De Vader-Zoon relatie (Deel 4)

Door John W. Ritenbaugh
13 augustus 2005

Samenvatting: (toon)

Verdergaand met de serie over de Vader-Zoon relatie stelt John Ritenbaugh dat Jezus Christus nadat Hij was opgewekt, naar Zijn Vader refereerde als "mijn God", erop duidend dat de Vader en de Zoon niet op hetzelfde niveau staan, dat de Eén superioriteit heeft over de Ander. Met andere woorden de Zoon maakt, al deelt Hij in de goddelijke natuur, geen deel uit van de Godheid. Zij zijn gelijk in soort, maar de Eén is duidelijk ondergeschikt aan de Ander. Christus werd gezonden om de wil van de Vader te doen, om van de Vader te getuigen en voor onze zonden te sterven. De Zoon onderwierp Zich geheel aan de wil van de Vader en gaf ons daarmee een voorbeeld om een volledig levend offer aan de Vader te zijn. De term Godheid (ontleend aan de leer over de drieëenheid) in Colossenzen 2:9 zou vertaald moeten worden met God (of goddelijke natuur) – of het complement van de Vader. Jezus Christus heeft Zich op ondubbelzinnige wijze onderscheiden van de absolute God – Zijn Vader.


In de vorige preek in deze serie hebben we de meeste tijd besteed aan het uniek zijn van Jezus van Nazaret, de gezalfde Verlosser van Gods volk—degene die sinds de schepping van de mens de Middelaar is geweest tussen de absolute God (de term die ik heb gebruikt om de Vader aan te duiden) en de mens. Er is niemand als Hij in het gehele universum.

De apostel Paulus stelde duidelijk dat Jezus zei, dat Hij gelijkheid had met God, maar dat Hij Zichzelf ontledigde door de gedaante van een slaaf aan te nemen. Gelijkheid met God duidt er niet op dat Hij op hetzelfde niveau stond als God in de zin dat Hij de absolute God was, maar veeleer dat Hij ook van de goddelijke soort was. Dat is heel duidelijk door Christus Zelf vastgesteld toen Hij—zowel aan het kruis als na Zijn opstanding—zei dat Hij, Jezus, een God had. Ik ga twee schriftgedeelten lezen die dat aangeven.

Mattheüs 27:46 Omstreeks het negende uur riep Jezus met luider stem, zeggende: Eli, Eli, lama sabachtani? Dat is: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?

Er zijn sommigen die zouden kunnen beweren dat Jezus dit zei omdat Hij mens was, maar we zullen dat argument door Johannes 20:17 op te slaan, aan gruzelementen slaan.

Johannes 20:17 Jezus zeide tot haar [Maria van Magdala]: Houd Mij niet vast, want Ik ben nog niet opgevaren naar de Vader; maar ga naar mijn broeders en zeg hun: Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God.

We zien dat Jezus deze uitspraak twee keer doet: eenmaal toen Hij nog in het vlees was, zei Hij dat Hij een God had en dat God Zijn Vader was. Zelfs al was Hij God in het vlees, Hij had een Vader die groter was dan Hij. Daarna in Johannes 20:17 was Jezus niet langer in het vlees, Hij was wedergeboren en Hij was veranderd in geest en stond op het punt de heerlijkheid die Hij vanaf den beginne bij de Vader had gehad, weer tot Zich te nemen. Ook in deze omstandigheid zei Hij dat Hij nog steeds een God had en Hij duidt die God aan als Zijn Vader. Die Vader is degene die ik de absolute God heb genoemd.

De Een is groter dan de Ander. De Een is de Bron en de Ander het middel waardoor God—de Bron—Zich heeft geopenbaard. Beiden zijn van de goddelijke soort. Beiden zijn waardig te worden aanbeden en beiden hebben tronen van heerschappij. Ze staan in de Godheid niet op hetzelfde niveau en we zullen zien, als deze serie afgerond is, dat ze niet permanent op dezelfde troon zitten. We moeten op basis van Christus' eigen getuigenis duidelijk begrijpen dat Zijn Vader degene is die supreem is, die de absolute God is en die Christus' God is.

Ik onderwijs hier geen ditheïsme. Ditheïsme is in het denken van sommige mensen een alternatief voor de drieëenheid. In de leer der drieëenheid bestaat de Godheid uit drie gelijkwaardige Wezens die elk dezelfde rang hebben. In het ditheïsme zijn de drie teruggebracht tot twee gelijkwaardige Wezens. Maar ook dat is onjuist, omdat de Zoon geen deel uitmaakt van de Godheid. Hoorde u dat? De Zoon maakt geen deel uit van de Godheid. De Vader is het enige Hoofd van alles in die zin dat Hij de God is van de Zoon. Is dat duidelijk? Kent u God?

1 Corinthiërs 11:2-3 Ik prijs het in u, dat gij in alles aan mij gedachtig blijft en aan de overleveringen zó vasthoudt, als ik ze u overgegeven heb. 3 Ik wil echter, dat gij dit weet: het hoofd van iedere man is Christus, het hoofd der vrouw is de man, en het hoofd van Christus is God.

Christus heeft een Hoofd en op de manier waarop de Vader de dingen heeft geordend kan er slechts één Hoofd zijn. De Zoon is het volledig met dat bestuursprincipe eens; anders zou de deur wijd open staan voor verwarring en verdeeldheid. Daarom zal democratie nooit werken om het beste en meeste voort te brengen. Er zijn te veel gelegenheden voor te veel hoofden. Een republiek is beter, maar schiet ook tekort, omdat ze de deur voor iedereen opent om te denken dat hij het hoofd is. Het is met de menselijke natuur en met Satan op vrije voeten een slechte zaak om deze ideeën in het denken van de mens te brengen.

De Vader en de Zoon zijn gelijk in de zin dat ze van dezelfde soort zijn. Daar duidde Paulus op toen hij schreef dat "Christus het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Hij Zichzelf ontledigd heeft." Ze zijn niet gelijk voor wat betreft functie en verantwoordelijkheid. De ene is het Hoofd; de andere is ondergeschikt, onderworpen aan het Hoofd. Houdt dat in gedachten, omdat dat heel belangrijk is voor ons behoud.

Zelfs de Zoon is onderworpen aan de Vader. Ook al was Hij God in het vlees, en al is Hij nu God, Hij is altijd aan de Vader onderworpen. De Zoon richtte Zijn aanbidding tot het Hoofd, en het Hoofd, de absolute God, is supreem over alles. Christus instrueerde ons tot Zijn Vader te bidden, al kunnen we ook tot de Zoon bidden; maar ze zijn twee aparte persoonlijkheden en de bijbel laat voor wat betreft werkzaamheden en rang duidelijke verschillen tussen Hen zien.

Gemeente, er is geen graad in de ruimte-wetenschappen voor nodig om dit te begrijpen en dit verlaagt Christus in geen enkel opzicht. Alles wat men nodig heeft is een helder, niet verward, gezond verstand gebaseerd op de Schriften tezamen met een heldere logica. Denk hieraan op een menselijke manier. Kunnen twee mensen niet van dezelfde soort zijn, of ze nu bloedverwanten zijn of niet, maar laten we voor het gemak een vader en een zoon nemen, en toch kan de één groter zijn dan de ander in functie en verantwoordelijkheid? Maar ze zijn beiden mens en toch is de één groter dan de ander.

Romeinen 1:20 Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben.

Worden we niet verondersteld dingen over God te leren vanuit Zijn schepping? Een eenvoudige vraag: Kunt u denken aan een wezen, of het nu een engel, een mens, een dier, of wat dan ook is, waarvan God ons in Zijn schepping laat zien dat het twee hoofden heeft? Als u dit principe niet duidelijk vanuit de schepping kunt begrijpen, dan ben ik bang dat de leer der drieëenheid u ernstig heeft aangetast. Zij vragen mensen iets te begrijpen dat binnen de orde van de dingen van God onmogelijk is.

Laten we nu naar Efeziërs 1:17-23 gaan. Let in het bijzonder op vers 17. Dit is een gebed dat Paulus uitsprak ten behoeve van de Efeziërs en dat ook voor u en mij werd uitgesproken. Paulus maakt het heel duidelijk dat er slechts één God is.

Efeziërs 1:17-22 opdat de God van onze Here Jezus Christus, de Vader der heerlijkheid, u geve de Geest van wijsheid en van openbaring om Hem recht te kennen: 18 verlichte ogen [uws] harten, zodat gij weet, welke hoop zijn roeping wekt, hoe rijk de heerlijkheid is zijner erfenis bij de heiligen, 19 en hoe overweldigend groot zijn kracht is aan ons, die geloven, naar de werking van de sterkte zijner macht, [Hij heeft het nog steeds over de Vader.] 20 die Hij heeft gewrocht in Christus, door Hem uit de doden op te wekken en Hem te zetten aan zijn rechterhand in de hemelse gewesten, 21 boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en alle naam, die genoemd wordt niet alleen in deze, maar ook in de toekomende eeuw. 22 En Hij heeft alles onder zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is, gegeven aan de gemeente,

Ziet u dat, gemeente? In een bepaalde betekenis wordt Christus' autoriteit hier beperkt. Door wie wordt deze beperkt? Door de Vader. Er is er Eén die de orders geeft en de Ander is ondergeschikt aan die orders. De Vader maakte Christus het Hoofd van een heel, heel belangrijk deel van Zijn doel. In feite kunnen we in één opzicht zeggen het belangrijkste deel van Zijn doel—de Kerk.

Efeziërs 1:23 die zijn lichaam is, vervuld met Hem, die alles in allen volmaakt.

Paulus laat heel duidelijk zien dat er twee aparte persoonlijkheden zijn en dat de ene in het bijzonder "de God van onze Here" wordt genoemd, en de andere persoonlijkheid is de Heer—de Christus. Vers 22 zegt ons dat de ene (de God van onze Heer) de ander (de Zoon) aanstelde als Hoofd (Heerser over) van alle dingen betreffende de kerk; dat betekent dat Hij het Hoofd is van de kerk in het voordeel van de kerk.

De kerk, gemeente, heeft evenals alles binnen Gods doel één hoofd, anders zou er chaos ontstaan. Dit is één van de belangrijkste redenen dat er zoveel problemen zijn binnen de kerk. Veel te veel mensen kijken niet naar Christus als het Hoofd van de kerk, ze kijken naar mensen.

Als we dit eenmaal gaan inzien, gaan we zien dat de lijnen van verantwoordelijkheid door de gehele bijbel heen duidelijk worden onderscheiden.

Galaten 4:4 Maar toen de volheid des tijds gekomen was, heeft God zijn Zoon uitgezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet.

Wat staat hier? Er staat hier heel duidelijk dat God (de Vader, de absolute God) de Zoon zond. Hij had autoriteit over de Zoon. Zelfs al was de Zoon van de goddelijke soort, toch was de Vader groter. Hij zei tegen de Zoon: "Ga daarheen. Doe dit." Christus, de Zoon, onderwierp Zich daaraan.

Laten we naar dit principe waar we het over hebben, gaan kijken in een context die er niets mee vandoen schijnt te hebben, maar die er alles mee vandoen heeft. Het wordt daar heel duidelijk onder woorden gebracht, dat is in Hebreeën 7. Paulus stelt dit principe in relatie met Abraham en Levi aan de orde. Ik lees alleen maar het vers waarin ik ben geïnteresseerd. U kunt het binnen zijn context verder bekijken. Zonder enige tegenspraak geeft Paulus hier een principe dat onder deze omstandigheden onweerlegbaar is. "Het mindere wordt door het meerdere gezegend." We hebben het over de relatie tussen de Vader en de Zoon. Hier is het principe: De "mindere" (de Heer, de Christus) wordt door de "meerdere" (de Vader) gezegend.

De Vader is de Bron van alle goeds. Hij zegende ons door de Zoon te zenden, waar we meer over zullen zien als we verdergaan. Het is zo duidelijk dat het de Vader is die ons de zegeningen geeft. Degene met de hogere functie en grotere verantwoordelijkheid benoemde degene met minder verantwoordelijkheid en een lagere functie. Laat dit niet zien dat er twee afzonderlijke Wezens zijn, waarbij we ook kunnen spreken van "hogere en lagere" functie en "meer en minder" autoriteit? Laten we in Hebreeën 10 zien hoe dit principe werkt, een heel interessante manier. Het onderwerp is hier de Zoon—degene die in de wereld kwam.

Hebreeën 10:5 Daarom zegt Hij bij zijn komst in de wereld: Slachtoffer en offergave hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt Mij een lichaam bereid.

Tegen Wie heeft Hij het? Hij spreekt tot de Vader en Hij zegt dat de Vader Hem een lichaam bereidde. Dit geeft ons een idee van wat hier gaande is: Christus gaf Zijn gelijk zijn met God op en het lichaam dat bereid was en waarin Hij werd geplaatst, was het lichaam dat we kennen als Jezus van Nazaret.

Hebreeën 10:7 Toen zeide Ik: zie, hier ben Ik—in de boekrol staat van Mij geschreven—om uw wil, o God, te doen.

Waarom kwam Hij, gemeente? Om Gods wil te doen. Om de wil van de Vader te doen. Dat is zo duidelijk. Nogmaals, houdt deze gedachte vast. Die is heel belangrijk voor ons behoud. Die is belangrijk, omdat God van ons verlangt Zijn Zoon na te volgen in wat Hij in relatie met Hem deed, daar Hij het voorbeeld is voor u en mij; dat houdt in Gods wil te doen. Jezus deed Gods wil door de opdracht die Hem gegeven was, uit te voeren. We kunnen Zijn opdracht ontleden. Het was Zijn opdracht het evangelie te verkondigen. Het was Zijn opdracht een getuigenis te geven van Gods bestaan. Het was Zijn opdracht een voorbeeld te zijn voor Zijn discipelen en apostelen. Het was Zijn opdracht te sterven voor de zonde van de wereld. Zo kunnen we nog veel verdergaan. Wat de Vader Hem ook zei te doe, dat deed Hij.

Hebreeën 10:9 (Doch) daarna heeft Hij gezegd: Zie, hier ben Ik om uw wil te doen. Hij heft het eerste [het Oude Verbond] op, om het tweede [het Nieuwe Verbond] te laten gelden.

In vers 7 wordt de heerlijkheid van de Zoon geopenbaard. De heerlijkheid van de Zoon bestond eruit de wil van de Vader perfect uit te voeren. De eenheid tussen de Vader en de Zoon wordt niet tot uitdrukking gebracht als bewijs voor de eenheid in substantie, maar in de liefhebbende gehoorzaamheid van de Zoon aan de Vader. Hij onderwierp Zich geheel en al, zelfs al was Hij Zelf ook God.

Ze zijn één van geest [zin] en Zijn voorbeeld is heel belangrijk voor ons, omdat het—daar we naar Zijn beeld worden geschapen—uiterst belangrijk is dat we navolgen wat Hij deed. Om naar Christus' beeld geschapen te worden, moeten we onszelf overgeven tot het zijn van levende offeranden, waarbij we zo nauwgezet mogelijk navolgen wat Jezus in onderwerping aan de Vader deed in het uitvoeren van Zijn opdrachten.

Onze opdracht is niet precies dezelfde als die van Jezus. Wij behoeven niet voor de zonden van de wereld te sterven, maar desondanks moeten we laten zien dat we ons leven in totale en volledige opoffering aan de Vader zullen geven om door Hem in overeenstemming met Zijn wil te worden gebruikt. Kunnen we dat? Daarom moeten we God zien. Dat is de enige manier waarop we onze opdracht kunnen uitvoeren.

Dit verlaagt Christus op geen enkele manier, omdat de Schrift in feite de heerlijkheid van Christus laat zien. Hij wordt voor u en mij verheerlijkt door wat Hij deed, door Zijn houding, door Zijn onderwerping. De Schriften laten duidelijk zien dat Zijn heerlijkheid er niet in ligt dat Hij het Hoofd is, maar dat Hij Zich onderwerpt aan het Hoofd. Als Hij in deze brief, de brief aan de Hebreeën, in hoofdstuk 1 ten tonele wordt gevoerd, gebeurt dat niet door de uitspraak dat Hij werd geschapen, maar in de uitspraak dat Hij werd verwekt. Hij is de enige Zoon die werd verwekt en in die vorm is Hij oneindig veel beter in staat de Vader en Zijn natuur naar de mensheid te communiceren.

We gaan nu nog een ander aspect van de relatie tussen de Vader en de Zoon onder de loep nemen. Vaak hebben we wat uitleg nodig omdat we de betekenis van een woord niet werkelijk begrijpen. Jammer genoeg draagt de King James Version [en ook de NBG] ertoe bij dingen onduidelijk te maken, omdat deze zo nu en dan, hier en daar, met betrekking tot dit onderwerp een misleidend woord gebruikt.

Handelingen 17:29 Daar wij dan van Gods geslacht zijn, moeten wij niet menen, dat de godheid gelijk is aan goud of zilver of steen door menselijke kunstvaardigheid gesneden of bedacht.

Het woord waar we naar gaan kijken is "godheid", omdat Paulus het helemaal niet over een godheid had. Als u de definitie van "godheid" opzoekt zult u in Webster's iets heel interessants vinden. Webster's definieert Godheid als: "De natuur van God bestaande uit drie personen." Kunt u zich dat voorstellen? Het woord "Godheid" dwingt iemand er [in het Engels] letterlijk toe aan de drieëenheid te denken.

Paulus, die in de allereerste plaats deze uitspraak deed, had nog nooit van zoiets gehoord. We lazen zojuist in Efeziërs 1 dat Paulus daar schreef dat er ÉÉN God is, niet drie. Hij zei specifiek in 1 Corinthiërs 11:2-3 dat het Hoofd van Christus de Vader is. Paulus was hier in Handelingen 17:29 niet in verwarring. Ik keek in vier moderne vertalingen en zij hebben deze vertaling allemaal gecorrigeerd door het woord "Godheid" te veranderen in ofwel "goddelijke natuur" of "God". Elk daarvan is correct.

In mijn bijbel staat naast het woord "Godheid" een kanttekening. Daar staat in de marge "goddelijke natuur". Denkt u zich dat eens in! Niet Godheid, maar "goddelijke natuur".

Volgens mijn Webster's Ninth New Collegiate Dictionary heeft "goddelijk" de betekenis "een relatie hebbend met of rechtstreeks voortkomend uit God". Dus goddelijke dingen zijn "als God". Met dat begrip, dat dat gedeelte van die zin in Handelingen 17:29 in de volgende trant zou moeten worden gelezen, zei Paulus: "We moeten niet denken dat de goddelijke natuur op goud, zilver of steen lijkt." Lijkt Jezus Christus niet op de Vader? Zeer zeker! Hij zei: "Als u Mij hebt gezien, hebt u de Vader gezien." Maar de gelijkenis lag niet zozeer in hoe Hij eruit zag, maar wat Hij in Zijn persoonlijkheid was—in de manier waarop Hij Zijn leven leidde.

We gaan dit nog wat verder uitdiepen. Laten we 2 Petrus 1:3-4 opslaan. Het woord dat daar wordt gebruikt is verwant aan het woord dat in Handelingen 17:29 met "Godheid" is vertaald. Ik wil dat u erop let dat Petrus dit op precies dezelfde manier wist als Paulus. Hij wijst er op dat Jezus Christus een God had en dat die God Zijn Vader was.

2 Petrus 1:3-4 Zijn goddelijke kracht immers heeft ons met alles, wat tot leven en godsvrucht strekt, begiftigd door de kennis van Hem, die ons geroepen heeft door zijn heerlijkheid en macht; 4 door deze zijn wij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst.

Hier is het woord "goddelijk" juist vertaald. "Goddelijk" komt twee keer voor, in elk vers één keer. Het is hetzelfde woord of verwant aan het woord dat in Handelingen 17:29 werd gebruikt, maar hier is het op de juiste manier vertaald. De "kracht" in vers 3 heeft een relatie met God en komt uit God voort, en "de kostbare en zeer grote beloften" uit vers 4 hebben ook een relatie met God en komen ook rechtstreeks uit God voort; daarom worden ze terecht "goddelijk" genoemd. Was Jezus goddelijk? Ja! Hij zei Zelf dat Hij van de Vader kwam en dat de Vader Hem zond. Nog niet zo lang geleden werden de geestelijken in Engelstalige landen (in het bijzonder bij protestantse groepen) "divines" [goddelijken] genoemd, wegens de gedachte dat zij door God waren geroepen en rechtstreeks door Hem waren gezonden om Hem te vertegenwoordigen waar ze ook maar mochten werken.

Zo'n twee generaties terug gebruikten de mensen het woord "divine" [goddelijk] op een wat lossere manier als ze het hadden over zoiets als een heerlijk smakend dessert. Dat smaakte goddelijk of hemels. Datzelfde wordt ook gezegd van bijzonder knappe mannen of mooie vrouwen; zij zagen er "goddelijk" uit. Misschien is dat voor velen van u "van voor uw tijd", maar ik weet dit nog. Het was gewoon een term die de mensen gebruikten om hun waardering tot uiting te brengen voor iets dat volgens hen beslist door God moest zijn vormgegeven. Of God hen werkelijk had vormgegeven, weet ik niet. Het is gewoon een voorbeeld om ons te helpen begrijpen wat het woord "goddelijk" betekent. Het betekent "een relatie hebbend met of rechtstreeks voortkomend uit God" en op Jezus paste die omschrijving zeer zeker.

Laten we Colossenzen 2 opslaan. Hier is de uitspraak iets gevaarlijker.

Colossenzen 2:9 Want in Hem [Christus] woont al de volheid der godheid lichamelijk.

Nogmaals, dit is slecht vertaald. Hoe kan één persoon (Jezus) lijken op een niet bestaande drieëenheid, wat het woord "godheid" toch in zich meedraagt? Dit is een concept dat de bijbel in het geheel niet onderwijst. Nogmaals, kijk maar in moderne vertalingen. Ik zocht dit vers op in de Moffat, in de New International Version, en zelfs in de Catholic Jerusalem Bible. Ze vertaalden "Godheid" allemaal juist. Dit is de enige plaats van het Griekse Nieuwe Testament waar dat specifieke woord voorkomt. Dit woord is een synoniem van ons woord "goddelijk". Zo wordt het ook in de Moffat, in de New International Version en in de Catholic Jerusalem Bible vertaald. De term "Godheid", zoals in de leer der drieëenheid gebruikt, past hier helemaal niet.

Ik ga Colossenzen 2:9 nu lezen uit de Amplified Version, die volgens veel moderne commentatoren de meest letterlijke van alle moderne vertalingen is.

Colossenzen 2:9 [Vertaald naar de Amplified Version] Want in Hem blijft de volheid van God lichamelijk wonen, volledig uiting gevend aan de goddelijke natuur.

Dit is een schitterende vertaling. Paulus zegt hier dus niet dat Jezus van Nazaret de absolute God is, of deel uitmaakt van een of andere niet bestaande Godheid, maar veeleer dat Hij als mens, als menselijk wezen, God in al Zijn woorden en daden perfect tot uitdrukking bracht en Hem zo dus perfect vertegenwoordigde; dit kon Hij doen omdat Hij dezelfde natuur had als God. De reden dat Paulus dit schreef is, omdat hij wilde zeker stellen, ons wilde aansporen, ons wilde aanmoedigen aandacht aan Christus te schenken, omdat we in Hem worden geschapen. En voorzover het een menselijk wezen betreft, was Hij de volledige uitdrukking van God.

Er is een zekere relatie tussen Paulus' gedachte hier in Colossenzen 2 en wat de apostel Johannes in Johannes 1:1 schreef; daarom gebruikt Paulus niet de term "God" voor Christus, maar Paulus zegt wel dat Christus het volmaakte complement is van God. Daarom kunnen wij Hem navolgen, omdat er iets is dat we kunnen zien en iets dat ons aanspreekt. We hebben de absolute God nooit gezien. We hebben de absolute God nooit gehoord. Alles over Hem is ons geopenbaard door het perfecte Complement van de absolute God (Jezus Christus' Vader). Jezus kan niet het complement zijn van Zichzelf.

Het woord "complement" hier wordt gespeld met de letter "e" in het midden en niet de letter "i". Het wordt gespeld als "complement". [Noot van de vertaler: De uitspraak van complement en compliment is in het Engels praktisch gelijk.] Volgens Webster's betekent dat "iets dat aanvult, volledig maakt of volkomen maakt". We kunnen bijvoorbeeld zeggen: "Die kleurige hoed complementeert [past goed bij] uw jurk." Dat is een juist gebruikt van dat woord dat in het midden een "e" heeft. Niet de jurk, maar de hoed past bij het beeld dat u van uzelf wilt overbrengen; die hoed maakt het beeld compleet.

Christus is het Complement van de Vader, de absolute God. Christus vult aan. Dat is wat Paulus in Colossenzen 1:24-25 zei wat hij jegens de gemeente deed. Hij vulde aan. Hij was het "complement" van Jezus Christus. En wij, als gemeente, dienen dat dus ook onderling jegens elkaar te zijn. In dit geval is Christus het complement van de Vader. Hij vult aan en maakt volledig en maakt de openbaring van de Vader volkomen. De Vader heeft in Zijn wijsheid besloten dat wij uit geloof dienen te leven zonder dat we in staat zijn Hem te zien of te horen. De Vader heeft dus besloten Zichzelf via een Beeld—een Woord, een Middelaar, een Complement—bekend te maken, en Christus vervult deze functies perfect. Het gehele complement van de Vader is volkomen aanwezig in Christus. Dit leidt dus tot een onontkoombare, logische en ware conclusie. De Christus die letterlijk gezien en gehoord kon worden, is niet het complement van Zichzelf, wat Hij zou zijn als er een drieëenheid zou bestaan.

Christus is niet voornamelijk bezig om Zichzelf te openbaren. Hij handelt voor de Vader. Hij is een totaal ander Wezen dat desondanks aanvult, volledig maakt en de openbaring van de Vader volkomen maakt. Hij voerde Zijn openbarende verantwoordelijkheid zo goed uit dat Hij voor het menselijk oog evengoed de absolute God zou kunnen zijn.

De bijbel—het geschreven woord van God—legt uit dat Christus Zich op vele manieren duidelijk onderscheidde van de absolute God. Het gemakkelijkst te begrijpen zijn de plaatsen waar Jezus zegt: "De Vader is meer dan Ik." Dat onderscheidt Hem onmiddellijk van de Meerdere.

De tweede uitspraak die Hij deed om Zichzelf van de Vader te onderscheiden, is dat de Vader Hem zond. Met andere woorden een totaal ander Wezen zond Hem met Zijn opdracht uit.

De derde is: "Als u Mij gezien hebt, hebt u de Vader gezien." Het is totaal onmogelijk tegelijkertijd de Vader en de Zoon te zijn. Ze zijn twee verschillende Wezens, niet twee delen van een drie-in-één formatie. Jezus is het volmaakte complement dat het beeld dat de Vader van Zichzelf wil geven, volledig maakt.

Ik denk dat het hier een mooi punt is om te stoppen. Ik ben nog niet geheel klaar met dit specifieke woordbeeld, maar de preek zou hier toch een andere richting uitgaan, daarom denk ik dat het een goed punt is om te kappen. Ik stel dus de vraag: "Is Jezus goddelijk?" Bedenk wat de betekenis van goddelijk is. Het betekent een relatie hebben met of rechtstreeks voortkomen uit God. U zou dus het antwoord op die vraag moeten weten. Zo God het wil ga ik dit punt in de volgende preek afronden en we zullen zien dat God werkelijk een wonderlijke persoon uitkoos om Zichzelf te openbaren.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)