Onze ontzagwekkende bestemming

Door John W. Ritenbaugh
18 oktober 2005

Samenvatting: (toon)

John Ritenbaugh merkt op dat we zonder onze speciale roeping en de gave van Gods Heilige Geest ongeveer net zo dom zouden zijn aangaande het doel van het leven als Salomo dat in het boek Prediker was. Begrip is totaal verschillend van kennis. Sommige mensen met overvloedige kennis zijn ongelooflijk dom als het om het plan van God gaat. Zonder Gods Geest kunnen we in het geheel niet wijs worden uit de bijbel. Het mysterie van Gods plan, die speciale geheime code, kan alleen maar onderscheiden worden door een bijzondere openbaring waarbij we door Gods Heilige Geest worden geleid. De verkiezing kwam van God (Hij verkoos vaak de zwakken en eenvoudigen van de wereld); wij kozen er niet voor. God trekt volledig aan de touwtjes; ons leven moet volledig ondergeschikt zijn aan Zijn wil, totaal toegewijd aan de voorbereiding van de volgende fase van Gods doel met ons leven. Het Millennium zal slechts een bliepje zijn binnen het gehele tijdsschema dat ons als onsterfelijke wezens en de nakomelingen van de onsterfelijke God voortstuwt naar de uitgestrekte oneindigheid en overvloed van het universum – allemaal uiteindelijk onderworpen aan Gods gezin. De mens is ontworpen om een bouwer te worden en niet een vernietiger zoals Satan. Het gezin zal het basisbouwblok zijn van het nieuwe bestuur. Begrip van de Schriften zal alleen actief worden als we deze geloven, eraan toegewijd zijn en door Gods Heilige Geest geleid worden in het volgen van het patroon van onze oudste Broer Jezus Christus.


Elk jaar als ik het sprekersschema en het schema voor de zangleiders opstuur naar hen die op het Loofhuttenfeest voor deze taken zijn opgesteld, sluit ik bij dat schema een memo in, waarin ik een suggestie doe voor mogelijke onderwerpen waarover ze zouden kunnen spreken. Elk onderwerp, elke preek en korte preek hoeft zich niet te richten op het Millennium. Ik suggereer hun dat ze misschien wel zouden willen spreken over een onderwerp dat op dit specifieke feest in die specifieke locatie van toepassing is.

Ik suggereer ook dat ze het misschien wel zouden willen hebben over onze pelgrimsreis sinds onze bekering, omdat het Loofhuttenfeest ook een pelgrimstocht uitbeeldt. Misschien zouden ze het willen hebben over Gods overvloedige voorzienigheid. In de oudtestamentische opzet is dat de hoofdreden dat het Feest werd gehouden. Het was een erkenning dat God voortdurend voorziet. Een ander aspect is de vreze des Heren wegens wat er in Deuteronomium over dit onderwerp wordt gezegd.

Eén van de dingen die ik onveranderlijk suggereer is dat al richt het Loofhuttenfeest zich op het Millennium, ze niet moeten vergeten dat onze bestemming niet het Millennium is, maar het Koninkrijk van God. In één opzicht is het Millennium in termen van onze bestemming slechts een korte echo — een kort moment in tijd in vergelijking met de bijna ondoorgrondelijke, eeuwigdurende toekomst. Materiaal dat samenhangt met onze bestemming is dus ook geschikt voor deze tijd.

Al heb ik het woord in mijn openingspreek gisteravond misschien niet uitgesproken, toch was één van de dingen die ik met die preek in mijn gedachten had, het verlangen dat we ons sterk binden aan elk aspect van Gods doel, omdat dat doel van zo'n alles te bovengaande betekenis is dat we het ons niet kunnen veroorloven enige gelegenheid voorbij te laten gaan door tekort te schieten in onze inspanningen voor het koninkrijk. Het koninkrijk en de familie en de snelheid van de zaken die ermee samenhangen, kunnen als routine en afgezaagd overkomen, of misschien wel werelds, maar het belang ervan voor Gods doel kan niet te hoog worden geschat.

In onze roeping hebben we kennis gekregen van zo'n ontzagwekkende waarde, dat we deze nooit hoog genoeg kunnen schatten. Deze is niet alleen waardevol, maar de kennis ervan onder de miljarden mensen is als een kostbaar juweel die uitzonderlijk zeldzaam is.

Ik werd hier kort geleden aan herinnerd door een correspondentie per email die ik had met een gehuwd stel. Ik kon uit hun emails opmaken dat ze ongewoon goed bij waren op het gebied van het normale christelijke geloof. Zelfs al vond ik dat ik veel schriftgedeelten in samenhang met de bestemming die God voor ons aan het bereiden is, heel duidelijk had uitgelegd, waren ze zo blind als een mol.

Mijn verklaringen waren voor geen enkel schriftgedeelte waarnaar ik verwees, technisch van aard. Er was geen begrip van Griekse grammatica of woorddefinities nodig. Ik duidde alleen maar aan wat de Engelse vertaling duidelijk zei, maar de antwoorden die ik terugkreeg misten het punt volkomen; deze vielen terug op gewone, populaire, overal aanvaarde, maar bijbels onlogische mythen. Het leek erg sterk op het populaire gezegde: "Het was alsof ik tegen een muur sprak."

Laten we Prediker 8:16 opslaan. We gaan vandaar lezen tot en met hoofdstuk 9, vers 4.

Prediker 8:16-17 Toen ik mijn hart erop zette om wijsheid te leren kennen en om de bezigheid te aanschouwen, die op aarde geschiedt terwijl men noch bij dag noch bij nacht met zijn ogen de slaap te zien krijgt — 17 zo zag ik, dat de mens niets kan ontdekken van het werk Gods, dat onder de zon geschiedt; want hoezeer de mens zich ook aftobt met zoeken, hij kan het niet ontdekken, en wanneer soms een wijze mocht zeggen, dat hij het weet, hij kan het niet ontdekken.

Prediker 9:1-4 Voorzeker, dit alles nam ik ter harte en dit alles onderzocht ik: dat de rechtvaardigen en de wijzen met hun werken in Gods hand zijn, zowel liefde als haat; de mens weet niets van wat voor hem ligt. 2 Alles is gelijk voor allen, eenzelfde lot treft de rechtvaardige en de goddeloze, de goede en de reine, alsook de onreine; hem die offert, en hem die niet offert; het gaat de goede evenals de zondaar, hem die zweert, als hem die de eed schuwt. 3 Dit is het ergste, dat onder de zon geschiedt: dat allen eenzelfde lot treft; daarom is het hart der mensenkinderen vol boosheid en is er verdwaasdheid in hun hart hun leven lang; en daarna gaat het naar de doden. 4 Want voor al wie tot de levenden behoort, is er hoop, immers een levende hond is beter dan een dode leeuw.

Eén van de dingen die Salomo in verwarring bracht en die hem diep verontrustte, was dat de rechtvaardigen hetzelfde overkwam als de onrechtvaardigen. Maar Salomo keek, evenals de mensen waar ik een email-correspondentie mee had, in de verkeerde richting voor antwoorden. Hij keerde zich dus even blind om als voordat hij de vraag stelde.

Met al zijn inzicht, met al zijn wijsheid — die grote gave die God hem gaf — kon hij niet door de massa kennis die hij had heenkomen om het "Waarom?" te bepalen — de vraag die op de lippen van zoveel mensen schijnt te liggen. "Waarom ben ik hier?" "Waarom ben ik geboren?"

Hij zou een veel duidelijker begrip kunnen hebben als hij meer aandacht had besteed aan hoe verschillend de twee groepen op de problemen reageerden, in plaats van waar te nemen dat hun in hun leven allebei dezelfde gebeurtenissen overkwamen. De reacties van de rechtvaardigen zouden een geheel ander perspectief, een geheel andere richting en doel voor hun leven hebben geopenbaard.

Salomo bevestigt hier wat later door Jezus in het Nieuwe Testament in Johannes 6:44 heel duidelijk wordt gemaakt, toen Hij zei: "Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader hem trekt." Met andere woorden het doel dat God uitwerkt is zo'n mysterie dat het niet kan worden doorgrond, zelfs niet door het meest nauwgezette onderzoek door vleselijk georiënteerde mensen met de allerbeste hersenen.

De meeste mensen gaan door het leven met een droefgeestig verlangen te begrijpen wat er allemaal gaande is. Ik bedoel niet dat ze voortdurend zo'n verlangen hebben, maar het is veeleer een onderbewuste frustratie, omdat het leven zo weinig richting schijnt te hebben, behalve dan het najagen van materiële en wereldlijke doelen.

Bedenk eens hoeveel religies er in de wereld zijn. Er zijn meer dan duizend verschillende christelijke organisaties alleen al in de Verenigde Staten. Hoeveel daarvan zijn gebaseerd op het concept dat God, net als ieder ander levend wezen, Zichzelf aan het voortplanten is? Heel, heel weinig, gemeente. Dit is een reden dat Salomo in het boek Prediker zei.

Prediker 1:3-9 Welk voordeel heeft de mens van al zijn zwoegen, waarmee hij zich aftobt onder de zon? 4 Het ene geslacht gaat en het andere geslacht komt, maar de aarde blijft altoos staan. 5 De zon komt op en de zon gaat onder en hijgend ijlt zij naar de plaats waar zij opkomt. 6 De wind gaat naar het zuiden en draait naar het noorden, aldoor draaiend gaat hij voort en op zijn kringloop keert de wind weer terug. 7 Alle beken stromen naar de zee, nochtans wordt de zee niet vol; naar de plaats waarheen de beken stromen, daarheen stromen zij altijd weer. 8 Alle dingen zijn onuitsprekelijk vermoeiend; het oog wordt niet verzadigd van zien, en het oor wordt niet vervuld van horen. 9 Wat geweest is, dat zal er zijn, en wat gedaan is, dat zal gedaan worden; er is niets nieuws onder de zon.

Salomo gaat nog steeds verder met dezelfde algemene gedachte, terwijl hij een fundament legt voor zijn latere redeneringen en de conclusies die hij dan trekt.

Prediker 3:1-4 Alles heeft zijn uur en ieder ding onder de hemel zijn tijd; 2 er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven, een tijd om te planten en een tijd om het geplante uit te rukken, 3 een tijd om te doden en een tijd om te helen, een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen, 4 een tijd om te wenen en een tijd om te lachen, een tijd om te rouwklagen en een tijd om te dansen.

Zo gaat het almaar verder. U begrijpt wat hij bedoelt

Prediker 3:9 Welk voordeel heeft de werker van datgene waarvoor hij zich aftobt?

Waar dient het leven toe? Hij zoekt naar antwoorden op deze allerbelangrijkste vraag. "Waarom ben ik hier?"

Prediker 3:10 Ik heb in ogenschouw genomen de bezigheid, die God aan de mensenkinderen gegeven heeft om zich daarmee te kwellen.

Let op de conclusie die hij in vers 11 trekt.

Prediker 3:11 Alles heeft Hij voortreffelijk gemaakt op zijn tijd; ook heeft Hij de eeuw in hun hart gelegd, zonder dat de mens van het werk dat God doet, van het begin tot het einde, iets kan ontdekken.

Met de woorden "Hij heeft de eeuw in hun hart gelegd" zegt Salomo dat God in de mens een verlangen naar de eeuwigheid heeft gelegd. De mens wil eeuwig leven. Salomo heeft in dit boek een heel fundament gelegd door te laten zien dat de mens de eindeloze en almaar herhalende cyclus van gebeurtenissen door de gehele geschiedenis waarneemt. Oorlogen komen en gaan. Welvaart komt en gaat. Regeringen komen en gaan. Rampen komen en gaan. Economische systemen komen en gaan. Dat gaat almaar door en toch is er een onvervuld verlangen om de gebeurtenissen in het leven die zullen gaan plaatsvinden, te kennen en te weten waar het leven opuit draait.

De antwoorden worden hun niet gegeven uit de bronnen die hun ter beschikking staan. Maar wij zijn hier op het Loofhuttenfeest omdat we geloven dat God dat heeft bevolen. Hij heeft bevolen dat dit Loofhuttenfeest een jaarlijkse overdenking zal zijn, niet alleen over één van de hoofdpunten uit Zijn algehele plan, maar ook waar ieders leven opuit draait. Een belangrijk deel van het doel van dit Feest is ons jaarlijks te heroriënteren over de allerbelangrijkste vraag uit het leven: Waar ben ik geweest? Waar ben ik nu? Waar ga ik met mijn leven heen?

God beveelt ons in tijdelijke woningen te wonen om ons eraan te herinneren dat we op een pelgrimstocht zijn en dat we onszelf als vreemdelingen en bijwoners moeten beschouwen. Al is het leven tijdelijk en enigzins verwarrend, we moeten niet gaan dwalen. Ons leven heeft een doel en gaat een bepaalde richting uit.

We moeten het verloop dat God voor ons heeft vastgelegd, volgen met alle vurigheid en alle toewijding die we kunnen opbrengen. Dit moet uiteindelijk, omdat ons de twee grote alternatieven in het leven zijn getoond en ons wordt bevolen te kiezen. God, sprekend in de eerste persoon, bepaalt het lot der naties en der rijken. Hij profeteert specifieke gebeurtenissen die in onze tijd zullen gaan gebeuren, en sommige daarvan laten duidelijk bewijs zien dat ze in ontwikkeling zijn.

Laten we Openbaring 10:7 opslaan, waar een interessant commentaar wordt gegeven. We zullen in vers 5 beginnen zodat we vers 7 beter zullen kunnen plaatsten.

Openbaring 10:5-7 En de engel, die ik zag staan op de zee en op de aarde, hief zijn rechterhand op naar de hemel, 6 en zwoer bij Hem, die leeft tot in alle eeuwigheden, die de hemel geschapen heeft en hetgeen daarin is en de aarde en hetgeen daarop is en de zee en hetgeen daarin is: er zal geen uitstel meer zijn, 7 maar in de dagen van de stem van de zevende engel, wanneer hij bazuinen zal, is ook voleindigd het geheimenis van God, gelijk Hij zijn knechten, de profeten, heeft verkondigd.

Laten we nu Marcus 4:10-12 opslaan en iets lezen dat Jezus zei betreffende de wereld waar we nu in leven.

Marcus 4:10-12 En toen Hij (met hen) alleen was, vroegen zij die in zijn omgeving waren met de twaalven, Hem naar de gelijkenissen. [Ze vroegen Hem uit te leggen wat Hij zojuist had gezegd.] 11 En Hij zeide tot hen: U is gegeven het geheimenis van het Koninkrijk Gods, maar tot hen, die buiten staan, komt alles in gelijkenissen, 12 dat zij ziende zien en niet bemerken, en horende horen en niet verstaan, opdat zij zich niet bekeren en hun vergeven worde.

Die laatste woorden maken het heel duidelijk dat God de dingen van boven onder controle houdt. Hij kiest ervoor dat sommigen begrijpen en anderen, in deze tijd, niet begrijpen.

De christelijke wereld om ons heen veronderstelt dat ze weten wat dit geheimenis is, en ze staan versteld als een van ons hen zegt wat het werkelijk is. Ze zullen argumenteren, zoals dat echtpaar deed, dat zoiets niet mogelijk kan zijn. De enige reden dat wij dat weten is omdat Hij het aan ons heeft geopenbaard.

Wij weten wat de uiteindelijke bestemming van de mensheid als geheel is. Dit doel wordt op een aantal plaatsen in de bijbel aangeduid als "het geheimenis van God". Dit geheimenis gaat veruit boven wat de meesten, zelfs in hun wildste dromen over het doel van het leven, hebben verondersteld. Toch als het eenmaal geopenbaard is, is het zo vanzelfsprekend, zo eenvoudig en toch zo krachtig in zijn logica, dat we ons kunnen afvragen waarom we dit al niet veel eerder hadden begrepen.

Romeinen 9:9-12 Want er ligt een belofte in dit woord: omstreeks deze tijd zal Ik komen en Sara zal een zoon hebben. 10 Maar dit niet alleen; daar is ook Rebekka, bevrucht van één man, onze vader Isaak. 11 Want toen de kinderen nog niet geboren waren en goed noch kwaad hadden gedaan — opdat het verkiezend voornemen Gods zou blijven, niet op grond van werken, maar op grond daarvan, dat Hij riep — 12 werd tot haar gezegd: De oudste zal de jongste dienstbaar zijn.

Zelfs al was deze tweeling door dezelfde man bij dezelfde vrouw verwekt en zouden ze binnen enkele minuten na elkaar geboren worden, toch zei God Rebekka dat de eerste die zou worden geboren (de oudste) de jongste zou dienen. God had Zijn keus reeds bepaald. Dat is het punt.

Romeinen 9:13-14 gelijk geschreven staat: Jakob heb Ik liefgehad, maar Esau heb Ik gehaat [of beter: minder liefgehad]. 14 Wat zullen wij dan zeggen: Zou er onrechtvaardigheid zijn bij God? Volstrekt niet!

Is God onrechtvaardig omdat Hij Jakob koos in plaats van Esau? Paulus zegt: "Volstrekt niet!"

Romeinen 9:15-16 Want Hij zegt tot Mozes: Over wie Ik Mij ontferm, zal Ik Mij ontfermen, en jegens wie Ik barmhartig ben, zal Ik barmhartig zijn. 16 Het hangt dus niet daarvan af, of iemand wil, dan wel of iemand loopt, maar van God, die Zich ontfermt.

God runt de show! Al voel ik me verantwoordelijk om mensen zoals dit echtpaar die ongetwijfeld fijne mensen zijn — daar twijfel ik geen moment aan — te antwoorden, toch begrijpt om de een of andere reden John Ritenbaugh het wel en zij niet! Dat is niet vanwege mezelf dat ik dit weet. Dat is gewoon vanwege een handeling die God koos uit te voeren. Hij koos, niet ik. Datzelfde geldt voor u. Daarom zegt Paulus in 1 Corinthiërs 1 dat God de zwakken en de armen en de dwazen van de wereld heeft gekozen, om de knappe koppen en hen die het begrip hebben, de onderscheidende geesten, te beschamen.

Het lijkt erop dat ondanks de grote gaven die Salomo ontving, God nooit de ogen van die man opende, zelfs al was zijn vader David. Dat is ongelooflijk! Maar God gaf David niet die zegen dat het verstand van zijn zoon (degene die hij koos om op zijn troon te zitten) geestelijk geopend zou worden om te begrijpen wat er gaande is. God had andere plannen met Salomo; hij moest bijvoorbeeld het boek Prediker schrijven, dat geschreven is vanuit het standpunt van menselijke wijsheid, van grote macht, van intelligentie die heel groot is, vleselijk sterk onderscheidend; maar geestelijk was hij niet helemaal compleet.

We gaan Deuteronomium 7 opslaan waar God in essentie hetzelfde zegt.

Deuteronomium 7:6-9 Want gij zijt een volk, dat de HERE, uw God, heilig is; ú heeft de HERE, uw God, uit alle volken op de aardbodem uitverkoren om zijn eigen volk te zijn. 7 Niet, omdat gij talrijker waart dan enig ander volk, heeft de HERE Zich aan u verbonden en u uitverkoren; veeleer zijt gij het kleinste van alle volken. 8 Maar, omdat de HERE u liefhad en de eed hield, die Hij uw vaderen gezworen had, heeft de HERE u met een sterke hand uitgeleid en u verlost uit het diensthuis, uit de macht van Farao, de koning van Egypte, 9 opdat gij zoudt weten, dat de HERE, uw God, de enige God is, de trouwe God, die het verbond en de goedertierenheid houdt jegens wie Hem liefhebben en zijn geboden onderhouden, tot in duizend geslachten.

Het is essentieel voor ons geestelijk welzijn en voor onze relatie met God en voor onze relatie met onze medemens dat we begrijpen dat deze grote gave ons is gegeven, niet als het resultaat van iets dat wij zijn of hebben gedaan. We kregen deze gewoon zuiver als een handeling van Gods wil — een beslissing van Zijn kant om ons een gave te geven om ons barmhartigheid te tonen.

Op het congres dat in 1776 in Philadelphia werd gehouden, beloofden de zesenvijftig mannen die de Onafhankelijkheidverklaring opstelden en ondertekenden, plechtig dat ze hun leven, hun rijkdom, hun heilige eer zouden geven om de doelstellingen van dat ontzagwekkende document te verwerkelijken. De meesten van hen moesten dat duur bekopen; velen van hen met hun leven. Bijna elk van hen verloor alles wat ze in het leven hadden, inclusief hun gezinnen, omdat Engeland hen als de grootste verraders beschouwde die in die tijd op aarde leefden. Kunnen wij God iets minder geven voor deze gave van vrijheid?

Deze preek is ontworpen om zeker te stellen dat we allemaal weten waar we heen gaan, zodat we begrip zullen hebben voor de basis van onze keuzes, de ernst en een klein deel van de belangen die er op het spel staan. We moeten weten en geloven waarom zo'n verbintenis nodig is en waarom we ons leven moeten wijden aan de voorbereiding van de volgende fase van Gods grote doel. Deze kennis begint misschien met de meest fundamentele en toch meest belangrijke van alle geestelijke elementen: dat we weten, en weten dat we weten dat we niet het product zijn van blind toeval.

Sommige van de meest intelligente en hoogstopgeleide mensen geloven in de evolutietheorie. Dat is een onmogelijke fabel die werkt volgens blind toeval. Het stelt zonder enig bewijs dat op een volkomen toevallige basis de juiste elementen op de juiste tijd bij elkaar komen, niet alleen om een serie gebeurtenissen in gang te zetten om het leven te beginnen, maar ook alle processen in gang te zetten die resulteerden in alle vormen van leven als een continu voortgaande serie van triljoenen toevalligheden waarin die dingen bij elkaar kwamen die nodig waren om datgene voort te brengen wat we nu in de wereld om ons heen zien.

Deze theorie zegt dat het leven toevallig is, in plaats van dat het een doel heeft. Het stelt in theorie vast dat het leven, dat veel gecompliceerder is dan een horloge of een computer, gewoon door blind toeval tot stand kwam. Dat doet me denken aan de grap die verteld wordt over de man, een wetenschapper, die God uitdaagt door Hem te zeggen dat hij evenals God leven kan scheppen. God accepteert de uitdaging. Hij zegt: "Goed, laten we allebei een mens scheppen." De wetenschapper begint dus aarde bijeen te schrapen waarvan hij Adam wil gaan vormen en God zegt hem dan: "Wacht eens even! Maak je eigen aarde!"

Zelfs deze mensen, die in deze theorie geloven, moeten toegeven dat teneinde wat er gebeurde, er reeds een materieel universum moest bestaan, met reeds bestaande natuurwetten die het mogelijk maakten dat hun visie op de schepping tot stand kwam. Maar Gods woord stelt een heel ander fundament vast — een fundament dat een doel heeft en vanaf het begin wordt gestuurd.

We gaan nu naar het Nieuwe Testament, naar het Johannes-evangelie. Daar in Johannes 1:1-5 vinden we in feite het allervroegste moment in de tijd dat in de bijbel wordt vermeld.

Johannes 1:1-5 In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. 2 Dit was in den beginne bij God. 3 Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is. 4 In het Woord was leven en het leven was het licht der mensen; 5 en het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet gegrepen.

Hier openbaart de bijbel dat een samenwerking van twee goddelijke Wezens het begin was van een schepping met een doel. Het laat zien dat alle leven binnen Hun schepping voortkwam uit Hun reeds bestaand leven. Maar dan besluit deze heel korte beschrijving in vers 5 door te laten zien dat de mens dit niet begrijpt en dit verwerpt.

Deze vijf verzen leggen niet het doel van het leven uit, maar Johannes legt de basis voor het onderwijs dat het leven dat vlees werd, het leven dat was en dat voortgaat om door woord en daad licht aan de mensheid te geven, Degene was Die het doel van Hun schepping het duidelijkst en meest grondig openbaarde. Voor die instructie moeten we elders kijken, laten we dus teruggaan naar het begin van het boek. We slaan Genesis 1:26 op.

Genesis 1:26 En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.

Hier hebben we de eerste aanduiding in Gods openbaring over het doel van Hun schepping. Deze is voor de mensheid niet verborgen. De mens is geschapen en wordt verder geschapen precies naar het beeld van Degene Die de schepping uitvoert. Als het merendeel van het christendom hiernaar kijkt, veronderstellen ze — in één opzicht correct — dat God de Schepper is, maar hun waardering van wat hier staat, samengevoegd met dingen die op andere plaatsen in de bijbel staan, is beperkt doordat ze denken dat de schepping daarmee eindigde. Nee, gemeente! Dat was slechts het begin.

De schepping wordt door God in twee fases uitgevoerd. Er is de sterfelijke, fysieke schepping en er is de schepping tot onsterfelijkheid en eeuwig leven dat in hen zal zijn die naar het beeld van Gods Zoon worden gevormd. De mens is dus geschapen en wordt verder geschapen naar het beeld van Degenen Die de schepping uitvoeren.

De context leidt in sterke mate tot de conclusie dat we niet naar het model van een diersoort worden geschapen, maar naar het model van de Godsoort. We zijn geen dieren. Als God spreekt, zegt Hij: "Laat Ons mensen maken naar ons beeld." Hij zegt niet: "Laat Ons mensen maken naar het beeld van een aap." Daarnaast laten de twee volgende verzen zien dat de mens geschapen werd om heerschappij te hebben over de rest van de fysieke schepping. We springen nu vooruit in de tijd, naar de voltooiing van het hoofddoel, door Hebreeën 2 op te slaan. Hier hebben we in een notedop een heel goede aanduiding van de dingen die we moeten weten.

Hebreeën 2:1-3 Daarom moeten wij te meer aandacht schenken aan hetgeen wij gehoord hebben, opdat wij niet afdrijven. 2 Want indien het woord, door bemiddeling van engelen gesproken, van kracht is gebleken, en elke overtreding en ongehoorzaamheid rechtmatige vergelding heeft ontvangen, 3 hoe zullen wij dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk een heil, dat allereerst verkondigd is door de Here, en door hen, die het gehoord hebben, op betrouwbare wijze ons is overgeleverd.

In deze preek doe ik een beroep op u de gaven die we hebben ontvangen, niet te veronachtzamen. Jezus introduceerde het evangelie van het Koninkrijk tot de wereld. De wereld gelooft dat het goede nieuws is dat Jezus voor onze zonden stierf. Ja, dat maakt er deel vanuit, en het is er een groot deel van, maar het grootste deel ervan is waarom Hij stierf voor onze zonden. Hij stierf zodat wij als zonen van God in het Koninkrijk van God konden zijn. Dat is onze bestemming en Jezus kwam om die te openbaren.

Hebreeën 2:4-8 terwijl ook God getuigenis daaraan geeft door tekenen en wonderen en velerlei krachten en door de Heilige Geest toe te delen naar zijn wil. 5 Want niet aan engelen heeft Hij de toekomende wereld, waarvan wij spreken, onderworpen. [Waar is die "toekomende wereld"? Dat is het Koninkrijk van God en deze aarde onder het bestuur van het Koninkrijk van God.] 6 Maar, iemand heeft ergens betuigd, zeggende: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, of des mensen zoon, dat Gij naar hem omziet? 7 Gij hebt hem voor een korte tijd beneden de engelen gesteld, met heerlijkheid en eer hebt Gij hem gekroond, 8 alle dingen hebt Gij onder zijn voeten onderworpen. Want bij dit: alle dingen [hem] onderworpen, heeft Hij niets uitgezonderd, dat hem niet onderworpen zou zijn. Doch thans zien wij nog niet, dat hem alle dingen onderworpen zijn.

Begrijpt u het belang en de betekenis daarvan? Het is een uitbreiding van de opdracht die God ons gaf toen Hij ons heerschappij over de aarde en heerschappij over de dieren gaf. In de toekomst zal er nog meer en grotere heerschappij volgen. Er zijn dingen waarover we nog geen heerschappij hebben, maar in de toekomst zullen we daar heerschappij over hebben. Hier hebben we dus, in ieder geval tot op dit punt, gewoon een zinspeling op de ontzagwekkende bestemming die voor ons ligt.

Laten we Genesis 2:15 opslaan, waar we dit patroon van openbaring die God ons geeft, voortzetten.

Genesis 2:15 En de HERE God nam de mens en plaatste hem in de hof van Eden om die te bewerken en te bewaren.

Hier hebben we alweer een eenvoudige, maar verreikende uitspraak over wat de mens met zijn leven moet doen. De omgeving die God aan de mens gaf, is toegerust om zowel Gods doel met de mens te dienen als zijn leven in stand te houden. Adam en Eva moesten beginnen heerschappij en creativiteit te gaan uitoefenen door die omgeving te verfraaien en tegen achteruitgang te beschermen. Verfraaiing en bescherming [onderhouden] is de betekenis van "bewerken en bewaren".

De principes die hierin bevat zijn, zijn dat dit werk om te verfraaien en te onderhouden het doel dient om de mens te helpen voorbereiden op zijn uiteindelijke bestemming, omdat de toepassing van deze principes ver uitgaat boven het zorgen voor een tuin. Adam en Eva ontvingen deze opdracht namens de gehele mensheid, maar de principes van "bewerken en bewaren" moeten in ieder aspect van het leven worden toegepast. Het is Gods bedoeling dat de mens een bouwer is, geen vernietiger zoals Satan.

Genesis 2:24 Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot één vlees zijn.

Het volgende model dat God na de hof van Eden en de opdracht te "bewerken en bewaren" geeft, is instelling van het gezin. Het gezin zal de basisbouwsteen zijn van de maatschappij en God vond dit instituut uit, voorzag daarin en bevorderde het als het middel waardoor de mens het grootste deel van zijn fundamentele karakter- en persoonlijkheidsontwikkeling en sociale relaties zou ervaren.

God regelde met opzet dat deze modellen aan het begin van Zijn openbaring aan de mens zouden staan, zodat het lezen van deze dingen de mens hopelijk op het juiste pad zou zetten naar grotere, specifiekere en meer gedetailleerde openbaringen van Zijn doel. Maar hier is de valstrik. Het moet worden geloofd. Dit is zo'n simpele uitspraak. Als we deze niet geloven, zullen we er niet naar handelen, of als we hem wel geloven maar er geen enkele waarde aan hechten, zullen we er nog niet naar handelen. We zullen dan geen verplichting voelen om daarnaar te leven. God deed dit opdat de lezers van de Schrift al aan het begin van hun studie, zich een idee kunnen vormen en begrijpen wat er gaande is en hoe ernaar toe kan worden gewerkt om het te bereiken.

God schiep de mens. God gaf de mens heerschappij. God zei: "Ik wil dat u werkt. Werk is van essentieel belang voor de schepping die vanaf dat punt voortgaat. Hier is het gezin. Dit is het terrein waarop u relaties zult gaan ervaren, waardoor al deze principes die Ik u geef, gebruikt kunnen worden. Tegen de tijd dat u het graf ingaat, zult u gereed zijn, omdat Ik Mijn scheppende inspanningen aan uw inspanningen zal toevoegen. Ik zal zeker stellen dat u ervaringen het hoofd zult moeten bieden die u de gelegenheid zullen geven de juiste keuzes te maken en uit te voeren."

Verplichten we onszelf ertoe dit te doen? Geloven we echt wat God zegt?

De apostel Paulus deed een interessante uitspraak in het boek Handelingen met betrekking tot dit doel waar God naar toe werkt. Het is nogal interessant omdat hij daar in Handelingen 17:28-29 een Griekse dichter citeert.

Handelingen 17:28-29 Want in Hem [doelend op God] leven wij, bewegen wij ons en zijn wij, gelijk ook enige van uw dichters hebben gezegd: Want wij zijn ook van zijn geslacht. 29 Daar wij dan van Gods geslacht zijn, moeten wij niet menen, dat de godheid gelijk is aan goud of zilver of steen door menselijke kunstvaardigheid gesneden of bedacht.

De apostel Paulus plaatste God duidelijk in de positie van een Vader door het woord "geslacht" te gebruiken. Weet u dat het woord "Vader" 985 keer in de Schrift voorkomt en dat het het eerste woord is dat u in een Hebreeuws woordenboek tegenkomt? Kijkt u maar in Strong. Het eerste woord is "Abba". Voorzover ik weet, wordt de manier waarop wij Vader gebruiken nooit in het Oude Testament op de manier gebruikt waarop Paulus en anderen het in het Nieuwe Testament gebruiken, en hoe God uiteindelijk wil dat we het begrijpen en gebruiken.

In het Oude Testament wordt naar God gerefereerd als de Vader van Israël. Maar dat is op zijn best slechts een type van de nieuwtestamentische toepassing.

Laten we Psalm 82:6 opslaan. Een man, Asaf genaamd, schreef deze psalm en ik krijg het idee dat Asaf wel een en ander wist. Hij citeert hier God, die zegt:

Psalm 82:6 Wel heb Ik gezegd: Gij zijt goden, ja, allen zonen des Allerhoogsten.

Dat is een heel interessant vers. Nogmaals het woord Vader wordt niet gebruikt, maar wel kinderen. Het is zelfs nog interessanter dat het woord "goden" elohim is — hetzelfde woord dat in Genesis 1 met God wordt vertaald. Hier worden mensen goden genoemd en kinderen van de Allerhoogste. De goden waarover hier in deze Psalm wordt gesproken, waren rechters en zij werden als goden beschouwd omdat zij in de naam van God handelden door Zijn oordelen aan de mensen bekend te maken. Als mensen naar de rechtbank kwamen, werden de rechters verondersteld in het boek van Gods wet te kijken om te zien wat het oordeel van God was en het daarna aan de mensen te vertellen: "Het oordeel luidt: ..." Zij spraken namens God en daarom werd aan hen als goden gerefereerd. Hier worden gewone mensen dus als goden aangeduid. Van bekering is hier zelfs geen sprake. Gewone, onbekeerde mensen werden goden genoemd.

Deze Psalm komt tijdens Jezus' leven aan de orde.

Johannes 10:34-36 Jezus antwoordde hun: Is er niet geschreven in uw wet: Ik heb gezegd: Gij zijt goden? [Raad eens wie de auteur van Psalm 82 was!] 35 Als Hij hén goden genoemd heeft, tot wie het woord Gods gekomen is, en de Schrift niet kan gebroken worden, 36 zegt gij dan tot Hem, die de Vader geheiligd en in de wereld gezonden heeft: Gij lastert, omdat Ik heb gezegd: Ik ben Gods Zoon?

De achtergrond hier is dat Jezus van godslastering werd beschuldigd door Zichzelf de Zoon van God te noemen. Jezus verwijst daarna in Zijn verdediging naar Psalm 82, dat Hij daarom Zichzelf zeer zeker Zoon van God mag noemen. Hij zegt ook dat het woord van God kwam tot hen die in Psalm 82 Elohim worden genoemd. Het woord van God dat in Elohim tot hen kwam was het geschreven woord waaraan de rechters de basis van hun oordelen moesten ontlenen.

In Johannes 10 stond Jezus — het levende Woord van God — pal voor deze mensen. Hoeveel meer recht heeft Hij niet om de titel "Zoon van God" te kunnen claimen? Ze konden Hem geen antwoord geven. Ze konden Hem geen eerlijk antwoord geven. Jezus paste het woord Elohim uit Psalm 82 op een veel beperktere manier toe dan waar Psalm 82 het over blijkt te hebben. Met andere woorden er zit meer in Psalm 82 dan we zo op het eerste gezicht kunnen zien.

De betekenis van wat Jezus zei, is dat Psalm 82 gewone rechters alleen maar in algemene zin goden noemt, en de mensen aanvaardden dat als waar. Aan de andere kant is Jezus de letterlijke Zoon van God, door Hem verwekt, door Hem geheiligd en gezonden om hun Verlosser te zijn, en daarom hebben ze niet het recht Hem van godslastering te beschuldigen. Dit opent voor ons de deur voor een verder begrip, omdat deze mensen niet onwetend waren over Jezus' achtergrond. Om werkelijk de Zoon van God te zijn, moest Hij door God verwekt zijn en dat was Hij inderdaad, zoals Johannes 1:14-18 duidelijk laat zien.

Laten we dit een beetje achter ons laten. In Johannes 3:3-5 heeft Jezus het tegen Nicodemus.

Johannes 3:5-6 Jezus antwoordde [Nicodemus]: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan. 6 Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest.

Begrijpt u waar Jezus hier opuit is? Er is één fysieke geboorte en binnen Gods doel is er een tweede geboorte in aantocht die geestelijk is; dat is niet het "wedergeboren worden" waar deze wereld het over heeft, omdat Jezus duidelijk zei dat zij die voor de tweede keer geboren worden geest zijn. Ze zijn geen vlees meer. Is dat niet duidelijk? "Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest."

We gaan zien waar dit naar toe leidt en dat is dat menselijke wezens, evenals Jezus, door de Vader kunnen worden verwekt; niet precies op dezelfde manier als Jezus, maar desondanks verwekt door Gods geest. God plant Zich geestelijk voort in hen die door de geest die uit de Vader voortkomt, worden verwekt. We weten wat er gebeurt als de menselijke zaadcel het vrouwelijke eitje treft. Dan wordt er een nieuw leven gegenereerd, nog niet geboren, maar het is de weg daarheen begonnen.

In Johannes 6:61-63 was Jezus zojuist door enkele diepgaande punten gegaan; die gingen niet alleen diep, maar waren voor sommigen die naar Hem luisterden, ook beledigend.

Johannes 6:61-63 Jezus nu wist bij Zichzelf, dat zijn discipelen hierover morden, en Hij zeide tot hen: Geeft u dit aanstoot? 62 Wat dan, indien gij de Zoon des mensen daarheen zaagt opvaren, waar Hij tevoren was? 63 De Geest is het, die levend maakt [leven geeft], het vlees doet geen nut; de woorden, die Ik tot u gesproken heb, zijn geest en zijn leven.

Dit boek is geest. De betekenis van de woorden brengt leven over, indien we ze geloven en indien we ons verplichten tot de waarheid ervan. Ze beginnen de generatie en schepping van een geheel andere natuur — de heilige natuur van God Zelf — te beïnvloeden. Jezus heeft dus door Psalm 82 — als we deze koppelen aan Zijn instructie tot Nicodemus in Johannes 3 — tot Zijn verdediging te gebruiken, de term "Zoon van God" verbonden aan hen die dit letterlijk zijn (zoals Hij), maar ook aan hen die geestelijk verwekt zijn door God (zoals wij).

Lucas 10:21 Terzelfder tijd verblijdde Hij Zich door de Heilige Geest en zeide: Ik dank U, Vader, Heer des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch aan kinderkens geopenbaard. Ja, Vader, want zo is het een welbehagen geweest voor U.

Dit is ongetwijfeld een van de dingen waarop de apostel Paulus zich baseerde, toen hij in 1 Corinthiërs 1 zei dat God de zwakken en dwazen uit deze wereld heeft geroepen.

Lucas 10:22 Alle dingen zijn Mij overgegeven door mijn Vader en niemand weet, wie de Zoon is, dan de Vader, en wie de Vader is, dan de Zoon, en wie de Zoon het wil openbaren.

Dit is de tweede reden waarom de mensen in de wereld het niet begrijpen. Ze zijn niet alleen niet geroepen, maar de Zoon openbaart ook de Vader, noch Zichzelf aan hen.

Lucas 10:23-24 En Zich afzonderlijk tot de discipelen wendende, zeide Hij: Zalig de ogen, die zien, wat gij ziet. 24 Want Ik zeg u: Vele profeten en koningen hebben willen zien, wat gij ziet, en zij hebben het niet gezien, en horen, wat gij hoort, en zij hebben het niet gehoord.

Wat een gave! Wat een gave aan wat waarschijnlijk de zwakste generatie is die ooit op aarde heeft geleefd, tenzij de generaties vlak voor de zondvloed even zwak waren als wij. Ik weet niet of dat zo is. Besteedt dus goede aandacht aan het onderwijs dat Jezus hier geeft en verheugt u, omdat u weet dat deze kennis de kern is van het evangelie van Jezus Christus voor de individuele christen. Het goede nieuws is dat God Zichzelf aan het voortplanten is in hen die geroepen zijn, die Hem vertrouwen en die zich aan Zijn bestuur in hun leven willen overgeven.

God is in dat opzicht niet anders dan de rest van Zijn schepping. Hij plant Zichzelf voort en als Hij zegt: "Laat Ons mensen maken naar ons beeld", dan vertrouwen we Hem op een bepaalde manier niet en nemen Hem niet serieus in wat Hij zo duidelijk zegt.

Jezus werd met opzet gestuurd om een aspect van God als Vader te openbaren, een aspect dat nog nooit eerder openlijk voor de mens werd uiteengezet totdat in Gods doel en plan de tijd daartoe aanbrak. Hij had gepland om Zijn Zoon Jezus Christus in de wereld te zenden om te openbaren dat God Zichzelf aan het voortplanten is en bezig is een gezin te scheppen waarvan alle leden hetzelfde karakter als Hij zullen hebben. Vanaf het allereerste begin van het boek zijn er geruchten hierover geweest, maar deze hebben nu veel meer betekenis voor hen aan wie Zijn doel is geopenbaard. Vanwege de tijd kan ik niet op al deze dingen ingaan.

Efeziërs 3:8-15 Mij, verreweg de geringste van alle heiligen, is deze genade te beurt gevallen, aan de heidenen de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen, 9 en in het licht te stellen (wat) de bediening van het geheimenis (inhoudt), dat van eeuwen her verborgen is gebleven in God, de Schepper van alle dingen, 10 opdat thans door middel van de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelkleurige wijsheid Gods bekend zou worden, 11 naar het eeuwige voornemen, dat Hij in Christus Jezus, onze Here, heeft uitgevoerd, 12 in wie wij de vrijmoedigheid en de toegang met vertrouwen hebben door het geloof in Hem. 13 Daarom verzoek ik u met aandrang, de moed niet op te geven bij mijn verdrukkingen om uwentwil, want die zijn een eer voor u. 14 Om die reden buig ik mijn knieën voor de Vader, 15 naar wie alle geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt.

Ik zie niet in hoe het nog duidelijker kan worden gemaakt. Het is reeds in Efeziërs 2:19 gezegd dat we leden zijn van het huisgezin van God, maar hier wordt het woord "geslacht" [in de zin van gezin, familie] rechtstreeks gebruikt in samenhang met datgene waar God het Hoofd van is. Hij is het Hoofd van het gezin en wat is de familienaam? De familienaam is de Kerk van God. Die wordt hier niet genoemd, maar die wordt ergens anders genoemd. Het is de vergadering — de groep — die tot God behoort en één met Hem is.

Eenheid is het algemene onderwerp van Efeziërs en Paulus' centrale doel in deze brief was de essentiële eenheid van de Israëlieten en de heidenen vanwege Gods geest te laten zien. Op deze manier wordt Jezus' gebed in Johannes 17:20-22 dat we gisteravond lazen, beantwoord. God trekt zowel de heiden als de Israëliet samen tot één binnen een gezin — een gezin dat precies dezelfde karaktertrekken laat zien als die de Vader en de Zoon laten zien.

Romeinen 8:12-17 Derhalve, broeders, zijn wij schuldenaars, maar niet van het vlees, om naar het vlees te leven. 13 Want indien gij naar het vlees leeft, zult gij sterven; maar indien gij door de Geest de werkingen des lichaams doodt, zult gij leven. 14 Want allen, die door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen Gods. 15 Want gij hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar gij hebt ontvangen de Geest van het zoonschap, door welke wij roepen: Abba, Vader. 16 Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn. 17 Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en medeërfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking.

Het is Gods Geest waardoor we worden verwekt en die ons — als we geloven en dat willen — ook in staat stelt om te denken en te handelen als God. Als we willen kunnen we in principe op hetzelfde punt uitkomen als Jezus Christus. Hij is ons voorbeeld.

Romeinen 8:28-30 Wij weten nu, dat [God] alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn. 29 Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld zijns Zoons, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen; 30 en die Hij tevoren bestemd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.

Het is zo interessant dat Paulus dit in de verleden tijd schreef, alsof het een uitgemaakte zaak is. Maar laten we niet op onze lauweren gaan rusten. We willen groeien.

Laten we een aantal nog mooiere woorden lezen in Efeziërs, hoofdstuk 1. Ik hoorde de heer Armstrong diverse keren zeggen dat dit zijn favoriete hoofdstuk uit de gehele bijbel was. Ik kan begrijpen waarom. Het is een schitterend hoofdstuk. Laat deze woorden goed op u inwerken. Ze zijn ontzagwekkend!

Efeziërs 1:3-14 Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons met allerlei geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus. 4 Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren voor de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht. 5 In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil, 6 tot lof van de heerlijkheid zijner genade, waarmede Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde. 7 En in Hem hebben wij de verlossing door zijn bloed, de vergeving van de overtredingen, naar de rijkdom zijner genade, 8 welke Hij ons overvloedig heeft bewezen in alle wijsheid en verstand, 9 door ons het geheimenis van zijn wil te doen kennen, in overeenstemming met het welbehagen, dat Hij Zich in Hem had voorgenomen, 10 om, ter voorbereiding van de volheid der tijden, al wat in de hemelen en op de aarde is onder één hoofd, dat is Christus, samen te vatten, 11 in Hem, in wie wij ook het erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem, die in alles werkt naar de raad van zijn wil, 12 opdat wij zouden zijn tot lof zijner heerlijkheid, wij, die reeds tevoren onze hoop op Christus hadden gebouwd. 13 In Hem zijt ook gij, nadat gij het woord der waarheid, het evangelie uwer behoudenis, hebt gehoord; in Hem zijt gij, toen gij gelovig werdt, ook verzegeld met de Heilige Geest der belofte, 14 die een onderpand is van onze erfenis, tot verlossing van het volk, dat Hij Zich verworven heeft, tot lof zijner heerlijkheid.

Deze verzen laten ons heel beknopt het begin en het einde zien. Al deze dingen werden in Gods denken uitgewerkt, uitgevoerd en ze zullen worden voltooid. Hij verlangt van ons slechts dat we Hem vertrouwen. Toegegeven, dat is niet altijd gemakkelijk. Soms lijken de omstandigheden waarin Hij ons plaatst echt op de situatie bij de Schelfzee — Farao achter ons en de zee voor ons. Vertrouwen we er dan op dat Hij het water zal splijten om ons er doorheen te laten trekken? Dat is de keus die voor ons ligt. We kunnen zondigen. We kunnen ons geloof afbreken of we kunnen Hem geloven en Hem toestaan het werk te voltooien waarmee Hij bezig is. Soms moet Hij dit doen omdat Hij een Schepper is. Hij heeft bepaalde dingen in Zijn hoofd terwijl Hij ons vormt en modelleert, dingen die Hij in ons leven tot stand wil brengen, zodat er wijsheid en begrip ontstaat en de dwaasheid wordt verwijderd, die zo vaak in ons aanwezig is.

Romeinen 8:17 Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en medeërfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking.

Romeinen 8:17 zegt dat we erfgenamen van God zijn, en die erfenis maakt ook deel uit van onze bestemming omdat God dat zo heeft gewild. De Vader heeft deze erfenis reeds aan Christus gegeven. Dat is Hem bevestigd en vanwege wat Christus deed, is deze nu ook aan Abraham bevestigd.

Vanwege wat Christus deed om dit aan Abraham te bevestigen, is het ook bevestigd aan allen die Abrahams kinderen zijn. Maar verlies nooit het feit uit het oog dat Hij ons allemaal tezamen tot één lichaam schept om Hem te verheerlijken en samen met Christus de erfenis te ontvangen. Weet u wat die erfenis is?

Om van die erfenis gebruik te kunnen maken moeten we eeuwig leven ontvangen. Die erfenis is werkelijk van geen enkele waarde, tenzij we een ermee samengaand eeuwig leven hebben, zodat we die erfenis op de juiste manier kunnen gebruiken en de dingen kunnen voltooien die God in Zijn hoofd heeft, en de dingen die Hij — daar ben ik zeker van (misschien overdrijf ik wel) — reeds een miljard jaar of meer geleden gepland heeft.

Het is zo interessant dat de belofte aan Abraham begon met de belofte van wat we nu Palestina noemen, of Israël, of het Heilige Land, of hoe dan ook. Daarna werd deze uitgebreid van de rivier van Egypte tot de rivier van Babylon — de Eufraat. Het eerste wat we in Romeinen 4 zien, is dat Abraham de gehele aarde zal beërven, en daarna zien we dat Jezus Christus alles dat God heeft gemaakt, zal beërven. Dat is ontzagwekkend!

Laten we Hebreeën 2 opslaan en daarmee zullen we afsluiten. Ik geloof niet dat er een passender plaats te vinden is om af te sluiten en te zien waar alle dingen opuit draaien.

Hebreeën 2:8-11 alle dingen hebt Gij onder zijn voeten onderworpen. Want bij dit: alle dingen hem onderworpen, heeft Hij niets uitgezonderd, dat hem niet onderworpen zou zijn. Doch thans zien wij nog niet, dat hem alle dingen onderworpen zijn; 9 maar wij zien Jezus, die voor een korte tijd beneden de engelen gesteld was vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor een ieder de dood zou smaken, met heerlijkheid en eer gekroond. 10 Want het voegde Hem, om wie en door wie alle dingen bestaan, dat Hij, om vele zonen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman hunner behoudenis door lijden heen zou volmaken. 11 Want Hij, die heiligt, en zij, die geheiligd worden, zijn allen uit één; daarom schaamt Hij Zich niet hen broeders te noemen,

Ik wil enkele delen uit vers 8 lezen vanuit de Weymouth vertaling, omdat dat eerste deel van die zin daar luidt: "Want dit onderwerpen van het universum aan de mens ..." Zij zeggen dat "alle dingen" het universum betekent.

De Living Bible vertaalt het als volgt: "En U hebt hem [de mens] de volledige heerschappij gegeven over alles wat er is. Niets is daarbij uitgezonderd. Maar nu nog niet."

God stelde Abraham op de proef of hij zijn zoon wel wilde offeren. Vertrouwde hij God voldoende om zijn zoon te offeren? Het is interessant dat als de apostel Paulus dit punt in Hebreeën 11 aan de orde stelt, dat hij in feite een boekhoudkundige term gebruikt in relatie met Abraham en dit besluit. Deze term geeft ons een goed inzicht in Abraham.

Weet u wat Abraham deed? Er staat dat hij de dingen optelde. Hij nam wat hij over God wist, over Gods macht, over Gods beloften, over Gods karakter en hij telde die dingen bij elkaar op. Hij wist dat één van de beloften was dat alle nakomelingen van Abraham uit Isaak geboren zouden worden. Hij telde alles bij elkaar op en zei: "God zal hem [Isaak] opwekken. Als ik hem moet doden, zal Hij hem opwekken. Als ik hem niet hoef te doden, zal Hij in een plaatsvervanging voorzien." Ziet u, Abraham gebruikte waarheid over het karakter, over het denken, over het doel van God, en hij zei: "Ik vertrouw Hem." Daarom is hij de vader der gelovigen.

De gelovigen zijn zij die God vertrouwen, en wat ligt er dus voor ons in het verschiet? We zullen samen met Abraham alles beërven dat hij zal ontvangen als resultaat van de belofte die door Jezus Christus werd bevestigd. Laten we God vertrouwen.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)