Hoe helpt God ons? (Deel 1)

Door John W. Ritenbaugh
13 april 2006

Samenvatting: (toon)

John Ritenbaugh geeft statistische cijfers van een kwartiermeester uit het leger die de logistieke behoeften berekende om te voorzien in voedsel, onderkomen en water voor twee tot drie miljoen Israëlieten gedurende hun tocht door de Schelfzee en de woestijn – een taak die alleen een almachtige God kon uitvoeren. Zoals gold voor de fysieke tocht van het oude Israël, geldt ook voor de geestelijke reis van het Israël van God dat we de krachtige verzekering hebben dat God ons nooit zal begeven of verlaten. Toen God de Schelfzee spleet, verdwenen de problemen niet. Op onze geestelijke reis verdwijnen – als eenmaal de voordelen van Christus' Paschaoffer op ons zijn toegepast – onze problemen niet onmiddellijk. Onze positie is even onzeker als die van het oude Israël, als het niet nog onzekerder is. Evenals het oude Israël uit Egypte werd geroepen, worden wij uit het geestelijke Egypte geroepen. We zijn in zware slavernij geweest aan de verderfelijke systemen van de wereld en onze eigen vleselijke verlangens; we hebben ons gehele leven onder de heerschappij van Satan verkeerd. Christus verwoordde Zijn bedoeling in Lucas 4 om het evangelie aan de armen te verkondigen, de gebrokenen van hart te genezen, bevrijding voor de gevangenen aan te kondigen, het zicht van de blinden te herstellen en ze in vrijheid te stellen. Jezus legt uit dat de waarheid het enige middel is dat ons zal vrijmaken. De waarheid en hoe we die gebruiken speelt een belangrijke rol in ons leven of onze geestelijke reis. Al voert Christus onze strijd om te overwinnen niet vóór ons, toch geeft Hij ons overvloedig de hulpmiddelen om die ontmoedigende taak te volbrengen. Daarnaast geeft Hij ons de verzekering dat Hij ons nooit zal verlaten op onze reis op weg naar het beloofde Koninkrijk van God.


Als christenen bevinden we ons op een ongebruikelijke pelgrimstocht waarbij we geografisch "nergens" heengaan. En toch is ons leven tegelijkertijd vervuld met veel beproevingen alsof we onderweg zijn naar een bestemming waar we nooit eerder zijn geweest via een weg die we nooit eerder zijn gegaan.

We hebben niet vandoen met de verschroeiende hitte van een woestijn of een gebrek aan voedsel en water, maar desondanks weten we dat ons leven heel anders zou zijn als we niet geroepen waren.

Evenals Abraham, die ook niet veel op reis was, kijken we uit naar een stad waarvan de bouwmeester en maker God is. Het duurt niet alleen lang om daar te komen, maar we moeten de problemen van de manier van leven in culturen die in grote verwarring zijn, het hoofd bieden, en wereldse omstandigheden die heel vermoeiend voor ons zijn, zodat we werkelijk gaan beseffen waarom Jezus zei: "Hij die tot het einde volhardt, zal behouden worden." Omdat onze hoop zo verheven is en ons geduld zo beperkt, zien we dat de dingen vrij uitputtend worden.

Een van de belangrijkste geestelijke lessen van onze roeping in Gods gezin is de enorme prijs die het kostte om ons van onze slavernij aan Satan, zonde en de wereld te bevrijden, zodat we aan deze pelgrimstocht kunnen gaan beginnen. Christus betaalde die prijs vrijwillig en graag, maar in tegenstelling daarmee is een van de belangrijkste lessen van de dagen der Ongezuurde Broden dat Christus niet alles voor ons deed.

Hebreeën 13:5-6 Laat uw wijze van doen onbaatzuchtig zijn, weest tevreden met wat gij hebt. Want Hij heeft gezegd: Ik zal u geenszins begeven, Ik zal u geenszins verlaten. 6 Daarom kunnen wij met vertrouwen zeggen: De Here is mij een helper, ik zal niet vrezen; wat zou een mens mij doen?

Dit is inderdaad heel geruststellend, omdat deze verzen ons zeggen dat een christen naar God kan kijken als een bron van onfeilbare kracht. De verzen zeggen ons ook de reden dat we tevreden kunnen zijn, en die is dat God beloofde ons nooit te verlaten.

Was Hij niet in staat te voorzien voor tussen de twee en drie miljoen Israëlieten die mopperend door een dorre woestijn sjokten? Hij deed dat zeer zeker. Misschien hebt u al eerder gehoord van sommige van deze schattingen, maar ik wil u enig idee geven wat voor een geweldige taak God op Zich nam door tussen de twee en drie miljoen Israëlieten van voedsel te voorzien en alles wat ze nog maar meer nodig mochten hebben. De meesten van u die voor mij zitten, zijn minstens redelijk bekend met Mecklenburg County waarin de stad Charlotte ligt. Mecklenburg County heeft geen twee miljoen inwoners. We hebben het dus over een bevolking van Israëlieten die uit Egypte trok die groter is dan de bevolking van Mecklenburg County.

Tussen twee haakjes de bron van de informatie die ik u ga geven is Cutting Edge Ministry. Deze informatie werd enige dagen voor de dagen der Ongezuurde Broden op hun website geplaatst. De datum die erop staat is 8 april 2006.

Ze moesten van voedsel worden voorzien en twee tot drie miljoen mensen van voedsel voorzien vereist heel wat voedsel. Volgens de kwartiermeestergeneraal van het leger — iemand die gewend is te voorzien in de behoeften van legerpersoneel als ze onderweg zijn, in oorlog, of wat dan ook — had Mozes elke dag wel 1.500 ton voedsel nodig. Dat is nog geen pond voedsel per persoon per dag. Deze bron zegt dat er, om elke dag zoveel voedsel aan te voeren, twee goederentreinen nodig zijn die elk minstens anderhalve kilometer lang zijn.

Bedenk dat ze in de woestijn vertoefden. Als ze iets wilden koken, hadden ze ook brandhout nodig. De kwartiermeestergeneraal berekende dat daar elke dag 4.000 ton brandhout voor nodig zou zijn, en natuurlijk de goederentreinen nodig om al dat hout van waar dan ook aan te voeren. Denk daar eens rustig over na. Ze verbleven veertig jaar lang in de woestijn.

Ze moesten water hebben. Als ze alleen maar genoeg hadden om voldoende te drinken en een klein beetje vaat af te wassen, dan zouden ze elke dag 50 miljoen liter nodig hebben, en natuurlijk stellen de goederentreinen zich op en wachten om de Schelfzee te kunnen oversteken om naar deze mensen te kunnen gaan.

Nog iets: Ze moesten de Schelfzee oversteken. We weten uit het verslag in het boek Exodus dat ze allemaal de Schelfzee in één nacht overstaken. Als ze daarbij over een smal pad gingen, twee personen naast elkaar, dan zou de aldus ontstane rij bijna 1300 kilometer lang zijn en zouden ze 35 dagen en nachten nodig hebben gehad om over te steken. Deze man rekende uit dat er in de Schelfzee een pad moest zijn van zo'n 5 kilometer breed, zodat ze met 5.000 man naast elkaar konden oversteken, om de Israëlieten in één nacht de Schelfzee over te krijgen.

Er is nog een probleem, omdat ze elke nacht buiten kampeerden. Ze zetten hun tenten op en kampeerden buiten. Weet u hoeveel ruimte daarvoor nodig was, volgens deze persoon uit het leger die eraan gewend was overal en nergens tenten op te zetten? Voor tweeënhalf miljoen mensen moest er in een kleine 2.000 vierkante kilometer aan grondoppervlak worden voorzien om al deze mensen te laten kamperen. Ik weet niet hoe groot Mecklenburg County is. Ik had onvoldoende tijd om daarnaar te kijken, maar het is heel goed mogelijk dat het ongeveer die grootte heeft.

God zorgde daarbuiten voor hen. Eén machtig Wezen voorzag 40 jaar voor hen in wat ze nodig hadden. God deed het ongetwijfeld op een manier die veel efficiënter was dan het leger het zou kunnen, maar het was een gigantische klus. Toch speelde Hij het klaar alsof het niets voorstelde. Zal Hij in staat zijn voor ons te voorzien? Ja, wij maken ons heel wat zorgen. Op een bepaalde manier twijfelen we er niet aan dat Hij het kan doen, we maken ons alleen maar zorgen over: "Zal Hij werkelijk acht slaan op een klein, nietig iemand zoals ik?" Ja, dat zal Hij doen. We zouden hier niet zijn, als Hij niet met ons zou zijn.

Onze situatie is niet precies hetzelfde als die van hen. Wij marcheren nergens heen. Eigenlijk toch wel, maar dat is toch op een andere manier en we hebben er behoefte aan te worden gerustgesteld dat God met ons is. Is het u opgevallen wat ik zojuist in het boek Hebreeën heb gelezen? Dat werd geschreven aan christenen: "Ik zal u geenszins begeven, Ik zal u geenszins verlaten." Dit werd niet aan het Israëlitische volk geschreven. Dit werd aan mensen binnen de kerk geschreven, en het is een belofte van Hem aan Zijn zonen en dochters die in de kerk zijn.

Er blijft dus nog een vraag onbeantwoord. Hoe helpt God ons? Dit kunnen we leren uit de dagen der Ongezuurde Broden. Onze behoeften zullen grotendeels niet hetzelfde zijn als die van de Israëlieten waren. Voorzien in onze fysieke behoeften is voor ons niet zo dringend als dat voor hen was. Zij hadden die dingen dagelijks nodig en God voorzag erin.

Dit vers — "Ik zal u geenszins begeven, Ik zal u geenszins verlaten" — is min of meer interessant. Adam Clarke zegt dat dit vers praktisch onvertaalbaar is, omdat er in die zin van zeven of acht woorden vijf keer een ontkenning voorkomt. Hij deed het beste wat hij kon en hij kwam in principe uit op het volgende: "Ik zal niet, Ik zal niet, Ik zal niet ophouden u te steunen. Ik zal u niet, Ik zal u niet in de steek laten."

De kerken van deze wereld spelen het klaar de mensen te leren dat de levensweg na de doop een fluitje van een cent is, dat als men eenmaal wedergeboren is (ze kunnen ook het woord "herboren" gebruiken), men het heeft gemaakt. Ze schijnen erop te doelen dat slechte gewoonten en slechte houdingen op wonderbaarlijke wijze zullen verdwijnen en beproevingen gemakkelijk kunnen worden omzeild. Maar ik denk dat iedereen hier binnen het bereik van mijn stem heeft ervaren dat deze veronderstelling in het geheel niet waar is.

Stel uzelf de volgende vraag. Toen God Israël uit hun slavernij in Egypte bevrijdde en daarna de Schelfzee spleet zodat zij er doorheen konden gaan, verdwenen hun problemen toen? Ik denk van niet. Ik zou zeggen absoluut niet, omdat ze nog steeds door de woestijn moesten trekken, waarbij ze een groot scala aan problemen het hoofd moesten bieden.

We hebben dus gezien dat we God om dingen kunnen vragen, en als ze niet gegeven worden op de manier of binnen het tijdsbestek dat wij denken, gaat ons geloof wankelen en zwakker worden, en in sommige gevallen zal het tenslotte geheel verdwijnen. We lopen dan het risico een houding te krijgen van twijfel, van bitterheid, van cynisme en sarcasme.

De bijbel en de Israëlieten zullen ons laten zien wat Gods voornaamste manier is om ons te helpen. We moeten dit echt grondig in overweging nemen vanwege de dingen die ons in de laatste vijf tot zeven jaar ter ore zijn gekomen en die hun invloed op ons leven hebben gehad. We moeten bijzonder voorzichtig zijn omdat de politieke gemeenschap, de entertainment gemeenschap en de media, evenals diverse kerkelijke gemeenschappen, samenspannen tegen het christendom en de bijbel om het geloof van de mens in Christus af te breken.

Sommige van de gebruikelijker methoden worden gevolgd in het boek, en nu de film die daarover uitkomt, The Da Vinci Code. Er zijn ondertussen mensen die dit imiteren. Er is zelfs zo'n boek uitgegeven door iemand die in Charlotte woont. Deze persoon heeft Ambassador College doorlopen en hij noemt feitelijk God een leugenaar, Christus een leugenaar en alle apostelen die over Christus' leven schreven, leugenaars. Deze man staat in de intellectuele gemeenschap in deze omgeving in hoog aanzien, en hij is belast met de uitgave van een nieuwe bijbelvertaling die de Transparent Version wordt genoemd.

We gaan naar Mattheüs 2 om enige parallellen te zien tussen Israël, hun bevrijding uit slavernij, hun tocht door de woestijn en onze tocht, omdat volgens Paulus al die dingen er voor ons staan. Dat zei hij twee keer — één keer in Romeinen 15:4 en de andere keer in 1 Corinthiërs 10 — al deze dingen zijn ter waarschuwing van ons geschreven. Ze staan er zodat wij ervan kunnen leren en ze op ons begrip kunnen toepassen, waardoor ons geloof kan worden versterkt.

Mattheüs 2:15 en daar bleef hij [samen met Jozef en Maria] tot de dood van Herodes, opdat vervuld zou worden hetgeen de Here door de profeet gesproken heeft, toen hij zeide: Uit Egypte heb Ik mijn Zoon geroepen.

Ik weet niet of u zich dat bewust bent, maar u hoeft er alleen maar aan herinnerd te worden dat Abraham naar Egypte ging en in moeilijkheden kwam. Hier zijn we dus en lezen dit nu. Jezus ging als kind ook naar Egypte en bleef daar ongeveer twee jaar, waarna Zijn ouders Hem naar Nazaret brachten. Ze gingen naar Egypte en brachten daar evenals Abraham en later de Israëlieten enige tijd door, waarna ze er weer uitgeleid moesten worden.

Gemeente, we kunnen de parallel met ons al gaan zien — het Israël van God, de kerk van God — wij zijn ook in Egypte geweest — in geestelijk Egypte, niet het fysieke, geografische Egypte — en God heeft ons eruit geroepen.

Laten we hoofdstuk 6 van het boek Exodus opslaan en iets vaststellen dat de basis van ons denken moet vormen. God heeft ons uit Egypte geroepen evenals de voorgangers van deze eindtijdgeneratie. God zegt het volgende tot Mozes.

Exodus 6:4-6 maar ook heb Ik de klacht der Israëlieten gehoord, die door de Egyptenaren tot slaven gemaakt zijn, en Ik heb gedacht aan mijn verbond. 5 Zeg derhalve tot de Israëlieten: Ik ben de HERE, Ik zal u onder de dwangarbeid der Egyptenaren uitleiden, [Ik zal] u redden van hun slavernij en [Ik zal] u verlossen door een uitgestrekte arm en onder zware gerichten. 6 Ik zal Mij u tot een volk aannemen en Ik zal u tot een God zijn, opdat gij weet, dat Ik, de HERE, uw God, het ben, die u onder de dwangarbeid der Egyptenaren uitleid.

Ik zal heel duidelijk maken waarom ik dit vers lees: God redt ons. Jezus, de God van het Oude Testament, koos Mozes en stuurde hem naar Egypte nadat hij uit Egypte was gevlucht. God bevrijdde de Israëlieten, niet Mozes. Mozes was niet meer dan een instrument in Gods hand. Ons verhaal moet, voor het doel van deze preek, beginnen met de slavernij der Israëlieten, omdat daar de parallel in ligt.

Exodus 1:13-14 Toen lieten de Egyptenaren de Israëlieten onder mishandeling werken; 14 ja, zij maakten hun het leven bitter door harde slavenarbeid met leem en tichelstenen en door allerlei arbeid op het veld — alle werk, waartoe zij hen onder mishandeling als slaven gebruikten.

We kunnen de parallel tot ontwikkeling zien komen. Ook wij hebben in slavernij verkeerd en ons leven was moeilijk vanwege de verschrikkingen die het leven in deze wereld met zich meebracht. We wisten niet waarom. Het kan zijn dat we het niet eens beseft hebben toen dat het geval met ons was, dat we letterlijk in slavernij verkeerden.

Exodus 2:23-25 In die lange tijd stierf de koning van Egypte; en de Israëlieten zuchtten nog steeds onder de slavernij en schreeuwden het uit, zodat hun hulpgeroep over de slavernij omhoog steeg tot God. 24 En God hoorde hun klacht en God gedacht aan zijn verbond met Abraham, Isaak en Jakob. 25 Zo zag God de Israëlieten aan en God had bemoeienis met hen.

Pas dat op uzelf toe. God keek naar ons in onze slavernij en Hij was met ons begaan en ging Zich met ons lot bemoeien.

Exodus 3:7-9 En de HERE zeide: Ik heb terdege gezien de ellende van mijn volk, dat in Egypte is, en hun gejammer over hun drijvers gehoord, ja, Ik ken hun smarten. 8 Daarom ben Ik nedergedaald om hen uit de macht der Egyptenaren te redden en uit dit land te voeren naar een goed en wijd land, een land vloeiende van melk en honig, naar de woonplaats van de Kanaänieten, Hethieten, Amorieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten. 9 En nu, zie, het gejammer der Israëlieten is tot Mij doorgedrongen; ook heb Ik gezien, hoezeer de Egyptenaren hen verdrukken.

Het is essentieel te begrijpen wat een slaaf is. Hier volgt een korte definitie: "Een slaaf is iemand die altijd onder de bevelen van een ander — zijn meester — staat. Hij is iemand die maar heel beperkte keuzemogelijkheden heeft en in sommige gevallen helemaal geen keuze voor wat betreft de richting, het gebruik en het resultaat van zijn leven."

Hebreeën 2:14-15 Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij [Christus] op gelijke wijze daaraan deel gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen, 15 en allen zou bevrijden, die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren.

Precies in dit opzicht krijgen we te maken met een vorm van slavernij die in bijna ieder opzicht geheel anders is dan die van Israël in Egypte. Desondanks is het een slavernij, ja, een ergere slavernij dan die der Israëlieten, omdat deze slavernij — als die wordt toegestaan te blijven voortduren — ons zal weerhouden het Koninkrijk van God binnen te gaan. Deze is veel erger dan die der Israëlieten die zonder bevrijd te worden nooit aan de andere kant van de Schelfzee zouden zijn terechtgekomen. Onze toestand is veel onzekerder, zelfs al hebben we geen tralies om ons heen, zelfs al is het mogelijk dat we onszelf niet eens als slaaf van een meester zien.

Waaraan zijn we dan in slavernij? Dat zijn heel wat dingen. Ten eerste zijn we in slavernij aan de tijd en de dood, in het bijzonder de dood vanwege de zonde. "Het loon der zonde is de dood." De dood houdt ons in zijn greep en de dood heeft heel vaak invloed op ons denken.

Het kan zijn dat de dood niet zelf de echte verschrikking is. Het is veel waarschijnlijker dat de echte verschrikking het mysterie is dat hetgeen er na de dood gebeurt omgeeft. Als men de waarheid niet gelooft, kan dat mysterie een verontrustende angst met zich meebrengen. Daar in Hebreeën werd angst in samenhang met de dood genoemd. Christus heeft ons daarvan bevrijd, maar we zijn nog steeds onderworpen aan de dood. Hebreeën 9:27 is nog steeds op ons van toepassing: "Het is de mens beschikt eenmaal te sterven," maar Christus heeft het mysterie, de verschrikkingen weggenomen. Hij heeft ons duidelijk gemaakt dat de dood ons niet kan vasthouden. De dood is niet permanent.

Voor wat betreft de tijd weten we dat we maar over een beperkte hoeveelheid kunnen beschikken en ik kan u uit eigen ervaring vertellen, dat het bij het ouder worden meer en meer deel gaat uitmaken van je denken en dwingt tot het nemen van beslissingen. "Ik moet dit in ieder geval nog doen!" Nu ik die hartaanval heb gehad, is dat nog iets intenser geworden. Er is een tijd geweest dat ik dacht dat ik van ijzer en staal was gemaakt, maar dat is niet het geval. Ik ben vlees en bloed. Mijn hart heeft nu zijn problemen en ik draag dat bij me. Ik wil dingen gedaan krijgen en dus oefent dat druk op mij uit.

Niet dat ik bang ben. Toen ik die hartaanval had, zei ik Evelyn dat er niet één angstige gedachte in mijn denken opkwam. Ik kan dat eerlijk zeggen. Ik was niet bang, omdat ik wist dat er voor mij zou worden gezorgd. Ik wist dat er voor Evelyn zou worden gezorgd. Maar ik weet dat ik sterfelijk ben en dat heeft mijn denken ook al een beetje veranderd. Zo is het dus en het geeft vorm aan de manier waarop we denken en beslissingen nemen. We zijn in slavernij van gewoontes — van een reusachtige variëteit aan gewoontes op praktisch elk gebied van het leven, en dat zijn niet allemaal goede gewoontes.

Als ik het in één woord zou moeten samenvatten, dan laten deze twee verzen zien dat we in slavernij zijn van angst. Die angst mag dan niet wanhopig zijn, maar die blijft altijd maar doorzeuren. Zal er voor ons worden gezorgd? Zal God in onze behoeften voorzien? Daarom wordt die aanmoediging in dat zelfde boek gegeven.

We hebben ook allemaal onze eigen gerechtigheid vastgesteld door te doen wat op dat moment juist scheen. Waarom deden we dat? Omdat we in Babylon vertoeven, omgeven door een verwarrende hoeveelheid aan keuzes, en moreel en geestelijk zijn de meeste van hen verkeerd. "Satan heeft de gehele wereld misleid."

Dan roept God ons. We staan om zo te zeggen aan het begin van een reis. Hoe kunnen we weten welke weg te gaan terwijl we nog steeds in het geestelijke Egypte verblijven? Het antwoord daarop is, dat we dat niet kunnen weten. Dus totdat God werkelijk de weg opent, blijven we in slavernij zonder volledig te beseffen waarvan we de slaaf zijn. Het kan zijn dat we beseffen dat er iets verkeerds is, maar wat is het? Dat gaan we niet echt beseffen totdat God ons denken opent om in te zien dat we in slavernij zijn van Satan, de wereld en de menselijke natuur. Alle drie leggen ze ons hun wil op en we hebben weinig of geen kracht om weerstand te bieden, omdat we in de meeste gevallen niet beter weten, en daarom hebben we ook geen echte keus inzake gedrag. We zijn tot slaaf gemaakt.

Satan heeft geen macht over de dood, zoals zijn confrontatie met Job duidelijk laat zien. God hield hem in toom, maar vergeet dit niet: Satan bestuurt deze aarde middels een heerschappij van de dood. Dat is niet hetzelfde. Hij bracht de dood in de wereld en door misleiding zorgt hij ervoor dat dit het geval blijft. Hij verstrikt en daarna heerst hij door leugenachtige dwang, beproevingen en bedreigingen.

God zond Mozes en Aäron als de instrumenten waardoor Hij zou werken om de Israëlieten te bevrijden, maar zoals we aan het begin van deze preek zagen, was het God die Israël bevrijdde. Degene die ons bevrijdde is precies Dezelfde die Mozes gebruikte om aan Israël en de farao te verkondigen dat God Israël zou bevrijden.

Wat deed Jezus om de cyclus van slavernij te doorbreken voor hen die God roept? Hij, onze Schepper, aanvaardde het vrijwillig om mens te worden zodat Hij kon sterven en de straf voor de zonde kon betalen, opdat wij bevrijd konden worden uit de slavernij aan de dood. Door Zijn zondeloze leven, dood en opstanding is Satans macht gebroken, zodat de dood iemand wiens leven zijn geloof in Christus tot uiting laat komen, niet kan vasthouden. Precies hier — als eenmaal de oorspronkelijke slavernij is geopenbaard en verbroken — komt iets van de last van ons behoud op ons te liggen, waarbij we de voortdurende hulp van Jezus Christus, onze Hogepriester, nodig hebben. Had Israël de hulp van Jezus Christus die in de wolk verbleef, nodig? Daar kunt u van op aan! En evenals zij Zijn hulp nodig hadden, hebben wij Zijn hulp nodig tijdens een veel belangrijkere pelgrimstocht dan die zij ondernamen.

Deze parallel kunnen we ook zien in Israëls bevrijding uit Egypte. Toen ze nog in hun Egyptische slavernij verkeerden, deden ze feitelijk niets om zichzelf te bevrijden. Kunt u iets bedenken dat zij deden om zich te bevrijden? Het lijkt erop dat ze het grootste deel van de tijd kritiek op Mozes hadden. Ik denk dat een van de weinige dingen die zij deden, eruit bestond het bloed op de deurposten en de bovendorpel te strijken. Behalve dat is er niet veel dat zij deden. Dat bloed vertegenwoordigde Christus' bloed. Gemeente, dat is praktisch het enige dat wij doen om uit die slavernij bevrijd te worden. Ook wij komen onder het bloed te staan, dat ons bevrijdt van de dood in wiens slavernij wij verkeren.

Toen ze eenmaal de Schelfzee door waren, viel iets van de last van hun bevrijding op hen, zoals tot uiting komt in het feit dat zij naar het beloofde land moesten lopen. Het kostte hen veertig jaar om daar te komen en ze moesten allerlei moeilijke omstandigheden het hoofd bieden, totdat ze daar aankwamen. Weet u wat die moeilijke omstandigheden met hen deden? Die moeilijke omstandigheden bereidden hen voor om in het beloofde land te wonen.

Daar hebben we alweer een parallel. Op basis hiervan kunnen we begrijpen dat ons behoud niet snel zal plaats vinden. Het kan voor heel wat mensen best een tocht van veertig jaar worden. Ik heb u verteld dat Evelyn en ik vanaf de tijd van mijn ordinatie een tocht van veertig jaar hebben gemaakt, en daaraan gingen nog zeven jaar vooraf vanaf de tijd dat we werden gedoopt. Wij zijn dus zevenenveertig jaar onderweg en tellen nog steeds door.

Toen wij in de kerk kwamen, was Allison zelfs nog niet geboren. Maar terwijl Allison opgroeide — ze werd twee jaar, drie jaar, vier jaar, vijf jaar oud — dachten we dat ze zelfs nooit naar de middelbare school zou gaan, want 1972 kwam eraan en we dachten dat Christus dan zou terugkeren. Dat laat zien hoe goed onze inschattingen zijn, deze tocht duurt heel wat langer. Waarom? Omdat we tijd nodig hebben uit onze slavernij te komen. Toen Israël de woestijn introk, namen ze hun slavernij gewoon met zich mee. Ze overwonnen die nooit. Wij kunnen ons die luxe niet veroorloven, zelfs al dragen we de slavernij met ons mee. Die zit in ons hart. We zouden kunnen zeggen dat die in ons denken zit. Ze overheerst ons niet meer, maar ze oefent nog steeds haar invloed uit omdat de slavernij in ons hart zit, in ons denken. Ze bestaat uit al die dingen die ik wat eerder in deze preek noemde.

Laten we Johannes 8 opslaan. Johannes 8 gaat over twee of drie verschillende onderwerpen. De meesten van ons zijn heel erg bekend met een aantal van de verzen uit dit hoofdstuk. Onder andere met het gedeelte dat gaat over de vrouw die op overspel werd betrapt. Begrijpt u dat ze verslaafd was aan dat leven van zonde en dat dat tot uiting kwam in de overspelige relaties die ze had? Ik ben er zeker van dat ze er meer had dan alleen maar de ene waarin ze werd betrapt. Daar stond ze dus voor haar rechters — voor al die mensen die haar bij Christus brachten om te worden veroordeeld.

Natuurlijk weet u wat er gebeurde. Ze gingen allemaal weg toen Jezus in het zand schreef en ze keken wat Hij schreef. Zij werden veroordeeld door wat ze wisten dat Hij daar neerschreef, wat dat ook maar was. Toen Jezus opkeek was er niemand meer behalve de vrouw, en wat zei Hij tot haar? Hij zei: "Ik veroordeel u niet. Ga heen en zondig niet meer." Ziet u, Hij bevrijdde haar van de slavernij aan de dood. Dat is het voorspel op de rest van het hoofdstuk, omdat de rest van het hoofdstuk over slavernij en vrijheid gaat. Dit is het hoofdstuk dat zegt: "de waarheid zal u vrijmaken."

Johannes 8:30 Toen Hij dit sprak, geloofden velen in Hem.

Johannes 8:33 Zij antwoordden Hem: Wij zijn Abrahams nageslacht en zijn nooit iemands slaven geweest; hoe zegt Gij dan: gij zult vrij worden?

Hier hebben we een hoofdstuk dat gaat over waarheid, slavernij en vrijheid. Om de ironie van deze discussie die Hij met de joden heeft aan te voelen, moeten we allereerst opmerken dat Hij sprak tot mensen die in Hem geloofden. Dat is een belangrijke punt voor het vervolg.

Toen Jezus het feit naar voren bracht dat ze in slavernij verkeerden, ontkenden ze dat. En toch was de gehele natie onderworpen aan Rome! Nee, naar hun zeggen verkeerden ze in geen enkele vorm van slavernij. Wat dachten ze wel, gemeente?

Laten we eens veronderstellen dat Jezus hetzelfde zou verkondigen aan een groep Amerikanen ergens in de Verenigde Staten. Geloven Amerikanen niet dat zij de meest vrije mensen ter wereld zijn? Deze joden waren, ondanks al hun vurigheid over hun zogenaamde vrijheid, blind voor het feit dat ze in het soort slavernij verkeerden waar Jezus het over had. Iedere Amerikaan uit deze tijd zou waarschijnlijk precies hetzelfde zeggen als de joden deden, omdat we zijn opgegroeid met het idee dat we wonen in "het land van de vrijheid en de onbeperkte mogelijkheden."

Tussen twee haakjes, ieder van ons die aandacht schenkt aan wat er in het nieuws aan de orde komt, weet dat de wetten die onze vrijheden — vrijheden die we hebben genoten sinds George Washington president was — kunnen wegnemen, allemaal al bestaan. Met een simpele handeling als het knippen van de vinger kunnen ze worden geactiveerd, zodat iedereen in de Verenigde Staten een gevangene wordt van de regering. Weest u zich daarvan dus bewust. We zijn niet zo vrij als we graag willen denken.

De joden waren blind voor hun omstandigheden, en ze waren blind omdat ze in duisternis verkeerden. Dat was een geestelijke duisternis. Er was geen licht in hen en daarom waren ze zich niet bewust van hun slavernij, en ze konden niet begrijpen wat Jezus zei. Jezus zei iets dat voor u en mij nu helder en duidelijk is, maar het denken van de joden — de mensen die in Hem geloofden — ging een geheel andere richting uit waardoor ze wat Hij zei totaal verkeerd interpreteerden. "We zijn nooit iemands slaven geweest." Toch wel, ze waren dat reeds honderden jaren.

Johannes 8:34-36 Jezus antwoordde hun: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, een ieder, die de zonde doet, is een slaaf der zonde. 35 En de slaaf blijft niet eeuwig in het huis, de zoon blijft er eeuwig. 36 Wanneer dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult gij werkelijk vrij zijn.

Wat Jezus hier zei was een raadsel voor hen. Wat Jezus hier zei moeten we in verband brengen met Gods gezin. Een slaaf kan nauw betrokken zijn bij zijn meester en het gezin van zijn meester, maar de slaaf maakt — ondanks zijn nauwe betrokkenheid bij het gezin — niet werkelijk deel uit van het gezin. Het kan zijn dat het gezin heel goed en vriendelijk voor hem is. Het kan zijn dat ze hem cadeaus geven, maar het blijft een feit dat hij nog steeds een slaaf is.

We moeten begrijpen dat dit vrij zware stof is. Eén van de subtiele punten die hierbij betrokken is, is dat alleen zij die deel uitmaken van Gods gezin vrij zijn. Zij zijn de enige mensen op aarde die werkelijk vrij zijn, die de vrijheid hebben waar Jezus het over heeft. Wat Jezus zegt wordt heel belangrijk voor ons, omdat de meeste slaven niemand kunnen bevrijden, inclusief zichzelf. We kunnen daar de logica van inzien. Deze mensen hier waren slaven en ze konden zichzelf niet eens van de Romeinen bevrijden. Ze waren zeker niet vrij om aan de blindheid die in hun hart en denken aanwezig was, te ontsnappen.

Een slaaf kan verkocht worden, van het domein van zijn meester verdreven worden, of hij kan op ieder willekeurig moment door zijn meester worden vrijgelaten. Het punt dat Jezus maakt, is dat alleen iemand die volledig vrij is, aan zijn slaven vrijheid kan verlenen. Begrijpt u hoe belangrijk dit voor u en mij is? Wij zijn gekocht voor een prijs waardoor we Christus' slaven werden. Hij kocht ons. Hij is het enige Wezen, behalve de Vader, die ons de vrijheid kan geven. Hoe belangrijk is dat voor u? Dat is uitzonderlijk belangrijk.

Johannes 8:37-40 Ik weet, dat gij Abrahams nageslacht zijt; maar gij tracht Mij te doden, omdat mijn woord bij u geen plaats vindt. 38 Wat Ik gezien heb bij de Vader, spreek Ik; zo doet ook gij, wat gij van uw vader gehoord hebt. 39 Zij antwoordden en zeiden tot Hem: Onze vader is Abraham. Jezus zeide tot hen: Indien gij kinderen van Abraham zijt, doet dan de werken van Abraham; 40 maar nu tracht gij Mij te doden, een mens, die u de waarheid gezegd heeft, welke Ik van God gehoord heb; dit deed Abraham niet.

Abraham was een vrij man. Zij dachten dat zij vrij waren, maar ze vergeleken zichzelf met iemand die werkelijk vrij was. Zij waren slaven. Hij moet dus ten behoeve van ons, en zelfs ook voor hen, de waarheid duidelijk maken betreffende hun echte relatie met Abraham. Wat Hij zegt zit hen niet lekker, omdat Hij hun zegt dat Hij weet dat ze fysiek van Abraham afstamden, maar dat ze niet geestelijk van hem afstammen, omdat zij zich in hun leven niet zo gedragen als Abraham. Precies op dit punt wordt hun slavernij aan de zonde openbaar.

De bijbel gebruikt termen zoals kinderen, zonen en dochters op twee manieren. De ene is in een fysieke context van afkomst. De andere duidt op iemand die de karakteristieken laat zien van een ander, zelfs al bestaat er geen fysieke relatie tussen hen. Bijvoorbeeld, de bijbel gebruikt de term "zonen van Belial" of "kinderen van Belial". Belial was Satan. Dit zijn mensen die, al stamden ze niet letterlijk van Belial af, toch de immorele karakteristieken van Belial vertonen. Daarom zei Hij wat Hij daar in vers 39 zei.

Toen de Engel de Heren bij de tent van Abraham verscheen, verwelkomde Abraham Hem. Hij was gastvrij voor Hem. Hij onderhield Hem. Hij gaf Hem te eten. De joden, al stamden ze fysiek af van Abraham, lieten Abrahams karakteristieken niet tot uiting komen in de manier waarop ze Hem die Gods Boodschapper voor hen was, verwelkomden, maar zij vertoonden de karakteristieken van Belial. Wat kunnen we daaruit leren? Jezus zei: "Gebaseerd op wat u doet in relatie tot Mij, kan Ik zeggen, dat al stamt u fysiek van Abraham af, uw geestelijke vader Satan de duivel is.

Johannes 8:44-47 Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensenmoorder van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader der leugen. 45 Maar omdat Ik u de waarheid zeg — Mij gelooft gij niet. 46 Wie van u overtuigt Mij van zonde? Als Ik waarheid spreek, waarom gelooft gij Mij niet? 47 Wie uit God is, hoort de woorden Gods; daarom hoort gij niet, omdat gij uit God niet zijt.

Christus geeft u en mij een manier waarop we kunnen beoordelen hoe vrij we zijn. Dat is op basis van wat we doen. Vertonen wij de karakteristieken van Abraham, onze fysieke vader in het geloof? Vertonen wij de karakteristieken van Jezus Christus? De slavernij van de joden liet hen doen wat zij deden, evenzeer als Satans natuur hem laat doen wat hij doet. Hun slavernij blokkeerde hun begrip, daarom richtten hun gedachten zich op de vernietiging van het goede. Het goede was natuurlijk Jezus Christus.

Johannes 8:32 en gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken.

Jezus bevrijdt ons door Zijn roeping door ons in staat te stellen geestelijke en morele vrijheid te hebben binnen een chaotische hoeveelheid van geestelijke en morele verwarring.

God stelde door Zijn unieke handelingen Israël in staat niet alleen ongedeerd uit Egypte te vertrekken, maar zelfs zonder dat ze een oorlog moesten voeren. Op dezelfde manier kunnen wij ons niet voor God rechtvaardigen, dat wij de vrijheid hebben om voor Hem te verschijnen. Precies dezelfde Tussenpersoon die ons in staat stelt aan de tocht naar absolute vrijheid te beginnen, is ook de Tussenpersoon die ons voedt, ons sterkt en onze vrijheid in stand houdt als de reis eenmaal begonnen is. Dat is de waarheid. Maar er is een "maar" aan verbonden. Inderdaad, waarheid maakt ons vrij en waarheid stelt ons in staat vrij te blijven, als we die waarheid geloven en gebruiken. Daar hebben we de voorwaarde, het "maar".

In tegenstelling tot Israël brengt God ons fysiek nergens naar toe, maar we moeten beginnen uit te komen uit onze persoonlijke, geestelijke slavernij, voordat we een verbond met Hem kunnen aangaan door de doop en het opleggen van handen. Met andere woorden we moeten beginnen met de vruchten te laten zien die passend zijn voor bekering, zoals Johannes de Doper duidelijk instrueerde.

Israël ging slechts door een fysiek type. Wij gaan door de geestelijke werkelijkheid en Jezus maakt het hier heel duidelijk dat waarheid een belangrijke rol speelt in werkelijke vrijheid. Zodoende kan iemand werkelijk vrij zijn ongeacht wie hij is en waar hij woont, omdat niemand werkelijk vrij is totdat hij geestelijk vrij is.

Geloof het of niet, iemand kan in de gevangenis vrij zijn zoals dat het geval was met de apostel Paulus. En God plaatst daar een uitroepteken bij. Eens toen Paulus in de gevangenis zat, zond God een aardbeving, ruïneerde het gebouw en Paulus kon zo weglopen. Petrus zat in de gevangenis, God zond een engel die de deuren opende en Petrus liep weg. Zij waren vrije mensen en God voorzag in wat er in die tijd nodig was.

Maar de les, gemeente, is dat ongeacht waar we zijn, onze vrijheid, of onze slavernij, er is. Het is waarheid die ons in staat stelt de banden van de slavernij te verbreken. Begrijp me niet verkeerd. Dat zal niet geheel door ons gebeuren. Dat zal gebeuren in samenwerking met Christus, maar onze reis, onze pelgrimstocht, is een geestelijke reis.

U zult zich nog wel herinneren dat Jezus in Johannes 8:44 zei dat Satan, die ons allemaal door de wereld heeft beïnvloed, een leugenaar was van den beginne en dat er geen waarheid in hem is. Daarom moeten we begrijpen dat Satans misleiding, gecombineerd met ons eigen zelfbedrog, een heel grote rol speelt in onze slavernij.

Laat me u een of twee belangrijke waarheden geven. In Johannes 8 gaf Jezus de joden twee moeilijk te aanvaarden uitdagingen: (1) Zich in gehoorzaamheid aan Hem over te geven, en (2) De allerhoogste standaards van gedrag te accepteren.

Iemands leven ontleent zijn waarden aan de doelen die men stelt. Wat is uw doel in het leven? Denk daar serieus over na. Wat is uw doel in het leven? Is dat het Koninkrijk van God? Doelen spelen een belangrijke rol om iemands waarden in het leven vorm te geven, omdat als iemand werkelijk verlangt te slagen om dat doel te bereiken, wat het ook maar mag zijn, die persoon ertoe gedwongen wordt te doen wat nodig is om dat doel te bereiken. Hij zal de prijs betalen. In termen van christen-zijn, het doel ervan zal vormgeven aan de standaards, die als ze worden gebruikt, vrijheid zullen voortbrengen, omdat het ware waarden zijn.

Let erop hoe duidelijk Jezus zei, hoe Hij hen die naar Zijn boodschap luisteren en deze geloven, zal helpen. Vergeet nooit dat Jezus in zekere zin gewoon een prediker was. Gewoon een prediker? Hij was de beste die ooit op aarde rondliep. In Zijn prediking stelde Hij hoe Hij hen zal helpen die naar Zijn boodschap luisteren en deze geloven. Hij gebruikte woorden om dat te doen. Die woorden werden opgenomen in het evangelie van het Koninkrijk van God. Woorden zijn symbolen van concepten en idealen waarop we ons denken en onze besluitvorming baseren.

Laten we Lucas 4:18 opslaan, omdat Jezus hier de reden vermeldt waarom Hij werd gezonden en wat Hij zal verkondigen. We kunnen in Marcus 1:14-15 zien dat Hij kwam om het evangelie te verkondigen, maar hier in Lucas 4:18 wordt dit in iets meer detail gespecificeerd.

Lucas 4:18-19 [Statenvertaling] De Geest des Heeren (is) op Mij, daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden, om den armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen, die gebroken zijn van hart; 19 Om den gevangenen te prediken loslating, en den blinden het gezicht, om de verslagenen heen te zenden in vrijheid; om te prediken het aangename jaar des Heeren.

Laten we deze punten iets langzamer doornemen en deze iets meer uitleggen.

Doel nummer 1: Armen het evangelie brengen.

De bijbel gebruikt het woord "armen" op verschillende manieren. Het verwijst niet altijd naar mensen die economisch arm zijn, meestal verwijst het naar de zwakken, hen die geen macht bezitten, hen die achtergesteld worden. Iemand kan in de gemeenschap een hoogstaand iemand zijn en toch is hij geestelijk machteloos en achtergesteld. Hoeveel macht denkt u te hebben om werkelijk dingen in de Verenigde Staten van Amerika te veranderen? Geen enkele! De verkondiging van het evangelie aan de armen is nodig, omdat deze visie geeft aan mensen die willen luisteren en geloven. Het zet de doelen vast.

Doel nummer 2: Hij geneest de gebrokenen van hart.

Dit verwijst feitelijk naar specifieke mensen. De "gebrokenen van hart" naar bijbels concept zijn zij die werkelijk berouwvol zijn. Die mensen zal Hij genezen. Een tweede reden dat Hij dit doet is om voor het verleden zorg te dragen — om het grote schuldgevoel dat op ons rust weg te nemen en dit te vervangen door troost en bemoediging. God is een God van vertroosting, omdat als Hij eenmaal het evangelie aan de armen verkondigt en daarna de gebrokenen van hart geneest, hun denken begint te veranderen door de waarheid die hun gegeven is, en ze worden bemoedigd en vertroost, omdat er nu hoop is.

Doel nummer 3: Hij predikt gevangenen loslating.

Weet u wie die gevangenen zijn? Dat zijn zij die in slavernij verkeren. Zij zijn de gevangenen van Satan en de culturen van deze wereld, en zelfs de gevangenen van zichzelf. Waarom doet Hij dat? Om enthousiasme te inspireren en hoop te geven voor een schitterende en wonderbaarlijke toekomst. Je zou toch denken dat iedereen in de gevangenis er naar uitziet om weer buiten de gevangenis te zijn? Daar heeft Hij het over. Hij begint met vreugde te brengen in het leven van iemand. Die persoon weet dan waartoe hij geboren is. Dat is een ontzagwekkend iets. Er wordt een begin gemaakt met de genezing van de geestelijke blindheid waaraan hij leed. God geeft hem zodoende bevrijding.

Doel nummer 4: De blinden het gezicht te geven.

Dit doel moet vrij duidelijk zijn. Hun die in slavernij verkeren, geeft Hij geestelijke en morele waarheid, en daarom begint Hij om hun denken in orde te brengen, het helder te maken en de richting voor hun leven vast te stellen.

Doel nummer 5: Hij stelt hen in vrijheid — de vergeving van zonde en wat er ook maar nodig is om hen vrij te houden; dit is alweer een verwijzing naar slavernij.

Doel nummer 6: Hij predikt het aangename jaar des Heren.

Weet u waarom Hij dit doet? Om een gevoel van urgentie bij te brengen. Is het u ooit in de bijbel opgevallen hoe vaak Paulus in zijn geschriften zei: "Hé! Het einde is nabij. We hebben weinig tijd meer!" God wil dat wij met enthousiasme vervuld zijn voor wat Hij in ons leven doet, en het ons duidelijk maken dat we geen tijd moeten verspillen. Dat betekent niet dat we als een kip zonder kop moeten rondrennen. Hij heeft ons de richting aangeduid waarin we onze energie moeten besteden, en dat is in de richting van het Koninkrijk van God.

In al deze dingen werkt God door middel van Zijn woord, Zijn waarheid, in op ons denken, waarbij Hij ons door een opvoedkundig proces in staat stelt het best mogelijke van ons leven te maken. In deze betekenis is behoud een opvoeding in essentiële waarheden. Hieruit komt een bevrijding uit slavernij voort — ons denken wordt schoongeveegd.

We weten allemaal wat er in Johannes 17:17 staat. Jezus deed in dat gebed een beroep op Zijn Vader: "Heilig hen in uw waarheid; uw woord is de waarheid." Niemand is werkelijk vrij totdat hij vrij is voor de waarheid te kiezen ondanks alle verwarrende misleiding en huichelachtigheid die Satan tot stand heeft gebracht en waardoor hij de mensen tot slaaf van zijn bestuur heeft gemaakt.

2 Corinthiërs 3:12-16 Nu wij zulk een verwachting hebben, treden wij met volle vrijmoedigheid op, 13 geheel anders dan Mozes, die een bedekking voor zijn gelaat deed, opdat de kinderen Israëls geen blik zouden slaan op het einde [doel] van hetgeen moest verdwijnen [sprekend over het Oude Testament]. 14 Maar hun gedachten werden verhard. Want tot heden toe blijft dezelfde bedekking [dezelfde blindheid] over de voorlezing van het oude verbond zonder weggenomen te worden, omdat zij slechts in Christus verdwijnt. 15 Ja, tot heden toe ligt, telkens wanneer Mozes voorgelezen wordt, een bedekking over hun hart, 16 maar telkens wanneer iemand zich tot de Here bekeerd heeft, wordt de bedekking weggenomen.

Paulus herhaalt een waarheid die iedereen in deze zaal kent. De bedekking is van ons denken weggenomen. Paulus verwijst hier dus specifiek naar de joden uit zijn tijd, en hoe verblind waren die niet. Zijn wij anders? Nee. Totdat Christus deed wat Hij deed, bleef de blindheid totdat Hij de bedekking wegnam. Hoe deed Hij dat? We zouden kunnen zeggen dat Hij dat deed door een wonder op ons denken los te laten. Dat zou niet verkeerd zijn, maar wat liet Hij gebeuren zodat we dit konden inzien? Hij gaf ons waarheid — sommige van de dingen die we hier in Lucas 4 zien — en stelde ons in staat deze te geloven. Tot dat moment was de bedekking aanwezig.

Wij zijn dus ook blind voor belangrijke elementen van deze waarheid tot onze roeping, en daarom kunnen we niet werkelijk vrij worden totdat de blindheid wordt verwijderd en we de waarheid beginnen te gehoorzamen. Zelfs dan, al trekken we niet letterlijk door een geografische woestijn, leiden we ons leven in een morele en geestelijke woestijn van deze wereld.

Laten we 2 Corinthiërs 4 opslaan. De inleiding tot hoofdstuk 4 is in één opzicht schitterend en tegelijkertijd maakt deze ons nederig. Nadat hij gezegd heeft wat hij in hoofdstuk 3 zei over het wegnemen van de blindheid en over wat er aan het einde van het proces zal plaatsvinden, dat we naar het beeld van Jezus Christus gevormd zullen worden, staat het ons nu vrij om dat beeld aan te nemen.

2 Corinthiërs 4:1-7 Daarom, nu wij [Paulus en zijn metgezellen die dienaren waren] deze bediening hebben, die ons door barmhartigheid is toevertrouwd, verliezen wij de moed niet, [Wij geven niet op.] 2 maar hebben wij verworpen alle schandelijke praktijken, die het licht niet kunnen zien, daar wij niet met sluwheid omgaan of het woord Gods vervalsen, maar de waarheid aan het licht brengen en zo bij elk menselijk geweten onze eigen aanbeveling zijn voor het oog van God. 3 Indien dan nog ons evangelie bedekt is, is het bedekt bij hen, die verloren gaan, 4 ongelovigen, wier overleggingen de god dezer eeuw met blindheid heeft geslagen, zodat zij het schijnsel niet ontwaren van het evangelie der heerlijkheid van Christus, die het beeld Gods is. 5 Want wij prediken niet onszelf, maar Christus Jezus als Here, en onszelf als uw dienaren om Jezus' wil. 6 Want de God, die gesproken heeft: Licht schijne uit het duister, heeft het doen schijnen in onze harten, om ons te verlichten met de kennis der heerlijkheid Gods in het aangezicht van Christus. 7 Maar wij hebben deze schat in aarden vaten, [We hebben deze schat en we zijn nog steeds menselijk!, zegt hij in feite.] zodat de kracht, die alles te boven gaat, van God is en niet van ons:

Stellen we deze schat werkelijk op prijs? Waar heeft hij het over? Wat is deze schat? Het is waarheid! Het is waarheid over waartoe we zijn geschapen. Het is waarheid over waar Gods plan en doel op zal uitlopen. Het is waarheid dat wij nu deel uitmaken van dat doel en plan. Het is waarheid dat we Zijn geest hebben — dezelfde geest als waardoor Hij alles dat bestaat, geschapen heeft. We hebben die niet in dezelfde mate als Hij, maar hij is ook in ons. We zijn bevrijd van ons richtingloos op weg zijn naar de dood.

Is het u opgevallen hoe vaak Paulus woorden gebruikte, zoals blind, bedekt, waarheid, licht, duisternis en kennis? Onze bevrijding en wat daarop volgde is een opvoeding in Gods waarheid, opdat wij die in de praktische omstandigheden van alle dag zouden kunnen toepassen, waarmee we zouden bouwen aan de kwaliteiten die we nodig hebben voor een leven in het Koninkrijk van God. We zijn weer terug op ons uitgangspunt. God bereidde Israël in de woestijn voor op een bestaan in het beloofde land. God bereidt ook ons voor op een bestaan in het beloofde land.

Laten we deze gedachte vervolgen door Hebreeën 4:1 op te slaan.

Hebreeën 4:1 Laten wij daarom op onze hoede zijn [er erg bezorgd voor zijn], dat niemand van u, terwijl nog een belofte van tot zijn rust in te gaan bestaat, de indruk zou wekken achter te blijven.

Deze woorden hier beelden mensen uit die waarheid kenden en toch was de woestijn vanaf de Schelfzee tot aan het beloofde land bezaaid met hun lichamen, omdat zij tekortschoten. In hun leven beantwoordden ze niet aan hun bestemming. Vers 2 heeft echt wat te zeggen. Het geeft de reden waarom hij schreef wat er in vers 1 staat.

Hebreeën 4:2 Want ook ons is het evangelie verkondigd evenals hun, ...

Hun werd het evangelie verkondigd. Zo'n 1400 jaar voordat Jezus Christus kwam, werd hun het evangelie verkondigd, omdat Mozes er weet van had, evenals Abraham er weet van had, en Isaak er weet van had, en Jakob er weet van had.

Hebreeën 4:2 ..., maar het woord der prediking was hun niet van nut, omdat het niet met geloof gepaard ging bij hen, die het hoorden.

Wat een onheilspellende conclusie kan dat zijn. Hij spoort ons aan om er ernst mee te maken, om de waarheid die ons gegeven is te gebruiken. We verkeren allemaal in een ander stadium van het verzamelen, van begrip en van gebruik ervan, maar God houdt ons verantwoordelijk om datgene wat Hij ons ter beschikking heeft gesteld, toe te passen en te gebruiken

Ons behoud hangt af van ons gebruik van waarheid, omdat het gebruik van waarheid ons voortdurend vrijer, en vrijer, en vrijer zal maken. We zullen er geen behoud door verdienen, helemaal niet, maar het speelt een rol in onze verantwoordelijkheid jegens God. Waarom? Feitelijk gaf Jezus het antwoord in Johannes 8, omdat we kunnen zien in wie iemand gelooft door wat hij doet. Als iemand in God gelooft en hij maakt gebruik — misschien geen volmaakt gebruik — van de kennis die hem gegeven is, weet God dat heel goed, evenals Hij dat over Abraham zei: "Nu weet Ik!"

God kende geen twijfel over Abraham. Abraham zal in Gods Koninkrijk aan Hem onderworpen zijn, evenals Jezus Christus. God kijkt dus wat we met de waarheid doen die ons gegeven is, en op basis daarvan ziet Hij hoe vrij we zijn en of we zullen doorgaan ons tot in alle eeuwigheid aan Hem te onderwerpen. Maar zelfs al zal God dan onze Meester zijn, toch zullen we vrij zijn, omdat we hebben geleerd hoe ons leven binnen Gods vrijheid te leiden door Zijn woord na te volgen. Zo eenvoudig is dat. Het is helemaal geen geweldig ingewikkeld concept.

Als u meer bewijs wilt dat Mozes wist wat er gaande was, kunt u dat vinden in het 11e hoofdstuk van Hebreeën. Daar staat dat reeds in Egypte "Mozes de smaad van Christus achtte". Hij wist wie hij volgde. Hij wist dat God mens zou worden en Zijn leven zou geven, omdat de mensheid een Verlosser nodig heeft die de doodstraf moet ondergaan, zodat de mensheid in vrijheid kan worden gesteld om een opvoeding in waarheid te krijgen. De persoon die in vrijheid is gesteld, heeft daarna een relatie met God, en de opvoeding wordt een heel persoonlijke zaak tussen God en die persoon.

We zouden almaar door kunnen gaan om de parallellen die er zijn te laten zien, maar als u slechts één ding van deze preek opsteekt, is dat Gods waarheid de belangrijkste rol in ons leven speelt en hoe wij daar gebruik van kunnen maken door deze te geloven. Als we deze geloven, zullen we haar gebruiken — elk van ons in verschillende mate, maar we zullen haar gebruiken.

Ik denk dat we hebben gezien, tenminste tot op zekere hoogte, dat Christus niet alles voor ons deed. Er zijn dingen die van ons worden verlangd. Als we eenmaal in de woestijn zijn, zijn er dingen die wij moeten doen. Dat zijn geen dingen die ons behoud geven, maar het zijn dingen die bepalen hoe vrij we zullen zijn voordat we in het Koninkrijk van God aankomen. Laten we dus zeker stellen dat we gebruik maken van de waarheid die Hij ons gegeven heeft, dan zullen we vrij zijn en zullen we over het juiste soort denken beschikken, gepaard met een schoon geweten, waarbij we God met ons gehele wezen zullen liefhebben.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)