Een Feestboodschap vanuit Hebreeën

Door John W. Ritenbaugh
11 oktober 2006

Samenvatting: (toon)

John Ritenbaugh suggereert dat de Bijbel een duidelijk patroon laat zien hoe mensen de kerk verlaten. De eerste stap in het patroon is terugkijken zoals in het geval van de vrouw van Lot. De tweede stap is zich terugtrekken, gemotiveerd door zelfmedelijden, terugdeinzen als voor iets onaangenaams. Stap drie bestaat uit het feitelijk weglopen en uitkijken naar iets anders. Stap vier bestaat uit het aankomen op het punt waarop er geen terug meer mogelijk is, men weigert te luisteren. In tegenstelling daarmee is het boek Hebreeën een beknopt boek dat duidelijke leerstellingen en praktische vermaning etaleert voor de uitgeroepenen die begonnen zijn af te drijven. Het boek geeft een praktisch model van het geheiligd zijn. Hoofdstuk 10 bevat een vreselijke dreiging met de poel des vuurs voor hen die de onvergeeflijke zonde hebben begaan. De onvergeeflijke zonde bestaat uit het gewillig en opzettelijk zondigen. Gewillig zondigen is de gesteldheid hebben om het als vanuit een tweede natuur te doen. We moeten vrijmoedig dicht tot Gods troon naderen, en daarbij ons handelen reinigen door het gebruik van geloof, hoop en liefde.


Openbaring 11:1-2 En mij werd een riet gegeven, een staf gelijk, met de woorden: Sta op en meet de tempel Gods en het altaar en hen, die daarin aanbidden. 2 Maar laat de voorhof, die buiten de tempel is, erbuiten, en meet die niet; want hij is aan de heidenen gegeven; en zij zullen de heilige stad vertreden, tweeënveertig maanden lang.

Het is mijn speculatie dat we in een tijdsperiode verkeren waarin God de kerk oordeelt, echter nog niet totaal en volledig. Ons eeuwig behoud staat hierbij niet noodzakelijkerwijs op het spel, maar we zijn in vrij sterke mate afgescheiden van de wereld. We staan om zo te zeggen in de kijker, om te zien of we de dingen die we in het verleden hebben geleerd, wel of niet toepassen, of onze kennis juist in deze tijd toeneemt en of we onze richting hebben uitgezet naar de toekomst.

God is de bron van alle macht. Hij schept en regeert niet alleen, maar Hij is ook de bron van de macht die anderen hebben. Binnen Zijn doel en plan roept Hij. Hij verleent berouw. Hij vergeeft ons. Hij rechtvaardigt ons. Hij voorziet ons van Zijn Geest van macht. Hij heiligt ons en geeft ons gaven en zendt ons dan uit op onze levensweg, om op die weg keuzes te maken.

Dit lijkt een netjes bijeengebonden pakketje. Alles schijnt zeker, vast, rustig en gereed voor de pelgrimstocht naar het Koninkrijk van God. Dit brengt mensen die niet het juiste begrip en geloof hebben, ertoe zulke onjuiste ideeën te krijgen als de leerstelling over eeuwige zekerheid. Eens behouden, altijd behouden, en als die leerstellingen waar zijn, beantwoord dan deze vraag: Waarom staan er zoveel waarschuwingen in de Bijbel om de juiste koers te blijven volgen?

In Lucas 9:23-26 staat een interessante waarschuwing en we behoren te beseffen dat deze door Christus gegeven wordt.

Lucas 9:23-26 Hij zeide tot allen: Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme dagelijks zijn kruis op en volge Mij. 24 Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het behouden. 25 Want wat baat het een mens, als hij de gehele wereld wint, maar zichzelf verliest of zelf schade lijdt? [Dat klinkt toch niet als 'eenmaal behouden, altijd behouden'?] 26 Want ieder, die zich voor Mij en voor mijn woorden zal schamen, voor hem zal de Zoon des mensen Zich schamen, wanneer Hij komt in zijn heerlijkheid en die van de Vader en de heilige engelen.

Dit is een typische waarschuwing. Er zijn er veel en veel meer. De waarschuwingen beginnen al snel in het boek Genesis, als Adam en Eva uit het paradijs worden gezet. Door het gehele Oude Testament heen staan waarschuwingen vanwege Gods bijna voortdurend ongenoegen over Israëls gedrag. Jezus waarschuwt ons in het Nieuwe Testament dat we niet moeten vergeten de kosten te tellen. De apostelen doen vaak een beroep op ons oplettend te zijn omdat de tijd die ons rest steeds korter wordt.

Praktisch alle volwassenen in deze ruimte hebben herinneringen aan familie en vrienden die eens deel uitmaakten van de Worldwide Church of God. We waren getuige van de snelle groei van die organisatie in ledenaantal doordat mensen beweerden geloof te hebben in de leerstellingen. Zij gingen deel uitmaken van het lichaam van Christus, maar zijn sindsdien, in ieder geval geestelijk, naar andere weidegronden vertrokken, zelfs naar protestantse en katholieke. Sommige mensen zijn gewoon uit het zicht verdwenen.

Het verslag van Israëls tocht door de woestijn voorziet in een ernstig getuigenis van de soort beproevingen die ons op onze reis als christen bedreigen. Bent u zich ervan bewust dat de Bijbel ons voorziet van een vrij duidelijk patroon waarop de mensen afvallig worden? Mensen vallen af ondanks Gods ontzagwekkende macht (waar we allemaal een beroep op kunnen doen), ondanks het feit dat Gods geduld en barmhartigheid praktisch onuitputtelijk schijnen te zijn en Hij oprecht en dringend wenst dat we het allemaal halen. Er is, evenals in het lied in de "Phantom of the Opera", een punt waarop geen terugkeer meer mogelijk is.

Lucas 9:57-62 [Eerst wat achtergrond.] En toen zij op weg waren, zeide iemand tot Hem: Ik zal U volgen, waar Gij ook heengaat. [Hebben we ons, toen we ons lieten dopen, niet daartoe verplicht?] 58 En Jezus zeide tot hem: De vossen hebben holen en de vogelen des hemels nesten, maar de Zoon des mensen heeft geen plaats om het hoofd neer te leggen. [Zijn wij bereid Hem onder zulke omstandigheden te volgen?] 59 En Hij zeide tot een ander: Volg Mij. Maar deze zeide: Sta mij toe eerst heen te gaan en mijn vader te begraven. 60 Maar Hij zeide tot hem: Laat de doden hun doden begraven; maar ga gij heen en verkondig het Koninkrijk Gods. 61 En weer een ander zeide: Ik zal U volgen, Here, maar laat mij eerst afscheid nemen van mijn huisgenoten. [Deze drie personen kwamen nooit uit de startblokken. Wij zij al heel wat verder, maar de principes die daar worden gebruikt, om te illustreren dat er mogelijkheden zijn om terug te keren, zijn heel duidelijk. Vers 62 is het vers waar het mij om gaat.] 62 Maar Jezus zeide [tot hem]: Niemand, die de hand aan de ploeg slaat en ziet naar hetgeen achter hem ligt, is geschikt voor het Koninkrijk Gods.

Hier hebben we de eerste stap van een programma hoe mensen de kerk verlaten. Er zijn duidelijke fases die de Bijbel laat zien en als u in één daarvan mocht verkeren, dan is uw eeuwige leven min of meer in gevaar, afhankelijk van de fase waarin u verkeert.

Fase één: Een voorbeeld daarvan is het terugkijken door de vrouw van Lot. Toen ze naar Sodom terugkeek, deed ze dat met een bepaalde mate van verlangen naar wat ze zojuist had verlaten. Haar leven stond letterlijk op het spel! God zou die plaats gaan vernietigen en haar leven stond letterlijk op het spel. Zij gaf een hogere prioriteit aan de minder belangrijke zaken van het leven dan aan de belangrijkere zaak van haar leven in stand te houden.

Dat zou ons moeten doen begrijpen dat de zaak van ons leven in stand te houden altijd tegelijkertijd zowel in de toekomst als op het huidige moment zal spelen. Op het huidige moment zullen we beslissingen nemen, maar in de toekomst zal tot uiting komen hoe vastbesloten we waren toen we die beslissing namen. Toen zij omkeek, liet zij zien dat haar hart nog steeds in Sodom, in de wereld, was, en deze handeling brengt aanwijzingen van spijt tot uiting. Daar hebben we de sleutel: "Ik vraag me af of ik wel werkelijk het juiste deed, in wat ik heb gedaan." Daar zien we een spoortje van spijt: "Ik had het daar zo goed naar mijn zin. Alles leek daar gewoon koek en ei en nu ben ik op de vlucht en staat mijn leven op het spel. De dingen gaan er nogal hopeloos uitzien." En toen keek ze terug.

Succes op Gods weg vereist het volgen van een fantastische visie op de heerlijkheid die voor ons ligt. Abraham is een primair voorbeeld. Hij keek uit naar een stad waarvan God de ontwerper en de bouwmeester is. Gods roeping wordt ons beroep en dit vereist geconcentreerde aandacht om verder te gaan. Een beroep is iemands reguliere bezigheid. Met andere woorden we zijn bij iets betrokken geraakt dat dagelijks invloed op ons leven uitoefent. Het is niet iets dat maar af en toe aan de orde komt. Het is er altijd. Daarom beschrijft David de christen als iemand in wie al zijn gedachten door God worden gefilterd.

Is er een moment waarop u niet denkt? We denken ontstellend veel. Misschien kan ik dit op de volgende manier duidelijk maken: het komt enigszins overeen met iemand die met zijn gsm aan het bellen is terwijl hij rijdt. Als u ze ooit hebt gadegeslagen, weet u dat zo iemand de hele weg nodig heeft, dan gaat hij weer naar links en dan weer naar rechts. Zijn aandacht is op zijn minst verdeeld over tegenstrijdige prioriteiten. "De telefoon werkt zo direct en ik moet dit kwijt of ik moet dat weten." Ondertussen moet hij de koers van de auto voortdurend corrigeren. Die persoon die u in de auto ziet, is maar al te vaak de oorzaak van problemen, waardoor zelfs ongelukken gebeuren.

Iemand kan niet in rechte lijn op het Koninkrijk van God afgaan terwijl zijn aandacht tegelijkertijd op iets anders is geconcentreerd. Wij moeten geen bijna-volgelingen, maar volledige volgelingen zijn van Jezus Christus, de Zoon van God. Er staat zoveel op het spel omdat de vervulling van de beloften aan Abraham zo geweldig is dat er niets mee kan worden vergeleken.

Zoiets dramatisch als met Lots vrouw zal niet vaak gebeuren. Iemand wordt dus — als hij niet voorzichtig is — door het terugkijken praktisch zonder enig probleem meegevoerd naar de volgende stap. Onthoud dus dat punt nummer één was: "iemand kijkt terug".

Hebreeën 10:38 en mijn rechtvaardige zal uit geloof leven; maar als hij nalatig wordt, dan heeft mijn ziel in hem geen welbehagen.

Ziet u, het verlangen wordt gevolgd door een geleidelijk sterker wordend geloof dat Gods eisen te precies en te moeilijk zijn. U kunt er vrij zeker van zijn dat Lots vrouw dacht: "Hier loop ik [misschien wel blootsvoets of op mijn hoge hakken] en ik moet rennen voor mijn leven. Dat is teveel gevraagd." Ziet u Gods standaards zijn te hoog. Daar kunnen we nooit aan voldoen. Misschien kunnen we nooit voldoen aan het uiterste van Gods standaards. Dat is niet het punt waar het om gaat — het punt is te groeien naar het voldoen aan die standaards.

Maar als we aan het begin zelfs maar gaan denken dat ze teveel van ons vergen en te moeilijk zijn, dan zullen we ervoor gaan terugdeinzen. En wat gebeurt er dan? Nu kijkt zo iemand niet alleen terug, maar deinst ook terug, en dat gaat gepaard met opkomende gevoelens van zelfmedelijden en zelfrechtvaardiging. Het is waar dat we bereid moeten zijn God in alles als eerste te zetten. Er zullen tijden zijn dat dat uitzonderlijk moeilijk zal zijn, als het opgeven van iets betrekking heeft op iemand of iets dat we erg liefhebben of hogelijk waarderen. Dat kan gebeuren, maar nogmaals het komt niet vaak voor dat zoiets gebeurt.

Hoe vaak moest zelfs de grote Abraham zijn zoon offeren? Slechts één keer in al die jaren dat God met hem werkte, werd er zo'n intense druk op hem gelegd. U weet heel goed dat God hem die niet oplegde voordat Hij zeker wist — absoluut zeker — dat Abraham daarvoor zou slagen. Dus omstandigheden waarin het heel moeilijk is komen sporadisch voor.

Er is gezegd: "Hij die niet bereid is alles voor God op te offeren, is in feite niet bereid ook maar iets op te offeren." Terugdeinzen gebeurt ondanks Gods belofte dat elke beproeving aangepast is aan wat de individuele christen nodig heeft. De woordschildering in dit vers, Hebreeën 10:38, is het beeld van iemand die ervoor terugdeinst om de consequenties die het geloof met zich meebrengt, verder het hoofd te bieden. Het geeft het beeld van iemand die kijkt, terugdeinst en rondkijkt naar een gemakkelijke weg om te ontkomen aan iets onaangenaams dat hij niet het hoofd wenst te bieden.

Het aantrekkelijke van de wereld schijnt de brede, de gemakkelijkere weg te zijn. Dat is waarschijnlijk enige tijd ook zo. Die schijnbaar gemakkelijker weg voert iemand zelfs verder van behoud af. Hij wordt almaar zwakker, terwijl hij steeds meer het contact met God verliest. De afvallige staat zichzelf dus toe dat hij wordt teruggetrokken.

Stap drie is dat iemand zich echt afwendt. Hij kijk terug. Hij begint zich terug te trekken en nu wendt hij zich feitelijk af, waarbij hij de eerste echt duidelijke stappen wegdoet van Christus. Laten we nu opslaan Johannes 6:66, een interessante cijfercombinatie.

Johannes 6:66-68 Van toen af keerden vele van zijn discipelen terug en gingen niet langer met Hem mede. [Zij gingen, ze keerden zich af en verlieten Hem.] 67 Jezus zeide dan tot de twaalven: Gij wilt toch ook niet weggaan? 68 Simon Petrus antwoordde Hem: Here, tot wie zullen wij heengaan? Gij hebt woorden van eeuwig leven;

Dit is een schrijnend geval waarbij Jezus moest toezien dat mensen die misschien wel Zijn vrienden waren geweest, Zijn groep verlieten. Zij gingen weg omdat ze niet konden begrijpen wat Zijn onderwijs inhield. Het staat buiten kijf dat Hij sprak over dingen die een klasse belangrijker waren dan ze gewend waren te horen. Zijn er ook in uw leven geen momenten geweest, of dat nu op school was, in uw baan, of binnen een relatie, dat u gewoon niet kon begrijpen wat er gaande was? U kon niet begrijpen, kon niet vatten wat er gaande was, maar omdat u het geduldig over u heen liet komen, snapte u het uiteindelijk wel.

Er zullen tijden in uw leven als christen voorkomen dat u een preek hoort die helemaal niet aanslaat. Of u zult iets horen, of misschien bracht de dienaar iets verkeerd over; wat doet u dan? Ik heb meegemaakt dat mensen de Church of the Great God verlieten vanwege één enkel iets dat ik in een preek zei. Ik heb vrij goede redenen aan te nemen dat zij waarschijnlijk in het geheel niet bekeerd waren, maar het gebeurt. Mensen zullen zich afwenden omdat ze iets niet begrijpen over het leven van een christen, iets over een groep, iets over een leerstelling.

Deze mensen waar het hier in Johannes over gaat kozen ervoor om de zaken, anders dan Petrus, niet het hoofd te bieden. Hadden ze dat wel gedaan, dan hadden ze een beetje waarheid verworven die hen goed zou doen, maar hun geloof kon de druk niet weerstaan. Hun loyaliteit spatte uiteen en blijkbaar gaven ze op en keken ze naar iets anders uit dat hen — in ieder geval tijdelijk — tevreden zou stellen.

Zelfs al heeft iemand zich op deze manier afgewend, toch is het niet te laat, maar de aantrekking van de wereld is tegen deze tijd bijna overweldigend groot geworden en de geestelijke neergang heeft het kantelpunt bereikt. Zo iemand verkeert in heel grote problemen. Deze kunnen alsnog worden aangepakt, maar het zal veel moeilijker zijn dan toen ze nog maar net hadden teruggekeken. Als ze zich beginnen terug te trekken, is het al iets moeilijker, maar nu is het uitzonderlijk moeilijk voor hen om nog weer om te draaien.

Nu is de vierde stap bereikt. Deze wordt in het Oude Testament in Jesaja uit de doeken gedaan. We beginnen in Jesaja 28:9. Het is goed om dit binnen de gehele context van wat er daar gaande was, te bezien, maar de verzen die we lezen zijn voldoende om u te laten zien dat het punt waarop geen terugkeer meer mogelijk is, is bereikt.

Jesaja 28:9-13 "Wie wil hij kennis leren en wie wil hij een openbaring doen verstaan? [Onderwijs] Hun die van de melk gespeend, aan de borst ontwend zijn? 10 Want het is wet op wet, [hier komt het punt geduld in het spel] wet op wet, eis op eis, eis op eis, hier wat, daar wat." [Ons begrijpen, ons vatten van de dingen wordt langzaam opgebouwd als we genoeg geduld en doorzettingsvermogen hebben om te volharden.] 11 Voorwaar, door mensen die een onverstaanbare taal spreken, en in een vreemde tongval zal tot dit volk spreken Hij, die tot hen gezegd heeft: 12 Dit is de rust, geeft de vermoeide rust, en dit is de verademing — maar zij wilden niet horen. 13 Zo zal voor hen het woord des HEREN zijn: wet op wet, wet op wet, eis op eis, eis op eis, hier wat, daar wat, opdat zij bij hun gaan achterwaarts struikelen en te pletter vallen, verstrikt en gevangen worden.

U kunt zien dat God tijdens de derde stap een beroep op hen deed; Hij herhaalde dingen die ze hadden moeten weten en begrijpen. In de grotere context hier wordt dit gericht tot Juda, tot de gehele natie, en in het bijzonder tot de leiders. God onderwees hun als het ware dus opnieuw: "Wet op wet, eis op eis." Uiteindelijk wilden ze niet luisteren, zelfs al kastijdde Hij hen en deed Hij een beroep op hen. Dit komt overeen met de laatste druppel die de emmer doet overlopen, en ze gingen in ballingschap. De afvallige hier heeft het punt bereikt waarop geen terugkeer meer mogelijk is. Voor wat ons betreft, in deze tijd, in het tijdperk van de kerk, hebben zulke mensen de poel des vuurs verdiend.

Ik hoop dat niemand van ons zover is achteruitgegaan. We hebben allemaal perioden van achteruitgang waarin we een plan van aanval nodig hebben om ons weer vooruit te doen gaan. God heeft zo'n plan, maar ik waarschuw u dat tijdens de uitvoering daarvan heel wat nederige inspanning en energie vereist zal worden. De meesten van ons hebben een vers, een hoofdstuk of zelfs een heel boek dat ons op de een of andere manier krachtig aanspreekt. Dat inspireert ons; dat voorziet ons in hoge mate van begrip, een hogere mate dan andere delen van de Bijbel. Voor mij is dat het boek Hebreeën. Ik begrijp niet waarom, maar om de een of andere reden wordt ik er telkens weer door aangetrokken. In het bijzonder in tijden dat ik bemoediging nodig heb, motiveert het me en moedigt het me aan. Ik begin me te realiseren: "Ik heb het bij het verkeerde eind, ik moet opnieuw weerstaan gaan bieden."

Ik weet vanuit de bladzijden ervan en wat er op die bladzijden staat, dat ik niet alleen sta. Ik heb zelfs in protestantse commentaren gelezen dat veel van de auteurs van die commentaren geloven dat dit boek op het hoogste niveau staat van de gehele Bijbel in termen van de dingen waarover in dat boek geschreven wordt. De concepten die daarin staan, zijn geweldig waardevol voor het leven van de christen. Enkelen gaan zelfs zo ver dat ze zeggen, dat als we dat boek alleen maar bekijken naar zijn verdienste in kwaliteiten op literair niveau, het behoort tot de vijf grootste geschriften in de gehele geschiedenis van de mensheid.

Ik ben niet geschikt om zulke dingen te beoordelen, maar ik stel de gegeven instructie met betrekking tot de dingen waartoe we geroepen zijn, op prijs. Het boek Hebreeën behandelt de waarde en het belang van wat ons gegeven is, op de levendigste en meest hoogstaande manier, en deze maakt in brede, krachtige pennenstreken duidelijk wat we daarmee aan moeten.

Het onderwerp van het boek Hebreeën is feitelijk heel eenvoudig. Het presenteert zijn lezers de superioriteit van Jezus Christus en van de boodschap die Hij de mens bracht. Het presenteert het evangelie van het Koninkrijk van God dat het Nieuwe Verbond bevat, als superieur aan alles, elke boodschap, elke persoon en elke manier van leven die de mens ooit gegeven is, zelfs superieur aan wat in het Oude Testament werd gegeven. Er valt niets mee te vergelijken. Dat is de boodschap die erin wordt gegeven.

Het ontwerp is in feite ook heel eenvoudig. Even een kort overzicht: de eerste twee hoofdstukken zijn grotendeels inleidend van aard, maar zelfs daar is de taal verheven en majestueus in wat er aan de orde wordt gesteld. Het eerste hoofdstuk laat Christus zien als Gods Zoon die superieur is aan engelen en oudtestamentische profeten. Het laat zien dat Hij gezeten is aan de rechterhand van God en dat Hij alle dingen in het universum draagt door het woord Zijner kracht.

Het tweede hoofdstuk zegt in een bepaalde mate iets over onze heerlijkheid, waarbij David wordt aangehaald: "Wat is de mens dat Gij zijner gedenkt?" We gaan iets zien van waartoe we geroepen zijn, dat we geroepen zijn groter te worden dan engelen, dat we in het Koninkrijk van God rechtstreeks onder God zullen staan.

In hoofdstuk drie wordt gezegd dat Jezus Christus superieur is aan de grote persoon Mozes. Toch spoort Paulus ons in dat hoofdstuk bij wijze van contrast aan de ontrouw van Israël in gedachten te houden, de ontrouw die plaatsvond terwijl de grote Mozes hun leider was.

In hoofdstuk vier is Christus superieur aan Jozua, de leider die Israël in het Beloofde Land bracht. Ondanks Jozua's persoonlijke grootheid slaagde Israël er niet in de rust van God te bereiken. We zien hier dat ieder mens in zekere zin zijn eigen last draagt. Zoals we later zullen zien, wordt die last gedeeld met Christus. Iedere persoon moet zijn eigen last dragen, zijn eigen weg lopen, samen met ieder ander die deel uitmaakt van de kerk.

Hoofdstuk 5 is het begin van het grootste blok hoofdstukken dat aan één onderwerp is gewijd. Het laat zien waarom het hogepriesterschap van Jezus Christus superieur is aan de dienst van Aäron en de Levieten. Dit onderwerp is van zo'n belang voor ons dat het bijna zes hoofdstukken beslaat en doorloopt tot Hebreeën 10:18. Hebreeën 10:19 is het begin van de op één na grootste sectie van dit boek.

Hebreeën bevat aantoonbaar de krachtigste en meest dringende aansporingen in de Bijbel. Waarom? Omdat er zoveel op het spel staat voor christenen! Er kan zoveel worden verloren als iemand niet bereid is de prijs te betalen.

Hebreeën presenteert deze dingen in zorgvuldige, diepzinnige redeneringen. Het bevat dreigementen, maar ook het concept dat er hulp beschikbaar is. Het boek is gewijd aan de praktische toepassingen van dit enorm compacte pakket aan historische vergelijkingen tussen Israël en ons. Het bevat heel duidelijke, leerstellige instructie en inspiratie. Het resterende deel van onze tijd zullen we doorbrengen in het begin van hoofdstuk 10.

De tijd waarin het boek geschreven is, ligt omstreeks 65 n.Chr. en ligt dus slechts zo'n vijf jaar voor de Romeinse invasie van Jeruzalem onder Titus en de verwoesting van de tempel. Die verwoesting maakte vrijwel een eind aan de Joodse natie en hun manier van leven in Palestina.

Denk hier eens over na. Het Joodse volk begon als aparte natie, los van Israël tijdens de regering van Rehabeam, de zoon van Salomo. Salomo regeerde van omstreeks 1000 v.Chr. tot ongeveer 960 v.Chr., waarna Rehabeam aan de regering kwam. Een periode van ruim negenhonderd jaar, ruwweg van 900 v.Chr. tot ca. 65 n.Chr., kwam tot een einde. Israël was reeds in ballingschap gegaan. Met Israël en Juda samen hebben we het over zo'n vijftienhonderd jaar geschiedenis die tot een einde kwam, zo ongeveer vijf jaar nadat dit boek geschreven was. Dit boek had dus betrekking op ernstige zaken. Deze mensen hadden met een "eindtijd" vandoen! Sterk overeenkomend met waar wij het hoofd aan moeten bieden. Of we daar vijf of tien jaar van verwijderd zijn, weet ik niet. Het boek bestaat en het is bedoeld, het is gericht op mensen die met een eindtijd te maken hebben, het einde van een periode.

De eerste permanente kolonie in wat heden ten dage de Verenigde Staten van Amerika is, werd pas in 1607 in Jamestown, Virginia, gesticht. De Angelsaksische mensen hebben dit land van ons pas zo'n vierhonderd jaar als tehuis gehad. De periode waar wij het over hebben is bijna vier keer zolang. Deze mensen hadden heel wat geschiedenis achter zich liggen. Hier zei de apostel hun, waarschuwde hij hen, dat "de tijd op een eind liep en dat ze daar maar beter rekening mee moesten houden", omdat dit het onderwerp van dit boek is — de tijd loop ten einde, daar kun je maar beter rekening mee houden.

De vorm van schrijven is leerstellig, vaak doorspekt met enkele korte en levendige aansporingen. Deze vorm van schrijven werd opgeroepen door het feit dat de Hebreeuwse mensen waaraan geschreven werd, afgegleden waren in een lusteloze manier van leven. Ze waren moe geworden door het weerstaan van de voortdurende druk van de steeds slechter wordende wereld om hen heen. Hun volharding stond op het punt het te begeven en zij werden, gelijk opgaand met de wereld, geestelijk steeds slechter.

Daarover maak ik me bezorgd, omdat het zo heel gemakkelijk is mee te gaan met de houdingen en de manieren van de wereld. Evenals de Hebreeën in Paulus' dagen hebben ook wij de verantwoordelijkheid te kiezen welke weg we zullen gaan. Gaan we, nu de tijden slechter worden, terugkijken? Zullen we gaan terugdeinzen om uit geloof te leven? Zullen we ons gaan afwenden? Zullen we afvallig worden?

Wij zullen zelf bepalen wat we zullen doen. Dat zal een proces zijn waarmee we van dag tot dag geconfronteerd zullen worden. Daaruit bestaat het leven, het gaat van dag tot dag tot dag tot dag. Zoals ik aan het begin zei, God geeft ons al deze dingen en daarna zet Hij ons op het pad en zegt: "Ik wil dat u keuzes maakt betreffende wat u met uw leven gaat doen. Ik heb u de macht daartoe gegeven. Ik gaf u in de allereerste plaats leven. Ik zorg dat u blijft ademhalen. Ik geef u water en Ik voorzie in uw voedsel. Ik heb u in mijn kerk geroepen. Ik geef u geestelijke kennis. Ik geef u gaven die u kunt gebruiken. Ik geef u begrip. Ik geef u wijsheid en Ik geef u de kracht om te overwinnen."

We zijn niet zonder hulpmiddelen, maar toch moeten we keuzes maken. De persoon die bij de dag leeft, de dingen aanpakt als ze op hem afkomen (met zijn oog altijd op de toekomst gericht), heeft de grootste kans de juiste keuzes te maken.

Deze brief is georganiseerd overeenkomstig bijna alle andere brieven van Paulus, met uitzondering van de meeste pastorale brieven. Het eerste deel van zijn boeken legt een leerstellig fundament met illustraties die bijna altijd aan het Oude Testament zijn ontleend. Daarna als hij klaar is met het leerstellige deel, geeft hij andere praktische leerstellingen. Hij geeft praktische voorbeelden hoe het onderwijs dat in het eerste deel van het boek staat, toe te passen. Het lijkt heel sterk op het boek Romeinen. De eerste elf hoofdstukken van Romeinen bevatten leerstellig onderwijs, veel daarvan heel fundamenteel onderwijs. Daarna, te beginnen in hoofdstuk 12, vers 1, waar hij ons zegt levende offeranden te zijn, tot aan het einde van het boek waar hij begint te zeggen: "Groet die en groet die," is het in het ene na het andere vers praktische toepassing.

Hetzelfde geldt voor het boek Efeziërs. De eerste drie hoofdstukken bevatten leerstellig onderwijs, waarna de hoofdstukken vier tot en met zes praktisch leerstellig onderwijs bevatten. Paulus zegt: "Op deze manier brengt u in praktijk wat ik u in de eerste drie hoofdstukken heb gezegd."

Voor ons die nu leven, hebben we met betrekking tot het materiaal in het boek Hebreeën in zeker opzicht een nadeel. We missen het vertrouwd zijn met en het gevoel van eerbied voor de tempel en de tabernakel dat de Israëlieten hadden. We hebben ook een voordeel boven hen, en dat is dat wij de geestelijke waarheden die in de symboliek van die gebouwen ligt, in een grotere mate kunnen begrijpen. Voor ons doel van vandaag, zullen we beginnen in Hebreeën 9:1-9. Hiermee gaan we iets van een fundament leggen.

Hebreeën 9:1-9 Nu had ook wel het eerste (verbond) bepalingen voor de eredienst en een heiligdom voor deze wereld. 2 Want er was een tent ingericht, de voorste, waarin de kandelaar en de tafel met de toonbroden stonden; deze werd het heilige genoemd; 3 en achter het tweede voorhangsel was een tent, genaamd het heilige der heiligen, 4 met een gouden reukofferaltaar en de ark des verbonds, rondom met goud overtrokken, waarin zich bevonden een gouden kruik met het manna, de staf van Aäron, die gebloeid had, en de tafelen des verbonds; 5 daarboven waren de cherubs der heerlijkheid, die het verzoendeksel overschaduwden; hierover kunnen wij nu niet in bijzonderheden treden. 6 Dit was dan aldus ingericht, en de priesters kwamen bij het vervullen van hun diensten voortdurend in de voorste tent, 7 maar in de tweede alleen de hogepriester, eenmaal in het jaar, niet zonder bloed, dat hij offerde voor zichzelf en voor de zonden door het volk in onwetendheid bedreven. 8 Daarmede gaf de Heilige Geest te kennen, dat de weg naar het heiligdom nog niet openlag, zolang de eerste tent nog bestond. 9 Dit was een zinnebeeld voor de tegenwoordige tijd, in zoverre gaven en offers gebracht werden, die niet bij machte waren hem, die (God daarmede) dient, voor zijn besef te volmaken,

Hebreeën 10:1 Want daar de wet slechts een schaduw heeft der toekomstige goederen, niet de gestalte dier dingen zelf, is zij nimmer in staat ieder jaar met dezelfde offeranden, die onafgebroken gebracht worden, degenen, die toetreden, te volmaken.

Voor ons doel kan het helpen te begrijpen dat zowel de tabernakel als de tempel, al waren ze plaatsen van eredienst, ook gebruikt worden in de betekenis van het zijn van een huis. Het was een bijzonder huis, omdat het geacht werd het huis van God te zijn evenals de belangrijkste plaats van eredienst. Het bestond uit twee ruimtes die door een zwaar gordijn werden gescheiden. Elke ruimte bevatte meubilair dat belangrijk was voor een juist begrip door Israël en daarom voor de juiste vorm van eredienst. Ieder aspect van deze twee gebouwen is een patroon, een model, voor ons begrip en voor onze juiste vorm van eredienst van God onder het Nieuwe Verbond.

Iedere dag was het de dienstdoende priesters toegestaan hun diensten buiten het gebouw en in de eerste ruimte uit te voeren. Maar alleen de hogepriester was het toegestaan in de tweede ruimte te komen die het heilige der heiligen werd genoemd. Het was de hogepriester slechts één keer per jaar op de Verzoendag toegestaan die ruimte binnen te gaan. Die ruimte symboliseerde Gods privékamer en de plaats van waaruit Hij de mensheid oordeelde. Het was niet alleen een privékamer, het was ook een rechtszaal. Het zware gordijn dat de eerste ruimte van de tweede ruimte, het heilige der heiligen, scheidde, is belangrijk.

In hoofdstuk 10 geeft Paulus op een bepaalde manier aan dat hij tot een punt komt waar een overgang in zijn schrijven zal plaatsvinden, omdat hij een belangrijke leerstellige werkelijkheid onder woorden brengt betreffende de geestelijke positie van een christen die hij in zijn gehele brief slechts een andere keer kort had aangestipt. In feite noemt hij deze positie twee keer binnen zes verzen en alleen al in hoofdstuk 10 drie keer.

Hebreeën 10:9-18 (Doch) daarna heeft Hij gezegd: Zie, hier ben Ik om uw wil te doen. Hij heft het eerste op, om het tweede te laten gelden. 10 Krachtens die wil zijn wij eens voor altijd geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus. 11 Voorts staat elke priester dagelijks in zijn dienst om telkens dezelfde offers te brengen, die nimmer de zonden kunnen wegnemen; 12 deze echter is, na één offer voor de zonden te hebben gebracht, voor altijd gezeten aan de rechterhand van God, 13 voorts afwachtende, totdat zijn vijanden gemaakt worden tot een voetbank voor zijn voeten. 14 Want door één offerande heeft Hij voor altijd hen volmaakt, die geheiligd worden. 15 En ook de Heilige Geest geeft ons daarvan getuigenis, 16 want nadat Hij gezegd had: Dit is het verbond, waarmede Ik Mij aan hen verbinden zal na die dagen, zegt de Here: Ik zal mijn wetten in hun harten leggen, en die ook in hun verstand schrijven, 17 en hun zonden en ongerechtigheden zal Ik niet meer gedenken. 18 Waar dan voor deze dingen vergeving bestaat, is er geen zondoffer meer (nodig).

Wat deed Christus daar, wat van uitzonderlijk belang is voor ons? Hij herinnerde hen en ons twee keer, één keer in vers 10, "krachtens die wil", duidend op het Nieuwe Testament — het Nieuwe Verbond — zijn we eens voor altijd geheiligd door het offer van het lichaam van Jezus Christus!

Ziet u dat? Heiliging wordt maar één keer gegeven! In vers 14, "Want door één offerande heeft Hij voor altijd hen volmaakt, die geheiligd worden." De enige andere plaats waar dit ooit werd genoemd, was in hoofdstuk 2 waar we ook "zij die geheiligd worden" worden genoemd. Dit boek is geschreven voor hen die geheiligd worden — en dat zijn wij. Hij benadrukt deze verklaringen hier in hoofdstuk 10, de verzen 10 en 14, door hen en ons er in vers 16 aan te herinneren. Het doel van de heiliging is dat Gods wetten in onze harten geschreven kunnen worden!

Die uitspraak bevat een groot aantal andere waarheden die niet hier in dit boek worden genoemd, maar ze worden in andere delen van de Bijbel genoemd. Ik zal u er acht geven die besloten liggen in, verhuld aanwezig zijn in deze woorden 'geheiligd worden'. We worden geheiligd opdat de legale rechtvaardigheid van Christus die ons door onze rechtvaardiging is gegeven, een praktische rechtvaardigheid in ons dagelijks leven kan worden. Wat voor nut heeft intellectuele kennis als die niet wordt gebruikt? Wat voor nut heeft het bevrijd te zijn van schuld, vergeven te zijn als we daar geen gebruik van gaan maken? Dat heeft totaal geen nut. Heiliging wordt ons gegeven opdat door Christus' bloed een legale rechtvaardigheid tot stand komt. We worden gerechtvaardigd opdat de rechtvaardigheid van Christus de onze kan worden, letterlijk, praktisch in ons gedrag en dagelijks leven!

De tweede reden is daar rechtstreeks aan gekoppeld. Zonder deze zullen we nooit aan het beeld van Christus gelijk worden. Het kost tijd om aan het beeld van Christus gelijk te worden! Dat is niet iets dat onmiddellijk gebeurt. Daar is die hele periode van heiliging voor nodig. Die periode kan heel lang zijn zoals het het geval was met iemand als Abraham. God werkte met hem als een geheiligd iemand gedurende waarschijnlijk zo'n honderdvijfentwintig tot honderdvijftig jaar!

Een derde reden: ons getuigenis voor God vindt tijdens die heiligingsperiode plaats. Daarom is een derde reden dat we een getuigenis voor God kunnen geven,

Een vierde rede is dat we de gelegenheid hebben onze rol in de kerk te vervullen. Leren onze broeders en zusters in Christus lief te hebben is de vierde reden.

De vijfde reden: heiliging vereist samenwerking met God. Tijdens onze heiligingsperiode wordt onze samenwerking met en onze loyaliteit aan God gemeten.

De zesde reden: heiliging is dat proces waarin we levende offeranden zijn.

De zevende reden: door heiliging komen christelijke werken tot uiting en verheerlijken we God door ons leven.

Waarschijnlijk krijg ik over dit ene punt net zoveel speren op me afgeworpen en pijlen op me afgeschoten als voor de andere punten bij elkaar. Men denkt dat wij behoud proberen te verdienen door met God samen te werken in de werken die Hij van ons verlangt. Men denkt dat wij proberen behoud te verdienen. Dat is verre van ons!

De achtste reden: tijdens de heiligingsperiode worden we werkelijk heilig. Bij de rechtvaardiging worden we in beperkte mate heilig, alleen maar in wettelijke zin. Heiligheid is een praktische toestand of een praktische manier van handelen.

Voor het geval dat u bent vergeten hoe belangrijk heiliging is:

Hebreeën 12:14 Jaagt naar vrede met allen en naar de heiliging, zonder welke niemand de Here zal zien.

Wilt u in het Koninkrijk van God komen? Dan moeten we geheiligd worden en dat moet op een praktische manier in ons leven van alle dag plaatsvinden en tot uiting gaan komen.

Als Paulus tot de afsluiting van deze brief aan de Hebreeën komt, herinnert hij ons er nogmaals aan hoe belangrijk heiliging is. Als die belangrijke herinnering in hoofdstuk 10, de verzen 10 en 14, gegeven is, gaat hij over naar het volgende gedeelte. In dat gedeelte worden de patronen van de tempel en de tabernakel belangrijk voor ons geestelijk begrip en onze praktische heiligheid. De verzen 9 tot en met 18 koppelen dit gedeelte aan het vorige. Zij vormen de overgang van de leerstellige gedeelten naar de praktische gedeelten. De verzen 19 tot en met 39 bevatten enkele van de krachtigste aansporingen om op te staan en in beweging te komen.

Als deze groep waaraan Paulus schreef als geheel niet Laodiceïsch is, dan is ze er heel dicht bij. In het algemeen zegt hij: "Besef je het gevaar niet waarin je verkeert? Je bent gerechtvaardigd, je bent geheiligd. Word toch wakker en word je bewust van wat er om je heen gebeurt! Besef je niet dat de wedstrijd begonnen is? Kijk maar, de spelers zijn op het veld en jij zit daar maar voor je uit te staren, afgeleid door iets dat maar weinig betekenis heeft." Hij zegt hun in deze aansporingen: "Door Christus staat al deze machtige hulp tot je beschikking en toch laat je je meevoeren. Besef je niet wat je opgeeft door je langzaam maar gestadig afdrijven naar afvalligheid?" Hij had reeds in hoofdstuk 2 een klein fundament gelegd voor wat hun probleem was. Laten we dat opslaan. Ik wil dat u ziet hoe vroeg hij begint met hen tot nadenken aan te zetten voor wat er gaande is en waarom hij deze brief heeft geschreven.

Hebreeën 2:1-3 Daarom moeten wij [christenen] te meer aandacht schenken aan hetgeen wij gehoord hebben, opdat wij niet afdrijven. [Dat is precies wat er gebeurt.] 2 Want indien het woord, door bemiddeling van engelen gesproken, van kracht is gebleken, en elke overtreding en ongehoorzaamheid rechtmatige vergelding heeft ontvangen, 3 hoe zullen wij dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk een heil, dat allereerst verkondigd is door de Here, en door hen, die het gehoord hebben, op betrouwbare wijze ons is overgeleverd,

Begrijp alstublieft dat deze mensen waar Paulus aan schreef, geen vijanden van God waren. Ze waren geen onbekeerde Israëlieten waar God — om zo te zeggen — onder het Oude Verbond tegen uitvoer. Ze waren geen vijanden van God, maar ze waren hun eigen ergste vijanden door het verwaarlozen van hun verantwoordelijkheden. Het leven kabbelde maar voort. Ze stonden 's morgens op. Ze deden hun werk. Ze kwamen thuis. Ze gingen naar bed. Ze stonden de volgende morgen op. In een bepaald opzicht zei Paulus: "Waar is God in jullie leven? Waar is jullie roeping zichtbaar in je leven? Jullie laten alles maar op je afkomen. Jullie maken er geen ernst mee!"

Weet u wat een Laodiceeër is? Dit is niet meer dan één van vele voorbeelden. Een Laodiceeër is iemand die zijn rechtervoet in de kerk heeft, zijn linkervoet staat in de wereld en hij probeert tegelijkertijd in beide richtingen te lopen. Zij zijn niet doelbewust. Het is niet dat ze God haten. Ze schenken gewoon geen aandacht aan Hem en ze glijden langzaam af. Het schijnt dat ze niet de energie kunnen opbrengen om in de richting te gaan die God wil.

Als u iets uit deze vier stappen die ik u gaf, hebt kunnen halen, denk ik dat u zou moeten zien en begrijpen hoe subtiel en stilletjes dit plaatsvindt. Denk aan de uittocht van Israël uit Egypte en hun tocht naar het Beloofde Land. Hoe kwamen ze daar? Eén stap tegelijk, stap voor stap voor stap. God leidde ons tot berouw en bekering door ons te roepen. We kwamen stap voor stap voor stap bij die roeping en tot bekering. Maar daarmee komt het lopen niet tot een eind. Het lopen gaat verder door het heiligingsproces, weer stap voor stap.

Mensen verlaten de kerk op precies dezelfde manier! Dat gebeurt centimeter voor centimeter; iedere keer wordt er weer een stukje grond verloren. Het is bijna niet waarneembaar — glijden, glijden, glijden. In plaats van drie stappen voorwaarts te nemen en één stap terug te glijden, nemen zij één stap voorwaarts en glijden er drie terug. Dat vindt zo subtiel plaats dat ze het bijna niet waarnemen. Daarom zijn de aansporingen hier zo krachtig. Dit is niet geschreven aan de mensen die de kerk reeds verlaten hadden. Dit is geschreven aan de mensen die in gemeenten achterbleven, waaruit reeds mensen waren vertrokken. De boodschap die door de apostel Paulus werd overgebracht was: "Ja, de gemeenten blijven bij elkaar, MAAR vele leden schijnen met hun gedachten ergens anders te zijn. Zij glijden af door nalatigheid." Niet echt overmand, het is veelmeer beetje bij beetje zoals de kikker in het water dat heel langzaam aan de kook wordt gebracht.

Ik hoop dat u uit Hebreeën 10:19-39 een gevoel krijgt voor de kracht van de aansporing die daar staat.

Hebreeën 10:19-39 Daar wij dan, broeders, volle vrijmoedigheid bezitten om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, 20 langs de nieuwe en levende weg, die Hij ons ingewijd heeft, door het voorhangsel, dat is, zijn vlees, 21 en wij een grote priester over het huis Gods hebben, 22 laten wij toetreden met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs, met een hart, dat door besprenging gezuiverd is van besef van kwaad, en met een lichaam, dat gewassen is met zuiver water. 23 Laten wij de belijdenis van hetgeen wij hopen onwankelbaar vasthouden, want Hij, die beloofd heeft, is getrouw. 24 En laten wij op elkander acht geven om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken. 25 Wij moeten onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen dat gewoon zijn, maar elkander aansporen, en dat des te meer, naarmate gij de dag ziet naderen. [70 n.Chr. was nog slechts zo'n vijf jaar weg.] 26 Want indien wij opzettelijk zondigen, nadat wij tot erkentenis der waarheid gekomen zijn, blijft er geen offer voor de zonden meer over, [Ziet u dat? Dan is er geen vergeving meer! Het punt waarop geen terugkeer mogelijk is, is bereikt.] 27 maar een vreselijk uitzicht op het oordeel en de felheid van een vuur, [Ik zei eerder dat als iemand achteruitgaat, hij de poel des vuurs verdient heeft; dat haalde ik hier vandaan: "de felheid van een vuur".] dat de wederspannigen zal verteren. [Zij zijn vijanden van God geworden.] 28 Indien iemand de wet van Mozes terzijde heeft gesteld, wordt hij zonder mededogen gedood op het getuigenis van twee of drie personen. 29 Hoeveel zwaarder straf, meent gij, zal híj verdienen, die de Zoon van God met voeten heeft getreden, het bloed des verbonds, waardoor hij geheiligd [daar hebben we dat woord weer] was, onrein geacht en de Geest der genade gesmaad heeft? [Begrijpt u wat de onvergeeflijke zonde is? Dat is het offer van Jezus Christus met neerbuigende minachting behandelen. Het doet er niet toe wat de zonde is. Wat er toe doet is wat ze Christus aandoen en God zal dat niet accepteren!] 30 Want wij weten, wie gezegd heeft: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden! En wederom: De Here zal zijn volk oordelen. 31 Vreselijk is het, te vallen in de handen van de levende God! 32 Herinnert u de dagen van weleer, toen gij, na verlicht te zijn, zo menigmaal lijden doorworsteld hebt, 33 hetzij zelf een schouwspel van smaad en verdrukking, hetzij deelnemende aan het lot van hen, die in zulk een toestand verkeerden. 34 Want gij hebt met de gevangenen mede geleden en de roof van uw bezit blijmoedig aanvaard, want gij wist, dat gijzelf een beter en blijvend bezit hebt. [Weet u wat hij daar zegt? "Hoever bent u afgevallen van wat u eens was!"] 35 Geeft dan uw vrijmoedigheid niet prijs, die een ruime vergelding heeft te wachten. 36 Want gij hebt volharding nodig, om, de wil van God doende, te verkrijgen hetgeen beloofd is. 37 Want nog een korte, korte tijd, en Hij, die komt, zal er zijn en niet op Zich laten wachten, 38 en mijn rechtvaardige zal uit geloof leven; maar als hij nalatig wordt, dan heeft mijn ziel in hem geen welbehagen. 39 Doch wij hebben niets van doen met nalatigheid, die ten verderve leidt, doch met geloof, dat de ziel behoudt.

Laten we weer naar vers 19 gaan. Paulus begint hier (samengevat in vijf of zes verzen) met een deel van Gods oplossing voor dit probleem. Het eerste deel was aan de mensen benadrukken wat Christus was, wat Hij gedaan heeft en wat Hij nu is.

Wat heeft dat ons te zeggen? Paulus geeft als suggestie nummer één (nu u begrijpt wat Christus was, wat Hij nu op dit moment is, wat Hij voor u heeft gedaan): "Ik wil dat u heel vrijmoedig bent om Gods huis binnen te gaan. God zal u niet bij de deur tegemoetkomen. Hij zal u niet in de eerste ruimte tegemoetkomen. U bent uitgenodigd om rechtstreeks het heilige der heiligen binnen te gaan. Er staat u niets in de weg om direct toegang te hebben tot alle macht die er in het universum bestaat. Hij is vriendelijk, Hij is royaal, Hij is goed, Hij zal luisteren en Hij zal instructie geven. Het kan zijn dat Hij straft, maar u zult ook vergeven worden."

Ik vraag me af hoevelen van ons nalatig zijn om daarin enkele keren per dag te volharden — tenminste 's morgens en 's avonds — zoals we kunnen afleiden uit het morgenoffer en het avondoffer dat in de tempel en de tabernakel werd gebracht. Hoevelen van ons zijn nalatig om voor God te verschijnen en tijd met Hem door te brengen, iets van Zijn geestelijke macht in zich op te nemen, iets van Zijn geestelijke eigenschappen? Hij zegt: "Er is niets dat u verhindert daarheen te gaan, omdat Hij 'een nieuwe en levende weg' [vers 20] voor ons heeft ingewijd, door het voorhangsel, dat is, zijn vlees."

U weet dat historisch bezien het voorhangsel van boven naar beneden scheurde. Toen Christus stierf scheurde het voorhangsel onmiddellijk, zodat er toegang was tot de tempel en de tabernakel en wij worden uitgenodigd binnen te komen. Er staat: "Het voorhangsel, dat is zijn vlees." Paulus kijkt terug naar datgene wat het scheuren tot stand bracht en dat werd gedaan toen Christus mens was. Het gebeurde toen Hij stierf. Het opgeven van Zijn leven in het vlees bracht het scheuren van het voorhangsel teweeg, waarmee tegelijkertijd de toegang geopend werd.

In vers 21 zegt hij dan: "En wij hebben een grote priester over het huis Gods." De implicatie daarvan is dat degene die stierf — om zo te zeggen — nu in het huis is met de Vader. Hij is daar als onze Pleitbezorger, als onze Vertegenwoordiger. Hij is onze Advocaat. Hij is daar om in onze zaak beroep aan te tekenen bij de Vader. Hij kan onze zaak veel beter presenteren dan wij dat zelf zouden kunnen, heel wat beter. We kunnen ontvangen worden door niet slechts één grote God, maar zelfs door twee, en één van Hen is onze Hogepriester.

Vers 22: "laten wij toetreden". Niet terugdeinzen, maar toetreden. "Met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid des geloofs." Paulus zegt: "Wees niet bang, ga daarheen!" "Met een hart, dat door besprenging gezuiverd is van besef van kwaad, en met een lichaam, dat gewassen is met zuiver water." Met betrekking tot dat water, voor het geval dat u het niet wist of was vergeten, iedere keer dat de priester die eerste ruimte inging, moest hij zijn handen en voeten wassen in het wasvat dat buiten stond.

Paulus zei tegen u en mij: "Ga niet zomaar naar God. Begin aan jezelf te werken. Begin aan je problemen te werken. Begin je zonden en fouten te overwinnen. Laat God zien dat je je zonden, je futloosheid achter je laat. Begin met je doen en laten te reinigen en ga dan naar Hem toe, wetende dat Hij je niet zal weigeren!" Daarna zei hij: "Laten wij de belijdenis van hetgeen wij hopen onwankelbaar vasthouden, want Hij, die beloofd heeft, is getrouw." Dit is zonder meer interessant. Paulus zei al vijf keer eerder in het boek Hebreeën bijna hetzelfde. "Houd vast," zei hij. "Je glijdt weg. Houd de dingen vast die je aan het begin geloofde, en waarin je beleed te geloven. Toen je werd gedoopt, werden al deze dingen daar min of meer bij inbegrepen."

Vers 24: "En laten wij op elkander acht geven om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken." Hij heeft het over relaties binnen de gemeente. Hij zegt deze mensen: "Je moet met deze mensen omgaan met de juiste instelling, met de juiste geest en iemand worden die een voorbeeld stelt en anderen opbeurt."

Paulus gebruikt in de verzen 22, 23 en 24 geloof, hoop en liefde. Hij zegt: "Zet die aan het werk." Begrijp je dat die dingen — omdat God je Zijn Geest gegeven heeft — reeds in ons aanwezig zijn? Die eigenschappen zijn er reeds. God geeft ons geloof. God geeft ons hoop en God geeft ons Zijn liefde door Zijn Geest. Ze zijn er reeds. Paulus zegt: "Je hebt geen excuus om die dingen niet te doen, omdat je het vermogen daartoe reeds van God hebt gekregen door Zijn Geest." Het enige dat ons ervan zal weerhouden ze te gebruiken, is nalatigheid. Ook angst kan er voor zorgen dat we nalatig zijn.

Vers 25: "Wij moeten onze eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen dat gewoon zijn." Dit is een sleutel tot begrip van hoever de mensen die de kerk reeds verlaten hadden, waren gegaan. Paulus gebruikt hen nu als voorbeeld van wat we niet moeten doen. Hij zegt: "Verzuim niet als gewoonte de bijeenkomsten bij te wonen zoals zij deden die de gemeente reeds verlaten hebben." Het woord "verzuimen" is de sleutel.

Herinnert u zich dat Jezus zei: "Mijn God, Mijn God, waarom hebt U mij verlaten?" Wat was het beeld hier? Waar was God? Hij was er niet. Jezus sprak een waarheid uit. God had Hem verlaten. Jezus moest die beproeving het hoofd bieden zonder dat God Hem, op dat moment, kracht gaf. God had Hem verlaten. Deze mensen hier hadden de sabbat verzaakt. Dat betekent niet dat ze zo af en toe op een sabbatsdienst ontbraken. Ze hadden deze de rug toegekeerd en hielden de sabbat niet meer. Ze hadden deze de rug toegekeerd!

We gaan nog een stap verder. Hij zegt: "Want indien wij opzettelijk zondigen, nadat wij tot erkentenis der waarheid gekomen zijn, blijft er geen offer voor de zonden meer over." Ik heb de uitleg die ons in de Worldwide Church of God werd gegeven, altijd aanvaardt, dat een opzettelijke zonde, een weloverwogen zonde is. U weet dat dat waar is, maar ik heb gezien dat er een aantal protestantse commentaren is, die zeiden dat dit vers verkeerd vertaald is. Er is één woord verkeerd in dat vers en dat woord is "opzettelijk" Zij zeiden dat het vertaald had moeten worden met "gewillig". Zij geven daar een indrukwekkend bewijs van. Maar u moet de context begrijpen om te begrijpen waarom deze mannen dit zeggen.

Paulus laat zien hoever deze mensen die de sabbat niet meer hielden, werkelijk afgeweken waren. Dit is hun redenering. Zij zeggen dat we elke zonde die we doen, opzettelijk doen, zelfs al kan er een mate van onwetendheid, van misleiding of van zwakheid bij betrokken zijn. Wij bepalen dat we gaan zondigen met betrekking tot elk van die dingen. Het is een opzettelijke zonde, maar bij een gewillige zonde is meer betrokken.

Ik zocht dit op in de American Heritage College Dictionary en dat hielp me te begrijpen dat deze mensen het in dit opzicht waarschijnlijk bij het rechte eind hebben. Iets opzettelijk doen is volgens de American Heritage College Dictionary, het doelbewust en weloverwogen doen.

Iets gewillig doen is de gesteldheid, de neiging hebben om iets te doen, of daartoe bereid zijn. Dat betekent iets graag, begerig, volgzaam, van harte en vrijwillig doen. Ik vraag me af of dit bij u over komt. Die mensen die de sabbat niet meer hielden, waren zover gegaan. Het kon hun niets meer schelen!

Zij hadden daar geen gevoel van zonde meer bij! Hun geweten was volledig bedorven, ze hadden geen gevoel van schuld meer! Ze waren zo bereid te zondigen dat ze dat deden alsof ze daartoe waren getraind, en ze deden het begerig, graag, gewillig!

Ik denk dat u mensen kent die de Worldwide Church of God hebben verlaten. Het kan zijn dat ze bij u om de hoek wonen. U ziet ze buiten en ze geven geen enkele aanwijzing dat het hun op de een of ander manier moeite kost. Zover zijn ze afgeweken.

Als u dus ooit iemand tegenkomt die de Worldwide Church of God heeft verlaten, dan zou u op basis van de houding die ze ten opzichte van zonde, ten opzichte van Christus hebben, moeten kunnen zeggen of ze zich volledig hebben afgescheiden of niet. Als iemand de zoon des mensen, zijn Verlosser, met voeten heeft getreden, zal het hem een zorg zijn, doet het hem niets meer, en is hij opnieuw een vijand van God. Romeinen 8:7 wordt plotseling duidelijk.

Ziet u, dit is het waar Paulus zich in deze brief zorgen om maakt, omdat hij wist dat mensen in die richting afgleden en hij wilde hun schilderachtige illustraties geven zodat ze zouden kunnen begrijpen wat ze moesten doen. Ze moesten de inspanning leveren dicht tot God te naderen, door een beroep te doen op hun begrip van hoe belangrijk Christus voor hun leven is, daar onder de indruk van te raken en hun liefde voor Hem weer te gaan laten zien.

Laten we afsluiten met een heel bekend schriftgedeelte uit 2 Petrus 1.

2 Petrus 1:5-10 Maar schraagt om deze reden met betoon van alle ijver door uw geloof de deugd, door de deugd de kennis, 6 door de kennis de zelfbeheersing, door de zelfbeheersing de volharding, door de volharding de godsvrucht, 7 door de godsvrucht de broederliefde en door de broederliefde de liefde (jegens allen). 8 Want als deze dingen bij u aanwezig zijn en overvloedig worden, laten zij u niet zonder werk of vrucht voor de kennis van onze Here Jezus Christus. 9 Want bij wie zij niet zijn, die is verblind in zijn bijziendheid, daar hij de reiniging van zijn vroegere zonden heeft vergeten. 10 [daarom gemeente] Beijvert u daarom des te meer, broeders, om uw roeping en verkiezing te bevestigen; want als gij dit doet, zult gij nimmer struikelen.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)