Doen leerstellingen er werkelijk toe? (Deel 12)

Door John W. Ritenbaugh
14 augustus 2004

Samenvatting: (toon)

John Ritenbaugh onderzoekt het binnendringen van het gnosticisme in de vroeg-apostolische kerk (indringers die de "slavernij aan Yahweh, Zijn wet en de joodse sabbat" fel belasterden en deze vervingen door 'verlichte' Griekse filosofie – de onsterfelijkheid der ziel, eeuwige zekerheid, onweerstaanbare genade en predestinatie), waarbij hij de ontwikkeling ervan binnen de grote christelijke kerken naspoort. Een vroege bron van gnostisch denken in het vroege christendom was Augustinus. Deze was oorspronkelijk doordrenkt met de manichese religie, later bracht hij het gnostisch denken in de Katholieke Kerk. De protestantse hervormers Luther en Calvijn, beiden zwaar beïnvloed door Augustinus, onderwezen de leerstellingen van eeuwige zekerheid, onweerstaanbare genade en predestinatie. Moderne, evangelische leiders, die deze gnostische traditie blijven volgen, verbreiden de leer van "eenmaal behouden, altijd behouden" en "onvoorwaardelijke liefde", waarbij ze de meest afschuwelijke zonden toestaan en toestaan dat 'Christus' bloed' een vrijbrief geeft tot dit wetteloze gedrag.


De brieven die Johannes, Judas, Petrus en Paulus in de eerste eeuw schreven, na Christus' dood en opstanding, waren heel duidelijk gericht tegen sommigen die — zoals Judas opmerkt — "ongemerkt" de kerk waren binnengekomen. Dat betekent dat ze schijnbaar bekeerd de kerk binnenkwamen. Alleen later werd het echter duidelijk dat ze geloofsopvattingen hadden — en daardoor ook veel ernstiger praktijken — die duidelijk afwijkend waren van wat de bijbel onderwijst. Vanuit mijn standpunt bekeken lijkt het erop dat de vijand hen opzettelijk binnen de gemeente plaatste, net zoals Jezus in Mattheüs 13 onderwees in de gelijkenis over de tarwe en het onkruid.

Deze indringers zijn door de wetenschap gnostici genoemd, hetgeen weten of wij weten betekent. Dit vanwege hun neiging te denken, te leren en te handelen alsof zij het beter wisten dan Jezus en de apostelen. Zij beweerden dat hun speciaal persoonlijk en individueel begrip was geopenbaard dat op een hoger niveau stond dan wat er door Christus en de apostelen in de bijbel was gegeven.

Op dit hogere niveau geloofden ze dat ze daardoor één stap boven de normale echt bekeerde leden waren gesteld, op wie ze neerkeken als mensen die in slavernij verkeerden — slavernij aan Yahweh, de Hebreeuwse religie, het Oude Testament en zijn wetten, en naar het schijnt in het bijzonder de sabbat. De werkelijkheid was echter dat hun besluiten grotendeels waren gebaseerd op de Griekse filosofie en op een warrige manier waren aangepast aan de waarheden van de bijbel. Hun ideeёn kwamen voort uit de wereld. Ze waren door Satan en zijn hordes demonen geїnspireerd. Ze vormden een beslissende factor binnen de kerk van de eerste eeuw en voorzagen de apostelen — door hun ervaringen met hen binnen de kerk — van heel veel van het materiaal dat we in hun brieven lezen.

Waarom zag God er weloverwogen op toe dat hetgeen de gnostici geloofden tot in de eindtijd toe werd bewaard — deze tijdsperiode vlak voor de wederkomst van Christus? Ik denk dat het antwoord duidelijk is, en dat het zeker is vanwege het principe "de geschiedenis herhaalt zich", en dat in de eindtijd de kerk aan veel van dezelfde concepten als de kerk in de eerste eeuw het hoofd zou moeten bieden.

Laten we Openbaring 2:6-7 opslaan, de brief gericht aan de gemeente in Efeze.

Openbaring 2:6-7 Doch dit hebt gij, dat gij de werken der Nikolaїeten haat, welke ook Ik haat. 7 Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt. Wie overwint, hem zal Ik geven te eten van de boom des levens, die in het paradijs Gods is.

Laten we nu Openbaring 2:14-15 opslaan, de brief gericht aan de gemeente in Pergamum.

Openbaring 2:14-15 Maar Ik heb enkele dingen tegen u: dat gij daar sommigen hebt, die vasthouden aan de leer van Bileam, die Balak leerde de kinderen Israëls een strik te spannen, dat zij afgodenoffers zouden eten en hoereren. 15 Zo hebt ook gij sommigen, die op gelijke wijze aan de leer der Nikolaїeten vasthouden [Statenvertaling voegt toe: die Ik haat].

Dit zijn waarschuwingen voor de kerk in de eindtijd evenals voor de kerk in de eerste eeuw. Twee ervan waarschuwen rechtstreeks voor het gnosticisme van de Nikolaїeten. De waarschuwingen houden echter niet op met deze twee, omdat er ook een verwijzing naar gnosticisme voorkomt in de brief aan Tyatira, als Christus het heeft over "de diepten des Satans".

Toen we door enkele van deze bewijzen van gnosticisme heengingen, gingen we niet in op "de diepten des Satans"; dat zullen we ook nu niet doen, maar ook dat is een verwijzing naar het gnosticisme.

Een schrijver, Barclay Newman, onderwijst in een herontdekking van het boek Openbaring dat het gehele boek Openbaring poёzie is gericht tegen het gnosticisme. Schenk in het bijzonder aandacht aan vers 7, waar Jezus ons aanspoort "die hore wat de Geest tot de gemeenten zegt". In de bijbel wordt "horen" rechtstreeks in verband gebracht met "doen", en "doen" met "overwinnen". Er is een rechtstreekse relatie tussen horen, doen en overwinnen. Als we niet horen, zullen we niet doen. Als we niet doen, zullen we niet overwinnen. Het proces van overwinnen begint met het openen van de oren, om op een manier te horen die is ontworpen om de boodschap echt indruk te laten maken, of deze manier van horen draagt bij aan het echt indruk maken.

Iedereen — zelfs zij die niet bekeerd zijn — heeft het vermogen om tot op zekere hoogte geestelijke waarheid te horen. We behoeven niet bekeerd te zijn om waarheid te horen en ermee in te stemmen, en zo kan ook de onbekeerde geestelijke waarheid horen en er tot op zekere hoogte mee instemmen. Jezus spoort ons aan aandachtig te zijn en zorgvuldig te luisteren, omdat niemand onder Zijn broeders en zusters zal kunnen beweren, dat hij niet is gewaarschuwd dat een of ander aspect van het gnosticisme in de eindtijd actief en gevaarlijk zal zijn. Het gnosticisme is niet iets uit het verleden. Het is niet iets dat alleen maar in het verleden voor de kerk in de eerste eeuw gold. Het is iets dat nog steeds bestaat en ook zijn invloed heeft op de kerk in de eindtijd.

We kunnen uit geschriften van de katholieke kerkvaders uit de tweede tot de vierde eeuw opmaken dat tegen de tijd dat de eerste eeuw voorbij was, de gnostici niet langer deel uitmaakten van de kerk, omdat er in grote lijnen tegen op was getreden door hen uit de kerk te zetten. Daarmee kwam echter geen eind aan hun leer, omdat ze nadat ze uit de kerk waren gezet zich groepeerden in groepen die naar hun leiders waren genoemd, zoals Nikolaüs (de Nikolaїeten) en Simon Magus (de Simonieten). Zo waren er ook Valentinus, Marcion en nog vele anderen. Zij bleven op een losse manier verbonden aan het valse christendom.

Tegen de tijd dat de vierde eeuw aanbreekt, lijkt het erop dat de gnostici verdwenen zijn. Ze waren niet compleet verdwenen, maar ze schenen in de coulissen van de geschiedenis te zijn verdwenen. Echter sommige van de principes, gevolgtrekkingen, betekenis en de geest ervan blijven tot op de huidige dag bestaan, omdat de werkelijke auteur van die dingen nog steeds leeft en zijn best doet Gods doel te vernietigen.

Sommige van hun meer fantastische leerstellingen zoals docetisme, hun openlijke haat tegen Yahweh, de orde der planeten en astrologie worden niet langer rechtstreeks met het christendom in verband gebracht, maar hun niet geloven van en verwerpen van het Oude Testament, hun geloof in de onsterfelijkheid van de ziel, de leerstelling over eeuwige zekerheid, de leer van de verschillende dispensaties, en boven alles antinomianisme, en in het bijzonder hun haat tegen de sabbat zijn nog steeds aanwezig en verzwakken de wereldse versie van het christendom in ernstige mate.

Eén van de kanalen voor het gnostische gedachtengoed van de eerste eeuw naar deze tijd is de sterk opgehemelde protestantse Hervorming. Deze staat echter niet op zichzelf omdat na de eerste eeuw langzamerhand de katholieke kerk ontstond en een aantal gnostische leerstellingen overnam en ze tot op de huidige dag onderwijst. Ik vind dit een fascinerend verhaal. Augustinus, de katholieke kerkvader, Maarten Luther en Johannes Calvijn, onder de hervormers, waren de belangrijkste doorgevers van het gnostische gedachtengoed.

Voor de meesten van ons is Augustinus (de katholieken noemen hem "Sint Augustinus") de minst bekende van de drie, maar hij is degene die het fundament voor de andere twee legde. Augustinus leefde in de vijfde eeuw na Christus (de jaren 400 — ongeveer in de tijd dat de gnostici juist als georganiseerde religie van het toneel aan het verdwijnen waren); dit was zo'n duizend jaar voor de protestantse Hervorming.

Voorafgaande aan Augustinus' bekering tot het katholicisme maakte hij negen jaar lang, als wat zij een "toehoorder" noemden, deel uit van een manichese sekte van het gnosticisme. Met andere woorden hij zat in een gemeente en hoorde wat er gaande was. Het is interessant dat Sint Augustinus in die tijd met een vrouw samenleefde, waarmee hij niet in het huwelijk trad, maar bij wie hij wel een kind verwekte. Hij werd blijkbaar nooit echt lid, maar hij was voldoende onder de indruk dat hij voor enige tijd les gaf in gnostische filosofie. Terwijl hij hiermee bezig was bekeerde hij zich tot het katholicisme.

Zelfs in zijn eigen tijd was hij een controversieel iemand onder zijn tijdgenoten. De theologen van de katholieke kerk uit zijn tijd beschuldigden hem openlijk van het introduceren van gnostische leerstellingen. Hij was echter een vruchtbare en overtuigende schrijver over theologische onderwerpen en hij kreeg heel wat invloed binnen de katholieke kerk. Augustinus ontwikkelde de theorieёn van de Rooms-Katholieke kerk over kerkelijk gezag. Dit was de rechtvaardiging om geweld te gebruiken om de wil van de kerk dwingend op te leggen. De invloed van Augustinus was zo groot dat zijn geschriften rechtstreeks de aanleiding waren dat velen de marteldood moesten ondergaan in de vervolgingen waartoe de katholieke kerk in de middeleeuwen aanzette.

We gaan naar een vers kijken dat deel uitmaakt van zijn argumenten om geweld te gebruiken bij het dwingend opleggen van de wil van de katholieke kerk.

Lucas 14:23 En de heer zeide tot de slaaf: Ga de wegen en de paden op en dwing hen binnen te komen, want mijn huis moet vol worden.

Het is bijna niet te geloven dat hij zijn conclusies praktisch geheel baseerde op dit ene schriftgedeelte. Maar we kunnen het gemakkelijk begrijpen als we ons realiseren dat tegen de tijd dat Augustinus op het toneel verscheen, de katholieke kerk geloofde dat ze het Koninkrijk van God op aarde was. Op basis van deze twee gedachten dat de katholieke kerk het Koninkrijk van God op aarde was, en Gods richtlijn — "Dwing hen binnen te komen, opdat mijn huis vol worde" — schreef hij een invloedrijk artikel over het gebruik van geweld. Ik zeg "invloedrijk" omdat zijn conclusie, gecombineerd met het feit dat zovelen het met hem eens waren, iets laat zien over die organisatie; dat ze van de wereld is en niet behoort tot het Koninkrijk van God.

In de eerste plaats betekent het Griekse woord dat is vertaald met "dwingen" gewoon "noodzaken, of door een dringend verzoek, of door geweld, of door overreding". Daarnaast zijn er de synoniemen "ertoe krijgen" en "verplichten". Het woord heeft niet in zichzelf de betekenis dat men pijnlijk, fysiek geweld gebruikt, al kan dat wel deel uitmaken van de betekenis. Maar op andere plaatsen in het Nieuwe Testament wordt het niet op die manier gebruikt, plaatsen waar één van Gods dienaren dit doet om iemand deel uit te gaan laten maken van de kerk.

Om deze woorden van Jezus te begrijpen behoeven we niet meer te doen dan te kijken naar Jezus' leven en dat van de apostelen. Hoeveel mensen in de Schrift kunt u aanwijzen die door hen met geweld werden gedwongen om lid van de kerk te worden? Er is geen enkel voorbeeld te vinden dat Augustinus zou kunnen aanhalen. Jezus deed zoiets niet.

Laten we ten tweede Johannes 18:36 opslaan, waar Jezus voor Pilatus terecht staat. Let erop wat Hij zei.

Johannes 18:36 Jezus antwoordde: Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld; indien mijn Koninkrijk van deze wereld geweest was, zouden mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden zou worden overgeleverd; nu echter is mijn Koninkrijk niet van hier.

De woorden "Mijn koninkrijk is niet van deze wereld" in dit ene vers zouden Augustinus onmiddellijk een halt hebben moeten toeroepen, ondanks wat de katholieke kerk beweerde. Zij die dus echt van Zijn koninkrijk deel uitmaakten en nog in de wereld zijn, maken geen deel uit van de wereld. Zij moeten niet vechten, even als Jezus dat niet deed. De kerk is niet van deze wereld en bemoeit zich derhalve niet met dit type wereldse zaken. God wilde in dit onderwijs dat een goed liefhebbend voorbeeld, gecombineerd met echte en logische overreding op basis van de Schriften de dwingende kracht zou zijn.

Daarmee hield de invloed van Augustinus niet op. Een tweede belangrijke bijdrage van Augustinus aan de katholieke kerk was dat hij een belangrijke kracht was in het tot stand doen komen van hun idee om theologie op kerkelijke traditie te baseren. Misschien denkt u wel dat dit idee niet langer aanwezig is, maar recent schreef een jongeman mij in een e-mail dat de bijbel een katholiek boek is. Hij bedoelde dat zij de bijbel kunnen interpreteren zoals ze willen, en hun interpretatie zal op basis van kerkelijke traditie juist zijn.

Hun onderwijs betreffende het houden van de sabbat moet voor ons allemaal een duidelijk voorbeeld zijn. De officiёle positie van de katholieke kerk benadrukt sterk dat als men de bijbel bestudeert, de enige dag die volgens de bijbel onderhouden moet worden, de sabbat op zaterdag is. Daarom is het door de protestanten houden van de zondag als een wekelijkse sabbat in plaats van op zaterdag gebaseerd op de traditie van de katholieke kerk, niet op de bijbel. Ze geven openlijk toe dat het "een traditie van de katholieke kerk" is. Het interesseert hen niet wat de mensen denken, omdat u moet begrijpen dat de bijbel een katholiek boek is. Het is niet echt het woord van God, het is een katholiek boek, en zoals zij er naar alle waarschijnlijkheid naar kijken waren de belangrijke schrijvers van de bijbel — Paulus, Petrus, Johannes, Lucas, Mattheüs — katholiek. Was Petrus niet de eerste Paus? Denkt u dat het met Petrus eindigt?

Augustinus' bijdrage aan de moderne christelijke theologie kwam met die twee werken niet tot een einde. Het is interessant dat toen de protestantse Hervorming tot ontwikkeling kwam, zowel Maarten Luther in Duitsland als Johannes Calvijn in Zwitserland bijna tegelijkertijd naar buiten kwamen met de leerstelling over predestinatie en eeuwige zekerheid. Het is ook interessant dat Augustinus twee verhandelingen schreef, de één getiteld Over de predestinatie van de heiligen, en de ander De gave van volharding, waarin hij de basis legde voor de huidige protestantse leerstellingen over predestinatie en eeuwige zekerheid.

Waar had Augustinus dit onderwijs gevonden? Bij het gnosticisme natuurlijk! Bedenk dat hij negen jaar lang omgang had met de manichese gnostici voordat hij zich tot het katholicisme bekeerde. Die verhandelingen hebben praktisch tot aan Luther en Calvijn slapend in de gewelven van de katholieke kerk gelegen. Augustinus was de enige belangrijke christelijke theoloog die deze ideeёn tussen de eerste en vijftiende eeuw onderwijst. Deze leerstellingen, die door Luther en Calvijn onderwezen werden, zoals de sabbat houden op zondag, zijn niet in de bijbel te vinden. Evenmin staat predestinatie erin op de manier waarop zij het onderwezen, en ook eeuwige zekerheid niet.

Er is een definitie (zo wil ik het noemen) van het woord "ketterij" die ik u zou willen geven. Ik meen dat het goed is deze te weten, en het kan helpen om deze te onthouden. Ik ga geen speciaal woord definiёren, maar veeleer een algemene uitspraak geven die de bron en de richting van ketterij laat zien. Het spijt me dat ik niet kan zeggen waar ik dit heb gezien of wie het heeft gezegd. Dat is me ontschoten, maar ik herinner me wat die persoon zei, dat is: "Ketterij is waarheid die is gebruikt om tot een verkeerde conclusie te komen."

2 Petrus 3:14-16 Daarom, geliefden, beijvert u in deze verwachting, onbevlekt en onberispelijk te blijken voor Hem in vrede, 15 en houdt de lankmoedigheid van onze Here voor zaligheid, zoals ook onze geliefde broeder Paulus naar de hem gegeven wijsheid u geschreven heeft, 16 evenals in alle brieven, wanneer hij over deze dingen spreekt. Daarin is een en ander moeilijk te verstaan, wat de onkundige en onstandvastige lieden tot hun eigen verderf verdraaien, evenals trouwens de overige schriften.

Ketterij heeft bijna altijd een kern van waarheid tot basis, maar de waarheid wordt verdraaid tot iets dat God nooit heeft bedoeld. Zodoende is het eindresultaat een verdraaiing van het oorspronkelijke uitgangspunt.

Spreekt de bijbel over predestinatie? Zeer zeker! Laten we Efeziёrs 1:4-5 opslaan.

Efeziërs 1:4-5 Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht. 5 In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil.

De bijbel spreekt zeer zeker over predestinatie en dit vers is een voorbeeld dat de bijbel kennis verschaft over dit belangrijke onderwerp, maar het heeft in de bijbel bij lange na niet zo'n invloed op behoud als dat bij Johannes Calvijn het geval is.

Hetzelfde principe vinden we voor wat betreft eeuwige zekerheid.

Romeinen 8:28-32 Wij weten nu, dat [God] alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn. 29 Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld zijns Zoons, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen; 30 en die Hij tevoren bestemd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt. 31 Wat zullen wij dan van deze dingen zeggen? Als God vóór ons is, wie zal tegen ons zijn? 32 Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken?

Romeinen 8:38-39 Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven, noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, 39 noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here.

Deze mannen nemen deze en andere schriftgedeelten en bouwen ze uit tot iets waarbij het onmogelijk is dat iemand zijn behoud verspeelt. Zij laten na uit te leggen dat — als we alle schriftgedeelten bij elkaar nemen — er heel wat "indiens" (voorwaarden) aan die verzekeringen zijn gekoppeld die we zojuist hebben gelezen.

Laten we deze eenvoudige en duidelijke illustratie rechtstreeks aan de bijbel ontlenen. Er zijn tientallen schriftgedeelten die ik zou kunnen opslaan, maar de nu volgende dient als introductie.

Hebreeën 2:1-4 Daarom moeten wij te meer aandacht schenken aan hetgeen wij gehoord hebben, opdat wij niet afdrijven. 2 Want indien het woord, door bemiddeling van engelen gesproken, van kracht is gebleken, en elke overtreding en ongehoorzaamheid rechtmatige vergelding heeft ontvangen, 3 hoe zullen wij dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk een heil, dat allereerst verkondigd is door de Here, en door hen, die het gehoord hebben, op betrouwbare wijze ons is overgeleverd, 4 terwijl ook God getuigenis daaraan geeft door tekenen en wonderen en velerlei krachten en door de Heilige Geest toe te delen naar zijn wil.

Het onderwerp breidt zich in de hoofdstukken 3 en 4 uiteindelijk uit tot de Israëlieten in de woestijn. Laat me een simpele vraag stellen: Kwamen alle Israëlieten aan in het beloofde land? Die vraag beantwoordt zichzelf. We weten vanuit de bijbel dat dat niet het geval was. God is nog steeds Dezelfde. Hij had hen eenvoudig naar het beloofde land kunnen voeren, had hen in leven kunnen houden om er zeker van te zijn dat ze daar zouden aankomen, maar ze kwamen daar niet aan. Aangezien de Israëlieten een type zijn van de christenen en het beloofde land een type is van het Koninkrijk van God, zou alleen dat voorbeeld hen al hebben moeten waarschuwen dat eeuwige zekerheid geen geldige leerstelling is.

Hebreeën 4:1 Laten wij daarom op onze hoede zijn [Statenvertaling: Laat ons dan vrezen], dat niemand van u, terwijl nog een belofte van tot zijn rust in te gaan bestaat, de indruk zou wekken achter te blijven.

Denkt u dat de waarschuwingen van Paulus slechts loze kreten zijn?

Hebreeën 4:2 Want ook ons is het evangelie verkondigd evenals hun, maar het woord der prediking was hun niet van nut, omdat het niet met geloof gepaard ging bij hen, die het hoorden.

Jezus voegde hier nog iets aan toe. Toen de rijke jongeling tot Hem kwam en vroeg: "Wat moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?", zei Jezus hem: "Indien gij het leven wilt binnengaan, onderhoud de geboden." Dat staat in Mattheüs 19.

Deze twee mannen [Luther en Calvijn] koppelden deze twee leerstellingen aan elkaar en onderwezen zodoende dat het onmogelijk is dat iemand zijn behoud verspeelt. Hun conclusie wordt in deze tijd door evangelische christenen aangeduid als "onweerstaanbare genade". Deze twee mannen hadden in het verleden diverse grote zonden begaan, die ongetwijfeld een rol speelden in hun leerstellig denken.

Laten we Mattheüs 7 opslaan. Daar geeft Jezus ons in de verzen 15 tot 20 een waarschuwing. U kent deze schriftgedeelten goed.

Mattheüs 7:15-20 Wacht u voor de valse profeten, die in schapevacht tot u komen, maar van binnen zijn zij roofgierige wolven. 16 Aan hun vruchten zult gij hen kennen: men leest toch geen druiven van dorens of vijgen van distels? 17 Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort, maar de slechte boom brengt slechte vruchten voort. 18 Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, of een slechte boom goede vruchten dragen. 19 Iedere boom, die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen. 20 Zo zult gij hen dan aan hun vruchten kennen.

Wat voor vrucht brachten deze mannen in hun eigen leven voort? We gaan eerst eens naar Luther kijken en daarna naar Johannes Calvijn.

De geschiedenis legt vast dat Maarten Luther een wispelturig en heftig temperament had, dat hem leidde tot uitspattingen in gedrag, vuile praat, sombere depressies en angst door schuldgevoelens tot op het punt van mentale ziekte. Hij haatte de joden, hield zich intens bezig met de duivel en geloofde in hekserij. Dat hij moedig was staat buiten kijf, maar hij had een onstabiele en dwingende persoonlijkheid die hem in conflict bracht met zijn geestelijke kennis. Gemeente, dat was een conflict dat hij in zijn leven nooit heeft opgelost.

Zijn banden met Duitse politieke krachten redden hem van een zekere dood uit handen van de katholieke kerk. Met andere woorden ze beschermden hem, maar hij kwam daardoor tezelfdertijd bij hen in de schuld te staan. Als tegenprestatie was zijn leer voor hen een rechtvaardiging voor gewapend conflict, omdat zij om politieke redenen onder de autoriteit van de katholieke kerk vandaan wilden, en de resulterende oorlogen hadden de dood van honderdduizend Duitsers tot gevolg.

Johannes Calvijn was niet beter. Er kwam bij hem geen onstabiele persoonlijkheid tot uiting, maar hij was bezeten van een onlesbare dorst naar absolute macht. Hij regeerde Geneve in Zwitserland met ijzeren hand; hij was daar de hoogste autoriteit. Hij onderschreef Augustinus' gebruik van geweld om mensen tot gehoorzaamheid aan de kerk te dwingen.

Marteling was gebruikelijk om andersdenkenden hun geloof te laten herroepen en dat van hem te aanvaarden, maar zelfs al herriepen ze, ze werden toch op de brandstapel ter dood gebracht. Hij rechtvaardigde dit door uit te leggen dat nadat ze hadden herroepen, ze de dood van een rechtvaardige martelaar ondergingen waarbij ze het Koninkrijk van God binnengingen.

Bijzonder belangwekkend is de manier waarop hij Michaёl Servet ter dood bracht; deze was een concurrerende prediker die de leerstelling van de drieёenheid en de kinderdoop verwierp. Calvijn zwoer in 1546 hem ter dood te brengen. Calvijn kon heel lang een wrok koesteren, omdat hij de leer van Servet opvatte als een persoonlijke verwerping van hemzelf.

In 1553, zeven jaar later, deed Servet op zijn reis door Italiё ook Geneve aan om Calvijn te horen spreken. Hij werd herkend, onmiddellijk gearresteerd en zonder enige vorm van proces op de brandstapel ter dood gebracht. Zijn verbranding werd echter op zo'n manier uitgevoerd dat zijn lijden werd verlengd. De meeste mensen die op de brandstapel stierven, waren binnen enkele minuten dood door het inademen van rook en een combinatie van hitte en dergelijke, maar er waren drie uur nodig om Servet te laten sterven doordat ze groen hout gebruikten. Tot op de dag van zijn dood heeft Calvijn volgehouden dat het christendom hem grote dank verschuldigd was dat hij de aarde van zo'n kwaadaardig iemand had bevrijd.

Calvijn reageerde op kritiek door te dreigen iedereen te verpletteren die het waagde zijn recht om hen die het niet met hem eens waren, te doden. Hij schreef: "Wie nu wil beweren dat het onjuist is om ketters en godslasteraars ter dood te brengen, zal met opzet en bewust hun schuld op zich opnemen. Dit wordt niet op basis van menselijke autoriteit gezegd. Hier spreekt God en schrijft een eeuwige regel voor Zijn kerk voor."

Hoeveel mensen bracht Jezus ter dood? Hoeveel mensen bracht Paulus na zijn bekering ter dood? Of Petrus, of Johannes, of Judas, of Marcus, of Mattheüs, of Lucas? Waren deze leiders [Luther en Calvijn] echt bekeerd en echte volgelingen van Jezus Christus?

De protestantse Hervorming was voornamelijk een politieke hervorming met enige geestelijke aanpassingen eraan toegevoegd om hun daden te rechtvaardigen. Deze drie mannen — Augustinus, Luther en Calvijn — waren de voornaamste, maar ze waren niet de enige overbrengers van gnostische theologie. John en Charles Wesley — de oprichters van het methodisme — hebben, het zij tot hun eer opgemerkt, veel van de gnostische niet-bijbelse theologie verworpen, maar nog niet genoeg om geheel aan de verkeerde invloed van het gnosticisme te ontkomen.

De invloed van deze mannen en hun leerstellingen diende niet alleen tot ondersteuning, maar ook om antinomianisme en de leer der verschillende dispensaties kracht bij te zetten, en om die reden ook alles dat joods leek, zoals het Oude Testament, af te keuren. Het is essentieel dat we begrijpen dat hun invloed tot in deze tijd voortduurt. Dit is niet zo gewelddadig als toen, maar er is nog steeds een subtiele vorm van overreding tot hun denken aanwezig.

De invloed van deze mannen en hun leerstellingen gaat door tot op de moderne theologen, waarvan ik er straks enkele zal noemen, mannen die naar het lijkt zonder ophouden boeken schrijven. Ik wil beginnen met iets aan te halen dat Maarten Luther schreef. Dat zal opnieuw duidelijk maken dat hij een brug is tussen het oude gnosticisme en het moderne christendom. Dit is bewaard gebleven in een brief die hij in 1521 aan een vriend schreef.

Wees een zondaar en laten je zonden krachtig zijn, maar laat je geloof in Christus sterker zijn. Geen zonde kan ons van Hem scheiden, zelfs al zouden we duizend maal per dag doden of overspel begaan.

Maarten Luther zette niet aan tot zonde, maar hij probeerde te illustreren hoe sterk Gods genade en geloof is. Het is een geweldig domme illustratie die de leerstelling van eeuwige zekerheid ondersteunt. Hij zegt dat er absoluut niets is dat iemand Gods genade kan doen verliezen als die hem eenmaal gegeven is.

Dit is precies de benadering die de gnosticus Nikolaüs, de oprichter van de Nikolaїeten, in de eerste eeuw hanteerde toen hij zijn knappe vrouw aan de apostelen aanbood zodat ze seksuele omgang met haar konden hebben.

Dit lijkt veel op een ouder die zijn kind zegt: "Jongen, wat je deed was fout, maar dat is niet erg. Je kunt rustig doorgaan met dat te doen, omdat ik van je hou." Die benadering toont geen liefde voor het kind en ook niet voor het slachtoffer van dat kind.

Deze benadering van het christelijke leven zal om een eenvoudige reden niet werken, omdat deze de menselijke natuur een vrijbrief geeft om te zondigen, en de menselijke natuur volgt — tenzij in bedwang gehouden door geloof, liefde en vrees — altijd het pad van de minste weerstand, en dat leidt tot zonde. Die vrijbrief geeft iemand de gelegenheid om zich letterlijk over te geven aan de meest bizarre, slechte en bijna onvoorstelbare uitspattingen zonder berouw te hebben, en dan toch nog behouden te worden. Daarom zei Maarten Luther: "Ga je gang en bega wel duizend keer per dag overspel." Dat is een domme manier van redeneren, omdat de menselijke natuur die gelegenheid zal benutten. De menselijke natuur moet te allen tijde in bedwang worden gehouden. Die natuur is net als een veer die erop wacht eruit te kunnen springen en zijn verkeerde daden te doen.

Het wordt binnen dit plaatje duidelijk dat volgens deze mensen de mensheid niet op iets wordt voorbereid. We bestaan alleen maar zodat God Zijn heerlijkheid kan laten zien en hoeveel liefde Hij heeft. Wat antwoordt de apostel Paulus? "Zullen we zondigen opdat de genade toeneme?" "Volstrekt niet!", zegt hij. "Hoe kunnen wij, die dood zijn voor de zonde, daar nog in verdergaan?" Paulus zegt dat het ondenkbaar is dat we Christus' offer en Gods doel op zo'n manier zouden behandelen. Kunt u inzien waarom ze zo tegen de Nikolaїeten waren?

Ik geloof dat Paulus de schrijver van de brief aan de Hebreeёn is. Er is geen bewijs daarvan, maar op mij komt het over als Paulus. Luister naar wat Paulus in Hebreeёn 10:26 zegt.

Hebreeën 10:26-30 Want indien wij opzettelijk zondigen, nadat wij tot erkentenis der waarheid gekomen zijn, blijft er geen offer voor de zonden meer over [Hoe eenvoudig en duidelijk is hij hier niet.], 27 maar een vreselijk uitzicht op het oordeel en de felheid van een vuur [Hij heeft het over de poel des vuurs.], dat de wederspannigen zal verteren. 28 Indien iemand de wet van Mozes terzijde heeft gesteld, wordt hij zonder mededogen gedood op het getuigenis van twee of drie personen. 29 Hoeveel zwaarder straf, meent gij, zal híj verdienen, die de Zoon van God met voeten heeft getreden, het bloed des verbonds, waardoor hij geheiligd was, onrein geacht en de Geest der genade gesmaad heeft? 30 Want wij weten, wie gezegd heeft: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden! En wederom: De Here zal zijn volk oordelen.

Deze serie verzen neemt elke gedachte weg dat de bijbel op de een of andere manier iedereen toestemming geeft om — nadat men eenmaal onder Christus' offerande is gekomen — onder alle omstandigheden te kunnen zondigen en dan toch genadiglijk te worden vergeven.

Wat onderwijzen populaire, moderne theologen de dienaren om aan hun kerkleden te onderwijzen? Twee van die mannen, die ook pastor zijn van een kerk, en die doceren aan de universiteit en boeken schrijven die u in uw plaatselijke christelijke boekwinkels zult tegenkomen, zijn John Ankerberg en John Weldon. In een boek dat ze samen schreven, met als titel De waarheid kennen over eeuwige zekerheid zeggen ze op pagina 30: "Beweren dat een zonde, hoe slecht die ook is, de oorzaak kan zijn dat men zijn behoud verliest, is een ontkenning van de oneindige waarde van de verzoenende dood van Christus." Dat is precies het tegenovergestelde van wat we zojuist lazen in een brief van Paulus.

Een andere moderne theoloog, Charles Stanley, schrijft in zijn boek met als titel Eeuwige zekerheid op pagina 109: "Geloof dat behoudt is niet noodzakelijkerwijs een aanhoudende houding van dankbaarheid. Het is een specifiek moment in de tijd waarop we datgene dat God heeft aangeboden, aannemen. Gods liefde voor Zijn volk is dusdanig groot dat zelfs zij die zich van het geloof verwijderen niet de kleinste kans hebben om uit Zijn hand te glippen."

Het boek dat voor me ligt zegt: "behoud is door genade uit het geloof". En Christus stelt de vraag: "Zal Ik als Ik wederkom geloof op aarde vinden?" Zullen er nog mensen zijn die uit geloof leven? Is er nog wel iemand die op Hem vertrouwt?

Sommige moderne theologen zijn ertoe overgegaan "eeuwige zekerheid" met een andere naam aan te duiden. Met andere woorden ze hebben een eufemisme bedacht om onmiddellijke verwerping te voorkomen. Zij duiden het nu aan met "behoud in de Heer", maar het is nog steeds dezelfde leerstelling. Hij is alleen enigszins vermomd, een vermomming waar zij die weten waar ze op moeten letten, gemakkelijk doorheen kijken.

Velen van u hebben boeken van John MacArthur gelezen. Hij heeft een druk bezochte kerk in Sunland, Californiё, niet zo ver van de plaats waar Evelyn en ik hebben gewoond. John MacArthur is een vooraanstaande voorstander van de groep die het heeft over "behoud in de Heer". Hij schrijft op pagina 159 in zijn boek De liefde van God: "Iemand zegt: 'Maar kunnen christenen zich dan niet buiten Gods genade plaatsen? Wat te denken van hen die afschuwelijke zonden begaan? Doen zij het verlossingswerk in henzelf niet teniet? Verspelen zij niet de genade van God?' Volstrekt niet! Het is belachelijk te denken dat we door iets wat wij doen ons behoud kunnen verspelen."

Als iemand in de Verenigde Staten — nadat hij terecht in de gevangenis heeft gezeten — vervroegd wordt ontslagen en weer de straat op gaat om hetzelfde te doen als hij deed voordat hij in de gevangenis terechtkwam, dan zal het publiek in alle staten zijn en zeggen: "Waarom hebben ze deze man ooit vrij gelaten?" Met dat principe hebben we hier te maken. Is God net zo dom als de mens, daar wij mensen de vrijheid geven voordat ze werkelijk zijn veranderd?

Waarom zijn deze mensen voorstander van zo'n tolerante leerstelling? Zelfs als we geen aandacht schenken aan de inspiratie van Satan, dan lijkt deze redenering verdacht veel op de opvoedkundige ideeёn van "geen pak voor de broek, laat de kinderen in hun waarde" die de laatste vijftig of zestig jaar zo overtuigend worden voorgestaan door de zogenaamde experts op dit gebied.

Er zijn twee rechtstreeks aan elkaar verbonden ideeёn aan te wijzen als reden dat ze dit onderwijzen. De eerste is omdat ze ten koste van alles willen voorkomen dat degene die zich tot het christendom bekeert, bang wordt. Ze geloven dat vrees de vrede, de vreugde en de onvoorwaardelijke liefde tot God van de bekeerling in de weg staat. Dat is één van die dingen die goed klinken, maar ik wil een ervaring met u delen die ik persoonlijk heb gehad.

In 1989 namen Evelyn en ik deel aan het Feest in Palm Springs, Californiё, en ik moest daar een preek geven. Voor het Feest richtte één van de leidende figuren daar zich tot de sprekers die preken en korte preken zouden geven. Hij gaf hun diverse aanbevelingen voor hun preken. Eén van de dingen die deze man tot de verzamelde groep daar zei, was: "Laat de mensen zich niet schuldig voelen." Ik schonk geen aandacht aan die instructie. Als er geen schuldgevoel is, kan er geen bekering zijn. Als er geen bekering is, dan is er geen verandering. Er moet in iemands leven een bepaalde volgorde van gebeurtenissen plaatsvinden, wil iemand veranderen. We moeten ons schuldig voelen voordat we willen veranderen. We moeten ons schuldig voelen ten opzichte van een standaard waarvan we weten dat die in elk opzicht hoog, zuiver en van kracht is; een standaard waar we respect voor hebben. Maar deze theologen willen niet dat mensen zich schuldig voelen.

Toegegeven, een obsederend schuldgevoel deugt niet. Dat is een vorm van mentale ziekte, maar bij iemand die zich schuldig voelt jegens God, zich daarna bekeert en verandert zal het schuldgevoel verdwijnen, omdat God het denken van zo iemand geneest. Maar deze mensen hebben geen omgang met de God van de schepping en ze hebben die ervaring niet; daarom is hun oplossing ervoor te zorgen dat mensen zich niet schuldig voelen.

Ze besteden er geen aandacht aan dat God heel vaak, heel duidelijk en heel sterk benadrukkend zegt dat Hij wil dat Zijn kinderen Hem vrezen. Hiermee komen we weer terug bij het centrale onderwerp van deze serie preken. Deze mensen geloven Gods woord niet. Zo eenvoudig ligt dat. Ze denken dat ze het beter weten. Zij zijn gnostici! Zij weten! Zij weten meer en zij weten het beter dan Gods woord.

Prediker 12:13-14 zegt heel duidelijk "Van al het gehoorde is het slotwoord." Dit schrijft Salomo aan het einde van het boek. Hoe kan iemand voor God leven zo dat zijn leven zin en betekenis heeft?

Prediker 12:13-14 Van al het gehoorde is het slotwoord: Vrees God en onderhoud zijn geboden, want dit geldt voor alle mensen. 14 Want God zal elke daad doen komen in het gericht over al het verborgene, hetzij goed, hetzij kwaad.

Vrees is een noodzakelijk onderdeel van het leven van een christen. Heel eenvoudig gezegd, deze mensen begrijpen of God of de menselijke natuur niet. De menselijke natuur zàl iets vrezen. Dat kan niemand tegenhouden en omdat deze onveranderlijk zelfgericht is, zal deze altijd vrezen en er dus voor kiezen in de gunst te blijven van zijn eigen zelfgerichtheid; niet in de gunst van de Schepper, maar in de gunst van zichzelf.

De vreze des Heren is een positieve vrees, omdat deze op de lange termijn altijd het meeste en het beste voortbrengt voor wie hem bezitten en gebruiken. God wil dat we Hem vrezen, omdat deze vrees, samen met geloof en liefde, het sterkste geestelijke, afschrikwekkende middel is tegen de zonde en daarom tegen de dood, de straf die daarmee onverbiddelijk samengaat. Dat zijn de grote drie in termen van gehoorzaamheid aan God: geloof, liefde en vrees. Maar we zullen er alleen maar voor kiezen zonde ten koste van alles te vermijden als we God werkelijk kennen, Hem vertrouwen, Hem liefhebben en Hem vrezen.

Deze voorstanders van eeuwige zekerheid kennen God niet, evenmin als die experts op het gebied van kinderopvoeding die zeggen dat een kind nooit een pak voor zijn broek mag krijgen, omdat daarmee zijn eigenwaarde wordt vernietigd. Volgens Gods woord (en Hij schiep ons) zegt Hij dat dat grote nonsens is. We hebben het niet over een pak slaag, een aframmeling geven. We hebben het over een pak voor de broek dat in de juiste mate wordt gegeven.

Het tweede idee dat de moderne evangelische christenen gebruiken om hun ideeёn van "eenmaal behouden, altijd behouden" te ondersteunen maakt gebruik van een verkeerde opvatting over Gods onvoorwaardelijke liefde. Zij zeggen dat Gods onvoorwaardelijke liefde vereist dat Hij Zijn volgelingen nooit verwerpt, ongeacht in welke mate ze zondigen. Dit klinkt alweer heel verdacht als wat de moderne experts op het gebied van kinderopvoeding zeggen. Zij adviseren altijd om de ongehoorzaamheid van uw kind te overwinnen door — wat neerkomt op — een overdreven liefde.

Maar wacht nu eens, want nu moet er een ernstige vraag worden gesteld. Dat is een eenvoudige vraag. Is hun opvatting van onvoorwaardelijke liefde werkelijk liefde? Is het werkelijk liefde als de ene groep mensen — zij die zogenaamd behouden zijn — zich zonder problemen elke vorm en elke mate van gedrag kan veroorloven, terwijl een andere groep — zij die niet behouden zijn — zonder pardon naar een eeuwig brandend hellevuur wordt gestuurd voor hetzelfde gedrag als van hen die behouden zijn? Denk daar eens over na. Dat is heel eenvoudig om in overweging te nemen. We komen onder het bloed van Christus, we ontvangen Gods genade, en dan kunnen we alles doen wat we maar willen. Maar die arme Jan naast ons is niet onder Christus' bloed gekomen. Hij doet dezelfde dingen als wij. Hij gaat naar de poel des vuurs. Zeg maar dag met je handje! Gelooft u niet dat hier iets niet klopt? Dat is zeker het geval!

Er is nog een tweede vraag: Is het werkelijk onvoorwaardelijke liefde om iemand toe te staan de gewoonte van roekeloos zelfgericht gedrag aan te kweken, een gedrag dat hem, of anderen, op pijnlijke manier zal verwonden of doden en daarbij allerlei psychologische spanningen met zich meebrengt? De waarheid en de logica vereisen dat het antwoord daarop "Nee!" is. Dat is geen onvoorwaardelijke liefde. Dat is niets anders dan toegeeflijkheid. Het is niet meer dan een vrijbrief om te zondigen en — zoals Judas zei — het bloed van Christus met voeten te treden.

"Helemaal niet!" zeggen de gnostici en de moderne evangelische christenen. Zij zeggen dat het verwijderen van de bezorgdheid over zonden en het wegdoen van gedrag als een vereiste voor behoud een sleutel is om "Christus in het middelpunt te plaatsen". Dat is alweer één van die slogans! Dat zijn interessante woorden. "Christus in het middelpunt te plaatsen" klinkt zo geestelijk. Hoe vaak heb ik dat niet binnen de Worldwide Church of God gehoord in de late 80-er en de vroege 90-er jaren.

Een eenvoudige vraag! Wat zei Christus? Johannes 14:15: "Als u Mij liefhebt, onderhoudt u Mijn geboden." Hoe eenvoudig klinkt dat niet van de lippen van de Meester, onze Schepper? Hij zegt ons wat Hij wil. Als we Hem liefhebben, onderhouden we Zijn geboden!

Zij zeggen daarentegen: "Als u Christus liefhebt, behoeft u zich geen zorgen te maken over het houden van Christus' geboden." Dat staat op pagina 13 en 15 van het boek Eeuwige zekerheid van Charles Stanley. Luister naar de volgende aanhaling uit dit boek:

Zolang ik een blijvende rol speel in het proces van behoud, zal mijn natuurlijke neiging zich richten op mijn gedrag in plaats van op Christus. We zijn nooit volledig vrij om onze blik op Hem te richten totdat we er zeker van zijn dat onze relatie met Hem vaststaat.

Ze denken er niet aan dat onze relatie vaststaat als we doen wat Christus zei, en niet wat Charles Stanley zegt. We moeten de geboden onderhouden; wat zij zeggen is dus baarlijke nonsens die indruist tegen alle logica, alle menselijke ervaring in de echte wereld en bovenal Gods woord. Daarbij wordt Christus in het geheel niet in het middelpunt geplaatst, het is zelfgericht, maar het is hetzelfde idee dat Nikolaüs en Luther hadden. Nikolaüs in de eerste eeuw en Luther in de zestiende eeuw. Het is in principe dezelfde leer. Deze mensen hebben echt iets tegen werken! Dat blijkt zo vaak.

Paulus zei tegen Timotheüs:

2 Timotheüs 2:15a Maak er ernst mede u wèl beproefd ten dienste van God te stellen, ...

Ze haten het feit dat iemand gekwalificeerd moet zijn. De heer Armstrong werd daarover fel aangevallen. Gemeente, hij zei dat we ons moeten kwalificeren.

Wat doet een rechter? Een rechter evalueert iets en zegt: "Dit voldoet aan de eisen (is gekwalificeerd) en dat niet." We zullen allemaal voor de rechterstoel van Christus moeten verschijnen.

2 Timotheüs 2:15 Maak er ernst mede u wèl beproefd [gekwalificeerd] ten dienste van God te stellen, als een arbeider, die zich niet behoeft te schamen, doch rechte voren trekt bij het brengen van het woord der waarheid.

Laten we even naar de werkelijke wereld kijken. Veronderstel dat een arbeider, zo worden we hier genoemd, zich geen zorgen over de kwaliteit van zijn werk behoefde te maken. In plaats van dat hij — net zoals iedereen — 's morgens om acht uur op zijn werk was, kwam hij binnenvallen op een moment dat het hem schikte. In plaats van te werken bracht hij zijn tijd door met in de werkplaats rond te lopen en met collega's te praten. In plaats van het vastgestelde aantal artikelen per dag te maken, produceerde hij veel minder en in plaats van een artikel te monteren of te repareren, laat hij delen uit het artikel weg of repareert hij alleen maar één deel, terwijl er verschillende kapot zijn.

Hoe lang denkt u dat deze arbeider gekwalificeerd blijft en zijn baan behoudt? Hij zou vrij snel als tekortschietend worden beoordeeld. Dat gebeurt er in de echte wereld. We hebben het hier over de echte wereld, en het onderwerp is eeuwig leven. Dat onderwerp wordt door God beoordeeld. Voor wat betreft dit onderwerp moet Hij ermee instemmen. Als wij Hem liefhebben, zullen we Zijn geboden onderhouden. Dat behaagt Hem, omdat dat goed is voor ons.

Deze dingen zijn niet zo moeilijk dat we een ruimtegeleerde moeten zijn om dit uit te vogelen. Dit betreft een praktische, echte wereld, de wereld van alledag, gezond goddelijk verstand.

De voorstanders van eeuwige zekerheid beseffen dat er een ernstige zwakte kleeft aan zowel hun logica als hun schriftuurlijke bewijzen. Daarom hebben ze in de laatste tien tot vijftien jaar een nieuwe term bedacht om aan de bezwaren van hen die de zwakte ervan inzien, tegemoet te komen. Die term geeft weer dat er "onveranderde christenen" zijn.

Bedenk nogmaals dat een ketterij een waarheid is die wordt gebruikt om tot een verkeerde conclusie te komen.

1 Corinthiërs 3:1-4 En ik, broeders, kon niet tot u spreken als tot geestelijke mensen, maar slechts als tot vleselijke, nog onmondigen in Christus. 2 Melk heb ik u gegeven, geen vast voedsel, want dat kondt gij nog niet verdragen. Ja, dat kunt gij ook nu [nog] niet, 3 want gij zijt nog vleselijk. Want als er onder u nijd en twist is, zijt gij dan niet vleselijk, en leeft gij niet als (onveranderde) mensen? 4 Want wanneer de een zegt: Ik ben van Paulus; en de ander: Ik van Apollos; zijt gij dan niet (onveranderde) mensen?

Uitgaande van deze verzen is er een betoog opgebouwd dat mensen zelfs volledig verdorven in hun gedrag kunnen zijn, waardoor ze in het geheel niet zijn te onderscheiden van hen die niet zijn behouden, waarbij ze toch deel kunnen blijven uitmaken van de gemeenschap en ondanks hun gedrag behouden zullen worden.

Ik haal opnieuw Charles Stanley aan. Deze aanhaling is ontleend aan een audioband met een bijbelstudie over 1 Corinthiёrs. "We kunnen een onveranderde gelovige niet onderscheiden van iemand die verloren gaat."

Een andere schrijver die door u veel wordt gelezen, is Charles Swindell. Wees voorzichtig, gemeente, hij is ook één van deze mensen. Charles Swindell zei in een bijbelstudie over 1 Corinthiёrs op een audioband: "Dat verklaart dat een christen kan stelen en liegen. Dat verklaart dat een christen een gebrek aan integriteit kan hebben en overspel kan begaan en zich geheel tegen de dingen die hij of zij eens onderwees, kan keren."

Robert Gromacki zegt op pagina 173 en 174 van zijn boek Behoud is voor altijd: "Ik ben er zeker van dat op iemand die niet behouden is of op een kritische, onvoldoende geschoolde christen, de 'onveranderde christen' zal overkomen als iemand die niet behouden is, en het kan zijn dat hij zelfs zo ook wordt aangeduid."

We zullen niet op de bewijzen hiervan ingaan, maar we weten dat Paulus heel nadrukkelijk in 1 Corinthiёrs, slechts twee hoofdstukken verder in de verzen 11 en 13, zegt: "Plaats die persoon buiten de gemeente! Laat hem niet op broederlijke wijze met jullie omgaan."

Daarna zegt hij in 1 Corinthiёrs 6:9: "Weet gij niet dat de onrechtvaardigen het Koninkrijk van God niet zullen beёrven?" Dat is toch zo duidelijk, gemeente.

1 Corinthiërs 6:9-10 Of weet gij niet, dat onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet beёrven zullen? 10 Dwaalt niet! Hoereerders, afgodendienaars, overspelers, schandjongens, knapenschenders, dieven, geldgierigen, dronkaards, lasteraars of oplichters zullen het Koninkrijk Gods niet beёrven.

Hoeveel duidelijker kan het gezegd worden? Deze mensen geloven de bijbel niet, dus dit laatste betoog illustreert, meen ik, misschien duidelijker dan iets anders hoe ver deze beroemde theologen van de waarheid verwijderd zijn, en toch doen hun standpunten een handig beroep op de menselijke natuur en worden mensen ertoe geleid hen te geloven, omdat de menselijke natuur in hen wil of sterk verlangt dat God Zich aan hun verlangens aanpast, zodat hun weg gemakkelijk kan zijn.

Er is hieraan nog één stap verbonden die ik alleen maar zal introduceren, en dan — zo God wil — zullen we misschien de volgende keer hier een beetje verder op ingaan. Zij hebben dit punt nog één stap verder gevoerd. Ze zeggen dat de mens totaal verdorven is. Dat is hij niet, gemeente. De mens is niet totaal verdorven. Dat zal ik u de volgende keer laten zien.

Verder kan ik er op dit moment niet op ingaan, maar zo God wil zal ik nog één of meer preken over dit onderwerp geven. Ik hoop, gemeente, dat u ervan overtuigd zult zijn dat deze mensen buiten de kerk van God geen relatie met God hebben, en dat we heel voorzichtig zullen moeten zijn in het gebruik maken van hun materiaal. Ik bedoel heel voorzichtig. Zij worden geleid door iemand die heel geslepen is. Daarom schreef de heer Armstrong dat artikel Wat? Ik misleid? Maar weet u, hij was een oude man, en wie kan op het oordeel van zo'n oude man vertrouwen? Ik spreek natuurlijk sarcastisch.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)