De Vader-Zoon relatie (Deel 6)

Door John W. Ritenbaugh
17 september 2005

Samenvatting: (toon)

John Ritenbaugh stelt dat de Vader en de Zoon twee verschillende Wezens zijn, die niet op hetzelfde niveau staan zoals de leer der drieëenheid beweert. Er bestaat tussen hen een relatie van meerdere-mindere, waarin de Zoon Zich in alles onderwerpt aan de Vader. Wij zullen deel uitmaken van dezelfde God-familie, maar in ondergeschikte posities aan de Vader en de Zoon. De Zoon voorziet in een blauwdruk voor ons, om ons van ganser harte te onderwerpen aan de wil van de Vader, door gebruik te maken van de Heilige Geest om iedere gedachte in gevangenschap te brengen. Soms doen we het juiste en lopen de dingen daarna niet gladjes, zoals wordt aangetoond door de schokkende ervaringen van de apostelen. Door Christus te imiteren moeten we leren moeilijkheden te verdragen, een strijd op leven en dood te voeren met ons vleselijk denken, ons volledig aan God te onderwerpen door voortdurend in de Geest te wandelen, en daardoor veranderd te worden van een slechte, vleselijke natuur tot het heerlijke karakter en beeld van God. Onze onderwerping aan de Vader en Christus zal nooit eindigen, evenals Christus' onderwerping aan de Vader nooit zal eindigen.


In het laatste deel van de vorige preek moest ik afbreken terwijl ik juist op het punt stond aan een heel belangrijk punt van deze serie toe te komen. Praktisch alles wat ik tot zover heb gegeven, was voornamelijk gericht op het verstrekken van een overvloed aan ammunitie om te laten zien dat de Vader en de Zoon, al zijn Ze beiden God, duidelijk twee aparte wezens zijn die niet gelijkwaardig zijn in hun werkzaamheden, zoals de leer der drieëenheid beweert. Daarom heb ik hun onderscheidenheid, de verschillen tussen hen beiden, benadrukt. Hun relatie en werkzaamheden binnen het plan dat Ze aan het uitvoeren zijn, laten duidelijk posities van meerdere en mindere zien; niet meerder of minder in termen van hun karakter of wat Ze in wezen zijn, maar meerder en minder qua niveau van werkzaamheden binnen hun plan.

De bijbel laat zien dat Ze allebei niet geschapen zijn, en toch laat de bijbel ook zien dat de Vader de Bron is en de Zoon het Middel. De Vader geeft de bevelen. De Zoon onderwerpt Zich, wordt gezonden en voert ze uit. De Vader houdt Zich op de achtergrond, ongezien, onhoorbaar en vaag voor menselijke begrippen. De Zoon wordt gezien, gehoord en openbaart de Vader. De Zoon verklaart dat de Vader groter is dan Hij, dat de Vader Hem de woorden geeft die Hij moet spreken, de oordelen die Hij moet vellen, en dat de Vader de werkelijke Bedenker en Macht is achter Zijn geweldige werken.

De Zoon geeft Zich in alles over aan de Vader en onderwerpt Zich in alles aan de Vader. Daaruit kunnen we nauwelijks de conclusie trekken dat Ze in alles gelijkwaardig zijn. Niets van dit alles neemt weg dat Jezus Zijn eigen wil had. Precies op dit belangrijke punt gaat de praktische toepassing van deze hele serie iets voor ons betekenen, omdat wij—iedereen van ons—evenals Jezus, ook onze eigen wil hebben. We zijn door God geroepen, door Zijn Geest verwekt opdat we naar het beeld van Jezus Christus geschapen worden.

In Johannes 17:3 zei Jezus dat eeuwig leven het kennen van de Vader en van de Zoon is. En in het bijzonder in de evangeliën openbaart Jezus de Vader in een mate die in het Oude Testament zelden voorkomt, specifiek in termen van Zijn diepgaande affectie voor ons, Zijn zelfopofferende houding jegens ons en Zijn nauwe betrokkenheid bij ieder aspect van ons leven.

Het Nieuwe Testament openbaart ook de Zoon opdat we zowel Hem als de Vader zullen kennen. "Kennen" is niet alleen kennis hebben van, maar het is veel belangrijker om een hechte relatie te hebben met — inderdaad niet alleen maar omgaan met—maar deel uitmaken van Hen en Zij van ons, zoals Jezus elders onder woorden bracht.

Laten we Johannes 17:20-26 opslaan. Let op het onderwerp hier.

Johannes 17:20 En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen, die door hun woord in Mij geloven,

Hij had het over de apostelen. Hij heeft het over ons—zij die geloven vanwege de woorden die deze mannen schreven. Het doel van dit deel van het gebed is:

Johannes 17:21-22 opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. 22 En de heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn:

Een belangrijk deel van "de heerlijkheid" hier is minstens Zijn woord, Zijn waarheid.

Johannes 17:23-26 Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot één, [We zouden kunnen zeggen dat deze één één organisatie is, één gezin, één kerk, één in denken, niet één in wezen.] opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt. 24 Vader, hetgeen Gij Mij gegeven hebt—Ik wil, dat, waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om mijn heerlijkheid te aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt, want Gij hebt Mij liefgehad vóór de grondlegging der wereld. 25 Rechtvaardige Vader, de wereld kent U niet, maar Ik ken U, en dezen weten, dat Gij Mij gezonden hebt; 26 en Ik heb hun uw naam bekend gemaakt en Ik zal hem bekend maken, opdat de liefde, waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij en Ik in hen.

Voor diegenen van ons die hopen deel uit te maken van de eenheid waar Jezus het over heeft, is het bijzonder belangrijk de Zoon te kennen, omdat Hij ons voorbeeld is om een diepgaande, blijvende relatie met de Vader te bereiken — het soort relatie dat Hij met de Vader heeft.

We zien in de onderwerping van de Zoon aan de Vader het duidelijkst wat Gods wil voor ons is. Als we die doen zal Gods doel met ons tot stand komen. We zullen voortgaan op weg naar volkomenheid. In 1 Corinthiërs 11:1 vinden we een schriftgedeelte dat in dit opzicht belangrijk is. Paulus deed deze uitspraak. Hij zei deze mensen:

1 Corinthiërs 11:1 Wordt mijn navolgers, gelijk ook ik Christus navolg.

Dit is het onderwerp van dit deel van deze preek. Het is het volgen van Christus' voorbeeld.

Tegen het einde van de vorige preek ging ik in verschillende contexten door verscheidene van Jezus' uitspraken heen, waarin Hij duidelijk zei dat Hij altijd de wil van de Vader deed; daarvoor leefde Hij. Gemeente, dat is ons patroon nu we geroepen zijn, indien we Hem in onze relatie met de Vader gaan navolgen. We moeten hier nog een andere vraag stellen en die is: "Hoe nauwgezet moeten we Christus' voorbeeld volgen?" We vinden een antwoord daarop in 2 Corinthiërs 10:3-5. Wat Paulus hier zegt, schijnt een onmogelijk hoge, reusachtige standaard te zijn.

2 Corinthiërs 10:3-5 Want al leven wij in het vlees, wij trekken niet ten strijde naar het vlees, 4 want de wapenen van onze veldtocht zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God tot het slechten van bolwerken, 5 zodat wij de redeneringen [argumenten of bedoelingen] en elke schans, die opgeworpen wordt tegen de kennis van God, slechten, elk bedenksel als krijgsgevangene brengen onder de gehoorzaamheid aan Christus,

Dit kan zelfs worden uitgelegd dat we het punt moeten bereiken waar ons denken verslaafd (als we die term juist opvatten) is aan het doen van wat juist is. We moeten onszelf de knechten van gerechtigheid hebben gemaakt, of de slaven van gerechtigheid. (Hier komen we later nog op terug.)

Laten we naar een klein voorval kijken uit het leven van Christus dat ons een basis geeft voor het voorbeeld dat Hij ons gegeven heeft. We gaan naar Hebreeën 10, de verzen 5, 7 en 9. Het algemene onderwerp hier is slachtoffers.

Hebreeën 10:5 Daarom zegt Hij [Jezus] bij zijn komst in de wereld: Slachtoffer en offergave hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt Mij een lichaam bereid;

De referentie naar slachtoffer en offergave heeft niet met Hemzelf vandoen, maar veeleer met de slachtoffers die op het altaar bij de tempel of de tabernakel werden gebracht; God zette die dus aan de kant.

Hebreeën 10:7 Toen zeide Ik: zie, hier ben Ik—in de boekrol [duidend op het Oude Testament] staat van Mij geschreven—om uw wil, o God, te doen.

Hebreeën 10:9 (Doch) daarna heeft Hij gezegd: Zie, hier ben Ik om uw wil te doen. Hij heft het eerste op, om het tweede te laten gelden.

Zoals ik zojuist heb gezegd, gaat de gehele context hier over het principe van slachtoffers binnen Gods doel en daarom de voleinding van Zijn doel. Met andere woorden het doel zal grotendeels voleindigd worden vanwege slachtoffers [zelf-opofferingen], maar de aandacht wordt hier gevestigd op Jezus Zelf.

Een vertaling van vers 7 met: "Zie, Ik kom eraan om Uw wil te doen", doet meer recht aan de Griekse grammatica. Het woordbeeld geeft de indruk alsof Jezus een aankondiging van Zijn doel doet toen Hij op aarde aankwam. We weten dat Hij dit niet letterlijk deed, omdat Hij als baby op aarde kwam. Maar als we de bedoeling van de context begrijpen, dan begrijpen we waarom dit op deze manier wordt gezegd. Dit grammaticaal juistere verband duidt ook op een activiteit die in het verleden begon en voor onbepaalde tijd doorgaat. Met andere woorden Hij zegt: "Ik kom eraan om te doen waar Ik in het verleden reeds mee begon, wat Ik hier in deze tijd zal doen en waarmee Ik voor eeuwig door zal gaan."

Als we dat koppelen aan "komen om Zijn wil te doen", betekent het dat Hij kwam om Gods wil te doen, inclusief het offeren van Zijn leven voor de zonde van de mens. Hij kwam om Gods wil ten behoeve van de mensheid te doen, daarmee een voorbeeld gevend dat we allemaal moeten volgen. Hij offerde Zijn leven zo grondig op dat Hij Zichzelf onder geen enkele omstandigheid toestond ooit ook maar één keer te zondigen. Zijn offerande was geen eenmalige zaak aan het einde van Zijn leven. Hij onderwierp Zich altijd aan de wil van de Vader. Dit offeren van Zichzelf geeft ons niet alleen een openbaring van de Vader, maar het geeft ook de reden voor het succes van Christus in Zijn leven in het uitvoeren van Zijn opdracht.

Hij heeft in woorden een voorbeeld gegeven hoe we succesvol kunnen zijn in onze relatie met de Vader en de Zoon als onze tijd aanbreekt dat we toegang hebben tot de Vader, en deze relatie voor ons wordt opengesteld. Wilt u succes hebben? Dit is de manier waarop dat moet.

Terwijl Zijn optreden voortging, werd de reden voor Zijn komst steeds duidelijker. We gaan weer naar het evangelie naar Johannes, het evangelie waarin zo vaak wordt gezegd: "Ik ben gekomen om Zijn wil te doen."

Johannes 8:28 Jezus dan zeide: Wanneer gij de Zoon des mensen verhoogd hebt, zult gij inzien, dat Ik het ben en niets uit Mijzelf doe, doch dat Ik dit spreek, gelijk de Vader Mij geleerd heeft.

Dit vers laat zien dat de Vader de Bron is. De Vader beveelt. De Zoon reageert. De Zoon onderwerpt Zich.

Johannes 8:29 En die Mij gezonden heeft, is met Mij. Hij heeft Mij niet alleen gelaten, want Ik doe altijd wat Hem behaagt.

Besteedt wat extra aandacht aan de reden dat de Vader altijd met Hem was. "Ik doe altijd wat Hem behaagt." Jezus offerde Zichzelf altijd op om de wil van God te doen. Dit is nu precies het patroon dat wij moeten navolgen. Ik wil u nog wat verzen geven van de hand van de apostelen die dit bevestigen. We slaan 1 Petrus op.

1 Petrus 2:18-21 Gij, huisslaven, weest in alle vreze [met alle respect] uw meesters onderdanig, niet alleen de goede en vriendelijke, maar ook de verkeerde. 19 Want dit is genade, indien iemand, omdat hij met God rekening houdt, leed verdraagt, dat hij ten onrechte lijdt. [Dat is een hele opoffering, goed doen en er pijn voor lijden.] 20 Want mag dát roem heten, als gij slagen moet verduren, omdat gij kwaad doet? Maar als gij goed doet en dan lijden moet verduren, dat is genade bij God. 21 Want hiertoe zijt gij geroepen, daar ook Christus voor u geleden heeft en u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat gij in zijn voetstappen zoudt treden;

Indien we doen wat juist is, dat is Gods wil. Maar waarom het lijden? Waarom het lijden voor doen wat juist is? We weten uit Jezus' leven dat dat gebeurde. Hij deed wat juist was en stierf er uiteindelijk voor. Hier zien we een patroon. Het juiste doen betekent niet altijd dat de dingen aan de oppervlakte juist schijnen te gaan. Ze kunnen heel pijnlijk zijn, heel moeilijk te verdragen en emotioneel uitputtend. Ook binnen onszelf ligt er een reden verborgen, en dat is de menselijke natuur. De menselijke natuur zal zich met hand en tand verzetten om zijn terrein niet op te geven en zijn terrein zijn wij.

Bedenk dat het vleselijke denken in oorlog is met God. Romeinen 8:7 zegt:

Romeinen 8:7 De gezindheid van het vlees is vijandschap tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kan dat ook niet.

We hebben daar altijd mee te strijden.

Er zijn andere vormen van moeiten: ongemak, pijn en lijden. We gaan eens kijken in 1 Thessalonicenzen 3:3-4. Paulus geeft een uitleg over zijn verdrukkingen die hij in vers 3 noemt.

1 Thessalonicenzen 3:3 dat niemand zou wankelen onder deze verdrukkingen. Gij weet immers zelf, dat wij daartoe bestemd zijn;

De "wij" in deze context is in de allereerste plaats Paulus zelf, en daarna alle dienaren. De dienaren zijn tot een bepaalde mate van lijden bestemd, maar ook alle leden zijn tot een bepaalde mate van lijden bestemd. Dat "wij" kan dus gemakkelijk worden geïnterpreteerd als iedereen die de waarheid in zich heeft en ernaar leeft; dus zich onderwerpt aan Gods wil.

1 Thessalonicenzen 3:4 want ook toen wij bij u waren, zeiden wij u reeds, dat wij zouden verdrukt worden, zoals gij ook weet, dat geschied is.

Zij waren er getuigen van.

Om ons nog even te herinneren aan de loop der gedachten die hier doorheen loopt: we kunnen de juiste dingen doen en toch moeilijke, pijnlijke tijden het hoofd moeten bieden. Op de een of andere manier is dat voor ons menselijk denken niet eerlijk. Maar hoe het ook uitvalt, Jezus is eerlijk met ons. Hij waarschuwt ons dat er, als we Hem volgen, moeilijkheden zullen zijn. Als we de juiste dingen doen, zal het niet allemaal gladjes verlopen. Hij zegt dat Hij garandeert dat het tenslotte op de juiste manier zal uitwerken, maar op weg daarheen zullen er soms harde en ruwe tijden zijn.

Laten we nu 2 Timotheüs 3:10-13 opslaan. Dit is een persoonlijke brief van de apostel Paulus aan Timotheüs.

2 Timotheüs 3:10-11 Gij daarentegen hebt volle aandacht geschonken aan mijn onderricht, wijze van doen, bedoeling, geloof, lankmoedigheid, liefde, volharding, 11 vervolgingen en lijden, zoals mij getroffen hebben te Antiochië, te Ikonium en te Lystra. Al die vervolgingen heb ik doorstaan en de Here heeft mij uit alle gered.

Houdt ook die gedachte vast. Er is een reden voor dit lijden en God wordt verheerlijkt in Zijn verlossing van ons als we zullen volharden en Hem in geloof blijven vertrouwen.

2 Timotheüs 3:12-13 Trouwens, allen, die in Christus Jezus godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden. 13 Maar slechte mensen en bedriegers zullen van kwaad tot erger komen; zij verleiden en worden verleid.

U hoeft geen dienaar te zijn, u hoeft geen apostel, geen evangelist, of wat dan ook te zijn om vervolging en moeilijke tijden te moeten ondergaan in het volgen van God en het zich onderwerpen aan Zijn wil. Dit zal allen treffen die Gods Geest in zich hebben.

Laten we naar 2 Timotheüs 2 gaan, een iets andere context. De illustratie die Paulus gebruikt is naar mijn mening goed.

2 Timotheüs 2:2-4 en wat gij van mij gehoord hebt onder vele getuigen, vertrouw dat toe aan vertrouwde mensen, die bekwaam zullen zijn om ook anderen te onderrichten. 3 Lijd met de anderen als een goed soldaat van Christus Jezus. 4 Tijdens de veldtocht wordt geen soldaat gemoeid in de zorg voor zijn onderhoud; hij heeft (slechts) hem te voldoen, door wie hij aangeworven is.

In deze illustratie gebruikt Paulus een soldaat als metafoor; er zijn tijden in ons leven dat we strijd voeren en we moeten die als een goed soldaat doorstaan. Efeziërs 6 voegt hier nog wat aan toe dat ons erg kan helpen.

Efeziërs 6:10-12 Voorts, weest krachtig in de Here en in de sterkte zijner macht. 11 Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels; 12 want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten.

Dit vers voegt toe dat de oorlogvoering, het potentieel voor ongemak en pijn, het potentieel voor lijden, de behoefte tot zelfopoffering er zelfs in goede tijden zal zijn. Ik noem "goede tijden" de tijden dat we niet lijden, dat alles steeds beter lijkt te gaan en het goed met ons gaat. Maar omdat Satan nooit ver uit beeld is, zullen problemen ook nooit ver verwijderd zijn, omdat hij eropuit is Gods doel te vernietigen. Hij is eropuit om ieder die Gods Geest heeft te misleiden en verloren te doen gaan. Ik maak me veel meer zorgen over dit specifieke aspect dan ik doe over vervolging.

Laten we Romeinen 7 opslaan. Hier hebben we de strijd die we hoogstwaarschijnlijk allemaal altijd zullen moeten voeren. Dit zal onze meest voorkomende strijd zijn. We zullen in vers 10 beginnen. Paulus legt een en ander uit over zijn eigen leven.

Romeinen 7:10-17 en het gebod dat ten leven moest leiden, bleek voor mij juist ten dode te zijn; 11 want de zonde heeft uitgaande van het gebod, mij misleid en door middel daarvan gedood. 12 Zo is dan de wet heilig, en ook het gebod is heilig en rechtvaardig en goed. 13 Is dan het goede mijn dood geworden? Volstrekt niet! Maar de zonde heeft, opdat zij zou blijken zonde te zijn, door het goede mijn dood bewerkt, opdat de zonde bij uitstek zondig zou worden door het gebod. 14 Wij weten immers, dat de wet geestelijk is; ik echter ben vlees, verkocht onder de zonde. 15 Want wat ik uitwerk, weet ik niet; want ik doe niet wat ik wens, maar waar ik een afkeer van heb, dat doe ik. 16 Indien ik nu wat ik niet wens, toch doe, stem ik toe, dat de wet goed is. 17 Doch dan bewerk ik het niet meer, maar de zonde, die in mij woont.

Hier hebben we een apostel—iemand die Jezus Christus werkelijk is toegewijd—die bereid is zijn leven dag in, dag uit op te offeren, en toch zegt hij hier dat net onder het oppervlak van zijn bekering er een principe werkt dat hij "de wet in mijn leden" noemt, dat hem natuurlijk kon aanzetten tot, kon aansporen tot zonde. In vers 24 komt hij tot een conclusie die ons een idee geeft van de manier waarop de apostel Paulus bij tijden dacht. Ik bedoel niet dat het altijd op die manier ging, maar het is een heel duidelijke erkenning van de strijd, de oorlog, die binnen hem gaande was.

Romeinen 7:24 Ik, ellendig mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?

Laten we hier wat samenvatten. Petrus is er duidelijk in dat hij zegt dat we als we het voorbeeld van Jezus Christus volgen tot lijden geroepen zijn, maar Paulus verduidelijkt dat het lijden hoogstwaarschijnlijk niet alleen volgt op het maken van de keuzes zoals in het geval van Jezus, maar dat het er ook aan kan voorafgaan. Zoals hij de strijd in Romeinen 7 beschrijft, ging die om zo te zeggen vooraf aan de zonde die hij zou kunnen begaan en waarvoor hij dan gestraft zou worden. Maar er was een psychologische strijd gaande in zijn denken. Daarom noemde hij zichzelf "ellendig". Dit was een man die niet om de haverklap zondigde. Ik moet misschien wel zeggen dat hij heel weinig zondigde. Maar tegelijkertijd worstelde hij met wat er gaande was tussen wat hij "de wet van zijn verstand" noemde en "de wet in zijn leden". Satan kon invloed uitoefenen op "die wet in zijn leden". Daar werd de oorlog gevoerd.

We gaan heel duidelijk maken waar het offer moet worden gebracht, zodat we ons kunnen onderwerpen aan de wil van God. De strijd ligt in het maken van de keuzes om onze wil aan die van God te onderwerpen. Die strijd gaat samen met een innerlijke spanning, een psychologische strijd, terwijl de menselijke natuur oorlog voert tegen de geest van ons verstand. Gemeente, de conclusie is dus dat het niet zo gemakkelijk is om zichzelf als een levend offer te geven, zichzelf uitsluitend aan de wil van God te onderwerpen. Het opofferen van iemands wil aan God zal stress teweegbrengen.

Satan en zijn demonen hebben een geordend systeem tot stand gebracht dat in de bijbel "de wereld (cosmos)" wordt genoemd. Zij hebben dat gedaan door hun geest en die geest brengt een sterk verzet in ons teweeg om weerstand te bieden tegen het zich onderwerpen aan Gods wil.

Laten we Jacobus 4:1 opslaan. Jacobus houdt zich hier met dit onderwerp bezig.

Jacobus 4:1 Waaruit komt bij u strijden en vechten voort? Is het niet hieruit uit uw hartstochten, die in uw leden zich ten strijde toerusten?

Jacobus heeft het over hetzelfde als waar Paulus het in Romeinen 7 over had. "Is het niet hieruit uit uw hartstochten, die in uw leden zich ten strijde toerusten?"

Twijfelt iemand eraan dat oorlog pijn teweegbrengt? Denk maar eens aan een oorlog waarbij geschoten wordt—een oorlog met messen, zwaarden, speren en bommen. Wat voor oorlog het ook is, deze brengt angst voort. Hij brengt pijn voort. Mensen worden gewond. Zij verliezen bloed. Maar de oorlog die Jacobus beschrijft, die rivaliteit binnen een gemeente of een familie teweegbrengt, wordt in iemands denken gevoerd. Zoals Jacobus hier schrijft, breekt deze uit in open rivaliteit binnen de gemeente of binnen de familie als christenen toestaan dat hun menselijke natuur de overhand krijgt op de Geest van God door toe te geven aan de verkeerde zelfgerichte verlangens tot bevrediging van het eigen ik in hun denken.

Ik lees dit vers nu vanuit de Phillips Translation. Dit is werkelijk vol betekenis. Het is daar zo duidelijk.

Jacobus 4:1 [Vertaald naar de Phillips Translation] Wat dan te zeggen van de vetes en de strijd die er onder u bestaan? Waar veronderstelt u die vandaan te komen? Kunt u niet zien dat ze voortkomen uit tegenstrijdige hartstochten uit uzelf?

Ik geloof niet dat dat nog duidelijker kan worden gemaakt. Het Griekse woord dat in de NBG met "hartstochten" is vertaald, is hêdonê. Dit is de oorsprong van ons woord hedonisme. Dit woord wordt in het Grieks gebruikt als het gaat om het voldoen aan de natuurlijke verlangens en wordt in de KJV driemaal vertaald met "plezier" [pleasures]. Dat is op zichzelf niet verkeerd als we maar begrijpen dat het in dit geval niet om vermakelijk plezier gaat, maar dat het veeleer gaat om het tot bedaren brengen van en het voldoen aan de menselijke natuur door deze toe te staan zijn verlangens te vervullen. We zullen zien dat de apostel Paulus dit in Galaten 5 bevestigt. Vergeet alstublieft niet de lijn van mijn betoog. Ik laat u zien waarom het zo moeilijk is ons aan de wil van God te onderwerpen. Toen Jezus Zich Zijn gehele leven onderwierp, was dat ontzagwekkend! Ongelooflijk!

Galaten 5:14-15 Want de gehele wet is in één woord vervuld, in dit: gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. 15 Indien gij echter elkander bijt en vereet [oorlog voert binnen de familie, binnen de gemeente], ziet dan toe, dat gij niet door elkander verslonden wordt.

Waar heeft hij het over? Het komt op mij over dat hij het heeft over verlies van behoud. Zover kan het komen.

In vers 16 begint een nieuwe alinea, die verduidelijkt die gedachte en laat zien hoe deze kan worden overwonnen.

Galaten 5:16-17 Dit bedoel ik [opdat we niet door hartstochten worden verteerd]: wandelt door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees. 17 Want het begeren van het vlees gaat in tegen de Geest en dat van de Geest tegen het vlees—want deze staan tegenover elkander—zodat gij niet doet wat gij maar wenst.

De verzen 14 en 15 stellen dit vast als een parallel aan Jacobus 4:1, waar Jacobus het had over de hartstochten die in onze leden strijd voeren. De verzen 16 en 17 bevestigen wat Jacobus zei, dat er een oorlog gaande is tussen twee tegengestelde invloeden op ons, waarna er een sterk beroep op ons wordt gedaan niet toe te geven aan de verkeerde invloed. "Wandelt door de Geest en niet naar het vlees."

Een sleutel tot begrip hiervan is het begrijpen van de woorden "niet doen" in het laatste deel van vers 17. Paulus bedoelt hier niet dat we niet in staat zijn te doen, maar dat we niet moeten doen. Daartussen zit een groot verschil.

De altijd aanwezige, spanningverwekkende tegenstelling tussen deze twee invloeden komt voort uit ons eigen denken, opgewekt door Satan en zijn demonen en door ons geabsorbeerd in de tijd dat we in deze geestelijk duistere wereld leefden. Daarom zei Paulus dat we niet te vechten hebben tegen vlees en bloed. In deze oorlog, waarin we als soldaat in dienst van Jezus Christus staan, worstelen we tegen de geestelijke invloeden die we voorheen hebben geabsorbeerd en dat gaat door tot op de dag van vandaag.

De demonen zullen van tijd tot tijd mensen gebruiken om ons te vervolgen, maar meestal is de stressverwekkende en treiterende weerstand tegen het zich onderwerpen aan Gods wil een interne zaak en komt die voort uit de spanning tussen die twee: de wet van het verstand (duidend op de Geest van God) en de wet in onze leden (duidend op de menselijke natuur). Daar liggen onze beproevingen. Als het ons werkelijk ernst is ons aan de wil van God te onderwerpen, zal de zelfopoffering niet gemakkelijk zijn. Zich onderwerpen aan de wil van God zal heel wat discipline vergen. Het zal heel wat vertrouwen vergen. Het zal een visie vereisen die scherp en duidelijk is, en het besef dat dit de manier is waarop we met ons leven willen verdergaan.

Als we onze wil er niet toe zetten om zich aan Gods wil te onderwerpen, dan kan Gods plan met ons individueel worden vernietigd, evenals het gehele plan zou zijn vernietigd als Jezus Zich niet had onderworpen.

Hoe vaak heb ik Herbert Armstrong niet horen zeggen dat God niemand in Zijn familie zal hebben die zich niet aan Hem, aan Zijn bestuur, onderwerpt? Daar speelt zich nu de oorlog af. Gemeente, dat is in zekere zin het hele punt voor ons. Zullen we het patroon volgen dat door Jezus Christus werd vastgesteld door Zich volledig aan de wil van God te onderwerpen? Hij zei: "Ik doe altijd wat Mijn Vader wil." In vergelijking met Hem zijn wij heel zwak. Ik moet erkennen dat dat voor mij geldt. Ik ben me daarvan bewust en ik geloof dat ik met de apostel Paulus kan zeggen: "O, wat ben ik een ellendig mens!" Maar ik heb nog niet opgegeven en ik zal niet opgeven, omdat ik begrijp dat dit mijn plaats is op het slagveld, en ik zal doen wat ik kan om me te onderwerpen.

Nu gaat de preek in een ietwat andere richting verder. (Nog even een herinnering, dat het hele doel van dit deel in deze serie is om ons aan te sporen om als Jezus te worden.) We moeten onze wil aan die van God onderwerpen naarmate de gelegenheden zich in het dagelijks leven voordoen. Een levend offer zijn is geen gemakkelijke opgave. Het kan frustrerend pijnlijk zijn. Het test ons karakter, onze aard. Het test ons geloof in God. Het test onze liefde voor God soms tot het uiterste. Er zijn tijden dat we tijdelijk erg neerslachtig kunnen zijn, doordat we een intense schuld voelen wegens het toegeven aan de verkeerde invloed; misschien voelen we ons wel totaal verpletterd omdat we vinden dat we God in de steek hebben gelaten. Maar gemeente, geef niet op. Alles is niet verloren. Een hoofdreden hiertoe is een factor die in de relatie tussen de Vader en de Zoon tot uiting komt, waarbij we God de Vader zien als de Gever en Jezus, de Zoon, als de Ontvanger.

De sleutel tot succes in onze roeping is het zo nauwgezet als we maar kunnen in alles navolgen van Jezus. Een belangrijke punt in relatie hiermee, of de basis om dit te doen, vinden we in 2 Corinthiërs 3:16-18.

Gemeente, ik hoop dat het eerste deel van deze preek in een bepaald opzicht u niet depressief maakt, omdat het zo ernstig en ontnuchterend is, maar er volgt nu een opwekkender gedeelte!

2 Corinthiërs 3:16-18 maar telkens wanneer iemand zich tot de Here bekeerd heeft, wordt de bedekking [die ons verblind heeft] weggenomen. [Zodat we kunnen gaan zien wat God doet, dat Hij Zichzelf in ons aan het reproduceren is.] 17 De Here nu is de Geest; en waar de Geest des Heren is, is vrijheid. [We kunnen gaan begrijpen dat deze vrijheid zelfs betrekking heeft op vrijheid van de dood.] 18 En wij allen, die met een aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid des Heren weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld [Christus—de Geest van de Heer] van heerlijkheid tot heerlijkheid [van de heerlijkheid van de mens tot de heerlijkheid van God], immers door de Here, die Geest is.

Eén van de dingen die hij hier zegt, is dat we niet alleen zijn. We hebben hulp en die hulp ligt in de Geest van de Heer.

Deze drie verzen vormen een samenvattende conclusie van dit gedeelte van het hoofdstuk dat in vers 12 begon. Ze zeggen dat zij die zich tot de Heer wenden door de Geest van de Heer worden veranderd van de heerlijkheid van de mens tot de heerlijkheid van de Heer, dus naar Zijn beeld. Dit gedeelte bevestigt in feite Genesis 1:26: "Laat Ons mensen maken naar ons beeld."

We zien hier een klein gedeelte dat erover gaat hoe dit zal gebeuren. Het zal gebeuren door de Geest van God in ons, dat is een deel van het antwoord. Het doel van ons leven is om veranderd te worden naar de gelijkenis van Christus. Dit komt perfect overeen met 1 Johannes 3:2, waar staat: "We zullen Hem gelijk wezen." Het belang hiervan ligt in het feit dat dit te begrijpen en echt te geloven ons de voornaamste richting in ons leven aangeeft. Dit is onze bestemming.

Onze bestemming is om naar het beeld van de Zoon te worden veranderd door middel van de Geest van de Heer. Daar we een vrije wil hebben ontvangen, is het essentieel voor ons geestelijk welzijn, als we gelijk aan Hem willen worden, om onze wil te gebruiken om dezelfde houding als Christus te hebben en op dezelfde manier als Hij in actie te komen om ons te onderwerpen aan God. We kunnen dat vanwege een belofte van God.

Filippenzen 4:13 Ik vermag alle dingen in Hem, die mij kracht geeft.

Dit "alle dingen" hier in vers 13 is natuurlijk beperkt tot die dingen die nodig zijn voor het vervullen van Gods doel. We zullen het woordje "ons" hier toevoegen, maar Paulus doelde voornamelijk op zichzelf. Paulus werd tot apostel geroepen en hij zegt in feite dat wat ook maar door God van hem werd verlangd om zijn verantwoordelijkheid te vervullen, werd gedaan omdat God hem in alles wat hij nodig had zou voorzien. Er zijn aanduidingen, tenminste één keer, dat Paulus uit de doden werd opgewekt nadat hij was gestenigd. Dat is me nog eens een voorzien! God gaf niet op, alleen maar omdat Paulus dood was. "Paulus, sta op!" Ik bedoel niet dat hij onmiddellijk genezen werd, maar hij leefde weer. Hij had waarschijnlijk heel wat pijn en wonden over zijn hele lichaam doordat hij gestenigd was, maar hij was desondanks weer in staat verder te gaan met het werk.

Ik ben er zeker van dat Paulus naar die ervaring terugkijkt en daarom ging hij zover dat hij zei: "Ik kan alle dingen die God van me verlangt om mijn verantwoordelijkheid te vervullen." God liet dat aan Christus zien. Gaf Jezus niet toe dat de werken die Hij deed door de Vader in Hem werden gedaan? Dat deed Hij zeer zeker. Denkt u dat God ons op een andere manier zal behandelen dan Hij Paulus of Jezus deed? God speelt niet zulke spelletjes. Als we zijn geroepen om een opdracht uit te voeren, zal Hij in alles dat we nodig hebben voorzien, zodat boven alles, we, zelfs al schieten we in alles tekort dat Hij wilde dat we zouden doen, minstens in Zijn Koninkrijk zullen zijn.

Filippenzen 4:19 Mijn God zal in al uw behoeften naar zijn rijkdom heerlijk voorzien, in Christus Jezus.

Hij zegt daarna dat God in al onze behoeften zal voorzien.

Laten we het evangelie naar Mattheüs opslaan. Daar zullen we zien dat Jezus in de bergrede, bij het begin van Zijn optreden, een soortgelijke uitspraak deed.

Mattheüs 7:7-11 Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden. 8 Want een ieder, die bidt, ontvangt, [Dat is zonder enig voorbehoud, maar we weten dat er voorwaarden zijn.] en wie zoekt, vindt [daar is enige inspanning voor nodig], en wie klopt, hem zal opengedaan worden. 9 Of welk mens onder u zal, als zijn zoon hem om brood vraagt, hem een steen geven? 10 Of als hij een vis vraagt, zal hij hem toch geen slang geven? 11 Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader in de hemelen het goede geven aan hen, die Hem daarom bidden.

God is heel vrijgevig in wat Hij ons wil geven om te voldoen aan de roeping die Hij ons gegeven heeft.

We moeten deze succesformule die hier in vers 7 begint, in ons denken uitbreiden naar de context van het gehele hoofdstuk. Als we helemaal teruggaan naar vers 1 zullen we het onderwerp vinden dat Hij daar begon: "kritisch oordelen". Tussen twee haakjes, dit zou een goed aanknopingspunt zijn voor Jacobus 4:1 waar ze strijd in de gemeente hadden, omdat de mensen niet met elkaar omgingen zoals ze moesten.

Beledigend kritisch oordelen is één van de bij de mens meest voorkomende euvels, waardoor heel wat gevoelens van bitterheid en verdeeldheid ontstaan binnen familie, vriendschappen en gemeenschappen. Ik zal u zeggen dat het helemaal niet moeilijk is om ook God hard te oordelen. Hoe overwinnen we deze en andere moeilijke problemen die met Gods doel samenhangen? Het algemene antwoord op het probleem van oordelen wordt in vers 12 gegeven. Hier komt de oplossing van het onderwerp dat Christus in vers 1 begon. Hoe overwinnen we zoiets als beledigend kritisch, hypocritisch, eigengerechtig oordelen? Dit is echt interessant.

Mattheüs 7:12 Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun ook aldus: want dit is de wet en de profeten.

Dit is een interessante draai, omdat de normale reactie, als we door kritisch oordelen beledigd zijn, is wraak te nemen, met gelijke munt te betalen. Jezus draait het zwaard dus een beetje en zegt: "Doe dat niet. Behandel hen op de manier zoals u behandeld zou willen worden." Dat is vrij moeilijk om iemand vriendelijk, edelmoedig, aardig, vergevend te behandelen, in een bepaald opzicht over het hoofd zien wat zij u aandeden, zonder wraak te nemen. In plaats daarvan behandelt u ze met vriendelijkheid. Waar vinden we de geestelijke kracht om zo iets te kunnen doen? Het antwoord wordt in de vier voorafgaande verzen gegeven. Jezus zei: "U moet naar Mijn Vader gaan en vragen." "U moet zoeken." "U moet kloppen."

Staat dit niet op één lijn met wat Paulus in Filippenzen 4 zei, waar hij zei dat God in al onze behoeften zou voorzien? Ik zeg u, dat als er ooit een tijd is dat we geestelijke hulp nodig hebben, dat wel is als men ons voor hun karretje heeft gespannen, ons beledigd heeft en kritisch geoordeeld. We laten dan onze menselijke natuur zich heftig opwinden en we willen wraak.

Hoeveel wraak nam Jezus op de mensen die Hem beledigden? Hij nam inderdaad wraak. Weet u wat Hij deed om wraak te nemen? Hij liet het over aan Zijn Vader. Dat deed Hij, omdat de Vader zei: "Mij is de wrake. Ik zal het vergelden." Het zou de Vader in geen enkel opzicht ontgaan. Jezus gaf dus om zo te zeggen Zijn natuurlijk menselijk recht om terug te slaan op en in plaats daarvan accepteerde Hij het. Dat is niet gemakkelijk om te doen.

Ik zeg niet dat als ons zo iets overkomt, we geen stappen moeten nemen om de situatie tot een oplossing te brengen, maar dat moet vreedzaam gebeuren en helemaal niet in een geest van wraak, waarbij we eropuit zijn de ander te ondermijnen en als winnaar over hem te voorschijn te komen in plaats van alleen maar de moeilijkheid tussen elkaar op te lossen. Dat is een groot verschil.

"Bidt en u zal gegeven worden." "Zoekt en gij zult vinden." "Klopt en u zal opengedaan worden." Dit is Jezus' formule voor succes. Hij zei: "Ik doe de werken niet. De Vader doet ze." Dit is heel sterk verbonden aan onderwerping aan de wil van God. Denkt u dat God ons de gaven zal geven die we nodig hebben, als we op de belediging reageren door tegen die ander ten oorlog te trekken? Dat zal Hij niet, omdat dat geen onderwerping is. Onderwerping is een daad van geloof in God, of dat nu in het huwelijk is, of binnen de gemeenschap van de kerk, of binnen een familie. Ziet u, Gods gaven zijn de oplossing voor onze geestelijke veldslagen. We moeten echter de behoefte daartoe gaan inzien en we moeten voor de oplossing naar Hem gaan.

Laten we Johannes 5:30 opslaan. Dit is het gedeelte van zo'n vijf of zes hoofdstukken lang waar Jezus almaar bleef zeggen hoe Hij Zich aan de Vader onderwierp.

Johannes 5:30 Ik kan van Mijzelf niets doen; gelijk Ik hoor, oordeel Ik, en mijn oordeel is rechtvaardig, want Ik zoek niet mijn wil, doch de wil van Hem, die Mij gezonden heeft.

Dit blijft almaar herhaald worden, dat het geheim van succes is zich onderwerpen aan de wil van God. Als we ons onderwerpen, zal God ons de gaven geven die we nodig hebben om te slagen.

Ik lees nu dit vers in de vertaling van de Amplified Bible. Luister aandachtig hoe Hij hier Zijn mogelijkheden, Zijn macht op menselijk niveau onder woorden brengt.

Johannes 5:30 [Vertaald naar de Amplified Bible] Ik kan van Mijzelf [onafhankelijk, op Mijn eigen houtje] niets doen [maar alleen zoals Ik door God onderwezen wordt en Ik Zijn bevelen krijg]. Gelijk Ik hoor, oordeel Ik, [Ik beslis zoals Ik bevolen word te beslissen. Zoals de stem tot Mij komt, zo luidt Mijn beslissing.] en mijn oordeel is juist (rechtvaardig), omdat Ik niet mijn eigen wil zoek of bij mijn eigen wil te rade ga, [Ik verlang niet Mezelf te behagen, Mijn eigen doeleinden te bewerkstelligen.] maar alleen de wil en het behagen van de Vader, die Mij gezonden heeft.

Wat een zuiverheid van denken!

Het is beslist niet geheimzinnig waarom Hij als eerste zaligspreking gaf, dat men arm van geest moest zijn. Nederigheid is het fundament van een juiste relatie met God. Een nederig denken voegt zich geheel naar Gods wil en past die toe in het leven van alle dag naarmate hij gaven van God krijgt die hem in staat stellen te overwinnen en te groeien.

Als we eenmaal de basiskennis van God hebben en de weg gaan begrijpen die we moeten gaan om naar het beeld van Jezus Christus geschapen te worden, dan zullen we op Gods weg snel succes gaan bereiken, dan zullen we Hem verheerlijken door onze onderwerping aan Hem evenals Jezus dat deed. Daarom zei Jezus in Johannes 17:3 dat we niet alleen de Vader moeten kennen, maar ook de Zoon. Door de Zoon te kennen en na te doen wat Hij in Zijn leven in relatie met de Vader deed, ontvangen we de kennis van de Vader, omdat de Vader in de Zoon tot uitdrukking komt. Als we Christus nadoen, leren we de Vader kennen. Dat is iets dat in het leven door ervaring groeit door het te doen, door ons leven te leiden zoals Jezus dat deed.

De enige weg naar de Vader is via de Zoon en er is niets magisch aan die formule. Het is niets meer dan geestelijke arbeid, soms heel hard geestelijk werken, samengaand met heel wat pijnlijke zelfopoffering. Maar gemeente, opoffering is de kern van liefde, om bij de Vader te komen, moeten we onszelf toewijden aan een handelen zoals de Zoon deed, omdat Zijn volledige en totale onderwerping aan de Vader Hem in staat stelde zo'n hechte relatie met de Vader te hebben. Dat was het geheim van Zijn geestelijke kracht, omdat de Vader reageerde met elke gave die Hij nodig had voor het uitvoeren van Zijn opdracht.

Deze regeling dient ook om de relatie tussen de Vader en de Zoon te versterken. De absolute God (de allerhoogste God, de Vader) zendt. Hij wordt niet gezonden. De Zoon wordt gezonden. De Zoon zendt de Vader nooit. De Vader beveelt. De Zoon onderwerpt Zich. Deze functies worden nooit verwisseld. Wie heeft het recht de Vader te zeggen waar Hij heen moet gaan of wat Hij moet doen? Niemand. Wie heeft de wijsheid te beslissen wat iemands functie binnen Gods doel zou kunnen zijn?

Het is heel goed mogelijk dat er een wederzijdse instemming was tussen de Vader en de Zoon, maar de gelijkheid verdwijnt als de Eén (de Vader) de Zoon zendt. De Zoon zegt dus dat Hij een God heeft, die Hij dient en aanbidt. Zo zien we dus dat de Zoon het Middel is, maar Hij is niet de Bron. De Vader is de Gever. De Zoon is de Ontvanger en Hij werd door een Meerdere aangesteld en is aan Hem onderworpen. Hij is niet Gods mededinger. Hij is degene die God openbaart.

Hoe lang zal dit duren, gemeente? Hoe lang zal deze regeling tussen deze twee God-wezens duren? Ik vraag dit, omdat er mensen zijn die een relatie hebben met de Kerk van God, die de mensen zeggen dat deze regeling op een of andere dag tot een einde komt. Zij zeggen dat deze regeling alleen maar bestond toen Christus mens was. Laten we eens zien wat 1 Corinthiërs 15 daarover zegt.

1 Corinthiërs 15:20-28 Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen, die ontslapen zijn. 21 Want, dewijl de dood er is door een mens, is ook de opstanding der doden door een mens. 22 Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. 23 Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij zijn komst; 24 daarna het einde, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader overdraagt, wanneer Hij alle heerschappij, alle macht en kracht onttroond zal hebben. 25 Want Hij moet als koning heersen, totdat Hij al zijn vijanden onder zijn voeten gelegd heeft. 26 De laatste vijand, die onttroond wordt, is de dood, 27 want alles heeft Hij aan zijn voeten onderworpen. Maar wanneer Hij zegt, dat alles onderworpen is, is blijkbaar Hij uitgezonderd, die Hem alles onderworpen heeft. 28 Wanneer alles Hem onderworpen is, zal ook de Zoon zelf Zich aan Hem onderwerpen, die Hem alles onderworpen heeft, opdat God [de Vader] zij alles in allen.

Wat zeggen de Schriften dus? De onderwerping van de Zoon aan de Vader komt nooit tot een eind. Als Gods doel dit punt waarover we zojuist lazen, heeft bereikt, zal de Zoon nog steeds aan de Vader onderworpen zijn, want Hij is de God van de Zoon en Hij is groter.

Mijn volgende preek zal beginnen met de reden waarom we deze serie preken oorspronkelijk begonnen, en die is bewijzen dat er geen drieëenheid bestaat.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)