De christen en de wereld (Deel 5)

Door John W. Ritenbaugh
31 januari 1998

Samenvatting: (toon)

In dit vijfde deel van de serie over "De christen en de wereld" herhaalt John Ritenbaugh dat de overste van de macht der lucht (Efeziërs 2:2) verantwoordelijk is voor de beïnvloeding van de Zeitgeist (de overheersende geest of manier van denken van de tijd) die ons wegtrekt van God en Zijn geboden. Ons hart is op het moment van bekering ongeneeslijk ziek (Jeremia 17:9), het kan niet worden gerepareerd, maar alleen vervangen. God plaatst Zijn geroepenen doelbewust in een positie waarin ze moeten kiezen tussen de tijdelijke verleidingen van de wereld of eeuwig leven (Mattheüs 6:24). Ons hart hoeden (Spreuken 4:23) en het richten op geestelijke schatten (Mattheüs 6:19-23) zal onze geestelijke zekerheid versterken.


Ik ga nu verder met de serie waar ik nu al vier preken mee bezig ben. Het eerste deel van mijn laatste preek ging in detail in op Efeziërs 2:2. Laten we dat nog eens opslaan om ons uitgangspunt voor vandaag duidelijk voor ogen te hebben. Daarna zullen we dit onderwerp van diverse kanten en in meer detail gaan bekijken.

De algemene strekking van het onderwerp stond in betrekking tot de wereld zoals deze zich aan een christen voordoet, en wat wij hebben te doen om ermee om te gaan. In de vorige preek was ik zover gekomen dat ik juist begon met het geven van bijbelse principes met betrekking tot het weerstaan van de wereld — de dingen die wij kunnen doen. Het eerste dat we kunnen doen is — zo duidelijk als we maar kunnen — begrijpen hoe God de wereld definieert. Dit vers heeft veel vandoen met begrijpen hoe God naar de wereld kijkt en de manier waarop wij er ook naar moeten gaan kijken.

Efeziërs 2:2 waarin gij [duidend op christenen] vroeger gewandeld hebt overeenkomstig de loop dezer wereld, overeenkomstig de overste van de macht der lucht, van de geest, die thans werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid,

We ontdekten in de vorige preek dat het woord loop afkomstig is van het Griekse aion en dat het pad of weg betekent. Daarmee is echter de betekenis niet uitgeput. Het betekent meer specifiek de kenmerken van een tijdsperiode. Daarom wordt in de meeste moderne vertalingen het woord aion vertaald met tijdperk.

Mensen uit de wereld ontdekten dit fenomeen, de loop, volkomen los van de bijbel, en ook wat deze loop betekent. Als zij over geschiedenis schrijven, of in tijdschriften daarover beschouwingen geven, kennen zij een naam toe aan een bepaalde tijdsperiode, omdat er iets is dat dat tijdperk duidelijk onderscheidt van andere tijdperken. Zo kennen we de Middeleeuwen, de Renaissance, het Victoriaanse tijdperk, het industriële tijdperk en het technologische tijdperk. Ik koppelde dit aan een Duits woord waarmee u misschien niet al te bekend bent, maar de Duitsers brengen met dit woord echt de specifieke betekenis van dit woord tot uiting. Zij spreken over de "Zeitgeist" — "Zeit" betekent tijd en "Geist" betekent geest. Zeitgeist betekent de "geest van de tijd". Paulus zegt hier dus letterlijk dat we wandelden in overeenstemming met de geest van de tijd, of de geest van een systeem.

Geschiedkundigen herkennen de op- en neergang van de speciale kenmerken die in een bepaalde tijdsperiode hun invloed op de mens uitoefenen. Sommige perioden zijn dus duidelijk meer of minder moreel dan andere. Sommige zijn vervuld met een vorm van energie tot onderzoek, onderzoek van de grenzen van wetenschap en industrie, of zelfs in massale migratie van volksgroepen. Soms zijn er tijden van rust en meditatie alsof de mensheid uitrust om kracht op te doen voor de volgende periode van sterke stress veroorzakende, tumultueuze veranderingen.

De meesten van ons die — laten we zeggen — tussen de 50 en 80 jaar oud zijn, kunnen terugkijken op een tijd waarin er meer vrede heerste en meer aandacht voor morele zaken bestond dan in veel andere tijdperken in de geschiedenis van de USA. Maar in de midden 60-er jaren, met de "flower"-generatie en wat daarmee samenhangt, onderging de geest van de tijd een verandering en sindsdien is dat almaar doorgegaan. Die verandering ging onveranderd door in de 70-er, de 80-er en de 90-er jaren, en nu zijn we "gezegend" met een President die opgroeide en gevormd werd door de geest van de tijden waarin hij leefde. George Bush zal naar alle waarschijnlijkheid de laatste President zijn die opgroeide in deze "rustige" periode in de Amerikaanse geschiedenis, waarin ook meer aandacht was voor morele zaken. Ik wil niet de indruk geven dat die tijd in alle opzichten goed was. Maar in vergelijking met de tijd waarin we nu leven, was het in het algemeen toch een betere tijd om in te leven.

Wij allemaal zijn tot op zekere hoogte gevormd door het milieu waarin we leefden; daar duidt Paulus hier op. De "geest van de tijd", de "Zeitgeist", de "loop van deze wereld" hebben in sterke mate bijgedragen tot wat we nu zijn. Er zijn andere factoren, zoals het gezin waarin we opgroeiden. Dat heeft een erg sterke invloed op ons, maar we moeten bedenken dat ook onze ouders op hun beurt werden gevormd door de tijd waarin zij leefden. Wat we moeten begrijpen is, dat het vanuit Gods oogpunt allemaal kwaad is, omdat de overste van de macht der lucht, de geest die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid, de bron is van al die niet-materiële krachten die zo'n sterke en veelzeggende invloed hebben op de manier van ons denken, op de manier waarop we de dingen bezien, ons wereldbeeld, ons perspectief op bijna elk onderdeel van het leven. Hij heeft de kosmos misleid om dit te accepteren. De kosmos is uiteraard de mensheid binnen dit systeem dat door hem misleid is. Hij heeft hen en ons misleid tot een leven dat op dezelfde algemene manier als dat van Adam en Eva anti-God is. Het enige echte verschil is de omvang van de operatie. Met Adam en Eva was het beperkt tot de hof en twee mensen, maar Openbaring 12:9 zegt dat Satan de hele wereld heeft misleid en zijn daden zijn uitgegroeid tot wereldwijde omvang.

We zijn in staat goed te doen. Jezus zei dat. Hij zei "U die slecht bent, kunt goede dingen doen." Een heel duidelijke uitspraak van onze Zaligmaker. Maar gemeente, de mengeling is vanuit Gods oogpunt slecht, ook al kunnen we goed doen. De mengeling is zo slecht dat zonder Gods Geest, zonder bekering, zonder verandering, we niet acceptabel zijn om in het Koninkrijk van God te leven. Dat is nogal bot, maar het is waar. Ons hart is volgens Jeremia 17:9 ongeneeslijk ziek. Het moet totaal vervangen worden. Het kan niet worden gerepareerd, zelfs niet door God. Het moet vervangen worden door de goddelijke natuur. Dus het is de "geest van deze wereld", de "loop van deze wereld" in ons, die we moeten overwinnen. Het is de loop, de nuances, de specifieke kenmerken van dit tijdperk, waartegen we worstelen om met God mee te werken. Als we geen succes hebben met dat worstelen, dan komt Gods beeld in ons niet tot stand.

God is absoluut zuiver in al Zijn bedoelingen, evenals in Zijn gedrag. Dat heeft een begin en dat zal tijdelijk het onderwerp zijn van vandaag. Laten we naar Jesaja 55 gaan. We gaan hier in een paar verzen even kennismaken met de basisprincipes.

Jesaja 55:8 Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen, luidt het woord des HEREN.

Denk daar eens even over na. Als Zijn gedachten niet de onze zijn en Zijn wegen ook niet de onze zijn, zullen we dan acceptabel zijn om deel uit te maken van Zijn gezin en van Zijn Koninkrijk? In vers 9 illustreert Hij dit, zodat we kunnen begrijpen hoe groot het verschil is tussen Zijn denken en het onze.

Jesaja 55:9 Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten.

"Gedachten" zijn de voorlopers van gedrag. Die twee zijn onlosmakelijk verbonden. De christen die als God wil zijn, in feite daartoe geroepen en bekeerd, strijdt dus dagelijks met de keuzes tussen de wet van zijn denken en de wet van zijn leden, zoals Paulus dat zegt, omdat de loop van deze wereld altijd aanwezig is en altijd gereed staat te voorschijn te komen in een gedrag gericht tegen God, een gedrag dat door demonen wordt geïnspireerd, zoals het geval was met Petrus. Hoorde u wat ik zei? Denken wij dat wij "christenen" niet in staat zijn demonisch geïnspireerde gedachten te krijgen? Wij zijn dat wel. Denken wij dat de invloed van Satan volledig is gebroken door het geloof in Jezus Christus en in het aanvaarden van Zijn bloed? We moeten uit ervaring weten dat die invloed nog niet is gebroken en dat die nog steeds werkzaam is in ons.

In de vorige preek gaf ik een voorbeeld uit Mattheüs 16 waar Petrus — onmiddellijk nadat Christus zei dat Hij naar Jeruzalem ging om daar te lijden en gedood te worden — losbarstte met "Dat verhoede God." Petrus was niet bezeten door demonen, maar toch beïnvloedde Satan zijn gedachten van tijd tot tijd in zekere mate, omdat zijn gedachten niet altijd juist waren. Petrus kreeg dus een reprimande van Jezus te verwerken, die in feite rechtstreeks voor Satan bedoeld was, maar Petrus had de woorden uitgesproken. Hij had zich opengesteld voor dit demonisch denken dat totaal niets vandoen had met de wil en het doel van God. Die woorden kwamen zo maar spontaan uit zijn mond, uiting gevend aan zijn normale menselijke natuur.

Het is erg interessant om hier eens over na te denken, dat Petrus hierbij betrokken raakte, omdat het gebeurde ondanks dat de discipelen dag en nacht met Christus optrokken. We gaan hier nog wat dieper op in. Judas, één van de twaalven, werd bezeten ondanks dat hij drieënhalf jaar lang dag en nacht met Christus optrok. Het is ontnuchterend te bedenken dat de invloed van de loop dezer wereld, de geest die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid, niet volledig uit ons is verdwenen.

Laten we Lucas 11:21-22 opslaan. Jezus is hier de Spreker.

Lucas 11:21-22 Wanneer een sterke, goed gewapende man zijn eigen hof bewaakt, is zijn bezit in veiligheid. 22 Maar wanneer iemand, die sterker is dan hij, hem aanvalt en hem overwint, rooft deze zijn wapenrusting, waarop hij vertrouwde, en verdeelt zijn buit.

Het is interessant te zien welke kant Jezus' gedachten uitgaan.

Lucas 11:23-26 Wie met Mij niet is, die is tegen Mij en wie met Mij niet bijeenbrengt, die verstrooit. 24 Zodra de onreine geest van de mens is uitgevaren, gaat hij door dorre plaatsen om rust te zoeken, en als hij die niet vindt, zegt hij: Ik zal terugkeren naar mijn huis, waar ik ben uitgevaren. 25 En als hij komt, vindt hij het geveegd en op orde. 26 Dan trekt hij heen en neemt zeven andere geesten mede, bozer dan hij zelf; en zij komen binnen en wonen daar. En het wordt met die mens in het einde erger dan in het begin.

Nu weer even terug naar Petrus en het feit dat hij ongetwijfeld door Satan werd beïnvloed en het willig werktuig werd waardoor dit verwijt aan Jezus en Gods doel naar buiten kwam; het kwam uit de mond van Petrus. Als Satan dit kan doen met iemand die dicht bij Jezus leeft, denkt u dan dat het voor hem niet mogelijk is om u en mij te gebruiken? Hij kan dat zeer zeker. De geest der wereld werkt nog steeds in ons. Om deze invloed tegen te gaan, te verminderen, te overwinnen zegt Jezus hier dat een christen die schoon schip heeft gemaakt, bepaalde dingen moet doen.

Het voorbeeld hier in Lucas 11 heeft direct betrekking op bezetenheid door demonen, maar het principe bevat in Jezus' onderwijs geldt toch, omdat alhoewel we niet bezeten zijn, we allemaal sterk door hen beïnvloed zijn tot op het punt dat de bijbel u en mij in het verleden beschrijft als slaven van Satan. Is dat niet waar? Dat is nogal een nauwe relatie, zijn slaaf te zijn.

Terug naar Jezus' onderwijs. De "sterke man" vertegenwoordigt Satan. De "sterkere man" is Christus. Jezus waarschuwt hier dus dat Satan geen slappeling is die passief de zaken opgeeft en de nederlaag aanvaardt. Zelfs al is hij uitgeworpen, hij zal toch doorvechten om zijn invloed en controle te behouden. De waarschuwing voor u en mij is dus, dat de christen, evenals Petrus die bekneld raakte tussen Satan en Christus, niet een of andere comfortabele neutraliteit kan accepteren. Zich bekeren gebeurt niet door magie. Het vereist vertrouwen in en liefde voor God, gecombineerd met het bewust sturen van de wil, in samenwerking met onze Schepper, onze Vader en onze oudste Broer en Hogepriester.

Er is gebed nodig. Er is bijbelstudie nodig. Er is zo af en toe vasten nodig en er is gehoorzaamheid nodig. Al deze dingen zijn nodig om de communicatielijnen open te houden, zodat we onszelf leren kennen. Er is een gehoorzaam toepassen van Zijn geboden nodig in onze dagelijkse omstandigheden. Zo zullen we Hem leren kennen en ook Zijn levensstijl. Om dit tot een succes te laten uitgroeien, moet het consequent worden gedaan. We kunnen geen neutraal spelletje spelen. We kunnen niet één voet in de kerk hebben en de andere in de wereld. God speelt geen spelletje.

Hoe vaak hebben wij de apostel horen zeggen: "Wees nuchter"? "Het oordeel is nu op ons"? "Wees serieus over uw roeping"? "Hij die niet voor Mij is is tegen Mij"? We kunnen niet neutraal zijn. We moeten onze wil in ons leven door geloof en liefde voor God sturen, om God te laten zien dat we in geen enkel opzicht neutraal zijn. En alhoewel we behept zijn met zwakheid en er tijden zijn dat we aan die zwakheid toegeven, gaan we desondanks verder. Het is net als elke dag naar school gaan. Het moet consequent worden gedaan en we moeten ons geloof en onze liefde uitdrukken in geduldig voortploeteren, in vasthoudend Zijn weg blijven gaan. "Hij die volhardt tot het einde, zal behouden worden."

U kunt weten op basis van wat Jezus hier zegt, dat Satan niet passief zal aanvaarden dat hij uit ons leven wordt gebannen. Hij zal keer op keer terugkomen. En in dit opzicht wordt Jezus' onderwijs in de bergrede waardevol, omdat Hij tot de kern doordringt van een heel belangrijk basisprincipe dat succes zal teweegbrengen in het weerstaan van de wereld.

Laten we nu naar Mattheüs 6 gaan. Als we in ogenschouw nemen wat Hij hier zegt en het toepassen op het evangelie, zullen we een geweldige stap hebben weggedaan van deze wereld en haar invloed, een stap naar samenwerking met God en Zijn doel. Er zijn een aantal elementen betrokken bij het advies, de raad, de instructie en de aansporing, we zouden zelfs kunnen zeggen de geboden, die Christus hier in Mattheüs 6:19-34 geeft. Ik ga dat niet allemaal lezen, want dan kom ik tijd tekort om aan alles voldoende aandacht te schenken. We gaan ons concentreren op Mattheüs 6:19-24. Hier komt dus Jezus' advies.

Mattheüs 6:19-24 Verzamelt u geen schatten op aarde, waar mot en roest ze ontoonbaar maakt en waar dieven inbreken en stelen; 20 maar verzamelt u schatten in de hemel, waar noch mot noch roest ze ontoonbaar maakt en waar geen dieven inbreken of stelen. 21 Want, waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn. 22 De lamp van het lichaam is het oog. Indien dan uw oog zuiver is, zal geheel uw lichaam verlicht zijn; 23 maar indien uw oog slecht is, zal geheel uw lichaam duister zijn. Indien nu wat licht in u is, duisternis is, hoe groot is dan de duisternis! 24 Niemand kan twee heren dienen, want hij zal òf de ene haten en de andere liefhebben, òf zich aan de ene hechten en de andere minachten; gij kunt niet God dienen èn Mammon.

Dit laatste vers is rechtstreeks van toepassing op wat Jezus in Lucas 11 zei. Deze oorlog, waarin wij betrokken zijn geraakt, kent geen neutraliteit.

Voordat we werden geroepen, waren we ongetwijfeld in diverse opzichten ontevreden met onszelf en met de wereld, maar dat was iets dat we maar moesten accepteren, omdat we niet precies wisten wat we met ons leven moesten doen. Met andere woorden we hadden geen duidelijk begrip van waartoe we waren geboren, en we hadden in principe alleen maar fysieke doelen. Het is heel goed mogelijk, dat zelfs al hadden we vaag iets afgeweten van het doel van het leven, we toch nog niet hadden geweten wat ermee te doen. Velen van ons hadden vage gevoelens over onsterfelijkheid en geloofden dat we of naar de hemel of naar de hel zouden gaan. Maar het is nu aan ons geopenbaard dat we niet onsterfelijk zijn en dat noch hemel noch hel onze levensbestemming is. In plaats daarvan dwingt God ons te kiezen tussen dood en onsterfelijkheid door te kiezen voor eeuwig leven — dat is Gods leven; en dit te doen door in geloof onze aandacht te richten op de dingen die boven zijn, waar Christus zit aan de rechterhand van God. Om dit te doen, dus de dingen die we leren, echt in de praktijk toe te passen, is geloof nodig en het vereist ook wilskracht. Het vereist liefde om het op de juiste manier te doen. Het doel hiervan is de juiste keuzes te maken.

Nu een punt ter verduidelijking. De NBG is in de eerste zin niet al te best vertaald. Er staat: "Verzamelt u geen schatten op aarde." Er zou moeten staan: "Verzamelt u geen aardse schatten." De reden hiervan is dat Jezus in Zijn onderwijs een tegenstelling maakt tussen het "aardse" en het "hemelse", niet als de plaats waar ze zullen worden opgeslagen, maar als de plaats waar we ze zoeken moeten. Al het zoeken, of het nu aards of hemels is, moet hier op aarde gebeuren. Het moet nu gebeuren, in dit leven. Wat we in dit deel van de bergrede zien, zijn dus belangrijke elementen om te komen tot het voortbrengen van hemelse schatten. Het onderwijs begint met een negatief gebod, dat het woord schatten bevat. Het negatieve gebod is: "Verzamel geen aardse schatten voor uzelf." Dat is negatief. "Doe dit niet."

Het woord "schatten" brengt hoogst waarschijnlijk, ik zou haast zeggen vanzelfsprekend, de gedachte voort aan rijkdom. Vele dienaren van God waren heel rijk. De bijbel zegt van Abraham: "Hij was uitermate rijk." De bijbel overdrijft niet. Ik bedoel: Abraham moet ontstellend rijk zijn geweest, en deze rijke man is de vader der gelovigen. Ik wil hiermee ergens naar toe. Het is heel goed mogelijk dat de mens die het meeste opgaf in materiële rijkdom om een volgeling van God te worden, misschien wel Mozes is geweest. Het lijkt erop dat hij de kroonprins was van Farao, de koning, de alleenheerser, de dictator, de despoot, hoe u hem ook noemen wilt, van de grootste en rijkste natie op aarde die op dat moment bestond. Zelfs de bijbel zegt, dat hij de rijkdommen van Egypte iets vond dat niet begerenswaardig was. Mozes was rijk.

Misschien heb ik u dit over David in het verleden reeds eerder verteld, maar ik vertel het opnieuw. In de 50-er jaren was ik geabonneerd op een tijdschrift met de naam True Magazine en iedere maand hadden ze een sectie met interessante feitjes die ze over mensen hadden verzameld. Nu waren er enkele mensen die eens hadden opgeteld, afgaande op wat de bijbel zegt, wat David allemaal wel had gegeven voor de bouw van de tempel in Jeruzalem (hij had alle onderdelen al bij elkaar, zodat Salomo echt met de bouw kon beginnen). Deze personen, wiskundigen en economen, stelden vast dat Davids persoonlijke rijkdom, die niet uit de schatkist van Israël kwam, maar echt zijn persoonlijk bezit was, uitgedrukt in geld van vandaag (1958-1959) zo om en nabij de 20 miljard dollar moet zijn geweest. Dat is nogal rijk.

Jozef van Arimatea was een rijk man. Lettend op deze dingen, moeten we wel tot de conclusie komen dat God niets tegen rijkdom heeft. God is niet tegen het verzamelen van geld op zich. Dat is niet het probleem. God Zelf is het rijkste Wezen in het gehele universum. Hij bezit alles. Dit op basis van het feit dat Hij de Schepper en de God is van alle dingen. Hij wil dat wij op Hem gaan gelijken — naar Zijn beeld worden gevormd. Hij is niet tegen rijkdom. Maar we leren van andere dingen in de bijbel dat het verzamelen van rijkdom gepaard gaat met allerlei geestelijke gevaren, omdat onze materialistische manier van denken er niet mee om kan gaan. Veel mensen hebben zich hierdoor van het Koninkrijk van God afgekeerd. Wat is dan Gods grote zorg met betrekking tot rijkdom? De aspecten die samenhangen met het bijeenvergaren, het gebruik en onze houding daarbij.

Ik ben hier in detail doorheengegaan omdat ik denk dat dit ons enig houvast geeft met betrekking tot de betekenis van dit woord "schatten". "Schatten" vertegenwoordigt alles wat we waardevol genoeg vinden om ons hart op te zetten. "Waar uw schat is, daar zal uw hart zijn." Velen van ons hebben geen verlangen naar miljarden dollars, maar er zijn andere dingen waar we onze zinnen op zetten, is het niet zo? We moeten dan gaan denken, is dat waar we onze zinnen op zetten, aards of hemels? Het kan zijn dat we nog geen paar dollar te besteden hebben en toch kunnen we — volgens de interpretatie hier in deze tekst — een "schat" hebben, omdat het ons van Gods doel in het leven wegtrekt. We kunnen een schat hebben die net zoveel voor ons betekent als miljarden dollars voor een ander.

Laten we Spreuken 4 opslaan en vers 23 lezen, omdat we even van het woord schatten willen afstappen en overgaan op het woord "hart", voordat we deze twee woorden met elkaar in verband gaan brengen. We lezen daar een heel eenvoudig principe.

Spreuken 4:23 Behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de oorsprongen des levens.

Een heel interessante uitspraak. Het Hebreeuws had geen aparte woorden voor "hart" en "denken", daarom gebruikt de bijbel het woord "hart" om het denken te vertegenwoordigen. Het hart is de zetel van het intellect, van de emoties, van de wil, van moreel bewustzijn, en daarom is het de bron van alle kwaliteiten die we als deel van het leven beschouwen. Het hart, het denken, is het beginpunt van alle handelingen in het leven. Denk nog eens aan Jesaja 55:8-9 waar God zegt: "Uw gedachten zijn niet Mijn gedachten en Mijn wegen zijn niet uw wegen." Het hart is het beginpunt van alle handelingen in het leven. Het hart heeft alles wat we doen onder controle en daarom waarschuwt de spreuk ons het te behoeden, omdat het de sleutel is tot de gehele mens, omdat wat de aandacht van het denken ook maar trekt, de aandacht van de mens trekt.

Het denken bestaat, zoals we weten en begrijpen, uit de fysieke hersenen en de geest in de mens. We moeten heel voorzichtig zijn, omdat die geest rechtstreeks kan worden beïnvloed door zowel de geest van God als door de geest van Satan en zijn demonen, en ook door de geest van de wereld — de loop van deze wereld waarvan we lezen dat Satan de bron is. Daarom, omdat het hart kan worden beïnvloed door elk van deze drie, moeten we op onze hoede zijn, dat we niet toestaan door de verkeerde geest te worden beïnvloed en zo naar de wereld en zijn schatten te worden getrokken.

Ik denk dat u zult moeten toegeven, als u me volgt, dat we daarmee een eerste klas strijd hebben te voeren. Als de werkelijke schat van iemand, zijn uiteindelijke doel in al zijn streven is om iets op aarde te bereiken — geld, roem, populariteit, prestige, macht — dan wordt zijn hart, het centrum van zijn leven en gedrag, volledig door dat wereldlijke doel in beslag genomen. Breng nu nog eens Lucas 11:19-26 in gedachten, waar Jezus zei dat er in dit opzicht geen neutraliteit bestaat. Het is de een of de ander. Waar Jezus hier in Mattheüs 6 naar toe wil als Hij zegt "Waar uw schat is zal uw hart zijn", is dat Hij opnieuw een "of-of" situatie onder woorden brengt. Het hart kan niet beide situaties evenwichtig behandelen. Dat is onmogelijk. Er kan geen neutraliteit bestaan en daar zullen we klaar mee moeten komen, als we een succes van ons leven willen maken.

Uw schat is waarschijnlijk niet dezelfde als die van uw buurman; het is de uwe of u hem nu wel of niet echt in bezit hebt, omdat u uw hart erop hebt gezet. Uw schat is niet beperkt tot geld of materiële goederen. Het is waar we ons denken op richten. Het is dat wat we het beste voor ons vinden. Het is dat wat we voortdurend zoeken en proberen te verwerven, dat wat we het minst graag kwijtraken. Het is datgene waardoor we — als we het hebben — ons gezegend voelen, en als we het niet hebben, voelen we ons ontevreden, bezeerd, gefrustreerd, ongemakkelijk, leeg. Nu komt dan de volgende vraag. Hoe belangrijk is het hart als we, volgens Christus' eigen onderwijs, het ons niet kunnen veroorloven neutraal te zijn? God heeft ieder van ons in bijna dezelfde positie gemanoeuvreerd als waar de arme Petrus in terecht kwam, toen hij die reprimande van Christus kreeg. Hij heeft ons in een positie gebracht, waar we moeten kiezen. Als we de juiste keuze willen maken, moeten we ons hart goed in acht nemen. De spreuk zegt: "Behoed het", omdat uit haar de oorsprongen des levens komen.

Nu een paar andere schriftgedeelten die handelen over het hart. Ik wil in Hebreeën 4:12 beginnen.

Hebreeën 4:12 Want het woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zo diep, dat het vaneenscheidt ziel en geest, gewrichten en merg, en het schift overleggingen en gedachten des harten;

God heeft ons Zijn woord gegeven om onszelf te evalueren, om te onderscheiden hoe, op welke manier en wanneer we in actie moeten komen om ons hart te behoeden. Het woord gedachte wordt hier gebruikt. Het kwam ook voor in Jesaja 55:8-9. Het wordt gedefinieerd als het proces van het actief en bewust gebruiken van het denken. De "overleggingen", de overleggingen en gedachten, bepalen het doel van de geest in zijn denken. Een protestantse commentator met de naam Wuest zegt in zijn commentaar met betrekking tot "overleggingen en gedachten" (hij heeft het op een manier vertaald waardoor we er wat beter mee uit de voeten zouden kunnen): "De gedachten en voorstellingen van de geest." "De gedachten, overdenkingen en voorstellingen van de geest." Nog een andere manier om te zeggen zou zijn "de overdenkingen en ideeën van het hart". De betekenis van dit alles is dat dit de plaats is waar gedrag en houding hun oorsprong vinden; het is precies hier dat we in staat zijn het toe te staan zich verder te ontwikkelen of het een halt toe te roepen door het te analyseren en te evalueren door Gods Woord als standaard te gebruiken. En dus als ons gedrag de juiste keuze zal zijn, moet je hier, in het hart, de verkeerde keuzen een halt toe roepen.

Laten we nu Spreuken 23:7 opslaan.

Spreuken 23:7 want als iemand die zijn eigen plannen maakt, zo is hij; 'eet en drink!' zegt hij tot u, maar zijn hart is niet met u;

Dit vers brengt het proces nog een stapje verder. Het hoofdidee in deze verzen is in feite een aansporing om voorzichtig te zijn met het beoordelen van mensen, omdat wat aan de buitenkant zichtbaar is in de vorm van gedrag niet altijd een echte weerspiegeling is van wat er in iemands denken om gaat. Sommige mensen zijn huichelaars. Sommige mensen spelen altijd het spelletje van "zich beter voordoen dan ze zijn". Ze zijn altijd in competitie. Ik zal u hiervan een voorbeeld uit deze tijd geven in de definitie die onze president geeft van de dingen die hij doet. Voor hem is iets dat legaal is niet noodzakelijkerwijs immoreel. Een heel interessante manier van denken en daarom waarschuwt God: "Wees voorzichtig." Sommige mensen zijn huichelaars die met opzet hun echte persoonlijkheid verbergen, om een korte termijn zelfgericht voordeel te behalen. We kunnen uit andere delen van Gods woord begrijpen dat wat werkelijk in het hart is, ooit een keer zichtbaar zal worden, omdat het niet altijd verborgen kan blijven. De enige manier waarop dit niet gebeurt, is als het hart voordien wordt veranderd, zoals blijkt uit:

Numeri 32:23 Maar doet gij aldus niet, zie, dan zondigt gij tegen de HERE, en gij zult gewaar worden, dat uw zonde u vinden zal.

Uiteindelijk zal ons hart zich dus moeten blootgeven.

Ik wil Spreuken 23:7 niet geheel als kwaad afschilderen, omdat er ook een goede kant aan verbonden kan zijn. Het kan twee kanten uit werken, omdat iemand ook tot een verkeerde, slechte conclusie over iemand kan komen, zelfs ondanks dat de persoon die wordt beoordeeld, totaal geen kwaad in de zin had. De hoofdstrekking van dat vers is dus dat we voorzichtig moeten zijn met ons oordeel.

Laten we nu Mattheüs 15 opslaan. U zult dit thema onmiddellijk in vers 19 herkennen. Dit zijn weer woorden van Jezus.

Mattheüs 15:19 Want uit het hart komen boze overleggingen, moord, echtbreuk, hoererij, diefstal, leugenachtige getuigenissen, godslasteringen.

"Uit het hart." Daar begint alles.

Mattheüs 12:33-35 Acht de boom goed, maar dan ook zijn vrucht, òf acht de boom slecht, maar dan ook zijn vrucht, want aan zijn vrucht kent men de boom. 34 Adderengebroed, hoe kunt gij, die slecht zijt, iets goeds zeggen? Want uit de overvloed des harten spreekt de mond. 35 Een goed mens brengt uit zijn goede schat goede dingen voort, en een slecht mens uit zijn boze schat boze dingen.

Dat is glashelder, vindt u ook niet? Goed en kwaad komen voort uit het denken.

Mattheüs 12:36-37a Maar Ik zeg u: Van elk ijdel woord, dat de mensen zullen spreken, zullen zij rekenschap geven op de dag des oordeels, 37 want naar uw woorden ...

Want naar uw woorden die uit het hart komen ... God zegt: "Behoedt het." Boven alles: "Behoedt het!"

Mattheüs 12:37 want naar uw woorden zult gij gerechtvaardigd worden, en naar uw woorden zult gij veroordeeld worden.

En nog eens te meer wordt het hart aangewezen als de "bron".

Vers 33 gebruikte het woord "boom". Aan het begin van het voorbeeld hier vertegenwoordigt "boom" het hart, en "wat uit de mond voortkomt" vertegenwoordigt de vrucht van het hart. Voordat iets als goed kan worden gekwalificeerd, moet — zoals Jezus zegt — het hart gereinigd worden. "Maak de boom goed." Verwijder het bederf uit het hart. Het hart moet goed worden gemaakt. Zo wordt dus het hart kenbaar gemaakt door wat uit de mond voortkomt. Het hart wordt kenbaar gemaakt door het gedrag (Mattheüs 15:19). Jezus laat de noodzaak zien van een verandering van natuur — onze natuur, maar Hij voert dit nog een stap verder door hen te vertellen dat zij Hem beoordeelden als een godslasteraar. De werkelijkheid was dat de beschuldigers geoordeeld zouden worden in het licht van hun ongefundeerde beschuldigingen, omdat hun hart verderfelijk was en hun oordeel slecht. Heel interessant.

Vers 35 legt alweer een direct verband met het woord "schatten", duidend op een overvloed. "Een goed mens, uit de goede schatten [de overvloed] van zijn hart ..." Het hart is dus de bron van ons gedrag. In Mattheüs 5:8, heel aan het begin van Zijn openbaar optreden, zegt Jezus:

Mattheüs 5:8 Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien.

Dit betekent niet dat dit soort mensen zonder zonde is, maar het betekent dat ze mensen zonder valsheid en bedrog zullen zijn, mensen die oprecht zijn in hun denken; dit ontstaat ook door een proces van groei door overwinnen.

Psalm 51:8-9, 12 Zie, Gij wilt waarheid in het verborgene, in het geheim maakt Gij mij wijsheid bekend. 9 Ontzondig mij met hysop, dan ben ik rein, was mij, dan ben ik witter dan sneeuw; ... 12 Schep mij een rein hart, o God, en vernieuw in mijn binnenste een vaste geest;

Dat is wat we nodig hebben. Dat is de oplossing voor dit probleem, en dus zegt Spreuken 4:23 ons ons hart te behoeden uit alle macht, want daaruit zijn de oorsprongen des levens. Behoed het, omdat het hart al onze activiteiten stuurt en ons hart wordt op zijn beurt weer gevormd door ons gedrag. Dat is pas interessant. Het hart is de bron van wat we doen, maar als we doen wat we doen, wordt dat wat in het hart is versterkt. Het is bijna een onmogelijke situatie, op één ding na. Als we in ons hart de juiste schat hebben en we het juiste doen, dan komt daar een geweldige zegen uit voort! Het juiste zal dan worden versterkt. Dus gedrag in de vorm van handelen en houding heeft zijn bron in en wordt voortdurend gevoed door wat we onszelf veroorloven te denken. Handelen en houding dienen om onze denkpatronen onuitwisbaar in te etsen. Wat voor advies wordt hierover in de bijbel gegeven? Ik zal u hiervan een heel duidelijk voorbeeld geven. Paulus zei:

Filippenzen 4:8 Voorts, broeders, al wat waar, al wat waardig, al wat rechtvaardig is, al wat rein, al wat beminnelijk, al wat welluidend is, al wat deugd heet en lof verdient, bedenkt dat;

Als er goede dingen ons denken binnengaan, dan verhogen we in grote mate de kans dat er iets goeds uitkomt. Denk hierover na.

Wanneer Jezus in Mattheüs 6 dus over het hart spreekt, spreekt Hij over het centrale punt van alles wat we zijn, van alles wat we denken, van alles wat we willen, van alles wat we voelen, van alles wat we hopen, van alles waarvoor we affectie hebben. Het is datgene wat we het "ik" noemen, en het is op zo'n manier onlosmakelijk verbonden en met ons vergroeid dat wat het overkomt onszelf overkomt, en wat het zoekt, zoeken wij, en wat zijn schat is, is onze schat. In het Hebreeuwse denken, en Jezus was een Hebreeër, is dus het hart de mens. Dit vers zegt dus dat onze daden, ons gedrag, niet zomaar een toevallige verzameling van uitwendige handelingen zijn — dit moet uitermate goed doordringen — want de handelingen van de meeste mensen worden zo mechanisch gedaan en er wordt zo weinig over nagedacht, dat de overtuiging ook maar enige verantwoordelijkheid voor ons doen en laten te hebben bijna verdwenen is. "De Duivel zette me ertoe aan het te doen."

Hedendaagse sociologen, psychologen en psychiaters wijten praktisch alles aan de genen. Tweemaal in de laatste maand hoorde ik twee mensen met een Church of God achtergrond (niet uit de Church of the Great God) zeggen: Ja, zo heeft God me nu eenmaal gemaakt. Is dat zo? God heeft hen niet zo gemaakt. Ze kunnen in zekere mate slachtoffer zijn van de geest der wereld, van de loop der wereld, maar dit zijn mensen die bekeerd behoren te zijn, en ze behoren te begrijpen dat zij verantwoordelijk zijn voor hun daden, omdat hun daden uit hun hart voortkomen, en God houdt hen verantwoordelijk. Ze worden verondersteld na te denken over wat ze doen en God heeft, door de openbaring van Hemzelf en door de openbaring van Zijn doel, ons in de positie geplaatst waar we moeten kiezen! En dan beveelt Hij ons het leven te kiezen.

Jezus zegt ons hier dat wat we als onze schat beschouwen, de hoofdinvloed zal hebben op de richting die ons leven zal nemen. Waar hechten we waarde aan? God verwacht dat wij ons verstand gebruiken. Bekering is geen magie. God brengt zonen voort naar Zijn beeld. Denkt u dat God niet denkt? Hij wil kinderen die "denken" als Hij. Kijk eens naar wat Hij schiep! Deze ontzagwekkende schepping kwam voort uit Zijn denken! Wat Hij in u en mij aan het scheppen is, zijn morele wezens die in moreel opzicht zijn als Hij, en net zo zuiver zijn als Hij. Maar net zo zeker als deze schepping uit Zijn denken voortkwam, zal moreel besef voortkomen uit ons denken en als Hij in ons aan het werk is zal het een moreel besef zijn zoals van Hem, moreel, zuiver en goed.

Om dit samen te vatten, gemeente, kunnen we zeggen dat ons denken, gevormd door deze wereld, van nature zo sterk aangetrokken wordt en geneigd is tot alles wat plezierig is voor de zintuigen en materieel is, en alhoewel dit niet in zichzelf slecht is, zelfs kan er veel van als goed worden beschouwd, tot op zekere hoogte zelfs nodig, zoals voedsel, onderdak, enzovoort, toch zijn het allemaal dingen die in sterke mate tijdelijk en vergankelijk zijn. Daarom zegt Johannes: "Heb de wereld niet lief, want ze gaat voorbij." Onze "schat" moet bestaan uit de dingen van de heilige en zuivere goddelijke, geestelijke wereld. Laten we onze zinnen zetten op de dingen die boven zijn, waar Christus is gezeten aan de rechterhand van God.

God heeft u en mij precies tussen Hem en de wereld geplaatst, en Hij zegt: "Kies". Ik zal het nog eens herhalen. Jezus onderwijst ons dat in het leven van alledag, datgene waar we waarde aan hechten een geweldige invloed op onze keuzes zal hebben. De schat van iedereen is dus verschillend. We moeten ons denken ervan doen loskomen. Iedereen kan dat, maar begrijp dat de geest in de mens naar de wereld wordt getrokken zoals een vogel naar zijn nest, of een kompasnaald naar het noorden, of zoals een paard naar de stal. We moeten onszelf dus heel ernstig onderzoeken om te weten waartoe ons hart is geneigd als we aan ons lot worden overgelaten. De god van iemand is datgene waar hij het hardst voor werkt, naar verlangt, en de gedachte het te moeten verliezen doet hem onzeker worden.

Gemeente, hier in Mattheüs 6:19 hebben we dus vandoen met een fundamenteel onderwijs, dat als we het ter harte nemen ons in sterke mate zal beschermen tegen het begerig kiezen voor de zintuiglijke en tijdelijke verlokkingen van deze wereld, als er een betere keus aan de rechterhand van God ligt, omdat God ons verstand heeft geopend. Dus laten we onderzoeken wat onze schat is. Waar is die?

Jezus liet het hier niet bij. Hij ging verder met een heel positief advies in Mattheüs 6:20:

Mattheüs 6:20 maar verzamelt u schatten in de hemel, waar noch mot noch roest ze ontoonbaar maakt en waar geen dieven inbreken of stelen.

Jezus voegt hier nog een sterk logisch argument toe aan wat Hij zojuist zei, door het gebruik van mot, roest en dieven. Hij deed dit in deze volgorde om ons eraan te doen denken dat alle aardse schatten — dingen waarop we ons denken zouden kunnen richten — uiteindelijk in waarde zullen verminderen en tenslotte zullen ophouden hun doel te dienen. Voor wat betreft materiële zaken, zaken van deze aarde, is niets vaststaand, niets is absoluut onveranderlijk. Brood raakt beschimmeld. Kleren verslijten. Landerijen raken bedekt met onkruid. Schuttingen zakken in elkaar. Funderingen en daken gaan verzakken en scheuren, en beginnen te lekken. Zelfs goud en zilver worden mat en verteren. Naast al deze dingen is er nog de schade, soms zelfs verwoesting, die wordt aangericht door termieten, tornado's, orkanen, aardbevingen, ziekten en gronderosie. Verder is er nog inflatie die rijkdom doet wegteren. Belastingen, soms zelfs grenzend aan confiscatie. Het failliet gaan van banken en het diep wegzakken van de beurs, waarvan men zich afvraagt of dit ontstaan is door manipulatie door de rijken en vermogenden om nog meer rijkdom te verzamelen. Daarbovenop komen nog langdurige ziekten, ongelukken en uiteindelijk sterven we en alle schatten die we dan opgehoopt mochten hebben, verdwijnen tegelijkertijd.

Hebt u dat voorbeeld gelezen dat ik gaf in het artikel over begeerte, dat Russische verhaal dat ging over land weggeven in Rusland? Iedereen kon net zoveel land krijgen als hij in 24 uur kon belopen. Nu was er iemand die besloot dat hij zou rennen, en dus rende hij, rende en rende en rende; toen hij op de plaats aankwam waar hij moest omdraaien en weer teruggaan, zag hij nog een stukje land dat hem geweldig aantrekkelijk voorkwam. Dus besloot hij om ook daar nog omheen te rennen en het te omcirkelen alvorens terug te keren in de richting van de finishlijn. Dat deed hij dus en hij keerde om. Hij was ongeveer driekwart gevorderd op de terugweg toen hij tot de conclusie kwam dat hij niet op tijd terug zou zijn op het startpunt, dus voerde hij zijn tempo nog wat op. Precies op het moment dat de zon onderging in het westen, arriveert hij op het eindpunt, zakt in elkaar en sterft. En zo gaven ze hem net zoveel land als hij nodig had — ongeveer één meter tachtig lang. Er zit heel wat waarheid in dat verhaaltje.

Jezus zegt hier in dit schriftgedeelte dus: Bekijk het eens goed. Waar hebt u uw zinnen eigenlijk op gezet? Is het op iets dat toch verdwijnt, of is het op iets eeuwigs? Het advies is dus heel duidelijk. Maak uw keus. Kies voor het eeuwige, want als u het andere kiest, houdt u uiteindelijk slechts één meter tachtig grond over, meer niet. "Heb de wereld niet lief, noch wat in de wereld is, want de wereld gaat voorbij en ook alles waar zij haar zinnen op zet."

En dus, gemeente, tot de volgende keer. We stoppen nu en gaan de volgende keer weer verder met dit onderwerp.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)