Wat we van deze Verzoendag kunnen leren

Door John W. Ritenbaugh
2 oktober 2006

Samenvatting: (toon)

Beginnend in Handelingen 3:21 spreekt John Ritenbaugh over een toekomstige tijd van verademing en herstel, nadat de dingen eerst heel wat erger zijn geworden doordat het Beest probeert de heiligen te gronde te richten. De Verzoendag beeldt uit dat Satan wordt opgesloten. God heeft een plan om Zichzelf te herscheppen door de mensheid met Hem te verzoenen, één met Hem te maken. Petrus riep de uitgeroepenen op zich te bekeren en zich door Zijn Heilige Geest aan Hem te onderwerpen. We dienen ontzag te hebben voor de kosten van Christus' offer voor ons, door wederkerigheid te demonstreren in het ons van ganser harte onderwerpen aan God. De mens heeft zich van God afgescheiden; we hebben het voorbeeld gevolgd van onze ouders, Adam en Eva. Gods oplossing voor het zich afscheiden van de mens was het sturen van een tweede Adam, Jezus Christus, om verzoening tot stand te brengen en rechtvaardiging mogelijk te maken. Christus en Zijn boodschap geloven heeft tot gevolg dat een berouwvol iemand één wordt met God. Door heiliging wordt iemand in Christus een nieuw schepping. Vasten benadrukt niet alleen dat we een krachtig lichamelijk verlangen kunnen weerstaan, maar laat ons duidelijk onze afhankelijk van God zien


Handelingen 3:19-21 Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren, 20 en Hij de Christus, die voor u tevoren bestemd was, Jezus, zende; 21 Hem moest de hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van zijn heilige profeten, van oudsher.

Sinds de grondlegging der wereld is het Gods bedoeling geweest om alle dingen die Hij voor de mens bedoeld had toen Hij Adam en Eva schiep en in de hof van Eden plaatste, weer te herstellen.

Die wederoprichting of dat herstel wordt in vers 19 gekarakteriseerd als "tijden van verademing". Het probleem hiermee is het volgende: Door middel waarvan komt men van wat er in de hof van Eden gebeurde tot de "wederoprichting" van alle dingen?

Het Griekse woord dat aan wederoprichting ten grondslag ligt, suggereert het instellen van iets goeds dat volgt op iets slechts, zoals wanneer een oude, roestige, gedeukte auto tot zijn oorspronkelijke schoonheid wordt teruggebracht. In deze context duidt het echter op de instelling van datgene wat de profeet had voorspeld.

Ik denk dat we van harte met God kunnen instemmen dat de mens verademing nodig heeft door de geprofeteerde wederoprichting, maar de dingen worden slechter. Als we kijken naar wat er in de wereld gebeurt, is het duidelijk dat God de teugels waarmee Hij Satan ervan weerhoudt zijn vernietigende krachten volledig los te laten, langzamerhand laat vieren. Ondanks dat is Satan erin geslaagd een situatie van vermoeiende angst tot stand te brengen waarin we van alle kanten met spanning worden omgeven. Ik denk dat deze spanning een van de dingen is die Jezus in gedachten had toen Hij zei: "Hij die tot het einde volhardt zal behouden worden."

Let erop hoe deze zware tijd werd verwacht in een profetie die lang geleden werd gegeven en in Daniël 7 staat. U zult zich misschien herinneren dat hij elders in Daniël 12 zei, dat "velen onderzoek zullen doen". Dit kan ook (zoals in de KJV) worden vertaald met: "Velen zullen heen en weer gaan." Dit laatste kan letterlijk, fysiek zijn, maar ook iets dat in het denken van iemand plaatsvindt, duidend op stress, het denken dat maar niet tot rust wil komen en bezig is om een uitweg te bedenken.

Daniël 7:23-25 Hij sprak aldus: Dat vierde dier is het vierde koninkrijk, dat op aarde zal zijn, dat verschillen zal van alle (andere) koninkrijken, en dat de gehele aarde zal verslinden en haar zal vertreden en vermorzelen. 24 En de tien horens — uit dat koninkrijk zullen tien koningen opstaan, en na hen zal een ander opstaan; die zal van de vorige verschillen en drie koningen ten val brengen. 25 Hij zal woorden spreken tegen de Allerhoogste, en de heiligen des Allerhoogsten te gronde richten; hij zal er op uit zijn tijden en wet te veranderen, en zij zullen in zijn macht gegeven worden voor een tijd en tijden en een halve tijd;

Ik denk dat dit duidelijk een profetie voor de eindtijd is, en hoe erg het momenteel ook mag zijn in termen van bezorgdheid en vermoeidheid, het zal nog veel erger worden, omdat de laatste persoon die in die profetie wordt genoemd ongetwijfeld het Beest is, en hij zal de heiligen te gronde richten.

De Revised English Bible vertaalt het begin van vers 25 met: "Hij zal uitdagende woorden spreken tegen de Allerhoogste en hij zal de heiligen uitputten."

We verkeren nog niet in een situatie met de intensieve stress die vers 25 uitbeeldt, maar die kan niet al te ver achter de horizon liggen; de situatie is al enigszins afmattend. De bezorgdheid neemt toe.

Er is in mijn denken geen enkele twijfel dat er een toestand bestaat, waarin de angst stapje voor stapje toeneemt. Deze wordt gevoed door constant nieuws over oorlog, over corruptie in de zakenwereld en de regering, over straatmisdaad, over allerlei soorten ziekten en over de uitputting van essentiële mineralen, zoals de piek-olie situatie. Op elk gebied neemt de ongerustheid toe.

Het globale effect daarvan is dat de mensen uit elkaar worden gedreven. Wie kunnen we vertrouwen ons de waarheid te zeggen? Overal zien we wantrouwen dat er misbruik van ons wordt gemaakt, of dat er binnenkort misbruik van ons zal worden gemaakt. We hebben het gevoel dat we de controle verliezen.

Samengevat zegt Petrus in Handelingen 3:19-21 dat niets van dit alles zou gebeuren als we niet van God afgescheiden zouden zijn. De verzen 19 en 20 worden in de American Standard Bible en andere moderne vertalingen beter vertaald. De American Standard Bible zegt het volgende: "Heb daarom berouw en bekeert u, opdat uw zonden uitgewist mogen worden, zodat de tijden van verademing vanuit de tegenwoordigheid van de Heer mogen komen, en dat Hij Jezus, de Christus, mag zenden, die voor u is aangesteld."

Ze voegden in die zin terecht drie vormen van "dat" toe (opdat, zodat, dat), waarmee ze duidelijker lieten zien dat Petrus een proces van aan elkaar verbonden stappen beschrijft: "van dit naar dat, naar dat" is de weg, zegt hij. Hij zegt ook dat dit aan elkaar verbonden proces zowel voor een individu als voor de natie Israël resulteert in verzoening met God.

Hier wil ik iets uit Jezus' gebed in de laatste nacht voor Hij gekruisigd werd, invoegen.

Johannes 17:11 En Ik ben niet meer in de wereld, maar zij zijn in de wereld en Ik kom tot U. Heilige Vader, bewaar hen in uw naam, welke Gij Mij gegeven hebt, dat zij één zijn zoals Wij.

Johannes 17:20-21 En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen, die door hun woord in Mij geloven, 21 opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.

Ik noemde helemaal aan het eind van mijn preek op het Trompettenfeest dat het algemene onderwerp, de draad van het verhaal, in de bijbel bestuur is, maar de wederoprichting van Gods bestuur is niet alles wat God in gedachten heeft. God staat boven alles en Hij heeft een plan om Zichzelf te vermenigvuldigen door de schepping van goddelijk karakter in wezens die naar Zijn beeld zijn geschapen. Bij dit plan zijn ook engelen betrokken, die Hij schiep om Hem en de erfgenamen van behoud bij te staan. Maar een derde van de engelen kwam in opstand en toen de mens werd geschapen en zondigde door de verzoeking van één van die engelachtige wezens, gingen de opstandigen — dat zijn zij die uit Adam en Eva en hun kinderen geboren werden — verder de mensheid in opstand tegen God te brengen.

God is almachtig. Hij versloeg de opstandige engelen toen zij een oorlog tegen Hem begonnen. Hij had gewoon Zijn bestuur aan de schepping kunnen opleggen en de opstandelingen kunnen veroordelen — inclusief de mens — zonder enige hoop in het verschiet. Maar zoals ik iets eerder zei, is herstel van Zijn bestuur niet het enige doel. Er is nog een ander doel waaraan wordt gewerkt. God deed wat Hij deed, omdat alleen maar Zijn bestuur herstellen niet het centrale onderwerp is. Dat centrale onderwerp is het tot eenheid met Hem brengen van de mens.

God is oneindig wijs, barmhartig en geduldig. Hij ging dus verder met Zijn plan, inclusief de opstandige engelen als onwillige pionnen, die Hem bijstaan om hoe dan ook het verlangde resultaat tot stand te brengen. De gebeurtenissen die voor de eindtijd zijn geprofeteerd maken het niet alleen duidelijk dat de opstand doorgaat, maar dat deze in intensiteit toeneemt. We zijn op weg naar een heel ontnuchterende climax.

Hoe zal de mens met God worden verzoend? Hoe zullen de mensen ooit in vrede met elkaar leven? Het antwoord daarop is nooit, zolang de dingen blijven zoals ze zijn, en daarom deed Petrus in Handelingen 3:19 een beroep op hen die naar hem luisterden om berouw te hebben en zich te bekeren. Dat is een goede, eerste stap. Petrus draagt in wat hij daar zei, al de uitverkoren mensen op om iets te doen wat zij kunnen doen. God verwacht zelfs dat de niet-bekeerde Israëlieten berouw hebben en zich bekeren. De door God uitverkorenen kunnen dus zeker berouw hebben en zich bekeren. Dit betekent toe te staan dat je denken verandert en zich op God richt.

De Verzoendag houdt zich bezig met de legale, geestelijke en praktisch morele aspecten van het herstel van Gods bestuur, waarbij tevens zeker wordt gesteld dat wezens met een vrije wil niet opnieuw in opstand zullen komen. Alles is min of meer samenhangend in deze dag bijeengebracht, niet altijd met het grootste detail, maar op een globale manier. Deze dingen worden op deze dag gevierd.

1 Petrus 1:17-21 En indien gij Hem als Vader aanroept, die zonder aanzien des persoons naar ieders werk oordeelt, wandelt dan in vreze [duidend op eerbiedig respect] de tijd uwer vreemdelingschap, 18 wetende, dat gij niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, zijt vrijgekocht van uw ijdele [doelloze] wandel, die (u) van de vaderen overgeleverd is, 19 maar met het kostbare bloed van Christus, als van een onberispelijk en vlekkeloos lam. 20 Hij was van tevoren gekend, vóór de grondlegging der wereld, doch is bij het einde der tijden geopenbaard ter wille van u, 21 die door Hem gelooft in God, die Hem opgewekt heeft uit de doden en Hem heerlijkheid gegeven heeft, zodat uw geloof tevens hoop is op God.

Normaal denken we aan het Pascha in termen van verzoening met God, en dat is inderdaad ook het geval. De Verzoendag is onlosmakelijk met Pascha verbonden omdat er inderdaad verzoening bij betrokken is, maar de Verzoendag geeft ook antwoorden en oplossingen die niet door het Pascha worden opgelost.

Let op het volgende: Pascha is persoonlijk en individueel in karakter en voorziet in verzoening voor ieder die tot God geroepen is. De nadruk ligt op het woord "individueel", zoals bij één tegelijk. Dit markeert het begin van Gods creatieve proces met een individuele persoon, hem door Christus in de kerk op te nemen en tot eenheid te brengen met de Vader en de Zoon en met anderen die reeds in de kerk zijn.

Pascha laat zien dat Satan verslagen is, maar dat het hem nog steeds vrij staat door te gaan met zijn boze plannen, om verwarring, verdeeldheid en opstand te veroorzaken. De Verzoendag laat zien dat Satan verslagen is en gestraft met verbanning; het staat hem niet langer vrij iets anders te doen dan zich over zijn lot te beklagen.

De nadruk hier in 1 Petrus ligt op de initiële kosten van verzoening. God hoopt dat we voldoende onder de indruk zijn van de prijs die voor ons is betaald dat we gemotiveerd worden ons te onderwerpen, omdat een belangrijk deel van ons verlangen met Hem samen te werken ontleend wordt aan een gevoel van verplichting jegens God en Christus betreffende hoeveel er voor zo weinig werd betaald. Gemeente, binnen het gehele plaatje stellen we niets voor en toch betaalde onze Schepper met Zijn leven voor ons. Dat is nogal indrukwekkend. We moeten uiteindelijk zover komen dat we vol ontzag zijn voor het feit dat Christus' offer zó persoonlijk is voor elk van de door God geroepenen, dat als we de enigen zouden zijn die hadden gezondigd Hij nog steeds aan Zijn verplichting om voor onze zonden te sterven gehoor had gegeven.

Laten we verder uitdiepen waarom verzoening nodig is. We slaan daartoe Jesaja 59 op.

Jesaja 59:1-2 Zie, de hand des HEREN is niet te kort om te verlossen, en zijn oor niet te onmachtig om te horen; 2 maar uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij niet hoort.

Zonde, ongerechtigheid, wetteloosheid, overtreding, hoe we het ook maar willen noemen, bracht de behoefte aan verzoening tot stand. Zonde, wetteloosheid, overtreding en ongerechtigheid brengen het tegengestelde van verzoening tot stand. Ongerechtigheid bouwt blokkades en brengt scheiding teweeg. Verzoening ruimt deze op. Daarom zei ik aan het begin van deze preek dat alles wat er rondom ons heen gebeurt — het nieuws over corruptie, oorlog, enzovoort — ons uit elkaar drijft, omdat al die dingen oorlog vertegenwoordigen, en ons wantrouwig en achterdochtig maken en ons op onze hoede doen zijn, waarbij we psychologisch altijd min of meer over onze schouder kijken. "Wie is er nu op uit me te pakken te nemen?" In zo'n wereld leven we. We zijn er in deze wereld getuige van waar zonde de oorzaak van is. Zelfs al brengt het niet direct onze dood, of beroving van ons bezit teweeg, toch is het de oorzaak van angst en leidt het tot scheiding met onze naaste en ook met God.

Begrijp dat het er niet om gaat dat God niet kan horen. Hij zal gewoon de gebeden van mensen niet verhoren en daarom lijkt het dat Hij niet hoort. Er is een geweldige trots bij de mens die in van alles en nog wat zondigt en toch tot God bidt en een antwoord verwacht! Maar er staat daar dat God niet zal horen. Hij hoort hun smeekbeden niet. Hij hoort het geluid van hun woorden, maar sluit Zijn oor af en zal niet reageren. Het kan er in feite op lijken dat Hij ver weg is gegaan, zoals sommige mensen geloven, maar de werkelijkheid is dat de zondaren steeds verder afdwalen. God verandert nooit. De mens verandert. Paulus zei: "Slechte mensen zullen van kwaad tot erger komen."

Het is interessant op te merken dat het in de context gaat om mensen die een of andere vorm van goddelijk tussenbeide komen verwachten en daarvoor hebben gebeden, maar hun levensstijl laat al te duidelijk zien dat het verlangen van hun hart niet gericht is op het oprichten van Gods bestuur, omdat ze — terwijl ze bidden — er tegen in opstand komen door te blijven zondigen. Als ze niet zouden zondigen, zou God hebben geantwoord. Daarom weet ik dat ze zondigden. Met andere woorden, om dit in een iets ander perspectief te plaatsen, de mens wil de goede dingen van zekerheid, gemak en voorspoed, maar wil ook doorgaan met het leven dat hij altijd heeft geleid, zonder berouw en bekering, en dus zonder verandering.

Laten we een schriftgedeelte opslaan dat ik ook in mijn preek op het Trompettenfeest las. We gaan naar 2 Kronieken 15, omdat de profeet daar iets zei dat belangrijk was voor het leven.

2 Kronieken 15:1-2 De Geest Gods kwam over Azarja, de zoon van Oded; 2 hij ging Asa tegemoet en zeide tot hem: Hoort naar mij, Asa en geheel Juda en Benjamin! De HERE is met u, zolang gij met Hem zijt; indien gij Hem zoekt, zal Hij Zich door u laten vinden; maar indien gij Hem verlaat, zal Hij u verlaten.

Hier wordt het principe van wederkerigheid tot uitdrukking gebracht. Deze mensen in Jesaja 59 pasten geen wederkerigheid toe op God. Zij wilden de goede dingen, maar ze waren niet bereid de prijs te betalen om iets van die goede dingen te krijgen. De menselijke natuur wil dingen van God krijgen, maar is niet bereid met de handelingen te reageren die Hij als tegenprestatie verlangt; Hij verlangt een verandering van denken jegens Hem. De menselijke natuur wil op onverantwoordelijke manier dingen krijgen zonder dat het haar zelf iets kost. Dit is één van de dingen die socialistische regeringen de mensen leren, dat ze de dingen gratis kunnen krijgen. Dat bestaat niet. Dat is puur bedrog.

Jesaja 1:11-17 Waartoe dient Mij de menigte uwer slachtoffers? zegt de HERE; oververzadigd ben Ik van de brandoffers van rammen en het vet van mestkalveren, en aan het bloed van stieren, schapen en bokken heb Ik geen welgevallen. 12 Wanneer gij komt om voor mijn aangezicht te verschijnen — wie heeft dit van u verlangd mijn voorhoven plat te treden? 13 Gaat niet voort met huichelachtige offers te brengen — gruwelijk reukwerk is het Mij; nieuwe maan en sabbat, het bijeenroepen der samenkomsten — Ik verdraag het niet: onrecht met feestelijke vergadering. 14 Uw nieuwemaansdagen en uw feesten haat Ik met heel mijn ziel, zij zijn Mij een last. Ik ben moede ze te dragen. 15 Wanneer gij uw handen uitbreidt, verberg Ik mijn ogen voor u; zelfs wanneer gij het gebed vermenigvuldigt, hoor Ik niet; uw handen zijn vol bloed. 16 Wast u, reinigt u, doet uw boze daden uit mijn ogen weg; houdt op kwaad te doen; 17 leert goed te doen, tracht naar recht, houdt de geweldenaar in toom, doet recht aan de wees, verdedigt de rechtszaak der weduwe.

We zien hier in Jesaja 1 een situatie die sterk overeenkomt met wat er in Jesaja 59 staat. Jesaja beschreef beide situaties en het is heel goed mogelijk dat de situatie aan het begin zich in een andere tijd afspeelde dan die in Jesaja 59, maar de mensen waren helemaal niet veranderd ten opzichte van de ervaringen die Jesaja aan het begin van zijn loopbaan opdeed. We hebben dus met een soortgelijke situatie vandoen die heel interessant is voor wat betreft haar oorzaken en gevolgen.

Het is goed te bedenken wie deze mensen waren. Zij waren het volk van God. Zij hadden in die tijd onder en door het Oude Verbond kennis gemaakt met God. In werkelijkheid verwerpt God noch hun offeranden, noch hun houden van de Heilige Dagen, maar Hij verwerpt mensen die alleen maar iets ongeïnteresseerd doen zonder de nederigheid zich aan Gods grote, morele en geestelijke wetten te onderwerpen. Bedenk dat we zojuist lazen: "Uw handen zijn vol bloed. Wast u, reinigt u, doet uw boze daden uit mijn ogen weg." Terwijl ze al die dingen deden, zorgden ze er voor de ceremonies uit te voeren die God verlangde.

Deze mensen waren God een gruwel zoals Sodom dat was. "Wie veel is gegeven, van hem wordt veel verlangd." Voor wat betreft kennis en begrip had Gods volk door Zijn profeten heel veel ontvangen. God laat hier in het allereerste hoofdstuk van het boek Jesaja zien dat er bij Gods volk een relatie moet zijn tussen aanbidding — dat is het bijwonen van diensten — en karakter — dat is hetgeen men doet op andere tijden dan de dienst.

God maakt Zich veel drukker om juiste relaties tussen mensen dan over het punctueel navolgen van wat niet meer dan een ceremonie kan zijn, zelfs al wordt God daar in aanbeden. Hun religie was slechts schijn. Het was huichelachtigheid. Zij kwamen in het openbaar als ze naar de diensten gingen goed over en ze bliezen dan hun eigen loftrompet of wat dan ook, en lieten hun sikkel luid in de offerkist vallen, maar wat deden ze achter gesloten deuren binnen hun gezin, in hun zaken? Als ze niet meer in het zicht waren, konden ze God ook niet langer zien. Daarom waren die mensen en wat ze deden een gruwel in Gods oog, evenals Sodom dat was. Deze mensen waren niet echt één met Hem.

1 Johannes 4:20 Indien iemand zegt: Ik heb God lief, doch zijn broeder haat, dan is hij een leugenaar; [Dat gebeurde er in hoofdstuk 1 van Jesaja.] want wie zijn broeder, die hij gezien heeft, niet liefheeft, kan (ook) God, die hij niet gezien heeft, niet liefhebben.

Hoe kunnen zij die hun medemensen met minachting behandelen en daarna begeerte, boosheid, wraak, haat of andere verdraaiingen van Gods Geest en Gods weg met zich meebrengen naar de dienst van God, zeggen dat ze God aanbidden? Dit komt op niets anders neer dan huichelachtig bedrog, en zo iemand is verwijderd van God en heeft verzoening nodig. En daar zij jegens God handelden zoals de heidenen dat deden ten opzichte van hun afgoden, handelde God zoals die heidense afgoden — Hij kon niet horen of zien.

Ik denk dat het bij dit punt essentieel is op te merken dat God in Zijn wijsheid, voordat Hij de mens schiep, wist dat ze allemaal tegen Hem in opstand zouden komen. En als er zowel verzoening als karakteropbouw moest zijn, dan moest er in een middel worden voorzien dat niet alleen zou tegemoetkomen aan Zijn legale vereisten, maar ook morele en geestelijke invloeden zou bevatten waardoor de mens één met God zou worden.

God verlangde invloeden die sterk genoeg zouden zijn om de mens uit eigen beweging te laten medewerken, hem te motiveren berouw te krijgen en zich te bekeren, hem tot God te doen keren, het verlangen van de zonde te weerstaan, zich aan Gods wetten te onderwerpen, te studeren, te bidden, te mediteren en karakter te bouwen en uit geloof te leven. Toen de Vader en de Zoon dit uitdachten, werd het offer van Christus de basis voor deze invloeden. Dit staat niet op zichzelf, maar het is geweldig qua belangrijkheid, en dat is één van de redenen dat Pascha aan Verzoendag voorafgaat.

Romeinen 5:10-11 Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood zijns Zoons, zullen wij veel meer, nu wij verzoend zijn, behouden worden, doordat Hij leeft; 11 en dát niet alleen, maar wij roemen zelfs in God door onze Here Jezus [Christus], door wie wij nu de verzoening ontvangen hebben.

Het onderwerp van dit hoofdstuk is verzoening. We gaan nu wat tijd besteden aan vers 12, omdat dit vers betrekking heeft op verzoening.

Romeinen 5:12 Daarom, gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben;

Dit hoofdstuk legt een tegenstelling uit tussen twee belangrijke mensen: Adam, en wat hij deed en hoe dit de mens beïnvloedde; en Christus, en wat Hij deed en hoe dat de mens beïnvloedt.

Een katholieke leerstelling over de erfzonde zegt dat we vanwege Adams zonde allemaal besmet zijn met een slecht karakter. Er is geen twijfel aan dat we allemaal heel sterk zijn beïnvloed, maar niet op de katholieke manier. Zonde en schuld vanwege de zonde worden niet genetisch overgedragen.

We zien hier in dit hoofdstuk een oordeel door God en Adam was de testfiguur omdat hij de eerste mens was. Hij vertegenwoordigde de gehele mensheid en God oordeelde dat al Adams nakomelingen zich net zo als hij zouden gedragen. God oordeelde ook (en dit is een uniek oordeel) dat toen Adam zondigde, alle geslachten van de mens tegelijk met hem zondigden, omdat zij letterlijk in Adam waren; dat is in zijn lichaam middels zijn vermogen zichzelf te reproduceren, en wat Adam zou voortbrengen zou net als hij zijn.

God gebruikte dezelfde manier van oordelen in Hebreeën 7 met betrekking tot het geven van tienden door Levi aan Melchisedek, omdat hij (Levi) in Abraham was toen Abraham letterlijk de tienden aan Melchisedek gaf, maar Levi werd letterlijk pas drie generaties later geboren. God zei dat Levi tienden gaf, zelfs al was hij nog niet geboren, omdat hij in Abrahams voortplantingsorganen zat.

Zodoende wordt in het geval van Adam niet de zondige natuur genetisch doorgegeven, maar veeleer komt God tot het oordeel dat allen zouden zondigen en evenals Adam de heerlijkheid Gods zouden derven. Gods oordeel bleek juist te zijn, omdat dat precies is wat er gebeurde, zelfs al zondigde niet iedereen op dezelfde manier of beging niet iedereen dezelfde soort zonde als Adam, toch zondigden we allemaal. Allen hebben dus gezondigd en allen kregen we de uiterste vorm van scheiding toebedeeld: de dood.

Ezechiël 18:4 verduidelijkt de uitspraken die ik zojuist deed, een beetje. God is de Spreker.

Ezechiël 18:4 Zie, alle zielen [doelend op levens] zijn van Mij, zowel de ziel van de vader als die van de zoon zijn van Mij; de ziel die zondigt, die zal sterven.

Zonde wordt door iemand die zondigt, overgedragen. Iedere persoon begaat dan zijn eigen zonden en ieder verdient van God te worden afgescheiden, en ieder sterft dientengevolge. De ziel die zondigt, die zal sterven. Zonde doodt. Scheiding en dood worden allemaal individueel verdiend.

We slaan nu Genesis 3 op, omdat we een ander deel van de scheidingsvergelijking willen bezien.

Genesis 3:1 De slang nu was het listigste van alle dieren des velds, die de HERE God gemaakt had; en zij zeide tot de vrouw: God heeft zeker wel gezegd: Gij zult niet eten van enige boom in de hof?

Genesis 3:8 Toen zij het geluid van de HERE God hoorden, die in de hof wandelde in de avondkoelte, verborgen de mens en zijn vrouw zich voor de HERE God tussen het geboomte in de hof.

Genesis 3:12-13 Toen zeide de mens: De vrouw, die Gij aan mijn zijde gesteld hebt, die heeft mij van de boom gegeven en toen heb ik gegeten. 13 Daarop zeide de HERE God tot de vrouw: Wat hebt gij daar gedaan? En de vrouw zeide: De slang heeft mij verleid en toen heb ik gegeten.

Genesis 3:24 En Hij verdreef de mens en Hij stelde ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een flikkerend zwaard, dat zich heen en weer wendde, om de weg tot de boom des levens te bewaken.

Dit helpt te begrijpen waarom de mens van God afgescheiden is. In die verzen die ik zojuist las, zien we een proces bestaande uit vier stappen. (1) Adam en Eva werden in de hof geplaatst. (2) Ze worden door Satan beïnvloed tot zondigen; hij deed zonde logisch, rationeel lijken en daarom verstandig voor hun verlangens. (3) Toen ze met God geconfronteerd werden om rekenschap af te leggen, rechtvaardigden ze zichzelf door de schuld op elkaar of op iemand anders af te schuiven. (4) Er wordt een oordeel geveld. Het vonnis wordt uitgesproken en ze zijn afgescheiden van God.

Nogmaals, vergeet niet wat we in Romeinen 5 leerden, dat door Adam en Eva, omdat de gehele mensheid in die twee mensen aanwezig was, de gehele mensheid in dit oordeel betrokken is.

Ziet u de basis voor het oordeel? Zij zondigden in weerwil van wat God had gezegd. Er is geen aanduiding die op spijt wijst. In plaats daarvan is er een gevoel van schuld en angst (waarom verborgen ze zich anders?) gevolgd door zelfrechtvaardiging. Er is niets dat erop wijst dat zij wensten dat de afscheiding en de begane zonde zouden worden genezen. Nogmaals, gemeente, wij hebben allemaal in dezelfde geest hetzelfde algemene patroon gevolgd, en verdienden dezelfde afscheiding als Adam en Eva. Adam en Eva waren de eersten die zondigden en introduceerden daarmee de zonde aan de mensheid. In zekere zin waren zij de deur en Satan was aanwezig om die te openen, en hij deed dat ook.

We gaan nu weer naar het Nieuwe Testament, naar een brief van Paulus.

1 Corinthiërs 2:9-11 Maar, gelijk geschreven staat: Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben. 10 Want óns [Zijn verwekte kinderen] heeft God het geopenbaard door de Geest. Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods. 11 Wie toch onder de mensen weet, wat in een mens is, dan des mensen eigen geest, die in hem is? Zo [of op dezelfde manier] weet ook niemand, wat in God is, dan de Geest Gods.

1 Corinthiërs 2:13-14 Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die niet door menselijke wijsheid, maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij het geestelijke met het geestelijke vergelijken. Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.

Door die oorspronkelijke zonde, oordeel en afscheiding is de mens gedoemd geweest culturen voort te brengen gebaseerd op zijn eigen redeneringen, omdat de toegang tot de boom des levens en de Heilige Geest afgesneden was. Er ontbreekt dus een dimensie aan het menselijk redeneringsproces ongeacht hoe intelligent iemand is, ongeacht zijn academisch niveau, ongeacht de religies waar hij deel van uitmaakt. Als hij geen verbinding met God heeft, ontbreekt hem een dimensie in zijn denken, en dat is de geestelijke dimensie die van God komt.

Ik moet die aanduiden als de geestelijke dimensie die van God komt, omdat de mens een geest heeft, en demonen hebben een geest, en demonen zijn door een geest in staat met de mens te communiceren, zodoende kan de mens door hun geest worden beïnvloed en dat zal een slechte invloed zijn. Maar de mens heeft geen verbinding met God, omdat hij door de zonde — zijn eigen zonde — van God afgescheiden is.

Niet in staat te zijn langs werkelijk geestelijke lijnen te denken, op een manier die werkelijk betekenis heeft is van zo'n groot belang dat er in vers 14 staat:

1 Corinthiërs 2:14a Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid ...

Hij heeft er geen vat op! De mens kan er enkele stukjes van krijgen, maar omdat de Geest van God er niet is om alles op de juiste manier binnen de juiste context met elkaar in verband te brengen, blijft hij almaar met de verkeerde antwoorden komen. Daarom staat er: "Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben." De scheiding kan alleen maar groter worden, tenzij God Zelf de kloof overbrugt, omdat de mens, zoals de geschiedenis laat zien, het uit zichzelf niet zal doen. In feite kan hij het niet eens. Zelfs al beschikt de onbekeerde mens dus over een geestelijke capaciteit, deze is te beperkt en wordt heel gemakkelijk overmeesterd door Satan en praktisch volledig misleid.

We slaan Romeinen 5 weer op. Voordat we dat gaan lezen, wil ik dat u begrijpt, dat — zoals de manier van de bijbel is — niet elk aspect van dit oordeel en hoe het zijn invloed op de mens heeft, in dit ene schriftgedeelte wordt weergegeven. Met schriftgedeelte bedoel ik in dit geval het gehele hoofdstuk Romeinen 5.

Romeinen 5:15-19 Maar het is met de genadegave niet zo als met de overtreding; want, indien door de overtreding van die ene zeer velen gestorven zijn, veel meer is de genade Gods en de gave, bestaande in de genade van de ene mens, Jezus Christus, voor zeer velen overvloedig geworden. 16 En het is met het geschenk niet zo als door het zondigen van één; want het oordeel leidde van één overtreding tot veroordeling, maar de genadegave van vele overtredingen tot rechtvaardiging. 17 Want, indien door de overtreding van de ene de dood als koning is gaan heersen door die ene, veel meer zullen zij, die de overvloed van genade en van de gave der gerechtigheid ontvangen, leven en als koningen heersen door de ene, Jezus Christus. 18 Derhalve, gelijk het door één daad van overtreding voor alle mensen tot veroordeling gekomen is, zo komt het ook door één daad van gerechtigheid voor alle mensen tot rechtvaardiging ten leven. 19 Want, gelijk door de ongehoorzaamheid van één mens zeer velen zondaren geworden zijn, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van één zeer velen rechtvaardigen worden.

Gods oplossing voor de scheiding van de mens met Hem is dat evenals de mens door één mens van God werd afgescheiden, hij ook door één mens — Jezus van Nazaret — met Hem verzoend zou worden. Maar er zijn enkele tegenstellingen met Adam. Adams zonde en dood beïnvloedden de gehele mensheid uiteindelijk min of meer automatisch, omdat zondigen zo'n gemakkelijk begaanbare weg is en Satan in beeld is. Christus leefde echter rechtvaardig, zondigde zelfs niet één keer, en omdat Hij zo leefde en omdat Hij God was, onze Schepper in het vlees, is Zijn dood meer dan voldoende om alle zonden van de gehele mensheid te bedekken, zodat er verzoening tot stand kan worden gebracht. Maar wat Hij deed, beïnvloedt de gehele mensheid niet automatisch.

De verblindheid en stijfkoppigheid van de mens is zo ondoordringbaar, dat tenzij God Zichzelf openbaart en laat zien dat Hij open staat voor verzoening en de mens tot geloof leidt en het schuldgevoel de juiste richting uit stuurt die leidt tot berouw en bekering zonder zelfrechtvaardiging, er geen verzoening zal plaatsvinden. God moet Zichzelf niet alleen openbaren, Hij moet een wonder verrichten dat ons denken verandert.

Er is verzoening nodig als partijen het niet met elkaar eens zijn en gewoonlijk hebben in zo'n geval beide partijen het bij het verkeerde eind; beide moeten offers brengen om tot een compromis te komen. Maar in het geval met God (één van de partijen) deed God absoluut niets verkeerds. De oorzaak van de scheiding en de behoefte aan verzoening lagen geheel aan één kant — de mens. "Allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods."

God laat mensen niet zondigen, maar Hij geeft hun de gelegenheid te zondigen, een keuze te maken, en we hebben het allemaal gedaan. Om aan onze zwakheden, onze stijfkoppigheid, onze misleiding, enzovoort, tegemoet te komen, doet God de eerste stap om de kloof te overbruggen en offert datgene op dat Hem het meest nabij is en Hem het kostbaarst is — het enige Wezen in de gehele schepping waar Hij werkelijk het leven mee kon delen.

Denk nog eens aan de wederkerigheid. Er kan geen verzoening plaatsvinden, tenzij er een reactie van onze kant komt.

Paulus' hoofddoel is geweest een stevige legale basis voor rechtvaardiging te leggen, en vandaar verzoening met God door genade, door geloof, in het zondeloos leven en de dood van Jezus Christus. Als er eenmaal verzoening tot stand is gebracht, kan de heiliging echt beginnen. Maar evenals toen de mens tot berouw en bekering werd geleid doordat God wonderen in zijn denken (de wederkerigheid — een verandering van denken) tot stand bracht, zo moet — wil de heiliging doorgaan — de mens zijn reactie almaar door, zonder ophouden, blijven geven. Laten we Johannes 6 opslaan zodat we kunnen zien hoe dit mogelijk is.

Johannes 6:25-29 En toen zij Hem aan de overkant der zee vonden, zeiden zij tot Hem: Rabbi, wanneer zijt Gij hier gekomen? 26 Jezus antwoordde hun en zeide: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, gij zoekt Mij, niet omdat gij tekenen gezien hebt, maar omdat gij van de broden gegeten hebt en verzadigd zijt. [Hij had pas de vijfduizend te eten gegeven.] 27 Werkt niet om de spijs, die vergaat, maar om de spijs, die blijft tot in het eeuwige leven, welke de Zoon des mensen u geven zal; want op Hem heeft God, de Vader, zijn zegel gedrukt. 28 Zij zeiden dan tot Hem: Wat moeten wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken? 29 Jezus antwoordde en zeide tot hen: Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem, die Hij gezonden heeft.

Deze mensen probeerden Hem met geweld te nemen en Hem tot hun koning aan te stellen. Het was nog niet de juiste tijd en Hij verwierp dat dus terstond. Maar de volgende dag vonden de menigten Hem weer en toen vond het zojuist gelezene plaats.

Het onderwijs waar het hier om draait is dat "u gelooft". Dit is een algemene, globale uitspraak die laat zien wat het probleem met de mens sinds Adam en Eva is geweest. Vanwege dit probleem, laat het ook de behoefte aan verzoening zien. Omdat Adam en Eva God niet geloofden, zondigden zij en zodoende scheidden ze zich af van God en zo is het met de gehele mensheid geweest. Daar ligt de oorzaak van het probleem. Wij geloven God niet werkelijk. Wij (binnen de kerk) zijn al enigszins op de goede weg, maar dat blijft nog steeds het probleem.

Geloven impliceert onderwerping; dus als iemand echt gelooft, zal hij zich onderwerpen en gehoorzamen. Jammer genoeg keken deze mensen hier in Johannes 6, evenals het grootste deel van de mensheid, uit naar een of andere magische formule. Ze wilden de goede dingen in het leven zonder van hun kant iets te hoeven doen om ze te krijgen, en Jezus drong tot de kern door. Hij gaf hen één taak: een gehoorzame houding ten opzichte van Gods wil die tot behoud zou leiden.

Begrijpt u dit? Geloven is een taak, een werk. Geloven is een offer dat de mens moet brengen en we zullen voortdurend met dit punt te maken hebben. Daarmee bedoel ik niet dat dat elke dag opnieuw op een reusachtige manier tot uiting zal komen, maar het zal voortdurend op ons pad komen.

2 Corinthiërs 5:16-21 Zo kennen wij dan van nu aan niemand naar het vlees. Indien wij al Christus naar het vlees gekend hebben, thans niet meer. 17 Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen. 18 En dit alles is uit God, die door Christus ons met Zich verzoend heeft en ons [doelend op Paulus, de apostelen en ook de kerk] de bediening der verzoening gegeven heeft, 19 welke immers hierin bestaat, dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was, door hun hun overtredingen niet toe te rekenen, en dat Hij ons het woord der verzoening heeft toevertrouwd. 20 Wij zijn dus gezanten van Christus, alsof God door onze mond u vermaande; in naam van Christus vragen wij u: laat u met God verzoenen. 21 Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem.

Die laatste zin is heel belangrijk voor ons die hier aanwezig zijn. Het gevolg van geloof is verzoening met God. Het gevolg van geloof is éénwording met God, omdat als we werkelijk geloven, we dan ook gehoorzamen.

De relatie verandert door geloof, omdat door berouw en bekering iemands visie op God en het leven verandert. Men zal niet langer het leven vanuit dezelfde oude, zelfgerichte manier benaderen. Met geloof begint het perspectief te veranderen naar een leven dat op God is gericht, en stapje voor stapje zal alles in het leven gefilterd worden door het woord van God en het Koninkrijk van God.

Andere mensen zullen door ons niet meer zo gauw worden beoordeeld op basis van ras, etniciteit of sociale status, maar veeleer of ze wel of niet bekeerd zijn. Dat is de manier waarop wij de dingen bekijken. Is men bekeerd of niet? Iemands kijk op Christus verandert ook. Christus wordt veel meer iemands Schepper, Verlosser, Hogepriester, Broeder en Vriend. Hij wordt werkelijk gezien als levend in ons door Zijn Geest, en we hebben gemeenschap met Hem.

Deze dingen kunnen een reusachtige invloed hebben op het leven van iemand die zich bekeert, omdat hij het werkelijk gaat begrijpen — dat God, te beginnen met Christus, een nieuwe orde, een nieuw ras kinderen schept, dat aan Zijn familie wordt toegevoegd. We zijn nu Hem verantwoording schuldig.

Begrijp alstublieft dat verzoening niet slechts een beleefd geen aandacht meer schenken aan vijandigheid is, maar een totale verwijdering van vijandigheid van Gods kant, zodat er een levende relatie kan ontstaan die heiliging voortbrengt opdat men eeuwig binnen deze nieuwe schepping kan leven en deelnemen aan wat daarin gebeurt.

Iemand "in Christus" is een nieuwe schepping. Hij is niet slechts verbeterd of veranderd, maar geestelijk is hij opnieuw gemaakt. Het soort wereld waarin wij leven is afhankelijk van wat we geloven, omdat wat we geloven vormt geeft aan ons perspectief op alle dingen.

Gemeente, dit is uiterst belangrijk, omdat we voorheen alleen maar werden beïnvloed door de geest van Satan, en die geest overdrijft de liefde voor het eigen ik en trots. Nadat God ons de ogen geopend heeft en we in Hem zijn gaan geloven, berouw hebben gekregen en Gods Geest hebben ontvangen, verandert het perspectief in een op anderen gericht perspectief dat geheel om God draait.

Let erop dat het in deze zes verzen God de Vader is die de verzoening tot stand brengt. Jezus Christus is de tussenpersoon die het uitvoert en het resultaat is vergeving. Het resultaat is een op weg gaan naar eenheid, en uit dit proces komt onze verantwoordelijkheid voort om dezelfde boodschap naar anderen te brengen, voornamelijk door ons gedrag. Het doel is niet alleen dat we met God verzoend worden, maar dat we "de gerechtigheid Gods" worden. Dat is het doel van verzoening.

Van tijd tot tijd zult u horen dat iemand het evangelie "het evangelie des vredes" noemt, en dat is inderdaad het geval, omdat dat zo wordt gezegd in Efeziërs 6:15, maar de vrede is alleen tussen God en Zijn kinderen. De rest van de wereld is nog steeds van Hem afgescheiden en in oorlog met Hem.

Nadat hij in vers 21 heeft gezegd dat "wij gerechtigheid Gods zouden worden" gaat Paulus in hoofdstuk 6 verder met:

2 Corinthiërs 6:1 Maar als medewerkers (Gods) vermanen wij u ook de genade Gods niet tevergeefs te ontvangen,

Let erop dat we met God moeten werken. We moeten met God meewerken.

Dit brengt Gods doel met onze verzoening met Hem onder woorden. Wij kunnen verzoend worden omdat Christus perfect aan het menselijk leven deelnam en Hij nam door Zijn offer onze plaats in, waardoor vergeving mogelijk werd. Dit op zijn beurt opent de deur tot heiliging, en door heiliging zullen we één met God worden.

Dit heiligingsdeel van onze bekering is verreweg de langstdurende en zwaarste ervaring in ons leven. Het doel ervan, gemeente, is dat we niet alleen maar legaal rechtvaardig worden door wat Christus deed, maar ook praktisch rechtvaardig; dat is dus in de praktische manier waarop we ons leven leiden, en het doel daarvan is dat we op God gaan gelijken en voor eeuwig deel van Zijn familie zullen uitmaken. Paulus spoort ons aan dit te begrijpen en geen gelegenheid voorbij te laten gaan zonder dat dit doel in vervulling gaat.

Een hoofdreden voor de Verzoendag en het vasten dat we daarop doen, is gerelateerd aan de omstandigheden van Jezus' uitspraak. Deze mensen zochten God voor totaal de verkeerde reden. Zij wilden God voor hun doeleinden gebruiken, niet om Hem en Zijn doel te dienen, maar door Hem gediend te worden. Dat openbaart hun zelfgerichtheid.

Er is een heel duidelijke relatie tussen hoe tieners zich ten opzichte van hun ouders gedragen als zij in die periode van bijzondere opstandigheid verkeren, en de manier waarop wij ons vaak ten opzichte van God gedragen. Tieners weigeren te geloven dat hun ouders werkelijk weten wat er gaande is. "Ach, het zijn maar ouwe zeuren." Ze veronderstellen dat hun ouders niet weten waar ze het over hebben. Ze denken dat hun ouders hen er alleen maar van weerhouden plezier te hebben en dat hun ouders gewoon niet "van deze tijd" zijn.

Laten we eens twee vragen en hun antwoorden bekijken. Dit zijn vragen die u zelf moet beantwoorden.

Wat is de basis van uw relatie met God?

Waarom is het niet geloven van God zo'n ernstige zaak?

Weigeren God te geloven maakt ons schuldig aan het belasteren van Zijn rechtvaardig karakter alsof Hij niet weet waar Hij het over heeft. Dat is laster! Dat is een aanval op Zijn integriteit. Het is zo'n ernstige zaak omdat ongeloof Zijn alwetendheid of Zijn rechtvaardigheid ter discussie stelt.

Heeft uw verzoening met Hem geresulteerd in groter geloof en vertrouwen? Is er daardoor minder weerstand bij u om u aan Hem te onderwerpen? Ongeloof weerhoudt ons ervan één met Hem te zijn. Toen Adam en Eva God niet geloofden, werden ze van God afgescheiden. Als ze Hem geloofd zouden hebben, zouden ze Hem hebben gehoorzaamd en zouden ze nooit van God afgescheiden zijn. Het is zo'n eenvoudige vergelijking.

Eén van de oplossingen is om Satan uit de weg te werken. Het is vanuit Genesis 3 duidelijk dat noch Satan, noch Adam, noch Eva het met God eens waren. Als ze dat wel waren geweest, hadden ze niet gezondigd, maar evenals tieners dachten ze het beter te weten. Hun trots zette hen op tegen Gods bestuur en bracht de behoefte aan verzoening teweeg.

Jesaja 58:3 Waarom vasten wij, als Gij er toch niet op let: verootmoedigen wij ons, als Gij er toch geen acht op slaat? Zie, op uw vastendag doet gij zaken en drijft gij al uw arbeiders aan.

Ja, ze vastten. Evenals in hoofdstuk 1, hanteerden ze de vaste regels. Ze voerden de ceremonie uit. Dat gehoorzaamden ze, maar waar was hun denken mee bezig?

Jesaja 58:4-8 Zie, tot twist en tot strijd vast gij en om te slaan met snode vuist; gij vast heden niet om uw stem in den hoge te doen horen. 5 Zou dit het vasten zijn, dat Ik verkies, een dag, waarop de mens zichzelf verootmoedigt: dat hij zijn hoofd laat hangen als een bieze en zich rouwgewaad en as tot een leger spreidt? Noemt gij dat een vasten, dat een dag die de HERE welgevallig is? 6 Is dit niet het vasten dat Ik verkies: de boeien der goddeloosheid los te maken [dat is de zonde los te laten], de banden van het juk te ontbinden, verdrukten vrij te laten en elk juk te verbreken? 7 Is het niet, dat gij voor de hongerige uw brood breekt en arme zwervelingen in uw huis brengt, ja, als gij een naakte ziet, dat gij hem bekleedt en u niet onttrekt aan uw eigen vlees en bloed? 8 Dan zal uw licht doorbreken als de dageraad en uw wond zich spoedig sluiten; uw heil zal voor u uit gaan, de heerlijkheid des HEREN zal uw achterhoede zijn.

Er is een globaal probleem met de mens en met de mensheid. Dat is één van de dingen die leiden tot ongeloof. De mens is niet nederig. Hij denkt dat hij het reeds weet. Hij is net als de tiener die slechts veertien of vijftien jaar oud is en reeds denkt over alle waarheid te beschikken. Zij weten echt wat er gaande is. Dat is de manier waarop Adam en Eva zich gedroegen, en dat is de manier waarop de gehele mensheid zich ten opzichte van God en Zijn woord gedraagt.

Omdat de mens niet nederig is, wil hij zich niet aan God, aan Gods weg of aan Gods autoriteit onderwerpen. Alleen als we denken dat we niet veel weten, dat we niet alles weten, of ons hulpeloos en zwak voelen en in een hoek gedrukt, dan willen we luisteren. Gemeente, als we dit begrijpen, zien we dat dit een hoofdreden is dat er zoveel pijn over de wereld zal komen in de verdrukking en de dag des Heren.

We zijn zover gekomen dat we het niet alleen maar intellectueel met God eens zijn, maar ook het geloof voelen dat voortkomt uit een overtuiging dat Hij het bij het juiste eind heeft! Zolang we het niet met Hem eens zijn, zullen we voor altijd in een toestand van ontkenning blijven steken.

De context van dit hoofdstuk laat zien dat de mensen, evenals in hoofdstuk 1, alleen maar door de formaliteiten gingen. Dat doen is onvoldoende en zonder betekenis, omdat het geen verandering in iemands leven teweegbrengt. Die wordt voortgebracht door een zich duidelijk wenden tot God teneinde te zien hoe de dingen vanuit Zijn perspectief gedaan moeten worden. Paulus zegt dus in Filippenzen 2:5: "Laat die gezindheid bij u zijn ..." Dat is in het Nederlands niet helemaal juist vertaald. Een betere vertaling zou zijn: "Laat die gezindheid in u blijven ..." Met andere woorden, laat die er altijd zijn.

Vasten zou moeten helpen iemand in staat te stellen verzoend met God te blijven door die persoon te helpen om te weten en te voelen wat hij is in vergelijking met God. Het doel ervan is iemand in staat te stellen zijn behoefte zowel te voelen als te begrijpen, niet om met zijn discipline indruk op God te maken. God kijkt niet uit naar mensen die alleen maar gedisciplineerd zijn. De Farizeeën waren gedisciplineerd. Zij vastten tweemaal per week.

Gemeente, God kijkt uit naar mensen die het snappen! Zij weten dat onderwerping liefde is, en dat betekent onderwerping aan alles wat God zegt. Gemeente, daarom duurt de periode van heiliging zo lang. Deze duurt zo lang om te leren en de veranderingen aan te brengen.

Een ander aspect is dat we geen leven in ons zelf hebben. Zelfs het leven dat we nu hebben komt tot een eind. Begrijpen we dat, gemeente? Geloven we dat? Ik hoop dat er niets is overgebleven van die leerstelling over de "onsterfelijkheid van de ziel" waarmee we in de kerk komen. Die is gewoon niet waar. Als de mens sterft, is hij dood. De gedachtenprocessen van de mens stoppen. Hij is zich nergens meer van bewust. We gaan sterven.

Het leven kan zo goed zijn! Willen we zo'n soort leven niet eeuwig leiden? Er is een manier waarop dat kan. God laat ons de weg daartoe zien, maar we moeten dat geloven om dat in de praktijk te gaan brengen, daar gereed voor te komen.

Vasten is ongetwijfeld een onaangename ervaring. Het vereist geloof, discipline en wilskracht. Het is niet gemakkelijk tegen de menselijke natuur in te gaan, die ons voortdurend toeroept voor onszelf te zorgen. En boven alles wil die dat we onszelf fysiek in stand houden. Het is heel belangrijk voor ons om dit zelfgerichte monster tevreden te willen stellen.

Maar gemeente, dat is in principe precies wat Adam en Eva in hun zonde deden. Zij stelden hun natuurlijk verlangen tevreden op een tijd en bij een gelegenheid waarop ze het niet hadden moeten doen, omdat het tegen de wil van God in ging. Ze vonden zichzelf dus belangrijker dan Gods woord.

Eén van de goede kanten van vasten is dat het benadrukt dat we zelfs deze allersterkste drang om ons leven in stand te houden kunnen weerstaan. Kunnen we daaruit lering trekken? Dit is niet het hoofddoel, maar het is een punt dat er een rol bij speelt. Het hoofddoel is dat we leren afhankelijk van God te zijn en leren dat we behoefte hebben aan alle dingen waarin Hij zo overvloedig voorziet, opdat wij Hem gewillig en nederig zoeken en ons aan Hem onderwerpen.

De eerste zonde betrof een lichamelijk verlangen naar voedsel. Dat geeft fysieke kracht en voldoening. Als we ons lichaam voedsel ontzeggen, zullen we sterven. Vasten zou ons moeten helpen te beseffen hoeveel meer wij datgene nodig hebben waarin alleen God geestelijk kan voorzien, zodat wij kunnen leven zoals Hij leeft. In de Schriften wordt Gods woord getypeerd als "voedsel". Jezus is het brood des levens, maar de mens in zijn trots verwerpt Gods geestelijke voedsel door ervoor te kiezen het niet te geloven. Daarmee verheft hij zichzelf en komt tot het oordeel dat hij zich niet hoeft te onderwerpen. Per slot van rekening, zo redeneert hij, is dat niet zo belangrijk.

De mens heeft dus een vorm van godvruchtigheid door de formaliteiten uit te voeren, maar in zijn leven gebruikt hij Gods woord niet, en zonder Gods woord is er geen omgang en geen relatie met Hem, en zonder die relatie is er geen voortgang in het heiligingsproces. Zo iemand zal nooit één met God worden. Vasten kan iemand laten zien wat hij werkelijk is — een heel sterfelijk wezen dat alle hulp nodig heeft die het kan krijgen. Het dient ertoe ons eraan te herinneren dat we nog vleselijk zijn en hoeveel van onze tijd opgaat in het verzorgen van onszelf. Hoe bijzonder zelfgericht we zijn als we ons in het nauw voelen gebracht.

Gemeente, Pascha is het begin van behoud. Verzoening — eenwording — is het eindpunt. Dit alles wordt teweeggebracht door geloof dat door nederigheid ondersteund en gemotiveerd wordt. Vasten speelt daar een rol in, in het bijzonder in het laatstgenoemde aspect, en daarom roept Hij ons op de Verzoendag speciaal op om te vasten.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)