Johannes 3:16 – Heeft God de wereld werkelijk lief?

Door John W. Ritenbaugh
2 december 1995

Samenvatting: (toon)

In deze boodschap maakt John Ritenbaugh duidelijk dat God niet iedereen in dezelfde mate liefheeft. Hij zegt ons nergens dat we de voorkeur moeten geven aan de wereld van de goddelozen en de heidense gewoonten van de religies van deze wereld moeten overnemen, zoals de misleide leiding van de Worldwide Church of God heeft gedaan. Al beveelt God ons onze vijanden lief te hebben, toch zegt Hij ons niet echt hartelijk voor hen te zijn. Al zegt God dat Hij niet wil dat iemand omkomt, toch is universeel behoud geen leerstelling uit de bijbel. Gods liefde in Johannes 3:16 richt zich op Zijn verwekte kinderen die op Zijn liefde reageren door Zijn wetten te onderhouden, dezelfden als die in 1 Johannes 3:1 worden genoemd. God heeft de Zijnen lief.


De heer Herbert W. Armstrong placht te zeggen dat als de wereld iets gelooft, het waarschijnlijk verkeerd is. Dit zei hij in samenhang met religie. Hij bedoelde zeer zeker niet dat de wereld totaal niets bij het juiste eind heeft. De wereld heeft het niet bij het verkeerde eind in werkelijk alles wat ze doet. Ik denk echter dat tegen het einde van zijn leven er heel velen waren die niet meer geloofden wat hij zei, of minstens geen aandacht meer schonken aan zijn advies en het negeerden. Dit baseer ik op het feit dat de leiders van de Worldwide Church of God, bijna onmiddellijk na zijn dood een diepe duik namen in wat de wereld gelooft.

De heer Armstrong zei ook tijdens een preek, ik geloof dat dat ergens in 1977 of 1978 was, dat hij in 1969 voor het eerst Laodiceanisme in de kerk waarnam. Dat is zesentwintig jaar geleden. Het heeft lang geduurd voordat het voldoende was volgroeid om met volle kracht aan de gang te gaan, maar het bouwde zich op en het heeft de kerk in heel veel stukken verscheurd.

Laodiceanisme komt niet voort uit Gods Geest. Het is goed daar Openbaring 3 voor op te slaan. Het komt niet voort uit Gods Geest, omdat Christus er heel wat kritiek op heeft.

Openbaring 3:16-17 Zo dan, omdat gij lauw zijt en noch heet, noch koud, zal Ik u uit mijn mond spuwen. 17 Omdat gij zegt: Ik ben rijk en ik heb mij verrijkt en heb aan niets gebrek, en gij weet niet, dat gij zijt de ellendige en jammerlijke en arme en blinde en naakte.

Het is nogal duidelijk dat Laodiceanisme een andere bron heeft dan het Hoofd van de kerk, en in deze context is er slechts één andere mogelijke bron. Laodiceanisme is een houding die de kerk vanuit de wereld binnenkwam. We hebben onderwezen dat het een houding is van geestelijke lusteloosheid, oftewel een gebrek aan enthousiasme dat veroorzaakt dat je je geestelijke verantwoordelijkheden verwaarloost.

Ik denk dat dat onderwijs goed was, maar ik wil er iets specifiekers aan toevoegen. Het is een houding die God verwaarloost, omdat degene die die houding heeft zijn energie aan andere zaken besteedt. Laodicea, zoals ik lees in bijbelse woordenboeken en commentaren, heeft een aantal definities. Degene die ik het meest toepasselijk vind is "oordeel van het volk".

Zelfs de geschiedenis van Laodicea is gekruid met enkele interessante oordelen. Toen de stad werd gesticht, werd hij gesticht aan het kruispunt van twee belangrijke handelsroutes. Als u eens nadenkt waar over 't algemeen de belangrijke steden in deze wereld worden gevestigd, denk ik dat u tot de ontdekking komt dat de meeste van hen niet op zo'n locatie werden gevestigd. De meeste steden worden gesticht aan rivieren, of op de plaats van natuurlijke diepe havens, of op strategische, gemakkelijk te verdedigen plaatsen. Maar het was het oordeel van de stichters van Laodicea om het ver verwijderd van een natuurlijke watervoorziening te vestigen, op een wijde, open vlakte, waar de stad gemakkelijk aangevallen en erg moeilijk verdedigd kon worden.

De mogelijkheid om gemakkelijk geld te verdienen aan de karavanen die langskwamen, vervormde hun oordeel en de geschiedenis legt vast dat deze mensen, die in Laodicea leefden, erdoor werden beïnvloed. Alhoewel ze rijk werden door handel, werden ze ook erg bekwaam in het sluiten van compromissen en het tevreden stellen van anderen, omdat hun oordeel hen in een in militair opzicht gevaarlijke positie had geplaatst.

In het boek Openbaring beoordeelt de Laodiceeër zichzelf als rijk en verrijkt met goederen en niets nodig hebbend. Dat is het oordeel van het volk. Dat is voor mij een bewijs van zelfgenoegzaamheid. Het schijnt te zijn gebaseerd op hun fysieke welzijn.

Rijk is een relatieve term. Rijk in vergelijking met wat? We weten niet waarmee de Laodiceeër zich vergeleek. We weten alleen vanuit de context dat zijn geestelijke oriëntatie vleselijk was en daarom was hij in materieel opzicht rijk. We kunnen aan de hand van Gods beschrijving die Hij hier in Zijn woord gaf, duidelijk zien dat de Laodiceeër zelfingenomen is. Gods oordeel over het volk daarentegen is, dat zij ellendig zijn en jammerlijk en arm en blind en naakt — twee totaal verschillende oordelen vanuit twee totaal verschillende perspectieven. Voor God was het geestelijke belangrijk. Voor de Laodiceeër was dat het materiële. Dat geeft ons een duidelijk beeld dat God en de mens, zelfs de mensen in de kerk, bekeerde mensen, de neiging hebben de dingen vanuit verschillende perspectieven heel verschillend te bekijken.

Laten we naar Jesaja 55 gaan. Ziet u, er is genoeg vleselijkheid in ons allemaal, genoeg "leven bij zien", dat we de dingen niet altijd zien zoals God. Maar God verklaart hier Zelf:

Jesaja 55:8-9 Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen luidt het woord des HEREN. 9 Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten.

Zijn gedachten zijn oneindig veel hoger dan de onze. Dat is één reden dat de heer Armstrong zei wat hij zei, dat als de wereld, die vanuit een totaal andere geest werkt, iets goed vindt, het waarschijnlijk verkeerd is, of het is in ieder geval iets van minder belang dan wat God als belangrijk zou beoordelen.

Zoals de Worldwide Church of God zich stapje voor stapje aanpaste aan de leerstellingen van de wereld, zo nam het ook stapje voor stapje de houding van de wereld over en de manier waarop de wereld tegen de dingen aankijkt. Dat gaat hand in hand. Dat kan niet vermeden worden. Zoals zij hierin dus "voortgaan", verandert hun perspectief en de wereld gaat er voor hen steeds aantrekkelijker uitzien dan de dingen die van God zijn; de dingen van God beginnen er steeds kinderachtiger en onbeholpener uit te zien. Zo is het dus onvermijdelijk dat Kerstmis, Halloween, Pasen en waarschijnlijk de zondag deel zullen gaan uitmaken van hun leerstellingen en dat de sabbat en de Heilige Dagen en daarmee samengaand bijna alle geopenbaarde waarheid, zullen verdwijnen.

Wat de wereld heeft bereikt door de manier waarop het naar de dingen kijkt, is duidelijk door de vruchten die zij voortbrengt — haar begerige, oorlogvoerende (wedijverende) culturen, haar verdraaide religie, haar uitzonderlijk onevenwichtig verdeelde rijkdom, haar vermaak, haar opleidingssysteem, haar totale verwarring in de politiek. Dat zijn haar vruchten. God noemt het het grote Babylon — grote verwarring.

Hun doctrines zijn geheimzinnig (mysterieus) en soms moeilijk te doorgronden. Hun praktijken en de vrucht van hun leerstellige veranderingen en de verandering van houding laten duidelijk zien vanwaar ze hun motivatie ontvangen. Die komt rechtstreeks uit de wereld.

Wat openbaart God over hoe Hij over de wereld denkt? Eén van de populairdere opvattingen van deze tijd is dat God iedereen liefheeft. Die opvatting schijnt te behelzen dat hoe vijandig men ook is tegen God, hoeveel schade men ook aanricht jegens God of Zijn volk, dat God hen toch liefheeft. U hebt waarschijnlijk wel gehoord dat God de zondaar liefheeft, maar de zonde haat.

Is het waar dat God iemand liefheeft die Zijn Zoon verwerpt en veracht? Denkt u niet dat dat over Gods heiligheid en rechtvaardigheid heenstapt en God eruit doet zien als een soort snoezige teddy-beer, iemand waar je geen rekening mee hoeft te houden, iemand waarvoor je niet bang hoeft te zijn, en tegelijkertijd de mens praktisch een vrijbrief geeft te blijven zondigen? Wordt God in zulke omstandigheden echt gevreesd? Gods liefde is — en dat zal ik u in deze preek laten zien — voor Zijn heiligen, Zijn kinderen.

Ik weet zeker dat u nu reeds denkt aan Johannes 3:16:

Johannes 3:16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.

Wat bedoelt God in deze context met liefde? De volgende keer dat u in gesprek raakt (ik bedoel een vriendelijk gesprek, niet in een felle discussie) met iemand die dit concept heeft aanvaardt, dat je alleen maar liefde nodig hebt om gered te worden, vraag dan eens op een vriendelijke manier: "Geeft u me alstublieft eens uw definitie van liefde?" Het zou kunnen zijn dat dat een interessant concept is.

Als u goed nadenkt en zorgvuldig luistert naar hun antwoord, kunt u het gesprek sturen door nog een aantal andere vragen te stellen. Eén vraag zult u zeker willen stellen, en wel "Waar is uw autoriteit voor die definitie? Welke autoriteit is er om die definitie die u me gaf, te onderbouwen?" En als hun definitie niet dezelfde is als die van God, weet u dat deze mensen hun eigen definities opstellen, of ze hebben hem van anderen overgenomen.

Liefde is inderdaad iets met veel prachtige kanten en toegenegenheid op diverse niveaus maakt er deel van uit. Het is iets met veel facetten. Maar elke definitie die niet 1 Johannes 5:3 erin betrekt — "liefde is het onderhouden van de geboden en die geboden zijn niet zwaar" — heeft onvoldoende autoriteit, en haar standaard is niet hoog genoeg. We zullen gaan zien dat Gods liefde voor de wereld nogal onpersoonlijk is en alleen maar bestaat in samenhang met Zijn alomvattend doel. Het is in geen enkel opzicht warm en er is een dramatisch groot verschil met Zijn persoonlijke zorg voor Zijn kinderen.

Laten we nu Jesaja 1 opslaan en de verzen 5-6 en 16 lezen. God vraagt:

Jesaja 1:5-6 Waar wilt gij nog meer geslagen worden, dat gij voortgaat met af te wijken? Het gehele hoofd is ziek, het gehele hart vol krankheid; 6 van de voetzool af tot de schedel is er niets gaaf; wonden, striemen en verse kwetsuren, die niet uitgedrukt zijn noch verbonden noch met olie verzacht.

Nu naar vers 16, waarbij we een groot aantal verzen die nog meer beschrijving bevatten, overslaan.

Jesaja 1:16 Wast u, reinigt u, doet uw boze daden uit mijn ogen weg; houdt op kwaad te doen;

God beschrijft hier de geestelijke toestand van de natie Juda, maar Hij beschrijft ook de geestelijke conditie van individuele personen, daar het geheel, de natie, is samengesteld uit zijn delen, de individuele mensen; en ieder individu was in zeker opzicht net als de natie. Als de mensen niet in een slechte morele en geestelijke conditie waren geweest, dan zou dit ook niet voor de natie hebben gegolden. Dan zouden ze niet zijn geweest zoals God hier beschrijft.

God beschrijft hier de wereldlijkheid van Zijn volk Juda. Zijn verbondsvolk was van top tot teen ziek en Hij is er niet gelukkig mee. Als Hij er gelukkig mee zou zijn, als Hij om zo te zeggen, hen werkelijk liefhad zoals de wereld Johannes 3:16 opvat, dan zou Hij niet zeggen wat Hij daar in vers 16 zegt: "Wast u, reinigt u, doet uw boze daden uit Mijn ogen weg; houdt op kwaad te doen."

U ziet dat ze voor Hem niet aanvaardbaar zijn. Als ze voor Hem wel aanvaardbaar zouden zijn geweest, waarom zou Hij hun dan opdracht geven te veranderen? Laten we dit eens verder uitwerken. We gaan terug naar Genesis 18:23-25. Dit gaat over Abrahams smeekbede aan God voorafgaande aan de verwoesting van Sodom en Gomorra.

Genesis 18:23-25 En Abraham trad nader en zeide: Zult Gij dan de rechtvaardige met de goddeloze verdelgen? 24 Misschien zullen er vijftig rechtvaardigen in de stad zijn; zult Gij haar dan verdelgen, en aan de plaats geen vergiffenis schenken ter wille van de vijftig rechtvaardigen, die in haar zijn? 25 Het zij verre van U, aldus te handelen, de rechtvaardige te doden met de goddeloze, zodat de rechtvaardige zou zijn gelijk de goddeloze; verre zij het van U; zou de Rechter der ganse aarde geen recht doen?

God geeft geen rechtstreeks antwoord op Abrahams vraag, maar Zijn reactie maakt duidelijk dat Hij een Verlosser is van rechtvaardigen, maar Hij vernietigt de zondaars. Klinkt dat alsof Hij hen liefheeft? Heeft Hij lief wat ze doen? Blijf uzelf die vraag stellen.

U kunt denken dat ik de zaak nogal op de spits drijf, maar ik wil dat u ook nadenkt over iets anders dat God over de geschiedenis van de mens heeft vastgelegd. Denk eens aan de periode vlak voor de zondvloed en hoe onrechtvaardig de mensen toen waren. Kunnen wij zeggen dat God onrechtvaardigheid liefheeft? Alzo lief heeft God de wereld gehad ... Is de wereld rechtvaardig? Heeft Hij onrechtvaardigheid lief? Heeft God hen die onrechtvaardigheid doen lief?

Herinnert u zich nog dat het in de dagen van Jeremia zo slecht was dat God Jeremia uitdaagde ook maar één persoon te vinden die de waarheid zocht? Ik denk niet dat God dat aanstond en al snel daarna bracht Hij Juda tot onderwerping [aan Babylon].

Laten we Jeremia 17:1 opslaan. De wereld verdraait de zaak zo dat het er praktisch op neerkomt dat God zonde liefheeft.

Jeremia 17:1 De zonde van Juda staat geschreven met ijzeren stift, gegrift met diamanten spits in de tafel van hun hart en in de hoornen van hun altaren,

Let op de krachtige taal die wordt gebruikt. Hij zei dat hun zonde, hun manier van leven, als het ware is gegraveerd in een stenen hart.

Jeremia 17:5-6 Zo zegt de HERE: Vervloekt is de man die op een mens vertrouwt en vlees tot zijn arm stelt, wiens hart van de HERE wijkt; 6 hij toch zal zijn als een kale struik in de steppe, die het niet merkt, als er iets goeds komt, maar staat in dorre oorden in de woestijn, een ziltachtig, onbewoond land.

Kan er iets in zout groeien? Het spreekt in feite een doodstraf uit over hen die God verlaten en niet op Hem vertrouwen.

Jeremia 17:9-10 Arglistig is het hart boven alles, ja, verderfelijk is het; wie kan het kennen? [Het Hebreeuwse woord dat met verderfelijk is vertaald betekent letterlijk ongeneeslijk ziek. Dit is niet een soort ziekte waar we medelijden mee kunnen hebben, omdat iemand zware pijnen lijdt als gevolg van een fysiek probleem. We hebben het over een ziekte van het hart, een ziekte van de geest, een ongeneeslijk karakter.] 10 Ik, de HERE, doorgrond het hart en toets de nieren, en dat [hier volgt de reden waarom], om aan een ieder te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner daden.

Wat iemand zaait, zal hij ook oogsten. Dat is een andere manier om dit onder woorden te brengen.

Jeremia 17:13 hope Israëls, HERE, allen die U verlaten, zullen beschaamd worden [Jeremia spreekt weer]; wie afwijken [het Hebreeuws is letterlijk: "wie van Mij afwijken" en dat lijkt dus alsof God spreekt], zullen in de aarde geschreven worden, omdat zij de bron van levend water, de HERE, verlieten.

Weet u wat geschreven in de aarde betekent? Het is het tegengestelde van in de hemel geschreven worden. Als iemands naam in de aarde wordt geschreven, dan heeft hij het wel gehad. Zijn bestemming is de poel des vuurs. Nu verder met vers 15:

Jeremia 17:15 Zie, zij zeggen tot mij [Jeremia spreekt weer]: Waar blijft het woord des HEREN? Laat het toch komen!

Hoe aanmatigend en trots. Wij kunnen alles dat God over ons wil brengen, wel aan.

Jeremia 17:16-17 Ik echter heb bij U niet op rampspoed aangedrongen, de onheilsdag heb ik niet begeerd, Gij weet het, wat van mijn lippen uitging, was U bekend. 17 Word mij niet tot verschrikking [Jeremia bidt], Gij zijt mijn toevlucht ten dage van rampspoed.

Let nu eens op dit gebed, dit verzoek dat hij tot God richt.

Jeremia 17:18 Laten mijn vervolgers beschaamd worden, maar laat ik niet beschaamd worden; laten zij verschrikt worden, maar laat ik niet verschrikt worden. Breng over hen de dag van rampspoed, verbreek hen met een dubbele verbreking!

Weet u wat dat betekent? Tweemaal dood. Weet u wat dat betekent? Dat betekent de poel des vuurs. Jeremia, een godvrezend mens, één van de grote heiligen, iemand die echt dicht bij God leefde — zijn zijn woorden niet helemaal uit de pas met ons concept van een christendom, om tot God te roepen om de poel des vuurs over mensen te brengen? Blijkbaar vond God niet dat dat uit de pas was. Hij liet het opschrijven, het gebed van een godvrezend mens.

Bent u zich ervan bewust dat het boek Handelingen, dat de geschiedenis van de evangelistische inspanningen van de kerk van God in de eerste eeuw bevat, zoals we vandaag zouden zeggen "het dienstverleningsprogramma van de kerk aan de wereld", binnen de context van de evangelistische inspanningen geen enkele keer melding maakt van Gods liefde? Deze wordt slechts genoemd in relatie met de heiligen. God geeft Zijn Geest specifiek aan hen die Hem liefhebben — dat is de benadering.

Als het waar is dat God ieder mens liefheeft, waarom zei Christus dan wat Hij zei in Johannes 14:21 en 23? Geef zorgvuldige aandacht aan wat Hij zegt.

Johannes 14:21, 23 Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en wie Mij liefheeft, zal geliefd worden door mijn Vader en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren. [Merkte u hier een voorwaarde op?] ... 23 Jezus antwoordde en zeide tot hem: Indien iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord bewaren en mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen.

Ziet u dat Jezus een wederkerigheid vraagt in de relatie? Weet u wat wederkerig betekent? Het betekent heen en weer, beide kanten op. De verbrandingsmotoren die we in onze auto's hebben, zijn motoren die werken op basis van wederkerigheid. Ze gaan heen en weer, beter: op en neer. Zij gaan op gelijke manier door vier cycli en komen dan weer terug waar ze tevoren waren.

God zegt hier dus dat er wederkerigheid dient te zijn. Er moet beweging zijn, heen en weer, een wederzijdse uitwisseling van handelen in een relatie. Tussen twee haakjes, dat is de definitie van het woord wederkerigheid: een wederzijdse uitwisseling van handelen in een relatie.

Vraagt uzelf nu eens iets af. Kunt u zich de tijd dat u poogde een relatie met het andere geslacht op te bouwen, nog voor de geest halen? Als u toen interesse had in iemand en uw interesse in die ander was sterker dan de interesse van die ander voor u en die ander had geen wederkerige interesse, wat gebeurde er dan met de relatie? Die kwam niet tot stand. Er ontstond geen liefde. Zo eenvoudig is dat. God verlangt wederkerigheid, maar Hij geeft als eerste liefde. Maar Hij wil dat wij liefde teruggeven. Wat gaat er dan gebeuren? Er ontstaat een cyclus die voortdurend heen en weer gaat. En die liefde gaat ook uit naar anderen, naar onze broeders, zoals we zullen zien.

Laten we nu het boek Spreuken opslaan en wel hoofdstuk 8, vers 17. In dit hoofdstuk wordt wijsheid gepersonifieerd, maar het is een eigenschap van God en het lijkt erop alsof God spreekt en zegt:

Spreuken 8:17 Ik heb lief wie mij liefhebben [Dat is onverbloemd, heel duidelijk.], wie mij ijverig zoeken, zullen mij vinden.

Laten we nu eens naar drie of vier verzen uit Psalm 5 gaan kijken. Laten we die verzen zorgvuldig bekijken.

Psalm 5:6 de verdwaasden houden geen stand voor uw ogen, Gij haat alle bedrijvers van ongerechtigheid;

Ziet u dat? Dit is een duidelijke weerlegging van de uitspraak dat God de zondaar liefheeft, maar de zonde haat. Hij zegt dat Hij alle bedrijvers van ongerechtigheid haat, of: "Gij haat alle bedrijvers van ongerechtigheid."

Psalm 5:7 Gij richt te gronde de leugensprekers, de HERE verafschuwt [een synoniem voor haten] de man van bloed en bedrog.

Vers 11 is een afspiegeling van wat Jeremia zei, alleen is David nu de auteur. Maar het schijnt dat David en Jeremia op praktisch dezelfde manier denken, beiden waren godvrezende mannen.

Psalm 5:11 Doe hen boeten, o God, laat hen vallen door hun eigen overleggingen, verstoot hen om hun vele overtredingen; want zij zijn wederspannig tegen U.

Nog eentje uit de Psalmen:

Psalm 7:12 God is een rechtvaardig Rechter en een God, die te allen dage toornt.

Dat is wel genoeg uit het Oude Testament. Laten we nu naar het Nieuwe Testament gaan, weer naar het evangelie naar Johannes. We gaan rechtstreeks naar Johannes 3, maar nog niet naar vers 16. Maar naar vers 36. Dat is het laatste vers in dat hoofdstuk, hetzelfde hoofdstuk dat de woorden "Zo lief had God de wereld ..." bevat.

Johannes 3:36 Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie aan de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft [blijft bij voortduring, dus constant] op hem.

Dat is een kant van God waar we liever niet aan denken. Bij God is een strenge rechtvaardigheid. Hoe vaak hebt u de heer Armstrong jaren geleden niet horen zeggen: "God wijkt geen millimeter af van Zijn wet." Het is God ernst dat Hij ons naar het beeld van Zijn Zoon wil vormen, en dus ook naar Zijn eigen beeld. Het is Hem ernst dat wij zonde moeten overwinnen. Het is Hem ernst dat Hij ons eeuwig leven wil geven. Het is Hem ernst dat wij de liefde die Hij ons geeft aan Hem teruggeven, want als we dat niet doen, zullen we niet naar Zijn beeld worden gevormd. We zullen dan nooit met Hem kunnen opschieten in Zijn Koninkrijk. Het is als twee mensen die elkaar haten en toch met elkaar trouwen. Ons denken moet in harmonie zijn met Hem; ons leven moet daarvan de afspiegeling zijn. Ons leven moet een afspiegeling zijn van wat er in ons denken omgaat.

Gemeente, als God iedereen in gelijke mate liefheeft, zonder uitzondering, dan maakt dat Zijn regering door Zijn wetten tot een betekenisloze rethoriek. Daardoor veranderen Gods dreigingen in de loze woorden van een zwakke en machteloze, gefrustreerde koning tegen wie men zich ongestraft kan verzetten; men kan zijn eigen gang gaan ongeacht wat Hij zegt. Wat voor voordeel ligt er dan besloten in bekering en groei?

Ik breng deze dingen naar voren omdat de algemene gedachte achter wat er in de Worldwide Church of God gebeurde, is gebaseerd op dit uitgangspunt: dat God iedereen zo liefheeft dat Hij iedereen zal accepteren. Dat geeft de mens toestemming om veel van Gods wet terzijde te schuiven. Ga je gang, stel je eigen dag van eredienst vast. Ga je gang, stel je eigen feestdagen vast. Maar aan de andere kant, zorg ervoor niemand te oordelen. Doe hetzelfde als God; Hij heeft iedereen lief.

Maar laten we niet uit het oog verliezen dat er in Gods woord staat: "Jakob heb Ik liefgehad, maar Ezau heb Ik gehaat." U kunt doen wat u wilt met dat woord haten. Zoek het maar eens op. Het is een interessante studie omdat het wordt aangehaald in Romeinen 9:13. In het Grieks kan dat woord haten van alles betekenen, van iemand geringschatten of veronachtzamen tot het hebben van slechte bedoelingen jegens iemand. In het algemeen zeggen we graag dat het betekent in vergelijking minder liefhebben. Dat is niet verkeerd, maar hoeveel minder heb je dan lief? Dat weten we niet. Het kan heel veel zijn.

Als we Maleachi 1 opslaan waar dat voor het eerst wordt gezegd, en naar het Hebreeuws kijken, dan zult u zien dat het Hebreeuwse woord veel sterker is dan het Griekse woord; het duidt ook op een sterke afschuw hebben. Toen Paulus dat aanhaalde, deed hij dat in de betekenis dat God Jakob koos zelfs voor ze waren geboren. Als u er in het Oude Testament naar kijkt, dan wordt het daar gebruikt in de betekenis dat Ezau zojuist het eerstgeboorterecht en de daarbij behorende zegen had verworpen.

Hoe zou u zich voelen, gemeente, gewoon menselijk, als u iemand die u liefhad en respecteerde iets geweldigs zou aanbieden en die persoon zou erop spugen? Dat deed Ezau in principe. Hij verachtte het eerstgeboorterecht zoals het boek Hebreeën zegt; hij verhandelde het voor een maaltijd die hem maar enkele uren goed zou doen.

Denkt u dat God geen gevoel heeft? Als u verwerping kunt voelen, kan Hij dat ook. Als u geluk en vrede en tevredenheid en welzijn kunt voelen, kan Hij dat ook, omdat we deze dingen van Hem hebben ontvangen. Maar Zijn gevoelens staan op een veel hoger niveau en Hij heeft ze absoluut en volledig onder controle. Onze gevoelens zijn, om zo te zeggen, een imitatie van de Zijne daar we nog niet naar Zijn beeld zijn gevormd.

Laten we nu Openbaring 6 opslaan. Het gaat daar over het vijfde zegel:

Openbaring 6:9-10 En toen Hij het vijfde zegel opende, zag ik onder het altaar de zielen van hen, die geslacht waren om het woord van God en om het getuigenis, dat zij hadden. 10 En zij riepen met luider stem en zeiden: Tot hoelang, o heilige en waarachtige Heerser, oordeelt en wreekt Gij ons bloed niet aan hen, die op de aarde wonen?

Dit komt geheel overeen met David en Jeremia. Hier hebben we dode heiligen die figuurlijk bidden en vanuit het graf roepen om wraak, om een juiste vergelding. Ziet u het patroon? Als we het eenmaal hebben vastgesteld vinden we het door de gehele Bijbel heen, omdat God nooit verandert.

Laten we nog een paar verzen opslaan, iets verder in hetzelfde boek:

Openbaring 16:8-9 En de vierde goot zijn schaal uit over de zon en haar werd gegeven de mensen te verzengen met vuur. 9 En de mensen werden verzengd door de grote hitte en zij lasterden de naam van God, die de macht heeft over deze plagen, en zij bekeerden zich niet om Hem eer te geven.

Nu naar vers 11, dat gaat over de vijfde engel:

Openbaring 16:11 en zij lasterden de God des hemels vanwege hun pijnen en vanwege hun gezwellen, en zij bekeerden zich niet van hun werken.

Openbaring 16:21 En grote hagel (stenen), een talent zwaar, vielen uit de hemel op de mensen, en de mensen lasterden God vanwege de plaag van de hagel, want de plaag daarvan was zeer groot.

Deze mensen geven geen enkele aanduiding dat ze God liefhebben, hoe kan er dan enige wederkerigheid zijn? We denken graag dat er nauwelijks iemand in de poel des vuurs zal worden geworpen zonder de gelegenheid tot behoud te hebben gekregen. Er mankeert iets aan die redenering en wel dat wij niet de rechter zijn over die mensen. Wat beschouwt God als een gelegenheid? Misschien zijn er wel heel wat mensen die in de poel des vuurs worden geworpen zonder dat ze wat wij een gelegenheid noemen, hebben gekregen.

God is rechter. We weten zeker dat Openbaring laat zien dat het beest en de valse profeet in de poel des vuurs zullen worden geworpen. Iets om over na te denken. Hoe past Johannes 3:16 hierbij? Laten we dat eens opslaan. Houdt uw vinger er maar bij, want we zullen diverse andere plaatsen opslaan en weer terugkomen in Johannes.

Johannes 3:16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe.

Dit is één van de verzen die we heel vaak hebben gehoord, zodat we denken dat we weten wat het betekent. Maar ik wil wedden dat u dit meestal vanuit de wereld hebt gehoord, of komende van een bron uit de wereld. Een deel van de moeilijkheid met dit vers ligt erin, dat we veronderstellen dat we begrijpen wat de bijbel bedoelt met het woord wereld.

De bijbel gebruikt een aantal woorden op erg uiteenlopende manier. Een voorbeeld dat de meesten van ons wel kennen is het woord geest. E.W. Bullinger laat in een appendix van de Companion Bible zien dat het woord geest in beide Testamenten op negen verschillende manieren wordt gebruikt. Met andere woorden het woord geest heeft een brede toepassing en als we het precies willen begrijpen, dan zullen we moeten bezien hoe het woord wordt gebruikt binnen de context waarin het voorkomt.

Dit geldt ook voor het woord wereld. Het is het Griekse woord cosmos. Het is ook een woord met een brede toepassing en u zult in de context moeten kijken om precies te begrijpen hoe het wordt gebruikt en wat het daar dus betekent. Het basisgebruik komt overeen met het woord geordend of gerangschikt. Het duidt op een systeem, een ordelijk systeem.

U kunt het beter begrijpen als ik u het tegengestelde woord, zijn antoniem, geef. Het tegengestelde van cosmos is chaos. Dat is ongeordend, niet georganiseerd, verward. Iets dat cosmos is, is iets dat systematisch geordend is.

Houdt uw vinger hier. We komen hier terug, maar laten we nu Handelingen 17 opslaan. Ik geef u een aantal verbanden waarin het woord cosmos is gebruikt. In Handelingen 17:24 was Paulus in Athene, op de Areopagus. Hij spreekt daar tot de Grieken en zegt:

Handelingen 17:24 De God, die de wereld [cosmos] gemaakt heeft en al wat daarin is, die een Heer is van hemel en aarde, woont niet in tempels met handen gemaakt,

Daar duidt cosmos op het geschapen fysieke universum, hemel en aarde, alles. Weer terug naar Johannes, deze keer hoofdstuk 13, waar Jezus het woord cosmos gebruikte, tenminste Johannes deed het al schrijvend over Jezus.

Johannes 13:1 En vóór het Paasfeest [Pascha], toen Jezus wist, dat zijn ure gekomen was om uit deze wereld over te gaan tot de Vader, heeft Hij de zijnen, die Hij in de wereld liefhad, liefgehad tot het einde.

Wat zou Hij verlaten? Hij zou de aarde verlaten en teruggaan naar de Vader in de hemel. Cosmos betekent hier de aarde. Nu naar Johannes 12:31, daar gebruikt Jezus het Zelf.

Johannes 12:31 Nu gaat er een oordeel over deze wereld; nu zal de overste dezer wereld buitengeworpen worden;

Hier wordt wereld gebruikt in de betekenis van het politiek-religieuze, economische systeem onder Satan dat tegen God is gericht. Dat is waarschijnlijk de meest voorkomende vorm van gebruik. Het is het politiek-religieuze, economische systeem onder Satan dat tegen God is gericht. We gaan nu naar Romeinen 3:19. Dit vers is beslist interessant in het licht van de serie over de Verbonden.

Romeinen 3:19 Nu weten wij, dat de wet, bij al wat zij zegt, tot hén spreekt, die onder de wet zijn, opdat alle mond gestopt en de gehele wereld strafwaardig worde voor God,

Hier wordt heel specifiek met het woord 'wereld' bedoeld 'zij die onder de wet zijn'. In dit geval wordt dit door het vers zelf duidelijk gemaakt. Begint u er een idee van te krijgen? We moeten naar de context kijken om het specifieke gebruik daar te begrijpen. Maar ook dan nog moeten we voorzichtig zijn, want zo af en toe zijn er verzen in andere delen van de bijbel die van invloed zijn op wat het woord wereld betekent.

Weer naar Johannes, deze keer Johannes 15:18. Dit is wel een erg specifiek geval, maar desondanks is het waar.

Johannes 15:18 Indien de wereld u haat, weet dan, dat zij Mij eer dan u gehaat heeft.

Het woord wereld duidt hier op de gehele mensheid, met uitzondering van hen die Christus niet haten en die God niet haten. Ik had moeten zeggen dat u uw vinger bij Romeinen had moeten houden.

Romeinen 11:25 Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn, wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis; een gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen, totdat de volheid der heidenen [cosmos] binnengaat,

Hier is cosmos de wereld der heidenen. In dit geval sluit de context een deel van Israël uit, namelijk hen die kunnen zien. Weer terug naar Johannes 3:16. In deze context is het onderwerp Nicodemus, een jood, en het is goed om te begrijpen wat de joden dachten over hun relatie met God onder het Oude Verbond en wat zij dachten was waar, ik bedoel in principe waar, en dat is dat Gods genade zich tot Israël beperkte. In zijn algemeenheid was dat waar, omdat God zelfs in Amos 3:2 zegt: "Met u alleen heb Ik dit verbond gesloten. Uit alle volken der aarde heb Ik alleen u Mijn liefde getoond." Dat is wat er in principe staat. Vandaar dat Nicodemus ongetwijfeld geloofde dat Gods genade zich beperkte tot Zijn eigen volk.

Christus begon echter duidelijk te maken dat de genade van God zich ook zou gaan uitstrekken tot de gebieden buiten Israël en Juda, met andere woorden tot de heidenen. Maar het verbond dat Hij met die mensen zou gaan maken, het Nieuwe Verbond, zou zich niet beperken tot Israël alleen. Het zou ook openstaan voor de heidenen. Uiteindelijk zou het wereldwijd zijn in toepassing.

Nicodemus wist dat niet. Jezus wist dat en we kunnen deze draad volgen in het evangelie naar Johannes, te beginnen in hoofdstuk 4. Daar wordt een volgende stap genomen met de vrouw bij de waterput. Hij verkondigde haar dat het niet lang meer zou duren voordat men niet meer naar Jeruzalem behoefde te gaan om God te vereren en dat de tempel geen betekenis meer zou hebben voor wat betreft een relatie met God.

Nicodemus begreep dat niet en dat leidde ertoe, tenminste gedeeltelijk, dat God begon om Zijn werkzaamheden uit te bouwen. Met andere woorden ik zeg hier dat Zijn wereld, of de wereld van Zijn mensen, nu ook de heidenen zou gaan omvatten. Laten we nu vers 15 lezen.

Johannes 3:15 opdat een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven hebbe.

Ik ben er zeker van dat Nicodemus dit een ieder interpreteerde als ieder die een jood is. Maar gebeurtenissen die daarop volgden, lieten zien dat Jezus alle volken bedoelde. Voordat we een te grote sprong maken, betekent dit dat God iedere individuele mens onder de heidenen liefheeft? Niet echt, want we hebben gezien dat het woord wereld in een algemene zin en niet in een specifieke zin wordt gebruikt. Ziet u, de betekenis is afhankelijk van de context.

Houdt uw vinger nog even hier en laten we 2 Petrus 2:5 opslaan.

2 Petrus 2:5 en de wereld van de voortijd niet gespaard heeft, maar Noach, de prediker der gerechtigheid, met zeven anderen bewaard heeft, toen Hij de zondvloed over de wereld der goddelozen bracht;

Denk eens terug aan de zondvloed. We zien twee werelden. Dat maakt Petrus duidelijk. Wie gingen er dood? Wie bleven leven? Er was één wereld waarvan allen die daartoe behoorden omkwamen. En er was een andere wereld van godvrezende mensen met Noach in de ark. Er was een niet-godvrezende wereld en er was een godvrezende wereld. Dat is duidelijk.

Laten we nu Johannes 6 opslaan. Herinnert u zich Abraham en zijn onderhandeling met God? Zei hij eigenlijk niet hetzelfde? Zal de wereld der godvrezenden tezamen sterven met de wereld der niet-godvrezenden? Hij zei, volstrekt niet. God deed dat inderdaad niet. Hij spaarde de godvrezende mensen die in Sodom leefden. Maar de niet god-vrezenden stierven.

We gaan een duidelijke verdeling zien. God verdeelt de wereld in hen die van Hem zijn en die Hij liefheeft en beschermt. De anderen, daarentegen ..., u kunt zelf de rest wel invullen.

Johannes 6:33 want dát is het brood Gods, dat uit de hemel nederdaalt en aan de wereld het leven geeft.

In een algemene betekenis kan dat natuurlijk betekenen dat iedereen daartoe behoort. Er is echter iets binnen dat vers dat de betekenis verengt. Aan wie geeft Hij leven? Dat maakt wereld erg specifiek.

Er kan iets worden aangeboden, laten we zeggen het aanbod van eeuwig leven, maar een aanbod kan worden afgewezen. Lazen we zojuist niet in Johannes 3:36 dat zij die niet geloven zullen omkomen, dat de toorn van God op hen blijft rusten? Dit impliceert dat er mensen zullen zijn aan wie eeuwig leven is aangeboden, maar het verwerpen. Zodoende blijft de toorn van God op hen.

Dus iets, zelfs eeuwig leven, kan worden aangeboden en geweigerd, maar iets kan ook reeds gegeven zijn en geaccepteerd. Wie behoren tot die groep? Wie behoren tot die wereld? Dat zijn de zonen van God. We gaan dus zien dat er in de context van de bijbel verschillende werelden zijn en de twee belangrijkste zijn ongetwijfeld de wereld van de niet-godvrezenden (ongelovigen) en de wereld van de godvrezenden (gelovigen). Als we hier verder op doorgaan zullen we gaan zien dat God de wereld van de godvrezenden volledig en totaal liefheeft. Maar God heeft de wereld van de niet-godvrezenden alleen maar lief binnen de context van Zijn doel. Die liefde is niet dezelfde.

Geeft God leven aan hen die Hem niet vrezen, de wereld der niet-godvrezenden? Nee, Hij geeft alleen maar leven aan de godvrezenden. We kunnen dit verder uitdiepen. Ik zal u nu snel even laten zien dat dit onderwerp in heel wat bijbelteksten tot uiting komt.

2 Corinthiërs 5:19a welke immers hierin bestaat, dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was, ...

Vertel me alstublieft, gemeente, wie wordt hier met God verzoend? Zij die berouw hebben getoond. Zij die het bloed van Jezus Christus hebben aanvaard. Zij die geloof hebben in Zijn dood. Dat zijn degenen die met Hem worden verzoend en dat is de wereld waarover Hij het hier heeft. Natuurlijk zijn er anderen die daar deel van zullen gaan uitmaken.

Maar als we hier in detail naar gaan kijken, laat God duidelijk zien dat er een wereld der godvrezenden is. We zien in 1 Johannes 5:19 dat de gehele wereld in zonde ligt. De hele wereld? Nee, niet de gehele wereld ligt in zonde. Er is een deel van de wereld aan wie hun zonden zijn vergeven. Zijn kinderen. Zij die Zijn liefde in volledigheid hebben ontvangen. Hier zien we dus dat er een wereld is aan wie de zonden nog worden toegerekend en dat er een wereld is aan wie de zonden zijn vergeven en die mensen zijn verzoend met God.

We moeten nu in staat zijn te zien, of we zien het reeds duidelijk, dat het onderwerp van Gods liefde in Johannes 3:16 Zijn kinderen zijn. Dat zijn dezelfden die Johannes noemde in 1 Johannes 3:1 toen hij zei: "Ziet, welk een liefde ons de Vader heeft gegeven, dat wij kinderen Gods genoemd worden." God houdt van hen die van Hem zijn!

Laten we nu nog eens naar dat vers in Johannes 3:16 kijken. Er zijn in dat vers tenminste drie delen te onderscheiden. Het eerste deel, het hoofdonderwerp is Christus als gave van God. Wat bracht de Vader ertoe deze gave te geven? Dat was Zijn grote liefde. God heeft ons reeds lief voor wij Hem liefhebben. Dat wordt in het eerste deel gezegd. De nadruk ligt daar op Christus als gave van God.

Het tweede deel zegt ons voor wie God Zijn Zoon gaf: voor iedereen die gelooft. En dan komt het laatste deel dat ons Zijn doel verkondigt, dat ze eeuwig leven mogen hebben, leven dat nooit wordt beëindigd. Het woord wereld verwijst hier dus naar de wereld van gelovigen, zij die door God zijn geroepen en uitverkoren, zij die nu Zijn kinderen zijn.

Laten we nu naar een ander vers gaan en daaruit wordt dit onmiddellijk duidelijk.

Romeinen 5:8 God echter bewijst zijn liefde jegens ons [Op wie slaat ons? Dat is de kerk.], doordat Christus, toen wij nog zondaren waren, voor ons gestorven is.

We moeten nog iets bekijken en wel, hoe drukt God Zijn liefde uit voor de wereld, hoe toont Hij die? Want er bestaat geen twijfel aan dat Hij de mensen in de wereld liefheeft, maar Hij heeft ze niet lief met de volledige liefde waarmee Hij ons liefheeft, wij die onder het bloed van Jezus Christus staan, verwekt zijn en nu Zijn kinderen zijn.

Er zijn heel wat verzen die dit duidelijk maken. Ik zal er een paar geven. Mattheüs 18:33 zegt dat Hij medelijden heeft met de goddelozen. En natuurlijk kan Hij bewogen worden tot medelijden. In Lucas 6:35 staat dat Hij ook goed is voor de ondankbaren. In Romeinen 9:22 staat dat Hij de goddelozen met veel geduld verdraagt.

Nu lezen we Mattheüs 5:43, want u dacht waarschijnlijk al aan dit vers.

Mattheüs 5:43-45 [Statenvertaling] Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult uw naaste liefhebben, en uw vijand zult gij haten. 44 Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief; zegent ze, die u vervloeken; doet wel dengenen, die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld doen, en die u vervolgen; 45 Opdat gij moogt kinderen zijn uws Vaders, Die in de hemelen is; want Hij doet Zijn zon opgaan over bozen en goeden, en regent over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.

Dit drukt wel heel goed uit hoe God Zijn liefde toont aan de niet-godvrezenden. Hoe doet Hij dit? Dat vers zegt het ons. Vers 45 maakt dat duidelijk. Hij houdt niet op om Zijn schepselen te dienen, ondanks het kwaad dat zij doen. Maar dit is bij lange na niet Gods volledige liefde. Heeft Hij hun Zijn Geest gegeven? Geeft Hij hun toegang tot Hem? Nee. Zij hebben ook nog geen vergeving ontvangen. Gaan we inzien dat Hij hun niet de volheid van Zijn liefde heeft gegeven, maar dat Hij toch niet ophoudt hen te dienen?

Liefde heeft zowel rationele als emotionele kwaliteiten. Dienen kan rationeel zijn zonder het emotionele aspect en toch valt het onder de bijbelse definitie van liefde. Liefde is het onderhouden van de geboden.

Een ander aspect van liefde: ze kan vurig emotioneel zijn en niet in het minst rationeel. Dat is de eros-vorm van liefde; die vorm is bijna de enige vorm die bij mensen voorkomt. In deze context geeft God ons de instructie dat we onze vijand moeten dienen zoals Hij dat doet, maar op ons niveau, niet op hetzelfde niveau als Hij dat doet. Wij kunnen dat niet.

Laten we hier nog eens naar kijken vanuit de grotere context, laten we een tien tot vijftien verzen eraan voorafgaand meenemen. Wat zegt Hij in die verzen? Hij zegt dat we ons niet moeten wreken. Ga een extra mijl. Als God ons vraagt onze vijand lief te hebben, vraagt Hij niet het onmogelijke van ons. Hij vraagt ons niet hen hartelijk te omhelzen. Hij zegt niet dat we verder moeten gaan alsof er niets is gebeurd.

Hij zegt dat we onze liefde tot uitdrukking moeten laten komen, dat houdt minstens in dat we hun niets kwaads terugdoen. We moeten ons denken in bedwang houden zodat er geen haat tegen hen ontstaat; die haat zou ons er toe kunnen aanzetten om kwaad met kwaad te vergelden. Het betekent ook geen kwaad tegen hen te spreken, of hun reputatie nog verder te vernietigen. Laten ze hun eigen reputatie maar vernietigen.

Het betekent vriendelijk voor hen te zijn op dezelfde manier als God dit is voor de bozen. Het betekent medelijden met hen hebben wegens hun verblindheid. Het betekent hen in hun nood te helpen. Het betekent proberen een vredestichter te zijn. Het betekent goed voor hen te doen.

Weet u hoe dat kan? We kunnen al deze dingen puur rationeel doen, eenvoudigweg omdat we weten dat het het juiste is om te doen en we geven hun niet onze volledige liefde. Voor wie reserveert u uw volledige liefde? Doet u dat niet voor hen met wie u het meest intiem bent? Voor hen die uw liefde beantwoorden?

Begint u te zien wat ik bedoel? God vraagt ons niet het onmogelijke te doen. Als Hij ons dus zegt onze vijanden lief te hebben, betekent dat niet dat we ze als onze beste vrienden moeten beschouwen. Het betekent alleen maar dat het beter is dat niet wij de bron, de aanstichter, zijn van hun vijandschap en ook dat het beter is dat wij geen belemmering vormen tot het sluiten van vrede. Op deze manier hebben we hen lief door hen te dienen, evenals God dat doet volgens Zijn eigen definitie.

Laten we nu Galaten 6:10 opslaan.

Galaten 6:10 Laten wij dus, daar wij de gelegenheid hebben, doen wat goed is voor allen, maar inzonderheid voor onze geloofsgenoten.

We kunnen hier iets gaan begrijpen. God maakt onderscheid tussen de intensiteit van onze liefde. Hij verwacht niet dat ze dezelfde is voor de wereld, zoals Hij dat verwacht voor onze broeders, speciaal voor onze geloofsgenoten.

Laten we Romeinen 12:10 lezen.

Romeinen 12:10 Weest in broederliefde elkander genegen, in eerbetoon elkander ten voorbeeld,

Gemeente, God heeft niet iedereen in dezelfde mate lief. Hij zegt ons nergens dat wij de voorkeur moeten geven aan de wereld der niet-godvrezenden. Hij zegt ons ook nergens dat we echt hartelijk voor hen moeten zijn. Hij zegt ook nergens dat alle mensen behouden zullen worden. Hij zegt dat Hij niet wil dat iemand verloren zal gaan, maar universeel behoud is geen leerstelling vanuit de bijbel. Het is iets dat mensen vanuit de bijbel afleiden op basis van hun interpretatie.

Inderdaad, het staat boven alle twijfel dat God iedereen de gelegenheid tot behoud zal bieden, maar elk op hun tijd. Hij heeft iedereen die zondigt, in welke mate dan ook, lief, maar alleen in de betekenis dat Hij Zijn schepping blijft dienen binnen het raamwerk van Zijn plan en als gevolg van Zijn rationele liefde. Hij roept de tweede dood niet over hen uit zonder hun ook de gelegenheid tot behoud te hebben gegeven, zonder de sluier die hun ogen nu bedekt weg te nemen. Maar of ze zich bekeren, dat ligt bij hen. Of ze zullen gaan leven op basis van geloof door liefde werkend, dat ligt bij hen.

Dat kunnen we ook al terugvinden in Deuteronomium 7:7-9.

Deuteronomium 7:7-9 Niet, omdat gij talrijker waart dan enig ander volk, heeft de HERE Zich aan u verbonden en u uitverkoren; veeleer zijt gij het kleinste van alle volken. 8 Maar, omdat de HERE u liefhad en de eed hield, die Hij uw vaderen gezworen had, heeft de HERE u met een sterke hand uitgeleid en u verlost uit het diensthuis, uit de macht van Farao, de koning van Egypte, 9 opdat gij zoudt weten, dat de HERE, uw God, de enige God is, de trouwe God, die het verbond en de goedertierenheid houdt jegens wie Hem liefhebben en zijn geboden onderhouden, tot in duizend geslachten;

Ziet u dat? Alweer wederkerigheid. Hij verwacht dat wij Hem ook liefhebben en dat is de enige manier waarop een intieme relatie, een eenheid, tot stand kan komen. Dat moeten we gaan begrijpen. God reserveert Zijn speciale liefde voor hen die van Hem zijn, voor hen die Zijn liefde beantwoorden door Hem lief te hebben en de voorkeur te geven aan de broeders. Elke andere manier, gemeente, voert ons rechtstreeks terug naar de wereld. De kracht van het christen-zijn ligt in die relatie. Onze geestelijke kracht ligt in het beantwoorden van de liefde die Hij eerst aan ons geeft. Dan antwoordt Hij met nog grotere liefde omdat de banden nauwer worden.

Deze factor van wederkerigheid is echt interessant. Kijkt u maar eens in de bergrede. Jezus zei: "Kijk, als je anderen niet vergeeft, zal God ook u niet vergeven." Dat is wederkerigheid in actie. Hij verwacht van ons dat wij in ons leven handelen zoals Hij voor ons heeft gedaan, op die manier stroomt de liefde vanuit ons naar anderen. Dat is een wederkerigheid in de richting van anderen op de manier die Hij bedoelt, en natuurlijk komt dat weer bij Hem uit, zodat Hij in Mattheüs 25 zegt dat als u dit gedaan hebt voor de minste onder Zijn broederen, u dit voor Hem hebt gedaan.

Waarom ben ik hier doorheen gegaan? Omdat ik wil dat wij zien dat Gods houding jegens de wereld er niet een is van minzaam aanvaarden. Als Hij zegt dat Hij de wereld liefheeft, moet dat worden begrepen als liefde in de zin van werken aan de uitvoering van Zijn plan naar Zijn doel. In Gods liefde voor de wereld, zien we Zijn rationaliteit de bovenhand hebben in Zijn handelen met de mensheid. Hij haat zonden en Hij haat wat die mensen doen. Het komt alleen maar door de perfecte beheersing van Zijn liefde dat Hij ons allen niet tot fijn stof verpulvert. Hij verdraagt ons gedrag en Hij werkt op geduldige wijze met ons en uiteraard ook met hen.

Nu gaan we afsluiten met een vers waar we allemaal aan gedacht zouden moeten hebben.

1 Johannes 2:15 Hebt de wereld niet lief en hetgeen in de wereld is. Indien iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem.

Dat zou vernietigend moeten zijn in relatie met ons denken over de WCG. Als we werkelijk Gods liefde hebben, dan zullen we de wereld liefhebben zoals God dat doet. De WCG is teruggegaan naar de wereld. Als we liefde hebben voor de wereld, hoe laten we dat dan zien? We volgen nu hetzelfde principe dat we ook jegens God zouden volgen. We zullen ons aan de wereld onderwerpen. Als we God liefhebben, onderwerpen we ons aan God. Doet een vrouw dat ook niet aan haar man? Als we de wereld liefhebben, zullen we ons eraan onderwerpen.

De wereld leeft bij wat ze ziet. De wereld leeft in overeenstemming met het vlees. Het vlees zet ons denken op de dingen van de wereld. We kunnen niet zien wat er in iemands denken omgaat. Hoe openbaart zich dan iemands hart, iemands denken? Romeinen 8:7. Het denken toont zijn vijandigheid jegens God door het overtreden van de wet. Het verwerpt Gods bestuur door zich niet te onderwerpen. Wat gebeurt er dan met iemand die zich niet onderwerpt? Alweer Romeinen, nu hoofdstuk 8:6 en 13, daar staat dat zij zullen sterven.

Wereldlijkheid is dus niets meer dan denken en zich gedragen zoals de wereld. Laodiceanisme is er maar één aspect van. Die mensen hebben de verkeerde prioriteiten vanwege de dingen waar hun denken zich op richt en die mensen zullen het Koninkrijk van God niet beërven, omdat ze door hun werken laten zien dat ze Gods liefde niet beantwoorden.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)