Doen leerstellingen er werkelijk toe? (Deel 13)

Door John W. Ritenbaugh
4 november 2004

Samenvatting: (toon)

John Ritenbaugh herhaalt zijn waarschuwing aangaande het niet kritisch lezen van zekere theologische boeken en commentaren en waarschuwt tevens dat misleiding in het informatietijdperk in steeds grotere overvloed aanwezig zal zijn. De uitverkorenen zijn niet immuun tegen de antinomiaanse misleiding, inclusief de leer over eeuwige zekerheid, de totale verdorvenheid van de mens, onvoorwaardelijke liefde, onweerstaanbare genade en de "eens behouden, altijd behouden" mentaliteit. Dit verdorven, heimelijke onderwijs is ontworpen om persoonlijke schuld weg te nemen alsmede de noodzaak van persoonlijke verantwoordelijkheid of werken (een gruwel voor de antinomiaanse, "regels hatende", syncretistische, evangelische leer), werpt de wet van God terzijde en substitueert persoonlijke standaards. Zonder vertoon van werken (hiertoe aangezet en in staat gesteld door Gods Heilige Geest) is het onmogelijk voor God om te beoordelen of we op actieve wijze naar Zijn standaards zullen leven en standvastig wandelen in de voetstappen van Christus. Tot slot wordt de verbazingwekkende geschiedenis van de verwerping van de sabbat en het omhelzen van de zondag uiteengezet.


Ik geloof dat de belangrijkste les die we aan mijn vorige preek in deze serie kunnen ontlenen is, dat we erg voorzichtig moeten zijn en ernstig moeten nadenken over wat we aan geestelijk materiaal lezen, en dat we wat zo'n auteur schrijft dubbel moeten checken tegen wat we in het verleden in de kerk van God hebben geleerd.

Ik bedoelde in die vorige preek niet dat die theologen die die boeken die velen van u lezen, schreven, opzettelijk proberen de mensen te misleiden om ze in de poel des vuurs te doen belanden. Ik geloof dat de overgrote meerderheid van hen misleid is. Satan is echter een heel ander verhaal; hij is de werkelijke vijand in dit alles. Laten we een heel bekend schriftgedeelte opslaan.

Openbaring 12:9a En de grote draak werd (op de aarde) geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt; ...

God bedoelt wat Hij zegt. God zegt dat Satan de gehele wereld heeft verleid [misleid]. Als tegenstelling daarmee kunt u in uw notities Lucas 12:32 neerschrijven, waar Jezus de kerk "klein kuddeke" noemde. Op die manier is het vertaald, maar in feite is het Griekse woord "kleine" een dubbel verkleinwoord en het betekent dus "klein, klein kuddeke". Aan de ene kant hebben we Satan die de gehele wereld misleid en aan de andere kant de kerk die een klein, klein kuddeke is. Er is dus in aantallen een geweldig groot verschil tussen hen die misleid zijn, en hen die werkelijk begrijpen wat God aan het doen is.

Die schrijvers geloven oprecht dat ze het bij het juiste eind hebben en ze onderwijzen wat ze geloven op een doeltreffende manier. Juist daarin ligt het gevaar en dat is de reden waarom we zo voorzichtig moeten zijn met wat we lezen. We hebben nog steeds de menselijke natuur en wat die mensen onderwijzen is zo aantrekkelijk voor de menselijke natuur in ons, omdat een uitzonderlijk sluw iemand inzake wat de menselijke natuur aantrekt, dit allemaal heeft uitgedacht. U weet wie dat is.

Laten we nu Mattheüs 24:24 opslaan, de profetie die Jezus op de Olijfberg gaf. Dit zou een schriftgedeelte moeten zijn dat we gemakkelijk kunnen onthouden, alleen al vanwege de associatie in de getallen.

Mattheüs 24:24 Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zodat zij, ware het mogelijk, ook de uitverkorenen zouden verleiden.

Dit is een speciale waarschuwing — een bemoediging voor hen die in de eindtijd leven, die ons tegelijkertijd waarschuwt dat er zich in die tijd om zo te zeggen een misleiding van een bijzonder sluwe en intense kwaliteit zal voordoen. Nooit tevoren is de toegang tot dit (duidend op theologie) en enig ander onderwijs zo gemakkelijk toegankelijk geweest als het in onze tijd het geval is door televisie, radio, boeken en het internet. Deze waarschuwing zegt niet dat de uitverkorenen niet misleid kunnen worden. Hij zegt dat als het mogelijk is en als er een manier is om iemand die tot de uitverkorenen behoort te misleiden, de meestermisleider die manier in zijn pogingen beslist zal gebruiken.

Het wachtwoord in deze eindtijd is dat de uitverkorenen bijzonder voorzichtig moeten zijn voor wat betreft misleiding, omdat deze in veel gevallen zo aantrekkelijk, sluw en heimelijk aan onze "open oren" wordt gepresenteerd. Dat maakt het ontdekken ervan zo bijzonder moeilijk. Hiernaast is het ook de waarheid dat deze theologen die deze boeken schrijven, geen immoreel gedrag bepleiten, maar er zal in die boeken een verkeerde draai worden gegeven die ingaat tegen God en Zijn waarheid. Die draai zal op knappe wijze zijn vermomd, heel aantrekkelijk zijn en in de meeste gevallen zal die draai op een of andere manier het antinomianisme ondersteunen, dat is dus de wetteloosheid en gecombineerd daarmee de leerstelling van "eenmaal behouden, altijd behouden", of in een formelere terminologie de leerstelling van "eeuwige zekerheid".

Het is Satans doel dat iemand zich ontspant, zijn waakzaamheid laat verslappen en zondigt. Hoe weet ik dit? Omdat God ons helemaal aan het begin de basis van Satans misleidingen laat zien in de geschiedenis van Genesis 3. Daar daagde Satan Adam en Eva uit door te zeggen: "Gij zult geenszins sterven." Of anders gezegd: "Jullie zijn absoluut veilig in Gods hand."

Iets verduidelijkt en in een moderner jasje gestoken zegt hij: "Je behoeft je geen zorgen te maken over gehoorzaamheid aan wat God zei of schreef, omdat je behoud absoluut vaststaat. Per slot van rekening is Zijn genade zo groot dat er geen einde aan komt. Ontspan je dus. Voel je op je gemak. Bevredig jezelf met dat wat je verlangt en ga verder met het genieten van het leven."

De moderne schrijvers gingen verder om te proberen hun onderwijs aantrekkelijk te maken door woorden te veranderen zonder de algehele strekking van hun geloof aan te passen. Zij benadrukten dus Gods genade ten koste van moreel besef door het gebruik van woorden zoals "onvoorwaardelijke liefde", of "behoud in de Heer", of "zich verontschuldigen", of "de onveranderde christen".

Naar mijn beste weten is één van de laatste beweringen om zwakheden in hun benadering te versterken — daarom blijven ze de dingen almaar veranderen — alweer een andere leerstelling te bedenken waarbij de aansprekende titel de mensheid vrijspreekt van schuld, omdat schuld geen enkel aandeel zou hebben in het proces van behoud. Zij komen in deze leer tot de conclusie dat de mens totaal verdorven is. Waarom beweren ze dat, daar de bijbel zoiets helemaal niet tot uiting brengt? Verdorven? Zeker! Maar ... geheel? Als de mens totaal verdorven is, dan is hij in het geheel niet in staat iets bij te dragen aan het proces van behoud. De strekking van hun betoog is dus "Waarom zou je je zorgen maken?" De sleutelwoorden hier zijn "geheel niet".

Er is geen twijfel mogelijk dat de mens binnen bepaalde omstandigheden in staat is om consequent enige heel afschuwelijke handelingen van een schaamteloos immoreel gehalte uit te voeren. God beeldt dit heel goed uit in de verslagen over de tegenspoed van Israël in de woestijn en elders. Maar gemeente, hebt u ooit opgemerkt dat hoe slecht Israël ook was, ze toch helemaal naar het beloofde land moesten lopen? Hebt u ooit opgemerkt dat zij eropuit moesten trekken om manna — een symbool van Gods woord — te verzamelen, en dat Paulus in het Nieuwe Testament zei dat wij ons eigen behoud moeten bewerken?

Die werken waar ik naar verwijs — hoe onbelangrijk ze voor het gehele plaatje ook zijn — waren niettemin een bijdrage die zij moesten maken als ze ooit in het beloofde land wilden aankomen. Veronderstel eens dat ze besloten niet te lopen. Veronderstel eens dat ze besloten geen manna te gaan zoeken. Dan zouden ze ter plaatse van honger zijn omgekomen. Ze moesten die dingen doen, dus waren ze niet geheel verdorven. Dat is het plaatje dat God hier schildert. Zij konden de kleine dingen doen. In feite zorgde God ervoor dat ze werken moesten doen. Daarnaast wordt ook van ons verlangd dat wij werken doen.

Richard haalde vorige week in zijn preek Efeziёrs 2:10 aan. Ook ik ga dat vers aanhalen, omdat het laat zien dat er van ons verlangd wordt dat we "werken" doen als we ooit behoud willen verkrijgen.

Efeziërs 2:10 Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.

Wij moeten dus, evenals de Israëlieten, nog steeds lopen, want anders zullen we daar niet aankomen; en "lopen" is een symbool van werken.

Op welke manier worden de mensen dan volgens het "geen werken" onderwijs van de evangelische groepen voorbereid op het Koninkrijk van God? Hoe worden ze getest? Hoe zijn ze in staat de oprechtheid van hun doopbelofte in onderwerping aan Gods bestuur te bewijzen? Volgens hen gebeurt dat allemaal als bij toverslag, automatisch, zonder enige inspanning, omdat men de Geest van God heeft. Als dit zo is, waarom spoorden Christus en de apostelen de christenen dan aan tot gehoorzaamheid? Als het zomaar vanzelf gaat, waarom moeten we dan worden aangespoord om het te doen? Waarom gaat God zo vaak tekeer tegen Israël vanwege hun zonden? Als God niets van hen verwachtte, waarom zou Hij dan zelfs deze dingen voor ons als waarschuwing laten optekenen, zoals Romeinen 15:4 zegt?

Romeinen 15:4 Al wat namelijk tevoren geschreven is [doelend op het Oude Testament], werd tot ons onderricht geschreven, opdat wij in de weg der volharding en van de vertroosting der Schriften de hoop zouden vasthouden.

Ziet u, gemeente, in hun onderwijs creёren ze door hun veronderstellingen een anomalie (een woord dat afwijking betekent) van Gods woord.

Mattheüs 7:7-11 Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden. 8 Want een ieder, die bidt, ontvangt, en wie zoekt, vindt, en wie klopt, hem zal opengedaan worden. 9 Of welk mens onder u zal, als zijn zoon hem om brood vraagt, hem een steen geven? 10 Of als hij een vis vraagt, zal hij hem toch geen slang geven? 11 Indien dan gij, hoewel gij slecht zijt, goede gaven weet te geven aan uw kinderen, hoeveel te meer zal uw Vader in de hemelen het goede geven aan hen, die Hem daarom bidden.

Let erop dat Jezus opdrachten geeft die Zijn volgelingen moeten doen: vragen, zoeken, kloppen. Dit zijn symbolen van werk. Als gerechtigheid zonder inspanning toeneemt, waarom zou Christus dan zelfs deze uitspraken doen en een reactie verlangen? Deze dingen vertegenwoordigen handelingen die we moeten doen om Gods gaven te blijven ontvangen.

Let erop dat deze verzen ook zeggen dat de mensheid niet geheel verdorven is. De mens is in staat goede dingen te doen, zelfs als hij niet is bekeerd, omdat toen deze woorden werden gesproken, Jezus tot een groep mensen sprak waarvan niemand was bekeerd. Hij zegt dat Hij bevestigt dat zij die niet bekeerd zijn, goede dingen kunnen doen. Als we totaal verdorven zouden zijn, zouden we allemaal rechtstreeks naar de poel des vuurs gaan, omdat God dan zou hebben geoordeeld dat we niet veranderd konden worden.

We weten heel goed dat er sommige mensen zijn die rechtstreeks naar de poel des vuurs zullen gaan. Ik denk dat we moeten veronderstellen, daar God zo genadig en barmhartig en liefdevol is, dat Hij mensen elke mogelijke gelegenheid zou geven om zich te bekeren; Hij moet dus hebben geoordeeld dat deze mensen geheel verdorven zijn.

We zijn inderdaad een mengeling van goed en kwaad, waarbij het kwaad de neiging heeft de overhand te hebben, omdat het ons aan kennis ontbreekt en we onze zelfgerichtheid niet kunnen beheersen. Sommigen zijn ongetwijfeld geheel verdorven, maar dat zijn er — zeer zeker in het gehele plaatje — slechts een zeer beperkt aantal. De meeste mensen zijn gewoonweg niet geroepen en hebben dus niet de openbaring ontvangen van de kennis van God die behoud brengt.

Gemeente, deze leerstellingen die zijn ontwikkeld op basis van ideeёn ontleend aan het gnosticisme, plaatsen de mensheid in een vervelende toestand waaruit ze niet kunnen ontsnappen, tenzij er berouw en bekering plaatsvindt. Deze vervelende toestand is het resultaat, omdat de theologen hen die naar hen luisteren of materiaal van hen lezen, aansporen rechtvaardig te zijn, moreel goed te zijn en goede werken te doen, maar daarnaast wordt hun ook verteld dat Gods wet — precies die wet waartegen iedereen zal worden geoordeeld — is afgeschaft en niet langer behoeft te worden gehoorzaamd. Dit geeft de mens de gelegenheid zijn eigen standaards van moreel gedrag, rechtvaardigheid en goede werken te bepalen, en dit brengt hen in conflict met God Zelf en de wetten van Zijn Koninkrijk — een toestand waaraan niet te ontkomen valt. We hebben het hier over tussen twee vuren zitten en ze weten het niet eens!

2 Thessalonicenzen 1:3-4 Wij behoren God te allen tijde om u te danken, broeders, zoals gepast is, omdat uw geloof zeer toeneemt en uw aller liefde jegens elkander sterker wordt, 4 zodat wij zelf over u roemen bij de gemeenten Gods, vanwege uw volharding en uw geloof onder al uw vervolgingen en de verdrukkingen, die gij doorstaat:

Het gaat me eigenlijk om vers 5. De verzen 3 en 4 geven een inleiding tot wat hij in vers 5 gaat zeggen.

2 Thessalonicenzen 1:5 een bewijs van het rechtvaardige oordeel Gods, dat gij het Koninkrijk Gods waardig geacht zijt, voor hetwelk gij ook lijdt.

Bedenk dat we het over goede werken hebben — de werken die van ons worden verlangd door het onderhouden van de wet van God. Onze werken zijn niet daartoe beperkt, maar de werken worden van ons verlangd. Deze verzen bewijzen dat, omdat die werken het bewijs zijn dat we Hem geloven, en dat we Hem vertrouwen, dat ons leven in Zijn hand ligt. Zonder werken zal iemand nooit een bewijs geven op basis waarvan God kan oordelen dat iemand heeft gekwalificeerd en volgens Zijn standaard geschikt is voor het Koninkrijk van God.

Als we Zijn standaard niet gebruiken moeten we onze eigen persoonlijke standaard gebruiken, en onze standaard zal beslist niet dezelfde zijn als die van God. Wat zal dan het oordeel zijn? We kunnen het volgens onze eigen standaard heel goed doen, maar als het Gods standaard is en Hij oordeelt, dan kan de conclusie, de evaluatie geheel anders zijn.

We moeten voldoen aan Zijn standaard, niet aan de onze. Dit is de vervelende toestand waarin die mensen worden geplaatst door die mensen te geloven die die "eeuwige zekerheid zonder werken — je behoeft de wet niet te onderhouden" verkondigen. Op die manier geven ze dus bewijs van de standaard van gedrag die door hen zelf is vastgesteld. Het komt er in feite op neer dat ze niet onder Zijn heerschappij willen staan, niet voor alle eeuwigheid met en onder Hem willen werken.

Gemeente, ik hoop dat we begrijpen dat onze roeping een gave is zodat we ons leven en alles wat zich daarin afspeelt zouden kunnen gebruiken voor het bereiken van het enige juiste doel voor het leven.

Hier is nog een voorbeeld van hoe sluw de misleidingen van deze mensen onder woorden worden gebracht. De schrijver Steve McVey is een doorsnee vertegenwoordiger van een moderne, evangelisch christelijke predikant. Er bestaat geen twijfel aan dat hij veel echt christelijke waarden onderwijst, en dat hij dat goed doet. In wat hij onderwijst zit echter ook een valstrik die zij die niet voorzichtig zijn, niet zullen waarnemen; die valstrik is antinomianisme.

In zijn boek Wandelen in genade zegt hij en beschrijft hij dat het onderhouden van de wet wettisch is. Hebt u ooit gehoord dat die term op u werd toegepast, dat u "wettisch" bent? Steve McVey beschrijft een christen als wettisch, als die naar God en Zijn wet kijkt en dan bidt: "Heer, help me de dingen te doen die U wilt dat ik doe." Zo'n christen doet dat omdat hij gelooft wat God heeft gezegd, en dat Hij wil dat de christen Zijn wetten gehoorzaamt. Mr. McVey houdt echter vol dat dit verkeerd is. Hij zegt: "Het is verkeerd, omdat daarmee de aandacht op regels wordt gevestigd, zelfs al zijn dat de regels van God."

McVey argumenteert daarna verder dat een werkelijk geestelijk christen zal vragen: "Heer, breng Uw leven door mij tot uitdrukking op welke manier U dat ook maar wenst." Maar wacht nu eens even! God heeft reeds in Zijn woord gezegd wat Hij wenst. Ziet u hoe subtiel McVey hier omheen draait? Met andere woorden hij neemt afstand van de bijbel en vraagt dat God hem rechtstreeks inspireert.

Die laatste uitspraak die McVey gelooft, is een belangrijke sleutel tot begrip van wat de reactie van een christen behoort te zijn. Als we dat begrijpen, geloof ik dat we gaan inzien wat de betekenis is van de moderne, haarkloverige, gnostische, evangelische gehoorzaamheid. Waarom dat? Omdat wij in hun boeken zouden lezen dat ze ook zeggen dat Christus de wet gehoorzaamde en dat Hij Zijn leven van gehoorzaamheid in ons opnieuw gestalte geeft. Op basis daarvan is het toch redelijk aan te nemen dat dit betekent dat Jezus ons ertoe zou leiden dezelfde wetten te gehoorzamen als Hij?

Jezus onderhield de geboden. Dat is ons allemaal erg duidelijk, is het niet? Echter volgens McVey is dat niet echt wat de evangelische christenen zeggen. Zij zeggen dat de gehoorzaamheid die Christus in ons inspireert op geen enkele manier gekoppeld is aan de gehoorzaamheid die Hij in Zijn leven hier op aarde tot uiting bracht. Met andere woorden we behoeven onszelf niet in bedwang te houden om op dezelfde manier als Hij te leven. Dit is zo, omdat de evangelische gehoorzaamheid een mystische ervaring is, die is gebaseerd op persoonlijke openbaring in de geest. Wat we dan ook maar in reactie op ons geweten en onze innerlijke geestelijke gevoelens doen, dat is gehoorzaamheid zolang dat in zekere zin maar "goed" is en niet wordt gedaan in reactie op een gebod van God dat ergens is vastgelegd.

Gemeente, dat laat de deur wagenwijd open voor dingen die door de bijbel als zonde worden aangeduid. Waarom? Bedenk dat volgens hun theologie "goed" wordt gedefinieerd door iemands eigen standaard, en die standaard is in feite het product van iemands eigen denken. Volgens McVey zal proberen te voldoen aan regels altijd mislukken, omdat de wet alleen maar het verlangen om niet te gehoorzamen stimuleert. Hier komen we echt bij de haarkloverij aan. McVey haalt Romeinen 7:5-6 aan om zijn stelling te bewijzen.

Romeinen 7:5-6 Want toen wij in het vlees waren, werkten de zondige hartstochten, die door de wet geprikkeld worden, in onze leden, om voor de dood vrucht te dragen; 6 maar thans zijn wij van de wet ontslagen, dood voor haar, die ons gevangen hield, zodat wij dienen in de nieuwe staat des Geestes en niet in de oude staat der letter.

Ik lees deze twee verzen nu uit The New Testament Commentary op de brief aan de Romeinen, pagina 217. Dit is slechts enigszins afwijkend en misschien helpt het u om dit iets duidelijker te gaan zien. Daarnaast zal ik er nog enkele dingen aan toevoegen. Zij vertalen Romeinen 7:5-6 als volgt:

Romeinen 7:5-6 (Vertaald naar The New Testament Commentary) Want toen wij in het vlees waren, waren de zondige hartstochten, gestimuleerd door de wet, in onze leden werkzaam, waardoor we vrucht voortbrachten voor de dood; maar nu we gestorven zijn aan datgene wat ons gevangen hield, zijn we vrijgemaakt van de wet, zodat we dienen in nieuwheid des geestes en niet meer op de oude manier naar de wet.

Voordat ik verder ga wil ik dat u zich iets eenvoudigs in herinnering brengt. Dat is dat aan de wet een straf verbonden is, de doodstraf, en daarvan zijn we zoals dit vers zegt, vrijgemaakt.

Paulus zegt op geen enkele manier dat de wet is afgeschaft en dat we de wet niet langer behoeven te gehoorzamen. In Romeinen 6 zegt Paulus: "Wat? Zullen we zondigen opdat de genade toeneme?" "Zullen we Gods wet overtreden zodat God gedwongen wordt genade toe te passen?" Hij zegt: "Volstrekt niet!" Zou Paulus zich één hoofdstuk later al tegenspreken?

Als we eenmaal teruggaan naar wat hij eerder zei, begint het duidelijk te worden dat hij het niet heeft over het overtreden van Gods wet, dat we niet de vrijheid hebben dat te doen. Anders zou hij nooit hebben gezegd: "God verhoede dat we zondigen." Paulus zegt op geen enkele manier dat de wet is afgeschaft, of dat we de wet niet langer behoeven te gehoorzamen. Hier in deze twee verzen stelt hij tegenover elkaar wat iemand in verband met de wet op twee verschillende momenten in zijn leven doet. Het ene moment is "in het vlees"; dat is dus vóór zijn bekering, en het tweede moment is "in de geest"; dat is zijn bekering. Paulus vergelijkt de invloed ervan op iemand die in het vlees is tegenover die op iemand die in de geest is. Voor onze bekering werden we dus alleen geregeerd door de menselijke natuur.

In Romeinen 8 gaat Paulus in principe verder met dezelfde gedachte.

Romeinen 8:6-7 Want de gezindheid van het vlees is de dood, maar de gezindheid van de Geest is leven en vrede. 7 Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kan dat ook niet.

Paulus zegt dat toen we in het vlees waren (Romeinen 7:5-6), we onze zondige hartstochten de vrije loop lieten. Dit hield onder andere boosheid in en kwade wil, kwaadwilligheid, haat, afgunst, begeerte en jaloezie die ons ertoe aanzetten de wet te overtreden.

We gaven onszelf soms over aan praktisch ongebreidelde bevrediging van onze hartstochten, maar nu, nu we bekeerd zijn, hebben we remmen op die dingen geplaatst en zijn vrij om God in de geest te dienen en te gehoorzamen. En wel omdat God Zichzelf en Zijn weg aan ons heeft geopenbaard, en wij Hem hebben geloofd. Het resultaat is dat ons leven een nieuwe betekenis heeft gekregen en een nieuwe richting is uitgegaan. Het wordt niet alleen geleefd voor de persoonlijke bevrediging. Met andere woorden we hebben de Geest van God ontvangen en die is bezig om ons van onze zelfgerichtheid te bevrijden, zodat we kunnen gehoorzamen. Dat is de vergelijking die Paulus trekt. Hij zegt niet dat de wet is afgeschaft. Hij laat zien waarom we de wet van God kunnen gehoorzamen, en we kunnen die gehoorzamen vanwege wat God heeft gedaan.

We gaan dit vergelijken met iets dat Petrus zei. Denk na over wat ik zojuist heb gezegd, omdat Petrus het hier over hetzelfde heeft als Paulus, maar hij heeft een iets andere benadering.

1 Petrus 1:13a Omgordt dus de lendenen van uw verstand, ...

Als we niet voorzichtig behoeven te zijn betreffende het gehoorzamen aan de wet, waarom zou Petrus dat dan zelfs zeggen?

1 Petrus 1:13-16 Omgordt dus de lendenen van uw verstand, weest nuchter, en vestigt uw hoop volkomen op de genade, die u gebracht wordt door de openbaring van Jezus Christus. 14 Voegt u, als gehoorzame kinderen [Petrus wist dat we aan de wet gehoorzaam moesten zijn.], niet naar de begeerten [Daar had Paulus het in Romeinen 7:5 over.] uit de tijd uwer onwetendheid, 15 maar gelijk Hij, die u geroepen heeft, heilig is, wordt (zo) ook gijzelf heilig in al uw wandel; 16 er staat immers geschreven: Weest heilig, want Ik ben heilig.

De wet beschrijft heiligheid. Denkt u niet dat we in de voetstappen van Jezus moeten wandelen? We moeten dat zeer zeker! Hij onderhield de geboden en ook wij moeten de geboden onderhouden.

1 Petrus 1:17-22 En indien gij Hem als Vader aanroept, die zonder aanzien des persoons naar ieders werk oordeelt, wandelt dan in vreze de tijd uwer vreemdelingschap, 18 wetende, dat gij niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, zijt vrijgekocht van uw ijdele wandel, die (u) van de vaderen overgeleverd is, 19 maar met het kostbare bloed van Christus, als van een onberispelijk en vlekkeloos lam. 20 Hij was van tevoren gekend, vóór de grondlegging der wereld, doch is bij het einde der tijden geopenbaard ter wille van u, 21 die door Hem gelooft in God, die Hem opgewekt heeft uit de doden en Hem heerlijkheid gegeven heeft, zodat uw geloof tevens hoop is op God. 22 Nu gij uw zielen door gehoorzaamheid aan de waarheid gereinigd hebt tot ongeveinsde broederliefde, hebt dan elkander van harte en bestendig lief.

Petrus en Paulus hebben het over hetzelfde, alleen vanuit een iets andere invalshoek. Paulus laat een tegenstelling zien in gedrag vanuit een eenvoudig meer of minder wettisch perspectief. Petrus laat de rechtstreekse praktische processen zien. Geen van beiden heeft het erover dat de wet is afgeschaft en niet langer als gids voor het leven beschikbaar is. Beiden sporen ons aan en bemoedigen ons het beste gebruik te maken van alles wat ons vanwege onze roeping gegeven is, dat is de kennis van God en de kennis van Zijn doel met het leven. Petrus zei dat de onwetendheid verwijderd is en daardoor zijn we nu vrij om de geboden van God te onderhouden.

We waren nooit vrij om de geboden van God te onderhouden totdat God Zichzelf aan ons openbaarde. Daardoor zijn we nu vrij de juiste keuzes te doen en Gods wet te gebruiken als een richtlijn voor ons morele gedrag. Het overtreden van de wet toen we nog in het vlees waren, dus voordat we bekeerd waren, bracht ons in moeilijkheden met God, en daardoor ontstond onze behoefte aan Christus' bloed (1 Petrus 1:18) en een nieuwe kijk op het leven. Het is gehoorzaamheid — het onderhouden van de wet naar de geest — dat is dus nadat we bekeerd zijn, dat ons ervan zal weerhouden terug te glijden in de moeilijkheden met God en nog meer behoefte aan Christus' bloed te hebben.

Maar McVey onderwijst, evenals de gnostici uit de eerste eeuw, dat de oplossing voor zonde is de wet uit te bannen. Zij zeggen dat Jezus de wet voor ons hield en ze onderwijzen dat als we de wet onderhouden, we er alleen maar in verstrikt raken, maar Jezus zal op mystieke wijze Zijn gehoorzaamheid in ons voortbrengen. Is dat zo? Luister naar wat Johannes in 1 Johannes 2:3 schreef. Dan zullen we zien dat Johannes geheel op dezelfde lijn zat als Petrus en Paulus.

1 Johannes 2:3 En hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen: indien wij zijn geboden bewaren.

Als we Zijn geboden niet bewaren, kennen we Hem niet en zullen we Hem nooit leren kennen. Waarom zou God juist die levensweg die ons in staat stelt Hem te leren kennen, wegnemen? Jezus zei dat eeuwig leven God kennen is. Zonder Gods wet om ons te leiden, zullen we Hem nooit leren kennen en zullen we nooit eeuwig leven hebben.

1 Johannes 2:4 Wie zegt: Ik ken Hem, en zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet.

Hij gaat tekeer tegen de gnostici! Begrijpen we dit?

1 Johannes 2:5-6 maar wie zijn woord bewaart, in die is waarlijk de liefde Gods volmaakt. Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem zijn. 6 Wie zegt, dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf zó te wandelen, als Hij gewandeld heeft.

We moeten op dezelfde manier wandelen, op dezelfde manier als Jezus.

2 Thessalonicenzen 2:6-7 En gij weet thans wel, wat hem weerhoudt, totdat hij zich openbaart op zijn tijd. 7 Want het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking; (wacht) slechts totdat hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, verwijderd is.

Ik ben deze keer alleen maar geїnteresseerd in de woorden "geheimenis der wetteloosheid". In deze preek hebben we het over één van de meer zichtbare aspecten van het geheimenis der wetteloosheid. Aan het eind der 50-er jaren tot in de 70-er jaren werd dit theologische gezichtspunt — het geheimenis der wetteloosheid — eufemistisch aangeduid als "gelegenheidsethiek". (Alweer een eufemisme!) Dit is alweer een eufemistische manoeuvre die iemand toestaat de verantwoordelijkheid om Gods wet te onderhouden in moeilijke omstandigheden te ontwijken. Als iemand dus vindt dat Jezus wil dat hij scheidt van een probleemechtgenote, ongeacht of de reden past binnen de bijbelse standaards, dan zeggen ze: "Wel ga je gang, doe het."

Ze zeggen: "Als je innerlijk je zegt dat je iedere willekeurige dag kunt onderhouden om God te vereren, vereer God dan op de dag die je wilt. Als je je aan Zijn woord houdt, zou je je baan kunnen verliezen." De gelegenheid is van dien aard dat je de vrijheid hebt om aan te passen en te beslissen wat goed voor je is. Of ze zeggen dat als enig vrijwilligers- of sociaal werk de liefde van Christus tot uiting brengt, wie kan dan zeggen dat het verkeerd is, ondanks het feit dat het je afleidt van belangrijkere geestelijke en gezinsbelangen. "Maak je daarover geen zorgen", onderwijzen ze.

Iets om in gedachten te houden is dat het Nieuwe Testament nergens profeteert dat het gnosticisme tot in de eindtijd in de vorm van rechtspersoonlijke lichamen zou blijven bestaan, zoals dat in de eerste twee of drie eeuwen na het ontstaan van de kerk het geval was. Het Nieuwe Testament laat alleen maar zien dat bepaalde leerstellingen zouden voortleven en zodoende vormen hun geloof in de onsterfelijkheid van de ziel, steeds voortgaande en persoonlijke openbaring, eeuwige zekerheid, predestinatie en antinomianisme vijf leerstellingen waarmee dit duidelijk het geval is. Zij geloven dat het hun is toegestaan de inhoud van wat Jezus tijdens Zijn leven op aarde onderwees, het Oude Testament en sommige van de brieven van de apostelen teniet te doen of aan te passen.

Dit begon reeds in de tijd dat Paulus zijn brieven aan de Thessalonicenzen schreef. Tussen twee haakjes zij opgemerkt dat de geleerden van mening zijn dat dit de eerste twee brieven zijn die Paulus schreef. 1 Thessalonicenzen werd zo rond 51, 52 of 53 na Christus geschreven en 2 Thessalonicenzen werd niet lang daarna geschreven. We gaan nu 2 Thessalonicenzen 2:10-12 lezen, omdat daar verder wordt gesproken over het onderwerp "geheimenis der wetteloosheid". Kijk maar eens of dit niet ook op de eindtijd van toepassing is.

2 Thessalonicenzen 2:10-12 en met allerlei verlokkende ongerechtigheid, voor hen, die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden. 11 En daarom zendt God hun een dwaling, die bewerkt, dat zij de leugen geloven [Sommige vertalingen hebben het over "een leugen"; het moet inderdaad "de leugen" zijn.], 12 opdat allen worden geoordeeld, die de waarheid niet geloofd hebben, doch een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid.

In deze preek heb ik u laten zien dat dit precies de waarschuwing is voor de kerk in de eindtijd; dat dit in het bijzonder in de eindtijd voor ons van toepassing is dat we ons heel, heel erg bewust zijn van de mogelijkheid dat valse leerstellingen ons onder druk zullen zetten.

De weg van de ware kerk heeft nooit via Rome gelopen. Dit zal straks nog wat belangrijker worden. De Roomse kerk ontstond uit een tweede golf van afval waar de ware kerk mee te maken kreeg. De eerste golf bestond uit de gnostici waarvan Judas zei dat ze ongemerkt waren binnengekomen. Dat betekent dat ze heimelijk binnenkwamen. Dat tijdperk van de kerk handelde dat af en zette de gnostici uit de kerk.

De Roomse kerk die zich pas wat later echt begon te ontwikkelen, heeft nooit de meest bizarre ideeёn van het gnosticisme overgenomen, maar de Katholieke Kerk wordt desondanks in deze tijd gezien als een zwakke, maar toch ware voortzetting van de kerk uit de eerste eeuw. We weten allemaal dat de wereld dit gelooft.

De Katholieke Kerk maakte nooit deel uit van de ware kerk, en zo kijken wij er dan ook naar. Ik breng dit naar voren omdat de wereld hen misschien als zwak beschouwt, maar desondanks toch als een overblijfsel van de ware kerk. Dit is zo omdat naar Gods ontwerp de ware kerk altijd klein, zwak en nauwelijks zichtbaar is geweest, terwijl het hellenistische christendom groot en duidelijk zichtbaar is geweest, de naam had "christelijk" te zijn en dat ook op krachtige en effectieve manier aan de wereld verkoopt. De mensen in de wereld zijn voor wat betreft dit punt niet gemotiveerd om oprecht en met een open denken naar de waarheid te zoeken. Ze kijken niet in de geschiedenis van de Katholieke Kerk.

Wat Paulus hier in dit hoofdstuk schrijft is belangrijk om duidelijk te begrijpen. Paulus maakt het duidelijk dat de waarheid aan de afvalligen ter beschikking heeft gestaan. We hebben het hier over het geheimenis der wetteloosheid. De waarheid stond ter beschikking van de afvalligen, maar deze werd verworpen. Wie stelde de waarheid tot hun beschikking? De ware kerk! Of we zouden kunnen zeggen dat God dat deed door de ware kerk, door de apostelen, door de brieven van de apostelen.

Het "waarom" van dit hoofdstuk heeft binnen de context ervan betrekking op het geheimenis der wetteloosheid — antinomianisme — dat ze "de leugen" zouden geloven. Waaruit bestond die leugen? Praktisch bekeken kwam het neer op verwerping van Gods bestuur over hun leven. We hebben het hier over de Katholieke Kerk. Hun verwerping van Hem was zo kolossaal en opzettelijk dat Hij hen aan de volledige gevolgen van hun kwaad overgaf.

Bedenk dat toen Paulus dit schreef we nog vooruitkeken naar de vorming van de Katholieke Kerk die vanuit ideeёn ontleend aan het gnosticisme zou ontstaan. Deze ontstond niet uit de gnostische kerken zelf, maar zou ontstaan op basis van enkele leerstellingen die aan het gnosticisme werden ontleend en zo ontwikkelde de Katholieke Kerk zich. Hij [God] gaf hen — zo zou je kunnen zeggen — over aan hun denken en het duurde niet lang voordat ze betrokken waren bij een onvoorstelbare orgie van moord, foltering, verdrukking en politieke intrige, en enige van de ernstigste schendingen van de menselijkheid die de wereld ooit heeft gezien; dit allemaal opdat ze ons een getuigenis zouden geven dat ze niet van de waarheid zijn.

Het is werkelijk vreemd dat velen in de wereld de Katholieke Kerk bezien als het overblijfsel van de ware kerk ondanks dat ze weten dat deze kerk zich tijdens de Middeleeuwen schuldig heeft gemaakt aan mogelijk wel de dood van vijftig miljoen mensen. Komt dat op ons over als de ware kerk?

2 Thessalonicenzen 2:13 Maar wij behoren God te allen tijde om u te danken, door de Here geliefde broeders, dat God u als eerstelingen Zich verkoren heeft tot behoudenis, in heiliging door de Geest en geloof in de waarheid.

Gelooft die kerk in het houden van de wet? Gelooft die kerk in het houden van de sabbat? Gelooft die kerk in het houden van de Heilige Dagen? Zo zouden we nog verder kunnen gaan. Zij geloven de waarheid niet. Dat is ons duidelijk, maar dat is de wereld niet duidelijk, omdat die bedrogen is om te geloven dat de wet is afgeschaft. Het "mysterie der wetteloosheid" is werkelijk effectief geweest, en de enige reden dat wij daar doorheen kijken is vanwege wat God heeft gedaan door ons denken er voor te openen. Hij openbaarde Zichzelf en Zijn wet en daardoor geloven wij de waarheid.

2 Thessalonicenzen 2:14-17 Daartoe heeft Hij u ook door ons evangelie geroepen tot het verkrijgen van de heerlijkheid van onze Here Jezus Christus. 15 Zo dan, broeders, staat vast en houdt u aan de overleveringen [leerstellingen, gedragsregels], die u door ons, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, geleerd zijn. 16 En Hij, onze Here Jezus Christus, en God, onze Vader, die ons heeft liefgehad en ons eeuwige troost en goede hoop door zijn genade verleend heeft, 17 trooste uw harten, en make ze sterk in alle goed werk en woord.

Dacht Paulus dat de wet was afgeschaft? Dat deed hij niet! Hij geloofde niet dat de wet was afgeschaft. Dat wat ik aan het allereerste begin heb gezegd, houdt ons op de juiste koers. Als wij deze dingen van deze moderne evangelische christenen lezen, dan moeten we ze werkelijk beproeven, omdat ze apostelen van wetteloosheid zijn. Ze doen dat zo soepel, aantrekkelijk, sluw en heimelijk dat ze hen die niet op hun hoede zijn, verleiden tot ongehoorzaamheid door hen te laten denken dat het er allemaal echt niet zoveel toe doet of we Gods wet nu wel of niet onderhouden.

Terwijl dit historisch allemaal gaande was, te beginnen met het mysterie der wetteloosheid toen in de tijd van de apostelen en doorgaande in de rest van de eerste eeuw, was de kerk in de woestijn op een plaats die God voor hen had voorzien, zoals Openbaring 12 duidelijk laat zien. Wees op uw hoede, gemeente, omdat de profetische aanwijzingen erop duiden dat er wederom een bepaalde mate van misleiding zal plaatsvinden, en wij kunnen daar zeer zeker mee geconfronteerd worden. We worden daar dan ook mee geconfronteerd en onze verantwoordelijkheid is om tot het einde te volharden, vast te houden aan wat ons is overgegeven en te blijven groeien.

Houd dus vast aan die tradities, aan die leerstellingen die ons onderwezen zijn, omdat die leerstellingen ons richting en genade geven. Die richting van ons leven maakt het verschil uit tussen de dood en behoud, de dood en bevrijding.

Het is voor ons van vitaal belang te begrijpen dat deze mensen zichzelf nu christenen noemen, en zij zien ons — diegenen van ons die de geboden van God verlangen te onderhouden — als slechts gedeeltelijk verlicht en in slavernij, omdat wij — zoals zij het bekijken — er niet in zijn geslaagd ons geheel van de oudtestamentische wetten te bevrijden. Zij zien het houden van de sabbat als iets achterhaalds. Het houden van de zondag symboliseert voor hen de hemel, geestelijke wedergeboorte en bevrijding van de wet.

Ze verwerpen morele principes niet openlijk. Ze onderwijzen juist dat men gerechtigheid moet nastreven, maar tegelijkertijd verklaren ze openlijk dat hun houden van de wet, hun werken, geen noodzakelijk deel van behoud uitmaken. Alweer een tegenstrijdigheid. In plaats daarvan onderwijzen ze dat men op een natuurlijke manier verandert zonder zelf enig deel aan het proces van behoud te hebben, alleen maar omdat Christus in hen woont. Als dat geen theologische tegenstrijdigheid is, dan weet ik niet meer wanneer ik er een zie.

Zoals we allemaal weten was in het Oude Testament het overtreden van de sabbat heel vaak een aanklacht van God tegen Israël. In feite wordt dat in Ezechiёl 20, samen met afgodendienst, als de belangrijkste reden gegeven dat God Israël in ballingschap stuurde. In tegenstelling daarmee is er in de brieven in het Nieuwe Testament heel weinig geschreven over problemen met het houden van de sabbat. Waarom is dat zo? Naar mijn idee zijn daar vier duidelijke redenen voor. Ten eerste, bedenk dat de apostelen nog voor een deel van die periode leefden. Dat was belangrijk, omdat zij met hun leiderschap de mensen iets gaven dat ze konden zien.

Een tweede reden gaat samen met een principe dat in Openbaring 2:2 in de brief aan de gemeente te Efeze wordt genoemd.

Openbaring 2:2 Ik weet uw werken en inspanning en uw volharding en dat gij de kwaden niet kunt verdragen en hen op de proef gesteld hebt, die zeggen, dat zij apostelen zijn, maar het niet zijn, en dat gij hen leugenaars hebt bevonden,

Deze tweede reden geeft ons in de eerste plaats enig inzicht in het feit dat de gemeenten in de eerste eeuw op een effectieve manier met de problemen omgingen. Dat komt er op neer dat ze de gnostici uit de kerk zetten.

De derde reden is dat het fel uithalen naar de sabbat slechts één consequentie was van het grotere en ernstigere probleem van antinomianisme, dat zo groot was dat alle geboden daarbij betrokken waren. De apostelen kozen er in hun brieven dus voor om zich met het algemene probleem (antinomianisme) bezig te houden, waarbij het overtreden van het sabbatsgebod was inbegrepen, en zich niet op één specifieke zonde te richten.

De vierde reden is dat de kerk in de eerste eeuw nog voor een groot deel uit joden bestond, en die hadden een lange geschiedenis van het houden van de sabbat en waren onwillig de sabbat op te geven.

Uitdagingen tegen het houden van de sabbat werden niet echt een probleem totdat er minstens een eeuw was voorbij gegaan. Nadat de gnostici uit de kerk waren gezet, vormden zij hun eigen groepen en organiseerden ze zich daardoor beter. De apostelen waren dood, de kerk bestond grotendeels uit heidenen en tezelfdertijd ging de ijver van de leden van de kerk achteruit. Dit gaf ruimte voor het ontstaan van de Katholieke Kerk.

Alan Knight noemt het hellenistische christendom van de tweede en de derde eeuw in zijn boek Primitive Christianity in Crisis, een uitgestoten groep. Het hellenistische christendom is een syncretisme van echte christelijke leerstellingen en praktijken vermengd met gnosticisme; dit wordt dan als "christelijk" aangeduid.

Laten we eens naar een principe uit Sefanja 1 kijken. God heeft het daar over vernietiging.

Sefanja 1:4-6 Ik zal mijn hand uitstrekken tegen Juda en tegen alle inwoners van Jeruzalem, en Ik zal uit deze plaats uitroeien het overblijfsel van Baäl en de naam der afgodsdienaren [Statenvertaling: Chemárim [priesters in zwarte gewaden]] met de priesters, 5 en hen die op de daken zich nederbuigen voor het heer des hemels, en die zich nederbuigen en zweren bij de HERE en zweren bij hun Moloch; 6 ook hen die van de HERE afvallen, en die de HERE niet zoeken noch naar Hem vragen.

Als we dit alles met elkaar combineren, zegt God eigenlijk dat Hij een syncretisme van het valse en echte — Baäl en de HERE — zal gaan vernietigen. Die twee zijn door elkaar vermengd tot één vorm van eredienst. Ik breng dit onder de aandacht omdat God zegt dat Hij niet verandert, en wat Hij hier deed zal Hij ook in het Nieuwe Testament gaan doen. Hij zal dit gaan doen met deze grote valse kerk die een syncretisme is van echte christelijkheid gecombineerd met gnostische leerstellingen en de naam "christelijk" draagt. Zij roepen de naam des HEREN aan.

Dit vond plaats in de tweede, derde en vierde eeuw na Christus, en dit was de periode waarin de Katholieke Kerk ontstond. Zo'n duizend jaar later splitsten zich vele denominaties af, die de protestantse Hervorming werden genoemd. De splitsing tussen de katholieken en de protestanten splitste het hellenistische christendom in twee algemene groepen: katholiek en protestant. Deze mensen doen hun best de eredienst op sabbat te vernietigen. De gnostici bestaan niet langer, maar sommige van hun leerstellingen overleven tot in de huidige tijd, en deze mensen — de katholieken en de protestanten — dragen hun vaandel.

Ondanks dit alles duurde het nog tot Constantijn, in 325 na Christus, voordat de sabbat formeel terzijde werd geschoven. Dat gebeurde door het hellenistische christendom dat vandaag naast de ware kerk bestaat en zichzelf christen noemt, of katholiek, of protestant, of luthers, of presbyteriaans, methodist, episcopaals, anglicaans, baptist, evangelisch en dergelijke.

De haat van de oude Katholieke Kerk tegen de sabbat is duidelijk vastgelegd in de geschriften van de mannen die met de naam "de katholieke kerkvaders" worden aangeduid. God liet echter ook in Zijn woord een getuigenis opnemen, omdat er zich in de eerste eeuw ook sabbatsproblemen voordeden waartegen werd opgetreden. Dat getuigenis staat in de brief aan de Colossenzen. We zullen daar vandaag niet op ingaan, maar voordat we erop ingaan zou ik u enige achtergrondinformatie willen geven hoe de gnostici ertoe kwamen de zondag als dag van eredienst te nemen in plaats van de sabbat. U zult zien dat hun redeneringen verwarrend zijn en verdraaid, dat de bron ervan echt voortkomt uit ongegronde speculaties van invloedrijke mensen, die zeer zeker door demonen werden geїnspireerd.

Romeinen 1:18-22, 25 Want toorn van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden [of: onderdrukken], 19 daarom dat hetgeen van God gekend kan worden in hen openbaar is, want God heeft het hun geopenbaard. 20 Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben. 21 Immers, hoewel zij God kenden, hebben zij Hem niet als God verheerlijkt of gedankt, maar hun overleggingen zijn op niets uitgelopen, en het is duister geworden in hun onverstandig hart. 22 Bewerende wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden, ... 25 Zij immers hadden de waarheid Gods vervangen door de leugen en het schepsel vereerd en gediend boven de Schepper, die te prijzen is tot in eeuwigheid. Amen.

U zult ook zien dat er astrologie bij betrokken is, evenals Griekse mythologie. U zult geen enkele uitspraak van de Schepper kunnen vinden die hun beweringen ondersteunt. In feite worden Zijn openbaringen grotendeels terzijde geschoven ten gunste van dingen die ze konden zien. Hun geloof is in wat ze met de zintuigen kunnen waarnemen en niet in God en Zijn woord.

Bedenk dat ik u in een eerdere preek zei, dat de Grieken tot de conclusie kwamen dat er zeven planeten boven de aarde waren. Zij bestudeerden de schepping. Deze zeven planeten waren de zon, de maan, Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus. Het Griekse woord dat in het Nederlands met planeet is vertaald, betekent "zwerver", en ze noemden die hemellichamen "zwervers", omdat zij fysiek konden waarnemen dat ze in relatie met de aarde bewogen. Elk van deze zwervers vertegenwoordigde een gebied, een koninkrijk of een woonplaats, een invloedssfeer.

Daarnaast was er nog een ander gebied, dat van de sterren. Zij konden niet waarnemen dat de sterren zich in relatie met de aarde bewogen. Ze kwamen dus tot de conclusie dat de zeven zwervers gebieden waren van chaos en instabiliteit, terwijl het gebied der sterren er één van vrede en stabiliteit was. Ze stelden toen vast dat de zeven zwervers de woonplaats waren van problemen veroorzakende demonen, waardoor de menselijke bestemming in sterke mate werd bepaald. Al die gebieden, te beginnen met dat van Saturnus, diep in de ruimte, en vandaar steeds dichter naar de aarde, de woonplaats van de mensheid, worden gezien als gebieden waar de chaos stap voor stap toeneemt. Ze concludeerden dat de aarde het ergst van allemaal was, volledig overgeleverd aan de chaos.

Het gebied van de sterren was de hemel — de woonplaats van God — de plaats waar de mens oorspronkelijk vandaan kwam. Dat was ook de plaats waar volgens hun denken de reis van de mens, vanaf de geboorte tot aan de dood, zou eindigen.

Zoals u kunt zien bevat dat allemaal erg weinig informatie waar de Schrift achter kan staan. Ongeveer het enige dat hierin waar is, is dat de hemel inderdaad de woonplaats is van God en dat de aarde de woonplaats is van de mens. In het systeem dat zij aldus ontwierpen komen we de getallen 7 en 8 tegen. Het getal 7 duidt op kwaad. Er zijn zeven slechte gebieden en één (het achtste) is een goed gebied. Het getal 7 wordt dus symbolisch geassocieerd met kwaad; het getal acht met goed. De sabbat is de zevende dag. Zondag is volgens hun redenering de achtste dag en daarom goed.

Bedenk dat het fundament van het gnosticisme reeds was gelegd voordat de stichters ervan contact hadden met het Oude Testament. Dus zeven was symbolisch reeds slecht en acht reeds goed, toen ze in aanraking met de bijbel kwamen.

Toen de gnostici schriftelijk in aanraking met het Oude Testament kwamen, werden er onlogische conclusies getrokken. Daar Genesis het duidelijk maakt dat Yahweh de Schepper is van de materiёle aarde, engelen (lees dit als demonen), de zevendaagse cyclus en het Oude Testament, kwamen zij tot de conclusie dat Yahweh slecht is, dat de sabbat slecht is, dat de zevendaagse cyclus slecht is, dat het Oude Testament slecht is en dat Hij Degene is die voor alle chaos op aarde verantwoordelijk is.

Van dit alles is slechts heel weinig ook maar gedeeltelijk juist. God is verantwoordelijk voor de chaos, maar alleen in die zin dat Hij God is. Hij is de soevereine God en Hij zou de chaos op ieder moment dat Hij dat wil, een halt kunnen toeroepen, maar Hij weet hoe Hij dit op een goede wijze kan gebruiken en daarom laat Hij toe dat deze voortduurt ten goede van de gehele mensheid.

Toen ze in aanraking kwamen met de opstanding van Jezus Christus, en ten onrechte geloofden dat deze op zondag plaatsvond, werd er alweer een verkeerde conclusie aan het geheel toegevoegd.

Al deze conclusies ondersteunden hun reeds bestaande haat van de wet en al datgene dat met joodse dingen van doen had. U kunt in dit gnostische denken een vrij duidelijk rechtstreeks pad zien dat loopt van sabbat naar zondag — de achtste dag, die werkelijk een dag van belang is.

Dit geeft ons alvast een kleine inleiding op de volgende preek. Ik dacht dat ik met deze preek als laatste zou kunnen afsluiten, maar er moet er dus nog één volgen, omdat de sabbat een te groot onderwerp is en ook omdat de brief aan de Colossenzen te groot is als onderwerp om zomaar aan voorbij te gaan. Ik geloof dat ik u — als we daar eenmaal aankomen — enkele interessante antwoorden kan geven op sommige van de dingen die in de brief aan de Colossenzen aan de orde worden gesteld. We zullen dan zien, dat ook deze brief werd geschreven om het gnosticisme te weerleggen. Dat zal ons helpen te begrijpen hoe voor ons in deze tijd de zondag zo'n belangrijk onderwerp is geworden.

We zullen deze preek hiermee afsluiten. Dank u voor uw geduld en ik hoop dat u een goede voortzetting van de sabbat zult hebben.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)