Unity  


Eenheid -- We moeten bewust voor eenheid kiezen

Door John W. Ritenbaugh
4 juni 2006

Samenvatting: (toon)

John Ritenbaugh suggereert dat het symfonieorkest misschien wel de meest verfijnd afgestemde metafoor van eenheid en samenwerking is die ooit door de mens is bedacht, en toch vergeleken met Gods prestaties op cellulair en multi-cellulair niveau (één menselijk lichaam bevat meer dan honderd biljoen cellen die door ingewikkeld DNA, RNA en andere complexe genetische codes zijn geprogrammeerd) zijn wij mensen nog niet verder gekomen dan de zandbak in termen van samenwerking en samenhang. Een van de belangrijkste metafoors van eenheid is de opgestane Christus als het hoofd van het menselijk lichaam waarbij elk van ons een andere functie vervult. De kerk van Christus is als één enkel lichaam met vele ledematen en vele organen. God heeft elk deel de plaats toegewezen die Hij wilde. De huidcel is niet hetzelfde als de oogcel. We worden aangespoord te wandelen in overeenstemming met de roeping waartoe we geroepen werden, in het besef dat onze persoonlijke relatie met het Hoofd ons in staat stelt één met elkaar te zijn. Het symfonieorkest kan alleen maar als iedere instrumentalist zich aan de dirigent onderwerpt en opofferend samenwerkt met de andere leden van het orkest een werk goed uitvoeren.


We gaan deze preek beginnen met een heel bekend schriftgedeelte voor deze dag. Dit zal ons lanceerplatform worden.

Handelingen 2:1 En toen de Pinksterdag aanbrak, waren allen tezamen [Statenvertaling: eendrachtelijk] bijeen.

Deze mededeling van God markeert het officiële begin van de kerk en dat begin werd door Hem gemarkeerd door tekenen en wonderen die heel wat aandacht trokken naar wat er gaande was. Hij had al heel lang naar dit moment toegewerkt — in feite om precies te zijn sinds Adam en Eva. Ik wil de aandacht vestigen op de houding waarmee dit begon. Het begon met een eenheid van geest, en dat is een standaard voor ons die wij moeten proberen te bereiken, om te worden zoals het in de kerk uit de eerste eeuw was toen deze begon.

Dit betekent niet dat deze mensen niet meer dan klonen van elkaar waren, maar veeleer richt het de aandacht op hun mentale toestand in termen van religie. Ook dat was een wonder. Ik weet niet of er enig ander gebied is van sociale ervaring in deze wereld waarop er meer verdeeldheid is dan op het gebied van religie, maar deze groep was één van zin. Ze hadden ongetwijfeld verschil van mening over vele dingen, maar één ding is zeker, zij waren allen eendrachtig met betrekking tot hun relatie met God.

Ik ga een scheppingsprincipe illustreren waaraan we volgens mij vaak moeten denken om het vers in ons geheugen te houden — een gevoel van verwondering over het buitengewone genie en het buitengewone liefhebbende karakter van het denken dat alle dingen schiep. Ik wil met deze preek helpen een juist gevoel van begrip te herstellen als we eraan herinnerd worden hoe onbelangrijk we zijn en dat we toch verantwoording schuldig zijn aan dat Wezen. Ik hoop dat deze preek zal helpen om duidelijker in beeld te brengen wat die verantwoordelijkheden zijn, zodat we beter toegerust zullen zijn om daaraan te voldoen.

Deze preek begon toen Evelyn en ik een orkestuitvoering op televisie volgden. De gedachte aan de eenheid die het orkest nodig had om een goede uitvoering te geven, maakte indruk op haar en ze zei dit daarna tegen mij.

Een volledig symfonieorkest bestaat uit meer dan honderd leden geleid door slechts één dirigent. Het bestaat uit een groot aantal en een grote variatie aan snaarinstrumenten, zoals violen, cello's, contrabassen en harpen, en afhankelijk van de compositie die ze uitvoeren heb ik zelfs gitaren, banjo's en mandolines gebruikt zien worden. Ook zijn er blaasinstrumenten, zoals klarinetten, saxofoons, fagotten, hobo's, fluiten en soms zelfs piccolo's.

Dan zijn er ook nog de koperinstrumenten, bestaande uit trombones, trompetten en kornetten. Er zijn veel trommels, cymbalen en zelfs een rinkelende triangel, een xylofoon en altijd één of twee piano's. Ik heb bij sommige composities een orgel gezien en zoals bij de Messiah, een klavecimbel. Soms, zoals bij een opera, wordt het mooiste van alle muzikale instrumenten toegevoegd. Een hele verzameling van menselijke stemmen, mannelijke en vrouwelijke, wordt aan het geheel toegevoegd, en bij andere gelegenheden, zoals bij vocale concerten, maken honderden menselijke stemmen — bas, bariton, tenor, alt, sopraan — het geheel compleet.

Al deze verschillende delen met hun veelheid aan geluiden worden samengevoegd, beginnend en eindigend, harmoniserend en contrasterend. Sommige geluiden zijn subtiel en vloeiend, andere zijn bombastisch en kloppend om een bepaalde stemming te creëren, maar ze werken allemaal onder leiding van één persoon om het geheel van de schepping van de componist ten gehore te brengen.

Al kan onze muzikale smaak verschillen, toch bewonderen en appreciëren we de vaardigheid van de uitvoerenden. Toch zijn er momenten — als we wat dieper nadenken — dat we de vaardigheid en de visie van de componisten appreciëren en ook de vergelijkbare vaardigheid van de dirigent en de spelers om deze wonderlijke ervaring voor u en mij ten gehore te brengen.

Het kan zijn dat er enkele muziekstukken zijn die we bijzonder graag horen. We zullen er geregeld naar luisteren en het is heel waarschijnlijk dat we niet eens de namen van de uitvoerenden kennen. In feite is het mogelijk dat we niet eens de naam van de dirigent van de groep vakkundige musici kennen, maar we weten gewoonlijk wel wie de componist is. Zijn naam kan vreemd zijn voor ons. Het kan zijn dat hij eeuwen geleden leefde en stierf. De naam kan Beethoven, Brahms, Bach of Mozart zijn, of Sibelius, Haydn, Grieg, Mendelssohn, Wagner, Verdi of Strauss, maar de naam is in ons geheugen gegrift vanwege ons behagen in zijn schepping.

Zo zou het bovenal met God moeten zijn. Wat Hij heeft geschapen is veel complexer en schitterender in de ingewikkeldheid van ontwerp en de interactie van heel wat meer delen teneinde het ontzagwekkende doel tot uiting te brengen waarvoor Hij alle dingen ontworpen en geschapen heeft. Een orkest is een duidelijk voorbeeld van iets dat de mens heeft ontworpen en samengesteld om iets moois tot stand te brengen. Bij tijden is dat stimulerend, op andere momenten is het kalmerend, maar hopelijk altijd in een bepaalde mate prettig door een complex arrangement van samenwerking.

Maar hoe komt de eenheid van een orkest overeen met iets waar we allemaal mee bekend zijn, iets dat God heeft gemaakt? Met het menselijk lichaam? Hoe steekt een orkest af tegen het menselijk lichaam?

Psalm 139:14 Ik loof U, omdat ik gans wonderbaar ben toebereid, wonderbaar zijn uw werken; mijn ziel weet dat zeer wel.

Ik wil dat ook voorlezen uit Het Boek. Daar staat het op een echt interessante manier beschreven. David zegt tegen God: "Ik prijs U, omdat U mij zo prachtig hebt gemaakt. Alles wat U doet, is wonderbaarlijk." En dat is zo. Hoe wist David dat? Voor zover wij weten had hij niet de beschikking over een microscoop, en er werden in die tijd geen gedetailleerde autopsies gedaan op lijken, waarbij ieder deeltje werd onderzocht. Maar David stond dicht genoeg bij God om dat niet nodig te hebben. Hij hoefde niet meer te doen dan naar de buitenkant te kijken, na te denken over zijn ogen, zijn oren, zijn haar en te denken over de vaardigheden die hij in zijn vingers had om te weten dat alles vanuit zijn hersenen voortkwam. Daarom zonder het zelfs te hebben gezien, moet hij hebben geweten: "Fantastisch! Wat een geweldig denkvermogen heb ik, en dat was helemaal ontworpen en samengesteld door mijn God, mijn Vader in de hemel."

Er is nog een andere interessante gedachte hierover die door Paulus in Efeziërs 5:29 tot uitdrukking wordt gebracht, in zijn onderwijs over de relatie van de mens met God en de kerk.

Efeziërs 5:29 want niemand haat ooit zijn eigen vlees, maar hij voedt het en koestert het zoals Christus de gemeente,

Ja, we hebben onszelf lief en op een bepaalde manier zijn we bekend met onszelf, met ons lichaam. We kijken er praktisch dagelijks met een bepaalde mate van zorg naar of naar een bepaald gedeelte ervan. Het kan zijn dat we niet leuk vinden wat we zien en daarom zijn we er voortdurend opuit het op een of andere manier te veranderen. Het is ook mogelijk dat we geweldig tevreden zijn met wat we zien en we vechten er voortdurend voor om het te beschermen tegen achteruitgang. Het gaat van het ene uiterste naar het andere. Laat me u de volgende vraag stellen: Hoe vaak hebt u ooit nagedacht over de eenheid waarmee het lichaam werkt?

DNA is iets dat in deze tijd vaak in het nieuws komt. Bent u zich ervan bewust dat als u in de spiegel naar uzelf kijkt, dat u slechts een heel klein deel ziet van de ongeveer 100 biljoen cellen die ons lichaam vormen en het in leven houden? Ik zei niet één miljoen, één miljard, of zelfs 100 miljard; ik zei 100 biljoen. Dat is een indrukwekkend getal, in het bijzonder als we het vergelijken met de ongeveer 100 musici die in een symfonieorkest samenwerken, of de elf mannen in een voetbalteam, of de vijf personen in een basketbalteam. Kunt u ook maar enigszins bevatten hoeveel één biljoen is?

Een seconde is iets waar we bekend mee zijn. Dat is iets moois en kleins. Er zijn 60 seconden in een minuut. Er zijn 3.600 seconden in één uur. Eén dag bestaat uit 86.400 seconden. Een week telt 604.800 seconden. Een jaar van 365 dagen telt 31.536.000 seconden. We zijn nog lang niet bij 1 biljoen en er is al een jaar voorbij.

De volgende getallen die ik geef, zijn een redelijk nauwkeurige benadering. Eén miljard seconden is 31,7 jaar, dat is 31 jaar, 8 maanden en 16 dagen. Met andere woorden één miljard seconden geleden was het september 1974. Tien miljard seconden geleden (317 jaar) was het 1689. Honderd miljard seconden geleden (3171 jaar) was het 1165 voor Christus (13 jaar na de dood van Gideon en 14 jaar voordat Jefta richter werd over Israël). Tweehonderd miljard seconden geleden was het 4336 voor Christus, dus meer dan 300 jaar voor de schepping.

Eén biljoen seconden is 1.000 miljard seconden, en hoe kort één seconde ook duren mag dit ontzagwekkende aantal seconden is een periode van 31.700 jaar, voor de mens een onvoorstelbare lange periode. Laat staan honderd biljoen seconden, een periode van 3.170.000 jaar.

Ons lichaam bestaat uit honderd biljoen cellen die in een wonderbaarlijke harmonie samenwerken om ons leven te ondersteunen en te beschermen. In één bepaald opzicht zijn alle cellen precies gelijk. We zouden ze ons kunnen voorstellen als een ballon gevuld met een vloeistof waarin centraal een klodder materie aanwezig is die we een kern noemen. Maar als we die nader gaan analyseren, worden cellen opeens heel anders en uitzonderlijk complex om de functie waarvoor ze door de Schepper waren bedoeld te kunnen uitvoeren.

Op dezelfde manier lijken veel instrumenten in een orkest erg veel op elkaar in de manier waarop ze trillingen voortbrengen die we horen als er lucht in of door wordt geblazen. Bijvoorbeeld trompetten, trombones, kornetten, klarinetten, saxofoons, hobo's, fagotten, piccolo's en fluiten zijn allemaal blaasinstrumenten, maar ze zien er allemaal verschillend uit en elk van hen brengt een grote variëteit aan verschillende geluiden voort.

Al zorgt het DNA ervoor dat cellen van elkaar verschillen, of in bepaalde gevallen soortgelijk zijn, het DNA zorgt er ook voor dat iedereen fysiek hetzelfde is. Tegelijkertijd zorgt het ervoor dat elk van ons individueel fysiek verschillend is van ieder ander die ooit heeft geleefd of ooit nog zal leven. Hoorde u wat ik zei? Er heeft nooit een exacte copie van u geleefd en dat zal ook nooit gebeuren. Zoveel mogelijke verschillende combinaties van DNA zijn er. Dit komt door het ontzettend grote aantal DNA-combinaties dat God binnen wat Hij heeft geschapen, mogelijk maakt.

Ik zal u iets vertellen dat verbazingwekkend was. Evelyn en ik keken eens naar NCIS (National Criminal Intelligence Service); zij zijn altijd bezig met DNA-onderzoek. Eens, geloof het of geloof het niet, losten zij een misdaad op door onderzoek te doen naar het DNA van een plataan. Weet u wat die persoon zei over de plataan? Iedere plataan in de wereld is uniek. Neem dat goed in u op. Als platanen allemaal verschillend zijn, zelfs al zien ze er voor u en mij hetzelfde uit, geeft het ons ook de implicatie dat iedere eik verschillend is, en dat iedere den verschillend is, enzovoort, enzovoort. Met zo'n soort denken hebben we vandoen.

Toen God de dingen ontwierp, verdeed Hij Zijn tijd niet. De mens heeft geen excuus. Wij zijn uniek. Elk deel van ons lichaam werkt in harmonie om zeker te stellen dat wat Hij in ons geschapen heeft, voor alle eeuwigheid zo door zal gaan. Elk van Zijn kinderen zal hetzelfde karakter hebben, maar iedereen zal ook verschillend zijn. Wat een gezin! Ik moet dus tot de conclusie komen dat ook alle engelen verschillend zijn. Wat een ontzagwekkend denkvermogen!

Het kan als een verrassing voor u komen dat ieder mens die ooit heeft geleefd 98% van zijn DNA gemeenschappelijk heeft met een chimpansee. Nee, we zijn niet verwant.

Laat dit u eens enige tijd van uw stuk brengen. Weet u dat alle mensen die ooit hebben geleefd of ooit nog zullen leven in 99,9% van de gevallen precies hetzelfde DNA gemeenschappelijk hebben? Zo nauw zijn we verwant en toch zijn we allemaal uniek. Al deze grote aantallen combinaties die mogelijk zijn, worden door dat laatste tiende deel van één procent veroorzaakt. Dat brengt het geheel dus op 100 procent. We hebben met een geweldige mathematicus vandoen.

In de kern van elke cel zijn 46 chromosomen — 23 van de vader en 23 van de moeder. Het DNA maakt deel uit van de chromosomen en bevat de speciale genetische code die ons fysiek maakt tot het individu dat we zijn. Het kleinste chromosoom bevat 231 genen; het grootste 2.968.

DNA is gemodelleerd als een dubbele spiraal. De constructie ervan lijkt sterk op die van een ladder — het soort dat u en ik tegen ons huis plaatsen als we een klus aan het huis moeten doen. De zijkanten zijn door sporten met elkaar verbonden. Het DNA zit ook zo in elkaar, alleen die zijkanten zijn niet recht maar volgen een spiraal, en er zijn sporten die tussen de spiralen heen en weer gaan.

Er zijn drie miljard sporten in deze spiraalvormige ladder en daarin liggen alle combinaties verborgen die ons fysiek uniek maken. Elke sport bestaat uit vier basischemicaliën waarin vastligt hoe proteïne moet worden geproduceerd. Deze vier chemicaliën, die het basispaar heten, zijn in staat tot een ongelooflijk aantal combinaties. Deze chemicaliën brengen de genen voort en we hebben allemaal zo'n 30.000 genen. Elk gen bestaat uit een groot aantal combinaties van deze basischemicaliën. Het gemiddelde gen bestaat uit 3.000, maar het grootste bevat wel 2 miljoen basischemicaliën. De manier waarop het DNA geordend is maakt elk van ons uniek en niemands DNA is exact hetzelfde als dat van iemand anders.

Deze cellen zijn geschapen met het potentieel van al deze combinaties en het is zo interessant dat elke cel die wordt gemaakt op slechts één plaats in het lichaam kan functioneren. We komen nu aan bij het punt waarom ik deze uitgebreide les in wiskunde bracht. Als het bouwproces een cel maakt voor de huid, dan zal die ergens in de huid functioneren. Als die cel op de een of andere manier in het oog zou terechtkomen, zou het oog die cel doden. Hij hoort daar niet. Hetzelfde geld voor elk ander lichaamsdeel. Er is dus een harmonie, een samenwerking binnen het lichaam die er voor zorgt dat iedere cel op de juiste plaats terechtkomt en daar zijn functie uitvoert.

Deze ontdekkingen werden mogelijk gemaakt door het gebruik van een krachtige microscoop en de computer die bijhield wat er allemaal werd ontdekt. Het is niet mijn bedoeling dat u al deze getallen zult onthouden. Ik heb ze u alleen maar gegeven om onder de indruk te komen van de ongelooflijke kloof tussen de prestaties van God (zoals alleen al op dit ene gebied van Zijn schepping tot uiting komt) in vergelijking met onze nietige inspanningen, zelfs in het samenstellen van een symfonieorkest. De mens begint met reeds bestaande delen, terwijl God alles vanuit niets schiep.

Gemeente, de mens is in vergelijking met God, zelfs op zijn best, nog niet aan de zandbak toegekomen. We zijn nog bezig om er naar toe te kruipen, en toch zijn we ongelooflijk trots op onze prestaties. Kunnen we misschien ook maar een beetje gaan inzien waarom God de mens geen verontschuldiging geeft in Zijn oordeel over Hem, omdat hij de kennis van Gods schepping heeft onderdrukt? Voor wat betreft dit reusachtig complexe ontwerp, dat beslist geen toeval is, heeft God ons deze dingen doen begrijpen, zodat Hij dit nu in de eindtijd ter beschikking van Zijn kerk kon stellen. Het is echt een getuigenis dat zowel voor als tegen ons werkt, omdat wij, van alle mensen, het meest verantwoordelijk zijn. De apostel Paulus voorzag ons van een analogie waarin hij juist dit punt van ontwerp gebruikte, dat ons zou kunnen helpen in ons geestelijk welzijn.

Efeziërs 1:15-17 Daarom houd ook ik, gehoord hebbende van uw geloof in de Here Jezus en van uw liefde tot al de heiligen, 16 niet op te danken, u gedenkende bij mijn gebeden, 17 opdat de God van onze Here Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve de Geest van wijsheid en van openbaring om Hem recht te kennen:

U hebt vandaag een klein beetje hiervan meegekregen. Slechts een nietig stukje van Zijn denken en hoe ontzagwekkend dat in Zijn schepping tot uiting komt. Dat kleine beetje kennis zou indruk op ons moeten maken. Dat is onze Pappie die die dingen deed.

Efeziërs 1:18-23 verlichte ogen [uws] harten, zodat gij weet, welke hoop zijn roeping wekt, hoe rijk de heerlijkheid is zijner erfenis bij de heiligen, 19 en hoe overweldigend groot zijn kracht is aan ons, die geloven, naar de werking van de sterkte zijner macht, 20 die Hij heeft gewrocht in Christus, door Hem uit de doden op te wekken en Hem te zetten aan zijn rechterhand in de hemelse gewesten, 21 boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en alle naam, die genoemd wordt niet alleen in deze, maar ook in de toekomende eeuw. 22 En Hij heeft alles onder zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is, gegeven aan de gemeente, 23 die zijn lichaam is, vervuld met Hem, die alles in allen volmaakt.

God heeft de opgestane Christus ten bate van de kerk aangesteld tot het Hoofd, de Directeur van alle dingen. Hij beeldt Christus uit als het Hoofd van een menselijk lichaam, waarbij wij — net zoals bij een orkest — de rest van Zijn lichaam dat nu gebouwd wordt, vormen en compleet maken met het doel bepaalde dingen voort te brengen. Het is alsof wij individuele cellen zijn in Christus' lichaam en op die manier er de rest van vormen.

Zoals u zich misschien wel herinnert, vergeleek Paulus in andere contexten de kerk met een gebouw waarvan wij deel uitmaken, en Jezus Christus is de belangrijkste hoeksteen. Op andere plaatsen duidt hij ons aan als leden van een huishouding — het gezin van God. Op een andere plaats zijn wij de bruid van Christus. Op weer een andere plaats is de kerk als het Romeinse Rijk met een sterke, centrale autoriteit, waarvan de mensen over de gehele wereld zijn verspreid, en met ambtenaren die het rijk besturen.

In Johannes 15 vergelijkt Christus de kerk met een wijnstok en zijn ranken. In al deze analogieën zit een gemeenschappelijk iets. Elk van hen laat een verband zien waarbinnen wordt samengewerkt.

Ik denk persoonlijk dat van al de vergelijkingen van deze aard in Gods woord, die organisatie, sterke persoonlijke verantwoordelijkheid, en bovenal een nauwe relatie met onze Heer en Verlosser laten zien, de meest verheven van allemaal degene is die ons laat zien als functionerende delen van Christus' eigen lichaam.

Zoals we zojuist in het DNA-voorbeeld zagen, is het lichaam van één enkel menselijk wezen een wonderlijke schepping met een veel ingewikkelder ontwerp dan een orkest. Het bestaat uit veel meer afzonderlijke delen dan een orkest en het is in staat veel meer voort te brengen dan alleen maar muziek.

Is het voor ons mogelijk om iets te gaan snappen van en enige waardering te gaan opbrengen voor het adembenemende ontwerp, de complexiteit en het doel van het geestelijke lichaam dat Zijn gezin en regering is, met de schepping waarvan God nu al minstens zesduizend jaar bezig is? Iedere persoon die deel is gaan uitmaken van dat lichaam, brengt met hem al de complexiteit mee die hem tot een persoon maken, en God moet op de een of andere manier deze menselijke complexiteit laten opgaan in het lichaam dat Zijn familie-koninkrijk wordt. Dat is op zichzelf al een wonderbaarlijke prestatie.

Zijn wij in staat ook maar iets te begrijpen van de geweldige macht die ons stapje voor stapje ter beschikking gesteld zal worden? Als we deel gaan uitmaken van Christus' lichaam zal deze macht ons in staat stellen een christelijk leven te leiden, zonde te overwinnen en Zijn wil uit te voeren.

Neem dit in overweging: In het menselijk lichaam komt in feite alle macht vanuit het hoofd waar de hersenen zijn gesitueerd. Door het vermogen tot denken stuurt en stelt het hoofd elk ander deel van het lichaam in staat te functioneren.

Dit was Paulus' gebed voor u en mij.

Efeziërs 1:17-18 opdat de God van onze Here Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve de Geest van wijsheid en van openbaring om Hem recht te kennen: 18 verlichte ogen [uws] harten, zodat gij weet, welke hoop zijn roeping wekt, hoe rijk de heerlijkheid is zijner erfenis bij de heiligen,

Paulus bidt dat God ons de geest van wijsheid en openbaring in de kennis van Hem zou geven, samengaand met de verlichting door de hoop van onze roeping. God heeft dat reeds tot bepaalde hoogte vervuld. Ik denk dat ik zelfs nu gebruikt wordt om daar iets aan toe te voegen, en elke sabbat wordt er een beetje meer van Paulus' verlangen hier aan u en mij geopenbaard.

Laten we Johannes 17 opslaan om daar één vers te lezen. Daarna gaan we direct weer terug naar Efeziërs. Johannes 17:3 is een van die verzen die bijna altijd in ons denken aanwezig moeten zijn. Jezus geeft een definitie van eeuwig leven.

Johannes 17:3 Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt.

Dit "kennen" is niet alleen maar een zich bewust van Hem zijn. Het is niet alleen maar het zich bewust zijn van Zijn vermogen om fantastische, fysieke dingen te scheppen. Dit kennen brengt een kennis met zich mee die nauw samenhangt met een leven met Hem en voor Hem. In een andere samenhang, als dit betrekking zou hebben op een man en een vrouw, zou dit zich helemaal uitstrekken tot gemeenschap — die vorm van intimiteit.

Eeuwig leven is het resultaat van een intimiteit met God. Op die manier wordt het tot stand gebracht. Dat is het product van een intieme relatie met God. Het is eeuwig leven. Ik denk dat de meesten van ons begrijpen dat als Jezus het op deze manier over eeuwig leven heeft, Hij het niet heeft over altijddurend leven, maar dat Hij het veeleer heeft over een kwaliteit van leven. Het is de manier waarop God eeuwig leeft.

Om in het Koninkrijk van God te zijn, moeten we beginnen ons leven te leiden zoals Hij dat doet. We kunnen dat niet doen tenzij we een relatie met Hem hebben en die relatie intiem is. Dankzij die relatie beginnen we kennis van Hem te verzamelen, zelfs dingen zoals waar ik zojuist doorheen ben gegaan. Maar het is veel omvattender en veel belangrijker hoe te leven. Dit geeft ons een waardering voor de kwaliteit en het vermogen van het soort denken waar we mee vandoen hebben, en dat kan ons heel nederig maken.

We zijn in vergelijking met Hem zo dom. Als we de juiste benadering tot Hem hebben, zullen we ons voor Hem vernederen en Hij reageert op hen die nederig zijn. We zijn echt als kleine kinderen, we nemen dingen gretig van Hem aan. In die houding zal Hij ons genadig en overvloedig de dingen geven die we nodig hebben om die relatie voort te zetten.

Jezus zei dat eeuwig leven is God te kennen, en dat Zijn doel is om ons allemaal tot eenheid met Hem te brengen. Op deze specifieke plaats in Efeziërs wil Paulus dat wij weten dat aangezien we deel uitmaken van Christus' lichaam, we gesterkt kunnen worden door de kracht van Jezus Christus teneinde ons naar Gods wil te voegen.

Efeziërs 1:19 en hoe overweldigend groot zijn kracht is aan ons, die geloven, naar de werking van de sterkte zijner macht,

Paulus begint onze aandacht te vestigen op de macht die voor ons beschikbaar is om gelijkvormig te worden aan het beeld van God. In vers 20 gebruikt Paulus de illustratie van Christus' opstanding om te laten zien hoe groot Gods macht in ons leven is. Deze is zo groot dat Hij een gestorven iemand weer levend kan maken, alsof die persoon niet gestorven was; en niet alleen alsof die persoon niet gestorven was, maar die persoon is volledig en totaal tot geest omgevormd.

Pinksteren gaat over macht — de macht om als één van de eerstelingen van God aan onze verantwoordelijkheden te voldoen. Die macht kunnen we van God krijgen. Hij is bereid die te geven, omdat Zijn doel hetzelfde kan zijn als ons doel, indien ons doel is dat we één met Hem zullen zijn, één van zin met Hem zullen zijn. Hij is van harte bereid alles te geven wat we maar nodig hebben om te kunnen leven op de manier waarop Hij leeft.

1 Corinthiërs 12:12-18 Want gelijk het lichaam één is en vele leden heeft, en al de leden van het lichaam, hoe vele ook, één lichaam vormen, zo ook Christus; 13 want door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen, en allen zijn wij met één Geest gedrenkt. 14 Want het lichaam bestaat toch ook niet uit één lid, maar uit vele leden. 15 Indien de voet zeggen zou: omdat ik niet de hand ben, behoor ik niet tot het lichaam, behoort hij daarom niet tot het lichaam? 16 En indien het oor zeggen zou: omdat ik niet het oog ben, behoor ik niet tot het lichaam, behoort het daarom niet tot het lichaam? 17 Als het lichaam geheel en al oog was, waar bleef het gehoor? Als het geheel en al gehoor was, waar bleef de reuk? 18 Nu heeft God echter de leden, elk in het bijzonder, hun plaats in het lichaam aangewezen, zoals Hij heeft gewild.

Dit is precies wat Hij in het menselijk lichaam heeft gedaan. Hij plaatste ieder deel zoals het Hem goeddacht. Paulus zegt hier dat God hetzelfde doet met het lichaam van Jezus Christus. Hij ontwierp het. Hij kent het doel waar Hij naar toe werkt, en Hij roept mensen individueel en doelbewust om een bepaalde verantwoordelijkheid binnen het lichaam te vervullen.

Ik ga deze zelfde verzen — te beginnen met vers 12 — lezen vanuit de Revised English Bible.

1 Corinthiërs 12:12-18 [Vertaald naar de Revised English Bible.] Christus is als één lichaam met veel leden en organen die, hoeveel er ook zijn, één lichaam vormen. 13 Want we zijn allemaal in één geest gedoopt of door de doop deel gaan uitmaken van één lichaam. Of we nu Joden of Grieken zijn, slaven of vrijen, we hebben allen die ene geest te drinken gekregen. [Dit maakt ons één. Het is die éne geest.] 14 Een lichaam bestaat niet uit slechts één orgaan, maar uit vele. 15 Veronderstel dat de voet zou zeggen: Omdat ik de hand niet ben, behoor ik niet tot het lichaam; desondanks behoort hij tot het lichaam. 16 Veronderstel dat het oor zou zeggen: Omdat ik het oog niet ben, behoor ik niet tot het lichaam; toch behoort het tot het lichaam. 17 Als het lichaam alleen maar uit ogen zou bestaan, hoe zou het dan kunnen horen? Als het lichaam alleen maar uit oren zou bestaan, hoe zou het dan kunnen ruiken? 18 Maar in feite gaf God elk lid en elk orgaan zijn eigen plaats in het lichaam, zoals Hij dat wilde.

Paulus' illustratie hier wordt gedeeltelijk gegeven om bewondering voor de Componist (Samensteller) van de kerk op te roepen, maar nog veel meer om begrip op te wekken dat we allemaal doelbewust tot deel van Christus' geestelijk lichaam zijn gemaakt en een plaats hebben gekregen die Hem goeddacht. Dit voorbeeld dient ertoe een gevoel van verantwoordelijkheid en verplichting op te wekken om te reageren op de Directeur ervan — Christus.

Er zijn een aantal verschillen tussen de kerk die tot een familieteam wordt gevormd en een orkest. Deze verschillen creëren moeilijkheden om de eenheid die God verlangt, te bereiken. Enkele verschillen zijn: De leden van het geestelijke lichaam zijn niet beperkt tot één klein gebied zoals dat voor een orkest geldt. Ze zijn veeleer hier en daar verspreid over de gehele aarde.

Niet alleen is hun lokatie niet gecentraliseerd, maar deze groep is niet allemaal van hetzelfde ras of dezelfde cultuur. De leden ervan spreken niet allemaal dezelfde taal, waardoor communicatieve moeilijkheden ontstaan. Misschien is het belangrijkste van alles wel dat niemand van ons een vakman is op het gebied waarin we door de Directeur worden tewerkgesteld. We beginnen allemaal zonder enige kennis en we weten hoe iemand die iets nog nooit heeft gedaan, handelt. Hij voelt zich als een kat in een vreemd pakhuis en weet niet waar te beginnen.

Bent u ooit een kind van God geweest voordat Hij u riep? Nee, nee en nog eens nee. We beginnen allemaal van de grond af aan om te leren kind van God te zijn, maar ziet u, we hebben allemaal dezelfde geest. We hebben allemaal dezelfde God. We hebben dezelfde Verlosser en dezelfde hoop. We zijn er allemaal toe getrokken om op dezelfde manier te leven en we zijn allemaal deel van hetzelfde lichaam.

Waarom vestigde ik uw aandacht op Paulus' gebed, dat God ons de geest van wijsheid en openbaring en de kennis van Hem en de verlichting betreffende onze hoop zou geven? Er is een overeenkomst tussen de kerk en een orkest die ons voor potentieel geweldige moeilijkheden plaatst, die we moeten overwinnen. Dit is de overeenkomst: Evenals bij een orkest moet ieder deel van het geestelijke lichaam van Christus reageren op de Dirigent of het Hoofd als er bevelen worden gegeven om te voldoen aan de verlangens van de Componist.

Anders dan in het menselijk lichaam waarin ieder deel automatisch en onbaatzuchtig de functie verricht waartoe het is ontworpen, hebben de leden van een orkest, of van de kerk, een natuur die zonder enige inspanning wegens zwakte, of zelfs wegens moedwillige, koppige weerstand, op een verkeerde manier functioneert; die natuur gaat dus zijn eigen gang, doet wat hij zelf wil. Gemeente, u weet heel goed dat we allemaal heel wat valse noten aanslaan.

Als we nadenken over de fysieke complexiteit van ons lichaam en dan de psychologische complexiteit daaraan toevoegen en de complexiteit van ons denken en ons karakter, dan moet God een genie zijn om daarmee om te gaan. Hij moet een ontzagwekkend karakter hebben om niet helemaal gefrustreerd te raken en Zijn geduld met ons te verliezen.

Toen ik in groep zeven of acht zat, probeerde ik klarinet te leren spelen en het enige wat ik eruit kreeg was een heleboel gepiep en gejank. Ik vulde die lange buis met speeksel. Ik voelde me voortdurend in verlegenheid gebracht omdat het meisje naast me zo goed was met de saxofoon. Ik gaf het op. Mijn excuus was: "Ik heb totaal geen muzikaal talent." En dat is niet waar. Maar veel liever ving ik een bal of gaf ik een trap tegen een voetbal of zoiets en dat was dan ook wat ik deed. God moet voortdurend omgaan met mensen die zich zo voelen.

Hij plaatst ons in Jezus Christus om een taak uit te voeren binnen dat lichaam, maar we zouden veel liever iets anders doen. Het is nodig dat iemand zoals de apostel Paulus een gebed doet, een beroep op God doet, dat Hij op de een of andere manier ons denken opent om de ernst en het wonder te begrijpen van wat er gaande is, zodat we op de een of andere manier leren mee te werken. Daar ligt ons grootste probleem.

We hebben een natuur die vijandig tegenover God staat, en wij willen van nature, anders dan de cellen van ons lichaam, niet meewerken. Dat ligt niet in onze aard en God heeft er een hele kluif aan dat te overwinnen. Eén van Zijn grote problemen is ons zover te krijgen dat we bereidwillig meewerken. Als dat gebeurt kunnen we met sprongen gaan groeien, gebruikmakend van de kracht die Hij bereid is ons te geven om nog in veel sterkere mate mee te werken.

Zullen we ooit zover komen? Nee, gemeente, we zullen nooit die perfectie bereiken die de apostel Paulus ons in Romeinen 7 laat zien. Nadat hij al twintig jaar apostel was geweest, zei hij dat er nog steeds zonde in hem woonde, en hij eindigde met te zeggen: "Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?" Dit gedeelte eindigt toch positief, omdat hij zegt dat hij wist dat Jezus Christus hem daarvan zou verlossen, omdat Hij niet zal opgeven. Het helpt heel veel als we meewerken. Dat is onze verantwoordelijkheid.

Laten we weer Efeziërs opslaan. Ik denk dat de meesten van ons begrijpen dat het algehele onderwerp van Efeziërs eenheid is. Eén van de dingen die dat praktisch betekent is, dat we alles wat Paulus in die brief schreef moeten onderzoeken, erover nadenken, erover mediteren en vanuit het perspectief van dat onderwerp toepassen.

Efeziërs 1:11-12 in Hem [in Christus], in wie wij ook het erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem, die in alles werkt naar de raad van zijn [de Vaders] wil, 12 opdat wij zouden zijn tot lof zijner heerlijkheid, wij, die reeds tevoren onze hoop op Christus hadden gebouwd.

Vanaf het allereerste vers in hoofdstuk 1 laat God zien dat Zijn hele doel van tevoren was uitgedacht en erop was gericht een verheerlijkt gezin te scheppen dat door Jezus Christus van de aarde verlost zou worden, en dat dit gezin één met Hem zou zijn. Bedenk dat dit is geschreven aan mensen zoals wij, die zich sterk bewust worden van hun zwakheden. Tezelfdertijd kregen ze steeds meer kennis van hun verantwoordelijkheid om niet meer te zondigen en alleen nog maar één te zijn met de Vader en de Zoon. Als Paulus verdergaat in de brief aan de Efeziërs, snijdt hij de belangrijkste oorzaak aan van verdeeldheid binnen de gemeente.

Laten we Psalm 133 opslaan en ons daar opnieuw mee vertrouwd maken.

Psalm 133:1-3 Een bedevaartslied. Van David. Ziet, hoe goed en hoe liefelijk is het, als broeders ook tezamen wonen. 2 Het is als de kostelijke olie op het hoofd, nedervloeiende op de baard, de baard van Aäron, die nedergolft op de zoom van zijn klederen. 3 Het is als dauw van de Hermon, die nederdaalt op de bergen van Sion. Want daar gebiedt de HERE de zegen, leven tot in eeuwigheid.

Nu weer terug naar Efeziërs 2 en wel vers 2. Bedenk dat het onderwerp hier eenheid is.

Efeziërs 2:2 waarin gij vroeger gewandeld hebt overeenkomstig de loop dezer wereld, overeenkomstig de overste van de macht der lucht, van de geest, die thans werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid,

Een aantal weken geleden stipte ik het onderwerp eenheid al kort aan in samenhang met Psalm 133. In die psalm laat God blijken, laat Hij ons duidelijk de gevolgtrekking maken, dat eenheid volop ter beschikking staat, even volop als de dauw van de Hermon. Tussen twee haakjes de hoeveelheid dauw die daar viel was onder het Israëlitische volk legendarisch. Ze kregen weinig regen, maar bijna iedere morgen lag er een zware dauw op de grond — zoveel dat ze hun schapen en geiten op die bergen konden weiden. Ze hadden zelfs geen water nodig, omdat het gras iedere morgen zo nat was. De psalmist gebruikte dat als een illustratie dat eenheid evenzeer ter beschikking staat als de dauw van de Hermon, maar die beschikbaarheid neemt de oorzaak van verdeeldheid niet weg. Zoals ik toen zei, is de oorzaak van verdeeldheid zonde, en ik noemde specifiek zulke kwaliteiten als trots, angst, wedijver, wreedheid en begeerte. Met andere woorden vormen van zelfgerichtheid in plaats van Godgerichtheid.

Gemeente, de oorzaak van verdeeldheid, of dat nu binnen het huwelijk is of binnnen de kerk, is dat we getraind zijn, grondig zijn opgeleid in opstand tegen God en eenheid met Hem. Dit is zo, omdat we de loop van deze wereld hebben gevolgd die bestuurd en gegenereerd wordt door de overste van de macht der lucht. Let erop dat Paulus in Efeziërs 2:2 het woord "macht" gebruikt. Hij had dat woord twee keer in vers 19 gebruikt, en hier, slechts drie of vier verzen later gebruikt hij het woord macht alweer.

In Efeziërs 1:19 was het een positieve macht en in Efeziërs 2:2 is het een negatieve en opstandige macht; deze laatste macht is daarom verschillend van de vorige. De macht die in Efeziërs 2:2 wordt genoemd heeft in het verleden in ons gewerkt om voort te brengen wat we vóór onze bekering waren, en we maakten er gebruik van zonder dat we ons realiseerden dat we dat deden. Maar nu, ziet u, is er een nieuwe macht in ons leven gekomen en door dat te doen zijn er een veelheid aan keuzes ontstaan die we voorheen nooit hadden. We moeten bewust gebruik maken van de nieuwe macht die in ons leven is gekomen teneinde de eenheid die God door Zijn roeping heeft tot stand gebracht, in stand te houden.

De macht van de overste der lucht komt zonder enige inspanning in ons tot uiting, maar we moeten er bewust voor kiezen de macht die God ons ter beschikking stelt, te gebruiken, en dat is niet altijd gemakkelijk. Maar bewust kiezen om in harmonie met God te komen en met Hem mee te werken is de enige manier die eenheid met God voortbrengt. Laat me u opnieuw geruststellen. Zal God ons helpen om deze keuzes te maken? Het antwoord is ja, omdat dat ook precies Zijn doel is. Hij is erg bereid om ons te geven wat er ook maar nodig is om te worden zoals Hij en Zijn Zoon Jezus Christus. Daarom zegt Paulus dat die macht ter beschikking staat. Daarom is dit zo belangrijk voor ons met betrekking tot eenheid. Dat is zo omdat het niveau van de eenheid die God schept, geheel afhankelijk is van de kwaliteit van onze relatie met Hem. Daarom is toegang tot Hem via Jezus Christus zo belangrijk.

Toen Adam en Eva zondigden en uit het paradijs werden verdreven, eindigde de relatie met God. Daarmee kwam er in termen van Gods doel een eind aan de hoop op eenheid met andere mensen. Als zij hadden gekozen van de boom des levens te eten, zou de relatie met God in stand zijn gebleven en zou Gods doel zijn bereikt. Zij kwamen echter — geholpen door Satans misleiding — in opstand en ze maakten gebruik van de macht van de overste van de macht der lucht.

Genesis 11:6 en de HERE zeide: Zie, het is één volk en zij allen hebben één taal. Dit is het begin van hun streven; nu zal niets van wat zij denken te doen voor hen onuitvoerbaar zijn.

Ik haal dit vers slechts voor één reden aan. Dat is om er een principe uit te halen. De mens kan vele vormen van eenheid ontwikkelen, waarbinnen ze met elkaar op een fantastische manier kunnen samenwerken om voort te brengen wat ze maar willen voortbrengen. Ze kunnen bijvoorbeeld teams formeren zoals in basketbal of voetbal, en ze werken fantastisch samen in het gebruik van hun atletische vaardigheden om iets voort te brengen dat ons veel ontspanning biedt.

De mens kan zich verenigen om een gebouw te bouwen, of een bestuur te vormen, enzovoort, zolang als ze gelijkgezind zijn voor wat betreft hun doel en de manier waarop ze dat doel willen bereiken. Op aardse manier kan de mens zich verenigen en geweldige dingen voortbrengen, zo zien we dus een principe, dat deze eenheid wordt bereikt door het hebben van een gemeenschappelijk doel en dezelfde zienswijze om het doel te bereiken. Waarom hebben we dan nog oorlogen? In zekere zin is het antwoord eenvoudig. We kunnen niet allemaal instemmen met het doel vanwege eigenbelang. Of we kunnen het niet eens worden hoe we naar dat doel zullen toewerken. Dit maakt duidelijk waarom de eenheid met God vooraf moet gaan aan elke vorm van menselijke eenheid.

Laten we Amos 3 opslaan. Onthoudt deze principes die naar voren komen. De mens kan een fantastische eenheid tot stand brengen, maar waar is die op gericht en hoe zal hij daar komen? Hoe zuiver is de eenheid en samenwerkende inspanning tussen die mensen? Wat heeft menselijke eenheid op aarde voortgebracht, gemeente? We lazen zojuist in Genesis 11 dat God hun taal verwarde, waardoor ze over de gehele aarde werden verstrooid. We zouden kunnen zeggen dat God hun taal verwarde en hen verstrooide, omdat die eenheid niet in overeenstemming was met Zijn doel.

Hier in het boek Amos hebben we nog een van die schriftgedeelten die wij allemaal in ons geestelijk geheugen hebben zitten.

Amos 3:3 Gaan er twee tezamen, zonder dat zij het eens geworden zijn?

Jammer genoeg is deze vertaling — hoe prikkelend deze ook schijnt — toch enigzins misleidend. Het schijnt dat een nauwkeuriger vertaling als volgt luidt: "Kunnen twee zich aan een afspraak houden, tenzij ze het eens zijn?" Er zit nogal een verschil tussen beide vertalingen. De ene — gegeven in de NBG — geeft de indruk dat eenheid onmogelijk is tenzij er volledige overeenstemming is. Daarover moet u misschien enige tijd nadenken, omdat dat schijnt op te roepen tot uniformiteit. Daarom ging ik er zo uitgebreid op in hoe verschillend we allemaal zijn. Hoe is het mogelijk dat we uniform zijn? De vertaling in de NBG schijnt ons tot de gevolgtrekking te leiden dat dat verlangd wordt. Nee, God verlangt geen uniformiteit.

De tweede vertaling verlangt niet zo'n strikte standaard. Deze schijnt een basisuitgangspunt te vereisen van waaruit een samengaan begint en als logische conclusie gaat dat door tot een doel is bereikt en wordt elke uitdaging die zich voordoet overwonnen. Gemeente, die vertaling is juist, omdat het leven zo in elkaar zit. Dat is de manier waarop onze relatie met God in elkaar moet zitten. We bereiken overeenstemming met Hem door Jezus Christus, maar dat is slechts een begin. We gaan daarna naar het doel, hopelijk hand in hand met Jezus Christus en zij aan zij met al onze broeders en zusters in de kerk. Onderweg zullen we heel wat uitdagingen tegenkomen, maar ieder van ons moet in de allereerste plaats met God samenwerken. Als we met Hem samenwerken, neemt de samenwerking tussen ons toe en zullen we steeds dichter bij elkaar komen.

Het is op geen enkele manier Gods bedoeling dat we in iets uniform zijn, behalve in karakter. We moeten uniformiteit hebben voor wat betreft het doel dat we willen bereiken en hoe we daar zullen aankomen, maar individueel en persoonlijk verlangt God niet dat we slechts klonen van elkaar zijn. Gemeente, omdat we geen klonen van elkaar zijn, ergeren we ons aan elkaar. We strijken mensen tegen de haren in en de eenheid wordt op de proef gesteld.

Als we gebruik maken van de macht van God zal die uitdaging overwonnen worden. Beide kanten of beide partijen betrokken bij de uitdaging moeten eerst met elkaar en daarna jegens God overeenkomen dat ze dat probleem zullen oplossen. Soms kan de oplossing vrij kostbaar zijn en er zullen tijden zijn dat de oplossing niet heel gemakkelijk kan worden bereikt. Weet u wat de apostel Paulus zei? We kunnen dat voor onszelf lezen in 1 Corinthiërs 6:7. Hij zei: "Waarom geef je niet gewoon op? Waarom lijd je niet liever onrecht?" Dat deed Christus. Hij leed onrecht en verloor Zijn leven om uiteindelijk eenheid binnen de gehele mensheid tot stand te brengen. Nee, gemeente, we kunnen niet verwachten dat de kerk ooit volmaakt zal zijn. Dat is geheel onrealistisch om zoiets te verwachten.

Galaten 5:14-17 Want de gehele wet is in één woord vervuld, in dit: gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. 15 Indien gij echter elkander bijt en vereet, ziet dan toe, dat gij niet door elkander verslonden wordt. [Dat kan een ontnuchterend vers zijn omdat hij zegt dat als u doorgaat met vechten, u allebei kunt verliezen.] 16 Dit bedoel ik: wandelt door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees. 17 Want het begeren van het vlees gaat in tegen de Geest en dat van de Geest tegen het vlees — want deze staan tegenover elkander — zodat gij niet doet wat gij maar wenst.

Er kan geen eenheid zijn als mensen elkaar bijten en vereten middels wedijver, trots, rivaliteit, naijver of begeerte. Dat doet de wereld. Het is interessant dat de houding beschreven in vers 15 precies het tegenovergestelde is van die in vers 14 beschreven wordt. Die van vers 14 verenigt en de ander verdeelt. Precies om deze reden zegt Paulus in vers 17 dat we onszelf niet kunnen — eigenlijk bedoelt hij: niet moeten — toestaan te zondigen en verdeeldheid tot stand te brengen.

De macht die verdeelt, wordt ontleend aan de overste van de macht der lucht, en de menselijke natuur voelt zich daar heel goed bij. De menselijke natuur moet binnen ieder van ons individueel en bewust worden verpletterd. Dat is onze verantwoordelijkheid jegens God. We moeten er bewust voor kiezen niet alleen geduldig te zijn en elkaar te verdragen, maar ons er ook toe zetten vriendelijke en dienende dingen voor elkaar te doen.

Ik las eens dat iemand het christelijke leven beschreef als een brug op het punt waar twee stromen bij elkaar komen. De ene stroom, zo zei hij, is het legalisme en de andere losbandigheid. De christen moet heel voorzichtig zijn om zijn evenwicht te bewaren en niet in één van beide stromen te vallen, omdat beide zonde zijn en beide verdeeldheid zaaien. De macht om dat evenwicht te bewaren is gevat in de relatie met God door Jezus Christus.

Een principe dat in veel delen van de Schrift naar voren komt, is dat God ook voorziet in datgene wat ons in staat stelt te voldoen aan wat God verlangt. Laat me dit illustreren. God verlangde dat Israël door de woestijn trok. Zij moesten lopen. Ze konden niet het boerenbedrijf uitoefenen. Ze konden hun dieren niet weiden of wat dan ook. Waar moest dan het voedsel vandaan komen dat hen in staat zou stellen te blijven lopen? Daar God het verlangde, voorzag God daarin. Hij gaf hun manna te eten. Hij bracht water voort uit de rots. Op basis daarvan ontstaat een christelijk begrip en dat is wat God van ons verlangt te doen om het doel te bereiken dat Hij voor ons vaststelde, daartoe zal Hij ons in staat stellen door ons te geven wat we nodig hebben. Ziet u wat dat betekent? Als we God geloven, hebben we geen verontschuldiging.

Israël moest inderdaad iets doen. God gaf hun iedere morgen manna, maar ze moesten de inspanning leveren om het te verzamelen. Daarnaast moesten ze iedere dag de wolk volgen waar die ook maar heenging, omdat deze in beweging bleef, behalve wanneer deze voor een bepaalde tijd halt hield.

Wat gebeurde er met de mensen die besloten: "Ik ga er niet meer opuit om het te verzamelen", of ze konden besloten hebben: "Ik ga eropuit om wat manna te verzamelen, maar ik weiger om die wolk ook nog maar één stap verder te volgen"? Ze stierven. Kunt u dat principe op u zelf toepassen? God zal in het vermogen voorzien, maar wij moeten die wolk blijven volgen opdat dat vermogen op de juiste manier gebruikt wordt. Dat verenigt ons met God, omdat we allemaal in die richting gaan, en terwijl we gaan worden we als resultaat daarvan verenigd met hen die samen met ons lopen. Dit zijn eenvoudige principes, maar we moeten er geloof in hebben. We moeten ze geloven en we moeten ernaar handelen.

Dat is iets dat we in gedachten moeten houden.

Efeziërs 4:7 Maar aan een ieder onzer afzonderlijk is de genade gegeven, naar de mate, waarin Christus haar schenkt.

God maakte iedere cel in het lichaam niet precies hetzelfde. Ze hebben dezelfde algemene structuur, maar zoals ik eerder zei, als een huidcel naar het oog gaat, is hij daar onbruikbaar en wordt hij uit de weg geruimd. Een huidcel is niet op dezelfde manier toegerust als een oogcel. Hetzelfde principe geldt binnen de kerk. Iedereen heeft niet dezelfde gaven. Er zijn sommige dingen waarmee we allemaal zijn toegerust om te doen. Er zijn sommige verantwoordelijkheden binnen de kerk waarvoor een bepaald deel van het lichaam in het bijzonder is toegerust. Eén daarvan is het dienaar zijn. Daardoor zijn dienaren niet beter. Daardoor is een dienaar niet waardevoller. Daardoor heeft een dienaar meer verantwoordelijkheid; hij moet er zeker van zijn dat hij niet de taak van iemand anders uitvoert en er uitgeknikkerd wordt.

Efeziërs 4:1 Als gevangene in de Here, vermaan ik u dan te wandelen waardig der roeping, waarmede gij geroepen zijt,

Mozes moet zoiets als "Volg de wolk!" aan de Israëlieten verkondigd hebben toen ze door de woestijn trokken. Dit is iets waartoe we allemaal zijn toegerust.

Efeziërs 4:2-6 met alle nederigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, en elkander in liefde te verdragen, 3 en u te beijveren de eenheid des Geestes te bewaren door de band des vredes: 4 één lichaam en één Geest, gelijk gij ook geroepen zijt in de ene hoop uwer roeping, 5 één Here, één geloof, één doop, 6 één God en Vader van allen, die is boven allen en door allen en in allen.

Onze persoonlijke relatie met het Hoofd stelt ons in staat om één met elkaar te zijn. Op dezelfde manier stelde — voor onze bekering — onze relatie met de god van deze wereld ons in staat om als de wereld en als de god van de wereld te zijn. Door Christus is die relatie verbroken en zodoende moeten we ervoor strijden de relatie met God in stand te houden.

Let erop hoe positief dit vers is.

Filippenzen 4:13 Ik vermag alle dingen in Hem, die mij kracht geeft.

Paulus bedoelde niet dat hij een atoombom kon maken. Dat soort dingen vallen niet onder "alle dingen". Hij bedoelde gewoon: "Ik kan alles doen wat God van mij verlangt als mijn aandeel binnen het lichaam."

Filippenzen 4:19 Mijn God zal in al uw behoeften naar zijn rijkdom heerlijk voorzien, in Christus Jezus.

Gemeente, we kunnen geen enkel gerechtvaardigd excuus bedenken om niet te doen wat er van ons wordt verlangd, omdat God in al onze behoeften zal voorzien. We maken deel uit van Zijn lichaam en Hij zal het voeden. Hij heeft een ontzagwekkende geest die ieder stukje begrip en elk beetje energie kan uitzenden dat we nodig hebben om te doen wat Hij ook maar verlangt.

Evenals de noten op een stuk muziekpapier zijn de belangrijkste verlangens van de dirigent reeds opgeschreven, zodat geen enkel lid een excuus heeft betreffende het gebruik van zijn gave. Eenheid in het volgen van de leiding van de dirigent is de verantwoordelijkheid van ieder deel. Dit is de enige manier waarop prachtige muziek ten gehore kan worden gebracht.

Een orkest is een duidelijk voorbeeld van iets dat de mens bedenkt, samenstelt en waarbinnen hij zich opofferingen ter vervolmaking getroost om iets moois ten gehore te brengen, dat soms stimuleert en op andere momenten kalmeert, maar altijd ook tot op zekere hoogte op een nuttige manier prettig is door een complex arrangement van teamwerk. Kunnen wij minder doen? Kunnen wij binnen onze relatie met God niet vinden wat er ook maar nodig is om met Zijn doel en met elkaar mee te werken?


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)