De christen en de wereld (Deel 3)

Door John W. Ritenbaugh
13 december 1997

Samenvatting: (toon)

In dit derde deel van de serie over "De christen en de wereld" definieert John Ritenbaugh de wereld als het samenstel (het totaal, de massa) van dingen die gezien worden, tijdelijk zijn, een krachtige, bijna onweerstaanbare aantrekkingskracht hebben op het vleselijk denken (of de geest in de mens), inclusief vermaak, roem, academische kennis, materieel bezit, enzovoort. Omdat we zien dat we geheel in dit systeem van de wereld zijn opgenomen (waardoor we een Trojaans paard in ons denken hebben), moeten we beseffen dat we op het scherp van de snede lopen met het Koninkrijk van God aan de ene kant en de wereld en al haar sensuele, onweerstaanbare charmes aan de andere kant. Onze marsorders luiden dat we het Koninkrijk van God moeten zoeken (Mattheüs 6:33) en in geloof wandelen en niet bij wat we zien (2 Corinthiërs 4:18).


In mijn laatste preek in deze serie zagen we dat de christenen van deze wereld niet zijn wat ze beweren te zijn. We zagen dat de bijbel liet zien dat zij in relatie met God dezelfde algemene levensweg volgden als in Genesis 3 in het verhaal over Adam en Eva wordt geopenbaard. De hoofdzaak van die hele preek was, dat ondanks dat ze het intellect hebben om veel specifieke kennis uit de bijbel te halen, ze eenvoudigweg God onvoldoende geloven om die kennis in hun leven om te zetten tot actie. Ze gehoorzamen God zelfs niet op gebieden die voor u en mij duidelijke en fundamentele geloofszaken zijn. Ik heb dit geïllustreerd door hun reactie te laten zien op twee van de tien geboden, het vierde en zesde. Ik ben er zeker van dat we dezelfde algemene lijn van redeneren kunnen hanteren voor de overige acht.

Met betrekking tot het vierde gebod: De bijbel en de geschiedenis laten duidelijk zien dat zaterdag de sabbat is; dat Jezus deze hield; dat Jezus Zijn leerlingen die Hem het naast stonden, onderwees deze te houden (en ze deden dit inderdaad na Zijn dood en opstanding). Er is een duidelijke bijbelse regel dat we in Christus' voetstappen moeten volgen en daarbovenop moeten we ook nog eens Christus in ons Zijn leven opnieuw laten leven. De gehele wereld is het met al deze dingen eens. Ze zijn het eens met deze punten die ik zojuist heb opgesomd. Ondanks dit alles verklaren ze toch — op een bijna perverse manier — dat de sabbat slechts ceremonieel is, dat deze achterhaald is, en verder houden ze de zondag alleen maar in naam en beweren ze dat eigenlijk elke dag even goed is. Ik huiver als ik er aan denk wat er zou gebeuren als ze dezelfde redeneertrant zouden volgen met betrekking tot de overige geboden. Maar nadat ik dat in mijn notities had neergeschreven, bedacht ik dat ze dat met kleine nuances misschien reeds doen.

Met betrekking tot het zesde gebod: Het gebod zegt: "Gij zult niet moorden" [het gebod staat geen enkele moord toe]. Desondanks trekt men op bevel van andere mensen ten oorlog en moordt men op massale schaal "in het nationale belang", zelfs terwijl Handelingen 5:29 duidelijk zegt, dat een christen God meer moet gehoorzamen dan mensen. Er is een reden voor dit alles. Laten we hiertoe 1 Corinthiërs 2 opslaan, waar Paulus het heeft over geestelijke dingen.

1 Corinthiërs 2:13-14 Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die niet door menselijke wijsheid, maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij het geestelijke met het geestelijke vergelijken. 14 Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is.

Die twee verzen zeggen heel kort dat de natuurlijke mens, de onbekeerde mens, de persoon die niet de Geest van God heeft ontvangen, er niet door wordt geleid en er niet door is verwekt, niet ontvankelijk is voor het woord van God. Hij is er eenvoudigweg niet toe in staat. Daarom lijkt het wel alsof de mens is behept met een zekere mate van perversiteit. Die is er inderdaad, niet dat ze dat in de meeste gevallen bewust bedoelen, het is net alsof ze op de een of andere manier niet in staat zijn open te staan voor dingen die zo eenvoudig en duidelijk zijn voor u en mij. Speciaal wat er met betrekking tot het zesde gebod gebeurt, toont duidelijk dat hun geest op de wereld is gericht en ze kiezen er partij voor, denkend dat wat ze doen volmaakt logisch is, en voor hen is het logisch.

Kerstmis vieren is logisch voor hen. Dat vinden ze gezellig. Het houdt de familie bijeen. Het houdt de commercie draaiend en daarom is het goed. Ze kunnen met tientallen redenen komen opdraven waarom mensen Kerstmis vieren en voor hen is het volmaakt logisch. Voor u en mij is het onlogisch. Het heeft in het geheel niets vandoen met de geboorte van Jezus Christus, maar voor hen is het volmaakt logisch.

Ziet u, hun geest is in die richting bevooroordeeld en zoals Paulus in Romeinen 8 zegt: "De vleselijke geest kiest partij voor de wereld." Die geest heeft een natuurlijke neiging in die richting. Dus is het voor ons begrijpelijk waarom ze zijn wat ze zijn. Zo waren wij inderdaad ook totdat God in actie kwam om ons verstand te openen en ons met Zijn Geest begon te leiden, zodat we de dingen in een ander perspectief begonnen te zien dan voorheen. Als gevolg hiervan, de vrucht hiervan, is de wereld in verwarring en het bewijs daarvan is de voortgaande verdeeldheid die historisch gezien heel duidelijk is in het protestantisme.

In ongeveer de laatste veertig jaar hebben we dit ook gezien in de Katholieke kerk, overal ter wereld komen er scheuren in. In de Katholieke kerk is er zelfs geen respect meer voor één centrale figuur of de leerstellingen waaraan ze vroeger zo vasthielden dat ze allen in dezelfde richting bleven gaan. We zien de laatste veertig jaar bijna een microkosmos van het laatste vers in het boek Richteren: "In die dagen was er geen koning in Israël, een ieder deed wat juist was in zijn ogen." Zo zien we dus het uiteenvallen, de vernietiging, zoals Malachi Martin het stelde, misschien zelfs de dood van de Katholieke kerk.

Nu verder hier in 1 Corinthiërs 3 met hetzelfde algemene onderwerp. Bedenk dat dit is gericht tot een gemeente van bekeerde mensen.

1 Corinthiërs 3:1 En ik, broeders, kon niet tot u spreken als tot geestelijke mensen, maar slechts als tot vleselijke, nog onmondigen in Christus.

Hier hebben we een heel diepgaand bekeerd man, die er waarschijnlijk mee worstelt hoe hij kan spreken tot deze mensen die verondersteld werden bekeerd te zijn. Inderdaad waren ze bekeerd, maar hij moest tot hen spreken alsof ze niet bekeerd waren, alsof ze vleselijk waren. Hier zijn dus bekeerde mensen die nog steeds onder invloed van de geest der wereld staan, de geest die van Satan komt. Paulus zegt dus:

1 Corinthiërs 3:2-3 Melk heb ik u gegeven, geen vast voedsel, want dat kondt gij nog niet verdragen. Ja, dat kunt gij ook nu [nog] niet, 3 want gij zijt nog vleselijk. Want als er onder u nijd en twist is, zijt gij dan niet vleselijk, en leeft gij niet als (onveranderde) mensen?

De drie dingen die hij noemt, zijn voor Paulus het bewijs dat deze mensen gemotiveerd werden door, aangedreven werden door vleselijke drijfveren en daarom leefden ze vleselijk. Ze waren teruggevallen op hun oude manier van denken en natuurlijk liet hun oude manier van denken hen handelen op de manier van voor hun bekering. Wat gebeurde er daardoor binnen deze christelijke, echt christelijke gemeente? Er was verdeeldheid, naijver en strijd.

1 Corinthiërs 3:4 Want wanneer de een zegt: Ik ben van Paulus; en de ander: Ik van Apollos; zijt gij dan niet (onveranderde) [dus vleselijke] mensen?

Paulus zegt hier dat verdeeldheid een teken is van vleselijkheid, hetgeen in feite synoniem is met wereldlijkheid. In het specifieke gebruik kan het verschillende betekenissen hebben, maar in feite zijn ze synoniemen voor elkaar. Wat Paulus hier zei is waar, omdat Jezus in Johannes 17 zei, dat Hij ervoor bad dat wij één met de Vader zouden zijn. Dat is Zijn doel, ons tot eenheid brengen met Hem. Als dat gebeurt, als we één met Hem worden, zal er geen vleselijkheid meer in ons zijn en dus ook geen verdeeldheid, omdat er in God geen vleselijkheid is.

Ik wil hier nog een ander vers aan toe voegen en wel 1 Corinthiërs 11:18. Paulus' redeneren en onderwijs ging voort van het ene probleem naar het andere. Het feit dat zij vleselijk waren was alleen maar een openingssalvo, en verdeeldheid was de duidelijkste vrucht daarvan.

1 Corinthiërs 11:17-19 Nu ik dit voorschrijf, moet ik er (tevens mijn) afkeuring over uitspreken, dat uw samenkomsten niet tot zegen, maar tot schade zijn. 18 Want vooreerst is er, naar ik hoor, wanneer gij als gemeente samenkomt, verdeeldheid onder u, en ten dele geloof ik dit. 19 Want scheuringen [Statenvertaling: ketterijen] moeten er wel onder u zijn, zal het blijken, wie onder u de toets kunnen doorstaan.

Er moeten scheuringen [ketterijen] zijn. Dit kan een uitspraak zijn die een feit vaststelt in de zin van: Er moeten wel ketterijen zijn want anders zou je die problemen niet hebben. Dat is duidelijk. Aan de andere kant is het een uitspraak over de zekerheid dat ze zullen ontstaan. Met andere woorden het is alsof God wilde dat het zou gebeuren. "Er moeten ... zijn ..." "Er moeten ketterijen zijn ..." Daarna geeft hij de reden waarom God dit zou toestaan, zou toelaten, of misschien in zekere zin direct zou veroorzaken, zodat het duidelijk zou worden wie de toets kunnen doorstaan. Met andere woorden zij komen in actie voor de waarheid en zij zullen niet terugvallen op vleselijk gedrag. Zij zullen standvastig zijn en zij zullen opvallen als resultaat van hun standvastigheid voor de waarheid.

Ik vat dit op als: God staat toe dat deze dingen gebeuren, God is er misschien zelfs de oorzaak van, om een test tot stand te brengen die zal bewijzen wie werkelijk trouw is aan de waarheid en wie niet. Het woord "ketter" betekent gewoon iemand met een duidelijk vooropgezette mening (eigenwijs; dogmatisch). Dit slaat in feite op ons allemaal, we hebben een eigenzinnige mening en dat is niet noodzakelijkerwijs verkeerd. Het is alleen maar verkeerd als onze mening niet die van God is en we niet willen toegeven aan God en ons niet aan Hem willen onderwerpen, maar vasthouden aan onze eigen mening en die mening zal op zijn beurt het vleselijke resultaat verdeeldheid voortbrengen.

Dus als iemand u "eigenwijs" noemt omdat u de sabbat houdt en sterk gelooft dat die gehouden moet worden, en ze zeggen om die reden dat u eigenwijs bent, dan kunt u daarover in zekere zin trots zijn, een juiste vorm van trots, omdat u eigenwijs bent op de manier die God wil — eigenwijs tot het punt dat u er diep van overtuigd bent, en aangezien u in overeenstemming bent met God is dat niet verkeerd. Maar de manier waarop u het gebruikt kan verkeerd zijn, maar het is niet verkeerd er sterke, duidelijke meningen op na te houden die overeenkomen met die van God.

Voor mij is het een heel duidelijke toepassing in de huidige tijd dat de rampspoed die de kerk van God treft, het resultaat is van ketterij. Het is de vrucht van vleselijkheid. Het is de vrucht van wereldlijkheid in de vorm van valse leerstellingen en gebrekkig karakter. De kerk ervaart momenteel op wereldwijde schaal veel van dezelfde dingen die de mensen in Corinthe ervoeren, en aan de wortel ervan ligt wereldlijkheid.

We kunnen zeggen dat die wereldlijkheid diverse wegen bewandelde om duidelijk te worden. Bij sommigen nam het de weg van Laodiceanisme; zij waren rijk en vervuld met goederen, zij voelden dat ze nergens behoefte aan hadden, maar ze waren ellendig, arm, blind en geestelijk naakt — en er nog trots op ook. Aan de andere kant kan het de weg nemen van het er op na houden van andere opvattingen. Die mensen kunnen erg ijverig zijn geweest in bijvoorbeeld bijbelstudie, maar hun bijbelstudie voerde hen altijd weer in de richting van hun verkeerde opvattingen, opvattingen tegengesteld aan die van God.

De wereldlijkheid van een leider, laten we zeggen een dienaar, kan zich uiten in valse leerstellingen, vals onderwijs, een slecht voorbeeld voor de gemeente. Als je alles samenvoegt is ieder beetje ervan vleselijk en het bracht het verwachte resultaat voort. Het dreef ons uiteen. We zien nu dat we totaal versplinterd zijn. Het is erg interessant dat God profeteerde dat dit in de eindtijd zou gebeuren; dat wij (zoals we het hebben genoemd) Laodiceeïsch zouden zijn, dat Hij ons uit de mond zou spuwen.

Het probleem met wereldlijkheid was — volgens mij — het duidelijkst bij de leiders, maar er was genoeg in het gehele lichaam om het in honderden verschillende richtingen te versplinteren. Als er zoiets gebeurt is het — indien we ooit weer verenigd willen worden met God en met elkaar — de verantwoordelijkheid van elk van ons individueel om zich van zijn persoonlijke wereldlijkheid te bekeren en terug te keren naar de leerstellingen waartoe we ons destijds in liefde hadden bekeerd. We kunnen geen smoezen gebruiken. We kunnen niet de smoes gebruiken dat omdat de leiders er het duidelijkst mee besmet waren, wij er geheel aan waren ontkomen. Als we dat doen zijn we waarschijnlijk in die conditie waarvan God juist wil dat we ons bekeren.

Laten we nu met deze preek in een iets andere richting gaan. De bijbel liet duidelijk zien en de wereld liet ook duidelijk zien dat de wereld verdeeld is. Haar vorm van christelijkheid heeft een grote mate van verdeeldheid tot stand gebracht en dat laat duidelijk zien dat ze vleselijk is. Maar de bijbel laat ook zien dat ze niet altijd verdeeld zullen zijn. Ze zullen voor een korte tijd verenigd zijn, met een centrale autoriteit en met een stevige leerstellige basis door toedoen van het beest en de valse profeet. Maar zelfs deze eenheid zal slechts van korte duur zijn. Hun eenheid is in feite slechts een gemeenschappelijke zaak; er is geen band van liefde voor de waarheid die hen voor korte tijd bijeen zal houden.

Laten we nu het boek Daniël opslaan en wel Daniël 2.

Daniël 2:41 En dat gij de voeten en de tenen gezien hebt deels van pottenbakkersleem en deels van ijzer, betekent, dat dit een verdeeld koninkrijk wezen zal: wel zal het iets van de hardheid van het ijzer aan zich hebben, juist zoals gij gezien hebt ijzer gemengd met kleiachtig leem,

U ziet een slecht mengsel. Ze zijn verenigd, maar het is een slecht mengsel.

Daniël 2:42-43a en de tenen der voeten deels van ijzer en deels van leem; ten dele zal dat koninkrijk hard zijn, en ten dele zal het broos [zwak, fragiel] zijn. 43 Dat gij gezien hebt ijzer vermengd met kleiachtig leem, betekent: zij zullen zich door huwelijksgemeenschap vermengen, maar met elkander geen samenhangend geheel vormen, ...

Samenhangen betekent aanhangen, plakken. De eenheid is echter niet blijvend.

Daniël 2:43b ..., zoals ijzer zich niet vermengt met leem.

Met dat in het achterhoofd gaan we naar Openbaring 17:12-13. Daar zien we een flits van de eindtijdversie van dit systeem dat zal komen, en ook daar zien we een eenheid beschreven.

Openbaring 17:12 En de tien horens, die gij zaagt, zijn tien koningen, die nog geen koningschap hebben ontvangen, maar één uur ontvangen zij macht als koningen met het beest.

Ze ontvangen macht voor een korte tijd.

Openbaring 17:13a Dezen zijn één van zin ...

Dat duidt op eenheid.

Openbaring 17:13b ... en geven hun kracht en macht aan het beest.

Openbaring 17:15 En hij zeide tot mij: De wateren, die gij zaagt, waarop de hoer gezeten is, zijn natiën en menigten en volken en talen.

We kijken hier naar iets dat in alle opzichten duidt op een wereldomvattend systeem dat voor zeer korte tijd verenigd zal zijn.

Openbaring 17:16a En de tien horens, die gij zaagt, en het beest, dezen zullen de hoer haten, ...

Oei! Hier zien we barsten verschijnen. De burgerlijke autoriteiten haten de hoer.

Openbaring 17:16b ..., en zij zullen haar berooid maken en naakt, haar vlees eten en haar met vuur verbranden.

Dat duidt niet op veel liefde. Nu volgt de enige reden dat ze samenkomen en één worden.

Openbaring 17:17 Want God heeft in hun hart gegeven zijn zin te volbrengen en dit eensgezind te doen en hun koningschap aan het beest te geven, totdat de woorden Gods zullen voleindigd zijn.

Hun eenheid is vleselijk. Het is het soort eenheid die je hebt in een atletiekteam, een voetbalteam, enzovoort. Ze hebben een gemeenschappelijk doel. Ze willen het kampioenschap veroveren en daar gaan ze voor. Ziet u, het is vleselijk. Maar ik weet en u kunt weten, als u het sportnieuws volgt, dat deze eenheid heel vaak een mengsel is van ijzer en leem. Op het sportveld kunt u het ijzer zien, omdat ze zich verenigen in het vuur van het spel, maar als het spel over is en tijdens hun trainingen snauwen ze elkaar af, zijn ze boos op elkaar, vechten ze met elkaar. Nog maar kort geleden probeerde Latrel Springwell zijn basketballcoach (van het Golden State Warriors basketballteam) te wurgen.

U ziet dus dat de eenheid slechts is gebaseerd op het bereiken van een fysiek doel. Er is geen liefde voor de waarheid in het spel. De eenheid die we hier in Openbaring 17 zien beschreven worden, is vleselijk; ieder draagt bij om zijn eigen doelstellingen te bereiken, maar die zullen aan de oppervlakte komen. De verdeeldheid bestaat nog steeds, die wordt slechts voor korte tijd bedekt. De bijbel laat daarna zien dat deze eenheid op een spectaculaire en aantrekkelijke manier zal ontstaan. Nu komt de vraag aan ons. Hebben wij het geloof om door die wereldlijke eenheid heen te zien, een eenheid die op zo'n spectaculaire, krachtige, aantrekkelijke manier tot stand komt? Zullen we zien dat ze slechts vleselijk is?

Openbaring 13:3 En (ik zag) één van zijn koppen als ten dode gewond, en zijn dodelijke wond genas; en de gehele aarde ging het beest met verbazing [ontzag] achterna,

U ziet dat er nogal wat bewondering is.

Openbaring 13:4 en zij aanbaden de draak, omdat hij aan het beest de macht gegeven had, en zij aanbaden het beest, zeggende: Wie is aan het beest gelijk? en: Wie kan er oorlog tegen voeren?

Het woord verbazing had beter vertaald kunnen worden met onder de indruk. Het woord onder de indruk is voor u en mij vandaag de dag toepasselijker. "De gehele aarde was onder de indruk." Wauw! Dat toont nogal wat bewondering. De bewondering is zo diep dat ze aanbaden ...

Dat duidt op religieuze verering. Ze geven zichzelf over. Ze kiezen de kant van het systeem. "De gehele aarde ..." Waar staat u tussen al deze mensen? Dat is de vraag waar het om draait. Als deze dingen gaan gebeuren, wordt uw aandacht daar dan zo door getrokken dat u geneigd bent hun kant te kiezen? Gaat u op basis van wat de vleselijke geest zo betovert, ervoor kiezen degenen die dit allemaal leiden te vereren? Als ons denken net zo vleselijk is als dat van de Corinthiërs die in de kerk waren, denkt u dan niet dat er een grote kans is dat wij als vleselijk denkende christenen er door betoverd zullen worden? Ik denk dat er in dat geval inderdaad een grote kans bestaat en daarom staat het hier beschreven. Het is een waarschuwing. Als er geen kans was dat we betoverd zouden worden, denk ik zelfs niet dat God ook maar enige waarschuwing zou geven over wat er staat te gebeuren.

In vers 3 staat er: "De gehele aarde verbaasde zich ... en ging het beest achterna." Dit is hetgeen dit vers wil zeggen. Als je iets aanbidt, volg je het en je zult dat wat je aanbidt toestaan je te leiden en je zult het volgen. Hoe voorkomt u dan dat u de draak aanbidt, de macht achter het beest.

Laten we 2 Thessalonicenzen 2:9 opslaan. Paulus schrijft daar:

2 Thessalonicenzen 2:9 Daarentegen is diens komst naar de werking des satans met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen,

De tijd waarop dit vers duidt is dezelfde als in Openbaring 13.

2 Thessalonicenzen 2:10-11 en met allerlei verlokkende ongerechtigheid, voor hen, die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden. 11 En daarom zendt God hun een dwaling, die bewerkt, dat zij de leugen geloven,

Sommige vertalingen zeggen "een leugen". Bijvoorbeeld ook de KJV, maar daar staat in de kantlijn ook "de leugen". In de context wijst de leugen terug naar vers 4, omdat dat het onderwerp is de mens der wetteloosheid, de zoon des verderfs.

2 Thessalonicenzen 2:4 de tegenstander, die zich verheft tegen al wat God of voorwerp van verering heet, zodat hij zich in de tempel Gods zet, om aan zich te laten zien, dat hij een god is.

Dat is de leugen! Hij is geen God. Hij moet niet worden aanbeden, maar zij die de waarheid niet liefhebben, zullen zich aan hem overgeven. Er zal zo'n sterk beroep op hun vleselijk denken worden gedaan dat ze de kant van het beest zullen kiezen. Ze zullen zijn teken aanvaarden. Ze zullen zijn naam gaan aanbidden. Vleselijk zal het heel eenvoudig zijn het beest na te volgen.

Weer terug naar Openbaring 13:8.

Openbaring 13:8 En allen, die op de aarde wonen, zullen het (beest) aanbidden, ieder, wiens naam niet geschreven is in het boek des levens van het Lam, dat geslacht is, sedert de grondlegging der wereld.

Dat is nogal duidelijk. Tenzij iemands naam werkelijk daarin is geschreven, zal hij kiezen voor het beest.

Openbaring 13:14 En het verleidt hen, die op de aarde wonen, wegens de tekenen, die hem gegeven zijn te doen voor de ogen van het beest. En het zegt tot hen, die op de aarde wonen, dat zij een beeld moeten maken voor het beest, dat de wond van het zwaard had en (weer) levend geworden is.

Hoe voorkomt u dus dat u wordt bedrogen? Het antwoord op al die vragen die ik heb gesteld, hangt af van het onderwerp dat we in deze serie preken bestuderen. Het heeft allemaal vandoen met wereldlijkheid. Het heeft vandoen met vleselijkheid in tegenstelling tot werkelijke geestelijkheid. De christenen van de wereld zullen hierin verstrikt raken om redenen "die voor ons heel simpel zijn". In de eerste plaats geloven ze God niet echt. Dat is heel eenvoudig. Ze hebben een geloof, maar ze vertrouwen niet op God. Ze hebben een geloof dat hun toestaat te belijden dat ze van God zijn, maar ze vertrouwen Hem niet. Laten we nog eens kijken naar Openbaring 13:8.

Openbaring 13:8 En allen, die op de aarde wonen, zullen het (beest) aanbidden, ieder, wiens naam niet geschreven is in het boek des levens van het Lam, dat geslacht is, sedert de grondlegging der wereld.

Hier worden twee groepen mensen aangeduid: 1) Zij die het beest gaan aanbidden en 2) zij die dat niet zullen doen. Momenteel echter heeft Hij niet meer geopenbaard over hen die dat niet zullen doen, dan dat hun naam is geschreven in het boek. Nu vers 9, daar zegt Hij ons:

Openbaring 13:9 Indien iemand een oor heeft, hij hore.

Let eens op wat hier wordt gezegd! Het identificeert wie niet naar het beest zullen luisteren.

Openbaring 13:10a Indien iemand in gevangenschap voert, dan gaat hij in gevangenschap; indien iemand met het zwaard zal doden, dan moet hij zelf met het zwaard gedood worden.

Met andere woorden God zegt hen die het beest aanbidden, hun gang te laten gaan. Zij die het beest dienen door zelfs voor hem ten oorlog te trekken, laat ze hun gang gaan.

Openbaring 13:10b Hier blijkt de volharding en het geloof der heiligen.

God identificeert hen wier namen in het Boek des Levens staan geschreven als hen die geloof hebben en geduld. Met andere woorden zij geloven God en omdat zij God vertrouwen, hebben zij geduld. Dit geduld openbaart hun vertrouwen. Dit geduld laat zien dat het geloof meer is dan alleen maar zeggen: "Ik geloof in Jezus Christus." Dus zij wier namen in het Boek des Levens staan geschreven zullen volharden door alles heen, wat het beest ook maar mag gaan veroorzaken.

Zij die zullen toegeven aan de intriges van het beest en de valse profeet, zij hebben een geloof, zij zullen belijden, maar ze zullen niet vertrouwen. Deze mensen zijn duidelijk in oppositie tegen God; als ze Hem zouden geloven, zouden ze dit duidelijk laten zien door Zijn geboden te gehoorzamen en de leerstellingen van de bijbel te onderhouden. Als ze dat deden, zouden ze in oppositie tegen het beest komen en zouden ze zijn teken weerstaan, omdat ze zouden geloven wat het Boek zegt. Deze dingen zijn niet moeilijk te begrijpen. Heel eenvoudige principes.

Omdat ze niet geloven en gehoorzamen, ontbreekt het hun aan begrip. U weet wel: "Een goed begrip hebben allen die Zijn geboden onderhouden." Jezus zei dat als je een leerstelling wilt geloven, je deze moet gehoorzamen (Johannes 7:17). Omdat ze niet geloven en gehoorzamen, ontbreekt het hun aan begrip en daarom verkeren ze in verwarring. Ze komen almaar op hetzelfde terug; daarom zijn ze van de wereld. Zij die niet geloven zijn tegenstanders van God en hun trouw ligt bij de wereld. Ze kiezen partij voor de wereld, alhoewel ze over God praten. Laten we dit nu heel duidelijk aan de kaak stellen.

Openbaring 12:17a En de draak werd toornig op de vrouw en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, ...

Hier worden ze geïdentificeerd.

Openbaring 12:17b ..., die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben;

Is dat niet simpel? Dat is het gehele verschil tussen de wereld en de kerk. Het betreft slechts simpele dingen. Ze worden wat complexer als we in detail gaan treden over leerstellingen en het houden van de geboden. Maar om het heel duidelijk te maken voor u en mij, zodat we bemoedigd worden om stand te houden: Wij staan aan Gods kant als we Zijn geboden houden en we het getuigenis van Jezus Christus hebben, wat tussen twee haakjes het evangelie is. Dat was het getuigenis dat Jezus Christus aan de wereld gaf. Dat kwam Hij prediken. Hij kwam om te prediken over de bestemming van de mens. Zij die de geboden van God onderhouden, hebben dus het vertrouwen om ze te onderhouden, omdat ze geloven. Hun hoop ligt in het evangelie van het Koninkrijk van God. Dat geloven ze ook. Ze richten hun leven op basis hiervan in.

Die anderen richten hun leven in op basis van wat vleselijk aantrekkelijk en uitdagend is. Een krachtige overreding. Een vleselijke overtuiging om in die richting te gaan dat iedereen verenigd zal zijn, iedereen zal dezelfde leerstellingen hebben, dezelfde god, en die god zal het beest zijn. Hun leerstellingen zullen de leerstellingen van de valse profeet zijn, die door het beest wordt gebruikt om de mensen achter hem te krijgen. De mensen in de wereld houden dus de geboden niet. Ze weten niet precies wat ze met hun leven moeten doen. De christenen van de wereld zijn helemaal geen christenen, behalve in naam.

Bedenk nog eens wat ik zei toen ik aan deze serie begon. Ik doe dit niet om hen te kleineren. Zoals ik toen zei, er zijn heel erg fijne mensen in de wereld, mensen die je graag als buren wilt hebben, mensen waarvan je zou willen dat ze zich zouden bekeren. Ze zijn vriendelijk, gul en ze doen heel veel goede werken in de wereld, maar ze hebben daarbij geen relatie met God, vanwege iets wat God heeft gedaan, niet wegens iets dat wij deden, maar omdat God iets deed jegens ons dat Hij niet deed jegens hen; dat is de keuze van God. "Het hangt niet af of iemand wil, maar van God die verkiest", zei Paulus..

Wat is de consequentie hiervan? Dat wij in deze tijd een grotere verantwoordelijkheid hebben hoe we reageren op God. Aan het eind zullen zij voor korte tijd verenigd zijn in een valse religie, die zelfs de naam "christelijk" kan dragen. Ik weet het niet, maar ik stel me wel voor dat die waarschijnlijk de naam "christelijk" zal dragen. Ongelukkigerwijs laat de bijbel zien dat die in oppositie staat tegen God. Laat je dus niet meeslepen om in religieus opzicht met hen te gaan samenwerken op basis van oppervlakkige evaluaties, want dat zal zeker een doodlopende weg zijn.

Nu naar 2 Corinthiërs 4 omdat ik deze preek weer een andere richting laat uitgaan. Die hangt met het vorige samen, maar wijst specifiek toch in een andere richting. Daartoe moet ik eerst wat grondwerk verrichten. Wat ik hier moet doen is een positievere aanwijzing geven met betrekking tot wat wij met ons leven moeten doen, zodat we voorbereid zullen zijn op de tijd waarin er werkelijk druk op ons zal worden uitgeoefend om de vleselijkheid die nog in ons is te gebruiken om de kant van het beest te kiezen.

2 Corinthiërs 4:17 Want de lichte last der verdrukking van een ogenblik bewerkt voor ons een alles verre te boven gaand eeuwig gewicht van heerlijkheid,

Het feit dat wij God geloven en Hem vertrouwen en Zijn geboden onderhouden, plaatst ons in oppositie tot de wereld. Die oppositie zal niet direct tot uiting komen in vervolging waarbij we op pijnlijke manier worden gekwetst. Soms wel, soms ook niet. Meestal echter niet, maar toch proberen we in een boot stroomopwaarts te roeien, omdat de gehele wereld de andere kant uitgaat. Zo is er dus toch voortdurend een zekere mate van beproeving wegens dat wat we geloven, voorzover we het in de praktijk toepassen. Maar Paulus noemt dit een "lichte" beproeving. Zeker in vergelijking met Christus is dit "licht". Ook in vergelijking met Paulus, maar vermoedelijk zal het stapje voor stapje zwaarder worden.

2 Corinthiërs 4:17-18a Want de lichte last der verdrukking van een ogenblik bewerkt voor ons een alles verre te boven gaand eeuwig [let op dat woord eeuwig] gewicht van heerlijkheid, 18 daar wij niet zien op het zichtbare, ...

Hier hebben we een hoofdprincipe voor hen die uit geloof leven.

2 Corinthiërs 4:18 daar wij niet zien op het zichtbare, maar op het onzichtbare; want het zichtbare is tijdelijk, maar het onzichtbare is eeuwig.

Nu naar hoofdstuk 5, vers 7. Dit is een afsluitende uitspraak, een uitleggende uitspraak.

2 Corinthiërs 5:7 want wij wandelen in geloof, niet in aanschouwen

Hier komen we bij het kernpunt, het punt waar het om draait, het punt dat ons verschillend maakt van de wereld en dat ons van wereldlijkheid zal weerhouden, dat ons zal beschermen. "Wij wandelen in geloof."

In de vorige preken hebben we het al gehad over enkele specifieke dingen die de bijbel "de wereld" noemt. Dat was hoofdzakelijk dat de wereld zijn oorsprong had in de handelingen van Adam en Eva en Satan in de hof van Eden. Zij zetten het patroon dat sindsdien door de gehele mensheid werd nagevolgd, waarop de wereld werd gebouwd. Daar zagen we dat Adam en Eva erin werden geluisd om het duidelijke en eenvoudige woord van God niet te geloven door een zinnelijk aantrekkelijke, bedrieglijke, levende geest. Eva zag de boom. "Wij kijken niet naar de dingen die worden gezien." Eva zag de boom, dat die goed was voor voedsel en aangenaam voor het oog. Als ze had gewandeld in geloof, zou ze er naar hebben kunnen kijken, maar het niet op die manier hebben gezien. Het is duidelijk dat ze het echter wel op die manier zag, omdat haar beslissing werd ingegeven door het feit dat ze zag en het zag er aangenaam uit. Met behulp van Satan werden ze ertoe gebracht God niet te vertrouwen, waarop al snel ongehoorzaamheid volgde.

Alle nakomelingen van Adam en Eva hebben hetzelfde algemene gedragspatroon in hun leven, in ons leven, gevolgd. We hebben het allemaal gedaan. Romeinen 5:12 laat zien dat allen hebben gezondigd. Het kan zijn dat u niet op precies dezelfde manier als Adam en Eva hebt gezondigd, maar het principe, het patroon, was hetzelfde. We hebben het allemaal nagevolgd. Maar ondanks de goede voornemens en het goede gedrag dat we ook hebben, wordt de wereld en iedere factor die de culturen van de wereld bepaalt, zoals religie, politiek, economie, wetenschap en technologie, geneeskunde, enzovoort, gedomineerd en gekenmerkt door een geest van ongeloof en tegenstelling tot God en Zijn woord. Altijd, in iedere situatie, in ieder aspect van onze cultuur is er die menselijke kant om de dingen vleselijk te zien. "Zien." "Er is een weg die de mens recht schijnt, maar die weg voert naar de dood."

Zoals ik iets eerder zei, we komen nu tot het kernpunt, tot het punt waar het om draait, het punt dat ons van hen onderscheidt, dat ons verschillend maakt: we geloven. We komen zover dat we niet langer geloven wat onze ogen ons laten zien, of wat onze oren horen, of onze mond proeft, of wat we met onze huid voelen, kortom wat onze zintuigen ons laten weten. De zintuigen zijn inbegrepen in datgene wat we zien. Ze zijn inbegrepen bij dat wat tijdelijk is. We moeten alles evalueren op basis van geloof en niet op basis van wat de zintuigen ons vertellen. Dit houdt in dat ook de wil erbij betrokken is teneinde ons in de juiste richting te doen gaan.

Dit wordt misschien nergens duidelijker onder woorden gebracht dan in Romeinen 8:7:

Romeinen 8:7 Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens het kan dat ook niet.

De vleselijke geest is in oorlog met God en daarom wordt religie (vleselijk) wat het is, evenals wetenschap, opleiding, politiek, enzovoort ..., omdat het woord van God, dat eeuwig is, waarvan Jezus zei dat het geest is, door de meeste mensen wordt gezien als iets moois en bemoedigends, maar niet iets waar je op vertrouwt als het echt gaat spannen in het leven. Dan wordt het aan de kant gezet, zodat de mens de wetenschappelijke methode kan toepassen, dat wat we kunnen wegen, meten, voelen en dergelijke.

Hoe kan de mens, vanuit ons standpunt bezien, een waarachtige, stabiele, vredige en welvarende cultuur opbouwen met een verstand, een geest, die de culturen voortbrengt die in oorlog is met God? Als we er op die manier naar kijken kunnen we begrijpen waarom de wereld er zo aan toe is als ze is. Misschien helpt het ons te begrijpen wat God door de kerk aan het doen is: de basis leggen voor een wereld die niet op die manier werkt. Om niet op die manier te werken moet er een vaste kern van zonen van God zijn die nooit de eeuwige waarheid van God de rug zullen toekeren, zij zullen de leiders van die wereld zijn. Wat mij betreft laat Openbaring 12:17 dat heel duidelijk zien. Dat zijn de mensen waar Satan oorlog tegen voert. De vijand, voor wat betreft Satan, wordt geïdentificeerd als zij die de geboden van God onderhouden en het getuigenis van Jezus Christus hebben. Daaraan kunnen we zien dat dat mensen zijn die geloven en daarom ook vertrouwen in God.

Dit is één bijbelse manier om naar dit onderwerp te kijken, maar er is nog een andere manier. Ik ga weer een vraag stellen. Wat stelt deze huidige wereld voor? Ik vond een interessant woord in een commentaar. De commentator zei: De wereld is protheïsch. U kijkt niet begrijpend. Ik wist ook niet wat het betekende en moest het opzoeken. Het is een interessant woord. Protheïsch betekent gemakkelijk verschillende vormen kunnen aannemen; veranderlijk. Dat is erg interessant, omdat de bijbel over God zegt: "Jezus Christus is dezelfde, gisteren, vandaag en altijd." Hij verandert nooit. Maleachi 3:6 zegt:

Maleachi 3:6 Voorwaar, Ik, de HERE, ben NIET veranderd, en gij kinderen van Jakob, zijt niet verteerd.

Maar de wereld is een veranderlijk iets, net zoals onze dromen veranderlijk zijn. De wereld kan verschillende vormen en gedaanten aannemen, die allemaal iets gemeenschappelijks hebben. Ze zijn aantrekkelijk voor de menselijke geest. Ze oefenen een aantrekkingskracht uit op onze geest en doen dit meestal door onze zintuigen, onze ogen, oren, neus, mond, smaak. Deze commentator ging verder met te zeggen dat de wereld aantrekkelijk is voor de menselijke geest op gebieden waar de mens er net zo over denkt of waarin hij zwak is. [Dus de mens is het eens met de wereld, of de mens is vleselijk op dat gebied.] Dit gebeurt in iedereen vanuit vele verschillende invalshoeken, maar elk is op zichzelf voldoende doortrokken met anti-God elementen om de mens weg te trekken van Gods doel en te veroorzaken dat zijn groei wordt belemmerd, of dat hij zelfs zijn eeuwig behoud verliest.

Ik zal u een eenvoudige uitleg geven. Er zijn er onder u die totaal geen probleem hebben met alcohol. U kunt het drinken of niet. U kunt een klein beetje drinken bij een maaltijd en u hebt er geen enkel probleem mee. U heeft er geen behoefte aan door te gaan met drinken tot u dronken bent, u bent er niet aan verslaafd. U kunt het drinken of niet en hebt er geen probleem mee. Of u het de rest van u leven niet meer kunt drinken, zal u een zorg zijn. U vindt het lekker, geniet ervan en dat is het. Maar er zijn ook mensen die een geheel andere houding hebben ten opzichte van alcohol. Zij kunnen niet langs een kroeg lopen zonder er binnen te gaan. U begrijpt wat ik bedoel. Zij zijn eraan verslaafd en de wereld oefent in dat opzicht aantrekkingskracht op hen uit, op die zwakke plek. Misschien is dat iets te simpel uitgedrukt. Niet iedereen wordt door de wereld op dezelfde manier verzocht. Dat wil die commentator tot uitdrukking brengen. En zo is de wereld, zo zegt hij verder, in algemene termen het totaal van de dingen die we zien, maar die zijn tijdelijk. Hij legt geen relatie met de verzen die ik heb aangehaald.

Voor sommigen is de aantrekkingskracht van de wereld materieel voordeel. Zij geven zich dus op zo'n manier over aan hun carrière dat die 12, 14, 16 of 18 uren van hun tijd per dag vergt en het gezin krijgt totaal geen aandacht. Zij moeten geld verdienen, daar draait het bij hen om. Voor anderen is het bekendheid, roem. De aantrekkingskracht kan liggen in academische kennis, wetenschappelijke kennis of de rages van oppervlakkig vermaak. Al deze dingen behoren bij wat Paulus noemde "de dingen die worden gezien". Daarmee bedoelt hij alles in deze wereld dat stoffelijk en vergankelijk is. Het probleem hiermee is dat ze realiteit zijn. U kunt niet zeggen dat het allemaal fantasie is, dat ze niet bestaan. Ze zijn er echt. Materiële dingen zijn werkelijkheid en deze aantrekkingskrachten zijn echt. Deze dingen zijn in zichzelf niet slecht; maar alleen maar omdat we er meer tijd en energie aan besteden dan ze waard zijn, leiden ze ons af van het zoeken naar de dingen van eeuwige waarde.

Als iemand dingen van eeuwige waarde wil zoeken en najagen moet hij zichzelf goed onder controle hebben, om zich van die dingen af te keren en zijn leven over te geven aan de dingen die niet worden gezien. De aantrekkingskracht van de wereld is sterk, aanhoudend en zal niet vlug weggaan. Ze werkt voortdurend op ons in, zo voortdurend dat we er noodzakelijkerwijze mee verbonden zijn. Het is onze plicht ermee bezig te zijn, want we moeten toch werken?

Tot op zekere hoogte moeten we deel hebben aan de dingen die in de wereld worden gedaan en ondertussen doen wij datgene waar we ons vanuit onze vrije wil aan overgeven. Het is onze plicht dat te doen. God zegt ons dat wat we ook doen, we dat met alle macht moeten doen. Hij verwacht dat we werken. "Ga naar de mieren, gij luiaard." Hij wil niet dat Zijn kinderen lui zijn en dus besteden we onze tijd en energie "in de wereld", gemengd met de wereld; zo is de wereld er dus altijd bij betrokken. Het is een altijd aanwezige realiteit, vierentwintig uur per dag. Het kost geweldig veel energie om haar aan de kant te duwen. Ze is als een grote octopus die constant zijn acht tentakels naar ons uitstrekt om ons te pakken te nemen, totdat we, zoals met osmose, er geheel door worden geabsorbeerd. Het is dus onze plicht ermee bezig te zijn.

Het kan zelfs als een vorm van ongelovige lafheid worden beschouwd om de verantwoordelijkheid haar te bevechten uit de weg te gaan, als we dat doen omwille van de risico's die we daarbij lopen. We moeten onze zaken binnen de wereld uitvoeren en het is de kunst om daarbij onze harten op het Koninkrijk van God gericht te houden, terwijl onze handen bezig zijn met de wereldse en materiële dingen van dit leven. God legt ons geen vorm van klooster-ascetisme op en als we ons bewust worden van de slechte invloed van de wereld, balanceren we op het scherp van de snede. Het is onze plicht aan God in deze wereld druk bezig te zijn, maar het is zonde om haar lief te hebben. Daarom zegt God ons alles wat we doen met al onze macht te doen. Daar ligt dan een echte moeilijkheid, maar God is Zich heel goed bewust dat we een goede balans moeten vinden in normale en nodige materiële en wereldse zorgen zonder daar de slaaf van te worden.

Het eerste waarvan we ons daarbij bewust moeten zijn is dat we allemaal een Trojaans paard binnenin ons hebben. Er zit een vijand in ons. Die vijand is de geest van de wereld. Die is daar. Dat Trojaans paard staat gereed om de poorten open te doen opdat wij ons overgeven aan de wereld. En die vijand heeft een aantrekkingskracht op onze zintuigen. Hij oefent deze uit op onze verlangens, de verlangens van het vlees en van de geest, van de trots des levens en dat is de reden van wat Johannes in 1 Johannes 2:15-17 zei.

We beschikken over het vermogen ertegen te vechten. We hebben het vermogen op het scherp van de snede te lopen en daarom schreef Paulus in 't kort in Romeinen 5:5:

Romeinen 5:5 en de hoop maakt niet beschaamd, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, die ons gegeven is,

Tenzij er een verlangen of impuls in ons voldoende krachtig aanwezig is, die eropuit is om God te behagen, is er een grote kans dat we balancerend op het scherp van de snede meestal de verkeerde kant zullen uitvallen. Dat is aannemelijk gelet op wat de brief aan de gemeente te Efeze zegt. Jezus zei: Ga terug naar uw eerste liefde. Hij doelde daar niet alleen maar op het uitoefenen van de wil, maar ook het toegenegen respect voor God. Heb de wereld niet lief. Heb geen toegenegen respect voor de wereld. Zo balanceren we tussen beide, op het scherp van de snede. Paulus zegt in Galaten 5 dat er twee geesten in ons zijn en die voeren oorlog met elkaar. Wij moeten heerschappij voeren door onze liefde voor God te laten werken, om er zeker van te zijn dat we altijd de juiste balans zullen houden op het scherp van de snede.

Ziet u wat God doet? Hij heeft ons daar boven op die snede geplaatst en Hij dwingt ons te kiezen. Ik ben er zeker van dat één van de redenen voor de huidige versplintering is, om die snede scherper dan ooit te maken, zodat we duidelijk de scheiding tussen beide zullen zien en we gemotiveerd zullen worden te kiezen voor het leven. Dat is hopelijk wat we zullen doen, daar de toestand binnen de kerk ons een duidelijke aanwijzing heeft gegeven over de vleselijkheid die er nog binnen de kerk was; ook een duidelijke aanwijzing over de vleselijkheid die nog in ons was. En als we werkelijk de dingen van God willen, zullen we uit geloof gaan leven en niet op basis van wat we zien, en we zullen voor Hem gaan kiezen ongeacht wat onze ogen zullen waarnemen.

Bedenk altijd dat die aantrekkingskracht wordt uitgeoefend op de geest die in u en mij is, die aantrekkingskracht zal beslist op ons worden uitgeoefend. Ik heb in mijn ervaringen als dienaar ervaren dat die kracht er altijd is, en die kracht werkt vaker op een zwak gebied dan niet, maar zo af en toe werkt hij ook op een gebied waarvan we dachten dat we er sterk in waren; dan is er echt een oorlog gaande, omdat ons zelfbeeld ernstig wordt beschadigd. We kunnen overmand worden door verdriet en schuldgevoel door wat we in ons zelf waarnemen. In Deuteronomium 30:16 staat:

Deuteronomium 30:16-17a doordat ik u heden gebied de HERE, uw God, lief te hebben door in zijn wegen te wandelen en zijn geboden, inzettingen en verordeningen te onderhouden, opdat gij leeft en talrijk wordt en de HERE, uw God, u zegene in het land, dat gij in bezit gaat nemen. 17 Maar indien uw hart zich afwendt en gij niet luistert doch u laat verleiden ...

Let op deze woorden. Hier staan ze, al vrij vroeg in het Oude Testament.

Deuteronomium 30:17-18 Maar indien uw hart zich afwendt en gij niet luistert doch u laat verleiden en u voor andere goden nederbuigt en hen dient, 18 dan verkondig ik u heden, dat gij zeker te gronde zult gaan; niet lang zult gij leven in het land, dat gij na het overtrekken van de Jordaan in bezit gaat nemen.

Wat zal de wereld overkomen? Johannes zegt: "Deze gaat voorbij." Dat proces is reeds werkzaam.

Deuteronomium 30:19-20a Ik neem heden de hemel en de aarde tegen u tot getuigen; het leven en de dood stel ik u voor, de zegen en de vloek; kies dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw nageslacht, 20 door de HERE, uw God, lief te hebben, naar zijn stem te luisteren ...

Ziet u hoe die twee samengaan?

Deuteronomium 30:20b ... en Hem aan te hangen, want dat is uw leven en waarborg voor een langdurig wonen in het land, waarvan de HERE uw vaderen, Abraham, Isaak en Jakob, gezworen heeft, dat Hij het hun geven zou.

We gaan hier stoppen, maar onthoudt dit. U en ik balanceren op het scherp van de snede. Aan de ene kant bevindt zich God en het Koninkrijk van God. Onzichtbaar. Eeuwig. Aan de andere kant is de andere werkelijkheid, de wereld. Eenvoudig te zien. Aanlokkelijk voor de zintuigen, maar tijdelijk. Maar die is geweldig aantrekkelijk.

De volgende keer zullen we hier verder gaan. We zullen Mattheüs 6 gaan bestuderen, waar Jezus op dit onderwerp ingaat. We kunnen geen betere raad krijgen dan die de Baas ons geeft. In Mattheüs 6 zullen we diep tot in het "hart" doordringen, want daar ligt het probleem, in het hart.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)