Doen leerstellingen er werkelijk toe? (Deel 8)

Door John W. Ritenbaugh
22 mei 2004

Samenvatting: (toon)

John Ritenbaugh beweert dat het al moeilijk genoeg is geloof in stand te houden als de leerstellingen juist geordend zijn, maar dit wordt zeer verwarrend als de pastor de juiste leerstellingen vermengt met "onschuldige", verkeerde leerstellingen ontleend aan de geloofssystemen van de culturen der wereld die onder invloed staan van de manipulatie van Satan. Schijnbaar kleine veranderingen hebben grote invloed op de richting die men gaat. Iemands kosmologie (zijn begrip van het karakter van de wereld) bepaalt in grote mate zijn geloofssysteem en zijn daaruit voorvloeiend gedrag. Als evolutie de kosmologie van de mens bepaalt, wordt de mens zijn eigen God. Totdat onze kosmologie samenvalt met die van God (als we denken zoals God denkt), zal ons geestelijk welzijn in voortdurend dodelijk gevaar verkeren. Wat iemand gelooft geeft gestalte aan zijn visie en gedrag. De Axiale Periode (gebaseerd op het Hellenistische denken uit de zesde en zevende eeuw voor Christus) heeft in grote mate vorm gegeven aan de overheersende kosmologie van de huidige wereld.


We beginnen deze preek in 1 Timotheüs 4, met Paulus' instructie aan Timotheüs.

1 Timotheüs 4:6 Als gij dit de broeders voorhoudt, zult gij een goed dienaar van Christus Jezus zijn, wèl onderlegd in de woorden des geloofs en der goede leer, die gij gevolgd zijt.

Het woord "goed" is hier van bijzonder belang. In het Grieks kan het — afhankelijk van de context waarin dit woord staat — een wijd uiteenlopende variёteit aan betekenissen hebben. Het kan worden vertaald met mooi, onovertroffen, uitstekend, zuiver of rechtschapen. In deze specifieke context duidt het op het op een aangename manier beїnvloeden van de geest. Met andere woorden Timotheüs voerde zijn verantwoordelijkheid uit. Hij beїnvloedde de geest van de mensen op een aangename manier met de leerstellingen die hij onderwees.

Een ander woord waar ik uw aandacht op wil vestigen is het woord "onderlegd" [in de Statenvertaling "opgevoed"]. Dit betekent in het Grieks voeden, versterken, gezondheid en groei bevorderen. In deze specifieke context betekent het op de juiste manier onderwijzen — de geest op de juiste manier vormen. In grote lijnen complimenteerde Paulus Timotheüs dat hij — wat Paulus hem had onderwezen — (door zijn manier van leven) getrouw volgde. Tegelijkertijd moedigde Paulus hem aan om dezelfde gezonde leerstellingen die hij aan Timotheüs had onderwezen, aan de gemeente te onderwijzen.

De les voor ons is duidelijk. Er zijn bepaalde woorden nodig die in een bepaalde vorm zijn gegoten (die vorm stelt dan de ware leerstellingen voor) om ons te doen veranderen, zodat we op dezelfde manier gaan denken als God en daardoor dus ook op dezelfde manier gaan handelen als God. Dat is de verantwoordelijkheid van de lokale dienaar — zich er zeker van stellen dat hij bepaalde woorden aan de mensen kan overbrengen, die in een bepaalde vorm zijn gegoten (de vorm van juiste en goede leerstellingen) om er zeker van te zijn dat de mensen die luisteren naar wat hij zegt, gevoed zullen worden. Met andere woorden zodat hun geest gesterkt en op een juiste manier gevormd zal worden — naar het beeld van God.

Laten we aannemen dat de dienaren dit doen. Dan wordt het, nadat de woorden door de dienaar zijn gesproken, de verantwoordelijkheid van de gemeente om deze leerstellingen te geloven. Maar dat is geen moeten. Dat is hun keuze. Ze kunnen ze aanvaarden, ze geloven en ze gebruiken. Of ze kunnen ze totaal verwerpen. Of ze kunnen zeggen: "Ach, ik weet het nog niet" en ertegen argumenteren.

Ik wil dat u door deze preek zult inzien dat een juiste voeding (aannemende dat u redelijk goed onderwijs krijgt) UW verantwoordelijkheid wordt. Die verantwoordelijkheid kan niet worden afgeschoven. We kunnen daarvoor niet de dienaren de schuld geven. Het wordt de verantwoordelijkheid van ieder lid individueel om de dingen voor zichzelf te bewijzen en te onderzoeken, en zich dan toe te staan ze te geloven zodat ze in daden kunnen worden omgezet.

Timotheüs deed dit. Daarom gaf de apostel Paulus hem een compliment. Hij was niet alleen blij met Timotheüs. Er was ook een zekere mate van blijdschap over de mensen in Efeze, waar Timotheüs pastor was. Timotheüs kreeg dus een compliment, omdat hij leefde naar de waarheden die hem door de apostel Paulus waren overgedragen.

Ik geloof dat we allemaal moeten toegeven dat geloven niet altijd gemakkelijk is. In feite is het één van de moeilijkere verantwoordelijkheden die op de schouders van ons allemaal worden gelegd. Laat me een voorbeeld geven uit onze tijd. Iemand vertelde me kort geleden dat hij had gelezen dat er door de diverse groepen van de kerken van God wel vijftien verschillende kalenders worden gebruikt. Hoorde u dat? De diverse groepen van de kerken van God gebruiken vijftien verschillende kalenders. Komt dat bij u niet intrigerend over? Gedurende bijna tweeduizend jaar gebruikte de kerk van God dezelfde kalender. En nu opeens, nu we dichterbij de wederkomst van Christus komen, vindt er een explosie van verschillende kalenders plaats — waardoor velen in verwarring komen en verdeeldheid ontstaat.

Zien we daardoor niet dat dit niet van God komt? God is niet de bron van verwarring. God is veeleer de bron van vrede in alle gemeenten van God. Maar waar ik hier de aandacht op wil vestigen is, dat al deze verwarring het voor de mensen heel moeilijk maakt om te geloven wat waarheid is. En zodoende worden ze gedwongen een keuze te maken aangaande welke kalender ze zullen gaan hanteren.

Ik ga nog steeds verder met die serie over "Is wat we geloven belangrijk", de serie die ik de titel "Doen leerstellingen er werkelijk toe?" heb meegegeven. Die begon met de publicatie van dat verslag door Barna, waarin de conclusie werd getrokken dat de Amerikaanse "wedergeboren christenen" er geen enkel probleem mee hadden om belangrijke bijbelse leerstellingen te verwerpen. Deze serie gaat nu echter een iets andere kant uit, zodat we kunnen gaan bekijken wat er in de kerk van de eerste eeuw gebeurde, opdat we onze persoonlijke positie in het licht van de huidige toestand van de kerk beter kunnen begrijpen.

Wat was de aanleiding van veel van wat er in de brieven werd geschreven? Moesten de apostelen niet problemen binnen de gemeente bij de kop pakken? Natuurlijk was dat het geval. Maar wat was de bron van die problemen? Waren er specifieke gebieden waarop de vrede en de eenheid binnen de gemeenten werd verstoord? Ja, dat was inderdaad het geval. Eén daarvan is ook voor deze tijd van uitzonderlijk belang. Zelfs al bestaat de groep die het probleem in de eerste eeuw veroorzaakte, niet meer, toch hebben sommige van hun gevaarlijke leerstellingen het overleefd.

Van uitzonderlijk belang is dat deze leerstellingen heel sterk leven binnen het "christendom" van deze wereld. Zij worden nog steeds geloofd, omdat ze heel aantrekkelijk zijn voor de menselijke natuur. En ik ben bang dat zij die deze leerstellingen geloven zich praktisch niet bewust zijn van de bron van deze leerstellingen.

Misschien ben ik cynisch, maar zelfs al zouden ze zich ervan bewust zijn, dan geloof ik dat het veel mensen (omdat sommige van deze leerstellingen zo aantrekkelijk zijn voor de menselijke natuur) niets zou uitmaken — zelfs al hoorden ze wat de bron is, zelfs al hoorden ze dat deze leerstellingen vals waren — omdat die kennis over Kerstmis en Pasen iedereen ter beschikking staat, en wat doen ze ermee? Ze halen gewoon hun schouders op.

Maar gemeente, wij moeten ons ervan bewust zijn — omdat de gevolgen (als iemand van ons ernaar zou gaan handelen) ervan vernietigend kunnen zijn voor ons behoud! Begrijp alstublieft dat ik het niet heb over het slikken van al hun leerstellingen, het gehele pakket. Ik heb het over het aanvaarden van misschien maar één van deze belangrijke leerstellingen. Er is maar één belangrijke leerstelling nodig om iemand het spoor bijster te doen geraken, omdat die bijna altijd naar een andere leerstelling leidt, enzovoort.

U herinnert zich nog wel het voorbeeld over het kaartlezen dat ik in mijn vorige preek gaf. Ik veranderde maar één belangrijk punt van de richting hoe van Scottsdale, Arizona in Glendale, Arizona te komen (plaatsen die ter weerszijden van Phoenix, Arizona liggen). Maar je zou nooit in Glendale aankomen, omdat die ene verandering van kritiek belang was voor het met succes in die plaats aankomen. Hoeveel kruisingen onderweg — op weg naar het Koninkrijk van God — moeten we dus oversteken om niet langer "de massa" te volgen?

In 1987 toen de groep rondom de heer Tkach hun eerste belangrijke verandering bekend maakte, zei ik tegen Evelyn dat ze dan niet meer konden stoppen met het maken van leerstellige veranderingen. Waarom? Omdat andere leerstellingen niet langer zouden passen bij die verandering. Het leek dus op het neermaaien van een rij dominostenen. De stukjes van de leerstellige puzzel pasten niet langer in elkaar. Ze konden dus niet stoppen totdat het gehele leerstellige plaatje was veranderd, uit elkaar was gevallen; en de organisatie viel in vele groepen uiteen.

Laten we Johannes 6 opslaan. Jezus spreekt daar en Hij zegt:

Johannes 6:63 De Geest is het, die levend maakt, het vlees doet geen nut; de woorden, die Ik tot u gesproken heb, zijn geest en zijn leven.

Eén van de meest nuttige hulpmiddelen die een oprecht bijbelstudent bij de hand moet hebben en vaak moet gebruiken, is een woordenboek. En wel omdat begrijpen van wat God zegt ervan afhangt of we de individuele betekenis van woorden begrijpen. De bijbel is een geestelijk stuk gereedschap — vol met woorden. Gods woorden! En die zijn op een speciale manier geordend, omdat Hij ze inspireerde.

Zoals we in dit vers zien zijn woorden geest. Woorden zijn symbolen. En in engere zin bestaan ze niet. Dat wil zeggen dat er geen materiёle substantie aan verbonden is. Ze vertegenwoordigen veeleer iets dat materiёle substantie heeft. Die woorden dragen een beeld over op het denken opdat wij zouden kunnen begrijpen.

Neem nu bijvoorbeeld het woord "auto". Dat woord draagt een begrip, een beeld over in ons denken van een voertuig, dat we gebruiken om ons van de ene plaats naar de andere te bewegen. Het beeld dat in het denken van iemand die het woord "auto" hoort, wordt opgeroepen, zal naar alle waarschijnlijkheid verschillend zijn van datgene wat iemand naast hem denkt. Voor de ene persoon kan het een beeld zijn van een rode Oldsmobile cabriolet uit 1993. Voor iemand anders is het een beeld van een zilverkleurig Chrysler bestelwagentje uit 2003. Voor weer een ander is het een blauwe Toyota Camry uit 2001.

Dit voorbeeld maakt iets duidelijk van één van de grootste moeilijkheden in communicatie. Voor al die drie personen kan een woord op papier er hetzelfde uitzien of hetzelfde klinken als het wordt uitgesproken, maar het brengt niet altijd precies dezelfde werkelijkheid en (nog belangrijker) hetzelfde begrip over op iemand die het ziet of hoort, omdat hun achtergrond betreffende dat woord gebaseerd is op HUN verleden.

Deze werkelijkheid kan heel ernstige gevolgen hebben in geestelijke zaken. Dit is zo, omdat in zaken betreffende geestelijke waarheid en de toepassing ervan op relationele aspecten (in sterkere mate dan op enig ander gebied van het leven), het belangrijk is dat we de bedoeling van de communicatie begrijpen.

Ik herinner me iets dat ik leerde toen ik nog een stuk jonger was. We moesten heel voorzichtig zijn in het lezen van communistische literatuur, omdat als ze daarin woorden gebruikten die voor de meeste Amerikanen heel bekend waren (zoals vrijheid, gelijkheid, economie, democratie, enzovoort), ze een geheel andere betekenis hechtten aan die woorden dan een Amerikaan dat in het algemeen zou doen.

Het is ook interessant dat toen Adam en Eva in de hof van Eden zondigden, Eva de woorden veranderde die God hun had bevolen (toen Satan haar daarnaar vroeg). Ze voegde een aantal woorden toe, hetgeen er blijkbaar op duidde dat ze het gebod niet op dezelfde manier begreep als waarop God die duidelijk had gecommuniceerd. Haar denken ging al een andere richting uit, evenals het denken van Adam.

Deze werkelijkheid waarover ik het heb, brengt in het bijzonder ernstige resultaten voort op het gebied van religie, omdat in religie begrijpen veel moeilijker is omdat we heel vaak in het geheel niet spreken over iets dat ook maar enige materiёle werkelijkheid bezit. In plaats daarvan beelden religieuze woorden abstracte begrippen, concepten, ideeёn, begrippen, indrukken, theorieёn, hypotheses en gedachten uit, waaraan in het geheel geen materiёle substantie is verbonden (zoals bij een auto wel het geval is).

Deze dingen hebben een grote invloed op geloof — en daarom gedrag en houding en doelen voor het leven. Het resultaat is dat we elkaar bevechten, omdat onze begrippen of concepten van een abstract idee heel anders zijn — zelfs binnen gezinnen. Man en vrouw hebben een verschillende achtergrond. Dingen betekenen iets anders voor hen en ze vechten daar over.

Het is dan ook geen wonder dat kerken zich splitsen, en splitsen, en splitsen, en splitsen, en splitsen, en splitsen. Het is dan ook geen wonder dat in de Verenigde Staten het aantal echtscheidingen nu al 1 op 2 beloopt. Twee mensen die worden verondersteld elkaar lief te hebben, kunnen elkaar opeens niet meer begrijpen en kunnen elkaar niet meer uitstaan. En de oplossing is misschien wel zo simpel als het begrijpen wat een bepaald woord betekent.

Wees u ervan bewust dat ik in deze preek ongeveer nog een half dozijn woorden zal behandelen die van kritisch belang zijn voor religie. Deze woorden kunnen ook op andere gebieden worden gebruikt, maar ik zal het gebruik ervan benadrukken zoals dat binnen religie op geestelijke dingen van toepassing is.

Er is een woord dat u — als u over geestelijke dingen studeert en nadenkt — vroeg of laat wel zult tegenkomen. Het is geen woord dat in het dagelijks leven heel veel wordt gebruikt. Maar wat het betekent heeft desondanks al een heel grote invloed gehad op uw leven — ongeacht hoe oud u bent. Het heeft een grote invloed gehad op de geschiedenis van de wereld, omdat het een grote invloed heeft op hoe iemand de gebeurtenissen van het leven ziet of begrijpt. Dat woord is kosmologie.

De meesten van ons weten dat het woord kosmos het Griekse woord is dat in het Engels met "wereld" is vertaald. Het achtervoegsel -logie aan het einde betekent "studie van". Dus studie van de wereld. Biologie is de studie van het leven en theologie is de studie van God. Daarom wordt kosmologie gewoonlijk gedefinieerd als de studie van wetenschap, leerstellingen of theorie van het karakter van de wereld.

Het basiswoord "kosmos" kan worden gebruikt als verwijzing naar de geschapen hemellichamen, zoals planeten en sterren. Met andere woorden het hemelse systeem of de orde der dingen. Of het kan worden toegepast op de georganiseerde systemen van de verschillende culturen op aarde. Gewoonlijk gebruikt de bijbel het op de laatste manier — als toegepast op de georganiseerde systemen van de verschillende culturen op aarde.

1 Johannes 2:15 Hebt de wereld [Daar hebben we dat woord kosmos.] niet lief en hetgeen in de wereld is. Indien iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem.

Johannes gebruikt het in een betekenis waarin hij het toepast op de verschillende systemen die op aarde aanwezig zijn. Dat zijn dus de culturen. Als we echter buiten de bijbel om ander materiaal lezen, dan gebruiken de auteurs het woord gewoonlijk niet in de enge bijbelse manier, maar in een veelomvattender manier — waardoor zowel fysieke als geestelijke elementen worden omvat. De veelomvattender manier is de manier waarop ik het hier aan het begin van de preek gebruik.

Ik doe dit omdat bijna alle Grieken het woord op die manier gebruikten. Zij gebruikten het niet in de zin van culturen of systemen van de wereld. Dat is een bijbels gebruik van het woord — door een christelijke apostel. Als zij [de Grieken] het woord kosmos gebruikten, hadden ze het over alles (maar merendeels over hemelse dingen).

De reden dat we ons zo druk maken over de manier waarop de Grieken het gebruikten is, omdat de Griekse taal en het Griekse denken een zeer grote invloed hadden op wat er in het Nieuwe Testament werd geschreven. Bedenk hoe ik deze preek begon. De apostelen schreven over dingen die de rust in de gemeenten verstoorden. Ze hadden met problemen in de gemeenten te maken en de Griekse cultuur had daar een grote invloed op. Het Nieuwe Testament is zelfs in het Grieks geschreven.

Waarom is kosmologie belangrijk? Iemands kosmologie bepaalt, vormt en modelleert in vrij grote mate zijn perspectief. Een perspectief is de manier waarop iemand naar de gebeurtenissen van het leven kijkt en deze interpreteert. Daarom wordt zijn gedrag daardoor in sterke mate bepaald.

De Grieken keken naar kosmologie als naar de wetenschap, of de studie, van de natuur van de structuur en het functioneren van de kosmos — inclusief en in het bijzonder die van de hemelen en al de systemen die zich daarin bevinden. De dingen waar ik nu het fundament voor leg, zullen pas echt belangrijk worden in de volgende preek, maar ik moet dit hier aan de orde stellen om een goede basis te leggen.

Daar kosmologie de leerstelling of de theorie is van de natuur van de wereld, rijst de vraag wat "natuur" betekent. Natuur wordt gedefinieerd als het aangeboren of essentiёle karakter, of de basisgesteldheid van iemand of iets.

Ik gebruikte het woord "gesteldheid". Wat betekent dat? Het betekent structuur. Een ander woord voor gesteldheid is constitutie. In politiek opzicht is een constitutie een grondwet. De grondwet legt de structuur van ons staatsbestel vast en van onze vrijheden en verantwoordelijkheden als burger. Dat is allemaal in de grondwet gestructureerd, daar kunnen we het allemaal lezen.

Kosmologie is daarom (Deze definitie wordt almaar langer en langer.) de leer van het aangeboren of essentiёle karakter van de samenstelling van de wereld. Er moet nog één ding worden toegevoegd als hierbij religie is betrokken. En wel omdat kosmos ook een geestelijke dimensie bevat. Deze was voor de Grieken heel belangrijk. Daar dit voor de Grieken belangrijk was, vond dit zijn weerslag in de bijbel. Bijbelse kosmologie (Nu volgt mijn uiteindelijke definitie.) is de leer van het aangeboren of essentiёle karakter en de geestelijke en fysieke samenstelling van de systemen van de geschapen wereld.

Of mensen het beseffen of niet, iedereen heeft een kosmologie. Deze kan uiteenlopen van eenvoudig tot heel complex. De manier waarop mensen de elementen van hun kosmologie begrijpen bepaalt hun geloofssysteem.

Bijvoorbeeld als evolutie deel uitmaakt van iemands kosmologie, dan gelooft hij dat elke materiёle substantie die in de wereld voorkomt zonder Schepper tot stand is gekomen. Dit elimineert feitelijk God, engelen en demonen uit de manier waarop hij het leven en het doel ervan beschouwt. Het geloofssysteem van zo iemand is geheel gebaseerd op materiёle dingen. En uit deze theorie kunnen allerlei soorten sociaal en cultureel kwaad voortkomen, omdat het feitelijk iedere persoon tot zijn eigen autoriteit maakt betreffende ethisch en moreel handelen. Als evolutie deel uitmaakt van iemands kosmologie wordt hij er dus toe gebracht te concluderen dat er geen morele, geestelijke of ethische autoriteit is die hoger dan de mens staat.

Als u denkt dat dat geen invloed heeft op de manier waarop mensen LEVEN, als u denkt dat dat geen invloed heeft op de manier waarop ze HANDELEN, dan spijt het me dat u mij niet meer kunt volgen. De mens is het toppunt van moreel, geestelijk en ethisch denken. Er is geen God en de mens wordt God. Zulk denken komt voort uit zijn kosmologie.

Aan de basis van iedere cultuur op aarde — of dat nu de Amerikaanse, Britse, Indiase, Russische, Duitse, Indonesische, Chinese, Japanse, Nederlandse of Zuid-Afrikaanse is — ligt een kosmologie. En elk van die kosmologieёn heeft overeenkomsten, maar tegelijkertijd kenmerkende verschillen van begrip die ze op hun beurt van elkaar doet verschillen. Is het dan een wonder dat we oorlogen hebben, als iedereen op een verschillende manier naar de dingen kijkt, en iedereen zegt: "Mijn manier is beter dan de jouwe"?

Laten we nu Genesis 11:1-9 opslaan. Luister naar de bewoordingen die hier worden gebruikt.

Genesis 11:1 De gehele aarde nu was één van taal en één van spraak.

We kunnen aannemen dat aangezien op dat moment in de geschiedenis iedereen dezelfde taal sprak, ze niet veel problemen hadden met onderlinge communicatie en dat ze in principe allemaal dezelfde kosmologie hadden.

Genesis 11:2-6 Toen zij oostwaarts trokken, vonden zij een vlakte in het land Sinear, waar zij zich vestigden. 3 En zij zeiden tot elkander: Welaan, laten wij tichelen maken en die goed bakken. En de tichel diende hun tot steen en het asfalt diende hun tot leem. 4 Ook zeiden zij: Welaan, laten wij ons een stad bouwen met een toren, waarvan de top tot de hemel reikt, en laten wij ons een naam maken, opdat wij niet over de gehele aarde verstrooid worden. 5 Toen daalde de HERE neder om de stad en de toren, die de mensenkinderen bouwden, te bezien, 6 en de HERE zeide: Zie, het is één volk en zij allen hebben één taal. Dit is het begin van hun streven; nu zal niets van wat zij denken te doen voor hen onuitvoerbaar zijn.

Het is hier duidelijk dat God niet dezelfde kosmologie had als deze mensen. God kon in Zijn wijsheid zien waar dit opuit zou lopen. Deze mensen met hun onbeperkte vrijheid van communicatie konden dezelfde verdorven kosmologie aan elkaar doorgeven. Maar God riep daar een halt aan toe, omdat deze niet in de pas liep met Zijn kosmologie. En Hij zegt dus in vers 7:

Genesis 11:7 Welaan, laat Ons nederdalen en daar hun taal verwarren, zodat zij elkanders taal niet verstaan.

En in een oogwenk liepen hun kosmologieёn uiteen. Ze konden elkaar niet meer op dezelfde manier begrijpen.

Genesis 11:8-9 Zo verstrooide de HERE hen vandaar over de gehele aarde, en zij staakten de bouw van de stad. 9 Daarom noemt men haar Babel, omdat de HERE daar de taal der gehele aarde verward heeft en de HERE hen vandaar over de gehele aarde verstrooid heeft.

En als gevolg van deze handeling zijn we nu waar we zijn. Daar hadden we dus mensen die een overeenkomstige kosmologie als uitgangspunt hadden, en ze brachten in hoog tempo een aangepaste hybride kosmologie voort, die God beslist niet verder tot ontwikkeling wilde laten komen.

Er komt een tijd dat we allemaal één zullen zijn. Iedereen zal dan dezelfde kosmologie hebben, die zijn opvattingen over het leven gestalte geeft. Maar dan zal er een eenheid zijn die voorkomt uit God. Voor deze tijd past het in Gods doel dat we allemaal verschillend zijn, en dat we aan onze relaties moeten werken, en dat we met elkaar overweg moeten kunnen zelfs al bekijken we de dingen niet op dezelfde manier. Dat is een gevecht dat we het hoofd zullen moeten bieden en waarin we zullen moeten overwinnen. Ergens is er iets mis met onze kosmologieёn en ze moeten worden aangepast om in harmonie met die van God te komen.

Job 42:2-6 Ik weet, dat Gij alles vermoogt [Hij heeft het tegen God.], en dat geen uwer plannen wordt verijdeld. 3 "Wie is het toch, die het raadsbesluit omsluiert zonder verstand?" Daarom: ik verkondigde, zonder inzicht, dingen, mij te wonderbaar en die ik niet begreep. 4 "Hoor nu, en Ik zal spreken; Ik wil u ondervragen, opdat gij Mij onderricht." [Luister nu naar vers 5.] 5 Slechts van horen zeggen had ik van U vernomen, maar nu heeft mijn oog U aanschouwd. 6 Daarom herroep ik en doe boete in stof en as.

Hij zegt: "Ik heb een afschuw van de manier waarop ik vroeger naar de dingen keek." Hij zegt: "Mijn kosmologie deugde van geen kanten." Die was niet goed afgesteld en moest in overeenstemming met die van God worden gebracht. Hij kon de dingen dus nu heel wat beter zien, omdat nu een deel van zijn kosmologie in harmonie met die van God was gebracht.

We kunnen hier van leren dat kosmologieёn voortdurend kunnen worden aangepast naarmate ons begrip van de natuur en het karakter van de wereld door de ervaringen van het leven verandert. Daarnaast werkt ook God eraan dat wij onze kosmologie veranderen. Hij verlangt er zeer sterk naar dat wij de manier waarop we naar de dingen kijken, veranderen. Dat is de enige manier waarop er vrede en harmonie in het gezin van God kan zijn — als we in voldoende mate op de manier van God naar de dingen kijken, zodat we één met Hem zijn.

Job zette een reusachtige stap voorwaarts, maar kijk eens naar de strijd die hij moest voeren om zover te komen dat hij de heerlijkheid van het denken en het karakter van God kon zien, en ook de reden van zijn beproevingen — dingen die hij tevoren niet begreep. Nu kon hij het leven anders bekijken dan voor die tijd.

We kunnen in dit boek zien dat hij zich in zijn leven beschouwde als slachtoffer van de omstandigheden. Hij was inderdaad een slachtoffer in de zin dat de dingen niet onder zijn controle stonden. Maar er was Iemand die wel controle had over de krachten die Jobs denken begonnen te beїnvloeden — zijn kosmologie begonnen te veranderen — totdat hij de dingen anders bekeek dan voor die tijd. Hij zag toen ook in dat hij gerust kon zijn dat God niet tegen hem was, maar in feite zijn denken aan het modelleren en vormen was tot een denken dat in harmonie was met dat van God.

En het is dit feit dat bekering mogelijk maakt. Toen God door Zijn genade een relatie met ons begon, veranderde onze kosmologie voor altijd.

1 Johannes 3:1-2 Ziet, welk een liefde ons de Vader heeft gegeven, dat wij kinderen Gods genoemd worden, en wij zijn het (ook). Daarom kent de wereld ons niet, omdat zij Hem niet kent. 2 Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen; (maar) wij weten, dat, als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is.

Beperk uw denken alstublieft niet tot het feit dat we een heerlijkheid zullen hebben zoals Hij. Dat zullen we zeer zeker, maar we zullen die heerlijkheid niet hebben totdat we denken zoals Hij! Hij is ons denken aan het vormen. Zodat als we naar iets kijken, het als het ware door de ogen — door het denken — van God gebeurt. We gaan meer en meer dezelfde kosmologie hebben — hetzelfde zicht op het universum, hetzelfde zicht op de schepping, waarom die er is en wat onze rol daarin is.

We zullen onszelf niet langer als slachtoffer van de omstandigheden zien. In plaats daarvan zullen we zien dat we een scheppend proces ondergaan dat onze kijk verandert op het leven, onszelf en andere mensen, en dat ons daarnaast ook onderwijst. Ik ben er dus zeker van dat we voortdurend veranderingen zullen ondergaan, totdat God tevreden is dat ons denken in voldoende mate in overeenstemming met dat van Hem is om op dezelfde manier als Hij naar de dingen te kijken. Tot het zover is zijn we nog enigszins overgeleverd aan de macht van wat onze manier van de dingen bekijken voor onze bekering vorm had gegeven.

1 Johannes 4:5a Zij zijn uit de wereld; daarom spreken zij uit de wereld ...

Dat is de manier waarop ze de dingen zien. Hun kosmologie stuurt hun gedrag, hun gedachten.

1 Johannes 4:5b-6a ... en hoort de wereld naar hen. 6 Wij zijn uit God; wie God kent, hoort naar ons; ...

Hier luidt iemand luid en duidelijk de bel. Die "ons" hier, gemeente, zijn de apostelen — en natuurlijk ook rechtstreeks God Zelf. Zij horen "ons".

1 Johannes 4:6b ...; wie uit God niet is, hoort naar ons niet.

Het denken verwerpt eenvoudig. Ze kunnen het gewoonweg niet zien.

We hebben het hier over een basisprincipe en we moeten kijken naar wat het denken vormde dat zij hebben en dat wij hebben. Wij hebben iets ondergaan dat zij nog niet hebben ondergaan. En het is erg gemakkelijk te begrijpen waarom ze het niet snappen. Hun denken denkt gewoon niet binnen de grenzen waarbinnen wij denken. Hun denken is door een andere geest gevormd. Het neemt de dingen waar binnen een ander kader dan wij dat doen.

Dit is één van de echte testen van bekering — of we de dingen werkelijk op de manier van God zien. En het betekent dat we langzamerhand ons Zijn kosmologie eigen maken en die gaan gebruiken. Of iemand dus wel of geen religie heeft, zal dus een belangrijke rol spelen in het vormen van de kosmologie van zo iemand. Daarom is het zo belangrijk dat we God leren kennen. God kennen is eeuwig leven. Dus gemeente, als ik het zo eenvoudig mogelijk kan zeggen — onze taak is om toe te laten dat ons denken overeen gaat komen met Gods denken. We kunnen het niet eenvoudiger zeggen.

Het wordt soms gemakkelijk over het hoofd gezien dat de kerk door de eeuwen niet in het luchtledig heeft gefunctioneerd. De kerk is niet en is ook nooit geїsoleerd geweest van de activiteiten van de culturen waarin de leden zichzelf bevinden. Dit is zo omdat de leden de wereld — en dus de kosmologie van de wereld — de kerk binnen brengen. Als dit niet waar was, zou God ons niet aansporen uit Babylon te komen.

Dit kan een bron van belangrijke conflicten binnen de kerk zijn, omdat iedereen binnen de kerk de dingen niet op precies dezelfde manier bekijkt. Het belangrijkste probleem in de wereld waar we uit moeten komen is, in algemene zin, dat de wereld God niet gelooft. Zo eenvoudig ligt het. Daar is niets ingewikkelds aan.

Let maar eens op het verslag van Barna waar ik zoveel dingen uit heb aangehaald. Deze "wedergeboren christenen" geloven in zekere zin bijna alles wat ze maar willen. Feitelijk scheppen ze hun eigen religie. Inderdaad komt een gedeelte ervan uit de bijbel. Maar een groot deel komt gewoon uit de cultuur. En dat is aanvaardbaar voor de groep waarin ze zich bevinden, waar ze mee werken, mee spelen en waaronder ze zich begeven.

De meeste mensen in de wereld geloven dat God bestaat. Maar ze geloven niet wat Hij zegt. Hier komt een andere eenvoudige uitspraak. Wat iemand gelooft dat vormt zijn kosmologie. Er is niets ingewikkelds aan de manier waarop ons denken vorm wordt gegeven en zodoende de manier waarop we handelen. Het gaat om wat we geloven. En we DOEN wat we geloven. En wat we doen bewijst wat we geloven!

De aanwijzingen in ons leven dat we ons aan God onderwerpen zijn het bewijs voor God dat we Hem werkelijk geloven. Zei Jacobus dat niet? "Ik zal u mijn geloof uit mijn werken laten zien." Ik wil de woorden iets veranderen. Jacobus zei: "Ik zal u laten zien wat ik geloof door wat ik doe." Zijn kosmologie gaf vorm aan wat hij deed. Deze dingen hangen allemaal met elkaar samen. Het lijkt er wel op dat we almaar in een cirkel blijven ronddraaien.

Nu zien we de kerk in de twintigste eeuw van haar tumultueus bestaan. Het helpt als we weten dat geschiedenis, in het bijzonder die van de kerk, reeds lang bestaande patronen volgt die door God in stand worden gehouden als leermiddel om ons geloof op te bouwen. Dat is dus iets om ons onderweg te helpen. Patronen die als we ons ervan bewust zijn en we ernaar uitkijken, ons doen weten dat er iets aan het werk is waarin we kunnen geloven.

Ik bedoel met patronen dat in principe in de gehele menselijke geschiedenis praktisch dezelfde dingen iedere keer opnieuw gebeuren. De namen van de betrokken personen zijn anders. De aardrijkskundige plaats waar de gebeurtenissen plaatsvinden is anders. Maar de gebeurtenissen zijn in principe bijna precies hetzelfde. In eenvoudige bewoordingen gezegd: De geschiedenis herhaalt zichzelf.

Dit komt ten eerste omdat God Zelf nooit verandert. En Gods doeleinden veranderen nooit. Zijn karakter is altijd hetzelfde en de manier waarop Hij beslissingen neemt zal altijd hetzelfde zijn. Zijn doel zal daarom volgens dezelfde algemene principes worden uitgewerkt. Dit is reeds vanaf het allereerste begin gaande.

Daarnaast wijkt Satan nooit af van zijn vastbeslotenheid om Gods doel te dwarsbomen. Daarbovenop verandert de menselijke natuur nooit — omdat, tenzij God tussenbeide komt, deze praktisch hulpeloos is ten opzichte van Satans manipulaties.

Ik breng dit naar voren, omdat ik wil dat we begrijpen waarom de kosmologie van de eerste eeuw past in deze serie die in de eenentwintigste eeuw gegeven wordt. Dat is de serie waar we nu doorheengaan betreffende het belang van juiste leerstellingen, en omdat God heel wat onderwijs in Zijn woord geeft over wat de kerk in de eerste eeuw overkwam. Dat is heel interessant.

De geschiedenis van de kerk in de eerste eeuw is in principe op ons van toepassing. Dingen zullen zich almaar herhalen. Wat zich niet lang na het ontstaan van de kerk voordeed, is in de bijbel bijna uitsluitend in de brieven vastgelegd. Daaruit kunnen we veel leren over wat ons is overkomen, omdat het ook hun overkwam. Ik bedoel wat ons overkwam na de dood van Herbert Armstrong.

Jezus waarschuwde voor wat er zou gaan gebeuren. Bijna vanaf het begin van Zijn menselijk optreden zei Hij: "Wees op uw hoede voor valse profeten." Hij zei: "Wees op uw hoede voor de leer der Farizeeёn." Hij zei: "Wees op uw hoede voor de leer van de Sadduceeёn." Jacobus schreef over wat er zich in de eerste eeuw afspeelde. Judas schreef erover — een hele brief, één hoofdstuk lang, gaat over wat er gaande was. Petrus schreef erover. Paulus schreef erover. Johannes schreef erover. Het was echter in het bijzonder Paulus die erover schreef.

De dingen waar ik nu op in zal gaan, weet ik al vele jaren, maar ze hingen als los zand aan elkaar. Ik las een boek dat ik nog steeds aan het lezen ben. Het heeft als titel "Primitive Christianity in Crisis" en is geschreven door Alan Knight. Dat heeft me erg geholpen om structuur in deze dingen aan te brengen. De heer Knight houdt de sabbat. Hij is lid van de Church of God Seventh Day.

Wat mij betreft heeft hij een waardevolle dienst bewezen door een duidelijke relatie te leggen tussen de opvattingen en gebeurtenissen in de eerste eeuw en de huidige toestand van het grotere geheel van de kerk van God. Niet alleen maar de Church of the Great God. Ik heb het over United. Ik heb het over Living, Philadelphia en alle andere groepen die er zijn.

Maar om een basis te leggen moeten we in gedachten in de tijd teruggaan naar de zevende en zesde eeuw voor Christus; dit was een cruciale periode waarover ik ook enkele maanden geleden gesproken heb. Hier begon het allemaal. Daar heeft deze geschiedenis zijn begin.

U herinnert zich nog wel dat ik diverse malen in die serie heb gezegd dat dat — bekeken vanuit het standpunt van onze huidige wereld — de meest verwarde periode in de menselijke geschiedenis was. Dit is zo omdat, zoals historici hebben laten zien, in die periode — de zevende en zesde eeuw voor Christus — onze huidige wereld (met al zijn bestuurs-, economische en religieuze systemen) vorm blijkt te hebben gekregen.

Ik liet u zien dat Gods profeten middenin al die dingen zaten en dat het werk van Jeremia in het bijzonder belangrijk was. En hij schijnt — voor zover het het werk van de ware God aangaat — de cruciale figuur in dienst van God te zijn geweest. Maar valse profeten werkten er in dezelfde tijd ook aan om hun ideeёn te verbreiden. God koos er echter voor om via Jeremia over het Nieuwe Verbond te profeteren, waar omheen heel veel van onze — de kerk van God in deze tijd — kosmologie is gevormd.

De valse profeten werden ook door hun leider geїnspireerd een nieuwe kosmologie voor de heidense wereld te bedenken, om met Gods waarheid te wedijveren die bezig was om het denken van de mensheid voor te bereiden op de eerste komst van Jezus Christus — en ook het grondwerk te verzetten voor onze tijd, vlak voor de wederkomst van Christus.

Het kostte eeuwen voor deze kosmologie om zich volledig te ontwikkelen. Er was niet één mens die het gehele plaatje aandroeg, maar toch kwam hij tot stand. En deze werd middelpunt van het denken in de hellenistische wereld. Dat is belangrijk, omdat dit de wereld is waar de kerk in de eerste eeuw mee te maken had. Dit is de wereld van de brieven uit de bijbel, en natuurlijk ook de wereld van de vier evangelieёn.

De nieuwe kosmologie begon in de zevende en zesde eeuw voor Christus en deze veranderde het voorkomen van de heidense religies door ze meer op een geestelijke leest te schoeien dan voorheen het geval was. In de loop van enkele honderden jaren werd door mannen zoals Orpheus, Pythagoras, Socrates en Plato bijgedragen aan de vorming ervan en dezen werden door hun filosofieёn de belangrijkste bevorderaars van deze kosmologie.

Over de gehele wereld vond er zo'n soort intellectuele verandering plaats. Dat gebeurde in China, in Japan, in India, Indonesiё, Polynesiё. Het gebeurde ook in Mexico en Zuid-Amerika. Bijna gelijktijdig ontstond in die tijdsperiode overal op aarde in principe dezelfde manier van denken — waarvan het grootste deel onjuist was.

Maar deze kwam in het bijzonder onder het Griekse volk tot ontwikkeling, een volk dat drie of vier eeuwen voordat Christus op aarde kwam, uitgroeide tot zijn economische en militaire hoogtepunt onder de naties rondom de Middellandse Zee. En al was het Romeinse Rijk de leidende macht in de wereld in de tijd dat Christus werd geboren en de kerk (gegrond in het onderwijs van Jezus van Nazaret) ontstond, toch waren de Romeinen, en ook vele joden, verzot op de dingen van de Grieken. Schenk daar aandacht aan.

Het Griekse filosofische en religieuze denken was zo overheersend, dat als de bijbel het heeft over "de wereld", het voornamelijk de hellenistische wereld bedoelt — niet de Romeinse wereld. Dit omdat de Romeinse filosofie en religie in het geheel niet aantrekkelijk voor de joden was. En wie waren de eerste bekeerlingen tot het christendom? Dat waren joden! Velen van hen waren doordrenkt van hellenisme. Doordrenkt van de geschriften van Socrates. Doordrenkt van de geschriften van Plato en anderen.

Voor de joden vertegenwoordigde Rome een overheersende, afgodische en wrede militaire macht; en dat was het ook. Romeinse dingen stonden hen tegen, maar Griekse dingen waren grotendeels aantrekkelijk en waard om te worden nagestreefd.

Hebt u ooit in het boek Handelingen opgemerkt hoeveel van de eerste bekeerlingen Griekse namen hadden? Kijk daar maar eens een keertje naar. Er zijn er heel veel. En toen ze zich bekeerden brachten ze hun wereldse kosmologie met zich mee de kerk in. De joden! We zouden verwachten dat de heidenen dat zouden doen. Maar het waren de joden die de problemen veroorzaakten, omdat zij zo met het Griekse denken waren besmet.

Veel van de ontwikkeling van het Griekse filosofische en religieuze denken door de jaren heen werd niet gesteund door de wereld van de religie, maar door de wereld van de wetenschap. Hun leerstellingen werden niet gevormd door openbaringen van de Schepper, maar door middel van waarnemingen en conclusies van mensen.

Laten we Romeinen 1 opslaan en beginnen te lezen in vers 18. Waar we naar zullen gaan kijken is de kosmologie van een groot deel van de wereld uit de tijd dat Christus en de apostelen hun leer verkondigden.

Romeinen 1:18-19 Want toorn van God openbaart zich van de hemel over alle goddeloosheid en ongerechtigheid van mensen, die de waarheid in ongerechtigheid ten onder houden [onderdrukken], 19 daarom dat hetgeen van God gekend kan worden in hen openbaar [Het is heel duidelijk.] is, want God heeft het hun geopenbaard.

Wat heeft God ons door de apostel Paulus te zeggen? Hij zegt dat Hij Zich niet opzettelijk voor de mensen verborg. De mens keek veeleer naar dingen aan de hemel of naar geschapen dingen op aarde, en ze brachten datgene wat ze werkelijk zagen niet in de openbaarheid.

Romeinen 1:20 Want hetgeen van Hem niet gezien kan worden, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid, wordt sedert de schepping der wereld uit zijn werken met het verstand doorzien, zodat zij geen verontschuldiging hebben.

Als iemand niet bekeerd is, wil dat niet zeggen dat hij niet heel wat over God te weten kan komen. Hij kan dat wel! Maar de vraag is wat hij DOET met wat hij over God te weten komt. Paulus zegt ons wat ze deden. Ze brachten die kennis niet in de openbaarheid. Ze keerden zich ervan af.

Hetzelfde gebeurt in deze tijd. De astronomen kijken naar de hemel en ze zien daar een indrukwekkende schepping. Ze erkennen dat achter dat alles op een of andere manier een geweldig ordelijk Denken zit, maar ze staan zichzelf niet toe te geloven dat er een God is die Schepper van dat alles is.

Hetzelfde gebeurt in deze tijd met grote aantallen wetenschappers die naar de schepping kijken; en in plaats van dat ze hun denken laten leiden en zich onderwerpen aan het feit dat een groot, ontzagwekkend, liefhebbend, voorzienig Denken — een prachtig Denken — al deze dingen schiep, keren ze zich daarvan af. En zelfs als ze zichzelf en anderen toegeven dat er een God schijnt te bestaan, staan ze zich zelf niet toe dat dat hun leven beїnvloedt.

Zelfs Einstein gaf een antwoord dat ik heel interessant vond. Hij keek naar de hemel en er kwam — ik weet niet meer precies welke — een vraag bij hem op, die hij met een klassiek antwoord beantwoordde. Hij zei: "God dobbelt niet. God gokt niet." Met andere woorden hij zei: "Er is een Schepper die alles tot bestaan bracht en nog steeds de zaken onder controle heeft." Maar daar hield zijn begrip van God blijkbaar op — met een welverdiende bewondering van de orde die hij aan de hemel zag, en de kracht die er voor nodig was om zulke dingen te maken. Hij bracht dat allemaal niet in de openbaarheid; hij onderdrukte dat (precies waar Paulus hier over schreef).

Romeinen 1:21-25 Immers, hoewel zij God kenden, hebben zij Hem niet als God verheerlijkt of gedankt, maar hun overleggingen zijn op niets uitgelopen, en het is duister geworden in hun onverstandig hart. 22 Bewerende wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden, 23 en zij hebben de majesteit van de onvergankelijke God vervangen door hetgeen gelijkt op het beeld van een vergankelijk mens, van vogels, van viervoetige en van kruipende dieren. 24 Daarom heeft God hen in hun hartstochten overgegeven aan onreinheid, zodat bij hen het lichaam onteerd wordt. 25 Zij immers hadden de waarheid Gods vervangen door de leugen en het schepsel [de schepping] vereerd en gediend boven de Schepper, die te prijzen is tot in eeuwigheid. Amen.

Voor het doel van deze serie is de algemene instructie die Paulus geeft van belang. En die is dat de mensheid — iedere individuele persoon — geen excuus heeft dat hij God niet als God erkent, omdat Zijn eeuwige macht en goddelijke natuur duidelijk in de schepping gezien kunnen worden. Ongeacht welk deel van de schepping de mens bestudeert, dat zal getuigen van een Schepper met ontzagwekkende en oneindige intellectuele macht, een Schepper die Zijn schepping maakte, regeert en met een overweldigende overvloed aan schoonheid en liefde in stand houdt.

De Grieken deden hetzelfde. De verzen 22 tot 25 geven een getuigenis van hun reactie. En in plaats van een God te zoeken van de natuur die ik zojuist beschreef, bedachten ze een pantheon aan mythologische goden — zoals Zeus, Hermon, Athene, Diana, Demeter, enzovoort — die al de karakteristieke en zwakke kanten van de mens tentoonstelden. Daarenboven schiepen ze een grote verzameling mythes en leerstellige conclusies om hun filosofische en religieuze nonsens te ondersteunen; dit waren onder andere (Luister naar de leerstellingen die de Grieken bedachten ...): de onsterfelijkheid van de ziel, reїncarnatie, evolutie, eeuwige zekerheid, antinomianisme, vagevuur en voortgaande persoonlijk openbaring.

Het is dan ook geen wonder wat Paulus in 1 Timotheüs 6:20 schrijft. Dit is praktisch het laatste dat Paulus schreef. Hij schreef daarna nog 2 Timotheüs. Maar ik ben er zeker van dat Paulus het idee had dat hij van bijna alle kanten werd aangevallen; en hij zegt tegen Timotheüs:

1 Timotheüs 6:20a O Timotheüs, bewaar wat u is toevertrouwd, ...

Wat was aan Timotheüs toevertrouwd? Dat was het onderwijs dat Paulus aan hem overdroeg — de leerstellingen die aan hem waren overgedragen.

1 Timotheüs 6:20b ..., houd u buiten het bereik van de onheilige, holle klanken en de tegenstellingen der ten onrechte zo genoemde kennis.

Ik zei wat eerder dat niet de wereld der religie de Grieken hielp vorm te geven aan hun filosofieёn. Het was juist de wetenschap — voornamelijk de astronomie. De goden en de mythen mogen hun aantrekkingskracht op hen hebben uitgeoefend, maar in werkelijkheid waren dat niet meer dan verzonnen onsamenhangde uitingen van intellectuele ijdelheid.

Hun leerstellingen werden niet allemaal tegelijkertijd opgesteld. Dat kostte diverse eeuwen. Maar het bleef aan de filosofen — zoals onder andere Pythagoras, Socrates en Plato — voorbehouden om systeem te brengen in de eeuwen aan gedachten en er een soort theologie van te maken. Het was nog geen theologie. Het was nog steeds een filosofie — liefde voor menselijke wijsheid

Jeremia 10:1-2 Hoort het woord, dat de HERE tot u spreekt, huis van Israël! 2 Zó zegt de HERE: Gewent u niet aan de weg der volken en schrikt niet voor de tekenen aan de hemel, omdat de volken daarvoor schrikken.

De Grieken waren (evenals de Babyloniёrs en de Egyptenaren) erg geїnteresseerd om de hemel en de astronomie te bestuderen en haar belachelijke, onzinnige en filosofische stiefkind astrologie. Astronomie wordt in mijn Reader's Digest Great Encyclopedic Dictionary gedefinieerd als "de wetenschap die de hemelse lichamen bestudeert en hun bewegingen, grootte, afstand en fysieke gesteldheid. In hetzelfde woordenboek wordt astrologie gedefinieerd als "De studie die beweert de toekomst te kunnen voorspellen en de invloed van de hemelse lichamen op het lot van de mens kan interpreteren. Oorspronkelijk de praktische toepassing van astronomie voor menselijk gebruik."

Precies hier in de studie van de hemelen uit de oudheid komen verschillende zeer algemene opvattingen bij elkaar. De vader der leugen overtuigde Adam en Eva, met zijn eerste preek, van de natuurlijke onsterfelijkheid van de mens toen hij zei: "Gij zult geenszins sterven!" Waarom denken we dat dit de eerste preek was die hij de mens onderwees? Die leerstelling is de hoeksteen van al het heidendom. Het is de hoeksteen van alle afvalligheid van God! Het is het fundament waarop al die andere valse leerstellingen zijn gebaseerd.

Hij zei in essentie dat de mens geen eeuwig leven gegeven behoefde te worden. De mens heeft het reeds! Het is niet nodig dat er een leven met de kwaliteiten van het leven van God in hem geschapen wordt. Dat zit al vanaf de geboorte binnenin hem gevangen en moet vrijkomen.

U kunt zich misschien nog wel herinneren dat ik nog niet zo lang geleden in een preek de manier waarop Socrates tegen de dood aankeek vergeleek met de manier waarop Jezus dat deed. Wie leefde en sprak de waarheid over de dood?

Hier zal ik mee eindigen. Het fundament van het Griekse filosofische en religieuze onderwijs — de onsterfelijkheid van de ziel — is gebaseerd op een eenvoudig dualisme. Let erop dat ik de werkwoordsvorm "is" in de tegenwoordige tijd gebruik. Die leerstelling wordt tot op de dag van vandaag nog steeds geloofd en maakt deel uit van het overgrote deel van het moderne christendom.

Dat dualisme is: De theorie (Let op het woord "theorie".) dat het universum uit twee bestanddelen bestaat. Dat betekent dat het lichaam en het denken van de mens twee verschillende bestaansvormen zijn die heel nauw met elkaar samenhangen en samenwerken. Het is de leerstelling dat er twee eeuwige en tegengestelde bestanddelen of wezens zijn — de één goed en de ander kwaad.

De Grieken verdeelden het universum in geest en materie. Zij bepaalden dat materie slecht is en geest goed. Het ligt er dik bovenop dat dit concept onjuist is. Wat zei God in Genesis 1:31? Dit is waarheid! God keek naar alles wat Hij gemaakt had. Alles wat Hij gemaakt had was materie. Het was de aarde en de mens. En wat was Gods conclusie? "Het was zeer goed."

Maar de Grieken zeiden: "Nee. Al die materiёle dingen zijn in het geheel niet goed. Het goede zit in u en moet uit zijn gevangenis worden bevrijd. Dat goede is uw onsterfelijke ziel." Het gehele fundament van het heidendom is doortrokken van leugens. En als iets zijn basis in een leugen heeft, wat denkt u dan dat de vrucht ervan zal zijn? De vrucht daarvan zullen leerstellingen zijn die ook leugens zijn.

Doet het ertoe wat we geloven? Wie gaat u geloven? Gaat u de leerstellingen van het moderne christendom geloven? Of gaat u de leerstellingen van de bijbel geloven? Wij zijn verantwoordelijk om die keuze te maken.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)