De christen en de wereld (Deel 6)

Door John W. Ritenbaugh
14 februari 1998

Samenvatting: (toon)

In dit zesde deel van de serie over "De christen en de wereld" legt John Ritenbaugh het belang uit van het oog, helder zicht, en metaforen over het licht in Mattheüs 6:22-23, waarbij hij stelt dat het oog begrip vertegenwoordigt (als het metaforisch oog van het hart), terwijl het licht waarheid vertegenwoordigt. Het is niet genoeg kennis te hebben van de juiste schat; we moeten ook het begrip hebben waar alle stukjes passen. Helder zicht verlicht onze weg in geestelijk, ethisch en moreel opzicht. Als het oog van het hart gericht is op geestelijke schatten en de heerlijkheid van God, zal het op één doel gericht blijven. Bij het gebruik van deze geestelijke visie of begrip, is de beste manier om het hart te beschermen het te verzadigen met het woord van God.


We gaan de verzen in Efeziërs 2:2-3 gebruiken als basis waarop we deze preek gaan bouwen in deze serie over "het weerstaan van de wereld".

Efeziërs 2:2-3 waarin gij vroeger gewandeld hebt overeenkomstig de loop dezer wereld, overeenkomstig de overste van de macht der lucht, van de geest, die thans werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid, 3 — trouwens, ook wij allen hebben vroeger daarin verkeerd, in de begeerten van ons vlees, handelende naar de wil van het vlees en van de gedachten, en wij waren van nature, evenzeer als de overigen, kinderen des toorns —,

De vorige preek in deze serie bracht ons in herinnering wat deze zinssnede "de loop van deze wereld" betekent, en ook nog het praktische effect dat deze loop heeft op ons leven van alledag. Of we ons er nu van bewust zijn of niet, gemeente, hiertegen strijden we in de meeste gevallen: "de loop van deze wereld". "De loop van deze wereld" heeft zijn stempel op ons gedrukt, alleen al doordat we er ieder moment van ons leven letterlijk door worden omringd, en we kunnen ons er praktisch niet tegen verdedigen. Herbert Armstrong heeft hier diverse keren over gesproken en hij zei, dat hij deze verzen niet kon begrijpen totdat de tijd van radio en televisie was aangebroken, de tijd waarin onzichtbare frequenties door de lucht vliegen en als u een ontvanger heeft die in staat is daarop af te stemmen, kunt u woorden horen die duizenden kilometers ver weg aan de andere kant van de wereld werden gesproken, omdat ze tot u komen door middel van electrische transmissie. Nu kunnen we hetzelfde met beelden, die we dan kunnen zien. Je ziet het niet echt door de lucht of door de draad komen, maar toch komt het in uw radio- of televisie-apparaat en u kunt zien en horen, omdat deze onzichtbare transmissies hun indruk doen gelden op ons oog en op ons oor. U hoort en ziet ze.

"De geest van deze wereld" werkt op bijna dezelfde manier en de zender is in dit geval Satan, de Duivel, en de cultuur waarin we leven. "De overste van de macht der lucht" heeft een invloed die we ons zo'n 50 tot 70 jaar geleden niet konden voorstellen; hij beïnvloedt onze morele en geestelijke kijk en ons levenspatroon. Misschien kunnen we dit fenomeen iets beter begrijpen door het in verband te brengen met de plaatselijke kenmerken en de nationale kenmerken die ieder van ons heeft. Iedereen weet dat er kenmerken zijn die iemand bijna onmiddellijk op het eerste gezicht identificeren als behorend tot een bepaalde cultuur, als Amerikaan, Canadees, Duitser, Fin, Zweed, enzovoort. Het zijn het soort dingen waarop striptekenaars en cabaretiers inhaken; zij schetsen een beeld dat u doet denken aan een bepaald type persoon. Deze dingen zijn onder andere taal, plaatselijk dialect en bepaalde stembuigingen. Hebt u ooit speciale moeite gedaan om uw kind te leren spreken zoals het doet, met een speciale klank in de stem zodat het spreekt als iemand die uit Brooklyn komt, of uit Tennessee, of North of South Carolina? Niemand hoeft dat te doen. Hoe komen kinderen eraan? Ze nemen het gewoon over. Zo wordt ook de loop dezer wereld overgenomen door onze geest. Niemand hoeft ons hierin te onderwijzen. Onze geest "is afgestemd" zoals de heer Armstrong zei, en zo nemen we die dingen van onze cultuur over en kunnen we ons er praktisch niet tegen verdedigen, tenzij we ons ervan bewust zijn en het weerstaan.

Het ongelukkigste hierin is dat ditzelfde principe van toepassing is op morele, geestelijke en ethische gebieden van het leven, de waarden waarop we ons leven baseren. "De geest van de cultuur" wordt zonder enige weerstand geabsorbeerd en deze wordt deel van onze persoonlijkheid. Het grote probleem hiermee is dat deze dingen hun bron hebben in Satan, de overste van de macht der lucht. Hij is de tegenstander van God en daardoor worden wij een mengeling van goed en kwaad. In zijn algemeenheid worden wij miniatuurvernietigers van schoonheid, harmonie, vrede en uiteindelijk van het leven zelf. Aan de andere kant, zelfs al noemen we onszelf miniatuurvernietigers, zijn we ook in staat tot het doen van goede dingen, omdat ook de cultuur een mengeling is van goed en kwaad. God heeft echter door Zijn roeping de ijzeren greep die de loop der wereld op ons had, verbroken en Hij heeft ons, door die roeping, er veel bewuster van gemaakt dan ooit tevoren, dat die geest daarbuiten aanwezig is, dat die reëel is, dat die invloed op ons heeft. Daarna, gemeente, begint de strijd tussen goed en kwaad binnenin ons in alle ernst. God wilde ook dat het op deze manier zou gaan, het is de realiteit waarvoor we staan.

Eén van de belangrijkste regels om in deze strijd te winnen is uw vijand te kennen en dat is één van de doelen van deze serie preken over de wereld geweest. Een andere regel is te begrijpen hoe deze oorlog te voeren en hoe de overheersende invloed ervan op ons leven te weerstaan. Dat hebben we in de laatste preken aan de orde gesteld. Niemand kan ons beter vertellen wat enkele van de basisprincipes zijn die nodig zijn om te vechten, dan de Enige die volledig succes had in dit weerstaan, zonder ook maar eens te zondigen: Jezus Christus.

Ik weet niet of u er zich van bewust bent, maar de bergrede werd gegeven aan het begin van Zijn openbaar optreden en in die preek, die rede, zette Hij de basiselementen en basisregels uiteen, de principes die zij die Hem en Zijn weg volgden, toepasten om te proberen het doel van God in hun leven te bereiken en op basis waarvan zij de strijd aangingen. Vanuit dat standpunt hebben we naar een gedeelte van de bergrede gekeken. We begonnen in Mattheüs 6:19 en in dat gedeelte ontdekten we dat wat wij in het leven het kostbaarst vinden, het belangrijkst, ook inderdaad heel belangrijk is en dat ons hart moet worden beschermd, opdat wij ons richten op dat wat het belangrijkste is voor God en hopelijk wordt dat ook het belangrijkste voor ons.

Laten we nu Spreuken 4:20-21 opslaan.

Spreuken 4:20-21 Mijn zoon, sla acht op mijn woorden, neig uw oor tot mijn uitspraken; 21 laat ze [Gods woorden] niet wijken uit uw ogen, bewaar ze diep in uw hart.

Het woord bewaar hier betekent voornamelijk "opbergen". We bewaren bederfelijke spullen in een koelkast. We bergen ze daar op, opdat ze langer goed blijven en we ze kunnen benutten. God zegt dat Zijn woorden in ons hart moeten worden opgeborgen. Dat is de plaats waar we ze moeten bewaren. Misschien herinnert u zich wat Jezus in Johannes 6:63 zei.

Johannes 6:63 ...; de woorden, die Ik tot u gesproken heb, zijn geest en zijn leven.

Wat hier van belang is zijn "de woorden zijn leven".

Spreuken 4:20-23 Mijn zoon, sla acht op mijn woorden, neig uw oor tot mijn uitspraken; 21 laat ze niet wijken uit uw ogen, bewaar ze diep in uw hart. 22 Want zij zijn leven voor wie ze vinden, genezing voor hun ganse lichaam. 23 Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, ...

Het woord behoed hier betekent bewaken, beschermen, bewaren. We hebben hier één Hebreeuws woord op twee manieren vertaald zien worden. De ene keer als "bewaren", de andere keer als "behoeden". "Bewaar" en "behoed". "Bewaar" in uw hart, maar "behoed" uw hart. De beste manier om uw hart te behoeden is er het woord van God in op te slaan.

Spreuken 4:23 Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de oorsprongen des levens.

Als Jezus over het "hart" spreekt, spreekt Hij over het centrale punt van alles wat we zijn: wat we denken, wat we willen, wat we hopen, wat we voelen, waar we gevoelens voor hebben. Het is wat we het "zelf", het "Ik" noemen en het is zo met ons verweven dat wat daaraan overkomt, ons overkomt. Wat het hart zoekt, zoeken wij. Wat de schat van het hart is, is onze schat. We moeten ons ervan overtuigen dat ons hart de juiste schat heeft, want waar onze schat is daar zal ons hart zijn. Heel belangrijk. Schat is eenvoudig gezegd dat wat we het liefst uit het leven willen halen. Het is datgene waar we ons denken op richten. Het is datgene wat we het beste voor ons vinden. Het is datgene wat we voortdurend zoeken. Het is datgene wat we het minst graag kwijt raken. Het is datgene wat ons het gevoel geeft, gezegend te zijn, als we het hebben, en waarbij we ons niet lekker voelen, als we het niet hebben; dan zijn we ontevreden. Het sleutelwoord dat ik hier gebruikte is "voortdurend". Dat wat we "voortdurend" zoeken. We gaan nu het relatieve belang van een schat bepalen. (We zitten in ons denken nog steeds in Mattheüs 6:19-20.) We gaan de relatieve waarde van een schat bepalen door te beoordelen of ze aards of hemels is. Hierover moet worden nagedacht, want het is niet automatisch zonde om aardse dingen te verlangen. De gevarenzone ligt in het belang dat eraan wordt gehecht. Het is de hoeveelheid aandacht en de invloed die deze dingen hebben op de manier waarop we ons leven leiden.

Laten we er nu even bij stilstaan hoe belangrijk dit wel is. Mensen zullen liegen om hun schat te bemachtigen. Mensen zullen overspel begaan of ontucht plegen om hun schat te verwerven. Mensen zullen de sabbat breken om hun schat te verwerven. Mensen zullen doden om hun schat te verwerven. Mensen zullen afgoderij bedrijven om hun schat te verwerven. Waar onze schat is, is ons hart en waar ons hart is, volgt ons gedrag vanzelf. Ziet u waar Jezus op uit is? Hoe belangrijk is de schat die we voor ogen hebben? Er is een samenhang. Daarom zegt de spreuk: "Behoed uw hart", en de beste manier om het te behoeden is er de woorden van God in op te bergen.

In Mattheüs 6 staat:

Mattheüs 6:19-21 Verzamelt u geen schatten op aarde, waar mot en roest ze ontoonbaar maakt en waar dieven inbreken en stelen; 20 maar verzamelt u schatten in de hemel, waar noch mot noch roest ze ontoonbaar maakt en waar geen dieven inbreken of stelen. 21 Want, waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.

Jezus voegt nog wat extra gewicht toe aan wat Hij in vers 20 zei door het gebruik in vers 19 van de illustratie van mot, roest en dieven. Deze zijn "een gegeven" om ons eraan te herinneren dat alle aardse schatten waarop we ons hart kunnen zetten, in waarde zullen verminderen en tenslotte niet meer dienstbaar kunnen zijn voor hun doel. Voor wat betreft materiële dingen moeten we dus begrijpen dat niets een vast gegeven is en een absoluut onveranderlijke waarde heeft. Brood, dat voedsel vertegenwoordigt, raakt beschimmeld en het bederft. Kleren slijten. Akkers worden door onkruid overwoekerd. Muren en schuttingen vallen uit elkaar. Funderingen van gebouwen verzakken en scheuren, en zo ontstaan er ook scheuren in het gebouw zelf en begint het te lekken. Zelfs goud en zilver ondergaan oxydatie, alhoewel heel langzaam, maar toch oxyderen ze en roesten ze weg. Daarbovenop is er schade, soms zelfs ravage, ontstaan door termieten die stilletjes hun gang gaan en uw woning opeten. Er zijn tornado's die uw bezittingen vernietigen en wegblazen. Er zijn tropische stormen die ze door en door nat maken. Er zijn aardbevingen die gebouwen in elkaar doen storten. Er zijn ziekten en er is gronderosie. Daarnaast zijn er nog belastingen die iemands rijkdom wegnemen. Er zijn oorlogen die iemands rijkdom vernietigen. Er is ook nog onteigening, gebruikt door lokale of nationale overheden om grond in bezit te krijgen. Er zijn crashes op de aandelenmarkt. Er zijn langdurige ziekten, er zijn sterfgevallen en er zijn ongelukken.

Uiteindelijk sterven we allemaal en alle schatten waarop we onze hoop hebben gevestigd, verdwijnen. Salomo klaagde hierover in het boek Prediker. Hij zei "Wat voor nut heeft al deze rijkdom en als ik sterf gaat het over op mijn kinderen die het niet waard zijn?" Hoe zouden wij het vinden als onze vader zoiets over ons zou zeggen? Het staat in de bijbel, ziet u, hij was gefrustreerd door dit soort zaken waarover we het hier hebben, en Jezus hierop inhakend, probeert ons ervan te overtuigen dat we iets moeten doen met de tijd die we nog over hebben in dit leven, om het in de juiste richting te sturen, zodat we in harmonie komen met God. We hebben de gelegenheid zoveel te groeien als we kunnen in de tijd die God ons geeft, en met betrekking tot aardse zaken moeten we altijd handelen met het begrip dat alhoewel ze wenselijk kunnen zijn en God ons zeker toestaat op die dingen uit te zijn, we dit moeten doen met het begrip dat ze niet blijvend zijn; ze zijn niet alleen niet blijvend, ze bezitten in zichzelf ook niet de macht, de geestelijke macht, om u werkelijke vreugde en vrede in het leven te geven. Ze hebben die gewoon niet en indien we vreugdevol en vredig willen leven op de manier zoals God leeft, moeten we ons hart behoeden en ervoor zorgen dat deze dingen niet te belangrijk voor ons worden. In tegenstelling tot deze zaken zijn hemelse schatten bestand tegen mot, roest en inbraak of diefstal. Niets kan hen wegnemen. Petrus zei, dat ze voor ons in de hemelen zijn weggelegd. Daar ligt onze erfenis.

Gemeente, we moeten "vol ontzag" denken — we zijn een speciale groep mensen, niet beter — "speciaal", vanwege Gods roeping. "Speciaal" vanwege wat Hij heeft gedaan. We hebben het niet verdiend en vanwege wat Hij heeft gedaan worden we "bijzonder" — anders. Onze doelstellingen moeten worden aangepast en we moeten ons leven dusdanig aanpassen dat het in harmonie komt met het doel van God. God laat ons (u en mij) de keus wat we gaan doen met onze tijd en met ons denken. In principe zegt Hij: "Behoed uw hart", omdat daar ons denken zetelt. Gedachten leiden tot gedrag en waarop we ons hart ook maar zetten, dat wordt de richting waarin ons leven zal gaan. Het zal in die richting gaan. Ja, we hebben een vrije wil, en dit is de manier, we kunnen zeggen het begin van de manier, waarop we ons leven moeten gaan leiden. Zijn onderwijs wordt dan duidelijk. Het punt is dat elk aards voorwerp vergankelijk is en daarom laat Hij de relatieve waardeloosheid zien van welke aardse schat dan ook.

Laten we nog eens Spreuken opslaan, een bondig advies:

Spreuken 23:4 Tob u niet af voor rijkdom, ...

Hij zegt niet: Werk in het geheel niet. Hij wil dat we werken. Het is een belangrijk onderdeel van Zijn doel dat we werken, maar Hij zegt: "Werk niet voor rijkdom."

Spreuken 23:4-5 ..., zie van uw voornemen af; 5 richt gij uw oog erop, hij is er niet meer;

Ja, het is werkelijkheid, maar in vergelijking met de eeuwigheid is het niets. Het is er niet. Het zou er net zo goed niet kunnen zijn.

Spreuken 23:5 richt gij uw oog erop, hij is er niet meer; want plotseling maakte hij zich vleugels, als een arend vliegt hij ten hemel.

Omhoog en uit het oog. Een kernachtig advies dat iedereen moet kunnen begrijpen. Verlies nooit uit het oog dat God beslist niets tegen rijkdom heeft. Hij wil echter dat Zijn kinderen zich in het leven op het juiste richten, en Hij wil dat Zijn kinderen over een andere factor de beschikking hebben, één waarop we straks zullen ingaan. God bezit alles. Hij is rijk. Hij is het allerbeste voorbeeld. Er is niets mis met rijkdom, maar Hij zegt Zijn kinderen: Werk niet om die reden, want er zijn allerlei gevaren aan verbonden.

Spreuken 28:20 Een betrouwbaar man heeft veel zegen, maar wie naar rijkdom jaagt, blijft niet ongestraft. [ongestraft: in het Engels 'onschuldig'].

Deze verzen richten zich niet tegen rijkdom op zichzelf, maar juist tegen het verwerven ervan als hoofddoel in het leven. Voordat we teruggaan naar Mattheüs, gaan we nog even naar Deuteronomium 8. We zullen daar iets lezen dat door Mozes werd geschreven. In hoofdstuk 8 hebben we een korte samenvatting van de dingen waar God hen tijdens hun tocht door de woestijn doorheen liet gaan en waarom Hij dit deed.

Deuteronomium 8:11 Neem u ervoor in acht, dat gij de HERE, uw God, niet vergeet door zijn geboden ... te verwaarlozen.

Dit zal laten zien of we Hem wel of niet vergeten zijn, of we Zijn woord in ons hart bewaren. Als we Zijn woord in ons hart bewaren, zullen we zijn geboden houden, omdat ons hart in de richting zal gaan van wat erin is.

Deuteronomium 8:11-14 Neem u ervoor in acht, dat gij de HERE, uw God, niet vergeet door zijn geboden, zijn verordeningen en zijn inzettingen, die ik u heden opleg, te verwaarlozen, 12 opdat, wanneer gij eet en verzadigd wordt, goede huizen bouwt en die bewoont, 13 uw runderen en kleinvee zich vermenigvuldigen en uw zilver en goud zich vermeerderen, ja, al wat gij hebt, zich vermeerdert, 14 uw hart zich niet verheffe, en gij de HERE, uw God, vergeet, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heeft,

Een onderdeel van het doel van dit gedeelte is ons te laten zien wat iemand overkomt die zijn hart op rijkdom zet, aardse rijkdom. Hij vergeet God en hij begint te denken: Ik deed het allemaal zelf. Een gevaarlijke trend. Daarom zegt Hij: Neem u in acht niet te vergeten.

Deuteronomium 8:15-16 die [vergeet niet Wie] u deed gaan door de grote en vreselijke woestijn, met vurige slangen en schorpioenen en dorstig land zonder water; die [vergeet niet Wie] uit de harde rots voor u water te voorschijn deed komen, 16 die u in de woestijn met het manna voedde, dat uw vaderen niet gekend hebben [waar ze geen ervaring mee hadden], om u te verootmoedigen, u op de proef te stellen en u ten laatste wèl te doen.

Neem u daarvoor in acht. God zal in zijn algemeenheid op dezelfde manier met ons werken. Hij zal eraan werken ons nederig te maken. Als we nederig zijn, zullen we naar Hem luisteren. Hij zal ons testen, omdat Hij wil weten waar we staan en wat Hij nog moet doen om ons in Zijn Koninkrijk te brengen. Zo zal Hij ons testen zoals elke goede leraar doet, om te zien waar we staan, te zien wat we nog nodig hebben, te zien wat ons nog ontbreekt en hoever we reeds zijn gekomen. Het gehele doel hiervan is "om u ten laatste wèl te doen" — dat is in Zijn Koninkrijk geboren te doen worden, zodat wanneer we in Zijn Koninkrijk komen, we toegerust zijn voor de verantwoordelijkheden die Hij ons binnen Zijn gezin wil geven om Zijn Zoon, onze oudste Broer, te helpen regeren over Gods geweldig grote en uitgestrekte schepping en te helpen anderen in Zijn gezin te brengen.

Deuteronomium 8:17-18 Zeg dan niet bij uzelf: mijn kracht en de sterkte mijner hand heeft mij dit vermogen verworven. 18 Maar ...

Hier komt iets belangrijks!

Deuteronomium 8:18-19 Maar gij zult aan de HERE, uw God, denken, want Hij is het, die u kracht geeft om vermogen te verwerven, ten einde het verbond gestand te doen, dat Hij uw vaderen gezworen heeft — zoals dit heden het geval is. 19 Maar het zal geschieden, indien gij de HERE, uw God, te enen male vergeet en andere goden achterna loopt, hen dient en u voor hen nederbuigt — ik betuig heden tegen u, dat gij voorzeker zult omkomen;

Als we deze verzen geestelijk toepassen, in het bijzonder de laatste verzen en deze koppelen aan wat we in Mattheüs 6:19-20 en volgende aan het bestuderen zijn, dan is de weg naar ware rijkdom overgave aan God, zodat Hij in ons kan werken. God geeft ons de mogelijkheid om werkelijk rijk te worden, geestelijk en eeuwig. Waartussen denkt u dat Hij ons wil laten kiezen? De keus is aan ons. Daar hoef je echt niet over na te denken. Gaan we beseffen dat deze benadering van het leven onze beste verdediging wordt tegen wereldlijkheid en het op Gods manier te leiden? We gaan in het offensief tegen wereldlijkheid in onszelf door God toe te staan Degene te zijn die het ons wèl doet gaan. Voorzag Hij Zijn kinderen in de woestijn niet van het water en het voedsel dat ze nodig hadden? Hun kleren versleten niet. Hun schoenen versleten niet. Hij beschermde hen tegen hun vijanden. Was hij geen vuurkolom bij nacht en een wolkkolom bij dag? Hij leidde hen, beschermde hen, was een schaduw over hun hoofd tegen de zon. Zo te zeggen bouwde Hij muren rondom hen om hen te beschermen. Als ze een pad door de zee nodig hadden, maakte Hij het. En toch keerden ze Hem de rug toe. Zo zit de menselijke natuur in elkaar. Daarom geeft Jezus ons in Johannes 6 een advies. Hij zei tegen de groep mensen die tot Hem kwam:

Johannes 6:26-27 Jezus antwoordde hun en zeide: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, gij zoekt Mij, niet omdat gij tekenen gezien hebt, maar omdat gij van de broden gegeten hebt en verzadigd zijt. 27 Werkt niet om de spijs, die vergaat, ...

"Werkt niet om de spijs, die vergaat." Dat is in volmaakte harmonie met wat we nog maar net in Spreuken 4 en in Deuteronomium 8 gelezen hebben, en ook in Spreuken 28.

Johannes 6:27 Werkt niet om de spijs, die vergaat, maar om de spijs, die blijft tot in het eeuwige leven, welke de Zoon des mensen u geven zal; want op Hem heeft God, de Vader, zijn zegel gedrukt.

Hier hebben we een hoofdsleutel tot succes binnen Gods doel, midden in de bergrede. Ik lees nog een paar verzen; ze spreken voor zichzelf. Bedenk dat Hij het woord werk gebruikte. "Werk niet", zegt Hij. Dat is werken.

Johannes 6:28-29 Zij zeiden dan tot Hem: Wat moeten wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken? 29 Jezus antwoordde en zeide tot hen: Dit is het werk Gods, ...

Wilt u weten wat het werk van God is? Hier hebben we het werk van God:

Johannes 6:29 ..., dat gij gelooft [vertrouwen hebt] in Hem, die Hij gezonden heeft.

We weten vanuit het boek Hebreeën waarom Israël in de woestijn mislukte. In Hebreeën 4:1-2 wordt heel duidelijk gezegd dat het evangelie aan hen werd verkondigd. Kunt u zich dat voorstellen? Het evangelie werd aan hen verkondigd en zij verwierpen het. Het deed hun geen enkel goed, omdat wat zij hoorden niet gepaard ging met geloof. Zij geloofden het niet en als je het niet gelooft, kun je het niet volgen, en als je het niet kunt volgen, ga je er niet naar leven. Het zat niet in hun hart. Ze hadden andere schatten. Deze mensen tegen wie Jezus hier in Johannes 6 sprak, hadden andere schatten. Jezus wist dat. Ze wilden hun maag vullen. Ze werkten niet voor de spijs die eeuwig blijft. Ziet u, we worden verondersteld "het woord" in ons hart op te slaan en te bewaren, zodat het een gids voor ons leven kan worden.

Nu terug naar Mattheüs 6. Dit zegt ons hoe de wereld te weerstaan. De wereld is aan alle kanten om ons heen. De wereld is in ons, maar kan bevochten en verslagen worden. We kunnen de wereld overwinnen. Jezus zei: "Ik heb de wereld overwonnen. Hebt goede moed." Dit duidt erop dat als Hij het deed, Hij het in ons ook kan doen. Geloof Hem en dat zal Hem een plaats in ons geven. Vertrouw Hem. Leef wat Hij zegt te doen. We bekijken nu een basisprincipe hoe de wereld te overwinnen en hoe te groeien en werkelijk zonen van God te worden. Als we dit koppelen aan Deuteronomium 8 zien we dat we pas werkelijk gezegend worden in het kennen van God, als we ons aan Hem overgeven om naar Zijn beeld te worden veranderd, Zijn weg te gaan, met Hem te communiceren, omdat dat de juiste vrucht voortbrengt: liefde, vreugde, blijdschap, vrede, goedertierenheid, goedheid, zachtmoedigheid, trouw. Niemand kan die dingen van u wegnemen. Die dingen blijven eeuwig en vormen de vrucht die bedoeld is voort te komen uit onze relatie met God.

De praktische problemen met verkeerde schatten, waar we dag aan dag mee te maken hebben, worden uitgelegd in de volgende paar verzen van Mattheüs 6.

Mattheüs 6:22-23 De lamp van het lichaam is het oog. Indien dan uw oog zuiver is, zal geheel uw lichaam verlicht zijn; 23 maar indien uw oog slecht is, zal geheel uw lichaam duister zijn. Indien nu wat licht in u is, duisternis is, hoe groot is dan de duisternis!

We zullen hier doorheengaan. Ik zet deze verzen apart en zal de tijd nemen om ze uiteen te zetten, maar dit moet niet de oorzaak zijn dat we ze apart zetten van de gehele context, omdat Jezus ze op een rijtje zet: Dit moet u willen doen om de wereld te overwinnen. Dit moet u willen doen om succes te hebben in Gods manier van leven. Het eerste punt waarnaar we hier hebben gekeken, is dat we voorzichtig dienen te zijn met waar onze schat is, omdat waar onze schat is, daar zal ook ons hart zijn en waar het hart is, volgt het gedrag. Dat hebben we dus begrepen.

Wat is dan het probleem met "verkeerde" schatten? Hij gaf ons zojuist het antwoord. Onze visie wordt vertroebeld. Jezus bedoelt niet in deze twee verzen dat het oog de bron is van het licht. Uw oog, mijn oog, brengt geen licht voort, maar het is desalniettemin de lichtbrenger voor het lichaam. Het is de gids waarop het gehele lichaam zich verlaat voor verlichting of richting. We zouden ook kunnen zeggen "zekerheid", en het is vanwege het oog, of de ogen, dat de rest van het lichaam in staat is gebruik te maken van het licht.

Voordat we te ver weggaan van het woord licht, waar is licht in de bijbel het symbool van? Waarheid. Jezus komt hier met een analogie waarin Hij het oog gebruikt om iets anders te symboliseren. Natuurlijk "licht" komt er in voor en zo ook het lichaam. Voordat Hij verder gaat, zegt Hij dat het oog zuiver moet zijn. Of eenvoudig. Of niet gecompliceerd. Er wordt bedoeld dat het oog een gezond gezichtsvermogen heeft. Of nog een stapje verder: het oog is één. Bestaat ons oog maar uit één deel? Nee, we hebben de pupil, de iris, het hoornvlies en dan nog al die staafjes en kolommen die binnen het oog zijn. Er zijn duizenden, misschien wel tienduizenden, zenuwen die van het oog naar de hersenen gaan. Er zijn allerlei spieren — honderden die voortdurend aan het werk zijn.

Als ik zeg dat het oog één is, betekent dit dat ieder deel van het oog eraan meewerkt dat het gehele lichaam in staat is zijn taken uit te voeren. Begrijpt u wat ik probeer te zeggen? Als er een deel van het oog is dat zijn taak niet naar behoren uitvoert, dan is het functioneren van het oog enigszins defect, en omdat het oog niet correct werkt, wordt het gehele lichaam op beperkte schaal aangetast, of misschien wel op grote schaal. Als de bundel zenuwen die naar de hersenen gaat, doorgesneden wordt, kan elk deel van het oog nog zo goed werken, maar het oog ziet niets meer. Eén deel is buiten werking gesteld en het gehele oog is blind. Hoe beter ieder deel van het oog functioneert, hoe beter we zien en hoe beter het lichaam zijn taak kan uitvoeren. Als dus het oog aangetast wordt, kan het zover komen dat het gehele lichaam in duisternis is gehuld en niet langer goed kan functioneren.

Hij trekt duidelijk een parallel tussen het effect dat goede en slechte ogen hebben op de functie van de rest van het lichaam, en Hij laat ons weten dat Hij iets geestelijks in gedachten heeft. Ogen die werken kunnen zich aanpassen, zelfs als het licht niet volmaakt is. Wat gebeurt er dan? De spieren werken op zo'n manier dat — als het schemerig is — de pupil zich verwijdt en dan is het net alsof het niet zo schemerig is, omdat de ogen zich hebben aangepast en als alles goed werkt, kan de rest van het lichaam ook redelijk goed doorgaan met functioneren.

Ik ben verziend, dat betekent dat ik dingen die ver weg zijn, duidelijk kan zien, maar met dingen die dichtbij zijn heb ik moeite. Als ik nu mijn bril niet op zou hebben, kon ik geen woord van mijn notities lezen. Ze zouden eruit zien als een vage vlek. Als ik mijn bril niet op heb, het geeft niet hoeveel licht er is — zelfs de helderheid van de volle zon — en als ik een draad door het oog van een naald moest doen, zouden mijn handen, mijn vingers dat niet kunnen, omdat mijn ogen het oog van de naald niet zouden kunnen onderscheiden. Krijgt u door waarom het gaat? Als het oog niet in goede conditie is, gaat het lichaam lijden. Niet slechts één deel van mijn lichaam, maar diverse delen van mijn lichaam zullen daar onder te lijden hebben.

Ons probleem hier is te bevatten waarvoor in deze context het oog door Jezus wordt gebruikt. Jezus heeft het niet langer over datgene waarop de aandacht van de mens zich richt. Waarop je je aandacht richt, dat is je schat. Waarop ik mijn aandacht richt is mijn schat. Hij heeft de nadruk van Zijn onderwijs verlegd van de schat naar de gevolgen die een verkeerde schat voor iemands leven hebben, en de kwaliteit van iemands oog is de metafoor die Hij gebruikt om het onderwerp van Zijn onderwijs op dit punt te illustreren. De betekenis hiervan is dat evenals het menselijke lichaam het oog heeft om zich binnen zijn fysieke omgeving te laten sturen, zo heeft ons denken, ons hart, een geestelijk oog. Het hart heeft een geestelijk oog.

Als het fysieke oog gezond is, dan is de persoon in staat op de juiste manier te functioneren, omdat het lichaam alles om zich heen duidelijk waarneemt; de gehele persoon is dan in staat zijn taken uit te voeren en zich op veilige manier behoedzaam te bewegen. Omdat de persoon goed ziet, zullen alle delen van het lichaam goed samenwerken, maar als het zicht minder wordt dan nemen we de dingen minder scherp of zelfs wazig waar; dan zijn we niet zeker van wat we doen, misschien zijn we ons zelfs niet eens bewust van een dreigend gevaar en een verkeerde beweging kan, omdat we slecht zien, tijdsverlies betekenen, of een pijnlijke verwonding veroorzaken, een verkeerde stap of timing kan ons zelfs het leven kosten. Juist? U weet dat dit juist is.

Laten we dit nu terugplaatsen in de context. In die eerste sectie, beginnend in vers 19, waarschuwde Hij ons dat we ons leven zullen voegen naar wat we het meest waardevol achten, en daarom worden onze activiteiten bepaald en ons karakter gevormd naar datgene waar we het meest waarde aan hechten. Er is daarbij een onvermijdelijke voortgang. Behoed uw hart omdat uw karakter zich zal vormen naar uw schat, en dat gebeurt omdat wij ons leven daarnaar zullen voegen. Wij zullen de keuzes maken om die richting uit te gaan.

In de verzen 22 en 23 zegt Hij dat hoe duidelijk we zien, dat is onze keus van schat, zal bepalen hoe goed we ons leven zullen leiden. Het is een zaak van kwaliteit. Als onze ogen niet al te goed zijn, kunnen we toch nog functioneren. We zullen alleen minder goed functioneren. Ik ben verziend. Ik kan geen draad door het oog van een naald steken, maar ik kan nog steeds auto rijden, omdat ik de dingen op afstand echt goed kan zien. Zo kan ik me best redden in het leven, maar er zijn dingen die me daardoor niet gelukken.

Ik zal proberen dit zo eenvoudig mogelijk te maken. Hij zegt dat evenals het lichaam het oog heeft om te zien en te functioneren, zo heeft het hart dit ook. Jezus maakt duidelijk dat het onderscheidingsvermogen waarmee wij onze schat kiezen, zal worden bepaald door de helderheid van onze geestelijke visie. Waarop we ons leven richten zal grotendeels bepaald worden door ons begrip van wat het leven ons in relatie met deze wereld en het Koninkrijk van God brengt. Het sleutelwoord hier is begrip. Dat is het "oog" van uw hart. Begrip. Niet kennis. Begrip.

Mensen kunnen kennis hebben van God zonder dat het hun goed doet. Ze kunnen de kennis hebben dat er een Schepper is. Ik heb met mensen gepraat die helemaal niet naar een kerk gaan, maar toch geloven dat zaterdag de sabbat is. Zij hebben die kennis. Maar ze hebben niet het flauwste idee. Ze begrijpen niet wat dit voor hun leven betekent. Het heeft geen invloed op hun hart, omdat ze niet begrijpen.

Begrijpt u dat toen God u en mij riep, we al een zekere basiskennis hadden van dingen die we geloofden? We geloofden dat er een Schepper was. Laten we het zo stellen. We geloofden dat God bestaat. Waarschijnlijk hadden we — diep in ons denken verstopt — het geloof dat de bijbel Zijn woord was. Er waren bepaalde dingen die we geloofden, maar toen God Zijn wondere werk deed in ons denken, gaf Hij ons begrip. Nu pas begrepen we het! En wat gebeurde er? Het betekende iets voor ons. We zagen het en omdat we het zagen, begonnen we ons leven te veranderen. We "zagen" het geheel anders dan we de waarheid ooit tevoren hadden gezien. Dat was het wonder dat God deed. Hij is ermee doorgegaan ons meer en meer kennis te geven, maar er moet begrip zijn waar die kennis past. Als we niet begrijpen waar en hoe het past en hoe we het moeten toepassen, zullen we er nooit gebruik van maken. We konden net zo goed blind zijn. Jezus zegt hier dat we niet alleen de juiste schat moeten hebben, maar we moeten begrijpen waar die past. Ik hoop dat het overkomt en dat u waardeert wat God heeft gedaan.

We kunnen in dit proces krachtig meewerken door ons aan Hem over te geven, en naarmate we ons overgeven, zal Hij ons begrip openen. Er zijn drie dingen: kennis, begrip, wijsheid. Kennis verwerven is het gemakkelijkst van de drie. We kunnen geen wijsheid hebben voordat we begrijpen. Wijsheid is de juiste praktische toepassing. We moeten eerst weten hoe het te doen en daarover heeft Jezus het hier. We hebben praktisch begrip nodig. Dan kunnen we "zien". Dan kunnen we er gebruik van maken.

Er zijn briljante mannen en vrouwen die een geweldig diepgaande studie van de bijbel hebben gemaakt, en ze hebben niet het flauwste idee hoe ze alles wat ze opdiepen, kunnen toepassen. Ze kunnen allerlei boeken schrijven en technische handleidingen over wat een woord betekent, enzovoort. Maar er was een eenvoudig mens als Herbert Armstrong voor nodig om de zaken bij elkaar te brengen, omdat God de heer Armstrongs denken opende. En toen Hij dit eenmaal deed — en ook bij ons — was het toen niet erg opvallend hoe logisch alles was? Dat is het wonder, dat God ons begrip gaf.

Nu zijn er veel mensen die onnauwkeurig denken — ik was ook zo iemand — zij denken op nonchalante manier dat Salomo God om wijsheid vroeg. Dat deed hij niet. Alleen indirect. Hij vroeg God om begrip. Laten we dat met eigen ogen gaan zien in 1 Koningen 3. De heer Armstrong zei dat zo lang hij zich kon herinneren, hij al naar begrip en inzicht snakte. Hij wilde weten hoe de dingen in elkaar zaten en dat werd voor u en mij de weg tot behoud, omdat God zijn denken aanzette tot het zoeken van begrip over de meest belangrijke zaken in het leven — waarom we geboren werden. In 1 Koningen 3 vraagt Salomo God hierom [begrip]. Hier volgt het feitelijke verzoek.

1 Koningen 3:9-12 Geef dan uw knecht een opmerkzaam hart, opdat hij uw volk richte, door te onderscheiden tussen goed en kwaad, want wie zou in staat zijn dit uw talrijk volk te richten? 10 En het was goed in de ogen des Heren, dat Salomo dit gevraagd had. 11 En God zeide tot hem: Omdat gij dit gevraagd hebt, en voor u geen lang leven hebt gevraagd, en geen rijkdom, en ook niet gevraagd hebt het leven uwer vijanden, maar voor u inzicht hebt gevraagd om een rechtszaak te kunnen horen, 12 zie, Ik doe naar uw woord; zie, Ik geef u een wijs en verstandig hart, zodat uws gelijke vóór u niet geweest is, noch na u zal opstaan.

Er is begrip nodig om juist te richten tussen goed en kwaad, omdat begrip de voorloper is van wijsheid, dat is de feitelijke, praktische toepassing. Zo is het oog van het hart niet alleen maar kennis. Het is begrip hoe kennis in het leven moet worden toegepast. Het oog van het hart is begrip, dat op zijn beurt weer leidt tot wijsheid — de praktische toepassing. Er is een vers in Spreuken dat zegt:

Spreuken 29:18 Indien openbaring ontbreekt, verwildert het volk, ...

Als je niet begrijpt waar je naar kijkt, kan het je dood betekenen. Toen God ons denken opende, zoals 1 Corinthiërs 2 laat zien, gaf Hij ons een begrip van de toepassing van dingen. Een echt begrip maakt geestelijke openbaring duidelijk en zo kunnen we terecht zeggen dat begrip "het oog van ons denken" is.

Er zijn enkele andere termen die gebruikt zouden kunnen worden, en dat is dat begrip, het oog van ons denken, praktisch oordeel is. Het zou ons wereldbeeld kunnen zijn, of ons perspectief, of de manier waarop we de dingen zien. Het is het spectrum waarbinnen we het leven bekijken, zowel dat van onszelf als dat van anderen. Gemeente, het begrip van iemand helpt hem in zijn geloof. Als we niet begrijpen wat we lezen of onderwezen krijgen, kunnen we geen geloof hebben in de Zoon van God. Dat is het werk van God — dat u in Zijn Zoon gelooft. We moeten begrijpen hoe de dingen in elkaar passen. Dan kunnen we vertrouwen hebben. Ons begrip leidt ons, stuurt ons, verlicht onze weg geestelijk, moreel en ethisch, zodat iemand zijn licht gericht kan houden op wat hij belangrijk vindt (zijn schat) en hopelijk is dat het Koninkrijk van God. In ons begrip stellen we ons doel en onze bedoelingen vast, en bepalen we hoe we zullen handelen of reageren op de omstandigheden van het leven. Begrip bepaalt waarop we ons richten, bepaalt onze positie ten opzichte van de dingen die werkelijk iets in het leven betekenen.

Als nu dat licht, iemands begrip, verduisterd wordt door een ongepast verlangen naar materiële dingen [We gaan weer terug naar de context van Mattheüs 6], als het wordt verduisterd door een ongepast verlangen naar materiële dingen, of verduisterd door zonde, dan ligt de schat van zo iemand duidelijk in de wereld. Zo iemand is of onwetend, of begrijpt eenvoudig de ernst niet van de persoonlijke keuzes die elke dag gemaakt moeten worden, en met zo iemand is het erger gesteld dan als hij fysiek blind zou zijn, omdat het oordeel nu op de christen is.

We moeten God veel vaker vragen dan we doen, evenals Salomo dat deed, dat we begrip mogen hebben, zodat we kunnen onderscheiden wat het juiste is om te doen, zodat onze geestelijke visie gescherpt wordt. Als deze wordt gescherpt, zullen we op de juiste manier functioneren. Dan zien we de dingen die gebeuren in hun juiste perspectief, scherp en duidelijk. We kunnen zelfs zeggen dat we de dingen meer in zwart en wit zien, in hun naakte werkelijkheid en niet wazig en abstract. Zo zetten we door het oog van ons denken het punt waarop we ons richten, de plaats waarheen we willen gaan, en dat houden we in het oog en we laten al onze handelingen daarop gericht zijn.

In het onderwijs van Jezus betekent dan, dat als ons oog zuiver is, we een eerlijk doel stellen en op een juist doel zijn gericht en op de juiste manier daarheen gaan. Als we zuiver richten en alleen uit zijn op de eer van God en alles geheel op Hem gericht houden, dan is dat het bewijs dat het oog — het geestelijk oog — zuiver is.

Laat ik het nog op een andere manier zeggen. Paulus zei het als volgt. Hij zei: "Want het leven is mij Christus." Hij bedoelde dat zijn gehele bestaan totaal gewijd was aan en totaal gericht was op het dienen van Christus. Als wij dat ook doen, dan zullen onze handelingen God behagen en zullen we ons zekerder voelen en ons meer op ons gemak voelen in de relatie met God.

Laten we nu luisteren naar wat Johannes in 1 Johannes 3:18-22 zei.

1 Johannes 3:18 Kinderkens, laten wij liefhebben niet met het woord of met de tong, maar met de daad en in waarheid.

Licht is een symbool van waarheid. Hier zien we het effect ervan. Voor iemand als Paulus was het leven Christus.

1 Johannes 3:19 Hieraan zullen wij onderkennen, dat wij uit de waarheid zijn en voor Hem ons hart overtuigen,

Willen we vol vertrouwen zijn over onze relatie met God, willen we Hem kennen en weten dat we Hem kennen?

1 Johannes 3:20 dat, indien ons hart (ons) veroordeelt, ...

Ja, er zijn tijden dat we niet leven in overeenstemming met wat we weten.

1 Johannes 3:20 ..., God meerder is dan ons hart en kennis heeft van alle dingen.

Johannes voegt hier een beetje bemoediging toe, omdat hij uit zijn eigen leven weet, dat hij niet altijd leefde in overeenstemming met wat hij wist te moeten doen, wat hij begreep verondersteld te zijn te doen en dus:

1 Johannes 3:20 dat, indien ons hart (ons) veroordeelt, ...

We voelen ons schuldig, ons geweten is beschadigd omdat we weten niet te hebben geleefd in overeenstemming met wat God heeft gezegd en wat we begrijpen en weten te moeten doen. Johannes verzekert ons ervan dat God groter is dan ons hart en dat Hij bereid is ons te vergeven.

1 Johannes 3:20-21 ..., God meerder is dan ons hart en kennis heeft van alle dingen. 21 Geliefden, als ons hart ons niet veroordeelt, hebben wij vrijmoedigheid tegenover God,

Willen we positief leven? Dan moet het oog helder zijn. Het begrip moet zo scherp zijn als maar mogelijk is, en dan trekken we daaruit de consequenties en onderwerpen we ons aan God. Wat kunnen we dan van ons hart zeggen? Het is zuiver. Geen schuldig geweten. We hebben vrede. We leven met vreugde. Dit wordt nog interessant, want er is nog iets anders aan verbonden.

1 Johannes 3:22 en [We voelen ons niet alleen goed over onze relatie met God.] ontvangen wij van Hem al wat wij bidden, daar wij zijn geboden bewaren en doen wat welgevallig is voor zijn aangezicht.

Wat is God welgevallig? Zonder geloof is het onmogelijk Hem welgevallig te zijn. Als we Hem vertrouwen zijn we Hem welgevallig. Deze dingen zijn als een mooi pakketje aan elkaar verbonden, allemaal gekoppeld aan de schat, het hart, hoe scherp we de dingen zien en dan maken we de keuze ons aan God te onderwerpen. En omdat we dat doen, geeft Hij ons waar we om vragen. Er is geen vader die ons kan afwijzen, en God kan dat evenmin — en wij hebben een goed gevoel.

1 Johannes 3:23 En dit is zijn gebod [Dit klinkt net als Johannes 6:28-29.]: dat wij geloven in de naam van zijn Zoon Jezus Christus en elkander liefhebben, gelijk Hij ons geboden heeft.

Interessant hoe deze dingen met elkaar samenhangen. Het hart, de schat, het heldere inzicht, begrip, dat leidt tot de juiste toepassing, dat leidt tot een overvloedig leven, dat leidt tot verhoord gebed — allemaal bijeengehouden door geloof. Ziet u, echte vreugde wordt in onze geestelijke natuur gevonden, en de onmogelijkheid om het Koninkrijk van God te combineren met de wereld wordt overduidelijk getoond in het volgende vers, waarop we in de volgende preek zullen ingaan. Voor vandaag is dit dus het einde van de preek, en zo God wil, zal ik hier de volgende keer dat ik spreek, mee verdergaan. Ik vind deze dingen echt opwindend. In zekere zin zijn ze erg fundamenteel. Maar aan de andere kant zijn ze de essentie van het leven. "Hart", "Schat", "Helder inzicht", "Toepassing".


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)