De christen en de wereld (Deel 2)

Door John W. Ritenbaugh
27 november 1997

Samenvatting: (toon)

In dit tweede deel van de serie over "De christen en de wereld" benadrukt John Ritenbaugh dat er een heel duidelijk onderscheid bestaat tussen "hen en ons" in Gods denken betreffende wat de ware weg is en welke niet. Wij waren voorheen kinderen van Satan (Johannes 8:44) totdat God ons uit dit kwade systeem redde (Efeziërs 2:3), waarbij Hij ons tegenover de wereld plaatste (1 Johannes 5:19). De kerken van deze wereld hebben geprobeerd zich de naam van Christus en het concept van genade toe te eigenen, maar daarna hebben ze op duidelijke wijze Gods wet buitenspel gezet. De lakmoesproef die Gods ware kerk aanduidt, bestaat uit gehoorzaamheid aan Zijn wetten (Johannes 14:15), inclusief de sabbat (Exodus 31:16-17), waardoor de verwarring en het schaamteloze sluiten van compromissen (de vrucht van ongehoorzaamheid), die de meerderheid van de religies van deze wereld kenmerken, voorkomen wordt.


Ik denk dat we er niet de minste twijfel over hebben dat de Worldwide Church of God als organisatie is teruggegaan naar dat waarvan de meesten van ons zich bekeerd hebben, dat is het wereldlijke christendom. Veel individuele leden, waaronder diakenen en diakonessen, zijn teruggegaan naar kerken van de wereld. Ik ken een mevrouw, een diakones, die terugging naar de Baptistenkerk; een ander ging naar een grote protestantse kerk in haar omgeving. Ik ken minstens één 'local elder' die, naar ik meen, nu preekt in de Methodistenkerk nadat hij de gemeenschap van de Worldwide Church of God had verlaten. Ik weet van een gehele gemeente die de band met de Worldwide Church of God verbrak en zich voegde bij "De Discipelen van Christus".

Dit roept een vraag op die voor ons op dit moment belangrijk is, en die is: "Zien die mensen iets dat wij niet zien? Missen wij iets? Zijn de mensen in de protestantse en katholieke kerken evenzeer Gods kinderen als wij het zijn? Zijn die kerken dus ook werkelijk christelijk, zodat broederlijke omgang met hen door God wordt goedgekeurd? Zijn we te hard en te kritisch in ons oordeel over hen door hen misleid te noemen, oprecht, maar niet bekeerd, heidens of valse christenen?"

Er zijn echt geweldig fijne mensen in die kerken, dat staat buiten kijf. Hun karakter kan zelfs het onze in sommige gevallen beschamen. In veel gevallen gedragen ze zich moreel, gehoorzamen ze de wetten en zijn ze religieus. Ze komen openlijk en zonder schaamte uit voor Jezus Christus. Ze geven zichzelf als een offer in dienst van de samenleving door voor diverse liefdadige instellingen te werken. En echt in veel gevallen zijn het fantastische buren. Kortom, velen van hen zijn mensen die je kunt bewonderen, en in het licht van wat in de laatste tien jaar is gebeurd, kun je eraan gaan twijfelen of zij wel op het verkeerde spoor zitten, in het bijzonder als je bedenkt dat er zo velen van hen zijn in vergelijking met ons — wij die onszelf beschouwen als deel van de ware kerk. Er zijn er zoveel van hen dat het ons kan overweldigen, en als de meerderheid gelijk heeft, dan is het nogal duidelijk dat wij het bij het verkeerde eind hebben.

We gaan dit onderwerp dus opnieuw bekijken en we zullen onszelf opfrissen in het begrip van de principes die in ogenschouw moeten worden genomen, anders is het mogelijk dat we emotioneel worden meegesleept door de oppervlakkige meningen die in zo ruime mate voorhanden zijn. Om dit niet te uitgebreid te laten worden zal ik op één algemeen principe ingaan en daarna op twee beperktere toepassingen die met dit punt samenhangen. We beginnen met een bekend schriftgedeelte in 1 Johannes 2.

1 Johannes 2:15-17 Hebt de wereld niet lief en hetgeen in de wereld is. Indien iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. 16 Want al wat in de wereld is: de begeerte des vlezes, de begeerte der ogen en een hovaardig leven, is niet uit de Vader, maar uit de wereld. 17 En de wereld gaat voorbij en haar begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid.

In vers 15 zouden die woorden "Heb de wereld niet lief" nauwkeuriger vertaald kunnen worden met "Stop ermee om de wereld lief te hebben". Dit is een aansporing, feitelijk een opdracht tegen een handeling die reeds in uitvoering was. Dit was gaande toen Johannes dit in de eerste eeuw schreef en "liefde" wordt hier gebruikt in de betekenis van "liefde voor een ding", niet voor een persoon. Het is behagen scheppen in zoiets als een auto of kleding of juwelen of een huis. Hier gaat het om "Heb de wereld niet lief". "Hou ermee op dit ding lief te hebben."

Dit woord draagt niet de betekenis in zich van een toegenegenheid die men met bijvoorbeeld een kus toont, zoals het woord philea. Het duidt meer op het gebruik van de wil. We gaan dit nu doornemen vanuit 2 Petrus en ik ga enkele verzen lezen uit een moderne vertaling. In dit geval is het de Phillips Translation. 2 Petrus 2:20 verwijst in zijn geheel naar de wereld en naar 1 Johannes 2:15-17. Denk eens goed na over deze verzen in verband met elkaar en met de richting die de Worldwide Church of God is gegaan. In veel gevallen zijn mensen die we kenden en met wie we broederlijke omgang hadden, hierheen teruggegaan, en we zullen hier zien dat de bijbel dit geheel anders bekijkt dan de Worldwide Church of God momenteel doet. We beginnen dit onderwerp dus in 2 Petrus 2

2 Petrus 2:20a [Vertaald naar de Phillips Translation] Als mensen ontsnapt zijn ...

Let op de woorden die worden gebruikt. Klinkt dat niet alsof iemand ergens in gevangen werd gehouden, zoals in een concentratiekamp of iets dergelijks, en ze daaruit ontsnapten?

2 Petrus 2:20a [Vertaald naar de Phillips Translation] Als mensen ontsnapt zijn aan de besmettingen van de wereld door de kennis van onze Heer en Zaligmaker Jezus Christus, en dan weer verstrikt raken ...

Interessant woordgebruik! Het klinkt alsof deze mensen in een spinnenweb zijn terechtgekomen.

2 Petrus 2:20b [Vertaald naar de Phillips Translation] ... en dan weer verstrikt raken in en weer geheel verslagen worden ...

Het klinkt als oorlog.

2 Petrus 2:20c-22 [Vertaald naar de Phillips Translation] ... dan is hun laatste positie veel erger dan de vorige. 21 Want het zou beter voor hen zijn geweest om de weg van goedheid in het geheel niet te hebben gekend dan na deze gekend te hebben de hun gegeven heilige geboden, de rug toe te keren. Helaas voor hen! 22 Het oude spreekwoord is waar geworden: "De hond die naar zijn uitbraaksel terugkeert en de zeug die gewassen is en weer teruggaat om zich in de modder te wentelen".

In de eerste eeuw waren er mensen die de wereld liefhadden en teruggingen naar de wereld. We hebben gezien dat het woord liefde in 1 Johannes 2:15 duidt op een gebruik van de wil, het was niet slechts zwakheid. Er was een bewuste keuze met het verstand om te doen wat ze deden. Zij gleden terug, dus ik denk dat we kunnen zeggen "er is niets nieuws onder de zon". Ik geloof niet dat de mensen die de Worldwide Church of God verlieten, in het bijzonder die gehele gemeente die wegging en samenging met "De Discipelen van Christus", ... ik denk niet dat er enige twijfel was dat het een bewuste, gewilde handeling was. Ze wisten wat ze deden en ze kozen ervoor dat te doen, om zich te laten strikken, weer de nederlaag te lijden en als het ware weer slaaf te worden.

In de vorige preek zagen we dat Demas, een directe helper van Paulus, Christus had verlaten ten gunste van de wereld. Dat zou ons moeten leren dat samenwerking met sterke mensen iemand niet noodzakerlijkerwijs weerhoudt ervoor te kiezen om terug te gaan naar de wereld, door hun wil, hun hersenen en hun verstand te gebruiken en er opzettelijk voor te kiezen naar de wereld terug te gaan.

Ik las deze verzen — en we blijven nog even bij dit onderwerp — omdat ik wil dat we zien dat God Zelf een duidelijk onderscheid maakt tussen Hemzelf, Zijn kinderen, Zijn kerk, Zijn weg, Zijn geboden, Zijn wet, Zijn geest en Zijn koninkrijk, en wat Hij in Zijn woord "de wereld" noemt.

Hier in 1 Johannes, waar we zojuist waren, ... in 1 Johannes 2:15-17 en Romeinen 8:6-9 [daar verwijs ik alleen maar naar], beveelt God ons te kiezen en er wordt bedoeld het "leven te kiezen". Ik vertel u dit omdat ik wil dat we zien dat er in de bijbel een heel duidelijke benadering is van zij en wij, opdat in het denken van Gods kinderen het onderscheid tussen de twee niet vervaagt, maar dat we een duidelijk plaatje zullen hebben — het is òf de wereld òf God. Het is de een of de ander.

Nu naar Jacobus, het vierde hoofdstuk. Ik lees dat ook uit de Phillips Translation.

Jacobus 4:4 [Vertaald naar de Phillips Translation] U bent als overspelige vrouwen, die flirten met de mooie dingen van de wereld en daarbij in het geheel niet beseffen dat een geliefde van de wereld te zijn, inhoudt de vijand te worden van God.

Is dat een duidelijk onderscheid? "U bent als overspelige vrouwen, die flirten met de mooie dingen van de wereld en daarbij in het geheel niet beseffen dat een geliefde van de wereld te zijn, inhoudt de vijand te worden van God."

Iedereen die opzettelijk kiest de vriend van de wereld te zijn, maakt zichzelf daardoor tot vijand van God.

Ik ga hier nog een stapje verder.

Jacobus 4:5-6 [Vertaald naar de Phillips Translation] Denkt u dat wat de schriften hierover hebben te zeggen slechts een formaliteit is? Of veronderstelt u dat deze geest van gepassioneerde naijver [van God] de geest is die Hij in ons deed wonen? 6 Nee. Hij geeft ons genade die sterk genoeg is om dit het hoofd te bieden, en iedere andere boze geest, als we maar nederig genoeg zijn om die genade aan te nemen ...

Hier stoppen we maar, want hij gaat er nog wat dieper op in.

Laten we nu naar een ander schriftgedeelte kijken dat hierover handelt om te zien dat er een heel duidelijk onderscheid is. Deze keer gaan we naar Romeinen 12.

Romeinen 12:1-2 [Vertaald naar de Phillips Translation] Met de ogen wijd open voor de genade van God, smeek ik u, mijn broeders, om Hem, als een handeling van intelligente eredienst, uw lichamen als een levend offer te geven, een offer dat aan Hem is gewijd en aanvaardbaar is voor Hem, laat de wereld om u heen u niet in haar vorm persen, maar laat God uw denken van binnenuit vormen, opdat u bewijst en ervaart dat het plan van God goed voor u is en aan al Zijn vereisten voldoet om te vorderen op weg naar het doel van werkelijke volwassenheid.

Nog een vers uit de Phillips Translation. Deze keer uit Efeze, hoofdstuk 2. We lezen daaruit de verzen 1 tot 3 en de verzen 11 tot 13.

Efeziërs 2:1-3 [Vertaald naar de Phillips Translation] Aan u die geestelijk dood was in de tijd dat u zich liet meeslepen met de stroom van ideeën van de wereld over het leven, en de onzichtbare heerser gehoorzaamde die nog steeds werkt in hen die niet reageren op Gods waarheid, aan u heeft Christus leven geschonken. We leefden in het verleden allemaal op die manier en reageerden op de impulsen en inbeeldingen van onze zondige natuur, daarmee stonden we in feite onder de wraak van God evenals iedereen.

Efeziërs 2:11-13 [Vertaald naar de Phillips Translation] Verlies niet uit het oog dat u werd geboren als heidenen, bij hen die besneden waren bekend als onbesnedenen. U was zonder Christus. U was totaal vreemd aan Gods uitverkoren gemeenschap Israël en u had geen kennis van of recht op de beloften van het verbond. U had niets om naar uit te kijken en geen God tot wie u zich kon wenden. Maar nu door het bloed van Christus, [u verbleef eens buiten de omheining] staat u ook binnen de cirkel van Gods liefde in Christus Jezus.

Er is hier een heel duidelijk zij en wij in Gods denken over wat de juiste weg is en welke niet. Gemeente, er zijn in fysieke zin geestelijke heidenen en geestelijke joden. Satan is de tegenstander en hij heeft ook kinderen [Johannes 8:44] evenals God een geest is en kinderen heeft. Satan is een geest en hij heeft kinderen. Het woord kinderen wordt gebruikt in de betekenis van de karakteristieken vertonen van. En even zeker als onze kinderen de kenmerken vertonen van hun vader en moeder, zo wordt in de bijbel het woord kinderen gebruikt voor iemand die de kenmerken van iets vertoont.

We hebben op die manier "kinderen van Belial"; dat betekent dat deze mensen de kenmerken van Belial vertonen. Zo heeft Satan ook kinderen en wij waren zijn kinderen, daar Efeziërs 2:1-3 heel duidelijk laat zien dat we werkten onder invloed van die geest. Hij hield ons gevangen, maar we ontsnapten uit die gevangenschap door het werk van Jezus Christus.

Deze mensen, de kinderen van Satan, zijn verreweg in de meerderheid. We gaan in deze preek zien dat twee van de kenmerken die de kinderen van Satan vertonen duidelijk aanwezig zijn in zijn kerken. De mensen aan wie Paulus in de brief aan de Efeziërs schreef, waren zowel letterlijk als geestelijk heidenen geweest. Er zijn echter vele letterlijke Israëlieten die tegelijkertijd geestelijke heidenen zijn. Evenals de letterlijke heidenen tonen zij de kenmerken van hun geestelijke vader Satan, zelfs al noemen ze zich christenen.

Ik bracht dit punt ter sprake, omdat wij in een deel van het land Israël wonen waar het wereldlijke christendom vrij sterk is en we moeten erg voorzichtig zijn, omdat de geest van de wereld continu blijft proberen ons terug te trekken en ons zover probeert te krijgen dat we welbewust kiezen om terug te gaan naar de gevangenschap waaraan we door het werk van Jezus Christus ontsnapten. Het belangrijkste element van deze verzen is dat zij voor hun bekering zonder Christus waren. Ze waren vreemdelingen voor Israël en in dit geval ook voor het Israël van God en de verbonden, en de wereld verkeert nog steeds in die toestand. Degenen van u die al een poosje langer in de kerk zijn, herinneren zich wellicht hoe de heer Armstrong van tijd tot tijd placht te benadrukken dat de valse kerk zich de naam van Jezus Christus toeëigende. Ze lijfden Hem in in de religie van de tegenstander als hun "held", ze eigenden zich Hem en het concept van genade toe ... en daarna verwierpen ze de wet van God.

Ga in gedachten nog eens terug naar 1 Johannes 2:15-17 en luister dan naar dit commentaar uit The Hastings Dictionary of the Bible over de manier waarop het woord wereld in deze verzen is gebruikt. Het is min of meer een openbaring. Het is geen lang commentaar, maar het maakt het heel duidelijk, omdat in de context van deze verzen wereld zeer duistere en dreigende schaduwen met zich meebrengt, omdat we er in de krachtigste bewoordingen voor worden gewaarschuwd. Niet alleen gingen die mensen terug naar de wereld, maar dit werd natuurlijk ook geschreven voor die mensen in de toekomst die verzocht zouden worden terug te gaan, en daarom zijn de bewoordingen erg sterk.

1 Johannes 2:15-17 aangehaald uit The Hastings Dictionary of the Bible, pagina 978:

Hier is de wereld niet eenvoudig de wereldse geest, maar de grote massa der mensheid in dodelijke vijandigheid jegens Christus en Zijn onderwijs. Als contrast worden Zijn discipelen genoemd, Zijn eigen kinderen, die in de wereld waren, geroepen uit de wereld, maar er niet langer deel van uitmaken en daarom werden gehaat, zoals Hij werd gehaat.

Nu zien we in hetzelfde boek, maar dan in hoofdstuk 5, vers 19, "waarom" die haat er is.

1 Johannes 5:19 Wij weten, dat wij uit God zijn en de gehele wereld in het boze ligt.

"De gehele wereld" wordt volgens Paulus in Efeziërs 2 gemotiveerd door, aangespoord door, en is de gevangene van, dat geestelijke wezen — de tegenstander die Jezus Christus haat met een intensiteit waarvan we ons geen enkele voorstelling kunnen maken. Omdat hij Hem haat en omdat wij deel uitmaken van Zijn lichaam, haat hij ons. Maar hij tracht zichzelf aan ons te verkopen, zichzelf en zijn weg, alsof die werkelijk aantrekkelijk is en betoverend en heilzaam en goed en voldoening gevend en de moeite waard.

Al in Genesis 3, vanaf het allereerste begin zien we tegenstand tegen God. Door Satans verkeerde aanwijzingen op te volgen ontdekten Adam en Eva dat ze tegenover God kwamen te staan, en ze probeerden zich voor Hem te verbergen. Er was echter een kritieke keuze gemaakt en volgens Romeinen 5 is dezelfde keuze gemaakt door ieder van ons door zich te voegen bij de tegenstanders van God in plaats van zich aan Hem te onderwerpen.

Nu naar Titus 1:14. Ik wil deze gedachte bekijken alvorens naar Genesis 3 te gaan. Paulus' instructie aan Titus luidde:

Titus 1:14a en niet het oor lenen aan Joodse verdichtsels en geboden van mensen, ...

Let op die laatste bewoordingen

Titus 1:14b-15a ..., die zich van de waarheid afkeren. 15 Alles is rein voor de reinen, maar voor hen, die besmet en onbetrouwbaar zijn, ...

Neem daar goede notitie van!

Titus 1:15b-16a ..., is niets rein. Maar bij hen zijn zowel het denken als het geweten besmet. 16 Zij belijden wel, dat zij God kennen, ...

Een heel belangrijke uitspraak. Deze mensen die beweren God te kennen, geloven desondanks niet en zij hebben zich van de waarheid afgekeerd. Volgens Paulus openbaren zij zich door:

Titus 1:16b ..., maar met hun werken verloochenen zij Hem, daar zij verfoeilijk en ongehoorzaam zijn en niet deugen voor enig goed werk.

Dat is nogal een veroordeling. Nu gaan we bekijken wat er in Genesis 3 staat beschreven. Wat deed Satan daar in vredesnaam? Satan moedigde ongeloof in God aan en dit ligt ten grondslag aan het verschil tussen ons en hen. Paulus karakteriseert hen als zich afkerend van de waarheid.

Kan iemand een christen zijn zonder te geloven? Kan iemand een christen zijn en zelf uitkiezen wat hij wel en wat hij niet gelooft? Satan heeft de gehele wereld misleid en hij misleidt door op subtiele wijze ongeloof in Gods woord te bewerkstelligen. Het is zo eenvoudig. Daar vinden we het. Al in het begin van de bijbel en ik weet dat velen van ons misschien wel iedere keer hebben gekreund als Herbert Armstrong terugging naar Genesis 3. Hij ging echter terug naar dit heel eenvoudige begin om ons een principe te doen begrijpen dat de basis kan worden voor een groot begrip en een diep inzicht. Laten we het nu opslaan, omdat God duidelijk laat zien wat Zijn mensen onderscheidt van de wereld. Wat Adam en Eva deden, legde de basis voor de wereld. De wereld die we nu zien met al zijn culturen, al zijn politieke, onderwijskundige, economische en religieuze systemen, groeide of werd gebouwd volgens hetzelfde algemene patroon van ongeloof in wat God zei. Hetzelfde algemene patroon van goed en kwaad. Iets van God en iets van Satan. Laten we nu het patroon gaan volgen.

Genesis 3:1 De slang nu was het listigste van alle dieren des velds, die de HERE God gemaakt had; en zij zeide tot de vrouw: God heeft zeker wel gezegd: Gij zult niet eten van enige boom in de hof?

Ziet u wat hij doet? Op subtiele wijze stuurt hij haar om te gaan twijfelen aan de eenvoudige waarheid die God vertelde.

Genesis 3:2-4 Toen zeide de vrouw tot de slang: Van de vrucht van het geboomte in de hof mogen wij eten, 3 maar van de vrucht van de boom, die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: Gij zult daarvan niet eten noch die aanraken; anders zult gij sterven. 4 De slang echter zeide tot de vrouw: Gij zult geenszins sterven,

Hier staat een keiharde leugen. Eerst wekt hij twijfel op en daarna spreekt hij een duidelijke leugen uit. In ieder geval is dit aan ons duidelijk.

Genesis 3:5 maar God weet, dat ten dage, dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden, en gij als God zult zijn, kennende goed en kwaad.

Deels waar, deels onjuist. Zo zien we hier zich een patroon ontwikkelen. God gaf duidelijke instructies, eenvoudige instructies aan Adam en Eva. Satan verscheen op het toneel en hij misleidde hen ertoe Gods eenvoudige, duidelijke aanwijzingen niet te geloven en er niet op te vertrouwen.

Genesis 3:6 En de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en hij at.

Ongehoorzaamheid was het directe resultaat.

Genesis 3:7a Toen werden hun beider ogen geopend, en zij bemerkten, dat zij naakt waren; ...

Het plaatje wordt totaal anders.

Genesis 3:7b ...; zij hechtten vijgebladeren aaneen en maakten zich schorten.

Dit is min of meer interessant, want onmiddellijk na de zonde en nadat ze gaan beseffen wat ze hebben gedaan, gaan ze tot actie over. Ze gaan dingen aanpassen. Dit wordt geïllustreerd in het maken van kleding voor henzelf. Bedenk dat later in de bijbel de kwaliteit van kleding wordt gebruikt als symbool van de kwaliteit van gerechtigheid en hun overgaan tot actie laat u en mij zien dat het gaan in de richting die zij gingen, bestaat uit het scheppen van eigen standaards van gerechtigheid. En om de zaak nog erger te maken, verborgen ze zich voor God toen ze merkten dat Hij in de buurt was.

Genesis 3:8 Toen zij het geluid van de HERE God hoorden, die in de hof wandelde in de avondkoelte, verborgen de mens en zijn vrouw zich voor de HERE God tussen het geboomte in de hof.

Bedenk dat Jezus later zei ... [en ook hier in Genesis 3 was dit Jezus!] ... "Ik ben de waarheid". Zij verborgen zich dus voor de waarheid en ondertussen bleven ze doorgaan met het handelen volgens hun eigen weg. Hier zien we de hoofdkenmerken van de wereld op moreel, geestelijk en ethisch gebied.

Nu naar Johannes 8:41.

Johannes 8:41 Gij doet de werken van uw vader. Zij zeiden tot Hem: Wij zijn niet uit hoererij geboren, wij hebben één Vader, God.

Ze beweerden Hem te kennen. Maar Jezus zei hun dat ze de daden van hun vader deden. We weten wat vers 44 zegt, dus laten we direct doorgaan naar vers 54.

Johannes 8:54-55 Jezus antwoordde: Als Ik Mijzelf eer, betekent mijn eer niets; mijn Vader is het, die Mij eert, van wie gij zegt: Hij is onze God, 55 en gij kent Hem niet, maar Ik ken Hem. En indien Ik zeide: Ik ken Hem niet, dan zou Ik u gelijk zijn, een leugenaar; doch Ik ken Hem en zijn woord bewaar Ik.

Dat onderscheidde Jezus van hen. Hij toonde de kenmerken van God werkelijk, en Hij deed dit door te leven naar Zijn woord. Hij keerde Zich niet af van de waarheid. Hij verborg Zichzelf niet. Hij was recht door zee. Zij deden alles wat Adam en Eva in de hof deden en desondanks beweerden ze tegen de wereld dat zij zonen van God waren. We zien dus duidelijk waar Paulus dat onderwijs in Titus 1 vandaan had. Ze beweerden Hem te kennen (hij spreekt in deze context ook over joden), ... maar in werken ontkennen ze Hem, en waren dus verwerpelijk.

Ziet u dat het verschil tussen de wereld en de kerk heel duidelijk begint te worden? Het lichaam van Christus zal doen wat Christus deed. Ze zullen het woord, de waarheid van de Vader volgen. Dus het gedrag van de mens laat zien of ze wel of niet echt christen zijn, ondanks wat ze met de mond beweren. Als je weet waarop je moet letten, dan is het nogal eenvoudig om te zeggen of die kerken wel of niet christelijk zijn.

Er zijn twee karakteristieken van dit hoofdprincipe. Het hoofdprincipe dat ik noemde is erg algemeen: Ze geloven eenvoudigweg God niet. Ik weet niet hoe ik dit nog duidelijker moet maken. Ze geloven Hem eenvoudigweg niet. Vanaf dit punt gaan we die twee karakteristieken, die twee toepassingen, nader bekijken. De eerste hebben we al een beetje bekeken. Dat is: In werken zullen ze Hem ontkennen. Omdat ze Hem niet geloven, zullen ze ongehoorzaam zijn. De tweede zien we beschreven in Genesis 11. Voordat we zelfs de eerste elf hoofdstukken van de bijbel door zijn, de hoofdstukken waarin God het fundament legt, vinden we de tweede karakteristiek al die uit dat eerste hoofdprincipe voortkomt, en dat hoofdprincipe is dat ze eenvoudigweg niet geloven.

Genesis 11:1-4 De gehele aarde nu was één van taal en één van spraak. 2 Toen zij oostwaarts trokken, vonden zij een vlakte in het land Sinear, waar zij zich vestigden. 3 En zij zeiden tot elkander: Welaan, laten wij tichelen maken en die goed bakken. En de tichel diende hun tot steen en het asfalt diende hun tot leem. 4 Ook zeiden zij: Welaan, laten wij ons een stad bouwen met een toren, waarvan de top tot de hemel reikt, en laten wij ons een naam maken, opdat wij niet over de gehele aarde verstrooid worden.

Genesis 11:9 Daarom noemt men haar Babel, omdat de HERE daar de taal der gehele aarde verward heeft en de HERE hen vandaar over de gehele aarde verstrooid heeft.

Hier is in een mikrokosmos te zien hoe de wereld, zoals deze door de mens in oppositie tegen God tot stand was gebracht, werd zoals ze is. Dit hoofdstuk is tussengevoegd opdat we duidelijk zullen begrijpen dat de wereld in verwarring is. Ze is niet alleen ongehoorzaam, maar om daar nog rampspoed aan toe te voegen, is ze ook nog in verwarring. Als ongeloof op het toneel verschijnt, zijn ongehoorzaamheid en verwarring de vrucht daarvan. De wereld gelooft God niet, daarom is ze in verwarring. Hier volgen twee kenmerken waaraan we de vragen gesteld aan het begin van deze preek gaan toetsen. Laten we even in 't kort die twee principes toepassen op de kerken die beweren christelijk te zijn, maar waarvan wij begrijpen dat ze van de wereld zijn: 1) Gehoorzamen ze God? en 2) Zijn ze in verwarring? Hier moet ik weer wat grondwerk verzetten. Laten we Johannes nog eens opslaan. Ik ga enkele welbekende verzen lezen, maar ze zijn belangrijk om deze principes te zien.

Johannes 14:15 Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren.

We gaan nu echt zien of deze mensen Christus waarlijk liefhebben? "Als u Mij liefhebt, zult gij Mijn geboden bewaren [houden]!" Dit is de manier waarop Hij wil dat onze liefde voor Hem tot uiting komt. Bedenk goed dat de wereld in haar werken Hem ontkent. Ze zijn ongehoorzaam. Als ze Christus werkelijk zouden liefhebben, zouden ze de geboden onderhouden. Laten we teruggaan naar 1 Johannes 2.

1 Johannes 2:3-4 En hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen: indien wij zijn geboden bewaren. 4 Wie zegt: Ik ken Hem, en zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet;

Denk nu eens terug aan Johannes 8 en het gesprek dat plaats vond tussen Christus en deze joden. Christus bleef hier maar op terugkomen. Hij noemde deze mensen "kinderen van Satan", dat "hij [Satan] een leugenaar was van den beginne" en "de vader der leugenaars" en "de vader van moordenaars". En zij vertoonden zijn kenmerken. Toen Hij hen vroeg: "Waarom probeert u Mij te doden?", ontkenden ze dat ze probeerden Hem te doden. Maar voordat het gesprek voorbij was, pakten ze stenen op om Hem te doden.

1 Johannes 2:4-6 Wie zegt: Ik ken Hem, en zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet; 5 maar wie zijn woord bewaart, in die is waarlijk de liefde Gods volmaakt. Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem zijn. 6 Wie zegt, dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf zó te wandelen, als Hij gewandeld heeft.

In Johannes 8:55 zegt Christus, dat Hij de woorden van Zijn Vader bewaart (onderhoudt).

1 Johannes 5:3 Want dit is de liefde Gods, dat wij zijn geboden bewaren. En zijn geboden zijn niet zwaar,

Dit zijn fundamentele verzen, maar ze leggen het fundament om te laten zien hoever deze mensen tekort schieten in hun levensstijl ten opzichte van wat ze zeggen te zijn. Laten we hier ook nog Johannes 7:17 aan toe voegen, waar we een principe vinden dat we allemaal wel kennen, dat ons denken in de juiste richting stuurt.

Johannes 7:17 indien iemand diens wil doen wil, zal hij van deze leer weten, of zij van God komt, dan of Ik uit Mijzelf spreek.

Dat maakt de dingen duidelijk. Dat verwijdert de verwarring. Als iemand de wil van God doet, wordt de verwarring verdreven, omdat gehoorzaamheid begrip bevordert. Ongehoorzaamheid bevordert verwarring.

Het doet er niet toe welk gebod we kiezen om de christelijke onderwerping van de wereld aan God te onderzoeken, maar we zullen zien dat ze tekort schieten en in veel gevallen schieten ze ontstellend tekort.

In Romeinen 8 vinden we nog een andere gedachte.

Romeinen 8:5a Want zij, die naar het vlees zijn, hebben de gezindheid van het vlees, ...

Zij die in de wereld zijn, geven om de dingen van de wereld.

Romeinen 8:5b ..., en zij, die naar de Geest zijn, hebben de gezindheid [geven om de dingen] van de Geest.

Dus weer zij en wij.

Romeinen 8:6 Want de gezindheid van het vlees is de dood, maar de gezindheid van de Geest is leven en vrede.

Zij en wij. Twee wegen die duidelijk apart lopen. Het woord gezindheid betekent de zijde kiezen van. De praktische toepassing van wat we hier in Romeinen 8:5-6 zien, is dat het gedrag van iemand laat zien hoe hij in elkaar zit, dat betekent dat zijn gedrag zal laten zien wiens zijde hij kiest, dit zal of de een of de ander zijn. Het zal of God zijn of de wereld. Waaraan iemand zich ook maar wil onderwerpen, het zal geopenbaard worden door wie hij tracht te behagen. Jezus voegde hier in Mattheüs 6:24 nog aan toe dat niemand twee heren kan dienen. Dat is een algemeen principe en het resultaat van dat principe kan nooit voor altijd verborgen blijven. Het zal openbaar worden. Ons gedrag zal laten zien welke meester we dienen.

We gaan deze principes nu als oefening toepassen op het zesde gebod. God heeft een simpel en duidelijk gebod gegeven: "Gij zult niet doden." Voor de purist zullen we er "Gij zult niet moorden" van maken. Zijn de kerken van de wereld betrokken bij de oorlogen van hun vaderland? Wat is oorlog? Oorlog is moord op massale schaal. Het is moord die door iemand anders wordt bevolen, zogenaamd in het nationaal belang. We vinden het misschien niet leuk om te horen, maar iemand die ten oorlog trekt wordt een professionele "huurmoordenaar". Ze worden deelnemer aan het feit. Ze ondersteunen het, ze staan er achter.

Maakt het enig verschil of we het gebod overtreden omdat iemand anders ons beveelt het in het nationaal belang te doen en we daar gehoor aan geven? Staat er niet in Handelingen 5:29 dat we God moeten gehoorzamen en niet de mensen? Ziet u, de instructie is duidelijk. God zegt tot hen die Hem liefhebben: Gij zult niet moorden, en u moet Mij gehoorzamen en niet de een of andere mens. Wat een mens doet zal in dit opzicht heel duidelijk laten zien hoe hij hierover denkt. Gaat hij in dit opzicht mee met de wereld? Of weerstaat hij de druk om iemand anders te gehoorzamen en gehoorzaamt hij liever God dan de mens?

Heeft niet ieder leger dat ten strijde trekt de beschikking over kapelaans en dominees die voor de strijd met de soldaten bidden? Doet de andere kant, de vijand, niet hetzelfde? Noemen we dat geen verwarring die nog bovenop de moord komt? In de tweede wereldoorlog hadden we Duitse katholieken en Duitse lutheranen, waarvan de priesters en predikanten met hen baden voordat ze de strijd in gingen tegen Amerikaanse lutheranen en Amerikaanse katholieken en Engelse katholieken en Engelse lutheranen en Franse katholieken en Canadese katholieken. Is dat niet alleen moord, maar ook nog verwarring, waar de ene broeder wordt geacht de andere broeder te doden? Ik bedoel geestelijke broeders. Gemeente, onderhouden ze het zesde gebod? Dat is duidelijk niet alleen ongehoorzaamheid, maar volstrekte verwarring. Maar de keuze die iemand maakt, wordt daarin duidelijk zichtbaar en de mensen die zo handelen zijn vleselijk. Ze geven om de dingen van het vlees. Zo zien we dat de mens Gods duidelijke gebod overtreedt, en laat dat niet duidelijk zien wat zij geloven en aan wie ze menen loyaal te moeten zijn?

Laten we nu Johannes 18 opslaan. Bedenk, gemeente, de mensen die in de Worldwide Church of God broederlijk met u omgingen gaan hierheen terug — deze verwarring en deze oriëntatie op de wereld die gebaseerd is op ongehoorzaamheid aan Gods geboden. Een beetje goed hier en veel kwaad daar.

Johannes 18:35-37 Pilatus antwoordde: Ben ik soms een Jood? Uw volk en de overpriesters hebben U aan mij overgeleverd; wat hebt Gij gedaan? 36 Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; nu echter is mijn Koninkrijk niet van hier. 37 Pilatus dan zeide tot Hem: Zijt Gij dus toch een koning? Jezus antwoordde: Gij zegt, dat Ik koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik voor de waarheid zou getuigen; een ieder, die uit de waarheid is, hoort naar mijn stem.

Christus stelde in deze verzen duidelijk twee zaken aan de orde die Hem onderscheidden ten opzichte van waar zij het over hadden. (1) Hij zei dat Hij niet werkelijk tot de Joodse natie behoorde en verder dat Hij zelfs niet tot deze wereld behoorde. (2) Hij zei dat indien Zijn Koninkrijk van deze wereld zou zijn, Zijn dienaren voor Hem zouden hebben gevochten. De duidelijke bedoeling is dat, omdat ze niet van deze wereld zijn, ze niet ten oorlog trekken, omdat Zijn Koninkrijk niet nu hier is.

Hier hebben we dus weer een duidelijk voorbeeld van ons en hen. De basis hiervan is dat de loyaliteit van de christen elders ligt. Een christen kiest voor de geest. De belijdende christen kiest voor de wereld, bewerende dat hij God kent, dat hij God vereert, maar hij ontkent Hem in zijn daden. God gaf ons een duidelijk gebod en dan maakt Hij het nog duidelijker door deze voorbeelden.

Ergens anders, in Filippenzen 3, zegt Paulus dat ons burgerschap in de hemelen ligt, en iedereen die met de bijbel bekend is, zou de wettelijke consequenties daarvan moeten kunnen begrijpen. Niet alleen dat, we begrijpen ook dat het Koninkrijk reeds in embryo aanwezig is. Het is nog niet volledig opgericht als deel van de aardse systemen. De bedoeling hiervan is dus dat als het volledig is opgericht, dat we dan — als het wordt uitgedaagd — ervoor ten strijde zullen trekken, omdat onze loyaliteit, onze oriëntatie op de wereld waarvoor de ware christen kiest, altijd die van Gods Koninkrijk zal zijn. We zullen altijd kiezen voor de dingen van de geest.

Psalm 111 is een parallel aan Johannes 7:17. Vers 10 luidt:

Psalm 111:10b ..., een goed inzicht hebben allen die ze [de KJV zegt: Zijn geboden] betrachten.

Waarom begrijpen de mensen in de kerken iets wat voor ons zo eenvoudig is, niet? Het antwoord daarop is dat ze niet zijn geroepen, ook onderhouden ze de geboden niet, in de eerste plaats omdat ze God niet vrezen en omdat Hij niet werkelijk deel uitmaakt van hun leven van alledag. Ze gaan op zondag naar de kerk. Ze praten over God, maar ze kennen Hem niet werkelijk zoals u en ik. Bedenk wat Jacobus zei in hoofdstuk 2 over het verschil tussen een belijdend geloof en een geloof dat op God vertrouwt. Een geloof dat op God vertrouwt zal werken doen. Dat zij een "belijdend geloof" hebben staat buiten kijf, maar zij "vertrouwen" niet, omdat "vertrouwen" tot uiting zou komen in gebieden van geestelijke gehoorzaamheid, geestelijk begrip en geestelijke wijsheid, ... en dat ontbreekt.

Laten we nog enkele verzen uit Johannes 14 lezen:

Johannes 14:16-18 En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, 17 de Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet; maar gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn. 18 Ik zal u niet als wezen achterlaten. Ik kom tot u.

De wereld heeft die geest niet.

Romeinen 8:14 Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods.

God geeft Zijn geest aan hen die Hij roept en tot bekering leidt; zij worden Zijn kinderen. Zij worden deelgenoot van de goddelijke natuur. Zij worden in de waarheid geleid met het oog op geestelijke gehoorzaamheid — goede werken en voorbereiding op Zijn Koninkrijk en ze beginnen Zijn kenmerken te vertonen. De christenen van de kerken van de wereld doen dit niet in relatie tot God. Zij doen hiervan een beetje in relatie tot deze wereld en daarom geven zij zich over aan de zaken van deze wereld, of dat nu de samenleving is, of oorlogen, of liefdadigheid. Zij voelen een affiniteit met deze wereld die u en ik niet voelen, maar ze hebben geen overeenkomstige affiniteit met het Koninkrijk van God. Dat is omdat ze Gods geest missen; die verbindt ons aan God. De werken van de christenen uit deze wereld zijn ten behoeve van deze wereld, ze proberen dus de wereld een betere plaats te maken om te leven. Iets in die geest.

Het is interessant dat ik bij de voorbereiding van deze preek in protestantse commentaren tegenkwam, dat ze dit inzien. Intellectueel zien ze het. Ze zien dat er niets in de bijbel staat dat de christen opdraagt de wereld te veranderen, dat hij eraan moet werken de wereld een betere plaats te maken om in te leven. Er staat daarover niets in de bijbel. Alle nadruk in de bijbel ligt op verander jezelf! Ik denk dat u het principe begrijpt. Als je jezelf verandert en als iedereen zichzelf verandert, verandert de wereld. Maar dat is momenteel niet Gods doel. Op dit moment wordt dit uitgevoerd in het leven van hen die deel uitmaken van de kerk. Zo kan de wereld beweren christen te zijn, maar haar affiniteit, dat waar ze naar overhellen, de kant die ze kiezen, is onveranderlijk de kant van de wereld.

"Goede werken" is voor hen getuigenis geven, of spreken over God, opdat ze anderen tot bekering zouden brengen en daarmee de samenleving veranderen. Maar veranderen en overwinnen hebben geen hoge prioriteit, omdat ze dat beschouwen als werken voor behoud. Ze zijn verward. Onze prioriteiten voor God liggen totaal anders. Voor ons hebben "goede werken" voornamelijk van doen met onszelf veranderen, ons overgeven aan God, opdat we naar het beeld van God kunnen veranderen. Dit houdt dingen in als gebed, bijbelstudie en bekering — dingen die deze wereld persoonlijke of privé-toewijding noemt. Maar ze worden altijd gedaan met in het achterhoofd een praktische toepassing te vinden, zodat we in een of ander gebied van ons leven kunnen veranderen om in harmonie met God te komen, of dat nu is binnen het huwelijk, de kinderopvoeding, het werk of andere persoonlijke relaties. Het wordt gedaan opdat we God mogen verheerlijken door ons voorbeeld, door de manier waarop we de dingen aanpakken, door de houding waarin het wordt gedaan, zodat we voorbereid mogen worden op het Koninkrijk van God. En dan, als er nog tijd over is, zouden we iets voor de samenleving kunnen doen. Maar dat is niet onze eerste prioriteit.

Nu naar Exodus 31. We zien daar een toepassing en een ander gebod. Dit is allemaal zo duidelijk.

Exodus 31:16-17 De Israëlieten zullen de sabbat onderhouden, door de sabbat te vieren, zij en hun nageslacht, als een altoosdurend verbond. 17 Tussen Mij en de Israëlieten is deze een teken voor altoos, want in zes dagen heeft de HERE de hemel en de aarde gemaakt, en op de zevende dag heeft Hij gerust en adem geschept.

De sabbat is een eeuwigdurend teken van identificatie. Het is iets dat iedereen die vertrouwd is met uw levensstijl kan zien in uw leven. God deed dat opzettelijk. Ik bedoel Hij maakte de sabbat het teken zodat iedereen dat kan zien. Iedereen die met u vertrouwd is, kan zien dat u de sabbat houdt.

Laten we dat eens op de wereld toepassen. De wereld schijnt iedere dag behalve de dag die God instelde, te onderhouden. God maakte een periode van tijd die voortdurend weer terugkomt, heilig opdat iedereen die vertrouwd is met Zijn kinderen, hen die Zijn kenmerken vertonen, hun voorbeeld zou kunnen opmerken zonder dat er ook maar een woord werd gesproken. Het sabbatsgebod heeft indirect ook betrekking op de Heilige Dagen en indien we God respecteren, vrezen en liefhebben, zullen we geloven wat God zegt en ons eraan onderwerpen.

Wat doet de wereld ten opzichte van dit gebod? De kerken van de wereld argumenteren erover dat je het niet behoeft te houden en besluiten dan ook dat niet te doen. Ze spreken er denigrerend over als iets wat geen waarde heeft, behalve dan ceremoniële waarde, iets dat gemakkelijk vervangen kan worden. Ze passen het gebod toe dat je slechts één dag op de zeven dagen moet onderhouden en dan houden ze die dag ook nog niet echt. Kan er iets duidelijker zijn — het verschil tussen hen en ons? Maar ze belijden christenen te zijn, evenals de joden deden. Zij beleden dat hun geestelijke vader God was en Jezus noemde hen leugenaars. De wereld doet dit ondanks het duidelijke getuigenis dat God in Zijn woord achterliet, dat Jezus, in Zijn eigen woorden, zei dat Hij niet kwam om de wet te vernietigen, dat Hij duidelijk deze Zelf onderhield en de apostelen die Hij drieënhalf jaar onderwees bleven deze onderhouden als een voorbeeld voor de kerk. Er is in de gehele bijbel geen enkel gebod dat een einde maakt aan dit gebod, noch aan enig ander gebod der tien geboden.

In 1 Corinthiërs 2 wordt duidelijk gesteld waarom er verschil is tussen ons en hen.

1 Corinthiërs 2:7 maar wat wij spreken, als een geheimenis, is de verborgen wijsheid Gods, die God (reeds) van eeuwigheid voorbeschikt heeft tot onze heerlijkheid.

Let op dat er staat "verborgen wijsheid".

1 Corinthiërs 2:8-15 En geen van de beheersers dezer eeuw heeft van haar geweten, want indien zij van haar geweten hadden, zouden zij de Here der heerlijkheid niet gekruisigd hebben. 9 Maar, gelijk geschreven staat: Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben. 10 Want óns heeft God het geopenbaard door de Geest. Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods. 11 Wie toch onder de mensen weet, wat in een mens is, dan des mensen eigen geest, die in hem is? Zo weet ook niemand, wat in God is, dan de Geest Gods. 12 Wij nu hebben niet de geest der wereld ontvangen, maar de Geest uit God, opdat wij zouden weten, wat ons door God in genade geschonken is. 13 Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die niet door menselijke wijsheid, maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij het geestelijke met het geestelijke vergelijken. 14 Doch een ongeestelijk mens aanvaardt niet hetgeen van de Geest Gods is, want het is hem dwaasheid en hij kan het niet verstaan, omdat het slechts geestelijk te beoordelen is. 15 Maar de geestelijke mens beoordeelt alle dingen, zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld.

Gemeente, ze begrijpen het gewoon niet. Daar ligt het probleem. God heeft ons in staat gesteld te begrijpen. Dat maakt ons in geen enkel opzicht tot betere mensen, het legt alleen maar meer verantwoordelijkheid op onze schouders wegens het voordeel dat Hij ons heeft gegeven. Het is als het kunnen volgen van een universitaire opleiding of een opleiding op HBO-niveau, ook dat maakt iemand op geen enkele manier een beter mens, maar het plaatst iemand wel in een gunstiger positie om de samenleving te dienen en dat legt dus meer verantwoordelijkheid bij hem. De grote meerderheid ziet zo'n opleiding echter alleen maar als een mogelijkheid om meer geld voor zichzelf te verdienen.

Aan ons zijn de hoofdbestanddelen van de geheimenissen Gods geopenbaard, opdat wij kunnen opmerken en ons in gehoorzaamheid en dienstvaardigheid onderwerpen aan God, waardoor we een getuigenis geven en ons tegelijkertijd voorbereiden op Zijn Koninkrijk. Omdat zij niet zijn gezegend met deze openbaring blijft voor hen het mysterie een mysterie en zijn ze geestelijk in verwarring. Ze begrijpen de dingen van de mens, dat betekent dat de mens een diepgaande kennis heeft van wereldlijke dingen, maar niet de eenvoudige waarheden van God die wij als vanzelfsprekend beschouwen, en zo blijven ze in verwarring.

Op die manier wordt hun wereldgerichtheid aan u en mij geopenbaard. Ze zijn verward en tegelijkertijd verblind. Zondag, Kerstmis en Pasen zijn volgens hen even goed om God te dienen als de sabbat, Ongezuurde Broden of het Loofhuttenfeest. Voor hen is naar de hemel gaan volkomen logisch en ook het naar de hemel weggenomen worden vlak voor de Verdrukking, of het na de dood altijd branden in de hel of het verblijven in een vagevuur. Gods geest komt naar ons vanuit een andere wereld, van buiten deze wereld en hij draagt kennis van God over, van schepping, van verlossing, van zonde, van schuld, van vergeving, van opnieuw geboren worden, van opstanding, ... zij kunnen daar wel over praten, maar ze kunnen de puzzel niet goed in elkaar leggen zodat het echte plaatje tot stand komt.

Gemeente, ze hebben er geen idee van dat God Zichzelf aan het voortplanten is. Ze weten niet waarheen de schepping op weg is. Als je niet weet waar je heen gaat, loop je het risico ergens anders uit te komen. Zij begrijpen het allemaal niet. Dat is de kern van de zaak. Zoals Helmut zei: "Gods voortplantingsevangelie". Dat is het.

We worden gered van wat we zijn door het proces dat de bijbel behoud noemt, en dus zijn zij in verwarring over het waarom van doctrines, het doel van werken, alleen maar ziende dat je er niet door behouden kunt worden; daarom leggen ze in hun verwarring een uitzonderlijk grote nadruk op genade en wat zij geloof in Jezus noemen. Dit zijn inderdaad hoofdbestanddelen van behoud, maar hun minderwaardig doen over werken ontneemt hun de kans op groeimogelijkheden, het naar het beeld van God gevormd worden, het geeft hun een totaal ongebalanceerd beeld van behoud. Zodoende is er geen vrede. Er is alleen maar verwarring. Ze zien niet hoe de doctrines bij elkaar behoren. Wat heeft dit in het protestantisme voortgebracht? Honderden verschillende denominaties. Ze blijven zich maar verdelen door hun verwarring in combinatie met de menselijke natuur. In werkelijkheid is het verwarring op verwarring. Verdeeldheid is de vrucht van verwarring.

Wat gebeurde er bij de toren van Babel toen ze elkaar niet langer konden verstaan? Ze raakten verdeeld en verstrooid. Toen dat groepje mensen na de dood van de heer Armstrong de leiding overnam, werd er verwarring de kerk binnengebracht in de vorm van valse doctrines. U ziet, we konden niet langer begrijpen. We raakten verdeeld. Het veroorzaakte hetzelfde als in Babel. De vrede verdween. We konden niet langer samengaan en we raakten verdeeld en we raken nog steeds verder verdeeld omdat de verwarring nog niet geheel uit de geest van de mensen is verdreven.

Voor vandaag stop ik er maar mee. De preek is nog niet voltooid en zo God wil komen we er de volgende keer dat ik spreek, op terug.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)