De christen en de wereld (Deel 4)

Door John W. Ritenbaugh
10 januari 1998

Samenvatting: (toon)

In dit vierde deel van de serie over "De christen en de wereld" herhaalt John Ritenbaugh dat Gods geroepenen voortdurend op het scherp van de snede moeten lopen met de verleiding van de wereld (uitlopend op de dood) aan de ene kant en de liefde van God (leidend tot eeuwig leven) aan de andere kant. Bij de geboorte is de menselijke natuur relatief neutraal, met een enigszins sterkere gerichtheid op het eigen ik. Geïnspireerd door de overste van de macht der lucht (Efeziërs 2:2-3), trekt de overheersende Zeitgeist (de overheersende geest of manier van denken van de tijd) de gelovige weg van de liefde van God (en onsterfelijkheid) naar de wereld (en de dood). Het element dat de schaal doet doorslaan naar het volgen van God (er is geen snelle oplossing voor bekering) is het vervangen van de liefde voor de wereld door de liefde voor God (een gave van God die voortvloeit uit Zijn Heilige Geest – Romeinen 5:5) en het richten van ons hart op geestelijke schatten (Mattheüs 6:19-20).


De eerste preek van deze serie heeft duidelijk vastgesteld wat de "bron" van deze wereld is, en liet zien dat er een scherpe "zij" en "wij" kloof is in de bijbel tussen God en Zijn kinderen aan de ene kant en de wereld aan de andere kant. We zagen dat het woord kosmos dat in praktisch alle bijbels met wereld wordt vertaald, wordt gebruikt om "de mens die aan de huidige orde onderworpen is" aan te duiden. Kosmos wordt in de Bijbel beschouwd als slecht, voorbijgaand, waardeloos en in de macht van de boze. Daarom hebben wij allemaal, iedereen van ons binnen of buiten de kerk, geleefd zoals Efeziërs 2:2 zegt: "Overeenkomstig de loop dezer wereld". Laten we dat gaan lezen, te beginnen met vers 1:

Efeziërs 2:1-2 Ook u [leden van de kerk], hoewel gij dood waart [en nu weer levend gemaakt] door uw overtredingen en zonden, 2 waarin gij vroeger gewandeld hebt [wij wandelden in zonde] overeenkomstig de loop dezer wereld, overeenkomstig de overste van de macht der lucht, van de geest, die thans werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid,

Aan het begin van deze preek gaan we dit woord loop bekijken, omdat het heel interessant is. Het is de vertaling van het Griekse aion. In het Nederlands kennen we ook het letterlijk afgeleide woord eon. Het woord aion wordt vaak ook met wereld vertaald, evenals kosmos. Deze zin zou dus letterlijk vertaald kunnen worden als "overeenkomstig de wereld van deze wereld". Technisch is het niet verkeerd om het zo te zeggen. Zo is noch wereld zoals oudere vertalingen het weergeven, noch tijdperk zoals nieuwere het weergeven, verkeerd. In dit geval heeft de NBG echter een heel goede keus gemaakt en het met loop vertaald.

Een loop is een pad of een weg. Het is een middel, het is de handeling die je van het ene punt naar het andere brengt. Zo zeggen we bijvoorbeeld "Het recht moet zijn loop hebben." Zo kennen we ook "waterloop". Dit is het natuurlijke, onafwendbare pad dat door het water wordt gevolgd. Voor wat betreft recht duidt het op een vastgelegde procedure.

Een zeer gerespecteerd bijbelcommentator is Trench. In bijna elk ander commentaar wordt hij wel aangehaald voor wat betreft de definitie van woorden. Ik wil dat u zijn definitie van aion hoort. Deze is vrij lang, dus concentreer u terwijl ik hem voorlees.

Aion is de gehele voortbewegende massa van gedachten, meningen, spreuken, speculaties, hoop, impulsen, doeleinden, verwachtingen die er op een bepaald moment in de wereld bestaan, die onmogelijk gezien kunnen worden en niet precies gedefinieerd, maar die met elkaar een zeer echte en effectieve kracht vormen, die onze morele en immorele atmosfeer vormen die we ieder moment van ons leven inademen en onvermijdelijk ook weer uitademen.

John Ritenbaugh geeft u nu zijn eigen beknopte analyse van wat daar wordt gezegd: "Aion is de altijd aanwezige en vage niet materiële [geestelijke] wereld die ons leven omgeeft en waarin wij ons leven leiden."

Er is nog een zeer gerespecteerd iemand, evenals Trench, en zijn naam is Bengel. Ik geloof dat het een Duitser was. Bengel voegt er dit aan toe. Het betreft hetzelfde woord, maar de definitie is veel korter en meer "to the point". "Aion [loop] is de subtiele geest van de kosmos of de wereld die de mensen leidt die vervreemd en gescheiden van God leven."

Dat is een zware bom, omdat wat we hier zien datgene is wat u en mij heeft gevormd tot wat we voor onze bekering waren. "De subtiele geest van de kosmos of de wereld die de mensen leidt die vervreemd en gescheiden van God leven."

De loop van deze wereld is de "tijdgeest" die ik aan het begin van deze serie noemde. Het is de geest van de eeuw. De geest van de eeuw, welke eeuw dan ook, is niet altijd dezelfde. Maar ongeacht wanneer iemand leeft, de geest van de eeuw, de tijdgeest, is altijd anti-God. Altijd. We groeien erin op en het vormt ons tot wat we zijn. Het is de "bezielende" geest van de eeuw.

Een andere Duitser — met de naam Wüst — geeft in zijn commentaar de volgende definitie:

"Het onderscheid tussen aion en kosmos is als volgt. Kosmos duidt op het algemene beeld van de mensheid. Kosmos is de mens binnen een geordend systeem, maar door alle tijden heen vervreemd van God. Aion duidt op iedere aparte periode van de menselijke geschiedenis die zich door duidelijke kenmerken onderscheidt ten opzichte van de periode ervoor of erna."

Ik wil dat laatste verduidelijken. De mens ziet dit en dus kent de mens, gewoonlijk geschiedkundigen, namen toe aan bepaalde perioden uit de geschiedenis, zoals bijvoorbeeld de Middeleeuwen, de Gouden Eeuw, de Renaissance. In elk van die perioden is er een overheersende geest, bepaalde kenmerken, maar ze zijn allemaal anti-God. We hebben een enorme ontwikkeling gezien in het technologische tijdperk, van propeller-vliegtuigje tot jet, tot ruimteschepen die naar de maan gingen en terugkwamen, ook ruimtesondes naar Mars en Jupiter, enzovoort, enzovoort.

Pas in de laatste 150 jaar gingen we over van een totaal agrarische tijd naar een tijd die volledig wordt beheerst door de industriële revolutie. Daarna kwam het atoomtijdperk en nu zitten we in het technologische tijdperk, de tijd van supercommunicatie die voor iedereen beschikbaar is. Aldus heeft de tijdgeest van iedere periode zijn eigen karakteristieken, maar zoals Efeziërs 2:2 zegt, elk van hen, ongeacht in welke men leefde, is anti-God, omdat ze alle hun bron hebben in de overste van de macht der lucht, de geest die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid. In zo'n geest leefden u en ik, daar werkten we in, speelden we in, daarin vonden we ons vermaak, vanaf de tijd dat we werden geboren tot de tijd dat we opgroeiden. De tijd die het meest vorm gaf aan mij kan wat anders zijn dan de tijd die u kneedde en vormde tot wat u nu bent. Het doet er niet toe, elk van die tijden is anti-God.

Gebruikmakend van Roget's thesaurus heb ik nog wat meer synoniemen opgezocht om u dit woord aion, loop, geest, enzovoort, te doen begrijpen. Luister maar: tendens, gedachtenwereld, toestand, karakter, natuur, houding, neiging, perspectief.

Hier laten we het bij, maar laten we het samenvattend als volgt proberen te begrijpen. "Waarin wij hebben gewandeld [ons leven leidden] overeenkomstig de toestand van deze wereld, ... overeenkomstig het karakter van deze wereld, ... overeenkomstig de natuur van deze wereld, ... overeenkomstig de houding van deze wereld, ... overeenkomstig de geest van deze wereld."

Deze zin wordt het best begrepen door hem als geheel te nemen. De Statenvertaling is een erg nauwkeurige, vrij letterlijke vertaling en zegt: "In welke gij eertijds gewandeld hebt, naar de eeuw dezer wereld, naar den overste van de macht der lucht, ..." Laat me deze zin ook geven vanuit drie moderne parafrases en u zult zien dat ze elk de essentie van de betekenis weergeven. Zelfs alhoewel het geen letterlijke vertalingen zijn, wisten die vertalers de essentie onder woorden te brengen.

De Phillips vertaling: "U dreef mee op de stroom [aion, loop] van de ideeën van deze wereld over hoe te leven."

Dat klinkt best goed.

Het Boek: "U liep met de grote massa van deze wereld mee en deed dezelfde slechte dingen als zij."

Dat is erg duidelijk, maar het is ook precies wat het betekent.

De New English Bible: "U volgde de weg van het huidige systeem in deze wereld en de bron daarvan is de prins van de macht der lucht."

Gemeente, dat is de geest waarvan we ons moeten bekeren. Diezelfde geest motiveert ons nog steeds als we, zoals de bijbel zegt, "vleselijk handelen" of "naar het vlees wandelen". Ik zal u een recent, persoonlijk voorbeeld geven. Ik werd ervan beschuldigd te hebben gezegd dat iemand door demonen werd bezeten. Dat is helemaal niet waar. Ik zei dat wat deze man zei, demonisch was. Laten we goed begrijpen wat de bijbel laat zien waartoe we in staat zijn, zelfs al zijn we bekeerd. Waren de mensen in 1 Corinthiërs bekeerd? Paulus noemde hen vleselijk. Toch waren ze bekeerd, maar ze handelden niet als bekeerde mensen. Ze handelden naar het vlees.

Laten we Genesis 1:31 opslaan

Genesis 1:31a En God zag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed.

Toen dit werd gezegd waren Adam en Eva reeds geschapen en ze hadden de natuur die God hun gegeven had. Dus is die natuur inbegrepen in dat "zeer goed". De geest en de natuur van Adam en Eva waren zeer goed. Toch wordt in Efeziërs 2 de menselijke natuur als kwaad afgeschilderd, wandelend in overeenstemming met Satan. De conclusie is dus dat de menselijke natuur slecht werd. Hij werd door God niet slecht geschapen. Hij werd slecht en vandaag de dag is het nog zo dat hij slecht wordt nadat iemand wordt geboren, door contact met dezelfde geest die Adam en Eva beïnvloedde zich van God af te keren.

Ieder van u weet dat als een baby wordt geboren, we zo'n kind beschouwen als het toppunt van reinheid. We weten ook dat het vanaf dat moment alleen maar achteruit gaat. We beseffen dat. Het is bijna een deel van ons. De heer Armstrong placht het als volgt te zeggen, dat hij dacht dat ieder van ons wordt geboren met een lichte neiging tot zelfgerichtheid, maar niet met het kwaad dat zich later ontwikkelt als we in contact komen met de geest van deze wereld. Kwaad wordt niet door verwekking overgebracht. Het wordt overgebracht door de geest van de tijd waarin iemand wordt geboren.

Ouders, neem wat praktisch advies van me aan. Het is de verantwoordelijkheid van de ouders ten opzichte van hun kinderen om ervoor te zorgen dat in huis de juiste geest heerst, zodat het kind daardoor kan worden gevoed. De heer Armstrong zei het ooit als volgt. Hij zei: "Ouders, u bent de beste verdediging tegen Satan voor uw kinderen." Hij zei in feite dat het onze verantwoordelijkheid is onze kinderen te verdedigen tegen de geest van deze wereld door in ons gezin de juiste geest te laten heersen: de geest die we van God ontvangen, zodat de liefde van God via ons doorkomt bij onze kinderen. Waarschijnlijk hebben we in dit opzicht geen van allen een geweldige job uitgevoerd. We kunnen weten wat er van ons wordt verwacht en we hebben te doen wat we kunnen doen, maar de meesten van ons schieten nogal te kort.

Zelfs de wereld begrijpt dit in zekere mate; dat zien we aan diverse spreekwoorden, zoals: "De appel valt niet ver van de boom." Weet u wat dat betekent? "Zo vader, zo zoon." Wat denkt u van: "Ik wordt net als u, papa"? Het is allemaal waar en weet u wat zo triest is, dat we ons bijna niet behoeven in te spannen om dat te bereiken. Het lijkt wel of we het absorberen ..., en dat is ook zo, het komt allemaal in ons door de geest van de wereld. Daarom heeft het christendom van deze wereld, in een poging de verantwoordelijkheid voor het kwaad in hen af te schuiven, God de schuld gegeven dat we slecht zijn. Het klinkt als: Waarom, o God, hebt U ons zo geschapen? Hij deed dat niet. Evenals Adam en Eva heeft iedereen van ons zich vrijwillig onderworpen aan de geest van deze wereld. Zij kozen. Begrijpt u wat God ons wil vertellen in dat verhaal in Genesis 3, dat het nageslacht van Adam en Eva hun voorouders zou nadoen? Zij kozen de weg van kennis van goed en kwaad.

Natuurlijk wordt dit door Romeinen 5 verduidelijkt, daar Paulus daar zegt, dat allen handelden zoals Adam en Eva. We hebben allemaal hetzelfde pad gelopen. God is niet verantwoordelijk voor de menselijke natuur, behalve dat Hij Satan toestond de hof van Eden binnen te gaan en zijn gang op aarde te gaan. Wij hebben ons dus aan hem onderworpen, wij hebben ervoor gekozen ons te onderwerpen aan Satan. God schiep ons niet op die manier. Wij hebben ervoor gekozen, zoals door Adam en Eva vertegenwoordigd, om te doen wat zij deden en onder de invloed van diezelfde kwade geest te komen. Dit verklaart dus het kwaad dat in deze wereld heerst.

Laten we nu op Jeremia 17:9 opslaan.

Jeremia 17:9 Arglistig is het hart boven alles, ja, verderfelijk is het; wie kan het kennen?

God kent het. De vraag is, hebben wij voldoende inzicht om te beseffen tot welk kwaad we in staat zijn? "Het [natuurlijke] hart van de mens is dodelijk." Zo staat het in de Statenvertaling. Het kan ook betekenen "ongeneeslijk ziek". Het is zo slecht, zo kwaad, dat er geen redding mogelijk is. Het moet totaal worden vervangen. Dat is wat bekering (het proces waar we nu doorheengaan) en verandering (dat wat zal plaatsvinden bij de opstanding uit de doden) zullen teweegbrengen. Bekering en verandering zullen dus de geest van de mens, de geest van de wereld, compleet uit ons verwijderen.

Laten we nu Lucas 11:13 opslaan.

Lucas 11:13 Indien dan gij [de mensen tot wie Hij spreekt en via hen tot u en mij], hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader uit de hemel de Heilige Geest geven aan hen, die Hem daarom bidden?

Onze hemelse Vader is volmaakt rein. Wij daarentegen zijn slecht. Wat later als reactie op "Goede Meester", zei Jezus: "Waarom noemt u Mij goed? Er is niemand goed dan God." Hij beschouwde Zichzelf niet eens als goed. In ieder geval niet op dezelfde manier als God. Waar blijven wij dan in vergelijking met Christus? Jezus noemde deze mensen slecht en in overeenstemming met Jeremia 17:9 bedoelt Hij door en door, niet zo maar een klein beetje. Jezus kende beslist de Schriften die Hij Zelf had geïnspireerd. Aan de andere kant zien we een andere realiteit. De menselijke natuur weet hoe goed te doen en kan dit ook, maar is in de kern van de zaak slecht.

Een voorbeeld. Laten we iemand nemen waarover we het allemaal eens zijn dat hij door en door slecht is, en waarschijnlijk komt bij ons allen de naam op van Jozef Stalin of Adolf Hitler. Daar kunnen we het over eens zijn. Laten we Hitler kiezen, omdat ik daar het volgende van weet en dat is, dat hij ondanks zijn reputatie door vele bronnen wordt erkend als heel vriendelijk, edelmoedig, een groot hart hebbend ten opzichte van de kinderen van zijn naaste medewerkers in de Duitse hiërarchie. Er wordt ook gezegd dat hij werkelijk van honden hield, en hij kon voor hen goede dingen doen. Daar is uiteraard niets verkeerds mee. Dat is goed. Maar omdat hij bepaalde goede dingen kon doen, maakt dat zijn overheersende natuur nog niet goed en is hij nog niet acceptabel voor het Koninkrijk Gods.

Wat u en mij betreft, wij zijn, zoals Jezus zegt, in staat goede dingen te doen, maar de natuur die in ons is, is niet aanvaardbaar voor het Koninkrijk van God. Onze natuur is door en door slecht. Deze moet volledig worden vervangen door iets dat absoluut rein is. De mens ziet hier iets van en zegt dat de menselijke natuur een mengeling is van goed en kwaad. Maar gemeente, voor wat betreft het aanvaardbaar zijn voor het Koninkrijk van God is de mengeling kwaad.

Jacobus zei het op de volgende manier. Hij zei: "Kan een bron zowel zout als zoet water voortbrengen?" Dat kan hij niet. Het zal dan zout water zijn. Dat is het principe waar we hier mee werken. Sommige mensen zullen zeggen: "Ja, maar zullen we niet het Koninkrijk Gods binnengaan en worden als Hij?" Het antwoord daarop is: "Is God een mengeling van goed en kwaad?" Nee, dat is Hij niet. In 1 Johannes 3:1-2 staat dat we Hem gelijk zullen worden; dat duidt op wie we zullen gelijken als we in het Koninkrijk Gods zijn. Dan zullen we zijn als Hij. Op zijn best is de menselijke natuur een mengeling die niet goed kan worden gemaakt. Waar komt het kwaad in de mens vandaan? Wat is de bron ervan? Het is belangrijk bijzondere aandacht te schenken aan het volgende schriftgedeelte, omdat deze woorden uit de mond van iemand kwamen die op dat moment in een bekeringsproces zat en op het moment dat hij dit zei door Gods Geest werd geleid.

Mattheüs 16:20-23a Toen verbood Hij met nadruk zijn discipelen aan iemand te zeggen: Hij is de Christus. 21 Van toen aan begon Jezus Christus zijn discipelen te tonen, dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel lijden van de zijde der oudsten en overpriesters en schriftgeleerden en gedood worden en ten derden dage opgewekt worden. 22 En Petrus nam Hem terzijde en begon Hem te bestraffen, zeggende: Dat verhoede God, Here, dat zal U geenszins overkomen! 23 Doch Hij keerde Zich om en zeide tot Petrus: Ga weg, achter Mij, satan; ...

Ik weet niet hoe Jezus dat precies zei. Ik weet niet wat voor kracht daar aanwezig was, maar gewoon het feit dat Hij het zei, moet Petrus flink hebben doen schrikken en pijn hebben gedaan. Onze Verlosser heeft nooit gelogen, zei nooit iets verkeerds.

Mattheüs 16:23-24 Doch Hij keerde Zich om en zeide tot Petrus: Ga weg, achter Mij, satan; gij zijt Mij een aanstoot, want gij zijt niet bedacht op de dingen Gods, maar op die der mensen. 24 Toen zeide Jezus tot zijn discipelen: Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij.

Petrus sprak de woorden uit, maar Jezus sprak tot Satan; aldus schreef Hij de handeling, het spreken van woorden tegen God, toe aan Satan. Petrus, de persoon die zich aan het bekeren was, de discipel, de volgeling van Christus, die een apostel werd, was het willige werktuig dat Satan gebruikte. Petrus handelde demonisch. Dat zet aan tot nadenken, gemeente. Hij werd niet door demonen bezeten, maar hij handelde op dat moment zoals Satan dat in die situatie zelf zou hebben gedaan. De geest van de wereld sluimerde juist beneden de oppervlakte.

De vraag voor u en mij is, zijn wij bereid in onszelf te accepteren dat het een reële mogelijkheid is, dat wij daden doen, dat uit onze mond woorden zullen voortkomen, die toegeschreven kunnen worden aan de Prins van de macht der lucht, de geest die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid? Zijn wij bereid onze gedachten en handelingen voldoende zorgvuldig te evalueren, zodat iets tegen God, in woorden of in daden, niet te voorschijn komt van net onder het oppervlak om God te onteren? Gemeente, laten we eerlijk zijn. Het overkomt iedereen van ons. Ons allemaal, inclusief mezelf. Toen Jezus zei dat we onszelf dienen te verloochenen, bedoelde Hij dat we geheel moesten afzien van onze oude natuur, die in elk aspect van het leven zijn bron en inspiratie heeft in Satan, omdat deze tegen God en Gods natuur ingaat.

Laten we nog een bekend schriftgedeelte van Paulus opslaan en wel Romeinen 7:18.

Romeinen 7:18 Want ik weet, dat in mij, dat wil zeggen in mijn vlees, geen goed woont. Immers, het wensen is wel bij mij aanwezig, maar het goede uitwerken, kan ik niet.

Vertelt hij ons dat hij het erg moeilijk had om zichzelf in bedwang te houden, om te voorkomen dat de geest van deze wereld hem opgeblazen zou doen worden, op een moment in zijn leven waarin de omstandigheden hem daarvoor rijp hadden gemaakt?

Romeinen 7:23a maar in mijn leden zie ik een andere wet, ...

Hier heb ik het over, gemeente!

Romeinen 7:23b ..., die strijd voert tegen de wet van mijn verstand ...

Het is de geest van deze wereld — Satan de Duivel die in ons is, en de wet van ons denken, de geest van God, beide werken in ons ...

Romeinen 7:23c-24 ... en mij tot krijgsgevangene maakt van de wet der zonde, die in mijn leden is. 24 Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods [of dit aan de dood onderworpen lichaam]?

Ziet u, gemeente, bekering is niet een eenvoudige en snelle reparatie. De ene geest eruit — en "plop!", net als een video-cassette, en de andere geest erin. Nee, zo werkt het niet. God heeft er niet voor gekozen het op die manier aan te pakken. Hij wil dat er op een andere manier wordt gehandeld. Paulus zegt in Galaten 5:

Galaten 5:16-18 Dit bedoel ik: wandelt door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees. 17 Want het begeren van het vlees gaat in tegen de Geest en dat van de Geest tegen het vlees — want deze staan tegenover elkander — zodat gij niet doet wat gij maar wenst. 18 Indien gij u echter door de Geest laat leiden, dan zijt gij niet onder de wet.

God heeft ons in Zijn wijsheid onderworpen aan een manier van leven waarin we dagelijks worden geconfronteerd met een veelheid aan keuzes, een veelheid van strijd en opoffering en een sterk verlangen om door geloof en liefde het kwade te vervangen. Op die manier kan iedereen, evenals Petrus, fungeren als spreekbuis voor demonische en satanische zaken zonder bezeten te zijn.

Het is interessant dat toen ik bezig was deze preek voor te bereiden er een catalogus in huis kwam van CBD (Christian Book Distributors), welke een advertentie bevatte voor een boek met als titel Wrestling With Dark Angels [Worstelen met duistere engelen]. Luister eens naar wat er in deze advertentie stond. "Zij [de duistere engelen] zijn de innerlijke stemmen der rede die u proberen te overtuigen dat wat verkeerd is juist is, en dat wat kwaad is goed is. Zij zijn de duistere engelen van Satan en u moet ze elke dag bevechten. Enkele van de meest gerespecteerde theologen van deze tijd helpen u de bovennatuurlijke krachten beter te begrijpen, zodat u ze effectief kunt bestrijden en de oorlog om uw geest en ziel kunt winnen."

Het leek erop dat ik beter snel dat boek kon gaan kopen. Het past precies bij datgene waar ik in deze preek mee bezig ben. Het doel van deze preek is om ons er meer bewust van te maken hoe echt en specifiek deze oorlog is waarin we betrokken zijn. Deze oorlog is tegen boze geesten in de hemelse gewesten en ze zijn er voortdurend op uit ons met de wereld mee te laten doen om ons voor God te kunnen beschuldigen. Zij willen Gods doel met ons leven dwarsbomen. Zij willen muren bouwen tussen de leden en de dienaren, en tussen de dienaren onderling. Zij willen ons beschuldigen en dat we elkaar beschuldigen zonder feiten, of met slechts weinig feiten, of op basis van roddel die misschien zelfs volkomen laster is of sterk beïnvloed door zelfrechtvaardiging. Zij willen boosheid creëren, tegenstellingen, wantrouwen, onverdraagzaamheid, vooroordelen, ongeduld, enzovoort. Zijn wij ons bewust van wat er zich in ons leven afspeelt en waar de bron ligt van vele verkeerde trekken die zich in ons openbaren?

De tweede preek liet zien dat alhoewel mensen, in het bijzonder in de westerse wereld, zich christenen noemen — en er zijn ongetwijfeld veel fijne, verantwoordelijke en morele mensen onder hen — toch gehoorzamen ze in feite niet aan God met betrekking tot duidelijke hoofdpunten van doctrine, zoals het houden van de sabbat of het naar de geest houden van de geboden. Paulus zei het zeer kernachtig. Hij zei dat ze zeggen dat ze God kennen, maar in hun werken verloochenen ze Hem. De mens kan belijden, maar het bewijs is wat hij doet, de manier waarop hij leeft, niet wat hij belijdt. Als het gedrag overeenkomt met de belijdenis, dan hebben we een bekeerd iemand. Die preek liet ook zien dat het verschil tussen ons en hen is, dat wij in staat gesteld zijn God te kennen door Gods roeping en het ontvangen van Zijn Geest. Hierdoor zijn we niet beter, maar we worden wel meer verantwoordelijk gehouden voor het maken van de juiste keuzes voor hoe we ons leven leiden.

Gemeente, het oordeel is nu op ons. Het is niet op Israël, niet op de wereld. Wij moeten God dienen in geest en waarheid. De bijbel is een geestelijk boek, waarvoor Gods Geest nodig is om het allemaal in de juiste samenhang te begrijpen. Daarom moet de bijbel allereerst geïnterpreteerd worden met de geestelijke kerk in gedachten, en zij (Israël) hebben Gods Geest niet. De bijbel is nog niet voor hen. Ze kunnen hem niet begrijpen. Israël weet niet eens wie ze zijn. Ze kunnen hem niet op zichzelf toepassen. De enigen die de bijbel op een consistente manier op zichzelf kunnen toepassen zijn zij die Gods Geest hebben. Israëls tijd komt nog.

De derde preek liet heel duidelijk zien dat alhoewel deze mensen beweren christenen te zijn, dat hun leven in feite vleselijk is. Hun leven is sterk op de wereld gericht. Zij "kiezen partij" voor de wereld op bijna ieder gebied dat van invloed is op het voortbrengen van cultuur en ze zullen het beest aanbidden. Een ware christen zal trouw blijven aan God. "Zij" en "wij". Satan, de tegenstander, daarentegen voert oorlog tegen hen die de geboden van God onderhouden en het getuigenis van Jezus Christus hebben. Daar heb je weer duidelijk een "zij" en "wij". Het verschil tussen "ons" en "hen" is, dat zij die de Geest van God hebben, de geboden van God zullen onderhouden en ze zullen echt weten wat het getuigenis van Jezus Christus is en ze zullen het in hun leven toepassen. De vrucht daarvan zal zijn dat Gods volk voor God "partij zal kiezen", omdat ze geestelijk gezind zijn. Ze worden door de Geest geleid. Zij die Gods Geest niet hebben, al beweren ze christenen te zijn, zullen partij voor de wereld kiezen, en als puntje bij paaltje komt, zullen ze het beest aanbidden, niet God. Wat ze zijn zal worden geopenbaard door het vuur der beproeving.

Gemeente, de wereld, deze materiële en geestelijke werkelijkheid waarin we leven, is zo overheersend in zijn constante aanwezigheid, dat tenzij er iets is, een of ander element of factor, die de schaal ten gunste van God doet doorslaan, ons leven ook de loop der wereld zal volgen, ondanks hetgeen we geloven. Velen in de wereld geloven dat er een God is, een Schepper, maar er ontbreekt iets zodat dat niet echt consequenties voor hen heeft. Weet u wat die factor is? De liefde van God. Laten we een paar schriftgedeelten met elkaar in verband brengen. Deze zijn ook erg bekend. Als iemand echt gelooft dat hij de Geest van God heeft, dan heeft hij de liefde van God en die zal vrucht voortbrengen.

Johannes 14:15 Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren.

Dat is zo'n eenvoudige uitspraak, en toch zit er zoveel in besloten. Alleen maar omdat iemand dit ziet en leest en ermee instemt, wil niet zeggen dat hij het ook kan doen. Om Gods geboden te onderhouden hebben we Zijn liefde nodig. Waarom? Als iemand de liefde van God niet heeft, is hij zonder verdediging. Dan zal hij de wereld liefhebben. Hij zal partij kiezen voor de wereld. Hij zal trouw zijn aan de wereld. Hij kan niet echt de keus maken om op dezelfde manier te gehoorzamen zoals u en ik dat kunnen. Wat een voordeel hebben wij, gemeente, het is een geweldig voordeel!

1 Johannes 5:3 Want dit is de liefde Gods, dat wij zijn geboden bewaren. En zijn geboden zijn niet zwaar,

Dus geloof, samen met liefde, doet de schaal doorslaan naar God, ons in staat stellend om voor Zijn weg te kiezen. Laten we weer de brief aan de Galaten opslaan.

Galaten 5:6 Want in Christus Jezus vermag noch besnijdenis iets, noch onbesneden zijn, maar geloof, door liefde werkende.

Besnijdenis is niets, echt niets. Het is een fysiek ritueel. Paulus laat hier een tegenstelling zien. Dat fysieke ritueel is niets, maar geloof dat liefde tot uiting brengt is alles. Dat is de tegenstelling. Niets. Alles. Het "alles" ligt er verdekt in begrepen. Wat Paulus hier zegt, moet — naar ik meen — niet al te moeilijk te begrijpen zijn, omdat waarover hij hier praat, dezelfde factor is die u en mij aanzet een diepere bezorgdheid, sympathie, meeleven en zorg te hebben voor onze eigen partner en onze eigen kinderen en ouders boven dat wat we zouden kunnen hebben voor hen die ons niet zo na staan, mensen die alleen maar volksgenoten zijn.

Wat doet u reageren op uw partner en uw kinderen? Er is een relatie, is het niet? U hebt vertrouwen in hen en u hebt zorg en bezorgdheid en sympathie en medeleven voor hen omdat u hen liefhebt. Omdat u hen vertrouwt en u erop vertrouwt dat zij u liefhebben, zet het u aan dingen voor hen te doen die u niet voor de buren zou doen, tot zelfs de meest intieme van alle relaties, gemeenschap hebben met uw partner. Het kan zijn dat u uw buren erg graag mag, maar u zou dat nooit men hen doen omdat die mate van liefde er niet is. Wat God ons heeft gegeven, is niet alleen maar "liefde". Het is een intensiteit, een mate van liefde voor Hem, waartoe de wereld niet in staat is. In sommigen van ons is die mate van liefde zo groot dat we ons leven voor Hem zouden geven.

Romeinen 5:5 en de hoop maakt niet beschaamd, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, die ons gegeven is,

Tenzij er een kracht in ons is, die ons denken beheerst en die ons sterk genoeg aanspoort om God te behagen, is er een grote kans dat we vaker wel dan niet op het scherp der snede uit balans zullen geraken. Ik heb u laten zien dat dit nu precies is waartoe God ons dwingt (die kracht te zoeken), als ik het op die manier mag zeggen. Paulus laat het zien in Romeinen 8. Johannes laat in 1 Johannes 2 zien dat God ons dwingt te veranderen en keuzes te maken in relatie met Hem, of tussen Hem en de geest der wereld. Dat lijkt erg op, is er dan ook van afgeleid, Deuteronomium 30:19, waar we in een andere preek dieper op zullen ingaan. Let er ook op dat Gods liefde in onze harten is uitgestort door Zijn Geest. Dit geeft ons dus iets gemeenschappelijks met Hem, dat ons in staat stelt een relatie met Hem te hebben en Hem door die relatie te leren kennen.

U en ik kunnen een bloedverwantschap hebben, maar we zijn aan God en elkaar verwant (verbonden) door geest. Voor hen aan wie we door liefde verbonden zijn, hebben we een speciale menselijke achting. Voor hen aan wie we door de Geest van God verbonden zijn, hebben we een speciale geestelijke achting, omdat dat de kracht is, samen met geloof, die ons aanzet te handelen en de keuzes te maken tussen God en deze wereld, zodat we voor God zullen kiezen en niet voor de wereld.

God kennen is Hem werkelijk liefhebben. Ik hoop dat u begrijpt wat ik hiermee bedoel. Als liefde groeit, zelfs in een menselijke relatie, dan gaan we elkaar echt beter kennen en de intensiteit van de liefde zal toenemen en de band zal sterker worden. Dat is iets wat in een huwelijk vele jaren kan kosten. We groeien in liefde. Hoe beter we God leren kennen, hoe meer we Hem gaan liefhebben totdat we werkelijk kunnen zeggen: "Abba, Vader". We leren Hem kennen voor wat Hij is, de schoonheid van Zijn denken, Zijn liefhebbend karakter, Zijn ontzagwekkende doel, Zijn geduld met ons. We leren ook onze oudste Broer, Jezus Christus, kennen en dat Zij allebei met een grote intensiteit bezorgd zijn over ons. Zelfs al weet ik dit verstandelijk, ik kan niet werkelijk vatten hoe Hij iemand kan liefhebben die zo slecht is als ik ben. Ik maak geen grapje. We gaan Hem liefhebben omdat Hij ons deelgenoot heeft gemaakt van Zijn goddelijke natuur, om ons te helpen de nodige keuzes te maken om op het juiste spoor te blijven voor Zijn doel om Zijn beeld in ons te scheppen.

Gemeente, in een vorige preek hebben we een uitspraak gezien van Mozes die met dit onderwerp in verband staat. We hebben de uitspraak van de apostel Johannes gezien in 1 Johannes 2. We hebben de uitspraak van Paulus in Romeinen 8 gezien. Nu gaan we kijken naar wat Jezus hierover zei. Hier komt dus de uitspraak van de Baas over hoe we weerstand kunnen bieden aan de wereld, en u zult zien dat Hij in veel opzichten in principe dezelfde uitspraak doet als die anderen, maar wat Jezus zei is fundamenteel. Het is zo fundamenteel dat Hij het in de bergrede zei, de rede waarin Hij het basisonderwijs gaf voor de Kerk van God. Het is een algemeen principe van begrip, van gedrag en houding die Zijn volgelingen moeten hebben en moeten gebruiken als algemeen concept en als praktische leidraad voor alledag. Voordat we hierop ingaan, waarschuw ik u dat gehoorzaamheid aan Jezus' onderwijs in dit opzicht het toepassen vraagt van zowel geloof als liefde. Het is niet zo moeilijk te begrijpen, het is alleen maar moeilijk om te doen.

Laten we Mattheüs 6 opslaan. We zullen hierin niet ver komen omdat de tijd is doorgegaan en bijna op is, maar we zullen tenminste gedachten losmaken in ons denken en zo hebben we dus een begin voor de volgende keer dat ik spreek.

Mattheüs 6:19-21 Verzamelt u geen schatten op aarde, waar mot en roest ze ontoonbaar maakt en waar dieven inbreken en stelen; 20 maar verzamelt u schatten in de hemel, waar noch mot noch roest ze ontoonbaar maakt en waar geen dieven inbreken of stelen. 21 Want, waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.

Waar is ons hart? Hebben we dat nog recent onderzocht?

Mattheüs 6:22-24 De lamp van het lichaam is het oog. Indien dan uw oog zuiver is, zal geheel uw lichaam verlicht zijn; 23 maar indien uw oog slecht is, zal geheel uw lichaam duister zijn. Indien nu wat licht in u is, duisternis is, hoe groot is dan de duisternis! 24 Niemand kan twee heren dienen, want hij zal òf de ene haten en de andere liefhebben, òf zich aan de ene hechten en de andere minachten; gij kunt niet God dienen èn Mammon [allebei].

Ik voegde daar een woord toe, het woord " allebei ".

Voordat we werden geroepen, waren we ongetwijfeld regelmatig ontevreden met onszelf en met de wereld, maar het was gewoon iets dat we moesten accepteren omdat we niet wisten in welke richting ons leven moest worden geleid. Met andere woorden we hadden geen duidelijk begrip waartoe we waren geboren. Het resultaat daarvan voor het leven van elke dag was, dat we in principe alleen maar materiële doelen hadden. Zelfs al hadden we in vage trekken iets geweten over het doel van het leven, dan hadden we nog niet geweten hoe we hiermee in ons leven uit de voeten zouden moeten. Velen van ons hadden in die tijd vage ideeën over onsterfelijkheid. We dachten dat we of naar de hemel of naar de hel zouden gaan, maar nu is ons geopenbaard dat we niet onsterfelijk zijn, dat noch hemel noch hel de bestemming van ons leven is. In plaats daarvan dwingt God ons te kiezen tussen dood en onsterfelijkheid door te kiezen in geloof naar het eeuwig leven te leven, onze aandacht te richten op de dingen die boven zijn, waar Christus aan de rechterhand van God zit, en dit vereist wilskracht versterkt door geloof in God en liefde voor God en de liefde voor Zijn doel teneinde de juiste keuzes te maken.

Ik heb hier heel wat gezegd, maar ik zal hierop in het begin van de volgende preek terugkomen. Wat we hier in dit gedeelte van de bergrede zien, zijn heel belangrijke elementen om dit te bereiken. Dit wordt allereerst geïllustreerd door een negatief voorbeeld. "Verzamelt u geen schatten ..." Ja, het woord "schatten" wordt gebruikt. Dit brengt op een vanzelfsprekende manier gedachten aan rijkdom naar voren. Maar aan de andere kant waren sommige van de mensen die God dienden, heel rijk. Abraham was uitzonderlijk rijk. Daar waren Jozef en David en Jozef van Arimatea, dus rijkdom in zichzelf is niet het probleem, maar het verzamelen van rijkdom, waarvan de bijbel duidelijk onderwijst dat het gevoelig is voor allerlei geestelijke gevaren. Het feit dat sommigen in staat zijn op een juiste wijze met rijkdom om te gaan en zich daardoor niet van het Koninkrijk van God afkeren, is bewijs dat niet rijkdom zelf het probleem is, maar meer zaken die samenhangen met de verwerving en het gebruik van rijkdom en de houding die men ten opzichte van rijkdom heeft. Daar ligt het probleem. Dat betekent voor mij dat Jezus hier met het woord schatten alles bedoelt dat wij waardevol genoeg achten om ons hart en ons denken op te zetten, en dat we daarom willen hebben. Dit verruimt het principe aanzienlijk.

Ik denk dat dit een goed moment is om te stoppen. Ik zou wel door willen gaan, maar de volgende keer dat ik spreek pakken we hier de draad weer op, bij deze gedachte. De "schatten" vertegenwoordigen alles wat we waardevol genoeg achten om ons hart en ons denken op te zetten en dat we daarom willen hebben. We behoeven niet rijk te zijn om een schat te hebben. Alles wat echt nodig is, is een misplaatst verlangen en bijna elk materieel onderwerp kan een schat worden. Denk daar eens over na. Of u nu weduwe bent, of net getrouwd, of 21 jaar oud, man of vrouw. Het is niet van belang welke taal u spreekt, wat uw nationaliteit is, ieder mens op aarde, niemand uitgezonderd, is in staat iets te hebben waar hij of zij zijn hart op zet en dat niets van doen heeft met het Koninkrijk van God of het doel van God en daardoor zijn schat wordt. Zo is de instructie die Jezus hier geeft op iedereen van toepassing en het is van uitzonderlijk belang dat we het principe waarover Hij het heeft, goed begrijpen als we in staat willen zijn de liefde van God te gebruiken om Hem lief te hebben in plaats van terug te vallen tot de liefde voor de wereld en de verkeerde beslissing te nemen. We balanceren op het scherp van de snede. We hebben als het ware een geest die ons in beide richtingen trekt en God dwingt u en mij dagelijks keuzes te maken. Hij wil zien wie we werkelijk liefhebben.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)