Hebreeuws. De vertaling zou eigenlijk moeten zijn: "Zeg tot hen: 'Zo als Ik leef,' zegt de Here HERE." Dat is de manier waarop men zou moeten leven! Denkt u niet dat de manier waarop God leeft, de juiste manier is om te leven? God wil niet dat mensen sterven omdat ze op de verkeerde manier leven. "Volg Mij", zegt God. "Leef op de manier waarop Ik leef en u zult leven." Is dat niet wat Amos zei? "Zoek Mij en leef." U zult uw leven als het ware niet verliezen, als u Mij pal op de hielen volgt.

Als we verdergaan gaan we inzien dat God suggereert dat we niet alleen in Zijn voetstappen moeten treden, maar dat we in Zijn schoenen moeten gaan staan. Dat is zelfs nog dichterbij. In Zijn voetstappen lopen is mooi. Dat is goed. Ik zeg niet dat het verkeerd is, maar er kan zoveel meer worden bereikt. Het is alsof we in Zijn schoenen gaan staan.

Toen Degene die deze woorden in Ezechiël 33:10-11 sprak mens werd, leefde Hij op de manier waarop God zou leven als Hij mens zou worden. Hij leefde het op die manier en gaf ons daarmee een voorbeeld dat we op zijn minst in Zijn voetstappen moeten treden. Maar hoe dichter we bij God komen, hoe meer we over Hem weten en hoe meer we in Zijn schoenen kunnen gaan staan en niet slechts in Zijn voetstappen treden. In Zijn gebed zei Jezus:

Johannes 17:3 Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt.

Een van de sleutels tot begrip van wat Jezus hier bedoelde ligt erin te snappen hoe Hij het woord "eeuwig" gebruikte. Normaal denken we daaraan in termen van een tijdsperiode waaraan geen einde komt en dat is in de meeste gevallen in het geheel niet verkeerd. William Barclay heeft in zijn commentaar op dit vers echter een eenvoudige en zinvolle andere mening over dit idee en hoe het in dit vers wordt gebruikt. Controleer dit later in uw studie en meditatie hierover.

Barclay zegt dat Jezus het hier heeft over iets dat heel goed is, iets waarnaar we sterk moeten verlangen. Maar eeuwig leven is niet noodzakelijkerwijs goed, tenzij de kwaliteit van leven in dit eeuwige leven goed is. Zou u eeuwig willen leven zoals Satan: boos, vernietigend, geërgerd, intens wedijverend, er altijd opuit iemand te pakken te nemen? Zou dat geen plezier geven? Dat zou geen plezier geven! Dat zou een ellendige vloek zijn.

"Eeuwig" duidt daarom niet alleen op de lengte van de tijd, maar ook op de kwaliteit van het leven dat God zonder einde leidt. God kennen en in staat zijn Zijn voorbeeld te volgen is heel belangrijk om te kunnen leven zoals Hij Zijn leven leidt. Jezus impliceerde dat als we God werkelijk kennen, we dan als gevolg van die intieme relatie ook op die manier zullen leven. God echt leren kennen creëert één van de moeilijkste en meest constante problemen voor leden van de kerk. In feite was er één commentator die het "het grootste probleem van de kerk" noemde, vandaar de titel die ik aan de preek gaf.

God leren kennen is het grootste probleem van de kerk. Daar komt het bij heiliging allemaal op aan — het echt leren kennen van Zijn gerechtigheid, Zijn karakter, Zijn eigenschappen en deze, door met God mee te werken, deel te gaan laten uitmaken van ons leven. Daar komt nooit een einde aan. Dat zal altijd blijven doorgaan.

Romeinen 11:33 O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk zijn wegen!

Hier hebben we een bevestiging van Paulus dat dit een moeilijke taak is. We zouden zelfs zover kunnen gaan door te zeggen dat het als verantwoordelijkheid praktisch onmogelijk is. Daar is veel onderzoek, evaluatie, aanpassing en mediteren over onze opvattingen voor nodig. Praktisch onmogelijk, inderdaad, omdat Zijn denken zo groot is in termen van wat het allemaal bevat; het is zo groot dat het ons denken ver te boven gaat.

Toch moeten we zoeken. Vanwege wat Jezus in Johannes 17 zegt, gecombineerd met wat Paulus hier zegt, weten we dus dat we er in kunnen slagen heel wat te leren. We moeten dus aan deze speurtocht beginnen. We gaan dan zoveel als ons mogelijk is vatten en begrijpen van het denken en de kennis van God. Er zijn zoveel meningen, opvattingen en verkeerde opvattingen over Hem dat een eenheid van waar geloof en begrip van Hem heel moeilijk te bereiken is.

Ik sta niet op het punt u te zeggen dat mijn opvattingen perfect zijn, maar dit weet ik: het fundament voor mijn opvattingen werd een aantal jaren voordat ik me bekeerde, gelegd. Het begin daarvan ontstond door een klein boekje, geschreven door de man die de belangrijkste vertaler en redacteur was van The Phillips Translation of the Bible. De naam van dat boekje was Your God is too Small. Het boekje bevatte minder dan honderd pagina's, maar ik kan u zeggen dat het mijn voorstellingsvermogen aan het werk zette zoals nooit eerder was gebeurd, en daardoor werd er een fundament gelegd voor mijn bekering die een aantal jaren daarna plaatsvond. Dit boekje is al lang uit mijn bibliotheek verdwenen. Ik heb ernaar gezocht, maar het nooit meer gevonden.

Zijn klacht, de reden om dat boekje te schrijven, was dat hij zei dat hij in zijn werk als predikant ontdekte dat de mensen in de meeste gevallen een één-dimensionale god hadden. Hij zei dat sommigen deze één-dimensionale goden ervoeren als de lokale politieman; anderen ervoeren deze als een vriendelijke, zachtaardige, invloedrijke grootvader in de lucht, of als een verstrooide landheer. Weer anderen zagen Hem als een ongeïnteresseerde professor of geloofden in Zijn bestaan, maar hun opvatting was zo vaag dat deze op niets meer neerkwam dan de eeuwige, etherische leegte.

Er waren nog enkele andere opvattingen, maar die ben ik vergeten. Alleen het algemene onderwerp ligt me nog bij. Maar tussen het lezen van dat boekje en mijn bekering ging ik verder met het zoeken naar een resolutere opvatting. Maar ik vond niet heel veel en heel wat van mijn opvattingen kwamen tot stand door het onderwijs van Herbert Armstrong.

En al heb ik over dit onderwerp langer nagedacht dan ik in de kerk ben, denk ik niet dat dit uniek voor mij is. Ik denk dat dit de meesten van ons overkomt en ik heb in deze meer dan zevenenveertig jaar geleerd dat het ontwikkelen van een concretere en echtere betekenis van wat God is, een continu doorgaand proces is. In Psalm 10 gaf David een commentaar dat van groot inzicht getuigt.

Psalm 10:4 [Statenvertaling] De goddeloze, gelijk hij zijn neus omhoog steekt, onderzoekt niet; [Let erop dat de ongelovige niet onderzoekt of er een God is, en dan voegt hij er nog iets aan toe.] al zijn gedachten zijn, dat er geen God is.

David maakt een belangrijk verschil bekend tussen de godvrezenden en de goddelozen. Het verschil dat hij aangeeft ligt in de manier waarop elk van hen over God denkt en hoe vaak hij over God denkt. Het fundamentele verschil ligt erin hoe belangrijk God voor elk van hen is en hoe zuiver hun gedachten over Hem zijn.

Tot een juistere opvatting van God komen is niet gemakkelijk en het kan met een zekere mate van eerlijkheid worden gezegd dat God Zich verbergt, maar dat is slechts in beperkte mate waar, omdat de Bijbel duidelijk het veel echtere plaatje bekendstelt.

In Romeinen 1:19-20 legt de apostel Paulus een heel interessant verband. Let op de eerste zin.

Romeinen 1:19-20 daarom dat hetgeen van God gekend kan worden in hen openbaar is, [Het is duidelijk. Hij zegt hier dat God Zich in een bepaalde mate kan verbergen, maar Hij doet dat niet geheel.] want God heeft het hun geopenbaard. 20 Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, [De schepping is een aanduiding en als het denken ervoor openstaat inderdaad werkelijk bewijs van Gods bestaan.] zodat zij geen verontschuldiging hebben.

Hoeveel is er beschikbaar over gewoon één van Zijn eigenschappen, Zijn voorzienigheid. Hoeveel is er beschikbaar voor ieder helder denkend persoon over Gods natuur in de manier waarop Hij voorziet voor datgene dat Hij geschapen heeft, u en mij? Daarom zegt God dat ze geen verontschuldiging hebben dat ze tot op zekere hoogte niet weten hoe Hij in elkaar zit. Ze hebben dus geen verontschuldiging. God verklaart dus dat er tenminste enige kennis, een basiskennis, een fundamentele kennis duidelijk voor iedereen met een normaal intelligent verstand beschikbaar is. Te beginnen in vers 21 gaat zich een heel interessant en gevaarlijk proces ontvouwen.

Romeinen 1:21 Immers, hoewel zij God kenden, [Let erop dat de mensen waar Paulus het over heeft met God bekend waren, zij kenden God.] hebben zij Hem niet als God verheerlijkt [Ze gaven Hem niet wat Hij verdiende vanwege alles wat Hij voor hen had gedaan.] of gedankt, maar hun overleggingen zijn op niets uitgelopen, en het is duister geworden in hun onverstandig hart.

De mensen tot wie Jesaja en Amos zich richtten, hadden een ware kennis van God en het is duidelijk dat die mensen in Jesaja en Amos God niet vereerden. Evenzo vereerden de mensen waarover Paulus het heeft God niet als God. Hun kennis werd niet in de praktijk gebracht door zich aan God te onderwerpen. In plaats daarvan lieten ze hun fantasie de vrije loop en begonnen ze dingen te aanbidden die niets vandoen hadden met hetgeen hun door God over Hem was geopenbaard en hun verbeelding leidde hen regelrecht tot afgoderij. Laten we de context hier verder volgen.

Romeinen 1:22-25 Bewerende wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden, 23 en zij hebben de majesteit van de onvergankelijke God vervangen door hetgeen gelijkt op het beeld van een vergankelijk mens, van vogels, van viervoetige en van kruipende dieren. 24 Daarom heeft God hen in hun hartstochten overgegeven aan onreinheid, zodat bij hen het lichaam onteerd wordt. 25 Zij immers hadden de waarheid Gods vervangen door de leugen en het schepsel vereerd en gediend boven de Schepper, die te prijzen is tot in eeuwigheid. Amen.

Ze gaven hun fantasie de vrije loop en ze begonnen dingen te aanbidden die niets vandoen hadden met hetgeen hun door God over Hem was geopenbaard en hun verbeelding leidde hen regelrecht tot afgoderij. Ziet u dat zich hier enkele stappen gaan ontvouwen? Evenals in Jesaja, evenals in Amos, zei God: "Hé, keer tot Mij terug. Je bent afgegleden. Zoek Mij en leef." Maar dat deden ze niet. Maar als het proces geen halt wordt toegeroepen, dan worden de volgende verzen van toepassing.

Romeinen 1:26-32 Daarom heeft God hen overgegeven aan schandelijke lusten, want hun vrouwen hebben de natuurlijke omgang vervangen door de tegennatuurlijke. 27 Eveneens hebben de mannen de natuurlijke omgang met de vrouw opgegeven, en zijn in wellust voor elkander ontbrand, als mannen met mannen schandelijkheid bedrijvende en daardoor het welverdiende loon voor hun afdwaling in zichzelf ontvangende. 28 En daar zij het verwerpelijk achtten God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan een verwerpelijk denken om te doen wat niet betaamt: [Onthoud dit alstublieft, zij achtten het verwerpelijk God te erkennen. Waarom denkt u dat we God voortdurend moeten zoeken? Om Hem in gedachten te houden en ons begrip van Hem te verdiepen en terwijl we daarmee doorgaan geen dingen over Hem te verzinnen.] 29 vervuld van allerlei onrechtvaardigheid, boosheid, hebzucht en slechtheid, vol nijd, moord, twist, list en kwaadaardigheid; 30 oorblazers [klinkt net als wat de doorsnee Amerikaan doet], lasteraars, haters van God, verwatenen, overmoedigen, grootsprekers, vindingrijk in het kwaad, hun ouders ongehoorzaam; 31 onverstandig, onbestendig, zonder hart of barmhartigheid. 32 Immers, hoewel zij de rechtseis van God kenden, namelijk, dat zij, die zulke dingen bedrijven, de dood verdienen, doen zij ze niet alleen zelf, maar schenken ook nog hun bijval aan wie ze bedrijven.

Ziet u het proces daar? Als iemand iets over de kennis van God dat waar en juist is laat schieten, zien we dat in dit proces hier in Romeinen 1 als allereerste het gevoel van ontzag en respect verdwijnt. Hun vrees voor God begint af te nemen. De majesteit van God verdwijnt uit hun denken.

Dat bedoelt Hij als Hij zegt dat hun overleggingen op niets uitliepen, en het resultaat was dat hun vroegere hoge standaards betreffende praktisch alles stapje voor stapje lager werden. Ontaarding van hun vroegere voorstelling over God leidt tot verdraaiing en deze tot vermindering van niveau van hun standaards. Dit begint met dingen zoals de manier waarop mensen zich kleden, stapje voor stapje wordt er meer van het lichaam blootgegeven. De borsten komen deels bloot, de dijen komen deels bloot en er wordt nauwsluitende kleding gedragen die zich voegt naar de vorm van het lichaam. De taal wordt obsceen, grof en ruw, en vermaak wordt laag bij de gronds.

In mijn jeugdjaren zag je in een film zelfs nooit een scene waarin een man en zijn eigen vrouw in één en hetzelfde bed lagen. Hoe zijn de dingen veranderd! Dit is rechtstreeks voortgekomen uit het feit dat de mensen de majesteit van God en de eerbied voor Hem en Zijn wet in hun denken uit het oog zijn verloren. In iets meer dan twee generaties is de manier waarop men zich kleedt enorm veranderd.

Ik herinner me dat Raymond Cole in 1961 of 1962 in onze omgeving kwam en een preek gaf. Hij zei in die preek: "De dag breekt aan dat u vrouwen met blote borsten langs de straat ziet lopen." Dat komt eraan. God gebruikt op een bepaalde manier in Jesaja 3 goed gemanierde taal, maar Hij heeft het over de vrouwen die rondlopen met rinkelende voetringen, enzovoort. Maar wat laat Hij daarmee zien? Zij doen dingen om de aandacht naar lichaamsdelen te trekken waarvan ze weten dat mannen daarnaar zullen kijken.

Jullie, vrouwen (ik weet niet of jullie het beseffen), zijn het slachtoffer van perverse mannen die kleding ontwerpen die een beroep doet op de wellustige verlangens van de man. Wij moeten ervoor waken dat wij eerbied voor God hebben, dat we Zijn denken kennen en die dingen dragen waarmee Hij kan instemmen.

Weet u waar dit uiteindelijk op uitloopt? Het begint met dingen als kleding en taal, enzovoort, maar het loopt precies uit op datgene wat Satan wil. Het zal het gezin vernietigen. Dat gebeurt er en daar is hij opuit.

Genesis 3 laat in de verzen 9 en 10 een realistischer, algemeen plaatje zien van waarom er zoveel verkeerde voorstellingen van God zijn. Wat er gebeurde er nadat Satan en de zonde eenmaal in het leven van de mens waren binnengedrongen? Zij verborgen zich voor God. Niet God verborg Zich. De mens verbergt zich voor God door zijn denken te sluiten voor de majesteit en de reinheid en de vereisten van God. Hij gebruikt zijn eigen verbeelding en verzint daarbij allerlei dingen die hij eenvoudig aan zijn denken aanpast waardoor hij zich goed voelt in wat hij doet, in plaats van dat hij in het Boek kijkt om te zien wat God erover te zeggen heeft.

We kunnen hier Openbaring 12:9 aan toevoegen. U weet wat dat vers zegt en omdat het binnen Gods doel paste, liet Hij Satan toe verder te gaan met datgene waar hij in de hof van Eden mee begon. Een van de dingen die dit voorval me zegt, is dat ondanks het feit dat Adam en Eva God zagen, en ik bedoel Hem letterlijk zagen, één van de belangrijkste redenen dat zij zondigden, was dat ze Hem niet kenden. Ze wisten waar Hij was en ze wisten dat Hij hun Schepper was, maar ze kenden Hem niet echt. En omdat ze Hem niet kenden, hadden ze Hem zeer zeker niet lief.

God kennen maakt dat we Hem intenser liefhebben, omdat we Zijn denken en Zijn karakter en Zijn liefde voor ons echt gaan begrijpen, en als we bekeerd zijn zullen we reageren en op de manier van Hem gaan leven. Waarom? Om Hem te behagen! Probeert u hen die u liefhebt niet te behagen? Absoluut! Het is zo'n eenvoudige formule en daarom is God kennen eeuwig leven. Er is een verband tussen die twee. Ware liefde motiveert tot een reactie en daarom moeten we God leren kennen, zodat we Hem meer gaan liefhebben dan we ooit tevoren deden. En omdat we Hem liefhebben, zullen we met ons gehele wezen ernaar streven te doen wat we kunnen om Hem te behagen.

Voor hen die God niet kennen is het onmogelijk Hem te aanbidden. God kijkt uit naar mensen die Hem in geest en waarheid zullen aanbidden. De mensen die God niet kennen hebben geen waarheid. Dicht bij God komen, Hem leren kennen, is ook waarheid vermeerderen. Al deze dingen werken samen om een kwaliteit van leven tot stand te brengen zodat we voor altijd in geluk en productiviteit eeuwig kunnen leven.

Ik hoop dat u begrijpt dat als we in het Koninkrijk van God komen, dat we gaan werken, en dat we gaan werken met mensen waar we graag mee werken. Als iemand van u ergens werkt waar de werknemers werkelijk onaangenaam zijn, is het niet zo plezierig om met hen te werken als het is om met iemand te werken waar het werkelijk een vreugde is om mee te werken. In Gods aanwezigheid is er altijd vreugde. We zullen voor altijd werken. Voor degenen onder u die niet van werken houden, dan is dit het afscheid. Werken is belangrijk en we moeten eropuit zijn dat zo goed als we maar kunnen te doen.

Ik bedoel dus te zeggen dat het zoeken van God de ernstigste uitdaging in ons leven is, en daar zal zolang we mens zijn nooit een einde aan komen. Richt uw denken daar dus op, omdat we nooit voldoende over God zullen weten, omdat er altijd meer en meer en meer zal zijn van wat we over Hem kunnen leren.

Dit is interessant. Een van de mensen van de universiteit van Baylor die bij het opstellen van dit onderzoek en de analyse van de resultaten en dergelijke was betrokken, is een man met de naam Christopher Bater. In zijn analyse van de onderzoeksresultaten staat: "U komt meer te weten over het morele en politieke gedrag van mensen als u hun beeld van God kent, dan op basis van enig andere maatstaf. Dit blijkt een krachtiger voorspeller van sociale en politieke visies te zijn dan de gebruikelijke kenmerken als bijwonen van kerkdiensten en geloof in de Bijbel!"

Laten we Jeremia 9 opslaan. Het vers dat we gaan lezen laat ons weten hoe belangrijk het is om kennis van God te hebben!

Jeremia 9:23-24 Zo zegt de HERE: De wijze roeme niet op zijn wijsheid, en de sterke roeme niet op zijn kracht, de rijke roeme niet op zijn rijkdom, 24 maar wie roemen wil, roeme hierin, dat hij verstand heeft en Mij kent, dat Ik de HERE ben, die goedertierenheid, recht en gerechtigheid op aarde doe; want daarin heb Ik behagen, luidt het woord des HEREN.

Wat God hier zegt, gekoppeld met Johannes 17:3, maakt ons kort maar krachtig duidelijk hoe belangrijk het vanuit Gods standpunt is om God te kennen. En Zijn evaluatie van de relatieve waarde der dingen zou heel belangrijk voor ons moeten zijn. Wereldgerichte mensen beschouwen rijkdom als hun roem, en rijkdom kan worden opgevat als alles dat men via natuurlijke middelen heeft bereikt, of dat nu geld is, of een atletische, artistieke of academische prestatie.

Roem, zoals hier gebruikt, duidt op datgene wat aanzien geeft, een aanspraak en daarom een sterk gevoel van welzijn, begrip en vertrouwen, en zodoende is vanuit Gods standpunt kennis van God, van Hemzelf en wat Hij doet verreweg de belangrijkste roem van de mens. Dat zal helpen in het aan ons geven van de heerlijkheid van het Koninkrijk van God.

Een van de belangrijke dingen die we uit dit vers kunnen halen, is alweer dat God kennen leidt tot goedertierenheid, rechtvaardigheid en gerechtigheid in ons leven. Laten we nu een ander schriftgedeelte opslaan dat voor mij heel inspirerend is en wel 2 Corinthiërs 4:5-7. Paulus zegt:

2 Corinthiërs 4:5-7 Want wij prediken niet onszelf, maar Christus Jezus als Here, en onszelf als uw dienaren om Jezus' wil. 6 Want de God, die gesproken heeft: Licht schijne uit het duister, heeft het doen schijnen in onze harten, om ons te verlichten met de kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Christus. 7 Maar wij hebben deze schat in aarden vaten, zodat de kracht, die alles te boven gaat, van God is en niet van ons:

Het adembenemende element in dit alles is dat deze heerlijkheid voor ons allemaal ter beschikking staat, zelfs al zijn we de zwakken der aarde. Ralph Waldo Emerson, de Amerikaanse filosoof en essayist, had dit interessante inzicht toen hij het volgende schreef: "Het past ons voorzichtig te zijn in wat we vereren, want we zullen worden wat we vereren." Wat hij zegt is waar.

Waarom is het belangrijk dat we God gaan leren kennen? Om zeker te stellen dat we het juiste wezen vereren, omdat we zullen worden wat we vereren! Zei ik niet aan het begin van deze preek dat mensen zich gedragen in overeenstemming met hun geloofsopvattingen en hun ideeën van wat zij denken dat God van hen verlangt? Het is dus essentieel dat ons idee zo volmaakt mogelijk is.

Ik placht te geloven wat Herbert Armstrong beweerde toen hij zei: "De meest voorkomende zonde is ondankbaarheid." Ondankbaarheid is inderdaad veel voorkomend, maar ik geloof niet langer dat het de meest voorkomende zonde is. Voor mij behoort die plaats van oneer absoluut toe aan afgoderij. Geen enkele andere zonde komt daar ook maar dichtbij in de buurt en ik geef u daarvoor als bewijs het feit dat vijf van de tien geboden ons rechtstreeks zeggen hoe we deze zonde moeten vermijden. Zoals we zojuist in Romeinen 1 zagen is het waar dat als we die eerste vier geboden niet onderhouden, we dan rechtstreeks afgaan op en terechtkomen in al die andere slechte dingen die er in deze tijd in de straten van Amerika plaatsvinden.

Ik wil u een verbazingwekkend vers in Romeinen 3 laten zien.

Romeinen 3:9-11 Wat dan? Worden anderen boven ons gesteld? In geen enkel opzicht; wij hebben immers tevoren Joden zowel als Grieken beschuldigd, dat zij allen onder de zonde zijn, 10 gelijk geschreven staat: Niemand is rechtvaardig, ook niet één, 11 er is niemand, die verstandig is, niemand, die God ernstig zoekt;

Gelooft u dat dat absoluut waar is? Niemand zoekt God ernstig! Dat is waar. Satan heeft zijn werk zo goed gedaan dat iedereen in verwarring verkeert. Zij moeten doen wat Aäron deed en hun eigen god bedenken. Dat is wat er gebeurt. We hebben het allemaal gedaan. Daarom moeten we God zoeken als Hij Zich eenmaal openbaart. De enige mensen die God echt en oprecht kunnen zoeken, zijn zij die een verbond met Hem hebben gesloten en zich er daarna toe zetten hun tijd te gebruiken om de waarheid over Hem te zoeken.

Vóór die tijd hebben mensen, heel religieuze mensen, vriendelijke mensen, goede buren, vrienden, wij allemaal, ja wij hebben allemaal gezocht naar een god volgens onze eigen voorstelling. Zo goed heeft Satan de mensheid misleid. Openbaring 12:9 zegt: "Satan heeft de gehele wereld misleid." Het is absoluut nodig dat God ons uitkiest. Jezus zei: "Niemand kan tot Mij komen tenzij de Vader hem trekke."

Dit is een van de dingen die de kerk van God werkelijk onderscheidt van de meeste organisaties — wij geloven dat dat waar is. De meeste kerken geloven dat behoud voor ieder open staat. God is volgens hen niet echt Degene die aan de touwtjes trekt. Dat laat u gewoon zien hoeveel ze over Hem weten. Hij heeft niet alles reeds tot in detail geregeld. Het hoofdontwerp is gereed. De algemene lijn is uitgezet. Hij heeft bepaalde data vastgesteld en die heeft Hij volledig in de hand. Hij zet Zijn plan in elkaar zoals Hem dat goeddunkt. Het Boek zegt dat niemand tot Hem kan komen, tenzij Hij daar toestemming voor geeft en een wonder begint te bewerkstelligen in het denken van die persoon.

Hier is de taak. Van nu af aan gaat u God zoeken als nooit tevoren. Laten we 2 Kronieken opslaan.

2 Kronieken 15:2 hij ging Asa tegemoet en zeide tot hem: Hoort naar mij, Asa en geheel Juda en Benjamin! De HERE is met u, zolang gij met Hem zijt; indien gij Hem zoekt, zal Hij Zich door u laten vinden; maar indien gij Hem verlaat, zal Hij u verlaten.

Bedenk dat Azarja spreekt tot de Israëlieten die een verbond, het Oude Verbond, met God hadden gesloten. God had hen dus uitgekozen, er was een overeenkomst, ze hadden kennis van God en daarom gebruikt hij dat soort taal. Denk hier echter aan alsof Azarja tot u en mij spreekt. Wij hebben de deur, de weg ligt voor ons open om God te zoeken, omdat God ons heeft uitgekozen en wij een overeenkomst met Hem hebben gesloten en nu maken we deel uit van het Nieuwe Verbond. De Joden namen Azarja echt serieus. Let maar op wat er in vers 12 staat.

2 Kronieken 15:12-15 Zij gingen een verbond aan, dat zij de HERE, de God hunner vaderen, zouden zoeken met hun gehele hart en met hun gehele ziel; [Kijk hoe serieus ze waren.] 13 en ieder die de HERE, de God van Israël, niet zou zoeken, moest ter dood gebracht worden, zowel klein als groot, zowel man als vrouw. 14 Zij zwoeren de HERE met luider stem en onder gejuich, en onder het geschal van trompetten en horens. 15 Geheel Juda verheugde zich over de eed, want met geheel hun hart hadden zij gezworen, met geheel hun wil hadden zij de Here gezocht en Hij had Zich door hen laten vinden; Hij gaf hun vrede aan alle kanten.

Het volk bekeerde zich, ik bedoel serieus, met hun gehele wil en God gaf antwoord. Hij zal ook voor ons hetzelfde doen. Er is wederkerigheid vereist. Hij heeft ons reeds uitgekozen en nu moeten wij reageren door Hem te zoeken.

God zoeken is hetgene wat wij allemaal absoluut moeten doen. We kunnen geen eeuwig leven hebben tenzij we dat doen, omdat eeuwig leven rechtstreeks gekoppeld is aan het kennen van God. En we kunnen Hem niet kennen tenzij we Hem zoeken, dat is zoeken om te worden zoals Hij. Zou u iemand trouwen die u niet kent?

Een van de prachtige dingen hiervan is Gods vurige bereidheid om antwoord te geven aan hen die Hem zoeken. Hij heeft echt een diepgaand verlangen om ons te helpen. Laten we Haggai opslaan.

Haggai 2:2-10 In de zevende maand, op de eenentwintigste dier maand, kwam het woord des HEREN door de dienst van de profeet Haggai aldus: 3 Zeg tot Zerubbabel, de zoon van Sealtiël, de landvoogd van Juda, en tot Jozua, de zoon van Josadak, de hogepriester, en tot het overblijfsel des volks: 4 Wie onder u is overgebleven, die dit huis in zijn vroegere heerlijkheid gezien heeft? Hoe ziet gij het nu? Is het niet, daarbij vergeleken, als niets in uw ogen? 5 Maar nu, wees sterk, Zerubbabel, luidt het woord des HEREN, en wees sterk, Jozua, zoon van Josadak, hogepriester, en wees sterk, al gij volk des lands, luidt het woord des HEREN, en gaat aan het werk, want Ik ben met u, luidt het woord van de HERE der heerscharen, 6 overeenkomstig het woord dat Ik u beloofd heb, toen gij uit Egypte uittoogt en mijn Geest in uw midden stond: vreest niet. 7 Want zo zegt de HERE der heerscharen: Een ogenblik nog, een korte wijle, dan zal Ik de hemel en de aarde, de zee en het droge doen beven. 8 Ja, Ik zal alle volken doen beven en de kostbaarheden van alle volken zullen komen en Ik zal dit huis met heerlijkheid vervullen, zegt de HERE der heerscharen. 9 Van Mij is het zilver en van Mij is het goud, luidt het woord van de HERE der heerscharen. 10 De toekomstige heerlijkheid van dit huis zal groter zijn dan de vorige, zegt de HERE der heerscharen; op deze plaats zal Ik heil geven, luidt het woord van de HERE der heerscharen.

Er is een overeenkomst tussen het Feest der Ongezuurde Broden en het Loofhuttenfeest, al valt het ene in de eerste maand en het andere in de zevende. Elk begint op de vijftiende dag en is zeven dagen lang. Elk wordt natuurlijk inclusief geteld en daarom eindigen ze allebei op de eenentwintigste.

21 Tishri is de dag die in vers 2 wordt genoemd. Dat zegt u wat er op die dag dat God door de profeet Haggai sprak, gebeurde. Dit gebeurde op de laatste dag van het Loofhuttenfeest.

Een van de vragen in dit hoofdstuk betreft de overeenkomsten en verschillen tussen de tabernakel en de tempel. Wij moeten ook bouwen en werken, niet opgeven, huwen en gezinnen stichten en vrede met de HEER zoeken. Dat is het onderwerp van hoofdstuk 2.

Vers 5 spoort ons aan sterk te zijn en te werken. In vers 6 zegt Hij: "Mijn Geest is met u. U kunt van Mijn macht gebruik maken." In vers 7 zegt Hij dat Hij spoedig de hemel en de aarde zal doen beven en wat Hij bouwt en waar wij aan werken zal vullen met Zijn heerlijkheid. In vers 8 zegt Hij dat Christus komt. De Wens aller heidenen [Statenvertaling] zal er zijn. In vers 9 en 10 zegt Hij: "Ik zal u heil [Statenvertaling: vrede] geven." Zoals we in de boodschap van Charles Whitaker hoorden, moeten we de vrede voor het land zoeken.

Ik denk dat we deze boodschap aan ons van Hem diepgaand in overweging moeten nemen, omdat Hij ons hier zeker vrede heeft gegeven, evenals deze boodschap om van deze plaats uit te dragen en deze plaats niet leeg te laten.

We moeten Hem zoeken! Laten we van dit Feest vertrekken met de boodschap van Haggai. Laat deze onze gids zijn en laten we God ernstig zoeken zoals we dit nog nooit hebben gedaan.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)