Paulus: Genade, wet en gehoorzaamheid

Door John W. Ritenbaugh
20 november 2004

Samenvatting: (toon)

John Ritenbaugh vestigt de aandacht op Paulus' indrukwekkende geloofsbrieven en afkomst, welke door Paulus als vuilnis werden beschouwd (waardoor hij in eigen oog de minste der apostelen werd) in vergelijking met zijn bekering en Gods dramatische tussenkomst in zijn leven. Paulus' brieven zijn wegens hun complexiteit het doel geworden van gewetenloze, antinomiaanse verdraaiing en het vleselijk denken met zijn natuurlijke, tegen de wet gerichte vooroordeel draait om de hete brij heen. Door Gods wet te belasteren zetten de niet-bekeerden op aanmatigende wijze hun eigen standaards. Gods heilige en rechtvaardige wet werd nooit ontworpen om te rechtvaardigen, maar alleen om zonde aan te duiden en iemand in lijn met de juiste standaards te brengen – iemand langs het pad naar Gods rechtvaardige doel te leiden. Iedereen die wordt behouden, zal Gods wet onderhouden. Paulus gebruikte zijn leven om te illustreren dat wij in de schuld staan bij God en om te waarschuwen tegen de beperktheid van de wet (of de ten onrechte daaraan toegekende functie) om te rechtvaardigen, een functie die alleen maar door Christus' offer kan worden uitgevoerd.


Er doet een verhaal de ronde over het kerkbestuur van een protestantse kerk dat de sollicitaties doornam van mannen die solliciteerden op de vrijgekomen functie van predikant. Er was om een korte samenvatting van de ervaring op dit gebied van de sollicitant gevraagd en één van de sollicitaties die ze voor zich hadden, bevatte het volgende commentaar:

Heren: Daar ik begrijp dat bij u de functie van predikant vacant is, zou ik graag op die functie solliciteren. Ik bezit vele kwalificaties. Ik heb als predikant en ook als schrijver veel succes gekend. Sommigen zeggen dat ik goed kan organiseren. In de meeste plaatsen waar ik ben geweest had ik een leidende functie.

Ik ben even over de vijftig en heb als predikant nooit langer dan drie jaar op één en dezelfde plaats gestaan. Uit sommige plaatsen ben ik vertrokken nadat mijn werk daar relletjes en orde-verstoringen veroorzaakte. Ik moet toegeven dat ik drie of vier keer in de gevangenis heb gezeten, maar niet omdat ik werkelijk iets verkeerds had gedaan. Mijn gezondheid is niet al te goed, maar ik kan nog steeds heel wat werk verzetten.

De kerken waarin ik predikant ben geweest waren klein, al bevonden ze zich wel in diverse grote steden. Ik kon niet al te goed opschieten met de religieuze leiders in de steden waar ik predikant was. In feite hebben sommigen me bedreigd en zelfs fysiek aangevallen.

Ik sta erom bekend dat ik vergeet wie ik heb gedoopt. Als u me echter kunt gebruiken, beloof ik dat ik mijn best voor u zal doen.

Eén lid van het kerkbestuur richtte zich tot de overigen van het bestuur en zei: "Wel, wat denken jullie ervan? Zullen we hem aannemen?" De beste mensen waren ontzet! "Denk je eens in, een ziekelijke, problemen veroorzakende, afwezige, ex-bajesklant?" Was dat bewuste bestuurslid wel goed bij zijn hoofd? "Wie heeft die sollicitatie ingezonden?" "Wie heeft er zo'n lef?" Dat ene bestuurslid keek de overige doordringend aan alvorens hij antwoordde: "De sollicant is 'de apostel Paulus'."

Laten we 2 Petrus 3:14-18 opslaan.

2 Petrus 3:14-18 Daarom, geliefden, beijvert u in deze verwachting, onbevlekt en onberispelijk te blijken voor Hem in vrede, 15 en houdt de lankmoedigheid van onze Here voor zaligheid, zoals ook onze geliefde broeder Paulus naar de hem gegeven wijsheid u geschreven heeft, 16 evenals in alle brieven, wanneer hij over deze dingen spreekt. Daarin is een en ander moeilijk te verstaan, wat de onkundige en onstandvastige lieden tot hun eigen verderf verdraaien, evenals trouwens de overige schriften. 17 Geliefden, daar gij het nu van tevoren weet, weest op uw hoede, dat gij niet, door de dwaling der zedelozen medegesleept, afvalt van uw eigen standvastigheid; 18 maar wast op in de genade en in de kennis van onze Here en Heiland, Jezus Christus. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als tot de dag der eeuwigheid.

Wie is deze man, wiens brieven zelfs door Petrus moeilijk worden gevonden, en wiens brieven deel uitmaken van de Schrift? Wie is hij? Wat voor achtergrond heeft hij? Was hij bevoegd zoveel van de bijbel te schrijven? Dat hij dingen schreef "die moeilijk te begrijpen zijn" is duidelijk. Ik ken geen enkele andere bijbelse schrijver over wiens werken zo heftig wordt gedebatteerd. Het punt dat het heftigst wordt bediscussieerd is de plaats die "genade, werken en wet" in het leven van een christen innemen.

De enige andere schrijver van de bijbel die Paulus noemt, is Lucas in het boek Handelingen. Veel van het boek Handelingen gaat over hem en zodoende is er heel wat materiaal over hem. Als we dat combineren met wat hij zelf zei en schreef, kunnen we een vrij goed beeld krijgen van een en ander van zijn achtergrond die hem hielp voorbereiden op Gods roeping.

Laten we een aantal schriftgedeelten bekijken om een overzicht te krijgen van de dingen die over hem worden gezegd.

Handelingen 21:39 Maar Paulus zeide: Ik ben een Jood uit Tarsus, burger van een welbekende stad in Ciliciё; ik vraag u verlof tot het volk te mogen spreken.

Tarsus ligt in zuid-oost Turkije. Ik denk dat het interessant is dat hij Tarsus beschrijft als "een welbekende stad". Het klinkt alsof het hem goed deed (als ik het zo mag zeggen) dat hij uit Tarsus afkomstig was.

Handelingen 22:25-28 En toen men hem met de riemen in de houding strekte, zeide Paulus tot de hoofdman, die erbij stond: Moogt gij een Romein, en dat zonder dat hij een vonnis heeft, geselen? 26 Toen de hoofdman dit hoorde, ging hij naar de overste, berichtte het hem en zeide: Wat gaat gij doen? Want deze man is een Romein. 27 En de overste ging erheen en zeide tot hem: Zeg mij, zijt gij een Romein? En hij zeide: Ja. 28 En de overste antwoordde: Ik heb dit burgerrecht voor een grote som verkregen. Maar Paulus zeide: Doch ik bezit het door geboorte.

Paulus had de joodse nationaliteit, maar dit schriftgedeelte stelt vast dat hij ook over het Romeins burgerrecht beschikte — iets dat het Romeinse bestuur gewoonlijk toekende wegens de uitvoering van een bepaalde plicht, en het werd als een heel waardevol bezit beschouwd. Het blijkt dat zijn vader het had verdiend of gekocht. Daar ben ik niet precies zeker van, maar zijn vader verwierf het in ieder geval op de een of andere manier en daarna werd het door geboorte op Paulus overgedragen.

Eerder, in vers 3, zegt hij het volgende:

Handelingen 22:3 Ik ben een Jood, te Tarsus in Ciliciё geboren, doch in deze stad opgevoed, aan de voeten van Gamaliёl opgeleid met nauwgezette inachtneming van de wet onzer vaderen, een ijveraar voor God evenals gij allen heden zijt.

Ondanks dat hij in Tarsus werd geboren, groeide hij in feite op in Jeruzalem. Hij noemt het in het geheel niet, maar je zou toch denken dat als hij in Jeruzalem opgroeide, dat het voor hem dan heel moeilijk moet zijn geweest geen getuige te zijn geweest van enkele gebeurtenissen in Jezus' leven.

Gamaliёl was in die tijd een bekende farizeeїsche, rabbijnse leraar, en Paulus werd onderwezen overeenkomstig de striktheid van de wet der vaderen [van de joden] en hij was ijverig ten opzichte van God.

Handelingen 22:4-5 En ik heb deze weg ten dode toe vervolgd door mannen en vrouwen in boeien te slaan en gevangen te zetten, 5 gelijk ook de hogepriester van mij getuigen kan en de gehele Raad der oudsten, van wie ik ook met brieven aan de broeders naar Damascus gereisd ben, om ook hen, die daar waren, geboeid naar Jeruzalem te brengen, opdat zij gestraft zouden worden.

Hier hebben we dus Paulus, opgegroeid in Jeruzalem, onderwezen door Gamaliёl, heel ijverig in gehoorzaamheid aan wat hem was onderwezen, zelfs zo ijverig dat hij van de raad der oudsten van de stad autoriteit ontving hen te vertegenwoordigen in de vervolging van de kerk van God.

Paulus voegt aan dit getuigenis een verdere beschrijving toe van zijn afkomst:

Filippenzen 3:4-6 Ofschoon ik voor mij wel reden zou hebben om ook op vlees vertrouwen te stellen. Indien een ander meent op vlees te kunnen vertrouwen, ik nog meer: 5 besneden ten achtsten dage, uit het volk Israël, van de stam Benjamin, een Hebreeёr uit de Hebreeёn, naar de wet een Farizeeёr, 6 naar mijn ijver een vervolger van de gemeente, naar de gerechtigheid der wet onberispelijk.

Dat was nogal een afkomst waarnaar later nog meer zal worden verwezen. Als Paulus op het vlees wilde vertrouwen, dan is hetgeen we hier zien zijn recht om over op te scheppen. Als hij dus tegenover de joden wilde opscheppen, dan had hij heel wat om over op te scheppen. Maar er is zelfs meer.

Galaten 1:14 en in het Jodendom heb ik [Paulus] het verder gebracht dan vele van (mijn) tijdgenoten onder mijn volk, als hartstochtelijk ijveraar voor mijn voorvaderlijke overleveringen.

Hier zien we een beeld van een man die heel snel vooruitgang boekte in het winnen van erkenning en vertrouwen van zijn tijdgenoten als iemand waarmee rekening moest worden gehouden. En niet alleen zijn tijdgenoten van dezelfde leeftijdscategorie, maar ook zijn tijdgenoten die ouder waren dan hij en posities bekleedden in de raad.

Ik wil dat we iets zien dat ons beslist zal helpen hem wat beter te begrijpen. Dit gaat niet over Paulus, maar veeleer over Petrus en Johannes. Ik wil dat we het verschil zien tussen hoe Petrus en Johannes werden geёevalueerd en hoe Paulus door zijn tijdgenoten werd geёevalueerd.

Handelingen 4:13 Toen zij nu de vrijmoedigheid van Petrus en Johannes zagen en bemerkt hadden, dat zij ongeletterde en eenvoudige mensen uit het volk waren, verwonderden zij zich, en zij herkenden hen, dat zij met Jezus geweest waren.

Dit komt op mij over alsof geen enkele jood dit van Paulus zou hebben gezegd. Paulus beschikte over het vertoon, het uiterlijk voorkomen en misschien de houding of wat dan ook van iemand waar je rekening mee moest houden. Dus vergeleken met de oorspronkelijke apostelen gaf hij een geheel ander getuigenis voor de mensen dan zij.

Het is interessant dat Jezus in het evangelie naar Johannes door Zijn tijdgenoten op ongeveer dezelfde manier werd geёevalueerd.

Johannes 7:15 De Joden dan verbaasden zich en zeiden: Hoe is deze zo geleerd zonder onderricht te hebben ontvangen [zonder te hebben gestudeerd]?

Het is duidelijk dat Paulus een totaal verschillende reputatie had in de gemeenschap dan één van de oorspronkelijke twaalf en zelfs Jezus Zelf. Wat we aan de buitenkant zien is misschien niet wat de persoon werkelijk is, maar Paulus had het respect in die dagen van hen die van zijn leeftijd waren en zelfs van hen die ouder waren.

Tot zover had de apostel Paulus, alles bij elkaar genomen, heel wat prestaties en talenten waar hij opgeblazen over kon zijn. Toen hij dus die dingen in Filippenzen 3 schreef, was hij in het geheel niet echt aan het opscheppen. Hij gaf gewoon de onverbloemde waarheid. Toen hij die dingen in Galaten 1 schreef, was dat waar. Zoals we weer zullen gaan zien, schepte hij helemaal niet op, maar als hij in het vlees wilde vertrouwen dan had hij heel wat waar hij baat bij kon hebben.

Maar toen gebeurde datgene wat voor hem ondenkbaar was, en dat gebeurde op weg naar Damascus. Dit wordt in Handelingen 9 beschreven en herhaald in Handelingen 22. Hij zag een verblindend, schitterend licht waarvoor hij in elkaar kromp. Hij werd daardoor blind en Jezus sprak tot hem, beval hem Damascus binnen te gaan, alwaar hij verdere instructies zou krijgen.

In Damascus kwam de instructie van iemand van die gehate sekte — de sekte die hij vervolgde. Een man, Ananias genaamd, kwam hem zeggen dat hij, Paulus, nu één van "de geroepenen" was, dat hij gekozen was om van Christus te getuigen, en dat hij moest opstaan en zich laten dopen. Dat was een aangrijpende verandering van omstandigheden zoals geen ander in de bijbel ooit had meegemaakt.

Handelingen 9:19-25 En toen hij voedsel genomen had, werd hij versterkt. En het geschiedde, toen Saulus enige dagen bij de discipelen te Damascus was, 20 dat hij terstond in de synagogen verkondigde, dat Jezus de Zoon van God is. 21 En allen, die het hoorden, stonden verbaasd en zeiden: Is dit niet de man, die te Jeruzalem uitroeide, wie deze naam aanriepen, en die hier gekomen is met het doel hen gevankelijk voor de overpriesters te brengen? 22 Doch Saulus trad steeds krachtiger op en bracht de Joden, die te Damascus woonden, in verwarring door te bewijzen, dat deze de Christus is. 23 En toen er verscheidene dagen verlopen waren, beraamden de Joden het plan hem te vermoorden, 24 maar hun toeleg [hun samenzwering] kwam ter kennis van Saulus. En zij hielden dag en nacht de wacht bij de poorten om hem te vermoorden; 25 doch zijn discipelen namen hem en lieten hem des nachts in een mand over de muur zakken.

Wat een verandering in omstandigheden! De jager werd een opgejaagde en hij begon te ervaren wat het betekende aan de andere kant van het leven te staan. Hij werd de vijand van hen die de macht hadden. In plaats van aanvaarding was er verwerping. Maar hij begon ook te ervaren dat God zijn leven stuurde op een manier die hij nooit zou hebben ervaren als God niet had gedaan wat Hij deed.

Handelingen 22:17-21 En het overkwam mij, toen ik te Jeruzalem was teruggekeerd en in de tempel aanbad, dat ik in zinsverrukking geraakte, 18 en dat ik Hem zag, die tot mij zeide: Haast u en vertrek spoedig uit Jeruzalem, want zij zullen van u geen getuigenis over Mij aannemen. 19 En ik zeide: Here, zij weten zelf, dat ik het was, die hen, die in U geloofden, liet gevangen zetten en in de synagogen geselen; 20 en toen het bloed van uw getuige Stefanus vergoten werd, werkte ik daaraan met volle instemming mede en bewaarde de kleren van hen, die hem doodden. 21 En Hij zeide tot mij: Ga heen, want Ik zal u uitzenden, ver weg, naar de heidenen.

Deze vier verzen illustreren dat Paulus Gods directe betrokkenheid in zijn leven begon te ervaren. Dit bouwde ongetwijfeld zijn geloof op, zodat hij over de geestelijke middelen zou beschikken om tot stand te brengen wat God voor hem gereed had gelegd, omdat God hem een heel moeilijke en veeleisende opdracht had gegeven.

Maar dat soort tussenbeide komen was niet genoeg om de laatste hand te leggen aan de voorbereidingen voor zijn opdracht. Het is één ding om zelfs al is het persoonlijk een wonderlijke gebeurtenis rechtstreeks van God te ervaren, maar het is heel iets anders dat God en Zijn woord in iemands hart wordt geschreven. Dat wordt duidelijk tot uiting gebracht door de Israëlieten in de woestijn. Kijk eens naar wat zij meemaakten. Kijk eens naar wat zij zagen. Maar veertig jaar later waren ze niet anders dan toen ze uit Egypte kwamen. Zo ook met Paulus, zelfs al maakte hij een wonderlijk tussenbeide komen mee zodat zijn leven werd gered, het is geheel iets anders om Gods woord in het hart geschreven te krijgen.

Er overkwam Paulus iets anders dat van groot belang was, omdat het hem op een niet na te gane manier voorbereidde op de uitvoering van de verantwoordelijkheid die God hem gaf. Paulus kijkt hier, als hij al een oude man is, op terug en hij geeft Timotheüs advies.

1 Timotheüs 1:15-16 Dit is een getrouw woord en alle aanneming waard, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaren te behouden, onder welke ik een eerste plaats inneem. 16 Maar hiertoe is mij ontferming bewezen, dat Jezus Christus in de eerste plaats in mij zijn ganse lankmoedigheid zou bewijzen tot een voorbeeld voor hen, die later op Hem zouden vertrouwen ten eeuwigen leven.

Paulus bedoelt hier niet dat hij de eerste was aan wie Gods genade werd bewezen. Hij bedoelt dat in volgorde van prioriteit, in de volgorde van wat hem overkwam. Met andere woorden hij zegt: "Ik was de grootste van alle zondaars en wat Christus voor mij deed is veel groter dan wat Hij voor enig ander persoon deed." Zo keek hij ernaar.

We beginnen reeds te zien wat voor verschil er was tussen de man die voor zijn bekering al deze vele, vele prestaties en talenten had waarover hij onder zijn eigen volk had kunnen opscheppen. Maar er gebeurde iets in zijn denken en in Romeinen 7 zegt hij:

Romeinen 7:7-12 Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Volstrekt niet! Ja, ik zou de zonde niet hebben leren kennen, tenzij door de wet; immers, ook van de begeerlijkheid zou ik niet geweten hebben, indien de wet niet zeide: gij zult niet begeren. 8 Maar uitgaande van het gebod, wekte de zonde in mij allerlei begeerlijkheid op; want zonder wet is de zonde dood. 9 Ik heb eertijds geleefd zonder wet; toen echter het gebod kwam, begon de zonde te leven, maar ik begon te sterven, 10 en het gebod dat ten leven moest leiden, bleek voor mij juist ten dode te zijn; 11 want de zonde heeft uitgaande van het gebod, mij misleid en door middel daarvan gedood. 12 Zo is dan de wet heilig, en ook het gebod is heilig en rechtvaardig en goed.

Paulus zag zichzelf. Hij had berouw en bekeerde zich. Wat we in 1 Corinthiёrs 15:9 gaan lezen is even waar over Paulus als al het andere dat hij over zichzelf schreef. Hij zegt:

1 Corinthiërs 15:9 Want ik ben de geringste der apostelen, niet waard [geschikt] een apostel te heten, omdat ik de gemeente Gods vervolgd heb.

Hij is een heel ander mens dan vóór die tijd. We moeten er even bij stilstaan en er wat tijd aan besteden om na te denken over hoe verschillend wij zijn in vergelijking met voor onze bekering. Zouden wij bereid zijn dezelfde dingen toe te geven als Paulus? Dat is een vraag die gesteld moet worden.

Laten wij een soort gedragspatroon zien, zoals Paulus dat aan God liet zien? Laten wij het soort opoffering zien dat hij aan God gaf? Laten wij het soort toewijding zien dat hij had jegens de verantwoordelijkheid die God hem gaf, dag en nacht brandend van verlangen voor de zaak van de gemeente, voor de zaak van Jezus Christus? Hij gaf letterlijk zijn leven, niet in één keer, dat zou gemakkelijk zijn geweest, maar over een lange tijdsperiode — misschien wel dertig of veertig jaar — door te doen wat hij deed.

Hij schreef de eerste brief aan de Corinthiёrs in ongeveer 51 of 52 na Christus. Daar was hij dan, ruwweg zo'n 19 of 20 jaar na zijn bekering, en hij noemde zichzelf, eerlijk en waarheidsgetrouw, "de minste der apostelen". En toch zegt hij ergens anders: "Niemand werkte harder dan ik." Hij zei: "Ik werkte meer dan alle anderen." We zouden dat ook kunnen opvatten als: "Ik werkte meer dan alle anderen bij elkaar opgeteld." Wat een verandering! Niemand kan Paulus ooit beschuldigen dat hij zijn leven niet had opgegeven, niet had opgeofferd.

Laten we nogmaals naar de brief aan de Galaten gaan.

Galaten 1:11-12 Want ik maak u bekend, broeders, dat het evangelie, hetwelk door mij verkondigd is, niet is naar de mens. 12 Want ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door openbaring van Jezus Christus.

Galaten 1:15-18 Maar toen het Hem, die mij van de schoot mijner moeder aan afgezonderd en door zijn genade geroepen heeft, behaagd had, 16 zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik Hem onder de heidenen verkondigen zou, ben ik geen ogenblik te rade gegaan met vlees en bloed; 17 ook ben ik niet naar Jeruzalem gereisd tot hen, die reeds vóór mij apostelen waren, maar ik ben naar Arabiё vertrokken en vandaar naar Damascus teruggekeerd. 18 Daarop ging ik drie jaar later naar Jeruzalem, om Kefas te bezoeken, en ik bleef vijftien dagen bij hem;

Paulus openbaart iets heel interessants over zichzelf aan het begin van vers 15. Daar staat: "Maar toen het Hem, die mij van de schoot mijner moeder aan afgezonderd en door zijn genade geroepen heeft, behaagd had ..." Sommige vertalers geven het begin van deze zin als volgt weer: "Maar Hij die mij had afgezonderd voordat ik geboren was." Dat verandert de dingen aanzienlijk; niet dat God alleen zijn geboorte onder controle had, maar nu beweert Paulus (als het op die manier wordt vertaald en die vertaling juist is) dat hij al in de schoot van zijn moeder apart was gezet, evenals Jakob, Jeremia, Johannes de Doper en anderen.

Waarom zou Paulus er zeker van willen zijn dat we dit begrepen?

Romeinen 9:9-12 Want er ligt een belofte in dit woord: omstreeks deze tijd zal Ik komen en Sara zal een zoon hebben. 10 Maar dit niet alleen; daar is ook Rebekka, bevrucht van één man, onze vader Isaak. 11 Want toen de kinderen nog niet geboren waren en goed noch kwaad hadden gedaan — opdat het verkiezend voornemen Gods zou blijven, niet op grond van werken, maar op grond daarvan, dat Hij riep, — 12 werd tot haar gezegd: De oudste zal de jongste dienstbaar zijn.

Deze verzen maken duidelijk dat iedereen die Paulus hoorde of de woorden las die hij schreef en die nu deel uitmaken van de Schrift, duidelijk zou begrijpen dat absoluut niets dat hij had gedaan ertoe had bijgedragen dat God hem als apostel voor de heidenen uitkoos. Niets dat Jakob had gedaan deed God Jakob kiezen. Jakob werd al in de moederschoot apart gezet en Paulus beweert hetzelfde over zichzelf. Niets dat Paulus had gedaan maakte dat God hem riep, omdat ook hij al in de moederschoot apart werd gezet voordat hij ook maar iets deed.

Het is belangrijk voor ons om te begrijpen dat wat God deed ertoe doet en wat wij doen nadat God doet wat Hij doet; dat is dus na onze bekering. Maar er is volgens mij nog iets anders dat waard is in overweging te worden genomen. Als God Paulus al in de moederschoot apart zette, dan is het hoogstwaarschijnlijk dat God de gehele opvoeding en opleiding die Paulus ontving, leidde en stuurde, lang voordat God hem rechtstreeks als apostel in Zijn dienst riep. Paulus was op bewonderenswaardige en grondige wijze getraind in de basisprincipes van de oudtestamentische wet zonder dat hij, voor zijn roeping, ooit besefte wat het werkelijke nut daarvan zou zijn.

Ik weet dat Herbert Armstrong dacht dat God hem apart zette lang voordat hij zich bewust werd dat hij werd geroepen. Is het mogelijk dat God hetzelfde met u en mij heeft gedaan? Ik denk dat die mogelijkheid bestaat.

De meesten van u hebben mijn preek tijdens het Loofhuttenfeest gehoord waarin ik inging op Hebreeёn 4. In de verzen 3 en 4 wordt duidelijk gezegd dat "Gods werken van de grondlegging der wereld gereed waren". Begrijpt u wat dat betekent? Dat is ontzagwekkend! Er staat daar in feite dat God alles al tot in detail had gepland voordat Hij aan iets uitvoering begon te geven. Dat gaat ons verstand te boven! Dat is iets dat ons wakker doet worden en ons enige waardering voor God geeft en het soort denken waar we mee te maken hebben.

God weet het einde vanaf het begin en Hij kan Zijn schepping manoeuvreren en manipuleren — dus ook u en mij — in omstandigheden die we nodig hebben om ons voor te bereiden op het doel waarvoor Hij het Koninkrijk van God voorbereidt. Hij geeft ons de vrijheid om keuzes te maken. We kunnen verkeerde keuzes maken, maar Hij heeft dan Zijn manieren om ons weer op het juiste spoor te zetten. Dat kan pijnlijk zijn. We kunnen die pijn vermijden als we de eerste keer al het juiste doen. We hebben van doen met een grote God met een ontzagwekkend denken, en we moeten dat waarderen en vrezen voor wat Hij is. Ik bedoel niet noodzakelijkerwijs bang zijn, maar te respecteren wat Hij is.

In Galaten 1:11 benadrukt Paulus dat wat hij ontving, wat hij verkondigde, rechtstreeks van Christus kwam. Dit betekent niet dat hij absoluut geen discussies over leerstellingen had met andere christenen; veeleer dat hij kort na zijn bekering naar de woestijn vertrok en daar rechtstreeks door Christus werd onderwezen. Elke menselijke inbreng daarbij is tot op zekere hoogte van weinig betekenis geweest. Christus onderwees hem rechtstreeks.

Niemand weet zeker of Christus daar letterlijk in persoon was, Zich op dezelfde manier openbaarde als aan de oorspronkelijke twaalf. Het kan best zijn dat Paulus, geleid en geїnspireerd door Christus, tot in detail heel grondig het Oude Testament moest doornemen, om te begrijpen wat de oorspronkelijke apostelen begrepen. Dat zou een verklaring geven voor die periode van drie jaar.

Ik ben er praktisch zeker van dat Herbert Armstrong dat dacht, omdat ik hem hoorde zeggen: "Ik moest leren zoals de apostel, op mijn knieёn, met de bijbel open voor mij." Hij zei dat het hem een zeer lange tijd kostte — heel wat langer dan het de apostel Paulus kostte. Maar ik weet dat hij voelde dat Christus er was, maar in de geest en niet geopenbaard, en die leidde en stuurde zijn studie en het begrip van Gods woord, zodat hij de juiste antwoorden zou vinden, de juiste leerstellingen, het juiste onderwijs dat exact te vergelijken viel met wat Hij met de oorspronkelijke apostelen had gedaan.

Toen het nieuws van Paulus' bekering en zijn verkondiging in heidense gebieden zich door de gelederen van de joodse kerkleden verspreidde, ontstond er verzet tegen de geldigheid van zijn roeping en de boodschap die hij verkondigde. Dit gebeurde na die drie jaar. Paulus ging dus naar Jeruzalem om Petrus, Jacobus en Johannes te ontmoeten, niet om door hen te worden onderwezen maar om hen te leren kennen en de inhoud van hun verkondiging met die van hem te vergelijken.

Overigens vers 18 zegt me dat wat ik zojuist heb gezegd juist is, omdat Paulus in vers 18 zegt: "Ik ging naar Jeruzalem om Petrus te bezoeken." Dat betekent niet te worden onderwezen, maar hem te ontmoeten. Dat is alles.

Galaten 2:6 Maar wat hen betreft, die in zeker aanzien waren — wat zij vroeger geweest mogen zijn, doet er voor mij niets toe: God ziet de persoon niet aan — mij immers hebben zij, die in aanzien waren, verder niets opgelegd.

Hij geloofde precies hetzelfde als de apostelen, en zij geloofden hetzelfde als hij. Dat bleek hun uit hun onderlinge gesprekken en ze voelden dat ze exact op dezelfde lijn zaten.

Ik heb nergens in mijn studies ooit gezien dat dit werd gezegd, maar ik geloof dat de apostel Paulus meer over Gods wet schreef in het Nieuwe Testament dan alle andere apostelen bij elkaar. Als wat Lucas in het boek Handelingen over hem schreef, wordt gecombineerd met de brieven die Paulus schreef, dan gaat ongeveer de helft van het Nieuwe Testament over hem of kwam voort uit zijn denken. Ik breng dit naar voren omdat ik wil dat u begrijpt en inziet dat deze man heel belangrijk is voor het christendom.

Wat geloofden de oorspronkelijke apostelen en Paulus betreffende gehoorzaamheid aan Gods wet? Jammer genoeg wordt er in deze tijd in vrijzinnig protestantse kringen en zelfs binnen evangelisch protestantse kringen naar gekeken alsof het weinig meer is dan een optie die men heeft in plaats van een morele verplichting die we God, onze medemens en ook onszelf schuldig zijn.

Denk nog eens na over twee dingen die Petrus over Paulus' geschriften zei. Ten eerste dat sommige van de dingen die hij schreef moeilijk zijn te begrijpen, en ten tweede dat het de onstandvastige en onkundige mensen zijn die wat hij zei tot hun eigen verderf verdraaien. Met andere woorden zij beoordeelden wat hij schreef verkeerd en dat is iets dat wij beslist niet willen doen.

Laten we een welbekend schriftgedeelte in Romeinen 8 opslaan.

Romeinen 8:7-8 Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kan dat ook niet: 8 zij, die in het vlees zijn [de niet-bekeerden], kunnen Gode niet behagen.

Als we eerlijk zijn en onszelf niet bedriegen, zullen we toegeven dat we allemaal een ingebouwd vooroordeel tegen Gods wet hebben gehad. Niet bekeerde commentatoren die tegen de wet zijn, hebben — in hun pogen om de soms moeilijke redeneertrant van Paulus te begrijpen — een manier van verdraaien van wat Paulus schreef. Dan schrijven ze dikke boeken om uit te leggen wat zij denken dat hij bedoelde te zeggen en meestal komt in hun schrijven hun houding, die tegen de wet is, tot uiting.

Ik wil dat u gewaarschuwd bent, omdat wat zij doen een verkeerde benadering is. Allereerst vraag ik me af of er bij die mensen nooit een lichtje gaat branden, dat Paulus deze soms lange en ingewikkelde zinnen precies neerschreef zoals God hem die inspireerde? Zegt Gods woord niet dat elk woord van dit boek door God geїnspireerd is? Dat moet ons uitgangspunt zijn. God wilde dat deze dingen moeilijk zouden zijn om te begrijpen. God maakt niet alles gemakkelijk.

God maakte het voor de Israëlieten in de woestijn niet gemakkelijk. Hij zei: "Ik liet toe dat u hongerde." Hij maakte het hun moeilijk, zodat wij zouden begrijpen dat alles dat samenhangt met het leven, als God ons eenmaal tot bekering brengt, niet gemakkelijk zal zijn, en soms zal het heel erg moeilijk zijn om te begrijpen wat Hij zegt. Hoe moeilijk? Wel, zo moeilijk dat een andere apostel zei dat Paulus' geschriften moeilijk waren! Als de apostel dacht dat die moeilijk te begrijpen waren, zullen ze nog moeilijker te begrijpen zijn voor u en mij, mensen die niet dezelfde mate van ervaring en niet dezelfde mate van Gods geest hebben als die mannen.

We willen niet in dezelfde val lopen als de niet-bekeerden en Paulus' geschriften tot ons eigen verderf verdraaien. Daardoor wordt het begrijpen van Paulus' geschriften een heel ernstige zaak. Wees geduldig, besef dat als u leest wat die commentatoren die tegen de wet zijn, schrijven dat er — in wat zij schrijven — een ingebouwd vooroordeel zit tegen Gods wet. Als zij Gods wet terzijde stellen als iets dat niet van een christen voor behoud wordt verlangd, dan gebeurt dat terzijde stellen op basis van die verdraaide beoordelingen. En die zijn er.

We gaan naar Jacobus, een andere apostel, om hem ons te laten uitleggen wat het proces is. Dit was voor mij erg onthutsend. Om de waarheid te zeggen heb ik er nooit op deze manier aan gedacht, en dat was omdat ik niet begreep wat Jacobus zei, maar nu begrijp ik dat wel.

Jacobus 4:11 Spreekt geen kwaad van elkander, broeders. Wie van zijn broeder kwaad spreekt of hem oordeelt, spreekt kwaad van de wet en oordeelt haar; en indien gij de wet oordeelt, zijt gij geen dader, doch een rechter der wet.

Wat Jacobus daar schreef is heel goed te begrijpen. Jacobus gebruikt hier kwaadspreken als een voorbeeld van zonde, maar elke zonde zou gebruikt kunnen worden. Elke zonde zou hier als voorbeeld gebruikt kunnen worden. Als we kwaadspreken van een broeder, of van wie dan ook, hebben we in feite Gods eis dit niet te doen verdraaid. Door te oordelen dat Gods wet tegen kwaadspreken niet voor ons geldt, plaatsen we ons boven de wet. Komt dat over? We hebben ons in feite op de plaats van God gezet door onze eigen standaard vast te stellen. We zeggen: "Wel, dat geldt niet voor mij." O ja, dat geldt wel voor ons, en dus hebben we onze eigen standaard vastgesteld.

Weet u wat we dan doen? We doen precies waartoe Satan Adam en Eva in de hof van Eden aanzette. Hij zei cynisch tot hen: "Gij zult als God zijn, kennende goed en kwaad." Zij zetten hun eigen standaard. Wat God hun had gezegd gold niet voor hen. Zij zetten hun eigen standaard. Zij oordeelden dat Gods standaard niet goed genoeg voor hen was en daarom namen ze van de dingen die God had gezegd niet te nemen.

Dit heeft nog een interessante consequentie en dat is dat we kennis hebben van Gods wet op een manier die de niet-bekeerden niet hebben. Als wij zondigen, weten we dat gewoonlijk. We worden dan gedwongen allerlei rechtvaardigingen voor ons handelen te bedenken, teneinde de pijn veroorzaakt door een schuldgevoel te vermijden. Waarom zouden we die pijn van schuldgevoelens niet gewoon vermijden door eenvoudigweg niet te zondigen? Dat is precies waartoe Paulus toen en nog steeds de christenen in zijn geschriften aanspoort: "Overtreedt de wet niet."

Ik ga dit nog wat verder doorvoeren.

Romeinen 3:28 Want wij zijn van oordeel, dat de mens door geloof gerechtvaardigd wordt, zonder [los van] werken der wet.

Laten we nogmaals Galaten 2 opslaan, waar Paulus iets soortgelijks schrijft, maar er iets aan toevoegt.

Galaten 2:15-16 Wij, geboren Joden, en geen zondaars uit de heidenen, 16 wetende, dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken der wet, maar door het geloof in Christus Jezus, zijn ook zelf tot het geloof in Christus Jezus gekomen, om gerechtvaardigd te worden uit het geloof in Christus en niet uit werken der wet. Want uit werken der wet zal geen vlees gerechtvaardigd worden.

Tot zover klinkt het bijna hetzelfde als wat Paulus in Romeinen 3:28 schreef. In feite is het praktisch hetzelfde: "Door werken der wet wordt niemand gerechtvaardigd."

Galaten 2:17-18 Maar indien wij, trachtende in Christus gerechtvaardigd te worden, ook zelf zijn gebleken zondaars te zijn [dus we hebben de wet overtreden], staat Christus dan in dienst der zonde? Volstrekt niet. 18 Immers, indien ik hetgeen ik afgebroken heb, weder opbouw, bewijs ik daardoor, dat ik zelf een overtreder ben.

Het houden van Gods wet heeft nog nooit sinds de mens werd geschapen iemand voor God gerechtvaardigd. De functie van Gods wet is het definiёren van gerechtigheid. Hij definieert zonde, maar rechtvaardigt niet. De wet leidt ons langs een levenspad. We gaan weer terug naar Psalm 119, waar we dit bevestigd zullen zien.

Psalm 119:105 Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.

Spreuken 6:23 Want het gebod is een lamp en de onderwijzing een licht, de vermaningen der tucht zijn een weg ten leven,

Er is altijd een onderliggend thema in Paulus' geschriften dat zonde een heel ernstige zaak is, maar ik heb gezien dat die verzen die ik oorspronkelijk las — Romeinen 8:28 en Galaten 2:16 — gebruikt werden om een standpunt van "geen wet" te ondersteunen; dat betekent dat er niet van ons wordt verlangd dat we Gods wet onderhouden. Deze verzen zeggen duidelijk dat niemand door het houden van de wet kan worden gerechtvaardigd, ongeacht welke wet van God dat is. Het argument van deze mensen die het standpunt van "geen wet" aanhangen, is: "Waarom zouden we ons druk maken over het houden van iets dat ons niet voor God kan rechtvaardigen?"

Waarom kan het houden van de wet iemand niet voor God rechtvaardigen? De reden is omdat dat niet de functie van de wet is; niet alleen de wet in het algemeen, maar meer specifiek de wet in termen van God. Het is niet de functie van Gods wet te rechtvaardigen.

De functie van iets is het doel of de activiteit die eraan wordt toegekend of die wordt vastgesteld om uit te voeren. Hier is een eenvoudig voorbeeld. Ik zal veronderstellen dat iedereen weet wat een kruiskopschroevendraaier is. Als iemand een kruiskopschroevendraaier heeft, maar de beschikking heeft over sleufschroeven, dan zal die kruiskopschroevendraaier niet werken op de kop van de schroeven die een sleuf hebben. Waarom niet? Omdat dat niet de functie ervan is. Hij is niet ontworpen of gefabriceerd om met sleufschroeven te kunnen werken.

Hetzelfde principe geldt voor Gods wet. Deze is niet ontworpen door God om iemand te rechtvaardigen en daarom kan geen enkel menselijk wezen verlangen dat gehoorzaamheid eraan gebruikt kan worden om zichzelf te rechtvaardigen. De wet kan dat niet. De functie van de wet is om te leiden. De functie van de wet is te definiёren wat juist is en wat verkeerd is. De functie van de wet is het vaststellen van gedragsstandaards. De wet kan niet rechtvaardigen. Of we bekeerd zijn of niet, ons houden van de wet zal ons nooit rechtvaardigen, omdat dat buiten de functie van de wet ligt.

Er zijn nog een aantal andere dingen die ik aan de functie van de wet moet toevoegen — dingen waar we vertrouwder mee zijn in termen van de bijbel, en dat is dat de wet gerechtigheid definieert. De wet definieert wat liefde is. De functie van de wet is iemand op te voeden tot een gedragslijn die God zal behagen, maar die iemand niet zal rechtvaardigen. Daarom is het essentieel dat we begrijpen wat rechtvaardiging is.

In de bijbelse betekenis betekent rechtvaardiging het reinigen van schuld. In een wettelijke betekenis betekent het in overeenstemming brengen met een standaard. Rechtvaardiging brengt in overeenstemming met een standaard. Nadat men Gods wet heeft overtreden, kan Gods wet niet worden gebruikt om iemand in overeenstemming met een standaard te brengen. Er is iets anders nodig dat ontworpen is om te rechtvaardigen en dat iets anders is het bloed van Jezus Christus. Dat brengt ons in lijn met de standaard. Dat zal ons in lijn brengen met Gods wet. Dat zal ons in lijn brengen met de gedragscode die God heeft vastgesteld om naar te leven.

We moeten dit begrijpen in het licht van wat Paulus hier in Galaten 2:17-18 schreef, omdat ik zei dat hij hier iets toevoegde aan die uitspraak dat het onderhouden van de wet niemand zal rechtvaardigen. Hij zegt: "Maar als wij, terwijl we ernaar zoeken door Christus te worden gerechtvaardigd [Let erop dat hij niet zegt gerechtvaardigd door de wet, maar gerechtvaardigd door Christus], zelf bevonden worden zondaars te zijn [we overtreden de wet], is Christus daarom de dienaar van zonde?" Met andere woorden vindt Christus het goed dat we Zijn wet overtreden? "Volstrekt niet," zegt Paulus. "Want als ik de dingen die ik vernietigde opnieuw opbouw, maak ik mezelf tot een overtreder."

Laten we dit nog wat beter begrijpen. We gaan terug naar Romeinen 7 naar de verzen waar we al eerder naar keken, maar laten we er nu vanuit een enigszins andere hoek tegenaan kijken dan we toen deden.

Romeinen 7:7 Wat zullen wij dan zeggen? Is de wet zonde? Volstrekt niet! Ja, ik zou de zonde niet hebben leren kennen, tenzij door de wet; immers, ook van de begeerlijkheid zou ik niet geweten hebben, indien de wet niet zeide: gij zult niet begeren.

Paulus zegt ons hier wat de wet doet. Deze laat ons de gedragscode zien die voor God aanvaardbaar is, en het overtreden van die wet is zonde. Hij zei dat hij zelfs niet wist wat zonde was, totdat hij het doel van de wet begreep. Dat is aanduiden wat goed is en wat verkeerd is. Hij heeft het hier nu over de periode dat hij tot bekering kwam. Dit is iemand die heel veel van de oudtestamentische wet begreep, maar toen hij tot bekering kwam gebeurde er iets in zijn denken dat hem op een manier naar de wet deed kijken als hij niet eerder had gedaan, en zo had hij deze ook nooit begrepen. Hij zei:

Romeinen 7:8 Maar uitgaande van het gebod, wekte de zonde in mij allerlei begeerlijkheid op; want zonder wet is de zonde dood.

Paulus zegt dat toen hij de wet werkelijk naar de geest begon te begrijpen, hij in de manier waarop hij zijn leven leidde, overal zonde begon te zien. Denkt u dat hij dacht dat hij zondigde toen hij instemde met de dood van Stefanus? Hij dacht niet dat hij zondigde. Hij dacht dat hij het geloof verdedigde. Maar nu bekeek hij de zaken heel wat anders. Hij zei:

Romeinen 7:9 Ik heb eertijds geleefd zonder wet; toen echter het gebod kwam, begon de zonde te leven, maar ik begon te sterven.

Hij begon het uiteindelijk echt te zien. Hij was voor zover hij het kon bekijken reeds dood; God kon zijn leven elk moment dat Hij dat wilde, beёindigen, omdat Paulus Hem iets schuldig was dat hij niet kon betalen zonder zijn leven te geven.

Romeinen 7:10-12 En het gebod dat ten leven moest leiden [Wat betekent dat het doel ervan was het leven goed, beter te maken.], bleek voor mij juist ten dode te zijn [Omdat hij zich daardoor van iets bewust werd. Het inspireerde hem tot een begrip van wat voor beroerde ellendeling hij eigenlijk wel was, en hij zei:]; 11 want de zonde heeft uitgaande van het gebod, mij misleid en door middel daarvan gedood. 12 [De conclusie is:] Zo is dan de wet heilig, en ook het gebod is heilig en rechtvaardig en goed.

Paulus wil dat wij begrijpen dat het gebod op die manier in elkaar zit, maar hij zat zelf niet zo in elkaar.

Romeinen 6:6a dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, ...

Bedenk dat hij zei: "De wet kwam, de zonde kwam tot leven en ik stierf." Nu gebruikt hij het woord "gekruisigd". Wat doen we met iemand die dood is? Wat doen we met iemand die gekruisigd is?

Romeinen 6:6b-7 ..., opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn; 7 want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde.

Paulus werd dus gedoopt. Hij werd begraven. Hij was gestorven. Nu begrijpen we wat hij in de verzen 17 en 18 van Galaten 2 bedoelt:

Galaten 2:17a Maar indien wij, trachtende in Christus gerechtvaardigd te worden [door geloof in Zijn bloed, door berouw en bekering, door de doop], ...

In de doop worden we begraven in de dood van Christus. Door te worden gedoopt gaan we symbolisch door de dood; daarna gaan we symbolisch door een opstanding waardoor we weer leven en Christus is vanaf dat moment onze Heer en Meester.

Galaten 2:17b-18 ..., ook zelf zijn gebleken zondaars te zijn, staat Christus [onze Heer en Meester] dan in dienst der zonde? Volstrekt niet. 18 Immers, indien ik hetgeen ik afgebroken heb [zijn vroegere leven, zijn leven in het vlees], weder opbouw, bewijs ik daardoor, dat ik zelf een overtreder ben.

Is het mogelijk dat deze man zegt dat Gods wet heeft afgedaan? Op geen enkele manier! Hij geeft absoluut geen aanwijzing dat de wet van God heeft afgedaan. Maar de mens verdraait zijn woorden dusdanig dat ze iets zeggen wat er niet in zit. De onkundige, degene die niet juist is onderwezen, zal dat geloven en menen dat ze Gods wet niet behoeven te gehoorzamen. Ik spreek uit ervaring in de zin dat ik en mijn vrouw in 1992 de Worldwide Church of God verlieten, omdat wij tot de conclusie kwamen dat deze mensen ons zeiden dat het houden van Gods wet niet langer nodig was. God vernietigde die organisatie volledig omwille van die vorm van onderwijs. Ik ben blij dat u hen ook hebt verlaten, omdat u anders met hen vernietigd zou zijn.

Het is dus het lichaam der zonde (het "oude ik" dat zondigde) dat met Christus werd gekruisigd door geloof in Christus' bloed, berouw en bekering, gevolgd door de doop. Het "ik" werd geestelijk vernietigd, zodat het kon worden opgewekt en daarna opgebouwd kon worden. Wil Paulus dat wij opnieuw opbouwen wat we zojuist hadden vernietigd? In het geheel niet. Het "ik" moet opnieuw worden gebouwd, maar niet door naar de zonde terug te gaan. Vanaf het allereerste begin van Romeinen 6, evenals Paulus' punt in Galaten 2, is het zijn zorg dat we ons bewust zouden zijn dat een verloop van het leven dat zonde niet als gevaarlijk beschouwt, juist het doel van ons leven als gelovigen zou vernietigen.

Paulus is absoluut consequent; hij is niet van mening dat de functie van de wet op enig moment in het leven van iemand "heeft afgedaan". De functie ervan is altijd om iemand langs een veilig pad te leiden naar de bestemming van Gods doel. Als Paulus dus schrijft en het daarbij heeft over de functie van de wet in samenhang met behoud, is zijn benadering altijd algemeen. Iedere wet — zelfs Gods wet — heeft maar een beperkte werking.

Gehoorzaamheid aan Gods wet kan ons niet rechtvaardigen. Dat heeft nooit iemand en zal nooit iemand behouden. Maar aan de andere kant zal iedereen die wordt behouden Gods wetten onderhouden, omdat God in de wet het pad uiteenzet dat Hij ons wil laten gaan om op Zijn Koninkrijk te worden voorbereid. Zo eenvoudig is dat. Het overtreden van Gods wet — het afwijken van het pad dat daarin wordt uiteengezet, te beginnen met Adam en Eva — heeft iedereen in de problemen met God gebracht en heeft het nodig gemaakt dat Christus stierf om de straf te betalen.

Het onderhouden van Gods wet na vergeving te hebben ontvangen verheerlijkt God en geeft Hem het bewijs dat we onze lessen goed hebben geleerd, en dat we met geheel ons wezen ernaar streven ons ervan te weerhouden opnieuw in dezelfde val te lopen.

Er is nog iets anders waar ik op in wil gaan, maar dat is vrij lang en ik heb nog maar vijf minuten over. Maar ik zal u op dit moment twee samenvattende punten geven. Ik heb er in feite drie, maar ik geef u slechts deze twee die in deze preek over Paulus aan de orde zijn gekomen.

Nummer 1: De apostel gebruikte zijn vroegere leven als voorbeeld en patroon van waar we allemaal in zijn vervallen en wat we tot op zekere hoogte allemaal hebben gevolgd, waardoor we een enorme schuld bij God opliepen. In feite worden we daardoor gedood.

Nummer 2: Gehoorzaamheid aan wetten — zelfs Gods wetten — heeft slechts een beperkte uitwerking, omdat het niet de functie van de wet is geestelijk te behouden. De functie van de wet is iemand langs een pad van gedrag te leiden; gerechtigheid, liefde en zonde te definiёren; een standaard bekend te maken.

Het volgende punt heeft van doen met zelfgerechtigheid, maar dat zullen we laten liggen voor een andere keer.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)