Het garfoffer (slot) -- Zijn kleine dingen niet belangrijk?

Door John W. Ritenbaugh
14 april 2001

Samenvatting: (toon)

John Ritenbaugh waarschuwt er in deze preek voor dat dingen die voor de mens schijnbaar onbelangrijk zijn, voor God geweldig belangrijk zijn. Sommige goedbedoelende mensen, verblind door hun trots, ijdelheid en slimme drogredeneringen, beschouwen sommige gebieden van de bijbel van weinig of geen belang. Ze (1) zien de geestelijke bedoeling van de Schriften niet in en (2) laten na het heilige van het profane te scheiden. Evenals Nadab en Abihu (die vreemd vuur offerden) en Kaïn (die een ongepast offer bracht) lopen mensen die geen aandacht schenken aan de duidelijke bijbelse instructies voor het garfoffer met zijn niet mis te verstane verboden (Leviticus 22:24-25 en Deuteronomium 12:10) het risico het ongenoegen en het oordeel van de almachtige God over zich af te roepen.


We beginnen deze preek met 1 Corinthiërs 5, de verzen 6 tot 8.

1 Corinthiërs 5:6-8 Uw roem deugt niet. Weet gij niet, dat een weinig zuurdeeg het gehele deeg zuur maakt? 7 Doet het oude zuurdeeg weg, opdat gij een vers deeg moogt zijn; gij zijt immers ongezuurd. Want ook ons paaslam [Paschalam] is geslacht: Christus. 8 Laten wij derhalve feest vieren, niet met oud zuurdeeg, noch met zuurdeeg van slechtheid en boosheid, maar met het ongezuurde brood van reinheid en waarheid.

De preek die ik vandaag ga geven, ontstond als inleiding op een offerande, maar toen ik wat dieper over het onderwerp begon na te denken, vond ik — omdat er toen zoveel informatie in mijn denken over dit onderwerp naar boven kwam — dat ik er toch maar beter een preek van kon maken. De aanleiding tot dit onderwerp lag in het recente geharrewar over wanneer Pinksteren moet worden gehouden in die bijzondere jaren dat Pascha op een wekelijkse sabbat valt. Het onderwerp van deze preek heeft echter slechts zijdelings te maken met het tellen voor Pinksteren.

Om het rechtstreeks te zeggen, dit onderwerp ontstond uit mijn droefheid dat zovelen geen acht geven op zoveel kristalheldere schriftgedeelten die betrekking hebben op dit onderwerp. Ik heb het er moeilijk mee om er achter te komen waarom ze dit nu precies doen. Maar ik word er door dit alles steeds zekerder van dat God dit specifieke probleem gebruikt om mensen in de kerk te testen en apart te zetten. Ik zie iets uit dit probleem ontstaan, dat steeds duidelijker zal maken waar de mensen staan voor wat betreft hun houding en de waarheid die Zijn woord bevat.

Laten we nu Deuteronomium 8:1-3 opslaan. Bedenk opnieuw dat het boek Deuteronomium geschreven werd in de laatste maand van hun tocht door de woestijn. Het werd gegeven om hen voor te bereiden zodat ze gereed zouden zijn om het land binnen te trekken en in bezit te nemen en alle structuren op te zetten die ook maar nodig mochten zijn voor bestuur, religie en wat niet meer. Er moesten aanpassingen worden gedaan, gelet op het feit dat ze niet langer op reis waren, maar dat ze zich zouden vestigen. Wat we dus in Deuteronomium 8 zien, is min of meer een algehele samenvatting, een heel kort overzicht van de reden, het waarom, dat die tocht veertig jaar duurde.

Deuteronomium 8:1-3 Heel het gebod, dat ik u heden opleg, zult gij naarstig onderhouden, opdat gij moogt leven en talrijk worden en het land binnengaan en in bezit nemen, dat de HERE uw vaderen onder ede beloofd heeft. 2 Gedenk dan HEEL de weg, waarop de HERE, uw God, u deze veertig jaar in de woestijn heeft geleid, [Hier volgt waarom het veertig jaar duurde.] om u te verootmoedigen en u op de proef te stellen ten einde te weten, wat er in uw hart was: of gij al dan niet zijn geboden zoudt onderhouden. 3 Ja, Hij verootmoedigde u, deed u honger lijden en gaf u het manna te eten, dat gij niet kendet [waar u niet vertrouwd mee was] en dat ook uw vaderen niet gekend hadden, om u te doen weten, dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit de mond des HEREN uitgaat.

Daar hebben we de reden — dat ze zouden leren dat de mens niet alleen van brood leeft, maar bij ieder woord van God.

We begrijpen natuurlijk allemaal dat we fysiek voedsel nodig hebben om ons lichaam in stand te houden. Maar Hij zegt daar dat er een aspect van het leven is, dat afhankelijk is van geestelijke dingen, en als mensen hebben we toegang tot meer dan één bron van geestelijke dingen. Om de kwaliteit van leven toe te voegen die het leven echt waardevol maakt, moeten we de juiste bron aanboren. De mens leeft niet overvloedig van brood alleen, maar bij ieder woord van God.

Hier worden ze dus aangespoord de gehele weg te onthouden en ze moeten begrijpen dat die veertig jaar duurde, net zoals wij ook moeten begrijpen dat de periode van onze bekering zolang duurt. Dat is omdat we Gods woord nodig hebben om die kwaliteit, die anders niet beschikbaar is, aan ons leven toe te voegen.

Sommigen die artikelen schreven over dit probleem met het "tellen voor Pinksteren", sloegen een aantal kristalheldere schriftgedeelten over. Anderen noemden enkele van die schriftgedeelten, maar ze redeneerden er omheen alsof ze het niet waard waren echt serieus in beschouwing te worden genomen, met als enig doel dat ze tot de conclusie konden komen die ze graag wilden bereiken.

We weten allemaal dat Israël niet in een rechte lijn door de Sinaï trok. Tegen de tijd dat ze in het beloofde land kwamen, waren ze kriskras door het gehele schiereiland getrokken en bij iedere wending maakten ze wel een gebeurtenis mee die ietwat anders was dan wat ze tot die tijd hadden meegemaakt. Elk van die gebeurtenissen had zo zijn eigen onderscheiden karakteristiek die het net weer wat anders maakte.

Dat is in grote lijnen hoe het leven in elkaar zit. Het gaat nooit in een rechte lijn voorwaarts. Het wordt vaak gemarkeerd door gebeurtenissen, waarvan er vele onverwacht zijn en waarvan er sommige met vrees worden tegemoet gezien, die we op alle mogelijke manier proberen te voorkomen, omdat we ze liever niet meemaken. Daarnaast zijn er andere ervaringen waarnaar we uitzien, omdat we verwachten daar plezier van te hebben. Ongeacht het soort gebeurtenissen dat er plaatsvindt, ze voegen alle toe aan de schat van ervaringen die ons maken tot wat we zijn en ze voorzien ons van de kennis die we moeten gebruiken om ons leven zo verstandig mogelijk te leiden.

Het staat daar niet in Deuteronomium 8, maar God schreef een boek waarin sommige ervaringen van die mensen ten behoeve van toekomstige generaties opgeschreven zouden worden, omdat die generaties een leven zouden leiden, waarin ze in sterke mate de wijsheid zouden kunnen gebruiken die aan de ervaringen van onze voorouders ontleend kan worden. Misschien is de meest heilzame uitspraak in wat we zojuist hebben gelezen wel de diepe wijsheid die verborgen ligt in het feit dat de mens niet van brood alleen leeft, maar bij ieder woord van God. De kwaliteit van het leven van een bekeerd iemand hangt in heel sterke mate af of men aandacht schenkt aan die waarheid.

Door deze test met het tellen voor Pinksteren heb ik geleerd dat er gebieden zijn die mensen als "klein" beschouwen en daarom niet van belang. Ze doen die dus af als niet werkelijk waard om serieus in beschouwing te worden genomen. Ik heb door dit probleem met Pinksteren ontdekt, dat er twee algemene gebieden van interpretatie zijn waarmee mensen in de kerk van God echt problemen hebben. Nummer één is het doorhebben van de geest of de bedoeling en daarmee de toepassing van een principe, waar Richards preek vanmorgen over ging. Nummer twee is het niet begrijpen van de ernst van heiligheid en daarmee niet in staat zijn het heilige van het onheilige te scheiden.

Gods woord bevat geen specifieke regels voor iedere specifieke omstandigheid die zich in iemands leven kan voordoen. Hij voorziet ons echter van de principes op basis waarvan we in staat zijn te extrapoleren, zodat we de juiste begeleiding hebben. Maar om de geest of de bedoeling te gebruiken, moeten we het algemene principe eerst geloven om een juist oordeel te kunnen vormen.

Ik hoorde Herbert Armstrong eens zeggen: "Ruimdenkenden kijken bijna altijd uit naar een specifiek vers voor een specifieke situatie. Als ze dat niet kunnen vinden, dan geven ze zichzelf toestemming om te doen of niet te doen, al naar gelang het punt waar het om gaat."

Laten we nu Ezechiël 22:24-26 lezen.

Ezechiël 22:24-26 Mensenkind, zeg tot het land [Israël]: Gij zijt een land, dat niet bevochtigd noch door regen gedrenkt is ten dage van de gramschap; 25 waar de vorsten zijn als een brullende leeuw, die zijn prooi verscheurt: mensen verslinden zij, schatten en kostbaarheden roven zij weg, het aantal weduwen vermeerderen zij er. 26 Zijn priesters doen mijn wet geweld aan en ontwijden mijn heilige dingen; tussen heilig en onheilig maken zij geen onderscheid, het verschil tussen onrein en rein onderwijzen zij niet, en voor mijn sabbatten sluiten zij hun ogen; zo word Ik te midden van hen ontheiligd.

Het is interessant dat Pinksteren een sabbat is. Als we het heilige niet kunnen scheiden van het onheilige, dan wordt het oordeel een of andere tint grijs en het duidelijke onderscheid tussen goed en kwaad verdwijnt.

Hier zijn drie voorbeelden van schriftgedeelten uit het "Pinkstergeharrewar", zoals ik het ben gaan noemen. Het eerste is uit Exodus 23:16. We zullen die schriftgedeelten maar een heel klein beetje uitdiepen. Dit vers wordt in het bijzonder heel duidelijk genegeerd.

Schriftgedeelte voorbeeld nummer 1:

Exodus 23:16 Ook het feest van de oogst, ...

Het garfoffer maakt deel uit van het feest van de oogst. Dat is het onderwerp hier. Het eerste "feest van de oogst" is Pinksteren. Het loofhuttenfeest is het volgende.

Exodus 23:16 Ook het feest van de oogst, der eerstelingen van uw vruchten, die gij op de akker zaaien zult; ...

We richten ons specifiek op Pinksteren. Let erop dat er staat: "de eerstelingen van uw vruchten, die gij op de akker zaaien zult." Wat is er nu zo moeilijk te begrijpen aan "die GIJ op de akker zaaien zult"? "Gij" duidt op Israëliet; "gij" duidt op hen die besneden zijn — hen die "in de betekenis van het Nieuwe Testament" bekeerd zijn; hen die het verbond met God hebben gesloten. Wat is er nu zo moeilijk aan het begrijpen van deze regel?

Dit bedoel ik nu met het als "klein" beschouwen van sommige van deze schriftgedeelten, als niet van belang, alsof God het boek schreef en zei: "Oei! Die woorden kwamen er zomaar te staan. Ik wilde niet echt het woord "zaaien" of de woorden "die gij zaaien zult" gebruiken. Nee, Hij maakt zulke fouten niet. Dit is heel specifiek voor wat betreft de offeranden. Als het graan voor het garfoffer van een andere bron komt dan hetgeen zij, de Israëlieten, de besnedenen — zij die het verbond met God hebben gesloten — hebben gezaaid, dan is het onheilig. Zo eenvoudig is dat.

Schriftgedeelte voorbeeld nummer 2:

Leviticus 22:21 Ook wanneer iemand de HERE een vredeoffer brengt, om een gelofte te vervullen of als een vrijwillig offer van runderen of van kleinvee, dan zal het GAAF wezen, opdat het welgevallig zij: geen enkel gebrek zal het hebben.

Dat vat het onderwerp vrij goed samen. Het offer moet gaaf zijn, zonder enig gebrek.

Leviticus 22:24-25 Wat echter door kneuzen, stoten, uitrukken of snijden verminkt is, zult gij de HERE niet offeren; dat zult gij in uw land niet doen. 25 Ook uit de hand van een vreemdeling zult gij niets van dat alles uw God als spijze offeren, want zij zijn geschonden [Statenvertaling: want hun verdorvenheid is in hen], er is een gebrek aan; het zal u niet welgevallig doen zijn.

Het woord "vreemdeling" hier betekent letterlijk "iemand die onbekend is". In zijn meest algemene betekenis is het van toepassing op de heiden, maar het is ook van toepassing op hen die niet bekeerd zijn — hen die niet het verbond hebben gesloten, hen die onder oudtestamentische omstandigheden niet zijn besneden. Offeranden moeten dus niet worden gebracht door de onbekeerde die God niet kent, of die niet door God wordt gekend. Geen van beide. Ziet u, ze zijn "onbekend".

Daar zit nog een interessant staartje aan. Laten we Exodus 12:48-49 opslaan. Het onderwerp van die paragraaf is de besnijdenis in verband met het Pascha.

Exodus 12:48-49 Maar wanneer een vreemdeling bij u vertoeft en de HERE het Pascha wil vieren, dan zal ieder van het mannelijk geslacht, die bij hem behoort, besneden worden; eerst dan mag hij naderen om het te vieren; hij zal gelden als in het land geboren. Maar geen enkele onbesnedene mag ervan eten. 49 Eenzelfde wet zal gelden voor de geboren Israëliet en voor de vreemdeling, die in uw midden vertoeft.

Die wet in Leviticus 22 wordt teniet gedaan als de persoon, de vreemdeling, besneden wordt, omdat hij dan het verbond met God sluit en hij dan door God wordt gekend. Hij is niet langer een vreemdeling en zolang de rest van zijn offerande voldoet aan de kwalificaties of de vereisten, dan kan hij net als iedere andere Israëliet een offerande brengen. Er is één wet die voor beiden geldt. Zolang die persoon, de vreemdeling, het verbond met God niet heeft gesloten, is hij niet gekwalificeerd een offerande te brengen, omdat zijn verdorvenheid in hem is.

Begrijpen we dat in de zin van het Nieuwe Testament? In de zin van het Nieuwe Testament betekent dit dat deze persoon niet onder het bloed van Jezus Christus staat. De verdorvenheid van zijn zonde is nog in hem en daarom is zo iemand niet gekwalificeerd om aan het Pascha deel te nemen.

Hier hebben we een voorbeeld uit het Oude Testament van een offer aan God van een onbekeerd iemand, dat niet zou worden geaccepteerd omdat hij symbolisch niet onder het bloed van Jezus Christus stond. Zijn verdorvenheid en zijn gebreken kleefden hem nog aan en daarom stond het hem niet vrij om te offeren.

Veel mensen schenken aan dit specifieke punt in Leviticus 22 geen aandacht, omdat de algemene context zich specifiek richt op offeranden gebracht op het koperen altaar en daarom concluderen ze dat het niet van toepassing is op het garfoffer. Ze schuiven het gewoon aan de kant. Maar ziet u, hun ontgaat het principe van deze woorden die hier staan, helemaal. Ze schenken totaal geen aandacht aan het absoluut duidelijke feit dat God zegt dat elke offerande zonder gebrek moet zijn. Niet alleen de offeranden op het koperen altaar, maar ELKE offerande moet zonder gebrek zijn. Waarom? Omdat al die nationale offeranden het symbool zijn van Christus die geen gebrek had en zonder zonde was; ze symboliseren een of ander aspect van Christus' werk ten behoeve van het behoud van de mensheid of als degene die in het behoud van de mensheid voorziet. Jezus, het echte garfoffer, kwam niet voort vanuit niet-bekeerde heidenen. Een offerande door hen zou onheilig zijn geweest.

Schriftgedeelte voorbeeld nummer 3: [Dit is alweer een heel duidelijk voorbeeld.]

Deuteronomium 12:4-12 Niet alzo zult gij de HERE, uw God, dienen. 5 Maar de plaats, die de HERE, uw God, uit het gebied van al uw stammen verkiezen zal om daar zijn naam te vestigen, om daar te wonen, die zult gij zoeken en daarheen zult gij gaan. 6 Daarheen zult gij brengen uw brandoffers en slachtoffers, uw tienden en uw wijgeschenken, uw gelofteoffers en uw vrijwillige offers, de eerstgeborenen van uw runderen en van uw kleinvee. 7 Daar zult gij eten voor het aangezicht van de HERE, uw God, en u verheugen, gij en uw huisgezinnen, over alles wat gij ondernomen hebt, waarin de HERE, uw God, u gezegend heeft. 8 Gij zult geenszins doen wat wij hier thans doen [hier in de woestijn]: ieder geheel naar eigen goeddunken. 9 Want gij zijt nog niet gekomen tot de rustplaats en het erfdeel, dat de HERE, uw God, u geven zal. 10 Maar wanneer gij de Jordaan zult zijn overgetrokken [Let op deze tegenstelling.] en woont in het land dat de HERE, uw God, u zal doen beërven, en Hij u rust geeft van al uw vijanden aan alle kanten [Dat is erg belangrijk.], en gij veilig woont; 11 dan zult gij naar de plaats, die de HERE, uw God, verkiezen zal om daar zijn naam te doen wonen, alles brengen, wat ik u gebied: uw brandoffers en slachtoffers, uw tienden en wijgeschenken [inclusief het garfoffer] en de gehele keur der geloften, die gij de HERE doen zult; 12 gij zult u verheugen voor het aangezicht van de HERE, uw God, gij, uw zonen, uw dochters, uw dienstknechten en uw dienstmaagden, en de Leviet, die binnen uw poorten woont, want hij heeft bezit noch erfdeel met u.

Dit is alweer een rechtstreeks bevel. Voor al de nationale offeranden die bij de tabernakel moesten worden gebracht, inclusief het garfoffer, gold dat het absoluut verboden was ze te brengen totdat aan die omstandigheden werd voldaan; dit waren: er moest rust zijn in het land, er moesten geen oorlogen meer worden gevoerd, ze moesten hun eigen oogsten kunnen binnenhalen en de tabernakel moest in Silo zijn opgebouwd. Het koperen altaar en alles daaromheen moest op zijn plaats staan. Ik liet u in andere preken zien, dat het nog zeven jaar duurde vanaf de tijd dat ze de Jordaan overstaken, totdat die omstandigheden bestonden.

Deze drie schriftgedeelten worden genegeerd, weggeduwd of bijna verachtelijk als onbelangrijk afgedaan. Er wordt met allerlei kronkelredeneringen omheen gepraat en deze zijn bijna allemaal op het argument gebaseerd, dat toen Israël eenmaal in het land was, de oogst van hen was. Ja, de oogst was van hen — om te eten, maar niet om aan God te offeren. De vereisten voor het brengen van offeranden zijn veel strikter dan voor hetgeen je voor jezelf kiest om te eten. Maar hoe belangrijk is het, dat men nauwgezet aandacht schenkt aan het voldoen aan die vereisten, die sommigen maar kleine onbenullige zaken vinden? Ik zal u enige voorbeelden geven — voorbeelden waar u bekend mee bent, maar we gaan er nu naar kijken in het licht van het Pinkstergeharrewar.

Laten we Leviticus 10:1-2 opslaan.

Leviticus 10:1-2 En de zonen van Aäron, Nadab en Abihu, namen ieder zijn vuurpan, deden daar vuur in en legden daar reukwerk op; zo brachten zij vreemd vuur voor het aangezicht des HEREN, hetgeen Hij hun niet geboden had. 2 Toen ging er vuur uit van de HERE en dit verteerde hen, zodat zij stierven voor het aangezicht des HEREN.

Er was slechts een klein beetje zuurdesem nodig om te sterven. Houdt dat in gedachten.

Er is onder de commentatoren een klein verschil van mening over wat nu precies hun zonde was. Dat ze zondigden, daar is iedereen het over eens. Maar de meeste commentatoren geloven, omdat er "vreemd vuur" wordt genoemd, dat hun zonde bestond uit het gebruiken van kolen van een gewoon vuur in plaats van van de kolen op het koperen altaar. Dat is de interpretatie die ik bijna unaniem binnen de kerk van God heb gehoord, alhoewel er wel enkele andere suggesties zijn gedaan.

Het is goed om te bedenken, als we hier naar gaan kijken, dat dit uiteindelijk "maar" een ceremonieel ritueel was — iets dat schijnbaar geen betrekking had op zo iets groots als het overtreden van één der geboden. Of toch? Aan de oppervlakte lijkt het erop, dat ze niet iets kwaads deden dat ook maar in de buurt kwam van wat Ananias en Saffira in Handelingen 5 deden, toen ze tegen Petrus logen, en toch doodde God Nadab en Abihu op een schokkende en abrupte manier.

Wat zij deden, scheen hun zo iets kleins en onbelangrijks toe. Ze lieten na om een schijnbaar onbelangrijke handelwijze inzake een rituele offerande precies op te volgen. Er staat duidelijk in vers 1 dat God hun had bevolen geen gewoon vuur te gebruiken. Er staat "vreemd vuur". Jammer genoeg heb ik dit woord "vreemd" niet opgezocht en ik vraag me af of het niet "onbekend" vuur betekent, net als de vreemdeling in Leviticus 22. God had hun bevolen geen gewoon vuur te gebruiken. Dit impliceert dat Hij hun had bevolen het vuur van het altaar te gebruiken. Laten we Leviticus 16:11 opslaan.

Leviticus 16:11-12 Dan zal Aäron de stier van zijn eigen zondoffer brengen en verzoening doen voor zich en zijn huis; hij zal de stier van zijn eigen zondoffer slachten. 12 En hij zal een pan vol gloeiende kolen van het [koperen] altaar voor het aangezicht des HEREN nemen en zijn handen vullen met fijngestoten welriekend reukwerk en dat alles brengen binnen het voorhangsel.

Het betreft hier instructies aangaande het gebruik van het vuur van het altaar voor het reukoffer op de verzoendag. Dat gebod gold voor elke dag. Het enige verschil was dat de hogepriester op de verzoendag ook het heilige der heiligen binnenging, maar de kolen voor het reukofferaltaar moesten vanaf het koperen altaar worden genomen.

We gaan nu naar Leviticus 9:24. Hier in Leviticus 9 hebben we de eerste offeranden die de priesters brachten, nadat de tabernakel was gebouwd en de priesters in hun functie waren aangesteld.

Leviticus 9:24 En er ging vuur uit van de HERE en dit verteerde op het altaar het brandoffer en de vetstukken; toen het volk dat zag, juichten allen en wierpen zich op hun aangezicht.

Vuur dat van God uitging, verteerde het offer op het altaar en dit bracht Zijn aanvaarding tot uiting, niet alleen van het offer, maar ook van het hele gebeuren rondom deze eerste offeranden en het aanstellen van de priesters. Vanaf dat moment moesten de kolen voor het reukofferaltaar genomen worden vanaf het koperen altaar. Dat was ook heilig en het vuur daarop was heilig. Het altaar was de plaats van offerande, de plaats waar het brandoffer, het spijsoffer, het vredeoffer, het zondoffer en het schuldoffer werden gebracht. Op dit punt kan ik net zo goed toevoegen, dat ook de offeranden die met het garfoffer samengingen, daar werden gebracht.

Vuur vertegenwoordigt iets. Het vertegenwoordigt Gods verlangen zonde te vernietigen en Zijn volk te reinigen.

Laten we Jesaja 6:5-7 opslaan.

Jesaja 6:5-7 Toen zeide ik: Wee mij, ik ga ten onder, want ik ben een man, onrein van lippen, en woon te midden van een volk, dat onrein van lippen is; en mijn ogen hebben de Koning, de HERE der heerscharen, gezien. 6 Maar één der serafs vloog naar mij toe met een gloeiende kool, die hij met een tang van het altaar genomen had; 7 hij raakte mijn mond daarmede aan en zeide: Zie, deze heeft uw lippen aangeraakt; nu is uw ongerechtigheid geweken en uw zonde verzoend.

Vuur symboliseert Gods verlangen zonde te vernietigen en Zijn volk te reinigen.

Laten we Maleachi 3:1-2 opslaan.

Maleachi 3:1-2 Zie, Ik zend mijn bode, die voor mijn aangezicht de weg bereiden zal; plotseling zal tot zijn tempel [de kerk] komen de Here, die gij zoekt, namelijk de Engel des verbonds, die gij begeert. Zie, Hij komt, zegt de HERE der heerscharen. 2 Doch wie kan de dag van zijn komst verdragen, en wie zal bestaan, als Hij verschijnt? Want Hij zal zijn als het vuur van de smelter en als het loog van de blekers.

We gaan nu naar Hebreeën 12:29.

Hebreeën 12:29 want onze God is een verterend vuur.

Ziet u wat er hier gebeurt? Als de symboliek van het Oude Testament in het Nieuwe Testament wordt overgebracht, wordt in het Nieuwe Testament Christus het vuur. Nu komen we dichtbij de reden waarom ze werden gedood.

We slaan nu Hebreeën 13:10 op. Ik kan hier geen uitgebreide uitleg over geven, maar Paulus zegt hier:

Hebreeën 13:10 Wij hebben een altaar, waarvan zij, die de dienst voor de tabernakel verrichten, niet mogen eten.

U weet nog wel dat toen we door die serie over voedsel, over eten, gingen, dat de symboliek uiteindelijk uitkwam op het punt dat we Christus moesten "eten". Wat gebeurde er dan binnen die symboliek? Christus is niet alleen het vuur, Hij is ook het altaar. Ze vloeien ineen.

Leviticus 10:3 En Mozes zeide tot Aäron: Dit is het, wat de HERE gesproken heeft: aan degenen die Mij het naaste staan, zal Ik Mij de Heilige betonen en ten aanschouwen van het gehele volk zal Ik Mij verheerlijken. En Aäron zweeg.

Het niet gebruiken van het vuur dat God Zelf verlangde, komt in feite neer op een verwerping van God Zelf, "want onze God is een verterend vuur", en door gewoon vuur te gebruiken betwistten ze Hem Zijn heiligheid en Hij bracht hen ter dood wegens het kleineren van Hem. Hij is niet gewoon. Hij is de HEILIGE GOD!

Het was maar een kleinigheid. Ze gebruikten alleen maar niet de juiste kolen, dat was alles. Betekenen "kleine" dingen niets voor God? We doen er beter aan te geloven dat ze wel iets voor Hem betekenen en dat ze ook voor ons iets betekenen. We weten allemaal, in het bijzonder degenen die vertrouwd zijn met koken, dat als we één ingrediënt weglaten, het eindresultaat niet precies is wat het had moeten zijn, het schiet tekort. Gods gehele plan bestaat uit veel dingen die de menselijke natuur heel gemakkelijk als kleinigheden kan beschouwen, als onbelangrijk, maar ze zijn op de lange duur belangrijk, omdat ieder ingrediënt deel moet uitmaken van de combinatie van wat we worden, omdat onze God een verterend vuur is. Hij is het altaar en wij zullen worden zoals Hij is.

Op dezelfde manier is het gebruik van graan uit heidense bron het opvatten van Jezus, die het Garfoffer was, onze God, onze Zaligmaker, onze Hogepriester, als gewoon en profaan en onbekend, voortkomend uit de heidenen — iets wat net zo verfoeilijk is als waarvoor Nadab en Abihu werden gedood.

Leviticus 10:8-11 De HERE sprak tot Aäron: 9 Wijn of bedwelmende drank zult gij niet drinken, gij noch uw zonen, wanneer gij de tent der samenkomst binnengaat, opdat gij niet sterft (het is een altoosdurende inzetting voor uw geslachten) 10 opdat gij scheiding kunt maken tussen heilig en onheilig, tussen onrein en rein, 11 en opdat gij de Israëlieten kunt onderwijzen in al de inzettingen die de HERE door de dienst van Mozes tot hen gesproken heeft.

De context waarin dit gebod verschijnt, doet iedereen denken dat de reden dat Nadab en Abihu deden wat ze deden was, omdat ze genoeg onder invloed van alcohol waren om zich niet zo volledig onder controle te hebben als ze normaal zouden zijn geweest. Merkte u in dit schriftgedeelte het vermelden van heilig en onheilig op?

Dronkenschap symboliseert op geestelijke gebied ook iets zeer ernstigs. We gaan naar Jesaja 28 waar Richard vanmorgen ook iets uit aanhaalde; wij zullen daar iets anders uit aanhalen, de verzen 1 en 3.

Jesaja 28:1a Wee de trotse kroon van Efraïms beschonkenen, ...

Bent u bekend met het Hebreeuws, hoe God een uitspraak doet en die daarna uitlegt door pal daarna een synonieme uitspraak te doen? "De beschonkenen van Efraïm", en "de trotse kroon".

Jesaja 28:3 met voeten vertreden wordt de trotse kroon van Efraïms beschonkenen.

Hier wordt het op iets andere manier herhaald. Gemeente, dronkenschap door alcohol is het symbool van het in een roes verkeren door ijdelheid, omdat de gevolgen van "de ijdelheid der trots" op geestelijk gebied de gevolgen nabootsen van het nuttigen van een te grote hoeveelheid alcohol. Door ijdelheid wordt iemand ertoe aangezet van zichzelf te denken dat hij beter, groter, sterker, sneller en intelligenter is dan hij in werkelijkheid is. Geestelijk is de werkelijkheid God Zelf en in praktische toepassing is het Gods woord. Als beletselen tegen het overtreden van Gods woord minder worden, neemt de ijdelheid der trots toe.

Trots misleidde Satan zo erg dat hij zichzelf er in feite van overtuigde, dat hij zijn Schepper in een oorlog kon verslaan. Trots brengt in ons hetzelfde voort en ook wij trekken ten strijde tegen God; in vergelijking met Satan echter op een veel kleinere schaal, maar het principe is hetzelfde. Er ontstaat vijandschap. Beletselen die ons er normaal van zouden weerhouden om de leiding van God en van Gods woord uit te dagen, nemen af, we stellen onze eigen standaards van gerechtigheid vast en zondigen. We zondigen omdat onze standaard altijd lager ligt dan die van God, evenals de standaard van Nadab en Abihu met betrekking tot vuur lager lag dan die van God. We doen dat, omdat ons bedrieglijk hart altijd naar een manier uitkijkt, die ons er op een of andere manier van overtuigt dat we gehoorzaam zijn zonder dat we het volledige offer moeten brengen — en zo missen we het doel.

Dat is genoeg over Nadab en Abihu. Laten we wat meer naar het begin van de bijbel gaan, helemaal in Genesis 4:1-5. Hier hebben we een ander offer.

Genesis 4:1-5 De mens nu had gemeenschap met Eva, zijn vrouw, en zij werd zwanger en baarde Kaïn; en zij zeide: Ik heb met des HEREN hulp een man verkregen. 2 Voorts baarde zij zijn broeder Abel; en Abel werd schaapherder, Kaïn landbouwer. 3 Na verloop van tijd nu bracht Kaïn van de vruchten der aarde aan de HERE een offer; 4 ook Abel bracht er een van de eerstelingen zijner schapen, van hun vet; en de HERE sloeg acht op Abel en zijn offer, 5 maar op Kaïn en zijn offer sloeg Hij geen acht. Toen werd Kaïn zeer toornig en zijn gelaat betrok.

Het boek Genesis is het boek van het begin van vele dingen. In Genesis 1 en 2 vinden we het begin van het toebereiden van de aarde om de mens als erfgenaam te ontvangen. Ook vinden we daar de schepping van de mens. In Genesis 3 vinden we het begin van de zonde, van het huwelijk, de eerste vloek en de eerste belofte van de Zaligmaker. Ik geloof dat we het er allemaal over eens zijn, dat al die dingen heel belangrijk zijn voor het leven. In het vierde hoofdstuk staan nog meer belangrijke eerste gebeurtenissen beschreven. In Genesis 4 vinden we de eerste beschrijving van het feitelijk vereren van God en de eerste vermelding van offeranden in de bijbel.

Ik geloof dat er onder moderne kerkleden de tendens is om offeranden af te doen als een interessant, eigenaardig gebeuren, maar onbelangrijk, aangezien er niet van ons verlangd wordt ze te brengen. Of toch? De tendens hun belang niet op de juiste waarde te schatten, misleidt hen, omdat ze praktisch allemaal de zondeloze Messias uitbeelden en daarmee ook de manier waarop wij ons leven moeten leiden, daar Paulus ons duidelijk "levende offeranden" noemde. Wij zijn dus zowel in symbolische als in praktische zin rechtstreeks betrokken bij offeranden.

De reden dat God Kaïns offer verwierp wordt niet onmiddellijk duidelijk vanuit de context in dit hoofdstuk. We zouden heel snel iets in het verhaal lezen als we zouden veronderstellen dat Kaïns offerande niet bestond uit de hoogste kwaliteit die hij kon geven. Er zijn minstens drie mogelijkheden waarom zijn offer werd verworpen. De meest algemene gedachte is, dat hij net als Abel een offer met bloed had moeten brengen. De tweede is dat het offer zelf goed was, maar dat het probleem in de houding zat, waarin het werd gebracht. En de derde is dat deze twee condities allebei tegelijkertijd bestonden: een verkeerd offer gecombineerd met een slechte houding.

Er zij nog iets opgemerkt: er is geen enkele aanduiding dat deze offeranden de eerste waren die ooit werden gebracht. Ze waren gewoon de eerste die zijn vastgelegd. In de NBG staat in vers 3: "Na verloop van tijd ..." Dat is niet zo'n geweldige vertaling. Letterlijk betekenen de woorden "verloop van tijd" aan het einde van dagen, erop duidend dat een bepaalde tijd was verlopen. Ze wachtten totdat een bepaalde tijd was aangebroken, daarom was het aan het einde van dagen. Het was de bepaalde tijd die God had vastgesteld.

Tussen twee haakjes, er zijn heel wat protestantse commentatoren die hierover zeggen dat deze offers waarschijnlijk werden gebracht op wat later een heilige dag zou worden. Dat is alleen maar speculatie. We weten het niet, maar zij krijgen dat idee vanuit deze woorden die letterlijk ook "een vastgestelde tijd" kunnen betekenen. Het lijkt er ook op, dat aangezien God die tijd had vastgesteld, Hij ook het offer had vastgesteld of bevolen.

In het kader van deze preek zij opgemerkt, dat ongeacht welk alternatief we het meest aannemelijk vinden, het heel duidelijk is dat het offer werd verworpen, omdat het niet aan Gods vereisten voldeed. Het voldeed er evenmin aan als een garfoffer in Jozua 5 eraan voldaan zou hebben. Eén van de eerste twee offeranden die in de bijbel zijn beschreven, wordt dus verworpen.

Er moet ook worden opgemerkt dat Kaïn heel ongelukkig was met de verwerping. Dit was ongetwijfeld het geval omdat hij duidelijk met God van mening verschilde over de verwerping en over het offer. We moeten dan wel tot de conclusie komen dat volgens zijn inschatting het offer gewoon voldeed, waarom zou hij anders zo van streek zijn geweest? Hij was van streek omdat hij zo dacht. Misschien dacht hij zelfs wel dat Gods oordeel te star was, omdat datgene wat onacceptabel was, in Kaïns oog zo'n klein onbelangrijk detail was.

Zelfs al zouden we beperkt zijn tot wat er in Genesis 4 staat, dan zou ik nog zeggen dat het bovenal Kaïns houding is die God in het geheel niet aanstaat. Maar we zijn niet beperkt tot Genesis 4, omdat we kunnen terugvallen op Hebreeën 11:4, waar het veel duidelijker wordt.

Hebreeën 11:4, 6a Door het geloof heeft Abel Gode een beter offer gebracht dan Kaïn; hierdoor werd van hem getuigd, dat hij rechtvaardig was, daar God getuigenis gaf aan zijn gaven, en hierdoor spreekt hij nog, nadat hij gestorven is. ... 6 maar zonder geloof is het onmogelijk (Hem) welgevallig te zijn.

Abel offerde in geloof. Kaïn deed dat niet. Daarom was er een innerlijk, geestelijk verschil tussen die twee. Kaïn kan heel goed hebben geloofd in het bestaan, in de macht, in de edelmoedigheid van God als Gever, maar er was bij hem geen nederige onderwerping aan Hem, die beantwoordde aan Gods leiding op alle gebieden van het leven. Het verschil tussen hun offerandes ligt in een verschil in hun hart.

Het lijkt erop dat het soort offer dat ze gaven, een aanduiding was van het soort geloof dat ze hadden. De één gaf een offerande van dingen zonder leven. De ander gaf een offerande van dingen met leven. Kaïns uitdrukking van geloof was er toe beperkt dat hij God slechts erkende als de Gever van leven. Abel brengt niet alleen tot uitdrukking dat God de Gever van leven is, maar ook dat het leven is verspeeld door het overtreden van Gods wet, en dat het slechts door genade — het doden van het lam — kan worden terug verkregen.

Abels offer laat heel wat meer begrip en diepgaande meditatie over het leven en het doel ervan zien dan het offer van Kaïn. Daarnaast duidt de boosheid van Kaïn erop dat hij wilde dat zijn offer op zijn voorwaarden zou worden geaccepteerd in plaats van op Gods voorwaarden, wat die dan ook waren. Dit is informatief, omdat gewoon het feit dat hij een offer bracht, erop duidt dat hij God wilde eren. Hij voelde een bepaalde verplichting om dat te doen en in de manier waarop hij dat deed, kwam hij minstens religieus over. 1 Johannes 3 heeft echter het volgende te zeggen:

1 Johannes 3:12 niet gelijk Kaïn: hij was uit de boze en vermoordde zijn broeder. En waarom vermoordde hij hem? Omdat zijn werken boos waren en die van zijn broeder rechtvaardig.

Dat vers zegt ons dat Kaïn over het geheel genomen niet gehoorzaam was aan God. Zeker, hij zag God als de Gever van het leven en als Degene die in alles voorziet, maar als hij God werkelijk op de juiste manier zou zien, in geloof, dan zou hij God op elk gebied van het leven gehoorzamen. Maar hier staat dat Kaïn "uit de boze" was en dat "de werken van zijn broeder rechtvaardig waren".

1 Johannes 3:15 Een ieder, die zijn broeder haat, is een mensenmoorder en gij weet, dat geen mensenmoorder eeuwig leven blijvend in zich heeft.

Dus ondanks dat Kaïn de uiterlijke schijn ophield religieus te zijn, was hij uit de boze. Hij was ook boos op zijn broer, omdat de offerande van zijn broer werd geaccepteerd en zijn eigen offer werd verworpen. Uiteindelijk doodde hij Abel.

Kenneth Wuest, een commentator, beschrijft Kaïn op de volgende manier: "Hij is het type van een religieus, natuurlijk mens die in een God gelooft en in religie, maar op zijn eigen manier."

Wat we hier direct al in Genesis 4 zien is een les in "aan hun vruchten zullen we ze kennen". Deze twee mannen verschenen voor God en God las Kaïns hart. Wij kunnen slechts de handelingen aan de buitenkant zien. Kaïns hart was niet oprecht met God en ook niet met zijn medemens. We kunnen hieruit dus leren dat aanvaardbare eredienst van God met een zuiver hart begint. Het wordt hier duidelijk dat Kaïn dat niet zo belangrijk vond, maar we zien ook dat hij dat voor God niet verborgen kon houden. God onderzocht hem kritisch en zag dat en verwierp zijn offerande.

We kijken hier — of u het zich realiseert of niet — naar het begin van wat Judas "de weg van Kaïn" noemt. De weg van Kaïn is religie op eigen voorwaarden, zelfs al beweert men trouw aan de bijbel en gebruikt men de bijbel als de bron van zijn religie.

Leek het er niet op dat Kaïn het woord van God gebruikte als de reden om voor God te verschijnen en een offerande te brengen? Dat was inderdaad zo. Hij gehoorzaamde zelfs een gebod. Hij kwam "aan het einde van dagen". God keek dwars door die huichelarij heen, maar Kaïns boosheid tegen God en de moord op Abel waren nodig om zichtbaar te maken dat de werkelijke bron van zijn religie de boze was die zich in zijn hart schuil hield.

Om de volgende reden maakte de verwerping van die drie schriftgedeelten, die ik eerder met betrekking tot het garfoffer las, mij zo bedroefd. Ik ontving post van iemand die een lijst van elf redenen gaf om de zondag te houden. Deze waren ontleend aan een boek met als titel Sunday Facts and Sabbath Fiction van de hand van ene Russel K. Tardo. Ik weet niet wie hij is. Ik weet helemaal niet waar hij bij is. Het artikel bevatte geen enkele identificatie in dat opzicht. Luister naar deze redenen:

  1. Jezus stond op deze eerste dag van de week op uit de dood.
  2. Christus verscheen toen eerst aan Zijn discipelen.
  3. Jezus ontmoette Zijn discipelen herhaaldelijk en op verschillende plaatsen.
  4. Jezus zegende de discipelen.
  5. Jezus gaf hun de Heilige Geest.
  6. Jezus' eerste opdracht aan hen was toen om het evangelie aan de gehele wereld te verkondigen.
  7. Jezus gaf de apostelen autoriteit om regels binnen de kerk vast te stellen en de kerk te besturen.
  8. Deze dag werd een dag van vreugde voor de discipelen.
  9. Een engel verkondigde op die dag voor het eerst het evangelie van de opgestane Christus.
  10. Jezus gaf het voorbeeld om het evangelie van Zijn opstanding te verkondigen en de Schriften uit te leggen.
  11. Het doel van onze verlossing werd voltooid.

Viel het u op dat er iets aan die lijst ontbrak? Zelfs al is het heel goed mogelijk dat elk van die dingen op zondag gebeurde, de schrijver liet na iets — wat voor hem ongetwijfeld onbelangrijk is — aan te halen: een gebod om de zondag te houden. God wordt in die lijst niet eens genoemd. Gods wil wordt in die lijst niet vermeld.

Laten we vers 11 van Judas opslaan om die tekst voor de geest te halen. Gods wil betreffende die offeranden is heel duidelijk. Het garfoffer mag niet vanuit de hand van een onbekeerde heidense bron worden gebracht.

Judas :11 Wee hun [de valse profeten], want zij zijn de weg van Kaïn opgegaan, zij zijn voor de verleiding van een Bileamsloon bezweken en door het verzet van een Korach ten onder gegaan.

De valse leraren volgen dezelfde weg als Kaïn. Het probleem — het Pinkstergeharrewar — volgt dezelfde weg, dezelfde manier van redeneren, dezelfde geest als die Kaïn in Genesis 4 volgde. Het is ook dezelfde manier van redeneren waaruit de Katholieke Kerk voortkwam en daarna zo'n duizend jaar later al de dochterkerken. Deze mensen veronderstellen, omdat deze dingen op zondag gebeurden, dat dat voldoende autoriteit voor hen is om de zondag vast te stellen als dag van eredienst. Op die manier bepaalden ze zelf wat gerechtigheid is en kozen ervoor die te volgen in plaats van wat God duidelijk in Zijn woord laat zien.

Toen ik vanmorgen naar de preek van Richard luisterde, keek ik toevallig wat verder op een plaats in de Schrift die hij aanhaalde, en in mijn bijbel stond er onder aan de bladzijde een lang commentaar over de sabbat. De notities in mijn bijbel komen vanuit de groep van Jerry Falwell. Die notities zeiden dat in de bijbel wordt geboden de sabbat te onderhouden en dat dat gebod voor alle Israëlieten geldt. Paulus noemt in het Nieuwe Testament de kerk zelfs "het Israël van God". De kerk is geestelijk Israël en het houden van de sabbat geldt voor de zonen van God. Zij zeiden verder dat in de toekomst, na Christus' wederkomst, alle mensen de sabbat zullen gaan houden.

In dit geharrewar over Pinksteren worden deze schriftgedeelten op ongeveer dezelfde manier genegeerd, alsof ze niet van belang zijn, alsof we ze kunnen verwaarlozen, alsof ze niet belangrijk zijn. Maar gemeente, tellen tot Pinksteren is ongelofelijk eenvoudig, als we eenmaal vanuit Leviticus 23 begrijpen dat om ieder jaar opnieuw consequent en op de juiste manier te tellen, we een wekelijkse sabbat moeten gebruiken die binnen de dagen der ongezuurde broden ligt. Doen we dat niet dan is het gevolg onregelmatigheid en verwarring. Zo eenvoudig ligt dat.

Zij gebruiken een veronderstelling dat Israël daar in Jozua 5:10-12 de garf bewoog, om daarmee de autoriteit vast te leggen om vanaf een wekelijkse sabbat die buiten de dagen der ongezuurde broden ligt te tellen. Dit is een veronderstelling die bijbels absoluut niet bewezen kan worden, omdat er geen offers naar de wet konden worden gebracht. Ze doen Jozua dus lijken op een idioot. Daarom las ik die schriftgedeelten aan het begin van Jozua, waar we God bijna met geheven vinger konden zien staan, terwijl Hij tegen Jozua zei: "Wees moedig, Jozua, en keer niet ter linkerzijde noch ter rechterzijde van wat u door Mozes hebt geleerd." Daarna las ik die andere schriftgedeelten om te laten zien dat Jozua, zelfs aan het eind van zijn leven, zei: "Ik ben niet ter linkerzijde noch ter rechterzijde afgeweken."

Gebaseerd op die veronderstelling bouwen ze een heel web van goed klinkende redeneringen om iedereen ervan te overtuigen dat hun veronderstelling waar is. Voor mij begint dit een overtuigend bewijs te worden hoe diep het Laodiceanisme de kerk is binnengedrongen. Er staat nergens in de bijbel dat het garfoffer binnen de dagen der ongezuurde broden moet worden gebracht. Drie heel duidelijke schriftgedeelten weerleggen de mogelijkheid dat er toen een garfoffer werd gebracht en daarmee is het vaststellen van de dagen in Jozua 5 zoals zij die weergeven, onmogelijk.

Wat ik zojuist zei, is het volgende. Op basis van Jozua 5 kunnen we op geen enkele manier stellen of het Pascha op maandag, woensdag, vrijdag of zaterdag viel. Er staat niets dat in die richting wijst; ook weten ze het jaar niet waarin dat plaatsvond, dus ook op die manier kan het niet worden vastgesteld. Zij houden zich aan een valse standaard van gerechtigheid die is vastgesteld door een beslissing die in 1974 werd genomen.

We hebben twee voorbeelden aangaande offeranden gezien — Nadab en Abihu, en het voorbeeld van Kaïn — waarin voor de mens schijnbaar onbelangrijke dingen aan de orde kwamen, maar Gods reactie liet zien dat deze dingen voor Hem niet onbelangrijk waren. Hij geeft ons deze voorbeelden, zodat we kunnen begrijpen hoe te beoordelen wat belangrijk is en waarin we dus ons vertrouwen kunnen stellen.

We sluiten af met Lucas 12:20-21.

Lucas 12:20-21 Maar God zeide tot hem: Gij dwaas, in deze eigen nacht wordt uw ziel van u afgeëist en wat gij gereedgemaakt hebt, voor wie zal het zijn? 21 Zó vergaat het hem, die voor zichzelf schatten verzamelt en niet rijk is in God.

Voor mij is dit een verwijzing naar de Laodiceeër wiens oordeel over hemzelf is dat "hij rijk is en zich verrijkt heeft en aan niets gebrek heeft". Aan de andere kant, Gods evaluatie van hem was dat "hij ellendig en jammerlijk en arm en blind en naakt" was. Dat gebeurt er met hen die het bewijs van Laodiceanisme laten zien en heel hoog van zichzelf denken, en ondertussen zijn ze arm in Gods oog.

Gemeente, de Sadduceeën, die voornamelijk uit priesters bestonden, hadden het in Jezus' tijd bij het rechte eind. Dus morgen [zondag, 15 april 2001] is de dag volgende op de wekelijkse sabbat binnen de dagen der ongezuurde broden. Dat is de dag van het garfoffer — "dag 1" in het tellen voor Pinksteren. Pinksteren is dit jaar op zondag, 3 juni 2001.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)