De christen en de wereld (Deel 8)

Door John W. Ritenbaugh
14 maart 1998

Samenvatting: (toon)

In dit achtste deel van de serie over "De christen en de wereld" waarschuwt John Ritenbaugh dat het hebben van bezorgdheid, het hebben van angstige voorgevoelens en piekeren over fysieke voorzieningen (voedsel, kleding en onderdak) en afgeleid te zijn of benauwd te zijn over de toekomst (Mattheüs 6:34) een geweldig groot gebrek aan geloof laat zien en dit is onze relatie met God geheel onwaardig. Als onze kinderen hetzelfde gebrek aan vertrouwen in ons zouden laten zien, zouden we ons gekrenkt voelen en boos zijn. Gebruikmakend van een argument dat verloopt van het belangrijkere naar het minder belangrijke, zouden we moeten beseffen dat als God ons van een lichaam heeft voorzien en ons heeft geroepen, Hij ons zal steunen als we met het nemen van normale voorzorgsmaatregelen en vooruitkijken ons leven aan Zijn dienst toevertrouwen (Psalm 37:5-6), waarbij we Hem in ieder aspect van ons leven betrekken door onophoudelijk gebed en onophoudelijke gehoorzaamheid.


In de vorige preek keken we naar Mattheüs 6:24 waar staat dat niemand twee heren kan dienen. Niemand kan twee heren op gelijkwaardige wijze dienen. Het geloven in een concept van twee heren op gelijkwaardige wijze dienen, is een misleiding dat we toch op de een of andere manier de kool en de geit kunnen sparen en het beste van de twee kunnen hebben. Gods weg van leven vereist een grote mate van toewijding, of we lopen het risico uit onachtzaamheid afgodendienst te gaan bedrijven. We zagen aan het begin van die preek dat iedereen die een vriend van de wereld is, de vijand is van God. Dat stond in Jacobus 4:4. Deze wereld is een realiteit waarmee we elke dag te maken hebben, en een deel van die realiteit is dat de mens het moeilijk vindt er weerstand aan te bieden. Dit vindt zijn oorzaak in het feit dat de wereld, duidend op de culturen van deze wereld, de schepping is van de menselijke natuur en de menselijke natuur is niets meer dan een reflectie van Satans natuur.

Jezus verpakte deze concepten, deze gedachten, deze elementen, in een mooi pakje door "Mammon" in Mattheüs 6:24 te personifiëren, opdat we zouden begrijpen dat als we deze wereld dienen, we in werkelijkheid Satan dienen. We zien in 1 Johannes 5:19 dat de hele wereld onder controle van Satan staat. Dat betekent dat de wereld door hem beïnvloed wordt. Het lijkt erop dat de wereld door een worstelaar is klemgezet en de wereld onder de boze ligt. Zo zien we alweer dat afgoderij zijn smerige en verontreinigende kop opsteekt.

Uiteindelijk aan het eind van de preek zagen we dat Laodiceanisme precies in dit straatje valt, omdat het ook afgoderij is. Het is een vorm van wereldlijkheid, waarbij God beetje voor beetje wordt weggeduwd in een klein hoekje van het leven, en terwijl dat gebeurt, verschuift het geloof van de Laodiceeër, zijn vertrouwen, heel subtiel naar het materialisme. Geloof verschuift geleidelijk aan naar het geschapene, zelfs terwijl men met de mond God erkent. Dat is iets dat we moeten bevatten, dat een Laodiceeër uiterlijk niets tegen God heeft. De Laodiceeër woont hoogstwaarschijnlijk op regelmatige basis diensten bij en zonder dat hij het zelf weet, is zijn geloof verschoven naar het materialisme.

In de eerste jaren van het bestaan van de Church of the Great God schreef ik een boekje met de titel "Prepare To Meet Your God" [Bereid u voor uw God te ontmoeten]. Dat boekje was grotendeels gebaseerd op het boek Amos. We gaan deze preek daar, in het boek Amos, in hoofdstuk 6, vers 1, beginnen. Ik wil daar een en ander lezen, omdat ik denk dat het boek Amos een heel duidelijk voorbeeld is, in dit geval van een geheel volk dat Laodiceeïsch werd. God liet getrouw vastleggen wat er binnen het volk gebeurde; die dingen zijn verspreid door de hoofdstukken van het boek Amos. Ik zocht de plaats waar we nu gaan lezen uit, omdat hier het principe van Laodiceanisme heel levendig tot uiting komt.

Amos 6:1a Wee de zorgelozen op Sion, ...

We begrijpen denk ik wel, dat door de gehele bijbel heen, te beginnen met de tijd van David, Sion een type van de kerk is. Het is het gebied waar de tempel werd gebouwd.

Amos 6:1ab Wee de zorgelozen binnen de kerk, en die zich veilig voelen op de berg van Samaria, ...

In dit geval wordt er vertrouwd op de materiële kracht van de diplomatie, de legers en de economie van Samaria, de hoofdstad van de tien noordelijke stammen.

Amos 6:1c ..., de uitgelezenen van de keur der volken, tot wie het huis Israëls komt!

Amos 6:3 Gij, die de boze dag ver weg stelt, en de zetel van het geweld nabij brengt,

De inspanningen van de Laodiceeërs zijn op deze wereld gericht en aldoende zegt hij God, dat hij al zijn voorbereidingen maakt voor de wereld en niet voor het Koninkrijk van God. Zo zegt de Laodiceeër waarschijnlijk niet met letterlijke woorden: Wel, de wederkomst van Christus is nog heel ver weg, maar door zijn werken is dat precies wat hij zegt, omdat zijn tijd, zijn energie, zijn inspanningen, zijn intelligentie allemaal op de verkeerde dingen zijn gericht.

Amos 6:4 die nederligt op ivoren bedden, en omhangt op uw divans, die lammeren uit de kudde opeet en kalveren midden uit de stal,

Geen van deze dingen is op zichzelf slecht, maar wel de houding die er achter zit en aanspoort tot het doen van deze dingen, dat zijn: je op je gemak voelen en totaal niet geïnteresseerd zijn om Gods doel te bereiken.

Amos 6:5-6 die joelt bij het geluid van de harp, die gelijk David muziekinstrumenten voor u uitdenkt, 6 die uit plengvaten drinkt, vol wijn, en met de voortreffelijkste olie u zalft, maar om de verbreking van Jozef u niet bekommert!

Dat is een belangrijk punt om in gedachten te houden, want het gaat om hen die zuchten en huilen om wat er allemaal in de stad gebeurt; die mensen zullen gemerkt worden om niet te worden vernietigd.

Amos 6:7 Daarom zullen zij nu in ballingschap gaan aan de spits der ballingen, en uit is het met het getier van wie zo omhangen.

Dat zijn degenen die het er lekker van namen en totaal geen interesse hadden om zich voor te bereiden op Christus' wederkomst; zij zijn geestelijk in slaap gevallen. De Laodiceeërs zijn niet echt geïnteresseerd in Gods woord.

Amos 6:8 De Here HERE heeft gezworen bij Zichzelf, luidt het woord van de HERE, de God der heerscharen: Ik verafschuw de hoogmoed van Jakob en haat zijn paleizen; ja prijsgeven zal Ik de stad met al wat erin is.

Als we Amos lezen met deze gedachte in het hoofd, zien we een gehele natie die Laodiceeïsch werd. Toegeven aan allerlei genoegens en het dienen van Mammon overheersten; er is ook een grote gelijkenis tussen de inhoud van het boek Amos en wat er geestelijk binnen de kerk gebeurde. Als kerk werden we rijk en onze bezittingen namen toe en we meenden nergens nog behoefte aan te hebben. Terwijl we naar de Feesten gingen en offeranden brachten, riepen we: "Heer, Heer". Dit staat toevallig in Amos 5. Maar ons hart was ver van Hem en in ons dagelijks gedrag lieten we Hem zien dat we Hem niet nodig hadden.

Evenals deze mensen uit een ver verleden, hebben wij wind gezaaid en oogsten we storm. Ik zou u willen adviseren dat boekje met deze gedachte in het achterhoofd nog eens door te lezen, want dat was de bedoeling achter het schrijven ervan. Jezus maakte het duidelijk dat het weerstaan van de aantrekkingskracht van het vlees en de wereld een handeling van toewijding vereist, waaraan de gedachte dat Christus en Gods doel de eerste prioriteit in ons leven moeten hebben, ten grondslag ligt. We beseffen dat het slot van Mattheüs 6 zegt: "Zoekt eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid en al deze dingen zullen u worden toegeworpen." De uitleg hiervan is dat de dingen doen op de manier die Christus in Mattheüs 6 opdraagt, de enige manier is waarop we het beste van beide werelden kunnen hebben. We kunnen dit niet hebben als we achter materiële dingen aanjagen, simpelweg alleen al omdat deze dingen niet het vermogen hebben het overvloedige leven voort te brengen dat we zoeken. We kunnen heel wat hebben, maar ons leven zal niet overvloedig zijn. Ons leven kan overvloedig zijn als God als eerste in ons denken aanwezig is, in ons hart, in ons handelen en we toegewijd zijn aan de dingen waaraan Hij wil dat we zijn toegewijd. In materieel opzicht kunnen we dan heel wat minder hebben en toch het beste van deze wereld hebben. In deze preek gaan we zien dat geloof het basiselement is om dit te bereiken.

Laten we teruggaan naar Mattheüs 6. Dit keer vers 25. Ik hoop dat we nooit uit het oog zullen verliezen wat Jezus hier doet en dat is: Hij zet hier Zijn recept uiteen om deze wereld te weerstaan. Als iemand wist hoe de wereld te weerstaan, was Hij het wel en we krijgen zicht op het algemene concept, wat eruit bestaat dat door onze wil, door geloof, door onszelf geheel aan deze manier te wijden, we onze toewijding richten op God en de wereld achter ons laten.

Mattheüs 6:25 Daarom zeg Ik u: Weest niet bezorgd over uw leven, wat gij zult eten [of drinken], of over uw lichaam, waarmede gij het zult kleden. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding?

Jezus gaat hier verder met het uiteenzetten van de standaards van Zijn Koninkrijk en deze standaard is een ongelooflijk hoge standaard. Wij allemaal zijn tot op zekere hoogte schuldig aan bezorgd zijn om materiële zaken, maar wie, zonder het duidelijke onderwijs van Jezus Christus, zou er ooit aan denken dat buitensporige genegenheid voor aardse zaken zonde is? Dit is geen bijkomstigheid. Dit is van essentieel belang. Het staat pal aan het begin van Zijn onderwijs. Hij heeft het in de bergrede niet over bijkomstigheden. Het kan zijn dat ze elementair zijn, maar het zijn geen bijkomstigheden en ze kunnen niet worden afgedaan als zaken waaraan geen consequenties vastzitten. Om bezorgd te zijn of God wel in onze behoeften zal voorzien is ongeloof. Ik bedoel, het is ontrouw, ongeloof in actie. "Al wat niet uit geloof is, is zonde."

Er is veel geschreven over Israëls reis door de woestijn en hun problemen met die omstandigheden. Als wij daar ook schuldig aan zijn, dienen we dit aan God te belijden en Zijn vergeving te vragen. We herinneren ons uit Exodus en in het bijzonder uit Numeri, dat veel gemurmureer ontstond door hun ongeloof of God in hun behoeften zou voorzien. En wat was Gods reactie? Het wekte Zijn toorn op, omdat zij de goedheid en zorg van onze Schepper in twijfel trokken; zij lieten een gebrek aan geloof zien in Zijn wijze en genadige voorzienigheid. Het was een verraderlijke twijfel aan Zijn liefde voor ons. Zo'n bezorgdheid en andere richting van denken zijn in werkelijkheid het resultaat van begeerte. Als ouders behoeven we alleen maar te denken aan wat wij voelen als onze kinderen ons niet vertrouwen. Dat doet pijn. En wat als onze partner ons niet vertrouwt? Hoe voelen we ons dan? We hebben in dit geval te maken met iemand die absoluut volmaakt is in Zijn karakter, en als Hij zegt dat Hij voor ons zal zorgen, zal Hij dat gegarandeerd ook doen. Als we eraan twijfelen en het aan ons gaat knagen en we daardoor overspannen en overbezorgd raken, zal Hij beslist geen goed gevoel hebben over onze relatie.

Buitensporige zorg voor de dingen van dit leven is de werkelijke oorsprong van begeerte. Dit is geen onbelangrijke zaak en als we het belang van dit onderwerp beoordelen aan de hand van de hoeveelheid tijd en ruimte die Jezus eraan besteedt, direct aan het begin van Zijn onderwijs, daar waar Hij het fundament legt voor het onderwijs over Zijn Koninkrijk, dan gaan we zien dat Hij meer tijd aan dit onderwerp besteedde in ruimte en woorden dan aan enig ander onderwerp in de bergrede. Eén auteur die ik hierop nasloeg, zei dat hij gelooft dat dit het hoofddoel was van de gehele bergrede, omdat het rechtstreeks afgaat op de kern van de zaak: geloof en begeerte. Begeerte is afgodendienst. Deze ene gedachte: Wees niet bezorgd, is belangrijk genoeg dat zelfs vóór we aan het einde van het hoofdstuk komen, in feite het laatste vers, Hij er alweer op terugkomt alsof het de conclusie is: Wees niet bezorgd.

We zouden kunnen geloven dat we totaal geen gevaar lopen, omdat er zo weinig van de rijkdommen van de wereld op ons afkomen, omdat we slechts amper over de noodzakelijkheden van het leven beschikken. Maar gemeente, de vrees voor armoede bij de armen en zorgen maken over de toekomst kunnen ons net zo verstrikken en afleiden als de liefde voor rijkdom dat doet voor de rijken. Voordat we in verwarring raken, moeten we begrijpen dat God van ons een balans verwacht met betrekking tot de dingen van dit leven. We gaan hier nog even verder op in, zodat we de andere kant van de medaille ook zien.

Laten we nu Spreuken 6:6 opslaan.

Spreuken 6:6 Ga tot de mier, gij luiaard, zie haar wegen en word wijs:

Uit de manier waarop ik deze preek geef, zou u het idee kunnen krijgen dat God helemaal niet wil dat we denken over zorgen voor onszelf, dat Hij niet wil dat we denken over mogelijk hard genoeg werken om een financiële reserve op te bouwen of een voedselreserve. Nee, God verlangt dat we werken en God verlangt dat we hard werken om dingen te bereiken, in dit leven materiële dingen. Hier wordt een voorbeeld genomen aan de mier. "Ga tot de mier, gij luiaard, zie haar wegen en word wijs." Let op wat de mier doet.

Spreuken 6:7-9 hoewel zij geen aanvoerder heeft, noch leidsman, noch heerser, 8 bereidt zij in de zomer haar brood [of voedsel], verzamelt zij in de oogst haar spijs. 9 Hoelang, luiaard, zult gij neerliggen, wanneer zult gij opstaan uit uw slaap?

God verlangt dat we onze verantwoordelijkheden, zoals zorgen voor ons gezin, heel getrouw nakomen. Laten we weer naar het Nieuwe Testament gaan en wel naar 2 Corinthiërs 12:14.

2 Corinthiërs 12:14 Zie, het is nu de derde maal, dat ik gereed sta tot u te komen, en ik zal u niet lastig vallen; want het is mij niet om het uwe, maar om uzelf te doen. Immers, [Let op dat principe!] kinderen behoren niet voor hun ouders te sparen, maar ouders voor hun kinderen.

De ouders dienen hard genoeg te werken in het kader van hun verantwoordelijkheid om voor hun kinderen te zorgen, dat ze in feite "sparen" voor hun kinderen. We lezen nog een vers dat heel duidelijk is.

1 Timotheüs 5:8 Maar indien een vrouw voor de haren, en nog wel voor haar huisgenoten, niet zorgt, dan heeft zij haar geloof verloochend en is zij erger dan een ongelovige.

Ik denk dat het heel duidelijk is dat er een juiste zorg is voor de dingen in dit leven en dat er geen conflict is met de woorden van Christus in Mattheüs 6 in de verzen die we nog maar net hebben gelezen. Er zijn verschillende maten van zorg. Er is een goddelijke en gematigde manier. En er is een niet vertrouwende manier, een buitensporige manier. Ik denk dat de drie verzen die we zojuist gelezen hebben, duidelijk laten zien dat er een plicht is die we God en de dingen van dit leven verschuldigd zijn. We dienen ijverig te zijn om voor onszelf en ons gezin te zorgen. Het is interessant dat God, aan het begin van het boek, de bijbel, in de eerste hoofdstukken van Genesis zegt dat Adam en Eva de hof dienden te bewerken en te bewaren. Dit betekent dat ze de hof dienden te verfraaien. Ze dienden eraan toe te voegen en deze tegen achteruitgang te beschermen.

Dat maakt deel uit van onze verantwoordelijkheid om ijverig te zijn in onze baan voor onze werkgever. We dienen voorzichtig te zijn, opdat wat we hebben niet verspild wordt, of dat we met geld gaan smijten. We dienen vooruit te kijken en te plannen voor toekomstige behoeften, daarbij in overweging nemend dat er noodgevallen zullen zijn zoals ongevallen, ziekte, dood, natuurrampen en we moeten daarop voorbereid zijn. Als we dat niet doen, is dat geen geloof dat "God zal voorzien", maar veeleer een onverantwoordelijkheid door alle verantwoordelijkheid op God te gooien, terwijl we die van onszelf over het hoofd zien en niet doen wat God ons opdraagt te doen. We hebben veel te leren op weg naar Gods Koninkrijk en onze voorbereiding daarop door een zorgvuldig gebruik te maken van alles wat we verkrijgen. Het gevaar ligt in onze zeer menselijke neiging tot uitersten. De meest voorkomende is het volgen van de neiging van de menselijke natuur om te bezorgd te zijn voor de dingen van het leven en te veel tijd en energie te besteden aan wat in Mattheüs 6 is vertaald met bezorgdheid, bezorgd zijn. "Wees dan niet bezorgd".

Jezus' eerste punt is dat de aandacht voor de behoeften van dit leven ondergeschikt moet zijn aan het zoeken naar het welzijn van geestelijke en eeuwige dingen. Let erop dat Hij ze in volgorde van prioriteit plaatst! Het Koninkrijk van God komt op de eerste plaats, maar we moeten ook aandacht schenken aan de dingen van dit leven en als ooit puntje bij paaltje komt in het besteden van tijd en energie, komt het geestelijke op de eerste plaats. Zijn tweede punt is dat als we ijverig bezig zijn met het vervullen van onze aardse plichten ten opzichte van God, we oprecht en eerlijk dienen om te gaan met mensen terwijl we proberen die dingen te verkrijgen die we nodig hebben.

Als u in dit opzicht een psalm wilt lezen, is Psalm 37 heel geschikt. We zongen het zojuist als een van de gezangen aan het begin van de dienst en terwijl we het zongen kreeg ik de neiging het gezangenboek tijdens de preek mee te nemen om Dwight Armstrongs interpretatie van een deel van die psalm voor te lezen. Als u het gezangenboek thuis wilt opslaan en deze psalm wilt doorlezen, zult u hopelijk begrijpen waar deze psalm over gaat. Het gaat over, of het is de oorsprong van, daar ben ik zeker van, dit onderwijs in Mattheüs 6. U kunt in dit opzicht ook Psalm 73 lezen. Er is een prioriteit. Het Koninkrijk van God komt eerst. Terwijl we ook ijverig zijn om Gods vereisten ten opzichte van onze werkgevers, enzovoort, na te komen, moeten we oprecht en eerlijk omgaan met onze medemens. We moeten begeerte niet over ons laten heersen zodat we Gods wet beginnen te overtreden.

Het derde punt, een heel belangrijk punt, is dat we in ons werk het punt van succes van onze inspanningen aan God moeten overlaten. Laat Hem de mate van onze materiële welvaart bepalen. Onze verantwoordelijkheid is ijverig te zijn, niet begerig, niet bezorgd. Laat Hem de mate van welvaart bepalen. Onze verantwoordelijkheid is dat waarin Hij voorziet naar beste vermogen te gebruiken. Zijn verantwoordelijkheid als Vader is ons te zegenen naar wat Hij het beste vindt. Christus verbiedt hierbij dus niet het met vooruitziende blik aanleggen van beperkte voorraden, maar Hij verbiedt wel het hebben van bange voorgevoelens. Er is verschil tussen deze twee, want bange voorgevoelens houden de geest constant bezig met dingen die in de meeste gevallen nooit zullen voorkomen. Kijk dan eens naar alle verspilde energie en hoe we ons zorgen maakten, omdat we geen geloof toonden in God dat Hij voor ons zou zorgen.

Laat me dit op de volgende manier illustreren. Ik ben hier in Hawaii en ik kijk uit over de oceaan. De wind buiten waait verrukkelijk. Veronderstel dat u aan het zeilen bent. Als u voortekenen ziet van een storm aan de horizon, mindert u zeil terwijl u nog de tijd daarvoor hebt. God is niet tegen het treffen van zulke voorbereidingen. Maar als u nadat u zeil hebt geminderd, voortdurend met angst en ongeloof naar de horizon blijft kijken, zodat u bent afgeleid en niet meer toekomt aan het uitvoeren van belangrijkere taken, dan bent u overmatig bezorgd.

Ons door zorgen voor de toekomst te laten afleiden past niet in onze relatie met God. Daarom is er zoveel geschreven over de Exodus en de reis door de woestijn. Daarom is er hier in de bergrede zoveel over dit onderwerp geschreven. Het woord daarom aan het begin van dat vers is een verbindingswoord met de daaraan voorafgaande gedachte. De voorafgaande gedachte was dat niemand twee heren kan dienen. Daarom leidt dus tot de conclusie. Aangezien voorbijgaande aardse schatten niet kunnen bevredigen en het daarop zetten van je hart eigenlijk zegt dat je afziet van het Koninkrijk van God, en aangezien het smachten naar aardse schatten onze geestelijke en morele visie vertroebelt en er een duidelijke keuze gemaakt moet worden tussen God en Mammon, zet daarom uw hart niet op materiële dingen. Ze zijn mooi. Er is niets verkeerds aan, maar er zo mee bezig zijn dat het je afleidt, kan je het eeuwige leven kosten. En dit is zo belangrijk dat het opgenomen is in de bergrede.

De American Revised Version vertaalt Mattheüs 6:25 als volgt: "Daarom zeg Ik u: Wees niet overmatig bezorgd voor uw leven." Het is goed te beseffen wie dit zei. Degene die dit zei is onze Schepper, die de gehele eeuwigheid, hoe lang dat ook mag zijn, heeft doorgebracht met de Vader. Niemand kent de Vader zoals Hij en Hij zegt ons: Maak je geen zorgen. Wees ijverig in je werk, maar laat bezorgdheid over voedsel en kleding je niet afleiden van de dingen die belangrijker zijn.

Jezus Christus is niet alleen onze Schepper, Hij is ook onze Trooster en onze Helper. Hij is de Helper van onze vreugde en dus is de zorg waarover hier in dit vers gesproken wordt een knagende zorg, één die je verontrust, zodat we geen innerlijke vrede hebben. Deze leidt af; verstoort de vreugde van onze roeping. Als zorgen om voorzieningen voor de toekomst te treffen ons hart van God wegvoeren en een niet vertrouwen voortbrengt, is het zondig geworden. Vooruitzien moet niet ontaarden in het hebben van bange voorgevoelens. Dat is het niet vertrouwen van God, waardoor begeerte in ons ons meevoert naar het op onjuiste wijze verkrijgen van aardse zaken en dan komt de kern van dit alles. Als we bezorgd worden over materiële zaken, is de volgende stap, misschien niet eens een grote, begeerte, en als begeerte eenmaal in het spel is, waar loopt dat dan op uit? We zullen liegen om zeker te zijn dat we krijgen wat we begeren. We zullen stelen. Sommige mensen zullen zelfs doden. Andere mensen overtreden het sabbatsgebod en binnen de kortste tijd worden alle tien geboden overtreden.

Wat hier in Mattheüs 6:25 begint, is het begin van een argument, een stuk logica. Als Jezus zegt Wees niet bezorgd, baseert Hij dit op deze gedachte. Het is wat wordt genoemd een argument van het belangrijkere naar het minder belangrijke, namelijk dat aangezien God ons in de eerste plaats leven en een lichaam gaf, en aangezien Hij ons heeft geroepen, Hij ons ook zal ondersteunen en onderhouden. Heeft Hij hiervan bewijzen gegeven? Ja, kijk maar naar Israël in de woestijn. God voerde hen uit Egypte. In feite zei Hij: "Ik riep hen uit Egypte." God deed daar grote dingen: tekenen en wonderen. Hij maakte een doortocht door de Schelfzee mogelijk. Als Hij dit allemaal deed, zal Hij dan nalaten om hen van voedsel en water te voorzien? Hetzelfde argument kan worden aangevoerd met betrekking tot onze roeping. Hij gaf ons leven en adem, Hij riep ons, dus redeneert Jezus, zal Hij ons ook ondersteunen en onderhouden. Wees niet bezorgd over wat u zult eten, of wat u zult drinken, of waar u zich mee zult kleden. Hij die ons gaf wat belangrijker is — leven en een lichaam — zal ons ook het minder belangrijke geven — voedsel en kleding. Jezus zegt dus: Raakt niet verward in uw prioriteiten.

Laten we nu Romeinen 8:32 opslaan. Als we begrijpen dat dit door God werd geïnspireerd, dan kunnen we ook begrijpen waarom de apostel Paulus hetzelfde type argument aanvoert. We zullen later in de preek nog op dit principe terugkomen, maar hij argumenteerde ook van het belangrijkere naar het minder belangrijke. Waarom? Om ons geloof te doen toenemen. We beginnen in vers 31.

Romeinen 8:31a Wat zullen wij dan van deze dingen zeggen?

Hier komt het argument

Romeinen 8:31b Als God vóór ons is, wie zal tegen ons zijn?

Hier komt het belangrijkere.

Romeinen 8:32a Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ...

Nu volgt het minder belangrijke.

Romeinen 8:32b ..., ons met Hem ook niet alle dingen schenken?

Dit klinkt alweer bijna als Mattheüs 6:25. Van het belangrijkere, het geven van de Zoon, naar het minder belangrijke; wat het dan ook maar kost om ons in het Koninkrijk te krijgen, God zal daarin voorzien. Waarom? Omdat Hij God is! God voltooit waaraan Hij begint. God is een God van liefde. God verzorgt en onderhoudt, evenals Hij ons dat beval te doen. Zodoende is Hij bezig ons karakter te verfraaien en beschermt Hij het tegen achteruitgang. Wat dat ook maar kost om te doen, Hij zal dat doen. Hij zal ons voeden, Hij zal ons te drinken geven, Hij zal ons kleden. Maar er zijn vereisten waaraan moet worden voldaan. Wij moeten ijverig doen wat onze hand vindt te doen, uit al onze macht. Dat is niet zo moeilijk te begrijpen, maar dat is Jezus' argument hier en het is Jezus' bedoeling dat als we Mattheüs 6 bestuderen dat ons geloof zal toenemen, omdat we met geloof kunnen voldoen aan de vereisten die God hier stelt.

Weer terug naar Mattheüs 6, naar iets anders in hetzelfde vers, iets grammaticaals. Jezus gebruikte hier de gebiedende wijs in de tegenwoordige tijd, wat erop duidt dat het een krachtige opdracht is. Wees niet bezorgd. Hierin ligt verscholen: Zorg dat je deze gewoonte niet hebt, of als je hem hebt, kap ermee. Stop ermee. Houd ermee op bezorgd te zijn. Bezorgd in deze context betekent, afgeleid van wat belangrijk is.

Laten we Lucas 10:38-42 opslaan.

Lucas 10:38-42 Terwijl zij op reis waren, kwam Hij in een zeker dorp. En een vrouw, Marta geheten, ontving Hem in haar huis. 39 En deze had een zuster, genaamd Maria, die, aan de voeten des Heren gezeten, naar zijn woord luisterde. 40 Marta echter werd in beslag genomen door het vele bedienen. En zij ging bij Hem staan en zeide: Here, trekt Gij het U niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Zeg haar dan, dat zij mij komt helpen. 41 Maar de Here antwoordde en zeide tot haar: Marta, Marta, gij maakt u bezorgd en druk over vele dingen, 42 maar weinige zijn nodig of slechts één; want Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat van haar niet zal worden weggenomen.

Hier komen we alweer datzelfde woord bezorgd tegen. Ze houdt zich dus met de minder belangrijke dingen bezig; ze is afgeleid van de belangrijkere.

Kunnen wij denken aan de taak die we moeten doen, als we worden afgeleid, als er op één en hetzelfde moment verschillende onderwerpen om onze aandacht vragen? Bedenk, niemand kan twee heren dienen. Wat gebeurt er als onze gedachten zich met twee onderwerpen tegelijkertijd moeten bezig houden? Uiteindelijk zullen we er één uit onze gedachten bannen om aandacht te schenken aan de ene waarvoor we kiezen om nu aandacht aan te gaan schenken. Dat is hier het principe. Zo simpel is dat. Niemand kan twee heren dienen en als ons denken zich met twee gedachten bezighoudt, dan kunnen ze niet gelijk zijn qua belangrijkheid. Ons denken zal naar een andere versnelling schakelen zodat er slechts één de prioriteit krijgt. Dat principe in samenhang met het Koninkrijk van God betekent dat we aandacht zullen schenken aan het één of het ander en door het Koninkrijk van God onze schat te maken en een duidelijk begrip te hebben en te weten dat dit principe hieraan ten grondslag ligt, wil Jezus dat wij door geloof ervoor kiezen onze wil ertoe te zetten het Koninkrijk van God de eerste prioriteit in ons leven te geven; dit is iets waarin wij de keuze zullen moeten maken.

Jezus zei hier dus tot Marta: "Gij maakt u bezorgd en druk [verontrust, bent er door afgeleid] over vele dingen". Nu is er niets verkeerds met dienen, maar Jezus laat hier zien dat dienen voorrang moet geven aan eredienst, en zelfs als we begrijpen dat eredienst een vorm is van een zich onderwerpend dienen, staat het nog steeds enkele treedjes hoger op de lijst omdat het een dienen is van God. Dit is dus een vriendelijk verwijt van Jezus aan Marta dat ze haar taken als gastvrouw voor dit moment moest laten liggen en zich concentreren op de belangrijkere verantwoordelijkheid, omdat Christus nog slechts korte tijd zou leven en Maria de juiste keuze had gemaakt.

Dit betekent in het geheel niet dat Maria, als persoon, beter was dan Marta, maar in dit geval had Marta de verkeerde keuze gemaakt. God vond dit belangrijk genoeg om Lucas te inspireren dit als deel van Zijn woord op te schrijven, opdat wij dat principe zouden kunnen begrijpen. Hij zegt niet dat iemand geen taken als gastvrouw moet vervullen, maar Marta's verzuim te kiezen voor het belangrijkste kwam haar karakter niet ten goede. Er is een tijd dat het dienen van anderen moet worden gestopt om God te dienen. Maria had dus een duidelijk begrip van de omstandigheid en maakte een betere keuze voor het gebruik van haar tijd.

Wat moeten wij dan doen? De instructie is nogal duidelijk. Bedenk ten eerste dat alles in ons karakter begint in ons denken. Laten we Jezus' onderwijs op dit punt eens toepassen op de minst belangrijke dingen. Hij zegt dat in het leven waartoe wij zijn geroepen, voedsel en kleding het niet waard zijn om je zorgen over te maken. Bedenk nogmaals dat Hij niets heeft tegen normaal vooruitkijken, maar Hij is tegen niet vertrouwen, boze voorgevoelens hebben en begeerte. We zullen ons even concentreren op voedsel. Dit betekent niet dat we maar van alles en nog wat kunnen eten. Dat zegt Hij niet. Hij verwacht dat we een normale zorg hebben in het verzorgen van ons lichaam en ervoor waken dat we de juiste hoeveelheden van de juiste dingen eten.

Het normale vooruitkijken wordt dus niet weggepoetst. Het probleem is: niet vertrouwen, bange voorgevoelens hebben en begeerte. Binnen een paar jaar zullen we zelfs geen voedsel meer nodig hebben, omdat we dan 'leven in onszelf' zullen hebben. Ook zullen we dan geen kleding meer nodig hebben zoals in dit leven, omdat we bekleed zullen zijn met de heerlijkheid van God. Wat voor waarde hebben die dingen waar de dood de macht over heeft? Dit bedoelde Johannes toen hij zei dat de wereld voorbij gaat. Waarom zijn we dan zo dwaas om ons druk te maken over dingen die door het gebruik vergaan?

Hoe groot is ons vergrijp tegen God als we ontevreden zijn met dat waar onze genadige God in voorziet, dat we begeren en ons in allerlei bochten wringen om iets te krijgen dat we zo nodig moeten hebben? Wat betekent dat nog als het leven voorbij is en er geen gelegenheid meer is om de keuze te maken om de betere dingen te doen? "Benut de tijd", zei Paulus, "want de dagen zijn kwaad". Wat aan het eind verschil zal uitmaken is, of we ons gevoed zullen hebben met het Lam Gods. Bedenkt, dat Hij zei: U moet Mij eten. U moet Mij eten. Hij is "het levende woord". We moeten Zijn woord eten. Van belang is, hoe we gegeten zullen hebben van het Lam Gods, en of we overvloedig zijn gekleed met gerechtigheid.

Gemeente, het leven is een zaak van begrijpen Wat er zich in de wereld afspeelt en de keuzes maken om te doen wat belangrijk is, en de wil ertoe zetten om door geloof de discipline te hebben om dit te doen. Het doel is karakter bouwen om naar het beeld van God te worden gevormd en zo God te verheerlijken in het doen van deze dingen. Sommige zaken zijn niet relatief, gemeente. Ze zijn absoluut.

Laten we nog eens op een andere manier kijken naar de omringende context waarin dit allemaal staat; dat is de bergrede waarin Jezus de fundamentele principes van Zijn Koninkrijk uiteenzet. Met andere woorden direct aan het begin van Zijn openbaar optreden zegt Hij in feite al: Als u deze dingen op orde hebt, zal uw toekomst in het Koninkrijk van God zeker en heerlijk zijn. Zo houd je de wereld en zijn culturen onder controle, die ons vormden tot wat we waren voordat God ons riep. Zo houd je ze op een afstand en verschaf je jezelf iedere gelegenheid om naar het beeld van God te veranderen. Waarom zou Jezus ons dan hierover onderwijzen op dat moment in Zijn optreden? Omdat dit een hoofdreden is waarom mensen er niet in slagen te groeien. Laten we Mattheüs 13:22 opslaan. Dat is een bekend vers dat we al vaak gelezen hebben.

Mattheüs 13:22 De in de dorens gezaaide is hij, die het woord hoort, en de zorg van de wereld en het bedrog van de rijkdom verstikt het woord en hij wordt onvruchtbaar.

Dat is hetzelfde principe als wat we hier in Mattheüs 6 zien. Het enige verschil is dat hier in Mattheüs 13:22 direct oorzaak en gevolg met elkaar in verband worden gebracht. De zorgen van deze wereld maken groei, geestelijke vrucht, bijna onmogelijk. Wat hebben we dus niet als we Jezus' advies niet opvolgen? Liefde, vreugde, vrede, goedertierenheid, goedheid, zachtmoedigheid, trouw, zelfbeheersing. We kunnen niet twee heren dienen en als we proberen de kat uit de boom te blijven kijken, worden we onvruchtbaar. Dat is duidelijk. Wat moeten we dan doen? Laten we daarvoor Psalm 37:5 opslaan. Daar vinden we een principe dat heel vaak in Gods woord wordt getoond.

Psalm 37:5 Wentel uw weg op de HERE en vertrouw op Hem, en Hij zal het maken;

Dat is een ijzersterke belofte!

Psalm 37:6 Hij zal uw gerechtigheid doen opgaan als het licht, en uw recht als de middag.

Ziet u wat daaraan voorafgaat? Geloof! Vertrouw op Hem.

Psalm 37:7 Wees stil voor de HERE en verbeid Hem; wees niet afgunstig op [bezorgd vanwege] wie zijn weg voorspoedig maakt, op de man die boze plannen smeedt [omdat hij zijn denken op materiële dingen heeft gezet].

Wat doet de boze mens? Hij begaat zonde om ze te verwerven.

Psalm 37:8a Sta af van toorn ...

Frustratie of knagende onrust over het gemis aan materieel succes is niet het punt. Het is het type houding dat we hebben, dat is bij Jezus het punt. De mens wordt boos. Dat toont dat de houding wisselvallig is, niet stabiel.

Psalm 37:8-9 Sta af van toorn en laat de grimmigheid varen, wees niet afgunstig — dat sticht louter kwaad. 9 Want boosdoeners worden uitgeroeid, maar wie de HERE verwachten, zij zullen het land beërven:

Vertrouwen. We kunnen Psalm 37 helemaal doornemen en we zullen zien dat dat de rode draad is die er door loopt.

Laten we nu Spreuken 16:3 opslaan.

Spreuken 16:3 Beveel de HERE uw werken, dan zullen uw voornemens gelukken.

Alweer een belofte. Dit "bevelen" houdt in dat de wil erbij betrokken is om Gods geboden te onderhouden en dat daarvoor geloof nodig is. Laten we 1 Petrus 5:7 opslaan.

1 Petrus 5:7 Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u.

De bekommernissen van deze wereld? Werp ze op Hem.

Daar wij ten opzichte van God verantwoordelijk zijn om ijverig te zijn en een gezonde mate van vooruitzien toe te passen met betrekking tot onze dagelijkse, aardse bezigheden, is de conclusie van dit punt dat we een deel van de opbrengst van onze hand ter beschikking moeten stellen van de soevereine God. Dit vereist toepassing van geloof. Maar als we dat niet doen, zullen we ergens onderweg bijna zeker tot zonde vervallen. Zoals ik al eerder zei, we moeten een deel van ons succes in doen en laten ter beschikking van Hem stellen.

Laten we nu Filippenzen 4:6 opslaan. Er zijn tientallen van dit soort verzen.

Filippenzen 4:6-7 Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. 7 En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden [beschermen, bewaren] in Christus Jezus.

Wees niet bezorgd. Wees voorzichtig. Dat betekent, wees niet vol zorgen. Maar geloof toepassen in gebed om Gods zegen met dankzegging, en geloof toepassen in het op de juiste wijze uitvoeren van onze aardse verantwoordelijkheden is liefde voor zowel God als de naaste. Gemeente, hoeveel mensen die het schijnbaar goed hebben, hebben het goed omdat ze "gezondigd" hebben om zover te komen? Ik denk dat het percentage vrij hoog ligt. We moeten ons geloof verankeren in Gods beloften die gedaan zijn aan hen die vertrouwen op Zijn genade en goedheid.

Laten we weer naar het boek der Psalmen gaan. Weer naar een bekende psalm. Psalm 127. We zingen die regelmatig. Laten we deze psalm eens in dit opzicht onder de loep nemen.

Psalm 127:1a Als de HERE het huis niet bouwt, ...

Luister hiernaar. "Als de HERE het huis niet bouwt." Wie doet het eigenlijke werk bij het bouwen? De mens, wij. Begint u het punt van deze psalm al te zien? Tenzij de mensen die feitelijk het huis bouwen, fysiek eraan werken, ... tenzij zij God bij hun inspanningen hebben betrokken, werken ze tevergeefs.

Psalm 127:1b-2a ...; als de HERE de stad niet bewaart, tevergeefs waakt de wachter. 2 Het is voor u tevergeefs, dat gij vroeg opstaat, laat opblijft, brood der smarten eet; ...

Weet u wat hij hier schildert? We blijven op, de lampen branden, we hebben een groot papier voor ons met cijfers, tekeningen, aantekeningen en we zitten te tobben, ons op te winden, stoom af te blazen, bezorgd, afgeleid. Het is tevergeefs dat we vroeg opstaan, "de kaars aan beide einden laat branden", om te proberen een berg geld te verdienen en het brood der smarten te eten.

Psalm 127:2b-5 ...; Hij [God] geeft het immers zijn beminden in de slaap. 3 Zie, zonen zijn een erfdeel des HEREN, een beloning is de vrucht van de schoot. 4 Als pijlen in de hand van een held, zo zijn de zonen der jeugd. 5 Welzalig de man die zijn pijlkoker met deze heeft gevuld. Zij worden niet beschaamd, als zij spreken met de vijanden in de poort.

De conclusie hier is dat dit iemand is die door God is gezegend. Het principe in deze psalm is dan ook dat alle menselijke inspanning tevergeefs is, tenzij we Gods zegen hebben. Dat betekent dat we actief stappen moeten ondernemen om Hem bij ieder aspect van ons leven te betrekken. Hier wordt het op vier gebieden van het leven toegepast: (1) Het bouwen van een huis. (2) Een stad bewaken ter beveiliging. (3) Lang werken. (4) Het opvoeden van kinderen. In deze psalm wordt ook de slaap genoemd. De slaap symboliseert het opzij zetten van zorgen en het afleggen van het denken aan behoeften. Het duidt erop dat zij die hun vertrouwen op God stellen, worden verlost van tobberij en boosheid; ze krijgen rust. Ze slapen rustig. Ze zijn in het geheel niet bezorgd en uitgeput. Ik denk dat we allemaal wel ervaring hebben met slapeloze nachten doordat we over iets in zorg zaten. Weet u, dit wordt zelfs in het Nieuwe Testament over Jezus gezegd. Weet u nog dat de discipelen over het meer van Galilea voeren en de boot in de storm dreigde te vergaan? Jezus was geheel in slaap verzonken. Zij hielden zich omwille van het vege lijf stevig vast aan de zijden van de boot of wat er ook maar gedaan moest worden. Misschien waren ze wel water aan het hozen. Ik weet het niet. En Hij sliep maar. Ze zeiden zelfs: Heer, waarom slaapt u? Red ons! ... Zo bezorgd waren zij.

Laten we dit goed begrijpen. Het is mogelijk om allerlei dingen tot stand te brengen. Ik bedoel, vele materiële zegeningen te hebben. Het is mogelijk om deze dingen zonder Gods zegen tot stand te brengen, maar het is niet mogelijk ze binnen Gods roeping tot stand te brengen zodat ze ook eeuwige waarde hebben. Jezus zei in Johannes 15:5 "Zonder Mij kunt u niets doen." Ziet u waar Jezus dat principe vandaan had? Tenzij er een band is met God en tenzij we ijverig zijn in ons bidden tot God om onze verzoeken bekend te maken, en tenzij we die gebeden tot Hem vullen met dank voor wat Hij aan ons heeft gegeven, zullen we niets bereiken in samenhang met het Koninkrijk van God waar Zijn zegen op rust.

En dus "tevergeefs werken ze eraan" en wij willen niet in die categorie vallen. Dus de door God geroepenen kunnen deze dingen zonder Gods zegen bewerkstelligen, maar hun prestaties zullen geen eeuwige waarde hebben voor hen, tenzij ze de stappen hebben genomen om Hem erbij te betrekken. Dat is onze verantwoordelijkheid — de deur openen zodat Hij met ons kan werken. Ziet u, God vereist absoluut dat de rechtvaardigen UIT HET GELOOF zullen LEVEN. Die uitspraak is tegelijkertijd een gebod en een feit. De dingen doen zonder God en buiten Zijn manier om is de manier van de wereld en die manier leidt onveranderlijk en onafwendbaar tot zonde. Die manier is tevergeefs. Die manier is nutteloos. Die manier mist het doel.

God wil dat wij er persoonlijk voor kiezen Hem dagelijks bij ons leven te betrekken, in gebed en gehoorzaamheid, in al ons handelen, in ieder aspect van ons leven. Dat is een ander aspect van "deze weg" waartoe we geroepen zijn. God is er veel meer in geïnteresseerd dat wij de gunstige kanten van de voordelen leren en ervaren, dan dat we de resultaten in dit leven bereiken. Ik vroeg me af, als we naar Gods school zouden gaan, zou Hij ons dan toestaan rekenmachines te gebruiken? Ik vraag me dit echt af. Want God is er zo in geïnteresseerd dat we de methoden leren om echt te vermenigvuldigen en te delen en op te tellen en af te trekken en de vierkantswortel te trekken. Daar praten we over, zo'n simpel principe. God wil dat wij de methode van leven leren. Hij wil dat we leren hoe "oorzaak en gevolg" met elkaar samenhangen. Hij wil gewoon dat we het doen, waarbij we Hem uitgenodigd hebben actief in ons leven betrokken te zijn. Dan zal Hij ons door het hele proces heen helpen.

God, in Zijn wijsheid en voor Zijn doeleinden, heeft het noodzakelijk geacht dat we de methode van leven uit geloof op dagelijkse basis ervaren. We moeten niet denken dat we geen succes in het leven zijn als we geen overvloed van wereldse bezittingen hebben, of denken dat we ze niet hebben omdat God tegen ons is en ons op een of andere manier straft. Begrijpt u dat dat een val was waar de joden in trapten? Zij dachten dat als het iemand in materieel opzicht goed ging, dat zo iemand Gods zegen had. Dat is beslist niet waar. Andersom dachten ze ook dat als iemand arm was, dat God zo iemand vervloekte. Erg oppervlakkige oordelen.

Zo meet God iemands waarde niet. Iemands waarde wordt afgemeten tegen hoeveel iemand op God lijkt en hoeveel iemand naar het beeld van Jezus Christus is gevormd, wat zijn karakter is; niet of Hij hun heeft toegestaan het in materieel opzicht goed te hebben. Oppervlakkige oordelen, die naar conclusies springen die geen basis hebben behalve dan wat er uiterlijk aan iemand valt waar te nemen. De rijke kan rijk zijn omdat hij zondigt en de arme evenzo. Hoe bepaalt u het verschil? De rijke kan ook rijk zijn omdat God hem werkelijk zegent, en de arme kan rechtvaardig zijn, maar arm, omdat God wil dat hij arm is omdat God hem ergens op voorbereidt. We kunnen niet altijd aan de kaft zien wat voor soort boek een boek is. Het gaat erom wat er in het hart is. Als we op Zijn manier handelen, zal Hij voor ons zorgen en we zullen altijd kunnen beschikken over wat we nodig hebben.

Laten we nu Psalm 34:11-16 opslaan.

Psalm 34:11 Jonge leeuwen lijden ontbering en honger, maar wie de HERE zoeken, hebben geen gebrek aan enig goed.

Dat is ronduit en ontegenzeglijk een belofte!

Psalm 34:12-13 Komt, kinderen, luistert naar mij, ik zal u de vreze des HEREN leren. 13 Wie is de man die het leven begeert, vele dagen wenst om het goede te genieten?

Iedereen wil dit hebben! Ik verlang hier naar. U vast en zeker ook.

Psalm 34:14-16 Bewaar uw tong voor het kwade en uw lippen voor het spreken van bedrog; 15 wijk van het kwade en doe het goede, zoek de vrede en jaag die na. 16 De ogen des HEREN zijn op de rechtvaardigen, en zijn oren tot [staan open voor] hun hulpgeroep;

Dit zijn allemaal heel duidelijke beloften. Hebt u echter gezien dat er een voorwaarde aan verbonden is? Vertrouw Hem. Doe goed. Dat is een andere manier om te zeggen de geboden te onderhouden; wees ijverig in wat u doet; wees eerlijk in wat u doet; bedrieg niemand; lieg niet om geld te verwerven. Zulk soort zaken.

Laten we in dit opzicht nog een vers opslaan.

Jesaja 33:15-16 Hij, die in gerechtigheid wandelt en oprecht spreekt; die gewin, door afpersing verkregen, versmaadt; die zijn handen weerhoudt om een geschenk aan te nemen, zijn oor toestopt om niet naar een moordplan te horen en zijn ogen toesluit om het slechte niet aan te zien. 16 Die zal op hoogten wonen; rotsvestingen zullen zijn burcht wezen; zijn brood is gewis, zijn water verzekerd.

In deze context wordt er geen voedsel en kleding beloofd, maar veiligheid en vrede, zelfs in onrustige tijden.

Filippenzen 4:19 Mijn God zal in al uw behoeften naar zijn rijkdom heerlijk voorzien, in Christus Jezus.

Nu het laatste schriftgedeelte voor vandaag. Hiervoor slaan we Psalm 119 op en beginnen te lezen in vers 65.

Psalm 119:65-72 Gij hebt goedgedaan aan uw knecht, o HERE, naar uw woord. 66 Leer mij goed onderscheiden en kennen, want ik stel vertrouwen in uw geboden. 67 Eer ik verdrukt werd, dwaalde ik, maar nu onderhoud ik uw woord. 68 Gij zijt goed en goeddoende, leer mij uw inzettingen. 69 Overmoedigen wrijven mij leugens aan, ik houd uw bevelen van ganser harte. 70 Ongevoelig als vet is hun hart, maar ik verlustig mij in uw wet. 71 Het is mij goed, dat ik verdrukt ben geweest, opdat ik uw inzettingen zou leren. 72 De wet van uw mond is mij beter dan duizenden stukken goud en zilver.

Gemeente, zo belangrijk is het van zonde weerhouden worden. God kent ons veel beter dan we ons zelf kennen, evenals wij als menselijke ouders onze kinderen veel beter kennen dan zij zichzelf kennen. De verantwoordelijkheid van ouders is om de kinderen voor te bereiden op het leven in een grotere samenleving buiten het gezin. Daarom moet kinderen onderwezen worden dat werken belangrijker is dan spelen, dat het verrichten van huishoudelijke klusjes, het getraind worden om huiswerk te maken, het oefenen om een muziek instrument te bespelen, het reageren op opdrachten van vader en moeder in een juiste houding en binnen de juiste tijd essentieel zijn voor het welzijn van een kind, het gezin en de samenleving.

Wat ik hier duidelijk wil maken is dat kinderen dit niet begrijpen. Zij spelen veel liever. Zij zitten liever gekluisterd aan de TV. Of ze praten liever uren aan de telefoon, of luisteren naar muziek terwijl ze niets uitvoeren behalve dagdromen. Neem dit principe ter harte. God weet waartoe Hij ons voorbereidt, tot in veel meer detail dan wij dat weten. Wij kijken door een spiegel, in raadselen. We weten alleen maar in algemene zin wat er aan de hand is en wat er gebeurt. Zijn we bereid Hem te vertrouwen, net zoals wij verlangen dat onze kinderen zich aan ons toevertrouwen voor hun eigen belang, het belang van het gezin en dat van de samenleving? Zijn wij op dezelfde manier die kinderen van God die geroepen zijn om naar Zijn beeld te worden gevormd, ... zijn we bereid onze Vader te vertrouwen, zonder gemopper, zonder geklaag, zonder wetsovertreding, in een goede houding, te vertrouwen op Zijn oordeel wat goed en nodig is voor ons, zodat we deel kunnen uitmaken van Zijn gezin en Zijn Koninkrijk, Zijn samenleving, bereid om Zijn wil te doen? Daar gaat het om!


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)