De Vader-Zoon relatie (Deel 7)

Door John W. Ritenbaugh
10 december 2005

Samenvatting: (toon)

In dit zevende deel van de serie over de Vader-Zoon relatie, waarin de Heilige Geest en de drieëenheid worden besproken, herhaalt John Ritenbaugh dat de Heilige Geest nooit vereerd is als een apart wezen (Openbaring 22:1-3, Johannes 10:30, Johannes 17:3). Geest (ruach-Hebreeuws of pneuma-Grieks), iets dat nooit gezien wordt, manifesteert zich of wordt gepersonifieerd op veel verschillende manieren zoals waarheid, aanneming, boosheid, moed, genade, geloof, (toestanden van de geest of emotie, karakter of persoonlijkheid), enzovoort. In ieder voorbeeld wordt het voorafgegaan door de woorden "geest van". Geest is van toepassing op een onzichtbare kracht of macht in mens of dier of engelachtig wezen, waardoor ieder van hen uniek wordt. Onze hoop op heerlijkheid is "het in ons wonen van Christus" en wordt op uitwisselbare manier gebruikt met "Geest van God" en "Geest der waarheid". Jezus beloofde een geest van kracht uit den hoge die aan Zijn discipelen (in de vorm van verschillende geestelijke gaven) ter beschikking zou worden gesteld om van Hem te getuigen. De Heilige Geest, als een kracht of macht die in ons woont, stelt ons in staat Gods wetten te onderhouden en onze nieuwe natuur te ontvangen. Pneuma en ruach vertegenwoordigen die onzichtbare kracht die op vele verschillende manieren wordt toegepast en waardoor in ons de macht van God wordt gemanifesteerd, waardoor het mogelijk is een intieme familierelatie te hebben met God de Vader en onze oudste Broer Jezus Christus, volmaakt verenigd in doel en samenstelling, analoog aan de relatie tussen man en vrouw – die één zijn binnen een familierelatie. Ruach Ha Kodesh of Pneuma Hagion (Christus in ons) voorziet in de metaforische lijm om deze hechting mogelijk te maken, waardoor onze relatie binnen de goddelijke familie duidelijk wordt.


Met deze preek kom ik weer terug op het spoor van de serie over de drieëenheid die ik lang geleden in juni begon, maar ik ben toen afgeslagen naar de "relatie tussen de Vader en de Zoon". Ik ga beide aspecten afsluiten, maar vandaag gaan we eerst verder met de drieëenheid, omdat ik daarmee begonnen ben en dat wil afronden.

De leer der drieëenheid zegt ons dat er drie gelijkwaardige wezens zijn die samen de Godheid vormen. We hebben echter gezien dat de Godheid in werkelijkheid slechts uit één Wezen bestaat. Beide testamenten zeggen duidelijk dat er slechts één God is, duidend op één allerhoogste God, zoals Herbert Armstrong Hem noemde; of één absolute God, zoals anderen Hem noemden. Er is absoluut geen sprake van dat dit suggereert dat Jezus geen God is. Hij is zeer zeker God. Hij is niet geschapen en eeuwig — Hij is degene door wie het doel met de mensheid wordt uitgevoerd. Hij is niet de allerhoogste of de absolute God — de Ene en de Enige in de gehele schepping die geen God heeft, die aan niemand verantwoording schuldig is en zich aan niemand onderwerpt.

De leer der drieëenheid leert ons in tegenstelling tot de bijbel dat er niet één allerhoogste God is of twee, maar drie gelijkwaardige Wezens in hypostase (wat dat ook mag betekenen), die tezamen de Godheid vormen. Ik zal u op een ietwat andere manier dan gebruikelijk laten zien dat het niet mogelijk is dat dit drieëenheidscomplex juist is. Om dit te begrijpen, behoeven we niet meer te doen dan nauwgezet aandacht te geven aan wat Jezus zegt en dat te geloven, omdat Hij een heel duidelijke uitleg geeft betreffende het bestaan van deze zogenaamde "derde persoon".

De draad van Jezus' onderwijs betreffende de Heilige Geest begint tijdens het laatste Pascha, op de avond voorafgaande aan Zijn dood. Voordat we daarnaar toe gaan moeten we enkele ter zake dienende vragen stellen.

Openbaring 22:1-3 En hij toonde mij een rivier van water des levens, helder als kristal, ontspringende uit de troon van God en van het Lam. 2 Midden op haar straat en aan weerszijden van de rivier staat het geboomte des levens, dat twaalfmaal vrucht draagt, iedere maand zijn vrucht gevende; en de bladeren van het geboomte zijn tot genezing der volkeren. 3 En niets vervloekts zal er meer zijn. En de troon van God en van het Lam zal daarin zijn en zijn dienstknechten zullen Hem vereren.

Gelet op het belang van dit gebeuren, waarin de afsluiting van Gods plan met de mensheid tot uiting komt, moeten we ons de vraag stellen: "Waar is de troon van de Heilige Geest?", als er binnen de zogenaamde drieëenheid inderdaad drie gelijkwaardige Wezens zijn. Waarom zegt dit vers niet: "En de troon van God en van het Lam en van de Heilige Geest ..."?

1 Corinthiërs 8:6 voor ons nochtans is er maar één God, de Vader, uit wie alle dingen zijn en tot wie wij zijn, en één Here, Jezus Christus, door wie alle dingen zijn, en wij door Hem.

Hier worden specifiek twee goddelijke Wezens genoemd. Waar is de derde? Waarom zegt dit vers niet dat er slechts één God is, en slechts één Heer, Jezus Christus, en één Heilige Geest waardoor we worden verwekt? Waarom wordt de Heilige Geest niet samen met de anderen genoemd op een plaats waar we dat toch zouden verwachten, in het bijzonder als we met de context bekend zijn? De context hier gaat over afgodendienst.

Het volgende vers hebben we de laatste tijd nogal vaak gelezen.

Johannes 17:3 Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt.

Als eeuwig leven het kennen van de Vader en de Zoon is, komt het dan niet ongebruikelijk en onlogisch op ons over dat de Heilige Geest, die verondersteld wordt zo belangrijk voor ons geestelijk leven te zijn, hier niet wordt genoemd, maar toch evengoed gekend moet worden?

Johannes 10:30 Ik en de Vader zijn één.

In deze context is het onderwerp God. Waarom zei Jezus niet: "Ik en de Vader en de Heilige Geest zijn één", toen Hij een perfecte gelegenheid had om de drieënige God bekend te maken, maar Hij die niet benutte?

In het volgende schriftgedeelte is het onderwerp het geheimenis van God:

Colossenzen 1:26-27 het geheimenis, dat eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest, maar thans geopenbaard aan zijn heiligen. 27 Hun heeft God willen bekendmaken, hoe rijk de heerlijkheid van dit geheimenis is onder de heidenen: Christus onder [het Grieks is letterlijk: in] u, de hoop der heerlijkheid.

Hier ontbreekt alweer iets interessants. Het grote geheimenis van God is aan Zijn kinderen geopenbaard en dit is: Christus in u, de hoop der heerlijkheid. De meeste mensen geloven dat de derde persoon van de drieëenheid in ons woont; dat is natuurlijk de Heilige Geest. Komt het niet onlogisch op u over, gelet op hoe belangrijk de mensen de Heilige Geest voor behoud vinden, dat het vers niet luidt: "De Heilige Geest in u, de hoop der heerlijkheid"? Nee, Paulus zegt specifiek dat het Christus in u is. Houdt deze uitspraak in gedachten, want deze wordt aan het eind van het ontrafelen van dit geheimenis heel belangrijk.

In de Schrift wordt vaak over geest gesproken en ik zal enkele plaatsen daarvan aanhalen. In feite zijn er over het Oude en Nieuwe Testament verspreid wel meer dan 700 plaatsen. We hebben de Geest van God, de Geest van de Vader, de Geest van de Heer, de Geest der waarheid, de Geest der heiligheid, de geest des levens, de Geest van God en de Geest van Christus, de geest van het zoonschap, de geest van zachtmoedigheid, dezelfde geest van geloof, de Heilige Geest der belofte, de Geest van wijsheid en openbaring in de kennis van Hem, de Heilige Geest van God, de Geest van Jezus Christus, de Geest der genade, de Geest van Christus, de Geest der heerlijkheid en van God, en de geest der profetie. Negentien verschillend benoemde geesten. Misschien zou er voor elk van hen wel een troon moeten zijn. Dat bedoel ik uiteraard niet serieus.

Er zijn twee woorden voor geest: één uit het Hebreeuwse Oude Testament — ruach — en één uit het Griekse Nieuwe Testament — pneuma. Beide woorden worden met geest vertaald. Deze twee woorden zijn praktisch synoniemen van elkaar, maar beide worden in hun respectieve talen op precies dezelfde manier gebruikt. Het kernidee van beide woorden is dat van "een onzichtbare kracht".

Allebei deze woorden — ruach en pneuma — zijn van primair belang om deze leer te begrijpen. Beide woorden worden echter door een grote variëteit aan woorden vertaald, omdat hun toepassing zo gevarieerd is. Dit gaat zover dat E.W. Bullinger in Appendix 9 van de Companion Bible zegt, dat "de betekenis van het woord [pneuma] slechts kan worden bepaald op basis van zijn gebruik binnen een bepaalde context". Vergeet dit nooit als we hiermee verdergaan.

Geest op zichzelf wordt nooit gezien. Bedenk dat geest onzichtbaar is. We kunnen echter waarnemen wat geest doet; we kunnen de manifestatie ervan zien. Dus als geest een bepaalde actie bewerkstelligt, kunnen we ons er door onze zintuigen — onze ogen, oren of gevoel — van bewust zijn, maar we kunnen nooit zien waardoor die actie tot stand wordt gebracht. We zien, voelen en horen de actie maar niet de kracht zelf. Jezus gaf hiervan een eenvoudig voorbeeld in het hoofdstuk waarin Hij het erover heeft dat "we wedergeboren moeten worden".

Johannes 3:8 De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet, vanwaar hij komt of waar hij heengaat; zó is een ieder, die uit de Geest geboren is.

We zijn allemaal bekend met de verwoesting die orkanen teweegbrengen, misschien in deze tijd wel in het bijzonder door de orkaan Katrina. Lucht — zelfs bewegende lucht — is onzichtbaar. We kunnen duidelijk zien wat ze doet, en wat ze doet kan een grote kracht demonstreren.

We kunnen nog een bekende illustratie ontlenen aan electriciteit. We weten allemaal dat deze wordt opgewekt in een electriciteitscentrale. Als we een schakelaar omschakelen om er gebruik van te maken, zijn we niet in staat de electrische stroom te zien, maar wat we wel zien is wat deze tot stand brengt als het licht aangaat, de warmte gaat stromen of een motor begint te draaien. Zo zien we geest ook nooit. We zien alleen maar de manifestatie ervan die er op een bepaald moment is.

Genesis 1:2 De aarde nu was woest en ledig, en duisternis lag op de vloed, en de Geest Gods zweefde over de wateren.

Het woord Geest hier is ruach. Als we vanuit de ruimte zouden kijken naar wat er allemaal gebeurde, zouden we niet kunnen zien dat de Geest zich over het aardoppervlak bewoog. Wat we wel zouden kunnen zien is dat de aarde reageerde op het krachtige en machtige kunstenaarstalent van God terwijl Hij schoonheid maakte uit de chaos die in het spoor van Satans oorlog tegen God was achtergebleven. We zouden kunnen zien wat er gebeurde, maar we zouden geen geest zien. Die is onzichtbaar. We zouden ook geen kracht zien. Alles wat we zouden zien is wat die kracht doet: er gebeuren dingen.

Laten we naar een kleiner voorbeeld gaan in het lied van Mozes. Hij beschrijft iets waarmee we heel bekend zijn.

Exodus 15:8 Door de adem van uw neus werden de wateren opgestuwd; als een dam stonden de stromen; de watervloeden stolden in het hart der zee.

We zijn bekend met de geschiedenis van de manier waarop God de wateren van de Schelfzee scheidde, zodat Israël op een droge ondergrond kon doortrekken. Toen het Egyptische leger echter doortrok, werd het vernietigd. Het woord adem is ruach. Als we daarbij zouden zijn geweest, hadden we de geest niet gezien, maar we zouden de wind hebben gevoeld en ook hebben horen waaien. Als we in het Oude Testament het woord wind tegenkomen, is het de vertaling van geest [ruach].

2 Samuël 22:16 Toen werden de beddingen der zee zichtbaar, de grondvesten der wereld kwamen bloot door het dreigen van de HERE, vanwege het blazen [ruach] van de adem [ruach] van zijn neus.

Zowel blazen als adem zijn vertalingen van hetzelfde woord, ruach. Ik laat u manieren zien waarop het woord ruach wordt gebruikt. We zullen straks aan het woord pneuma toekomen. Dit is de reden dat Bullinger zei dat we niet kunnen zeggen wat een woord betekent totdat we het in zijn context zien.

Prediker 3:19 Want het lot der mensenkinderen is gelijk het lot der dieren, ja, eenzelfde lot treft hen: gelijk dezen sterven, zo sterven genen, en allen hebben enerlei adem [ruach], waarbij de mens niets voor heeft boven de dieren; want alles is ijdelheid,

Hier wordt ruach op één van zijn meest voorkomende manieren gebruikt en dat is de lucht die we in- en uitademen en die het leven in stand houdt. In dit opzicht staat de mens niet boven het dier, omdat beide dezelfde lucht ademen. Dezelfde geest — lucht — houdt het leven van beide in stand.

Prediker 3:21 Wie bemerkt, dat de adem [In de KJV staat spirit, dat is geest] der mensenkinderen opstijgt naar boven en dat de adem [Ook hier staat in de KJV spirit, dat is geest] der dieren neerdaalt naar beneden in de aarde?

In dit vers wordt ruach alweer in beide toepassingen gebruikt. Als we dit vers eenmaal goed begrijpen, zien we dat er een bepaald verschil zit tussen beide toepassingen. Ze zijn duidelijk verschillend van wat we in vers 19 zagen, waar het gewoon "adem" betekende. In deze context wordt het toegepast op een onzichtbare kwaliteit of onzichtbaar vermogen binnen mens of dier dat een onderscheid tussen hen veroorzaakt. Dit is aan de buitenkant niet zichtbaar, maar een mens is absoluut geen dier en een dier geen mens. Het verschil wordt toegeschreven aan onzichtbare geest.

Ik zal dit voor u verduidelijken. Elihu zegt:

Job 32:8 Voorwaar, het is de geest in de stervelingen en de adem des Almachtigen, die hun inzicht geeft.

Het inzicht wordt hier aan ruach — aan geest — toegeschreven. Geest is hier hetzelfde woord als dat wat we zojuist in Prediker 3, de verzen 19 en 21, zagen. Daarom kunnen we de volgende conclusie trekken: geest is afkomstig van God. Geest is een door God gegeven kwaliteit die de mens in staat stelt kennis te verwerven — deze, zoals het vers zegt, te begrijpen en praktisch toe te passen.

Geest onderscheidt ons van de dieren zelfs al ademen we dezelfde lucht. Er worden aan dat woord binnen enkele verzen twee verschillende kwaliteiten toegekend. Hieraan is de leerstelling over de "geest in de mens" ontleend. Er is een of andere onzichtbare kracht in de mens die hem een mens maakt en geen dier. We zagen zojuist in Prediker 3:21 dat een dier ook een geest heeft, maar deze is niet dezelfde als de geest die in een menselijk wezen aanwezig is.

We zijn nog niet klaar met deze toepassingen. Het is heel belangrijk dat we begrijpen dat geest een onzichtbaar vermogen is, een kracht die er de oorzaak van is dat er dingen gebeuren.

Jozua 2:11 Toen wij dat hoorden, versmolt ons hart en vanwege u bleef bij niemand meer enige moed over, want de HERE, uw God, is een God in de hemel boven en op de aarde beneden.

Het woord moed hier is ruach. Hier hebben we een andere toepassing. Geest wordt gebruikt om te duiden op een specifieke kwaliteit binnenin iemand — een kwaliteit die niet wordt gezien totdat deze in gedrag tot uiting komt en dan wordt geacht voort te komen uit een onzichtbare geest. Dit is één van de meest voorkomende gebruiken van de woorden ruach en pneuma. Ze kunnen [op andere plaatsen] ook vertaald worden met een woord als boosheid, omdat er een temperament tot uiting komt.

Geest wordt dus gebruikt om toestanden van het denken, gevoelens en verlangens te vertegenwoordigen, omdat we die aan de buitenkant niet kunnen zien totdat ze zich dusdanig uiten dat ze met het oog kunnen worden gezien; maar die toestanden zijn latent aanwezig in iemand totdat ze tot actie aanzetten. We kunnen de behandeling van dit specifieke gebruik van beide woorden in het kort samenvatten door te bedenken dat het woord geest kan slaan op aspecten van karakter en persoonlijkheid.

Exodus 31:2-6 Zie, Ik heb bij name geroepen Besaleël, de zoon van Uri, de zoon van Chur, uit de stam Juda, 3 en hem vervuld met Gods Geest, met wijsheid, inzicht en kennis, en dat voor allerlei werk, om ontwerpen te bedenken, 4 om die uit te voeren in goud, zilver en koper; 5 om stenen te bewerken, om die in te zetten; om hout te snijden en werkzaam te zijn in allerlei arbeid. 6 En zie, ik heb naast hem gesteld Oholiab, de zoon van Achisamak, uit de stam Dan; in het hart van ieder die kunstvaardig is, heb Ik wijsheid gelegd. Zij zullen alles maken, wat Ik u geboden heb:

Hier hebben we mannen en vrouwen die buitengewone artistieke talenten hebben, die uitgaan boven wat een menselijke vakman normaal zou ontwikkelen op basis van menselijke kwaliteiten. In dit geval openbaart geest zich door middel van deze artisticiteit met als doel het bouwen van de tabernakel. De vaardigheid die deze mensen toonden wordt toegeschreven aan geest, een onzichtbaar, intern vermogen.

Laten we nu 1 Samuël 10 opslaan. Ik denk dat dit één van de belangrijkere schriftgedeelten is voor ons als bekeerde mensen.

1 Samuël 10:1, 6, 9-11 Toen nam Samuël de oliekruik, goot haar uit over zijn hoofd, kuste hem en zeide: Heeft de HERE u niet tot vorst over zijn erfdeel gezalfd? ... 6 Dan zal de Geest des HEREN u aangrijpen; gij zult met hen in geestvervoering geraken en tot een ander mens worden. ... 9 Terwijl hij zich omkeerde om van Samuël weg te gaan, schonk God hem [Saul] een ander hart. En al de genoemde tekenen geschiedden op die dag. 10 Toen zij daar te Gibea kwamen, zie, een schare profeten trad hem tegemoet; de Geest Gods greep hem aan en hij geraakte onder hen in geestvervoering. 11 En allen die hem van vroeger kenden, zagen hoe hij met de profeten profeteerde; en men zeide tot elkander: Wat is toch de zoon van Kis overkomen? Is Saul ook onder de profeten?

Geest, een onzichtbare kracht — en in dit geval is dat Gods Geest — veranderde Saul in iets wat hij voordien niet was geweest. Dit is om de volgende reden zo belangrijk: Hij raakte dit weer kwijt vanwege zijn misbruik van deze gaven, hoofdzakelijk door zijn aanmatigende keuzes.

Het meeste van wat we tot nu toe hebben doorgenomen is ontleend aan het Oude Testament. Ik heb dit op deze manier gedaan omdat de voorbeelden uit het Oude Testament over het algemeen gemakkelijker worden herkend. Er zijn echter meer verschillende toepassingen van het Griekse pneuma dan er zijn van het Hebreeuwse ruach. Laten we eerst naar het evangelie naar Lucas gaan om Jezus' eigen beschrijving van de Heilige Geest te zien. Laat dit tot u doordringen; dit is Zijn eigen beschrijving.

Lucas 24:49 En zie, Ik doe de belofte mijns Vaders op u komen. Maar gij moet in de stad blijven, totdat gij bekleed wordt met kracht uit den hoge.

Handelingen 1:8 maar gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde.

Is dat niet duidelijk? Jezus zegt dat de Heilige Geest kracht is. Dat is vrij specifiek. Wat zagen de mensen toen dit op deze algemene manier in het publiek werd gezegd? Ze zagen geen geest; ze zagen de uitwerking ervan: het spreken in verschillende talen. Ze zagen de vlammen van vuur die op de mensen verschenen. Ze hoorden als het ware een geweldige windvlaag. Wat ze zagen en hoorden was de uitwerking. We weten ook op basis van wat Hij in vers 8 zegt dat deze kracht niet alleen gegeven was om deze dingen te demonstreren, maar opdat ze van Hem getuigen zouden kunnen zijn in de gebieden die Hij noemde, tot aan het uiterste der aarde. Deze dingen zijn zo duidelijk.

Laten we naar één van de meer bekende openbaringen betreffende geest gaan.

1 Corinthiërs 12:4-11 Er is verscheidenheid in genadegaven, maar het is dezelfde Geest; [Al deze gaven komen van dezelfde Geest.] 5 en er is verscheidenheid in bedieningen, maar het is dezelfde Here; [De Geest die de gaven zal geven komt van dezelfde Persoon, de Heer.] 6 en er is verscheidenheid in werkingen, maar het is dezelfde God, die alles in allen werkt. 7 Maar aan een ieder wordt de openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen [dus ten gunste van iedereen]. 8 Want aan de een wordt door de Geest gegeven met wijsheid te spreken, en aan de ander met kennis te spreken krachtens dezelfde Geest; 9 aan de een geloof door dezelfde Geest en aan de ander gaven van genezingen door die ene Geest; 10 aan de een werking van krachten, aan de ander profetie; aan de een het onderscheiden van geesten, en aan de ander allerlei tongen, en aan weer een ander vertolking van tongen. 11 Doch dit alles werkt één en dezelfde Geest [deze onzichtbare kracht], die een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij wil.

Als we begrijpen waar dit hoofdstuk over gaat, begrijpen we ook waarom het begint zoals het begint. Dat is omdat God ons laat zien dat Hij degene is die ons de kracht geeft om onze verantwoordelijkheden uit te voeren. Als we wat er hier in dit hoofdstuk wordt onderwezen, zouden combineren met Efeziërs 4, zouden we zien dat elk deel van het lichaam — ieder menselijk wezen in de kerk van God — door God middels Zijn Geest van gaven wordt voorzien om een verantwoordelijkheid ten gunste van de kerk uit te voeren. Dat geldt niet alleen voor de dienaren, maar echt iedereen wordt door dezelfde Geest hiertoe in staat gesteld.

Wat we hier in 1 Corinthiërs 12 zien, lijkt sterk op het doel waartoe God Besaleël en Oholiab in staat stelde en al die andere werklieden die onder Mozes bij de bouw van de tabernakel betrokken waren. Het verschil is dat de vermogens die God hun gegeven had, gaven voor fysieke doeleinden voortbrachten. Onze gaven zijn voor geestelijke doeleinden. Het verschil komt tot uiting in wat er wordt voortgebracht. Zij bouwden een mooi gebouw dat slechts een type was. Jezus Christus bouwt door ons en met de gaven die ons zijn gegeven, een levende eenheid, de tempel van God — de kerk van God — die ook het lichaam van Christus is.

We gaan nu naar Johannes 3, naar een schriftgedeelte dat iets moeilijker te begrijpen is. We gaan naar Johannes 3, omdat, voorzover het de bijbel betreft, dit de allereerste keer is dat deze specifieke toepassing van geest wordt gemaakt.

Johannes 3:3-7 Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk Gods niet zien. 4 Nikodemus zeide tot Hem: Hoe kan een mens geboren worden, als hij oud is? Kan hij dan voor de tweede maal in de moederschoot ingaan en geboren worden? 5 Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan. 6 Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest. 7 Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden.

Jezus stelde hier de vleselijke natuur die we door geboorte hebben en waarnaar we in deze wereldlijke omgeving leven, tegenover de geestelijke natuur die komt door verwekking middels Gods Heilige Geest. (Zoals we later zullen zien zette Hij hiermee een patroon voor andere tegenstellingen.) Dat wat uit het vlees geboren is, is vlees; dat is alles wat het ooit kan zijn. Dat wat uit de Geest geboren is, is geest; zover zijn we echter nog niet. Jezus stelde het vlees tegenover de geest.

Johannes borduurde hierop verder. Ik zal dit kort uitdiepen.

1 Johannes 5:1, 5 Een ieder, die gelooft, dat Jezus de Christus is, is uit God geboren; en ieder, die Hèm liefheeft, die deed geboren worden, heeft (ook) degene lief, die uit Hem geboren is. ... 5 Wie is het, die de wereld overwint, dan wie gelooft, dat Jezus de Zoon van God is?

Johannes deed hier hetzelfde als Jezus in Johannes 3, maar het is wat moeilijker te zien. Als we het begrip van vers 1 combineren met vers 5, zien we dat Johannes zei dat alleen zij die de natuur hebben die voortkomt uit een verwekking door onze Heilige Vader, de kracht zullen hebben om de wereld te overwinnen. Mensen met de menselijke natuur zullen deze prestatie nimmer of nooit volbrengen. De wereld kan alleen overwonnen worden door de Geest van God in ons, die ons de kracht geeft om dit te doen.

Paulus maakt het zo duidelijk als maar mogelijk is.

Romeinen 8:4 opdat de eis der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen [leven, ons leven leiden], doch naar de Geest.

Ziet u hoe hij het één tegenover het ander stelt?

Romeinen 8:8 zij, die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen.

Dat is een onmogelijkheid! Waarom? Omdat zij de wereld niet kunnen overwinnen. We zagen dat zojuist in 1 Johannes 5:5.

Romeinen 8:8-9 zij, die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen. 9 Gij daarentegen zijt niet in het vlees, maar in de Geest, althans, indien de Geest Gods in u woont. Indien iemand echter de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe.

We kunnen dit deel van de preek als volgt afsluiten: Toen Jezus, Paulus en Johannes het woord geest op deze manier gebruikten, doelden ze op de nieuwe natuur die ontvangen wordt door verwekking door God.

We gaan zien hoe gevarieerd de toepassingen van dit woord zijn. De meest bekende toepassingen voor ons zijn dat geest kan verwijzen naar de Vader, naar de Zoon, naar de goede engelen van God, of naar demonen — daarnaast ook naar de Heilige Geest, de veronderstelde derde persoon in de drieëenheid.

Al met al wordt ruach in het Oude Testament op acht verschillende manieren gebruikt. Pneuma wordt in het Nieuwe Testament op veertien verschillende manieren gebruikt. Het is altijd onzichtbaar, met één uitzondering: een geest, zoals een engel, die ervoor kiest toe te staan dat mensen hem zien. Dat is de enige uitzondering. Elke andere toepassing van geest is onzichtbaar, wordt nooit gezien.

De meeste mensen die voor de drieëenheid pleiten, baseren hun argumenten op Jezus' instructie na de Pascha-dienst. Maar om wat Jezus zei op de juiste manier te begrijpen, moeten we wat Hij zegt zorgvuldig volgen en goed overdenken, waarbij we hier en daar enkele vragen moeten stellen om te begrijpen, als we wat Hij zei vergelijken met wat we reeds weten. Ik ben door al deze toepassingen gegaan zodat ze als achtergrond zouden kunnen fungeren.

Als we aan het veertiende hoofdstuk van Johannes beginnen, moeten we begrijpen in welke gemoedsgesteldheid de discipelen verkeerden. Ze waren reeds wat aangeslagen door de ervaringen bij de Pascha-maaltijd. Ze begrepen de oudtestamentische betekenis, maar ze konden de profetische, persoonlijke, en de — op dat moment — onmiddellijke toepassing op Jezus en dus op henzelf, niet volledig begrijpen. Toen Hij hun echter vertelde dat Hij hen zou gaan verlaten, werden ze bevreesd omdat Hij hun beste vriend was, de vriend die ze zo liefhadden. Ze hadden Hem verbazingwekkende dingen zien doen, inclusief zelfs opstandingen uit de dood. Daarnaast had Hij hun denken geopend voor de ontzagwekkende toekomst die in het evangelie besloten ligt. En nu zei Hij hun dat Hij zou gaan sterven. Ze zouden niet alleen hun beste vriend verliezen, maar ze vroegen zich ook af wat er met hen zou gaan gebeuren als ze eenmaal zonder leider zaten. Zou Hij niet het Koninkrijk van God oprichten?

Johannes 14:1 Uw hart worde niet ontroerd; gij gelooft in God, gelooft ook in Mij.

Jezus merkte hun gemoedsgesteldheid op. We zouden hier zelfs kunnen zeggen "hun geest". Hun geest was terneergeslagen vanwege de dingen die in hun denken opkwamen. Hij gaf hun onmiddellijk de verzekering dat er een toekomst voor hen was: samen met Hem te zijn. Hij gaat verder met te laten zien dat Hij eerst moest voorgaan en dat zij Hem later zouden volgen.

Om hen nog meer zekerheid te geven zegt Hij in vers 6: "Ik ben de weg, de waarheid en het leven; niemand kan tot de Vader komen dan door Mij." Hij begint een relatie te benadrukken — de relatie die Hij met de Vader heeft. Zijn relatie met de Vader is belangrijk in verband met de drieëenheid. Waarom? Omdat de bijbel nergens laat zien dat er in de of andere veronderstelde drieënige Godheid een derde persoon is, die een soortgelijke relatie — van hetzelfde type als Jezus — met de Vader heeft. Daarnaast laat de bijbel ook geen relatie zien tussen Jezus en een veronderstelde derde persoon in een drieëenheid, noch als broer noch als medelid van de Godheid. Dit relatie-onderwerp was voor Filippus verwarrend en hij stelde de volgende vraag:

Johannes 14:8 Filippus zeide tot Hem: Here, toon ons de Vader en het is ons genoeg.

In Jezus' antwoord hierop bespeur ik enige mate van vermoeidheid, in het bijzonder in vers 9.

Johannes 14:9-11 Jezus zeide tot hem: Ben Ik zolang bij u, Filippus, en kent gij Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; hoe zegt gij dan: Toon ons de Vader? 10 Gelooft gij niet, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden, die Ik tot u spreek, zeg Ik uit Mijzelf niet; maar de Vader, die in Mij blijft, doet zijn werken. 11 Gelooft Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is: of anders, gelooft om de werken zelf.

Op de een of andere manier konden ze de relatie die Jezus met de Vader had, niet begrijpen. Misschien was dit omdat de Vader onzichtbaar was en dat het hun geestelijk boven de pet ging.

Zelfs al was Jezus God in het vlees, toch werd Hij gehinderd door Zijn mens zijn. Hij zei dat Hij uit en door Zichzelf noch de woorden ter instructie (het fantastische onderwijs dat Hij aan die mannen gaf) noch de wonderbaarlijke kracht had om de tekenen te doen, waardoor Hij op barmhartige wijze uiting gaf aan Wie Hij was om de instructie die door Hem gegeven werd, te versterken. Begrijp dat de dingen die door Christus werden gedaan, gedaan werden door geest die van de Vader uitging. Menselijk had Jezus niet meer kracht, als ik het zo kan zeggen, dan u of ik.

Het is erg belangrijk voor ons dit punt van "eenheid" te begrijpen, omdat dit in één opzicht het geheim is van Jezus' kracht. Hij had eerder in Johannes 10:30 gezegd dat Hij en de Vader één waren. Hij bedoelde daarmee dat al waren Ze twee verschillende Wezens, Ze volkomen één waren in het doel en het plan dat Ze uitvoerden binnen en ten gunste van de mensheid. Deze eenheid is feitelijk een echo van iets dat eerder in de bijbel voorkwam. Iedereen van ons is daar vertrouwd mee. Adam uitte deze woorden en hij moet dat onder inspiratie van Gods Geest hebben gedaan.

Genesis 2:24 Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen [Statenvertaling: aankleven], en zij zullen tot één vlees zijn.

Deze eerdere eenheid, in simpele woorden uitgedrukt, is de eenheid die wij in relatie met God moeten hebben. Het woord aankleven is een krachtig werkwoord dat duidt op "vasthouden aan". Adams verklaring hier kan als volgt op een andere manier onder woorden worden gebracht (ik parafraseer): "Als een man zijn vader en moeder verlaat [doet hij dat] opdat hij zijn vrouw kan aankleven, zodat ze één vlees worden." Wat Adam hier tot uiting brengt is dat er een belangrijke verandering in iemands leven, in iemands doel en plezier moet plaatsvinden om deze eenheid te bereiken. Een man moet zich vasthoudend inzetten voor zijn vrouw en zijn vrouw voor hem. Dat symboliseert een eenheid.

Uit dit vers en onze eigen ervaring in het leven beginnen we te leren dat eenheid duidt op een proces dat niet eenvoudig is te bereiken. We moeten ons daartoe op een vasthoudende manier inzetten. Pas datzelfde principe toe op een relatie met God. We moeten het vlees verlaten, de wereld verlaten en God aankleven, als we één met Hem willen worden. Aan de ene kant zien we een vleselijke eenheid, maar nu hebben we het over een geestelijke eenheid.

Johannes 17:20-21 En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen, die door hun woord in Mij geloven [Dat zijn wij!], 21 opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt.

Daar is God met Zijn schepping met ons op uit, dat we één met Hem worden. Bedenk dat dit precies het punt is waar Jezus Zijn uitleg over de Heilige Geest in Johannes 14 mee begint. Hij begint deze met de eenheid die Hij met de Vader heeft. Hij zei dat Hij zo sterk op de Vader leek dat "als u Mij hebt gezien, dan hebt u de Vader gezien." Dat is pas eenheid! Niemand van ons heeft dat bereikt. We hebben het al moeilijk genoeg om die met onze huwelijkspartner te bereiken. Dat is slechts een type. Allen van ons die getrouwd zijn, kunnen, denk ik, de moeilijkheid begrijpen om één met een ander menselijk wezen te worden. We hebben hulp nodig en we hebben in het bijzonder hulp nodig om één met God te worden. De Heilige Geest speelt die rol. Speelt is misschien een slecht gekozen woord; ik gebruikte het bij gebrek aan een beter woord.

Het is Jezus' gebed dat wij één worden met de Vader. Is de wereld één met God? Nee. De wereld haat God en wij haatten God ook totdat Hij, door Zijn Geest, een verandering in ons afdwong door ons te roepen. Wij nodigden die roeping niet uit; Hij deed dat vanuit Zichzelf door Zijn Geest.

Johannes 17:22-23 En de heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn: 23 Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot één, opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.

Deze eenheid waar Jezus in deze twee hoofdstukken over spreekt, zal grotendeels tot stand komen door het inwonen van de Heilige Geest, maar we moeten bedenken dat wij op de juiste manier moeten reageren. De verzekering die Hij geeft, wordt versterkt door deze belofte die een voorwaarde bevat.

Johannes 14:15a Wanneer [Letterlijk "indien" zoals in de Statenvertaling.] gij Mij liefhebt, ...

Hebben twee mensen die bij elkaar komen om één te worden, elkaar niet lief? Zeer zeker. Dat schept eenheid.

Johannes 14:15-21, 23 Wanneer [Indien] gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren. 16 En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, 17 de Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet; maar gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn. 18 Ik zal u niet als wezen achterlaten. Ik kom tot u. 19 Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer, maar gij ziet Mij, want Ik leef en gij zult leven. 20 Te dien dage zult gij weten, dat Ik in mijn Vader ben en gij in Mij en Ik in u. 21 Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren. ... 23 Jezus antwoordde en zeide tot hem: Indien iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord bewaren en mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen.

De voorwaarde om deze belofte van de Trooster te ontvangen, is dat wij de geboden bewaren [onderhouden] en op die manier onze liefde voor Christus demonstreren. Door de belofte van de Trooster zegt Hij hun en ons dat we op dezelfde manier geholpen zullen worden als Hij in vers 10 had uitgelegd. Hij werd door de Vader geholpen. Hij zegt niet dat wij in dezelfde mate als Hij geholpen zouden worden, maar dat we geholpen zouden worden.

We zullen door het onderhouden van de geboden geen behoud verdienen, maar het onderhouden van de geboden zal onze liefde voor Hem tot uiting brengen. Het zal groei van de nieuwe natuur voortbrengen en het zal de manier van leven van de Vader in ons karakter graveren. Daarnaast zal het in ons leven voorzien in een getuigenis van God. Het zal Hem voor anderen verheerlijken. Met andere woorden ons onderhouden van de geboden zal lof en eer voor God teweeg brengen.

Hij zegt dat Hij hun de hulp zou geven van iemand die naast hen zou oplopen. Het woord Trooster is vertaald van het Griekse paraklete. Het betekent letterlijk "iemand die naast iemand oploopt". Het kan ook gedefinieerd of begrepen worden als gids, advocaat, iemand die tussenbeide komt of helper, afhankelijk van de context waarin het voorkomt. Het is iemand die hulp en bemoediging geeft.

Wie was tot dit moment in hun leven hun gids, advocaat en helper geweest en degene die voor hen tussenbeide kwam? Dat was Hij. Drieënhalf jaar lang hadden zij onderwijs ontvangen van God in het vlees. In vers 17 definieert of beschrijft Hij de andere Trooster in meer detail als "de Geest der waarheid". Als we naar vers 6 zouden teruggaan, zien we daar: "Ik ben de waarheid." Zei Hij dat niet? Hij zei: "Ik ben de weg, de waarheid en het leven."

In Johannes 17:17 staat dat Gods woord waarheid is. In Johannes 1 zien we dat Jezus het levende woord van God was. Hij was het gepersonifieerde woord van God. Gods woord is waarheid. Op welke manier we er ook naar kijken, de Geest der waarheid is de Geest van Jezus Christus Zelf. We beginnen ons te richten op wie de Heilige Geest is.

Jezus spreekt over "een andere Trooster". Drieënhalf jaar lang was Jezus de Trooster in het vlees. Een andere Trooster zou de Geest van hetzelfde Wezen zijn, maar deze zou onzichtbaar zijn en zou geestelijk zijn. Het zou geen vleselijke hulp zijn die naast deze mensen meeliep. Hij zou het Zelf zijn, maar middels een Geest die van Hem uitging — precies dezelfde Geest die Hij hun op aarde had laten zien, maar alles is nu naar de geestelijke sfeer verschoven.

We kunnen dit nog wat meer definiëren. In vers 17 vormen de woorden der waarheid een bijvoeglijke bepaling. Deze modificeert het zelfstandig naamwoord Geest en duidt er daardoor op dat deze specifieke Geest het bezit is van of behoort aan de waarheid, en daarom behoort deze Geest, binnen dit zinsverband, aan Jezus Christus, die waarheid is.

Hij benadrukt dit nog verder. Aan het einde van vers 17 zei Hij:"want Hij blijft bij u". Dat kan niet duidelijker! Wie bleef drieënhalf jaar lang bij hen? Jezus! De rest van vers 17 zegt: "... en zal in u zijn." Jezus zou in ons zijn: "Christus in u, de hoop der heerlijkheid", niet de een of andere derde persoon. Jezus Christus is Zelf de Heilige Geest!

Laten we nog wat verder gaan. We kunnen dit nog verder uitspinnen. Wie spreekt hier? Jezus!

Johannes 14:18 Ik zal u niet als wezen achterlaten. Ik kom tot u.

Jezus zei: "Ik kom tot u," niet een derde persoon in een drieëenheid. Jezus Zelf, door de Geest die van Zijn denken uitstraalt, zou tot ons komen.

Weet u wat geest is? In de meeste gevallen zal de volgende definitie gelden: Geest is niets meer dan een krachtige communicatie vanuit het verstand van God tot het verstand van de mens. Dat is vrij eenvoudig, maar die communicatie motiveert ons. Mensen zouden ons zien handelen, maar Degene die in de motivatie voorzag was God Zelf door middel van de communicatie die Hij ons gaf. "Doe dit." "Doe dat." "Zeg dit." "Zeg dat." Het kan zelfs op ons overkomen dat we vanuit onszelf handelen, maar Jezus zegt hier: "De Vader spreekt door Mij," en "De Vader doet de werken." Ja, we hebben er enige zeggenschap over. We moeten ervoor zorgen dat als we die drang, als ik het zo mag zeggen, krijgen om goed te doen, we er beter aan doen de Heilige Geest niet te krenken, maar te doen wat deze zegt.

In vers 18 zegt Hij: "Ik zal u niet als wezen achterlaten." In andere vertalingen zou kunnen staan: "Ik zal u niet alleen laten," of "Ik zal u niet bedroefd achterlaten." De rest van dat vers geeft aan waarom we nooit alleen zullen zijn. Hij zegt daar: "Ik kom tot u." Christus Zelf zal tot ons komen. Dat moet heel wat troost bieden. Hoe zou Hij dat doen? Door middel van Zijn Geest — de Geest der waarheid — de onzichtbare kracht die motiveert en kracht geeft en in staat stelt tot het hebben van een bepaalde houding en gedrag die God verheerlijken. In Johannes 6:63 zegt Hij: "De woorden die Ik tot u spreek, zijn geest [een onzichtbare kracht] en leven."

In vers 20 scherpt Hij het punt van eenheid nog verder aan.

Johannes 14:20-21 Te dien dage zult gij weten, dat Ik in mijn Vader ben en gij in Mij en Ik in u. 21 Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren.

Jezus zei dat Hij Zichzelf aan ons zal openbaren, niet een derde persoon uit een drieëenheid. Hij zegt hun dat Hij in ons zal zijn en Hij zal Zichzelf openbaren. Hij zal dat doen. Het Boek vertaalt deze verzen als:

Johannes 14:20-21 [Het Boek] Op die dag zult u begrijpen dat Ik in mijn Vader ben, dat u in Mij bent en Ik in u. 21 Als iemand Mij gehoorzaamt, blijkt daaruit dat hij van Mij houdt. Wie van Mij houdt, zal ervaren dat mijn Vader ook van hèm houdt. Ik zal van hem houden en hem duidelijk laten zien wie Ik ben.

Dat is zo klaar als een klontje en het enige wat we moeten doen, is het geloven.

Hij zegt later dat Hij dit alleen kon doen als Hij zou sterven. Hij zei: "Het is nodig dat Ik naar de Vader ga, opdat de Geest gegeven kan worden." Het was nodig dat Hij zou sterven en worden opgewekt. Daar zijn veel voordelen aan verbonden, omdat zolang Hij mens was, Hij slechts op één plaats tegelijk kon zijn, evenals u en ik. Als God echter zou Hij de almacht en alwetendheid hebben van een geestelijk wezen — een Wezen dat goddelijk is — dat op elk moment in staat is de gehele schepping te overzien en bij tienduizenden, misschien wel miljoenen, mensen tegelijkertijd te zijn.

Vers 23 stelt dit echt nauwkeurig vast:

Johannes 14:23 Jezus antwoordde en zeide tot hem: Indien iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord bewaren en mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen.

Dit laat twee verschillende Wezens zien. Aangezien Zij één zijn en wij door de Vader zijn verwekt, kunnen we in tijden van nood altijd een beroep doen op de Vader en de Zoon.

Johannes 4:24 God is geest en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in geest en in waarheid.

In de KJV hebben de vertalers dit vertaald met "God is een Geest ..." Zij hebben het lidwoord een toegevoegd. Dat hoort daar niet thuis. Zoals de NBG het vertaalt, God is geest, is correct. Geest wordt hier gebruikt om de substantie te beschrijven waaruit het lichaam van God is samengesteld.

1 Petrus 1:14-16 Voegt u, als gehoorzame kinderen, niet naar de begeerten uit de tijd uwer onwetendheid, 15 maar gelijk Hij, die u geroepen heeft, heilig is, wordt (zo) ook gijzelf heilig in al uw wandel; 16 er staat immers geschreven: Weest heilig, want Ik ben heilig.

God is geest en God is heilig. Hier verwijst heilig naar houding, naar gedrag. Zij zijn beiden rein, rechtvaardig, liefhebbend. De Vader en de Zoon zijn zowel geest als heilig, daarom zijn Ze beiden heilige geest.

Galaten 4:6 En, dat gij zonen zijt, God heeft de Geest zijns Zoons uitgezonden in onze harten, die roept: Abba, Vader.

Is dat niet duidelijk? Wie leeft er in ons? Dat is Jezus Christus, niet de derde persoon van een drieënige Godheid.

Romeinen 8:26-27 En evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. 27 En Hij, die de harten doorzoekt, weet de bedoeling des Geestes, dat Hij namelijk naar de wil van God voor heiligen pleit.

Hebreeën 4:12-13 Want het woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zó diep, dat het vaneenscheidt ziel en geest, gewrichten en merg, en het schift overleggingen en gedachten des harten; 13 en geen schepsel is voor Hem verborgen, want alle dingen liggen open en ontbloot voor de ogen van Hem, voor wie wij rekenschap hebben af te leggen.

Vers 12 zegt "het woord van God" en u weet Wie "het Woord van God" is. Hij doorzoekt onze harten. Hij is Degene die geest is en in ons leeft.

Romeinen 8:34 wie zal veroordelen? Christus Jezus is de gestorvene, wat meer is, de opgewekte, die ter rechterhand Gods is, die ook voor ons pleit.

God de Vader besteedde 33½ jaar om Zijn Zoon voor te bereiden om onze Hogepriester te zijn, zodat Hij, met al deze ervaring als menselijk wezen, ons kon leiden, sturen en corrigeren. Hij ervoer wat het is om mens te zijn, zodat Hij ons kan helpen de uitdagingen het hoofd te bieden en te worden als Hij. Komt het logisch op u over dat God daarna die taak zou overdragen aan een geheel ander wezen dat nooit de dingen had ervaren die Christus ervoer, iemand die we zelfs niet kennen? Voor mij is dat absolute onzin.

De bijbel laat absoluut geen voorbeeld zien van de Heilige Geest die als een aparte persoon van de Godheid wordt aanbeden. Zowel de Vader als de Zoon worden echter aanbeden.

Laten we eindigen met Johannes 16, daar dat de dingen zal samenvatten.

Johannes 16:13 doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid [Jezus Christus], zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen.

Dat is de Geest — die onzichtbare kracht — die van Hem naar ons wordt gecommuniceerd. Het is "Christus in ons" die de hoop is der heerlijkheid. Hij is degene die ons voorbereidt op Gods Koninkrijk. Hij is degene die ons in staat stelt te begrijpen, te herinneren, te overwinnen, te getuigen, God te verheerlijken evenals Hij, Jezus Zelf, dat deed. Er is geen drievoudige Godheid.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)