Geloof en genezing (Deel 1)

Door John W. Ritenbaugh
1 januari 2005

Samenvatting: (toon)

John Ritenbaugh gebruikt een indringend voorbeeld van enige Oekraïense joden die vooruitkeken en zich grote opofferingen getroostten om aan de komende slachting door de nazi's te ontkomen, waardoor ze zichzelf wisten te redden van een vaststaande vernietiging. De preek richt zich daarna op de gevaren van luiheid en uitstellen, gecombineerd met de gevolgen van de tweede wet der thermodynamica (de neiging van alle fysieke materie om uiteen te vallen). Als wij als christenen nalaten datgene dat aan ons is toevertrouwd (inclusief ons lichaam en onze gezondheid) te bewerken en te bewaren, te verzorgen, te verfraaien en te verbeteren, staan we gelijk aan een verwoester. Het bevechten van de krachten van verval – een continue strijd om te overwinnen die een almachtige God voor ons heeft gepland – vereist voortdurend, levenslang werk en waakzaamheid. We moeten ons nooit laten misleiden dat we "onschuldige slachtoffers" zijn van onze eigen zonden of verwoestende gewoonten. We hebben een tot nadenken stemmende verantwoordelijkheid om onze gezondheidsbehoeften te analyseren en dienen daardoor al lerende ons voortdurend aan te passen en te veranderen in het getrouw onderhouden van de tempel van Gods Geest.


We gaan deze preek beginnen door alweer, evenals in de laatste twee preken, Spreuken 22:3 op te slaan.

Spreuken 22:3 De schrandere ziet het onheil en bergt zich, maar de onverstandigen gaan hun gang en moeten boeten.

Ik zal u een voorbeeld geven van sommige mensen die tijdens de nazi-invasie van de Oekraїne in de tweede wereldoorlog van te voren voor een gevaar waren gewaarschuwd, hun mogelijkheden bekeken en naar mijn mening voorzichtig handelden, ondanks dat ze zich aanzienlijke opofferingen moesten getroosten.

Het Reader's Digest nummer van januari 2005 [de Nederlandse editie van maart 2005] bevat een bijna ongelooflijk verhaal van het overleven van achtendertig slecht toegeruste en ongetrainde Oekraїense joden. Hun leeftijd liep uiteen van een 75-jarige grootmoeder tot een peuter. Zij maakten allemaal een bijna wanhopig avontuur mee dat op enkele weken na een jaar duurde. Dit waren mensen die van te voren een waarschuwing ontvingen over een mogelijke ramp, omdat er nieuws de Oekraїne binnensijpelde van wat de Poolse joden in Warschau tijdens de nazi-invasie van dat land, overkwam

De groep begon blijkbaar niet vanaf het allereerste begin als groep, maar kwam tenslotte op hun vlucht naar het oosten, dieper de Oekraїne in en verder weg van Polen, bij elkaar, waarbij ze soms ternauwernood het vege lijf hadden kunnen redden. De drijvende kracht hierin was één vrij grote familie. Van de anderen waren er ongetwijfeld enkelen die elkaar tevoren kenden, maar uiteindelijk kwamen ze allemaal in één dorp bij elkaar.

Toen het nieuws kwam dat de nazi's de Oekraїne waren binnengetrokken en oostwaarts richting Rusland trokken, bleven ze niet zitten wachten tot de nazi's hen naar een of ander gevangenkamp kwamen wegvoeren. Ze overlegden eerst onder elkaar en daarna zochten ze ook het advies van niet-joodse vrienden uit het dorp. Eén van deze vrienden suggereerde dat ze zich zouden verschuilen in grotten die zo'n 5 kilometer buiten het dorp lagen. Dit waren geen grotten in een bergwand, maar onderaardse grotten die door de eeuwen heen waren ontstaan doordat water kalksteen beneden het grondoppervlak had opgelost. Uiteindelijk werd ontdekt dat de grotten zich zo'n 125 kilometer onder de grond uitstrekten vanaf een opening die ongeveer zo groot was als een open haard in een kuil omringd door tarwevelden.

In het begin van mei 1943, op een kritiek moment dat ze zich erg bedreigd voelden, verzamelden ze zich met op enkele karren hun waardevolle bezittingen, een klein beetje beddengoed, kleding, gereedschappen, kaarsen, petroleum en meel. Ze lieten hun dorp en niet-joodse vrienden achter en gingen de grotten in.

Ze vestigden zich in vier grotten die elk ongeveer 2,5 bij 25 meter waren en die met elkaar verbonden waren door een aantal gangen ter breedte van een menselijk lichaam. Een ondergrondse vijver gevoed door water dat van boven doorsijpelde, voorzag in hun behoefte aan water. De temperatuur in de grotten bedroeg zomer en winter constant zo'n 10 graden Celsius, maar de luchtvochtigheid was erg hoog — zo hoog dat ze zo lang ze daar waren zich nooit droog voelden. Ik kan er nog aan toevoegen dat de bodem van de grotten vaak modderig was en natuurlijk was het altijd donker, behalve als ze kaarsen, waarmee ze zeer zuinig omgingen, aanstaken.

In het allereerste begin van hun verblijf in de grotten gingen de mannen 's nachts naar buiten om bomen om te hakken, die de grot binnen te brengen om er geїmproviseerd meubilair van te maken. Bij enkele sporadische gelegenheden konden ze hun waardevolle bezittingen in het dorp omruilen tegen voedsel, ook konden ze wat voedsel verzamelen door na de oogst van de boeren op hun akkers aardappelen te lezen. Ik kan eraan toevoegen dat er weinig voedsel voor hen was dat ze konden ruilen, omdat er een oorlog gaande was en de Oekraїne tegen deze tijd door de Duitsers was bezet. Die uitstapjes moesten in het uiterste geheim worden gedaan, omdat ze joden waren. Door de verkeerde ogen opgemerkt te worden, betekende een onmiddellijke dood of gevangenschap in een kamp in de stijl van Auschwitz.

Bij één gelegenheid stortten sommige dorpelingen die niet zo vriendelijk waren, omdat ze bang waren dat de joden meer aandacht van de naz's zouden trekken, een lading rotsachtig puin bij de grot in een poging de toegang af te sluiten. Zij slaagden daarin, maar de joden speelden het klaar om in drie dagen graven deze weer te openen.

Wat deden ze zo de gehele dag? Meestal sliepen ze omdat er bijna nooit echt iets te doen was. Er was bijzonder weinig licht, ze konden dus niet lezen en daarnaast hadden ze bitter weinig energie, omdat ze zo weinig te eten hadden.

Hun zelf-opgelegde gevangenschap eindigde in april 1944, enkele weken voordat er een jaar verstreken was, en alleen maar nadat vriendelijke dorpelingen hen hadden geїnformeerd dat de nazi's zich hadden teruggetrokken. Toen ze naar buiten kwamen, hadden ze last van geelzucht en scheurbuik, omdat het hun mager dieet van granen en soep aan veel voedingsmiddelen ontbrak die men normaal tot zich neemt. Ze zaten onder de modder. Hun kleding was aan flarden en ze hadden minstens een derde deel van hun gewicht verloren. Maar ze waren nog in leven! Elk van hen had het overleefd.

Dr. Kenneth Kamler, de schrijver van Surviving the Extremes [Het overleven van de uitersten], gelooft dat de combinatie van stress en zintuiglijke ontberingen die deze gezinnen doorstonden bijna zijn gelijke niet heeft. Hij dacht dat hun ervaring gelijk stond aan een langdurige ruimtevlucht. Geloof het of niet, sommige van hen zijn tot op de huidige dag in leven. Na de oorlog werden ze naar een doorgangskamp gevoerd, ironisch genoeg in Duitsland, vanwaar velen in 1947 naar de Verenigde Staten en Canada emigreerden.

Wat denkt u dat hun overlevingskansen waren geweest als ze handenwringend hun beslissing hadden uitgesteld totdat het nazi-leger was verschenen om hen naar een gevangenis af te voeren? Gemeente, soms vereisen moeilijke omstandigheden zelfs wanhopige maatregelen. Is het het waard, zoals God in dit vers in Spreuken krachtig onder woorden brengt, dat zelfs het doen van heel moeilijke keuzes en opofferingen in de tegenwoordige tijd om op een dag in de toekomst op een betere manier te kunnen leven, gedaan moet worden? Dat is iets dat iedereen moet beslissen op basis van wat hij als juist beschouwt en waard om voor te leven. Zoals Jezus in Mattheüs 9:29 zei: "U geschiede naar uw geloof." Dat betekent dat we zullen handelen in overeenstemming met wat we geloven. Ik geloof dat ik weet wat God denkt dat het juiste is om te doen.

Spreuken 18:9 Hij, die traag is in zijn arbeid, is reeds een broeder van de verderver.

Ik gebruikte dit vers een maand of meer geleden in een preek en zei toen dat ik wat meer tijd wilde besteden aan de praktische toepassing van dit vers. Wat mijn interesse wekte, was de vertaling die in de Amplified Bible wordt gegeven, gecombineerd met een commentaar in de kantlijn van die vertaling. Kijk in uw eigen bijbel en lees daarin mee terwijl ik dit vanuit de Amplified Bible lees.

Spreuken 18:9 [Vertaald naar de Amplified Bible.] Hij, die slordig en traag is in zijn arbeid, is een broeder van hem die de dingen vernielt, en hij die niet probeert zichzelf te genezen, is een broeder van hem die zelfmoord pleegt.

U kunt zien dat zij een zin toevoegden die waarschijnlijk niet voorkomt in de bijbel die u gebruikt. Daarnaast geven ze in de kantlijn het volgende commentaar: "Dit vers staat zo in de Septuaginta (de Griekse vertaling van het Oude Testament). Deze uitspraak richt zich op het probleem of iemand het morele recht heeft zijn lichaam te verwaarlozen door de natuur tijdens ziekte ongehinderd zijn gang te laten gaan."

Ik bekeek dit vers in veel andere bijbels en al vertaalden ze dit vers allemaal in essentie op dezelfde manier als de King James Version, niemand voegde die extra regel toe zoals de Amplified, ook had geen van die vertalingen een opmerking in de kantlijn opgenomen. Niemand weet blijkbaar zeker of de vertalers van de Septuaginta het Hebreeuws getrouw hebben gekopieerd of dat ze een verklaring van de eerste regel hebben toegevoegd om duidelijk te maken wat de eerste regel betekent. Ik geloof dat elke twist hierover zinloos is, omdat de toegevoegde regel de essentie van een heel duidelijk bijbels principe samenvat.

In dit vers zegt Salomo dat iemand die lui is, die traag of onzorgvuldig is in de manier waarop hij de dingen doet, een broeder is van een verspiller of een vernietiger. Het woord "broeder" wordt hier gebruikt om een relatie tot uitdrukking te brengen, maar geen genetische relatie zoals in het hebben van dezelfde ouders, maar als van hetzelfde soort zijn, de dingen op dezelfde manier doen.

Dit vers kijkt naar een lui iemand alsof hij een of ander iets bezit. Of dat nu land is of een paard, een muilezel, een os, een werktuig, een vrachtwagen, of een natuurlijke bekwaamheid, of wat dan ook. Hij is in het bezit van iets, maar hij gebruikt het niet om zoveel voort te brengen als mogelijk zou zijn als hij er zich echt toe zou zetten om dit te gebruiken. In plaats daarvan laat hij toe dat het achteruit gaat of degenereert.

"Verderver" of "vernietiger" is afkomstig van Strongs nummer 7843. Dit woord lijkt erop alsof het als "shachath" moet worden uitgesproken. Het is interessant, omdat dit woord gebruikt wordt om de oorzaak van de degeneratie, verwoesting, verval of bederf aan te duiden of aan te wijzen.

In mijn uitgave van Strongs verklaring van het woord wordt eraan toegevoegd: "Kan iets dat goed is bederven?" Ze geven daarna enig voorbeelden: "Een leeuw kan leven vernietigen." [Daarmee wordt het leven echt bedorven! Maar ziet u, de leeuw is daar de oorzaak van.] "Ongepast gesproken woorden kunnen een relatie, een vriendschap vernietigen." "Een engel, zoals Satan, kan als hij de kans krijgt, bijna alles vernietigen." "Luiheid veroorzaakt verwoesting."

Daarna voegen ze er nog aan toe, dat "de profeet dit woord gebruikt in de betekenis van iets of iemand die iemand anders moreel bederft." We kennen misschien allemaal nog wel de uitdrukking: "Slechte omgang bederft goede zeden."

De conclusie voor dit vers is dus dat de luie, trage of onzorgvuldige persoon datgene wat in zijn bezit komt in de loop der tijd vernietigt; dit is net zo zeker alsof hij het direct aan het begin zou vernietigen, verspillen of bederven. Het is gewoon een zaak van tijd. De vernietiging komt later tot uiting, maar hij vernietigt zeer zeker.

Waarom is een lui iemand lui? We kunnen misschien wel met honderd verschillende redenen aankomen, maar de algemene reden is dat een lui iemand gewoon gelooft dat het beter is als hij niets doet. Hij handelt "naar zijn geloof"; zijn daden, of juist het gebrek aan daden, laat zien wat hij gelooft. Dat laat zien wat er in zijn hart omgaat.

Laten we nu het Nieuwe Testament opslaan.

Romeinen 8:18-20 Want ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden. 19 Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods. 20 Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om (de wil van) Hem, die haar daaraan onderworpen heeft.

Straks zullen we nog wat meer over deze context zeggen. Voor dit moment is het genoeg om te weten dat de wereld waarin we leven aan ijdelheid is onderworpen. IJdelheid betekent "nutteloosheid", of om het nog preciezer te zeggen "verval".

Hebreeën 1:10-12 En: Gij, Here, hebt in den beginne de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn het werk uwer handen; 11 die zullen vergaan, maar Gij blijft; en zij zullen alle als een kleed verslijten, 12 en als een mantel zult Gij ze oprollen, als een kleed zullen zij ook verwisseld worden; maar Gij zijt dezelfde en uw jaren zullen niet ophouden.

De auteur maakt hier onderscheid tussen God en Zijn schepping. Deze verzen bevestigen in algemene zin wat we zojuist in Romeinen 8:18-20 lazen. De verzen 10, 11 en 12 zijn gewoon een voorbeeld van de actie van de tweede wet der thermodynamica. Het kan zijn dat we het niet leuk vinden, maar God bouwde verval en achteruitgang in in Zijn schepping, en wij moeten ermee omgaan. Dat is iets dat velen van ons niet leuk vinden. We moeten ermee omgaan. We kunnen er niet omheen.

De tweede wet der thermodynamica doet de dingen meedogenloos uiteenvallen, en daarom moet deze schepping worden onderhouden. Dat heeft veel vandoen met luiheid. Het doet er niet toe of het de grond is die voedsel voortbrengt, de mineralen uit de aarde, producten die met behulp van deze mineralen zijn gemaakt, of zelfs relaties, alles is aan verval onderhevig. Alles vervalt tot een minder bruikbaar, minder mooi, minder productief iets en tot iets dat minder goed is georganiseerd, tenzij alles wordt onderhouden. Dit is een constante factor in alles van deze fysieke schepping.

Momenteel zijn in de Verenigde Staten de economie, de moraliteit en praktisch alles dat belangrijk is voor het sociale leven, in een staat van verval. Hoe stellen wij ons op? Gaan we mee in het verval van de wereld? Dit is belangrijk voor onze toekomst en we kunnen niet lui zijn in de manier waarop we het leven benaderen.

We gaan nu kijken naar de toepassing van Spreuken 18:9 en wat het in enkele algemene, maar belangrijke situaties waar iedere christen mee te maken heeft, betekent. De essentie van de wijsheid van dit vers is dat God verwacht — Hij verlangt dat van ons — dat wij doen wat we kunnen om te slagen. Als we dat niet doen dan brengen we vanaf het allereerste begin een mislukking voort en zijn we in feite een vernietiger. Wilt u worden ingedeeld bij de verwoesters der aarde, bij de verwoesters van Gods schepping? Ik wil dat zeker niet!

Laten we nu naar het begin van het boek gaan.

Genesis 1:27-28 En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen. 28 En God zegende hen en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar, heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt.

Genesis 2:15 En de HERE God nam de mens en plaatste hem in de hof van Eden om die te bewerken en te bewaren.

Het principe dat het onderwerp van deze preek is, valt onder de eerste dingen die God noemt als Hij in de persoon van onze ouders, Adam en Eva, de gehele mensheid instrueert. Het woord "vervult" heeft als algemene betekenis "vullen" — vullen van wat nu leeg is. De aarde was voor hen leeg en het werd hun verantwoordelijkheid deze te vullen. Om hem te vullen, moest er worden gewerkt.

Ik wil dat u ziet wat God vanaf het allereerste begin voor de mens vaststelde. God schiep de mens om een werker te zijn, om te scheppen op basis van wat God hem ter beschikking had gesteld of hem in bezit had gegeven. Denk aan Spreuken 18:9. De spreuk heeft het over een lui iemand alsof hij iets in bezit heeft, en hier is het alsof God zegt: "Hier is iets dat Ik je als eigendom in bezit heb gegeven. Laat Me eens zien wat je ermee doet." Hij liet ons niet met een min of meer richtingloos gebod zitten. Hij versterkte Genesis 1:27 in Genesis 2:15 met "bewerken en bewaren". "Bewerken en bewaren" laat de algemene richting zien waarin Hij de mens wil zien gaan met de dingen die God de mensheid in bezit had gegeven.

"Bewerken" zoals het hier wordt gebruikt, betekent "werken in dienst van". Dat is ongelooflijk om aan te denken! God plaatste hen in de hof en Hij zegt: "Werk in dienst van deze hof!" Breidt dit wat uit tot een praktischer toepassing en dan valt er ook onder het opbouwen, het op een hoger plan brengen van de hof, deze cultiveren en verfraaien. Het is alsof God zegt: "Maak deze plaats nog bruikbaarder en nog mooier."

Het woord "cultiveren" is een synoniem van dit Hebreeuwse woord dat in het bijzonder interessant is, omdat cultiveren betekent: "ontwikkelen, verbeteren, verrijken, versterken, op een hoger plan brengen". Ziet u waar we terecht komen? God schiep de mens naar Zijn beeld en Hij deed dat opdat wij zouden werken.

Het woord "bewaren" betekent letterlijk "omheinen". Het betekent in principe "tegen achteruitgang beschermen". De mens moet rechtmatig binnen deze algemene parameters werken. Er is niets onduidelijks aan deze instructies en er is werk nodig om ze uit te voeren, of dat nu het bouwen van iets nieuws is, of iets dat reeds gebouwd of gegeven is tegen achteruitgang te beschermen.

Nu we weten dat de tweede wet der thermodynamica ons tegenwerkt, is het bijna alsof de mens altijd tegen de stroom moet oproeien. Er is een constante kracht waar hij tegen moet werken. En, gemeente, dit is goed. God deed dit ten voordele van ons, zodat we voorbereid kunnen worden op Zijn Koninkrijk, indien we zullen worden zoals Hij is. We zullen hier later nog op terugkomen.

We gaan een bezit bekijken dat iedereen heeft: leven. We zouden dit nog iets kunnen inperken door het woord "gezondheid" te gebruiken. In het licht van de combinatie van de verzen "bewerken en bewaren" en "vervullen", enzovoort, zien we dat iedereen de verantwoordelijkheid jegens God (aangezien God de gever van het leven is, ieders leven) heeft om dit bezit te bewerken en te bewaren, te cultiveren of te verbeteren en te beschermen. Dat bezit is het leven dat ons gegeven is.

We moeten het zeer zeker niet als vanzelfsprekend aannemen, maar eraan werken om de huidige toestand op te bouwen of te verbeteren tot iets beters. We moeten daarbij niet lui zijn, onzorgvuldig of onverantwoordelijk, opdat we niet gerekend zullen worden tot hen die vernietigen wat hun gegeven is. Ik denk dat heel gemakkelijk de conclusie kan worden getrokken dat iemand die weinig of geen zorg aan zijn gezondheid besteedt, zijn leven vernietigt en dus pleegt hij langzaamaan zelfmoord.

Er zijn werkelijkheden waarmee we moeten omgaan en dat is dat er altijd grenzen zullen zijn aan wat elk van ons kan doen wegens onwetendheid, genetische aanleg, financiёle middelen, leeftijd en dergelijke. Iedereen is niet hetzelfde. Iedereen heeft niet dezelfde talenten. Iedereen is niet op een overeenkomstig moment in het leven geroepen, maar ik geloof dat God ons heel duidelijk in de bijbel laat zien, in het bijzonder in het Nieuwe Testament, dat Hij allen eerlijk en in liefde oordeelt, waarbij Hij al deze factoren in beschouwing neemt.

Maar zien we het algemene principe van wat God van ons eist? Van de gehele mensheid wordt verlangd — ze wordt zelfs bevolen — dat ze verantwoordelijke bouwers, scheppers en onderhouders van leven en gezondheid zijn, en geen vernietigers ervan. Al is dit principe iets dat van de gehele mensheid wordt verlangd, christenen dragen een speciale verantwoordelijkheid. Deze komt nog bovenop het algemene principe dat God van ons verlangt.

Laten we 1 Corinthiёrs 6 opslaan en naar een verantwoordelijkheid kijken die ons is opgelegd alleen maar omdat we zonen van God zijn. Paulus zegt:

1 Corinthiërs 6:19-20 Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u woont, die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt? 20 Want gij zijt gekocht en betaald. Verheerlijkt dan God met uw lichaam. [Statenvertaling voegt toe: en in uw geest, welke Godes zijn]

Deze context begint in feite al in vers 9.

1 Corinthiërs 6:9-10 Of weet gij niet, dat onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet beёrven zullen? 10 Dwaalt niet! Hoereerders, afgodendienaars, overspelers, schandjongens, knapenschenders, dieven, geldgierigen, dronkaards, lasteraars of oplichters zullen het Koninkrijk Gods niet beёrven.

Dit bepaalt het onderwerp waar Paulus het in de rest van deze context over heeft. Het algemene onderwerp is een moreel onderwerp en het gaat over wie in het Koninkrijk zal zijn en wie niet in het Koninkrijk zal zijn. Aan het einde van deze context wordt het duidelijk dat het onderwerp van deze preek een morele verantwoordelijkheid is. Het is heel duidelijk dat zij die (door zonde) vernietigen, niet in het Koninkrijk van God zullen zijn, of dat nu komt door onzorgvuldigheid, moedwillig handelen, ongeїnteresseerdheid of pure luiheid. Paulus herinnert hen in vers 13 eraan, en daarom ook ons, dat onze lichamen door God niet gemaakt zijn voor immoreel handelen. Laten we dat lezen.

1 Corinthiërs 6:13 Het voedsel is voor de maag en de maag voor het voedsel, en God zal zowel het een als het ander teniet doen. Maar het lichaam is niet voor de hoererij, doch voor de Here, en de Here voor het lichaam.

Dit wordt nog interessanter. Paulus zegt:

1 Corinthiërs 6:15 Weet gij niet, dat uw lichamen leden van Christus zijn? Zal ik dan leden van Christus wegnemen om er leden ener hoer van te maken? Volstrekt niet!

Als Paulus zegt: "Weet gij niet?", impliceert hij dat ze dat zouden moeten weten. In dit geval zouden ze moeten weten dat elke individuele christen een lid is van Gods eigen geestelijke lichaam, en dat we ons niet met immoreel handelen moeten bezighouden. Dan stelt hij in vers 16 dezelfde vraag.

1 Corinthiërs 6:16 Of weet gij niet, dat wie zich aan een hoer hecht, één lichaam (met haar) is? Want, zegt Hij, die twee zullen tot één vlees zijn.

Paulus geeft alweer de sterke indruk dat hij van hen verwachtte dat ze begrepen dat seksuele immoraliteit deze zeer droevige consequentie heeft. Hij zinspeelt erop dat naast de gevolgen voor iemands relatie met God de droeve consequentie, de psychologische consequenties die eraan verbonden zijn, zullen zorgen dat het gezinsleven wordt vernietigd. Er is alweer een element, een mate van verrassing dat zij hier niet aan hadden gedacht. In vers 19 begint hij weer met dezelfde vraag: "Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest?" en daarna gaat hij verder in vers 20 met te zeggen dat we God zowel in ons lichaam als in onze geest moeten verheerlijken.

We moeten allemaal deze vraag stellen: "Wordt God in mijn lichaam verheerlijkt en ook in mijn handelingen? Als dat niet zo is, waarom dan niet? En als dat niet zo is, wat doe ik er momenteel dan aan om dat te veranderen, of ga ik besluiten daar verandering in aan te brengen?" Hier zijn we op 1 januari 2005 — een tijd om beslissingen te nemen (in ieder geval voor de wereld). Het is gewoon een samenloop van omstandigheden dat ik deze preek vandaag geef.

Waarom is dit belangrijk? Omdat Paulus binnen deze context een principe vanuit het Oude Testament heeft benadrukt, of opnieuw benadrukt, dat wat we in ons lichaam doen, evenals wat we aan ons lichaam doen, een samenhang heeft met moreel of immoreel handelen. Bedenk dat Jezus door de joden uit Zijn dagen een dronkaard en een gulzigaard werd genoemd. Allebei deze activiteiten zijn in het Hebreeuws figuurlijke uitdrukkingen van immoreel gedrag. Het Hebreeuwse woord voor gulzigheid [vraatzucht] is Strongs nummer 2151 en de wet zegt daar figuurlijk van "in moreel opzicht los van zeden zijn, een doorbrenger zijn". Vatte u dat? In het Hebreeuws betekent gulzig zijn in moreel opzicht los van zeden zijn. Op twee plaatsen in het Oude Testament wordt dit woord, dat met doorbrenger wordt vertaald, ook vertaald met "veracht".

We hebben het hier over één van de meer specifieke en persoonlijke vereisten die elk van ons heeft om te "bewerken en te bewaren", en God houdt ons hiervoor verantwoordelijk jegens Hemzelf. Hij heeft ons het bezit van leven gegeven en wat doen we daarmee?

Gemeente, ik begrijp dat het bevechten van de krachten van verval en achteruitgang een voortdurende strijd is. God weet dat veel beter dan ik en zoals ik al eerder zei, Hij oordeelt ons eerlijk en in liefde. Wat ik probeer over te brengen is dat we dit niet zomaar als geheel niet van belang terzijde kunnen schuiven, omdat God zoveel leert over ons in hoe we met verval omgaan. We kunnen onze aandacht hieraan niet gewoon laten voorbijgaan, omdat het een moreel punt is. Met andere woorden het heeft betrekking op zonde. Hoe zorgen we voor één van de kostbaarste bezittingen die God een menselijk wezen kan geven: leven en de gelegenheid te worden als Hij? Alles dat met deze gelegenheid 'te worden als Hij' samengaat, draait erom of we het leven eerst als gave, als bezit ontvangen.

Laten we weer naar het begin gaan. Laten we Genesis 3:17-19 opslaan. Als u erover wilt denken hoe belangrijk dit is, denk dan opnieuw aan wat Paulus in Romeinen 8:20 zei. De schepping werd hieraan onderworpen en zo wordt de schepping hier enkele ogenblikken gepersonifieerd, en het was niet vrijwillig. Met andere woorden het is alsof de schepping tegen God zegt: "Nee! Doe dit niet!" Maar God is soeverein en Hij deed het toch. Waarom? Hij zegt ons dat in hetzelfde vers: "Omwille van de hoop!" God gaat hieruit iets tot stand brengen dat veel beter is dan wanneer de schepping niet aan de vruchteloosheid en verval onderworpen zou zijn. Hij gaf ons iets om te allen tijde tegen te vechten en dat brengt goede dingen voort voor Zijn Koninkrijk, als we de les willen leren en onszelf eraan willen overgeven.

Genesis 3:17-19 En tot de mens zeide Hij: Omdat gij naar uw vrouw hebt geluisterd en van de boom gegeten, waarvan Ik u geboden had: Gij zult daarvan niet eten, is de aardbodem om uwentwil vervloekt; al zwoegende zult gij daarvan eten zolang gij leeft, 18 en doornen en distelen zal hij u voortbrengen, en gij zult het gewas des velds eten; 19 in het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt; want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren.

Adam en Eva zondigden en als reactie sprak God een vloek uit. Het lijkt erop dat dit het moment was waarop God de aarde aan de vruchteloosheid onderwierp en het verval begon. In dit opzicht handelden Adam en Eva niet slechter dan enig ander mens die ooit heeft geleefd, maar hun zonden waren toch anders dan de onze in de zin dat wij de onschuldige slachtoffers zijn van hun zonde, en God verlangt dat wij met de gevolgen daarvan omgaan.

Op dezelfde manier zijn we ook de onschuldige slachtoffers van de zonden van onze onmiddellijke voorouders en wat zij in genetisch opzicht, psychologisch, financieel aan ons doorgaven, en ook de toestand waarin de wereld verkeert. We hebben daarmee om te gaan. We kunnen de onschuldige slachtoffers worden van de zonden van andere mensen naast die van onze eigen voorouders. Maar hier gaat nog een andere factor een rol meespelen.

Ten tijde van Gods roeping tot bekering zijn we de slachtoffers van onze eigen zonden. In dit geval zijn we echter geen onschuldige slachtoffers. Dat is hier een groot verschil. In de andere gevallen zondigden andere mensen, wij raakten daarin verstrikt en moesten ermee omgaan, maar in het geval van onze eigen zonden zijn wij verantwoordelijk.

We gaan weer naar het Nieuwe Testament en gaan kijken naar een uitleg van iets.

Romeinen 2:10-16 maar heerlijkheid, eer en vrede over ieder, die het goede werkt, eerst de Jood en ook de Griek. 11 Want er is geen aanzien des persoons bij God. 12 Want allen, die zonder wet [of buiten de wet om] gezondigd hebben, zullen ook zonder wet [of buiten de wet om] verloren gaan; en allen, die onder de wet gezondigd hebben, zullen door de wet geoordeeld worden; 13 want niet de hoorders der wet zijn rechtvaardig bij God, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden. 14 Wanneer toch heidenen, die de wet niet hebben, van nature doen wat de wet gebiedt, dan zijn dezen, ofschoon zonder wet, zichzelf tot wet; 15 immers, zij tonen, dat het werk der wet in hun harten geschreven is, terwijl hun geweten medegetuigt en hun gedachten elkander onderling aanklagen of ook verontschuldigen, 16 ten dage, dat God het in de mensen verborgene oordeelt volgens mijn evangelie, door Christus Jezus.

Ik ga hier niet door elk vers heen, maar geef u slechts een Reader's Digest versie van wat Paulus zei. Hij zegt dat, omdat God onpartijdig is — Hij doet niet aan aanzien des persoons — Hij op basis van hun werken kan oordelen over zowel de onbekeerde joden die de beschikking over de wet hadden, als over de onbekeerde heidenen die de wet niet kennen. Vers 11: "Want er is geen aanzien des persoons bij God." En dan noemt hij in vers 13 "werken" [daders der wet].

Waarom zijn werken belangrijk?

Openbaring 20:12 En ik zag de doden, de groten en de kleinen, staande voor de troon, en er werden boeken geopend. En nog een ander boek werd geopend, het (boek) des levens; en de doden werden geoordeeld op grond van hetgeen in de boeken geschreven stond, naar hun werken.

Dit maakt het heel duidelijk dat iedereen — jood of Griek, bekeerd of onbekeerd — naar zijn werken geoordeeld zal worden.

Openbaring 20:13 En de zee gaf de doden, die in haar waren, en de dood en het dodenrijk gaven de doden, die in hen waren, en zij werden geoordeeld, een ieder naar zijn werken.

Iedereen wordt naar zijn werken geoordeeld en zal een beloning of een vloek ontvangen. Maar de vraag die nog steeds beantwoord moet worden is, waarom wordt iedereen naar zijn werken beoordeeld? Jood of Griek, bekeerd of onbekeerd, ieder zal naar zijn werken geoordeeld worden.

Laten we Mattheüs 15 opslaan:

Mattheüs 15:19-20 Want uit het hart komen boze overleggingen, moord, echtbreuk, hoererij, diefstal, leugenachtige getuigenissen, godslasteringen. 20 Dat zijn de dingen, die een mens onrein maken, maar het eten met ongewassen handen maakt een mens niet onrein.

Zonde woont in het hart, maar wat aan de buitenkant wordt gedaan is datgene wat reeds in het hart is. Hier komt het antwoord op de vraag waarom ieder naar zijn werken geoordeeld zal worden. Dat is omdat werken de ware conditie van het hart laten zien. Met andere woorden iemands werken kunnen niet worden weerlegd. "Hij deed het!"

Er is geen twijfel aan dat de joden een harder oordeel zullen ontvangen omdat ze in het bezit van de wet zijn; daarom wordt er meer van hen verlangd. Maar zelfs de onbekeerden — de heidenen die formeel niet in het bezit van de wet zijn — worden niet verontschuldigd, omdat God in ieder mens een geweten heeft gemaakt op basis van een raamwerk van goed en kwaad. Zelfs al zijn ze formeel niet in het bezit van de wet, toch zal dat geweten dat God hun heeft gegeven en dat ze niet volgden, hen veroordelen omdat hun werken der zonde hen veroordelen. God verlangt niet evenveel van hen, maar toch zondigen ze.

Begrijpt u wat ik zeg? God kan iedereen schuldig achten; daarom is niemand van ons een volledig onschuldig slachtoffer van zijn eigen zonden en wat we Hem hebben aangedaan. Niemand van ons kan dus voor Hem verschijnen en pleiten dat we volledig onschuldig waren. Daarom moeten we allemaal gerechtvaardigd worden door het bloed van Jezus Christus. Dit is het punt waar we niet onderuit kunnen. Wat doen we? Hoe reageren we als we bekend raken met onze verantwoordelijkheid jegens God nu we bekeerd zijn? Onze gezondheid is in dit opzicht een hoofdgebied, omdat het een rechtstreekse, persoonlijke verantwoordelijkheid van "bewerken en bewaren" is. Die verantwoordelijkheid ligt er en we kunnen die niet ontwijken. God verlangt dat we ons eigen lichaam "bewerken en bewaren".

Heeft u er ooit aan gedacht dat de hof van Eden in heel algemene zin het Koninkrijk van God vertegenwoordigde? Dat doet het inderdaad. Volgens Colossenzen 1:13 zijn we na onze bekering overgebracht in het Koninkrijk van God en God heeft ons in feite hetzelfde gezegd als wat Hij Adam en Eva zei: "Nu Ik u heb geroepen en nu u toegang tot Mij hebt, zijn de muren rondom de hof van Eden afgebroken om u toegang te verlenen. U bent in de hof. U bent in Mijn aanwezigheid. Bewerk hem en bewaar hem nu."

In de Dictionary of Biblical Imagery lezen we op pagina 315: "Door de gehele bijbel heen fungeert de hof, als een goed bewaterd gebied apart gezet voor de intensieve verbouw van planten, als een beeld van zowel een natuurlijk als geheiligd gebied. En naast de hemel is het bij uitstek het beeld van het menselijk verlangen."

Gemeente, hoeveel mensen zijn er in Gods nabijheid uitgenodigd? Figuurlijk, metaforisch zijn we bij Hem in de hof! Wij, gemeente, moeten worden gecultiveerd, bewerkt en bewaard.

Op pagina 316 lezen we: "Ook al is de hof van Eden een beeld van goddelijke voorzienigheid, paradoxaal is het ook een plaats van menselijke arbeid. Tuinen dienen te worden bewerkt. Genesis 2 zegt ons dat God de zojuist geschapen Adam in de hof bracht om deze te bebouwen [te cultiveren] en te bewaren. Dit aspect wordt toegevoegd aan zijn status als beeld van de natuur en ontspanning. Daarom is de hof ook een beeld van menselijke ijver, werk en streven. De hof is een plaats die voor de mensheid is voorbereid, maar ook een plaats die een voortdurend menselijk onderhoud vergt." Dat is schitterend gezegd!

De volgende vraag is voor ons heel belangrijk: Nu we in de hof zijn toegelaten, in Gods nabijheid, kiezen we er dan voor ons te onderwerpen aan de principes en de wetten van Zijn manier van leven en in overeenstemming met deze te leven? Gaan we ernaar streven om eraan te werken uit Babylon te komen, of gaan we verder op de weg van zonde en dood om eruit te worden gegooid? Kiezen we ervoor van de boom des levens te eten, of blijven we eten van de boom des doods, zoals we vóór onze bekering steeds deden?

Laten we Deuteronomium 30 opslaan, een aantal zeer bekende schriftgedeelten om deze vanuit dit licht te bekijken.

Deuteronomium 30:15 Zie, ik houd u heden het leven en het goede voor, maar ook de dood en het kwade:

Voor we in Zijn nabijheid werden uitgenodigd en voor we in de tuin waar Hij rondloopt, als het ware werden toegelaten, hadden we geen keus. Nu weten we wat we moeten kiezen. Doen we ons voordeel daarmee?

Deuteronomium 30:16-19 doordat ik u heden gebied de HERE, uw God, lief te hebben door in zijn wegen te wandelen en zijn geboden, inzettingen en verordeningen te onderhouden, opdat gij leeft en talrijk wordt en de HERE, uw God, u zegene in het land, dat gij in bezit gaat nemen. 17 Maar indien uw hart zich afwendt en gij niet luistert doch u laat verleiden en u voor andere goden nederbuigt en hen dient, 18 dan verkondig ik u heden, dat gij zeker te gronde zult gaan [Dan volgt er verwoesting.]; niet lang zult gij leven in het land, dat gij na het overtrekken van de Jordaan in bezit gaat nemen. 19 Ik neem heden de hemel en de aarde tegen u tot getuigen; het leven en de dood stel ik u voor, de zegen en de vloek; kies dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw nageslacht.

Het belangrijkste voorbeeld voor deze specifieke preek is iemands gezondheid. Ik koos dit punt omdat het zo persoonlijk is en zo specifiek en zo gemakkelijk gezien kan worden, omdat we er elke dag mee te maken hebben. Na onze bekering is het zorgen voor en werken aan de verbetering van onze gezondheid in het algemeen één van de meest algemene en meest fundamentele van alle door God gegeven verantwoordelijkheden in deze wereld, waarin alles voortdurend vervalt.

Hoe weten we wat juist is, omdat er over veel dingen betreffende gezondheid heel wat verwarring heerst en heel wat tegenstellingen zijn. Daarnaast wordt het probleem nog moeilijker, omdat ook al zijn we naar een soortgelijk ontwerp gebouwd, er toch van persoon tot persoon subtiele verschillen bestaan. Deze zoektocht is niet gemakkelijk en is tijdrovend; maar toch moeten we ijverig en geduldig zijn. Voor beginnelingen zij opgemerkt dat er heel wat principes in de bijbel staan die, als we ze opvolgen, ons in sterke mate zullen helpen.

Het gevolg van deze werkelijkheid dat God van ons verlangt onszelf op te bouwen, is dat iedereen moet studeren om te ontdekken wat voor hem het beste uitwerkt. Een eenvoudig voorbeeld is dat ik bijna alles kan eten zonder er op te reageren. Evelyn echter is heel gevoelig voor veel voedsel waarop ze reageert. Als ze het eet kan ze in sterke mate prikkelingen krijgen, of vlekken, of een misselijk gevoel in de maag. Precies hetzelfde voedsel doet mij niets.

Als iemand aan diabetes lijdt of een lage bloedsuikerspiegel heeft, is het iets waar zo iemand mee om moet gaan. Iedereen moet onderzoeken welke handelingen zijn conditie aantasten en deze daarna niet opnieuw uitvoeren. Dit is niet gemakkelijk, omdat we aan onze gewoonten, onze voorkeuren, zijn verslaafd, maar onze gewoonten en onze voorkeuren zouden ons kunnen vernietigen.

Daniël 12:4 Maar gij, Daniël, houd de woorden verborgen, en verzegel het boek tot de eindtijd; velen zullen onderzoek doen, en de kennis zal vermeerderen.

Deze vermeerdering van kennis slaat ook op kennis over hoe ons lichaam werkt. De mens heeft heel wat geleerd, in het bijzonder in de laatste vijftig jaar. Op basis van onze eigen persoonlijke ervaringen in het dagelijks leven, plus elke dag in de krant, in tijdschriften, op televisie, op de radio, worden we met dingen betreffende gezondheidspunten geconfronteerd. Maar er is een deugd, een kwaliteit, die we moeten gebruiken.

2 Corinthiërs 5:7 want wij wandelen in geloof, niet in aanschouwen

Dit punt van geloof is belangrijk voor dit principe en deze verantwoordelijkheid waarover ik het heb. Ik besef dat het heel moeilijk is om de beschikbare informatie over dit onderwerp van gezondheid te sorteren, en ik waarschuw u dat dit in zekere zin een schijnbaar eindeloze zoektocht zal zijn, omdat de mens meer en meer blijft leren en publiceren. Heel vaak wordt de waarheid van gisteren de leugen van morgen. Dit is zo omdat verder onderzoek nog meer aan het licht brengt, waardoor oude informatie van geen betekenis meer is en nieuwe informatie wordt ingeleid.

Nog een eenvoudig voorbeeld is, dat er een tijd was, zo'n 20 tot 30 jaar geleden, dat men zei dat we geen eieren moesten eten. Ze zeiden dat eieren dodelijk waren, dat ze de bloedvaten zouden verstoppen en dat je zou doodgaan als je eieren at. Sommige mensen hadden voldoende verstand om door te gaan met onderzoek en ze ontdekten dat eieren helemaal niet vernietigend waren voor je gezondheid, tenzij je er te veel van at. Eieren bevatten precies die dingen die alles in balans houden, zodat ze je bloedvaten niet verstoppen. Nu zeggen ze je wel eieren te eten, dat ze goed voor je zijn. Dat is wat ik bedoel.

Ik heb het over iets dat heel wat inspanning en studie vergt, onderzoek, dingen uitproberen, enzovoort, en beseffen dat niet alles dat we tegenkomen waar zal zijn, maar alles zal ook niet onwaar zijn. God verlangt dat we deze dingen onderzoeken en in praktijk gaan brengen wat ons zal helpen een goede gezondheid in stand te houden. Al doende kunnen we altijd een en ander wat aanpassen, maar we moeten wel geloof hebben — geen geloof in wat mensen zeggen, maar het geloof dat we voldoen aan wat God van ons verlangt. Dus blijf uzelf aansporen tot volmaaktheid op dit gebied, maar besef daarbij dat we dat nooit zullen bereiken.

Dit proces vereist heel wat eerlijke analyse, zelfonderzoek, vasthoudendheid en discipline. Maar wees geduldig. Sta uzelf niet toe ontmoedigd te geraken omdat u in het begin weinig of geen verbetering ziet. Het kan zijn dat we in het veranderen om de dingen op de juiste manier te doen heel wat jaren van de dingen verkeerd doen moeten terugdraaien. En het kost enige tijd voordat het lichaam aan deze veranderingen gevolg zal geven.

Evelyn en ik ondervonden dit met onze kinderen toen we in 1960 grote veranderingen in ons dieet begonnen aan te brengen. Het eerste jaar waren we voortdurend ziek, ondanks veel beter voedsel dan we voor die tijd ooit aten. Onze lichamen konden met dat goede voedsel niet uit de voeten, maar we bleven doorgaan en de dingen begonnen te veranderen en onze gezondheid verbeterde. Dus verandering of verbetering kan wat tijd nodig hebben. Het belangrijkste daarbij in die tijd is voor ons dat we bij geloof leven. Betrek God in dit project. Laat Hem zien dat u vastbesloten bent "te bewerken en te bewaren", en laat in uw werken zien dat u geloof hecht aan de principes die in Gods woord zijn vastgesteld. Er is in de bijbel heel wat over gezondheid te vinden.

In het geval van deze preek is ons geloof dat dit principe van zorgen voor ons lichaam en daar ijverig in te zijn, inderdaad is wat God van ons verlangt.

Laten we nu nog eens Romeinen 8 opslaan.

Romeinen 8:18-20 Want ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden. 19 Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods. [Waarom? Omdat de schepping vrijgemaakt zal worden van haar onderworpenheid aan verval en vruchteloosheid.] 20 Want de schepping is aan de vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om (de wil van) Hem, die haar daaraan onderworpen heeft.

Dat heeft iets vandoen met onze groei en met ons overwinnen, met ons voorbereid worden op het Koninkrijk van God. Dat is Gods hoop, dat dit werken tegen verval ons echt zal helpen om heel wat meer te groeien dan anders het geval zou zijn.

Romeinen 8:21-25 in hope echter, omdat ook de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods. 22 Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is. 23 En niet alleen zij, maar ook wij zelf, [wij,] die de Geest als eerste gave ontvangen hebben, zuchten bij onszelf in de verwachting van het zoonschap: de verlossing van ons lichaam. 24 Want in die hoop zijn wij behouden. Maar hoop, die gezien wordt, is geen hoop, want hoe zal men hopen op hetgeen men ziet? [Daarom hebben we geloof nodig. We kunnen hoop hebben, maar we hebben geloof nodig om door te blijven gaan.] 25 Indien wij echter hopen op hetgeen wij niet zien, verwachten wij het met volharding.

Het onderwerp van deze preek is geen onbelangrijke verantwoordelijkheid. Dus of we een onmiddellijk resultaat zien is op lange termijn minder belangrijk dan dat we ons onderwerpen aan de principes die in Zijn woord zijn vastgelegd. We moeten begrijpen dat God het meest geїnteresseerd is in, of we de processen die succes voortbrengen leren en toepassen. Gemeente, dat is het punt waar het om draait. Luiheid brengt vernietiging voort. Werken in de juiste richting brengt succes voort, en de juiste richting wordt in Gods woord aangegeven.

Het proces waar God in geїnteresseerd is, is het proces om uit de zonde komen, om in alle aspecten van het leven heilig te worden, om het op de verkeerde manier doen van de dingen te veranderen in deze op de juiste manier te doen. Dit is het proces dat ons op het Koninkrijk van God voorbereidt.

Gemeente, zorgen voor ons lichaam is iets waar we elke dag de gehele dag mee te maken hebben. Er is met betrekking tot ons leven altijd wel iets te doen in samenhang met Gods Koninkrijk. Daarom is het zo belangrijk. Dat punt is altijd aanwezig. Als we de principes van de waarheid die God ons openbaart, volgen, ja deze leven, of dat nu in geestelijke of materiёle dingen is, is iets waarvan we een bewijs moeten geven. God moet door onze werken worden overtuigd dat we nooit van de weg om de dingen op de juiste manier te doen, zullen afwijken.

Gemeente, het zou niet nodig moeten zijn dat ik u ervan overtuig, dat de mensheid de dingen zo lang op de verkeerde manier heeft gedaan, dat feitelijk alles in zo'n chaotische toestand verkeert, dat het niet meer recht kan worden gedraaid. Het gehele systeem moet worden gesloopt en het proces moet helemaal opnieuw beginnen. Maar de volgende keer (en daar komt Romeinen 8 in beeld) zal deze aarde door de zonen van God worden bewerkt en bewaard, de zonen die dan over de vrijheid van de kinderen van God zullen beschikken die reeds door hun werken, toen ze nog mensen van vlees en bloed waren, hebben bewezen dat ze de dingen op de juiste manier zullen doen. Zij zullen voorbereid zijn om te doen wat er gedaan moet worden, en er zal heel wat gedaan moeten worden.

De gehele wereld zal in puin liggen en zal opnieuw moeten worden opgebouwd tot een plaats van vrede en schoonheid. Op dit moment is er niets dichterbij dat in orde moet worden gebracht dan wijzelf. We moeten aan de slag om met ijver onszelf te gaan "bewerken en bewaren".


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)