De dag van Israëls rampspoed

Door John W. Ritenbaugh
14 mei 2005

Samenvatting: (toon)

John Ritenbaugh laat zien dat de betreurenswaardige ontrouw van Israël een voortdurend terugkerend thema van de grote en kleine profeten is, waarbij het volk wordt uitgebeeld als een wispelturige, bedorven, verwende, goed geklede prostituee. Hij suggereert dat de dag van Israëls rampspoed vlak achter de horizon ligt. God voorziet met het boek Spreuken in een tegengif voor het overblijfsel van deze decadente beschaving van het moderne Israël, Gods verwekte kinderen. Wijsheid is onlosmakelijk verbonden met vrees en ontzag voor God. Zonder wijsheid is genialiteit en briljantheid op zijn best nutteloos en op zijn slechtst gevaarlijk. Wijsheid waarschuwt ons niet toe te laten dat de wereld ons naar haar vorm kneedt. Als natie hebben we helaas wijsheid ten gunste van dwaasheid verworpen, waardoor grote, verwoestende rampen, zoals hongersnoden, epidemieën, aardbevingen, kosmische verstoringen (beeldend tot uitdrukking gebracht in Deuteronomium 32, Jeremia 4 en Ezechiël 2-3 en 6-7), worden voortgebracht over ons afvallig, ongelovig volk na de daaraan voorafgaande verwoesting van heidense naties die geen relatie met God hebben.


Ik begin deze preek in Spreuken 1. Uiteindelijk zal ik — wat ik niet heel vaak doe — misschien het gehele hoofdstuk lezen. In feite zal ik in de loop van deze preek van tijd tot tijd heel wat lezen.

Toen ik aan deze preek begon te werken en ongeveer voor twintig procent gereed was, dacht ik aan een vers in Spreuken 1. Toevallig lag de Moffat vertaling van de bijbel op mijn bureau en ik besloot die op te pakken en het vers daaruit te lezen. Op dat moment besloot ik het gehele hoofdstuk te lezen.

Ik heb Spreuken altijd in engere zin opgevat. Daarmee bedoel ik dat ik het als een verhandeling opvatte van onze Vader in de hemel die op mij persoonlijk was gericht. Daar is absoluut niets mis mee. Maar toen ik het hoofdstuk begon te lezen, begon het me te dagen dat God Zich hier ook collectief richtte tot de gehele natie Israël alsof zij slechts één persoon was. Evenzo richtte het zich op alle andere naties die in contact kwamen met Israël en tot op deze dag nog in contact komen met Israël. Ook zij worden uitgebeeld als individuele personen die in de loop van het leven hun invloed op Israël uitoefenen, met hen omgaan, plannen maken, kopen, verkopen, bouwen en in het zakenleven contracten aangaan.

Nu aan het begin wil ik u vragen dit te bezien als een instructie aan uw volk, een instructie waarin de gehele bevolking als één persoon wordt uitgebeeld. Dit is een juiste toepassing. Iedereen binnen het bereik van mijn stem zal zich waarschijnlijk herinneren dat Israël in Ezechiël 16 door God wordt uitgebeeld als een alleenstaande vrouw die Hij in een betreurenswaardige toestand vindt; Hij reinigt haar, vindt haar aantrekkelijk, trouwt haar en beschrijft dan haar ontrouw huwelijksgedrag. De gehele natie was daarbij betrokken, maar God beeldde Israël uit als één enkele vrouw.

Ditzelfde principe zien we in het Hooglied waarin één enkele vrouw metaforisch de gehele kerk met al haar leden voorstelt. Hetzelfde principe zien we ook in Klaagliederen, in Hosea en in mindere mate in Amos. In feite zijn bijna alle profetische boeken vanuit dit standpunt geschreven, maar ik had daar met betrekking tot Spreuken nooit aan gedacht.

Denk aan Spreuken als aan een vader die op ernstige manier zijn zoon van om en nabij de twintig raad geeft — een zoon die ongeveer op de leeftijd is dat hij het gezin zal gaan verlaten om zijn eigen leven te gaan leiden, onafhankelijker van zijn familie dan hij ooit is geweest.

Ik had deze preek reeds de titel "De dag van Israëls rampspoed" gegeven en het vers waar ik aan dacht is Spreuken 1:26, waar staat: "Daarom zal ik ook lachen om uw verderf; ik zal spotten, wanneer uw verschrikking komen zal."

Onze natie heeft zich al heel lang misdragen. Ze is nooit geweest wat de bijbel als een christelijke natie beschrijft, maar we hebben desondanks in de Constitutie een basis voor een ongewoon rechtvaardig bestuur. In de tijd dat de Constitutie werd opgesteld had de bevolking respect voor de opvattingen die de samenstellers over God hadden, die opvattingen lagen heel wat dichter bij de waarheid dan de opvattingen die men in deze tijd over God heeft.

Maar gemeente, in termen van algemeen gedrag en houding is de rechtvaardigheid van deze natie in de laatste vijftig jaar zo sterk veranderd dat deze nauwelijks te herkennen valt in het licht van wat deze placht te zijn. Het is waar dat de natie nog steeds machtig is, maar die macht is een oppervlakkige façade en ik kan niets anders bedenken dan Gods eigen beoordeling van haar als een dure, goedgeklede straatprostituee. We verkopen onszelf voor wat we maar kunnen krijgen; niet alleen onszelf, maar ook de toekomst van onze kinderen. We zijn bereid om alles te doen, inclusief samenzweren met andere naties, om een voordeel te behalen, een oorlog te beginnen en geld te verdienen om de goedkoop schitterende, corrupte en gewelddadige levensstijl in stand te kunnen houden die onze nationale manier van leven is geworden.

Als volk leven we geestelijk, moreel en ethisch alsof er geen morgen is, alsof er geen lange termijneffecten aan ons gedrag verbonden zijn. Het lijkt erop alsof we nooit zullen behoeven te betalen voor wat we nu doen. Maar de dag van rekenschap ligt nog maar enkele jaren voor ons, het aanbreken van die dag ligt nog maar net achter de horizon. Om te beginnen in Spreuken is een klein beetje voorbereiding op zijn plaats.

Spreuken 1:2-6 om verstandige woorden te verstaan, om de tucht aan te nemen, 3 die verstandig maakt, gerechtigheid en recht en rechtschapenheid; 4 om de onverstandigen schranderheid, de jongeling kennis en bedachtzaamheid te geven. 5 De wijze hore en vermeerdere inzicht en wie verstandig is, verwerve overleg, 6 om te verstaan spreuk en beeldspraak, woorden en raadselen van wijzen.

Deze verzen zijn de specifieke doelstelling van het gehele boek en het sleutelwoord is het woord dat vertaald is met "wijsheid".

Voor de Hebreeën is wijsheid niet een filosofische spitsvondigheid die men zou kunnen zoeken op de universiteiten, maar het is veeleer een intens praktische kwaliteit. Eén bron definieerde het eenvoudig als "wijs gedrag". Het is echter meer dan gezond verstand, omdat God bij die instructie betrokken is. Deze wijsheid wordt ondersteund door kennis die door veel ervaring in de dingen van het leven verkregen is, en wordt gecombineerd met een diepgaand begrip van zowel de korte als de lange termijngevolgen van een handeling. De bron ervan is Degene die werkelijk kennis van zaken heeft, echt begrip heeft en rechtvaardig is. Heel simpel gezegd is deze wijsheid, weten wat de juiste actie is die binnen relaties moet worden genomen. Er is een heel sterke morele en ethische kijk aan verbonden. Deze wijsheid geeft de richting aan en het pad dat een verantwoordelijk, oprecht iemand zal volgen.

Spreuken 1:7 De vreze des HEREN is het begin der kennis; de dwazen verachten wijsheid en tucht.

Vers 7 wordt in de Soncino (een joods commentaar) beschreven als "het motto van het boek". Het motto verklaart dat het wijsheid (dat is weten wat de juiste actie is die genomen moet worden) benadert vanuit Gods standpunt. Waarom? Omdat God de Schepper is van het universum en zonder Zijn betrokkenheid in ons denken, is het ons onmogelijk het ontwerp en het doel van het leven te begrijpen; vandaar de specifieke instructies die in de rest van het boek gegeven worden.

Al zijn de Spreuken in het algemeen op iedereen van toepassing, toch zijn ze voornamelijk gericht op hen die reeds op het juiste pad gaan — Gods verwekte kinderen — en als we dus in harmonie met Zijn doel willen zijn, is de raad in specifieke situaties absoluut nodig. Zo eenvoudig is dat. Respect voor God is het essentiële uitgangspunt om te bepalen welke actie genomen moet worden; het motto impliceert dus dat als men God van de kennis losmaakt, de kennis een instrument ter vernietiging wordt in plaats van een instrument tot opbouw. Daarom geldt dat waar geen respect is voor God ook geen wijsheid is, en waar geen wijsheid is, is geen respect voor God. Wijsheid en respect voor God gaan hand in hand. Respect voor God is het essentiële uitgangspunt om te bepalen welke actie genomen moet worden.

In dit vers maken we ook kennis met het woord "dwaasheid". In dit boek is dit het tegengestelde van wijsheid; daar is dus ook een heel sterke morele en ethische kijk aan verbonden. Het duidt niet op een vorm van een intellectueel gebrek. Met andere woorden iemand kan een genie zijn en tezelfdertijd een dwaas. Het duidt niet op een intellectueel gebrek, maar veeleer op een moreel en ethisch gebrek in iemand wiens respect voor God of geheel afwezig is of van zo'n laag niveau dat die persoon niet werkelijk oprecht kan zijn in zijn gedrag. Met andere woorden de dwaze persoon zal ondanks dat hij een genie is, zo zelfgericht zijn dat niets anders ertoe doet. God staat volkomen buiten beeld.

Als ik dit lees, wil ik dat u weer denkt dat dit in het algemeen tot Israël is gericht en op de Verenigde Staten van Amerika in het bijzonder. Ik wil dat u denkt aan onze samenzwerende, nationale leiders in regering, zaken, scholing, religie en vermaak, terwijl wij als natie achteloos verdergaan op onze weg waarbij we geen aandacht schenken aan de grote God der schepping.

Spreuken 1:8-9 Hoor, mijn zoon, de tucht van uw vader en verwerp de onderwijzing van uw moeder niet; 9 want zij zijn een liefelijke krans voor uw hoofd, een keten voor uw hals.

Gemeente, let eens op waar hij zich hier het allereerst op richt.

Spreuken 1:10-19 Mijn zoon, indien zondaren u willen verleiden, bewillig niet; 11 indien zij zeggen: Ga met ons, laat ons loeren op bloed, laat ons de onschuldige belagen, ook al geeft hij geen oorzaak; 12 laat ons hen levend verslinden evenals het dodenrijk, met huid en haar, gelijk degenen die in de groeve nederdalen; 13 wij zullen allerlei kostbare dingen vinden, wij zullen onze huizen vullen met buit; 14 gij zult met ons uw aandeel krijgen, één buidel zal er zijn voor ons allen; 15 mijn zoon, ga niet met hen op weg; weerhoud uw voet van hun pad; 16 want hun voeten snellen naar het kwaad en haasten zich om bloed te vergieten. 17 Want tevergeefs is het net uitgespannen voor de ogen van al wat vleugels heeft; 18 zij echter loeren op hun eigen bloed en leggen een hinderlaag voor hun eigen leven. 19 Zo zijn de paden van ieder die hunkert naar onrechtmatige winst, die haar bezitters het leven ontneemt.

In vers 20 gaat het onderwijs een iets andere kant uit. In dit geval wordt wijsheid gepersonifieerd als een enkele vrouw die een boodschap uitroept tot de mensen op straat. Daaruit kunnen we begrijpen dat wat ze zal uitroepen in een bepaald opzicht nogal duidelijk behoort te zijn. Het wordt op de straten verkondigd.

Spreuken 1:20-23 De Wijsheid roept luide op de straat, op de pleinen verheft zij haar stem, 21 op de hoek der rumoerige straten roept zij, bij de ingangen der poorten, in de stad, spreekt zij haar redenen: 22 Hoelang zult gij, onverstandigen, het onverstand liefhebben, zullen spotters aan spotternij een welgevallen hebben, en dwazen de kennis haten? 23 Keert u tot mijn vermaning! Zie, ik wil mijn geest voor u uitstorten, u mijn woorden bekendmaken.

Tot wie zegt ze: "Ik wil mijn geest voor u uitstorten"? Ze heeft het tegen de leden van de kerk, tegen de zonen van God, ze heeft het over dingen die ons duidelijk zouden behoren te zijn.

Spreuken 1:24-33 Omdat gij weigerdet, toen ik riep [Met andere woorden Gods wijsheid staat tot onze beschikking.], niemand acht gaf, toen ik mijn hand uitstrekte, 25 gij al mijn raadgevingen in de wind sloegt, en mijn vermaning niet wildet, 26 daarom zal ik ook lachen om uw verderf; ik zal spotten, wanneer uw verschrikking komen zal. 27 Wanneer uw verschrikking zal komen als een storm en uw verderf zal aansnellen als een wervelwind, wanneer benauwdheid en angst over u zullen komen, 28 dan zullen zij tot mij roepen, maar ik zal niet antwoorden, zij zullen mij zoeken, maar mij niet vinden. 29 Omdat zij de kennis hebben gehaat en de vreze des HEREN niet hebben verkozen, 30 mijn raad niet hebben gewild, al mijn vermaningen hebben versmaad, 31 zullen zij eten van de vrucht van hun wandel en verzadigd worden van hun raadslagen. 32 Want de afkerigheid der onverstandigen zal hen doden, de zorgeloosheid der dwazen zal hen te gronde richten. 33 Maar wie naar mij luistert, zal gerust wonen, beveiligd tegen de verschrikking van het onheil.

Toen ik hier persoonlijk doorheen ging terwijl ik deze preek voorbereidde, daagde het me dat in algemene zin het allereerste punt waarvoor God Zijn kinderen waarschuwt als ze op eigen benen gaan staan, is om niet toe te laten dat de wereld hen in haar vorm kneedt. Hij zegt: "Volg hen niet! Kopieer hun stijl van leven niet. Kopieer niet wat zij doen."

God zegt ons dat er volop gelegenheden zullen zijn om voor wat betreft onze waarden compromissen te sluiten, zodat we afzakken naar het niveau van onze tijdgenoten die niet op weg zijn naar het Koninkrijk van God. Hij zegt ons dat het erop zal lijken dat die compromissen ons voordeel zullen opleveren in aanvaarding, financieel, of in aanzien, of wat dan ook, maar dat zal van korte duur zijn. Zijn eerste waarschuwing dient ertoe ons te herinneren dat we inderdaad anders zijn, dat we verplichtingen hebben omdat Hij onze zonden vergeven heeft, en daarenboven hebben we in onze roeping ook nog een gave van onschatbare waarde ontvangen.

Hij zegt ons dat we heilig zijn, en dat het voor ons een strijd zal zijn om die manier van leven te handhaven als de overweldigende meerderheid om ons heen een stijl van leven heeft die op ons zo verlokkelijk zal overkomen dat ook wij daarin mee willen gaan. Maar dat pad camoufleert drijfzand en als we niet uitkijken, zullen we er in wegzakken met de dood als gevolg. In die eerste paragraaf herinnert God ons aan onze verantwoordelijkheid, en onze verantwoordelijkheid is om uit de wereld te komen en niet toe te laten dat we erin worden meegezogen.

Daarnaast noemt Hij in die paragraaf drie soorten mensen: de eenvoudigen, de spotters en de dwazen. In de NBG is het Hebreeuwse "eenvoudigen" vertaald met "onverstandigen". Het Hebreeuws duidt op een onverstand door een gebrek aan kennis, een gebrek aan kennis van Gods weg. Mensen die spotten kunnen enige kennis hebben van de waarheid van God, maar ze spotten met andere waarheden die de oorzaak zouden kunnen zijn dat ze zich opofferingen moeten getroosten. Tenslotte zijn er nog de dwazen — zij die in moreel opzicht afgestompt zijn. Hij zegt ons dat dit de mensen zijn die zullen proberen u te verleiden. Zij hebben geen kennis, zijn spotters en moreel afgestompt.

Als we in de volgende paragraaf komen, aan het einde van het hoofdstuk, waarschuwt Hij ons dat Hij ons, omdat Hij ons liefheeft, in de loop van ons leven zal berispen, en Hij spoort ons aan de berisping ter harte te nemen. Hij is er vrij zeker van dat we ons zullen afwenden, omdat we dat allemaal van tijd tot tijd doen. We glijden af en Hij spoort ons dus aan Zijn berisping ter harte te nemen. Daarna zegt Hij dat als we dat niet doen, er stevige bestraffingen zullen volgen en Hij zal lachen om onze rampspoed, omdat we met de waarschuwingen die Hij gaf, hebben gespot. Hij zal met ons spotten als we ons pijnlijk van onze zonden bewust zullen worden en we Hem aanroepen, maar Hij zal niet antwoorden. Gemeente, dat kan een heel leeg gevoel geven.

Vergeet niet dat we dit zowel op onze natie als op onszelf toepassen teneinde betekenis te geven aan wat er in de Verenigde Staten van Amerika gaande is.

Heeft God niet het volste recht om zoiets te doen, zelfs los van het feit dat alle naties Zijn schepping zijn? Ik wil dat u iets ziet waar u heel bekend mee bent, maar we komen daar in Amos 3 opnieuw mee in aanraking.

Amos 3:1-3 Hoort dit woord, dat de HERE over u spreekt, gij Israëlieten, over het ganse geslacht dat Ik uit het land Egypte heb gevoerd: 2 U alleen heb Ik gekend uit alle geslachten van het aardrijk; daarom zal Ik al uw ongerechtigheden aan u bezoeken. [En dan vraagt Hij:] 3 Gaan er twee tezamen, zonder dat zij het eens geworden zijn?

Hoe kunnen wij met Hem wandelen als wij door het gedrag van onze bevolking laten zien dat we het niet eens met Hem zijn? Israël had en heeft tot op de huidige dag iedere gelegenheid gehad de juiste weg te volgen, doordat God ons verkozen heeft. We hadden de gelegenheid het juiste, praktische, oprechte gedrag in ons dagelijks leven te tonen en op basis hiervan een schitterende, vreedzame samenleving op te bouwen. Maar al koos God opzettelijk en specifiek het Israëlitische volk om Zichzelf aan te openbaren, en al zond Hij profeten en dienaren om Zijn woord aan het volk te onderwijzen, toch hebben we een gestaag afnemende eerbied voor Hem gehad.

Is de Verenigde Staten van Amerika, of om het even welke Israëlitische natie, de toegang tot het woord van God ontzegd? Als natie hebben we wijsheid verworpen ten gunste van dwaasheid die we als opwindend plezier beschouwen. In deze tijd benaderen we als natie het leven praktisch geheel op een wereldse manier. Nooit in de geschiedenis is een natie zoveel gegeven, terwijl het louter en alleen maar aan dwaasheid wordt verspild. Daarom verkondigt Hij hier in Amos 3 Zijn recht tot straffen.

Gemeente, de rampen waarop Hij in Spreuken 1 zinspeelde, bouwen zich op en de vraag voor ons is: Wat gaan we er persoonlijk aan doen — wij die wel kennis hebben.

Ik weet dat wij, omdat wij deel uitmaken van de kerk, de nieuwsberichten vanuit een perspectief beluisteren waarin maar weinig mensen dat in Amerika doen, of waarin mensen dat in Canada of Zuid-Afrika of Noorwegen of Nederland doen.

Enige tijd geleden luisterde ik naar de radio en hoorde een reclame voor de Rush Limbaugh show waarin ze geluidsfragmenten lieten horen van een commentaar dat op een vorig programma was gemaakt. Eén ervan was: "Iedereen kan naar het nieuws luisteren, maar landgenoten, het belangrijke punt is, wat doet u ermee?"

Gemeente, het nieuws is voortdurend betreurenswaardig, maar wat is het effect ervan op u geweest? Heeft het uw gevoel gedood? Heeft het uw hoop op het Koninkrijk van God versterkt? Misschien bent u erdoor ontmoedigd, dat de gebeurtenissen zo langzaam gaan en dat we niet het vermogen bezitten er iets aan te doen. Heeft het u aangezet om er nog sterker naar te streven om niet verstrikt te geraken in de verlokkelijke wegen van de wereld waarmee tijd en energie worden verspild?

We hebben Gods waarschuwing gehoord die Hij in Spreuken 1 aan Zijn kinderen gaf over de consequenties van hun gedrag. Luister nu naar een andere waarschuwing en deze heeft wat meer betrekking op het wereldnieuws uit deze tijd. Deze werd veel eerder gegeven dan Spreuken. Deze werd al gegeven in de tijd dat Deuteronomium 32 werd geschreven.

Deuteronomium 32 maakt deel uit van Mozes' laatste preek tot Israël vlak voor zijn dood. Het gehele boek Deuteronomium werd in de laatste maanden van zijn niet gemakkelijke leven geschreven. Hij had heel wat aangrijpende ervaringen met Israël aan het begin van hun bestaan als natie. De kroon op al die ervaringen was wel dat hij persoonlijk in Gods nabijheid was geweest.

Mozes begreep waarom God Israël in het bijzonder van Egypte en in het algemeen ook van alle andere naties afscheidde. Ik weet dat hij een sterke hoop had op een succesvol resultaat op zijn inspanningen om ze tot een sterke, leidende en rechtvaardige natie onder God te maken. God inspireerde Mozes echter realistisch te zijn over Israëls geestelijke en morele toekomst. Mozes had al heel wat teleurstellende ervaringen met hun gedrag ondervonden en hij kon zien dat ze hun aandacht niet heel lang op God en Zijn weg gericht konden houden.

Het is interessant dat Deuteronomium 32 Mozes' laatste gedachten vlak voor zijn dood kunnen zijn geweest. God inspireerde hem te zien dat Israël niet uit geloof kon leven en dat hun gedrag stapje voor stapje zou verworden tot precies dat van de andere naties die God in het geheel niet kenden. Hij kon zien dat zij compromissen zouden sluiten en volken zouden nadoen die nooit Gods wet hadden ontvangen, en dat ze absoluut geen idee hadden waar God met Zijn werk op aarde opuit was.

Laten we Deuteronomium 32 opslaan om te kijken naar het begin van wat God Mozes in staat stelde te zien. Wat Mozes voorzag heeft reeds eenmaal voor onze tijd in minder sterke mate plaatsgevonden, maar zelfs toen had het een heel vernietigende invloed. Het resulteerde erin dat Israël dusdanig onder de volken werd verstrooid dat ze het zicht op hun ware oorsprong uit het oog zijn verloren. Dat was een ramp van geweldige omvang. Maar gemeente, er komt een nog grotere ramp aan! De ramp die komt zal erger zijn in termen van vernietiging en vernedering van de Israëlitische volkeren. Aan de andere kant zal deze beter aflopen, omdat anders dan de vorige keer Israël vanwege Gods barmhartigheid berouw zal hebben met een vrij grondig begrip van wie zij zijn en waarom ze hier zijn. Maar gemeente, het zal beslist geen pretje zijn.

We zullen het grootste deel van Deuteronomium 32 gaan lezen. Ik lees de verzen 1 tot 35. Daarna spring ik naar vers 43 en lees dan tot het eind van vers 52.

Deuteronomium 32:1-35 Neigt uw oor, gij hemelen, dan wil ik spreken, en de aarde hore naar de woorden van mijn mond. 2 Mijn leer druipe als regen, mijn rede druppele als dauw, als regenbuien op het jonge groen, en als regenstromen op het kruid; 3 want ik zal de naam des HEREN uitroepen; geeft grootheid onze God, 4 de Rots, wiens werk volkomen is, omdat al zijn wegen recht zijn; een God van trouw, zonder onrecht, rechtvaardig en waarachtig is Hij. 5 Verderfelijk hebben tegen Hem gehandeld, die zijn zonen niet zijn, maar een schandvlek, een verkeerd en vals geslacht. 6 Vergeldt gij op deze wijze de HERE, gij dwaas en onwijs volk? Is Hij niet uw Vader, die u geschapen heeft, die u gemaakt heeft en toebereid?

7 Gedenk aan de dagen van weleer let op de jaren van geslacht na geslacht; vraag uw vader, dat hij het u meedele, uw oudsten, dat zij het u zeggen. 8 Toen de Allerhoogste aan de volken hun erfenis toedeelde, toen Hij de mensenkinderen van elkander scheidde, heeft Hij de grenzen der volken vastgesteld naar het aantal der zonen van Israël. 9 Want des HEREN deel is zijn volk, Jakob het Hem toegemeten erfdeel. [Geen andere natie op aarde behoorde aan God toe behalve Israël.] 10 Hij vond hem in een land van steppen, in een woest land van gehuil in de wildernis. Hij beschutte hem, lette op hem, bewaarde hem als zijn oogappel. 11 Als een arend, die zijn broedsel opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn wieken uitspreidt, er een opneemt en draagt op zijn vlerken, 12 zo heeft hem de HERE alleen geleid, en geen vreemde god stond hem terzijde. 13 Hij deed hem rijden over de hoogten der aarde, en eten de opbrengst van het veld; Hij deed hem honig zuigen uit de rots, en olie uit het keihard gesteente. [Is dat niet interessant in deze tijd?] 14 Boter van runderen en melk van kleinvee, met vet van lammeren; en rammen van Basan en bokken, met het vetste der tarwe; en druivebloed dronkt gij, schuimende wijn.

15 Toen werd Jesurun [een codenaam voor Israël] vet [Luister naar de achteruitgang.], en sloeg achteruit — vet werd gij, dik en vet gemest — en hij verwierp God, die hem gemaakt had, hij minachtte de Rots van zijn heil. 16 Zij verwekten Hem tot naijver door vreemde goden, met gruwelen krenkten zij Hem; 17 zij offerden aan de boze geesten, die geen goden zijn, aan goden, die zij niet hebben gekend, nieuwe goden, die kort tevoren opgekomen waren, voor welke uw vaderen niet gehuiverd hadden. [We zien Israël precies datgene doen waarvoor Hij in Spreuken 1 waarschuwde.] 18 De Rots, die u verwekt heeft, hebt gij veronachtzaamd en vergeten de God, die u heeft voortgebracht.

19 Toen de HERE dat zag, heeft Hij hen verworpen, omdat Hij gekrenkt was door zijn zonen en dochteren; 20 Hij zeide: Ik wil mijn aangezicht voor hen verbergen en zien, wat hun einde wezen zal, want zij zijn een verkeerd geslacht, kinderen, die geen trouw kennen. 21 Zij verwekten Mij tot naijver door wat geen god is, zij krenkten Mij met hun ijdelheden. Daarom zal Ik hen tot naijver verwekken door wat geen natie is, door een dwaas volk zal Ik hen krenken. [Denk eens aan waar we momenteel bij betrokken zijn.] 22 Want een vuur is in mijn toorn ontstoken, het brandt tot in de diepten van het dodenrijk; het verteert de aarde met wat zij opbrengt en verzengt de grondvesten der bergen. 23 Ik zal rampen over hen ophopen, al mijn pijlen tegen hen afschieten. 24 Als zij uitgeput zijn van honger en verteerd van koortsgloed en dodelijke ziekte, dan zal Ik de tanden der wilde dieren tegen hen loslaten, met het venijn van wat schuifelt in het stof. 25 Buitenshuis zal het zwaard verdelgen, en binnenskamers de ontzetting: jongeling zowel als maagd, zuigeling en grijsaard.

26 Ik zou gezegd hebben: Ik zal hen wegblazen, een einde maken aan hun gedachtenis onder de stervelingen, 27 indien Ik de hoon van de vijand niet gevreesd had, dat hun tegenstanders het zouden misverstaan en zeggen: onze hand was verheven, niet de HERE heeft dit alles gedaan. 28 Want zij zijn een volk, dat elk begrip mist, en er is bij hen geen inzicht. [We zijn geweldig goed in het geen aandacht schenken aan de lange termijneffecten van de dingen.] 29 Indien zij wijs waren, zouden zij dit verstaan, zij zouden op hun einde letten. 30 Hoe zou één er duizend kunnen najagen en zouden twee er tienduizend op de vlucht kunnen drijven, als niet hun Rots hen verkocht en de HERE hen prijsgegeven had. [Hij zegt dat we overweldigd zullen worden door een natie die in vergelijking met ons niets voorstelt. Hoe zouden twee van de vijanden van de Verenigde Staten van Amerika er duizend op de vlucht kunnen jagen? Maar ziet u, de HERE heeft ons aan hen overgegeven.] 31 Want hun rots is niet als onze Rots; onze vijanden mogen zelf oordelen.

32 Waarlijk, hun wijnstok stamt uit de wijnstok van Sodom en uit de wijngaarden van Gomorra; hun druiven zijn giftige druiven, bitter zijn hun trossen. 33 Hun wijn is slangevenijn en wreed addervergif. 34 Is het niet bij Mij weggeborgen, verzegeld in mijn schatkamers? 35 Mij komt de wraak toe en de vergelding tegen de tijd, dat hun voet zal wankelen, want de dag van hun verderf is nabij, snel komt nader wat over hen is beschikt.

Dat is precies waar we nu zijn.

Deuteronomium 32:43-52 Jubelt, gij natiën, om zijn volk, want Hij wreekt het bloed van zijn knechten, Hij oefent wraak aan zijn tegenstanders en verzoent zijn land, zijn volk.

44 Mozes dan kwam en sprak ten aanhoren van het volk al de woorden van dit lied, samen met Hosea, de zoon van Nun. 45 En nadat Mozes al deze woorden tot geheel Israël gesproken had, 46 zeide hij tot hen: Neemt al de woorden ter harte, waarmee ik u heden vermaan, opdat gij daarmee uw kinderen zult opdragen al de woorden dezer wet nauwgezet te onderhouden. 47 Want dit is voor u geen ledig woord, maar dit is uw leven: door dit woord zult gij lang wonen in het land, dat gij na het overtrekken van de Jordaan in bezit zult nemen. 48 Voorts zeide de HERE op diezelfde dag tot Mozes: 49 Beklim dit gebergte, de Abarim — de berg Nebo, die in het land Moab ligt, tegenover Jericho — en aanschouw het land Kanaän, dat Ik de Israëlieten in bezit zal geven, 50 en sterf op de berg, die gij beklimmen zult, opdat gij tot uw voorgeslacht vergaderd wordt, zoals uw broeder Aäron op de berg Hor gestorven en tot zijn voorgeslacht vergaderd is — 51 omdat gij ontrouw jegens Mij geweest zijt te midden van de Israëlieten, bij de wateren van Meribat-kades in de woestijn Sin, en gij Mij niet geheiligd hebt te midden van de Israëlieten. 52 Want gij zult het land vóór u zien liggen, maar daar niet binnengaan, het land dat Ik de Israëlieten geven zal.

Dat is een heel triest einde. Daarom zei ik dat dit misschien Mozes' laatste gedachten waren.

De nadruk in dit lied van Mozes ligt op het contrast tussen Gods onveranderlijke trouw en Israëls wispelturigheid. Het wordt heel duidelijk als we aan het einde van het hoofdstuk komen dat onze nationale rampen moreel en geestelijk van aard zijn. We hebben de relatie die God met ons en met geen enkele andere natie op aarde had bevestigd, achter ons gelaten.

Het bewijs dat we die achter ons hebben gelaten kunnen we vinden in vers 46 waar Mozes ons beveelt: "Werk er hard aan om al de woorden van deze wet nauwgezet te onderhouden." Dat hebben we niet gedaan! In de tijd dat Mozes hier uiting aan gaf, was het dreigement impliciet. Mozes zei dat als we deze dingen niet doen, die dreigementen uitgevoerd zullen worden, omdat de trouwe God Degene was die ze gaf.

Israël is niet trouw geweest en deze dreigementen worden nu uitgevoerd en u weet dat door het nieuws dat u hoort. Gods dreigementen staan zo vast dat zelfs Mozes en Aäron als voorbeelden worden gegeven, in zoverre dat zij omdat ze God niet verheerlijkten, het land niet mochten binnengaan. Dat is een schokkend voorbeeld dat het Gods ernst is. Hij is de trouwe en rechtvaardige God, en wat Hij zegt gebeurt.

Ik ben ervan overtuigd dat zowel Mozes als Aäron in Gods Koninkrijk zullen zijn, maar het moet voor hen een grote teleurstelling zijn geweest dat ze niet in staat waren het land te betreden waarvoor ze zich zoveel opofferingen hadden getroost.

Laten we in de tijd verdergaan, naar Jeremia 4, waar de voltrekking van de straf over Juda nabij is. U zult zien als we daar gaan lezen dat God een verzoenende toon heeft, waarmee Hij laat zien dat de deur voor aanvaarding nog steeds open staat, maar u zult zien dat de toon met het verdergaan van de profetie verandert. Anders dan bij het visioen dat God aan Mozes gaf, zou het visioen dat God aan Jeremia gaf tot uitvoering komen tijdens Jeremia's leven. Ik denk dat deze verzen in het bijzonder van toepassing zijn op ons, omdat wat Jeremia zag en wat Mozes schreef in onze tijd zal gaan gebeuren. Om te beginnen gaan we eerst enkele verzen lezen in Jeremia 3.

Jeremia 3:6-12 De HERE zeide tot mij ten tijde van koning Josia: Hebt gij gezien, wat Afkerigheid, Israël, gedaan heeft? Zij placht heen te gaan op elke hoge berg en onder elke groene boom om daar ontucht te plegen. 7 En Ik zeide, nadat zij dit alles gedaan had: Keer weder tot Mij; maar zij keerde niet weder; en dit zag haar zuster, Trouweloze, Juda. 8 Maar Ik zag, toen Ik Afkerigheid, Israël, ter oorzake van haar echtbreuk, verstoten en haar de scheidbrief gegeven had, dat haar zuster, Trouweloze, Juda, zich niet liet afschrikken, maar heenging en eveneens ontucht pleegde; 9 en door haar lichtvaardig gepleegde ontucht ontwijdde zij het land; ja, zij bedreef overspel met steen en met hout. 10 En boven dit alles bekeerde haar zuster, Trouweloze, Juda, zich niet tot Mij met haar gehele hart, maar alleen in schijn, luidt het woord des HEREN. 11 En de HERE zeide tot mij: Afkerigheid, Israël, heeft zich gerechtvaardigd boven Trouweloze, Juda. 12 Ga heen en roep deze woorden uit naar het Noorden en zeg: Keer weder, Afkerigheid, Israël, luidt het woord des HEREN, Ik zal u niet donker aanzien, want Ik ben genadig, luidt het woord des HEREN, Ik zal niet altoos blijven toornen.

Jeremia 4:1-4 Indien gij u bekeert, Israël, luidt het woord des HEREN, dan moogt gij tot Mij wederkeren, en indien gij uw gruwelen wegdoet uit mijn ogen, dan behoeft gij niet te vlieden; 2 dan zult gij zweren: "zo waar de HERE leeft", in waarheid, recht en gerechtigheid, en de volken zullen elkander in Hem de zegen toebidden 3 en in Hem zich beroemen. Want zo zegt de HERE tot de mannen van Juda en tot Jeruzalem: Ontgint u nieuw land en zaait niet tussen de doornen; 4 besnijdt u voor de HERE en doet weg de voorhuid van uw hart, gij mannen van Juda en inwoners van Jeruzalem, opdat mijn gramschap niet uitsla als een vuur en onuitblusbaar brande om de boosheid uwer handelingen.

Als Hij zegt: "Ontgint u nieuw land", zegt Hij hun dat ze een nieuw gewas van moreel besef, van gerechtigheid, van goedheid, van vriendelijkheid en barmhartigheid moeten zaaien. Hij zegt hun hun berouw tot uiting te laten komen, een goed gewas voort te brengen in plaats van wat ze tot nu toe hadden voortgebracht. We weten dat zij geen berouw kregen. In de verzen 13 tot 18 staat het visioen beschreven dat Jeremia kreeg.

Jeremia 4:13-18 Zie, als een wolkenmassa komt hij opzetten; als een stormwind zijn zijn wagens, sneller dan arenden zijn paarden: wee ons, wij worden vernield! 14 Reinig uw hart van boosheid, Jeruzalem, opdat gij behouden wordt; hoelang zullen in uw binnenste uw zondige overleggingen verwijlen? 15 Want hoor, men boodschapt uit Dan en van het gebergte Efraim meldt men onheil. 16 Bericht aan de volken, zie, meldt aan Jeruzalem: Belegeraars komen uit een ver land en heffen tegen de steden van Juda hun krijgskreet aan. 17 Als akkerhoeders omringen zij het van alle kanten, want het is tegen Mij wederspannig geweest, luidt het woord des HEREN. 18 Uw handel en wandel heeft u dit berokkend, dat komt van uw boosheid; voorwaar, bitter is het, ja, het raakt u in het hart.

In vers 19 vinden we Jeremia's reactie hierop. Hij zegt:

Jeremia 4:19-31 O mijn binnenste, mijn binnenste! Ik moet ineenkrimpen. O wanden mijns harten! Mijn hart jaagt in mij, ik kan niet zwijgen; want bazuingeschal [oorlogsaankondiging] hoor ik, strijdrumoer! 20 Slag na slag wordt gemeld, ja, het gehele land is verwoest; onverhoeds zijn mijn tenten verwoest, in een oogwenk mijn tentkleden. 21 Hoelang moet ik het [oorlogs]signaal zien, het bazuingeschal horen? 22 Want onverstandig is mijn volk, Mij kennen zij niet; dwaze kinderen zijn het, en inzicht hebben zij niet; wijs zijn zij om kwaad te doen, maar van goed doen weten zij niet. 23 Ik zag de aarde, en zie, zij was woest en ledig; ik zag naar de hemel, en zijn licht was er niet. 24 Ik zag de bergen, en zie, zij beefden, en alle heuvelen schudden. 25 Ik zag, en zie, er was geen mens, en al het gevogelte des hemels was weggevlogen. 26 Ik zag, en zie, de gaarde was woestijn, en al zijn steden waren in puin gestort, voor de HERE, voor zijn brandende toorn. 27 Want zo zegt de HERE: Een woestenij zal het ganse land worden, al zal Ik niet voorgoed afrekenen; 28 hierom zal de aarde treuren, en de hemel boven rouw dragen, omdat Ik het gesproken en besloten heb, en er geen berouw van heb en er niet van zal terugkomen. 29 Voor het rumoer van ruiter en boogschutter is het gehele land op de vlucht; zij zijn gegaan in de kreupelbossen en geklommen op de rotsen; elke stad is verlaten, er is niemand meer, die erin woont. 30 Nu, gij verwoeste, wat doet gij, dat gij u kleedt in scharlaken, u siert met gouden sieraad, uw ogen bijwerkt met zwart? Tevergeefs maakt gij u mooi, de minnaars versmaden u, zij staan u naar het leven. 31 Want ik hoor een kreet als van een, die in barensnood is, benauwdheid als van een, die voor het eerst baart, de kreet der [Wie is dat?] dochter Sions; zij hijgt naar adem, breidt haar handen uit: Wee mij, want ik bezwijk voor moordenaars!

Dit zijn ontnuchterende woorden. We zien hier heel levendige taal die gebruikt wordt om een natie uit te beelden als een alleenstaande vrouw (Sion) die haar angst laat zien bij het naderen van de vijand. Als zij ziet dat de interne structuren van de natie in elkaar storten temidden van de ene verwoesting na de andere, dan schreeuwt ze het uiteindelijk in die laatste verzen uit van doodsangst.

Laten we naar nog een profeet — Ezechiël — luisteren. Hij spreekt over hetzelfde onderwerp, maar Ezechiël is uniek, omdat al was hij ook een tijdgenoot van Jeremia en Daniël, zijn profetieën vanuit een geheel ander perspectief worden gegeven.

Toen Juda voor Nebukadnessars leger viel, mocht Jeremia naar Gods aanwijzing in Juda blijven, omdat God daar andere dingen met hem voor had. Daniël en Ezechiël werden echter beiden als krijgsgevangenen naar Babylon gevoerd. Zij kwamen in totaal tegengestelde omstandigheden terecht.

Daniël werd samen met Sadrak, Mesak en Abednego onder Nebukadnessars persoonlijke hoede geplaatst, waar zij middels de onderwijsfaciliteiten van de overheid werden onderwezen in alle wijsheid van Babylon. Daniël ging deel uitmaken van de regering en Daniël geeft zijn profetieën vanuit dat perspectief.

Ezechiël daarentegen werd aan de oever van de rivier de Kebar geplaatst, in wat we in deze tijd een krijgsgevangenenkamp zouden noemen. Zijn geschriften zijn duidelijk tot Israël gericht, niet tot Juda, alhoewel er af en toe dingen in staan die rechtstreeks met Juda vandoen hebben. Maar wat we moeten begrijpen is dat tegen de tijd dat Ezechiël begon te schrijven Israël al meer dan 120 jaar geleden in ballingschap was gegaan. Daarenboven was Juda ook al verslagen door het leger van Nebukadnessar. Zij [Israël] waren verstrooid en in ballingschap gevoerd; de profetieën waartoe Ezechiël tegen Israël en Juda werd geïnspireerd moeten voor een tijd zijn die volgt op Ezechiëls leven.

Laten we aandacht schenken aan een aantal plaatsen in de beginhoofdstukken van het boek Ezechiël. Ik wil u laten zien dat het aan Israël is gericht. Israël was in ballingschap. Israël was daar totaal niet in de buurt.

Ezechiël 2:1-4 Hij zeide tot mij: Mensenkind, sta op uw voeten, opdat Ik met u spreke. 2 Zodra Hij tot mij sprak, kwam de geest in mij en deed mij op mijn voeten staan en ik hoorde Hem, die tot mij sprak. 3 Hij zeide tot mij: Mensenkind, Ik zend u tot de Israëlieten, de opstandige volken die tegen Mij in opstand gekomen zijn; zij en hun vaderen zijn van Mij afgevallen tot op deze eigen dag; 4 zelfs de kinderen zijn stug van aangezicht en verstokt van hart. Ik zend u tot hen, en gij zult tot hen zeggen: Zo zegt de Here HERE.

Ezechiël 3:4-7 Hij zeide tot mij: Mensenkind, ga, begeef u naar het huis Israëls en spreek tot hen met mijn woorden. 5 Want gij wordt niet gezonden tot een volk met een onbegrijpelijke spraak en zware tongval, maar tot het huis Israëls; 6 niet tot vele volken met een onbegrijpelijke spraak en zware tongval, wier woorden gij niet verstaat. Indien Ik u tot hen zond, zij zouden naar u luisteren. 7 Maar het huis Israëls zal naar u niet willen luisteren, omdat zij naar Mij niet willen luisteren, want het gehele huis Israëls heeft een hard voorhoofd en een stug hart.

Het is interessant dat Hij hem zei naar Israël te gaan. Hoe kon hij naar Israël gaan als hij in een krijgsgevangenenkamp zat? Hij kwam nooit in Israël, maar zijn woorden zijn nu in deze tijd in Israël.

Ezechiël 6:1-3 Het woord des HEREN kwam tot mij: 2 Mensenkind, richt uw blikken op de bergen Israëls [Bergen zijn het symbool van veel naties — minstens tien.], 3 profeteer tegen hen en zeg: bergen Israëls, hoort het woord van de Here HERE: zo zegt de Here HERE tot de bergen en de heuvelen, tot de beekbeddingen en de dalen: zie, Ik breng het zwaard over u en uw hoogten zal Ik vernietigen.

Deze profetieën zijn voor onze tijd en gericht op de naties van Israël IN onze tijd — de eindtijd wanneer Israël vlak voor de wederkomst van Christus voor de tweede keer in elkaar stort. Laten we luisteren naar wat Ezechiël heeft te zeggen over onze tijd en wat er voor de deur staat. Wat u hoort duidt erop dat Ezechiël iedere willekeurige lokale krant had kunnen lezen of had kunnen luisteren naar de televisieversie van het nieuws om zes uur.

Ezechiël 7:1-12 Het woord des HEREN kwam tot mij: 2 Gij nu, mensenkind, zo zegt de Here HERE over het land Israëls: het einde komt! Het einde over de vier hoeken des lands! [We zien hier een tijdselement. Het einde is tot nu toe nog nooit over de gehele aarde gekomen. Het tijdselement is de tijd van het einde.] 3 Nu breekt het einde voor u aan, want Ik zal mijn toorn tegen u loslaten, Ik zal u richten volgens uw wandel en al uw gruwelen aan u vergelden. 4 Ik zal u niet ontzien en geen deernis hebben, maar Ik zal uw wandel aan u vergelden, uw gruwelen zullen op u neerkomen, en gij zult weten, dat Ik de HERE ben. [Schenk aandacht aan de woorden "uw gruwelen zullen op u neerkomen".] 5 Zo zegt de Here HERE: Onheil op onheil! Zie, het komt! 6 Er komt een einde; het einde komt! Het wordt wakker over u! Zie, het komt! 7 De doem komt over u, inwoner des lands! De tijd komt! De dag is nabij. Verwarring en geen vreugdegeroep op de bergen! 8 Nu zal Ik weldra mijn grimmigheid over u uitstorten en mijn toorn ten volle over u brengen, Ik zal u richten volgens uw wandel en al uw gruwelen aan u vergelden. 9 Ik zal niets ontzien en geen deernis hebben; naar uw wandel zal Ik u vergelden, en uw gruwelen zullen op u neerkomen. En gij zult weten, dat Ik, de HERE, het ben, die slaat. 10 Zie, de dag! Zie, het komt; de doem voltrekt zich; de staf bloeit; de overmoed spruit uit. 11 Het geweld is opgeschoten tot een staf van goddeloosheid. Niets zal er van hen overblijven, noch van hun rumoer, noch van hun getier; verdwijnen zal al hun praal. 12 De tijd komt! De dag nadert! De koper verheuge zich niet en de verkoper treure niet, want toorngloed komt over heel hun rumoerige menigte.

Ezechiël 7:15-19a Het zwaard buiten, de pest en de honger binnen! Wie op het veld is, zal door het zwaard sterven; en wie in de stad is, die zullen de honger en de pest verteren. 16 Al zouden enigen van hen ontkomen, dan zullen zij op de bergen zijn als duiven uit de dalen, allen klagende, ieder om eigen ongerechtigheid. 17 Alle handen zullen slap worden en alle knieën van water druipen. 18 Zij zullen zich met rouwgewaden omgorden, schrik zal hen overdekken, op alle gezichten zal schaamte zijn, op ieders hoofd een kale plek. 19 Hun zilver zullen zij op straat werpen en hun goud zal een voorwerp van afschuw zijn; hun zilver en goud zullen hen niet kunnen redden op de dag van de verbolgenheid des HEREN; ...

Ezechiël 7:22-26 Ik zal mijn aangezicht van hen afwenden en men zal mijn kleinood ontheiligen: geweldenaars zullen er binnendringen en het ontheiligen. 23 Maak een keten gereed, want het land is vol bloedschuld en de stad vol geweld. 24 Ik zal de kwaadaardigste volken doen komen en deze zullen hun huizen in bezit nemen; Ik zal een einde maken aan de trots der machtigen, en hun heiligdommen zullen ontheiligd worden. 25 Angst komt; dan zullen zij behoud zoeken, maar het is er niet. 26 Ramp op ramp zal komen, gerucht op gerucht zich verbreiden. Zij zullen een gezicht begeren van een profeet, aan de priester zal een aanwijzing ontbreken en raad aan de oudsten.

Het belangrijke principe voor ons in dit alles is dat Gods woord vast staat en dat we volop waarschuwingen uit preken hebben gekregen. Ik weet van sommige gevallen dat mensen er genoeg van kregen dit soort preken te horen, wat betekent dat leven in "de laatste fase van de wedloop" en daarover horen op zichzelf al een aanzienlijke stress vertegenwoordigt, en daar ben ik het mee eens.

Maar hebt u opgemerkt dat we vanuit de wereld zelf waarschuwingen over grote rampen ontvangen? Eén van de belangrijkste bronnen hiervan, kan ik wel zeggen, is de vermaaksindustrie. Hoeveel rampenfilms zijn er de laatste jaren niet uitgebracht? Wat denkt u van de films Deep Impact en Armageddon die onze aandacht vestigden op dingen die vanuit de ruimte op aarde vallen? Precies die dingen worden geprofeteerd in Mattheüs 24, Marcus 13, Lucas 13 en Openbaring 6.

Dan was er recent ook nog de film 9.5 die gaat over een enorme aardbeving in zuidelijk Californië. Jezus voorspelt niet alleen aardbevingen, maar in Zacharia 14 profeteert Hij ook over een aardbeving die de Olijfberg precies doormidden zal splijten. Daarna is er nog een andere grote aardbeving ten tijde van de zevende plaag in Openbaring 16:18, die de grootste aardbeving aller tijden wordt genoemd. Nooit vond er zo'n aardbeving plaats. Alle eilanden zullen van hun plaats worden bewogen. De bergen zullen vlak gemaakt worden. De dalen zullen omhoogrijzen. Die aardbeving zal het oppervlak van de aarde een totaal ander aanzien geven.

In de 80-er jaren van de vorige eeuw ontplofte Mount Saint Helens letterlijk als een geweldige bom. Gelukkig vond dat plaats in een dunbevolkt gebied, maar nu zien we in een film de mogelijkheid van een vulkaan die onder Yellowstone National Park broeit. Het gehele westen van de Verenigde Staten en Canada maakt deel uit van dezelfde "ring van vuur" die die grote aardbevingen in Japan, de Filippijnen en Indonesië veroorzaakte. Die "ring van vuur" veroorzaakte de aardbeving die op zijn beurt een tsunami voortbracht die aan meer dan 200.000 mensen het leven kostte.

Wat denkt u van de vrij recente film The Day After Tomorrow die drastische veranderingen in het weer voorspelt? Ik geloof niet dat die dingen zullen gebeuren zoals zij het zeggen, maar desondanks houden deze dingen de gedachten van de mensen bezig. De bijbel profeteert duidelijk over hongersnoden op tal van plaatsen. Hongersnood kan ontstaan door te veel regen, te weinig regen, door extreme weersomstandigheden zoals regen die niet op de juiste tijd komt, te vroeg of te laat, zelfs al is er weinig verandering in de totale jaarlijkse hoeveelheid neerslag, of de vorst valt precies in de periode dat de bomen in knop zijn gekomen.

Heel recent kwam er een film op televisie over een invasie van sprinkhanen die ontstaan was door menselijke, genetische experimenten waarbij een en ander misging. Deze ontsnapten uit hun bewaakte omgeving en vernietigden daarna de oogst. Ver gezocht? Misschien. Is de mens aan het rommelen met de genetische structuur der dingen? Hebben ze wegen gevonden om superinsecten te maken? Ja, dat hebben ze. En er zijn tal van geruchten vanuit de hoek der samenzweringstheoretici dat dingen zoals AIDS misschien wel door de mens zijn gemaakt en opzettelijk zijn losgelaten om de bevolking van bepaalde gebieden uit te roeien.

Zo hadden we de film Outbreak die liet zien dat een Ebola-virus epidemie in een Amerikaanse stad niet langer onder controle kon worden gehouden, waardoor haar bevolking werd uitgeroeid. Gelukkig is dat niet in de Verenigde Staten gebeurd, maar eist AIDS in een aantal Afrikaanse landen geen grote tol? Dat is zeer zeker het geval.

Hebt u opgemerkt dat de grote natuurlijke rampen waarbij veel doden vielen, evenals de epidemieën, in heidense naties hebben plaatsgevonden en niet in Israëlitische naties? Dat is zo. Weet u waar me dat aan doet denken? Het doet me aan Amos 1 denken. Laten we dat opslaan.

Amos 1:1 De woorden, die Amos, een van de schapenfokkers uit Tekoa, geschouwd heeft over Israël in de dagen van Uzzia, koning van Juda, en in de dagen van Jerobeam, zoon van Joas, koning van Israël, twee jaar vóór de aardbeving.

Het boek Amos werd aan de natie Israël geschreven — de tien noordelijke stammen. Is het niet interessant dat de profetie in vers 3 begint? Is die profetie tegen Israël gericht? Nee. Die is gericht tegen de heidense natie Damascus. In vers 6 staat er één tegen de heidense natie Gaza. In vers 9 tegen de heidense natie Tyrus. In vers 11 tegen de heidense natie Edom. In vers 13 tegen de heidense natie Ammon. In Amos 2:1 is de profetie tegen de natie Moab. Dit zijn zes heidense naties waarover God een oordeel laat komen voordat Hij zelfs maar aan Israël toekomt. Waarom deed Hij dat? Hij deed dat als een waarschuwing voor Israël. "Dit is wat u zal gaan overkomen!"

Daar ik op het platteland ben opgegroeid, doet me dit denken aan een havik die hoog in de lucht rondcirkelt. Die havik is God. Hij cirkelt rond omdat Hij uitkijkt naar een prooi en plotseling duikt Hij naar beneden op het ene heidense knaagdier na het andere; daarna is de zevende waarop Hij zich neerstort Juda.

Amos 2:4a Zo zegt de HERE: Om drie overtredingen van Juda, ja om vier, zal Ik het niet herroepen. Omdat zij de wet des HEREN verworpen ...

Pas als Hij aan Juda en Israël toekomt, noemt Hij Zijn wet als de reden waarom Hij deze straffen over hen brengt. De andere naties hadden geen relatie met Hem. Zij waren niet met Hem getrouwd. Van hen werd niet verwacht dat ze de plichten en de verantwoordelijkheden en verplichtingen van een vrouw zouden nakomen. Van hen werd niet verwacht dat ze Zijn wet — Zijn familiewet — zouden onderhouden. Juda wordt dus gestraft voor het overtreden van Gods wet.

Dan te beginnen in vers 6 komen de oordelen over Israël. De beschrijving daarvan is vrij lang en gedetailleerd. Het is erg interessant. Zelfs al komt het op hetzelfde neer als wat Hij tegen Juda had, specificeert Hij de onrechtvaardigheid die er in het land heerst en hoe de leiders misbruik maken van de zwakken, de armen en over hun ruggen heen rijk worden, waarbij ze hen op de verkeerde manier gebruiken en misbruiken. Het wordt in levendige taal beschreven, zoals: "Ze zullen u verkopen voor een paar sandalen." Meer was een arbeider [hun] niet waard. Hij stort Zich op Israël neer vanwege hun sociale onrecht.

De reden dat dit me aan Amos doet denken is wat er momenteel in de wereld gaande is, met alle problemen en rampen die de heidense naties overkomen. Zij zijn degenen die voornamelijk door oorlogen zijn verwoest, niet wij. God doet deze dingen als een waarschuwing voor Israël, zodat wij gelegenheid hebben berouw te krijgen en ons te bekeren; wij krijgen nog enige tijd. Voor mij is het hoofdthema van het boek Amos: "Israël, bereidt u voor uw God te ontmoeten!"

Israël en Juda namen toen de waarschuwing niet ter harte en het ziet er niet naar uit dat ze het in deze tijd wel zullen doen. Er zijn echter al verwoestende, sociale en culturele rampen die hun invloed op de Israëlitische landen uitoefenen. Weet u welke dat zijn? Ik zal u zeggen wat ik denk dat deze zijn. Het is de vernietiging van het gezin. We zijn nog niet getroffen door deze grote nationale rampen, maar onze gehele cultuur stort in elkaar omdat we ons niets aantrekken van de verantwoordelijkheid die God op man en vrouw heeft gelegd om een goede gezinsstructuur te handhaven en rechtvaardige kinderen voort te brengen die in vrede en harmonie kunnen leven.

Er zijn een aantal dingen die hier invloed op hebben gehad en ik zal u vertellen welke: de eerste wereldoorlog, de tweede wereldoorlog, de oorlog in Korea, de oorlog in Vietnam, ronde 1 van de oorlog in Irak, ronde 2 van de oorlog in Irak.

Te beginnen in de 60-er jaren van de vorige eeuw raakten de wijdverspreide en aanvaarde concepten van het feminisme in zwang, waardoor het gezin in de kern werd aangetast en de gehele economie veranderde, doordat vrouwen van hun belangrijkste verantwoordelijkheid werden weggevoerd om deel te gaan nemen aan het arbeidsproces door hun valse voorspiegelingen van roem en macht voor te houden.

Aan de andere kant werd de man gezegd dat het toppunt van succes bestond uit roem in de atletiek en fortuin in zaken, of een verzameling van — laten we zeggen — volwassen speelgoed, zodat als hij thuis is, hij niet werkelijk thuis is. Zijn denken is ergens anders, hij schenkt geen aandacht aan zijn gezin en het materialisme is zijn god.

Dan is er nog de homoseksuele beweging en zogenaamde "huwelijken" tussen mensen van hetzelfde geslacht. Daarnaast is de houding van regering en de gerechtshoven tegenover scheiding van heel grote invloed. Ze maken scheiden uiterst gemakkelijk zodat bij niemand "de schuld" wordt gelegd. Deze houding ontzegt het gezin het gebalanceerde leiderschap van een man èn een vrouw.

Volgens onderzoekster Shere Hite wordt negentig procent van alle scheidingen door vrouwen aangevraagd. Het is de manier van de vrouwen geworden om aan een moeilijke situatie te ontkomen, en de gerechtshoven en de regering hebben dat mogelijk gemaakt, waardoor de staat (dus u en ik) via de belasting aansprakelijk zijn voor hun onderhoud. In feite wordt de man hierdoor in veel gevallen in vele staten technisch gezien een crimineel, zelfs al is hij in veel gevallen in elk opzicht even verantwoordelijk als de vrouw dat niet is geweest.

Weet u wanneer de eerste "geen schuld" wet door ondertekening van kracht werd? Dat was in 1969 in Californië. Ronald Reagan tekende dit voorstel waardoor het kracht van wet kreeg. In die tijd waren er volgens de nationale bevolkingsstatistieken totaal iets meer dan vier miljoen gescheiden mensen in de Verenigde Staten: mannen en vrouwen. In minder dan twintig jaar is dit getal gestegen tot achttieneneenhalf miljoen. Van hoeveel kinderen is door dit alles hun leven kapot gemaakt, omdat zij degenen zijn die werkelijk lijden? Is het een wonder dat we geweld hebben op straat?

We hebben vrouwen die zwanger worden als ze 14, 15 of 16 jaar oud zijn. Ze weten van toeten noch blazen en zijn op een onverantwoordelijke manier bevrucht door een andere 15-jarige die ook van toeten noch blazen weet. Onze natie wordt aan het thuisfront vernietigd.

Dan is er nog abortus, zodat zij die in zichzelf opgaan zich van de verantwoordelijkheid voor een ongewenst kind kunnen ontdoen. En nu doemt langzamerhand euthanasie op, zodat families zich van ongewenste ouderen kunnen ontdoen.

Vermaak heeft een grote invloed door ontucht, overspel en het ongehuwd samenwonen als een aantrekkelijk alternatief uit te beelden. En misschien is het ergste nog wel dat de religie Gods instructies betreffende de rollen en verantwoordelijkheden van man en vrouw verwaarloost, zodat schijnbaar niemand rekenschap aan God hoeft af te leggen.

Gemeente, de rampen zijn nog niet de verwoesting van onze fysieke omgeving. Dat komt er aan. Maar we vernietigen de kracht van de natie door een kankerachtige immoraliteit omdat binnen het gezin de juiste waarden niet worden onderwezen en op de juiste manier gehandhaafd. Eén van de profetieën van Ezechiël die voor onze tijd werden gegeven, kondigt aan dat er zoveel gewelddadige misdaad zal zijn dat het bloed van de ene misdaad samenvloeit met het bloed van een andere misdaad.

Elke dag horen we statistieken vanuit het door oorlog verscheurde Irak dat er hier twee zijn gedood, daar drie of ergens anders weer vijf. Eén keer werden er vijftig tijdens één bomontploffing gedood. Maar vergelijk het volgende daar eens mee. Bent u zich ervan bewust dat in 2002 alleen al in Californië 2.395 moorden plaatsvonden? Dat is zesenhalve moord per dag. Heerst er ook in Californië een oorlog? Zeker, maar dat gebeurt zonder oorlogsverklaring. Daar doodt een man zijn vrouw, een vrouw haar man, een vader zijn kinderen, een moeder haar kinderen, een vriend zijn vrienden. We zullen gestraft worden voor ons gedrag — wij aan wie elke gelegenheid is gegeven om volgens Gods manier te leven, hebben deze de rug toegekeerd.

Laten we eindigen met een heel bekend schriftgedeelte in Romeinen 13.

Romeinen 13:10 De liefde doet de naaste geen kwaad; daarom is de liefde de vervulling der wet.

Wat is onze verantwoordelijkheid? Mozes zei: "Onderhoudt de wet." Die wet definieert liefde en liefde vervult de wet.

Romeinen 13:11-14 [Koppel dit aan vers 10.] Gij verstaat immers de tijd wel, dat het thans voor u de ure is om uit de slaap te ontwaken. Want het heil is ons nu meer nabij, dan toen wij tot het geloof kwamen. 12 De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen des lichts! 13 Laten wij, als bij lichte dag, eerbaar wandelen, niet in brasserijen en drinkgelagen, niet in wellust en losbandigheid, niet in twist en nijd! 14 Maar doet de Here Jezus Christus aan en wijdt geen zorg aan het vlees, zodat begeerten worden opgewekt.

Onze verantwoordelijkheid is ons te gedragen in overeenstemming met het onderwijs dat God ons gegeven heeft. Laten we niet handelen op de manier waartegen Hij in Spreuken 1 waarschuwt. Laten we niet toelaten dat de wereld ons in haar vorm kneedt.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)