Doen leerstellingen er werkelijk toe? (Deel 4)

Door John W. Ritenbaugh
6 april 2004

Samenvatting: (toon)

John Ritenbaugh bindt de strijd aan met de populaire protestantse leerstelling van eeuwige zekerheid – het idee dat een geroepen iemand absoluut geen aandeel heeft in het proces van behoud. Hij duidt uit dat passiviteit en zelfingenomenheid dodelijk zijn voor geestelijk overleven. God is ons geen behoud "verschuldigd" op basis van Christus' offer. Evenals het oude Israël zijn wij geroepen om te wandelen, onze vleselijke natuur op actieve en krachtige wijze ter dood te brengen, de verzoeking om zelfingenomen of bang te zijn te weerstaan. In de eindtijd wordt de strijd exponentieel moeilijker. Christus waarschuwt ons niet gevangen te raken in de zorgen van deze wereld, belast en overladen door druk bezigzijn en afleidingen. Een voorbereiding op toekomstige vervolging houdt ook in grondig overtuigd te zijn van leerstellingen, de juiste conditie te hebben om stand te houden en de angst voor zelfopoffering en zelfverloochening te weerstaan en deze te vervangen door een onvoorwaardelijke onderwerping aan God, daar zelfopofferende liefde het tegengif is tegen angst.


We gaan deze preek beginnen in Lucas 13:24-28.

Lucas 13:24-28 Strijdt om in te gaan door de enge poort, want velen, zeg Ik u, zullen trachten in te gaan, doch het niet kunnen. 25 Van het ogenblik af, dat de heer des huizes is opgestaan en de deur gesloten heeft, zult gij beginnen buiten te staan en aan de deur te kloppen zeggende: Here, doe ons open, en Hij zal antwoorden en tot u zeggen: Ik weet niet, vanwaar gij zijt. 26 Dan zult gij beginnen te zeggen: Wij hebben voor uw ogen gegeten en gedronken en in onze straten hebt Gij geleerd. 27 En Hij zal tot u spreken, zeggende: Ik weet niet, vanwaar gij zijt; gaat weg van Mij, alle gij werkers der ongerechtigheid. 28 Daar zal het geween zijn en het tandengeknars, wanneer gij Abraham en Isaak en Jakob zult zien en al de profeten in het Koninkrijk Gods, maar uzelf buitengeworpen.

Sommige van de christelijke kerken uit deze wereld hebben een leerstelling getiteld "Eeuwige zekerheid" en sommige, misschien slechts enkele, hebben "Uiterste eeuwige zekerheid". Deze leerstelling neemt zonder bewijs aan dat als iemand eenmaal het bloed van Jezus Christus heeft aanvaard, behoud verzekerd is. Deze leerstelling doet het leven van een christen bijna lijken op een zondagswandeling.

Deze leerstelling was één van de centrale thema's van de protestantse Hervorming, waarbij theologen zoals Maarten Luther en Johannes Calvijn de leerstellingen verwierpen die zij als katholiek beschouwden. Het centrale thema van deze leerstelling beweert dat een geroepen iemand absoluut geen aandeel heeft in het proces van behoud. Dat is de leerstelling die zij "Uiterste eeuwige zekerheid" noemen.

Geloof in deze leer was één van de hoofdredenen dat Maarten Luther de brief van Jacobus verwierp. Hij noemde het "een brief van stro" daar hij duidelijk zag dat deze brief eeuwige zekerheid verwierp. Jacobus maakt het duidelijk dat iemands werken belangrijk zijn voor zijn behoud, omdat hij stelt dat "geloof zonder werken dood is". Gemeente, de conclusie is duidelijk dat dood geloof niet zal leiden tot een opstanding ten leven.

We kunnen hiervan leren dat deze verwerping van duidelijk uitgedrukte bijbelse waarheid niet beperkt is tot de man in de straat. Daarmee bedoel ik dat mensen die als prominent worden beschouwd, zoals Maarten Luther en Johannes Calvijn, het ook bij het verkeerde eind hadden. Zelfs al werd het hun door anderen uitgelegd, toch verwierpen zij het ten gunste van wat zij hadden bedacht.

Zei Jezus — de oprichter van het christendom — niet duidelijk dat de weg ten leven moeilijk en eng is? Waarom zijn er zoveel waarschuwingen en aansporingen niet van de weg af te gaan als een succesvol eindresultaat feitelijk verzekerd is zodra men eenmaal begint? Is Israëls tocht door de woestijn niet een type voor christenen om van te leren?

Laten we Hebreeën 3 opslaan. We zullen daar iets doornemen.

Hebreeën 3:17-19 En van wie heeft Hij een afkeer gehad, veertig jaren lang? Was het niet van hen, die gezondigd hadden en wier lijken in de woestijn lagen? 18 Aan wie anders zwoer Hij, dat zij tot zijn rust niet zouden ingaan, dan aan hen, die ongehoorzaam geweest waren? 19 Zo zien wij, dat zij niet konden ingaan wegens hun ongeloof.

Hebreeën 4:1-2 Laten wij daarom op onze hoede zijn, dat niemand van u, terwijl nog een belofte van tot zijn rust in te gaan bestaat, de indruk zou wekken achter te blijven. 2 Want ook ons is het evangelie verkondigd evenals hun, maar het woord der prediking was hun niet van nut, omdat het niet met geloof gepaard ging bij hen, die het hoorden.

Eén van de meest schokkende lessen die men uit Israëls tocht door de woestijn kan trekken is hoe weinigen van de oorspronkelijke groep van ongeveer twee tot drie miljoen Israëlieten die Egypte verlieten, levend in het beloofde land aankwamen. Als we hen die toen ze uittrokken twintig jaar of jonger waren niet meetellen, worden er in feite maar twee (2) genoemd die er aankwamen: Jozua en Kaleb. Het is redelijk aan te nemen dat hun vrouwen en kinderen er ook aankwamen, maar beseffen we welk percentage dat is? Dat is een tienduizendste deel van één procent. Dat is ongelooflijk laag en voor iemand die ernst maakt met behoud is dit niet iets wat tot passiviteit aanzet om in het Koninkrijk van God aan te komen.

Ik ben er zeker van dat dit het punt is dat God onder de aandacht wil brengen, omdat alles wat Hij doet gedaan wordt in liefdevolle wijsheid teneinde het beste en meeste voor Zijn doel tot stand te brengen. Soms heeft een ontnuchterende schok zoals deze zijn waarde. De les is duidelijk. Zijn doel is niet alleen maar het geven van behoud. Het wordt duidelijk dat het Zijn doel is om het beste en meeste voor Zijn gezinskoninkrijk tot stand te brengen door hen die tot behoud geroepen zijn, een aandeel te geven in het overwinnen van de neerhalende krachten van de menselijke natuur.

Satan heeft er heel hard aan gewerkt om de mensen van een concept te overtuigen dat er heel dichtbij komt dat God ons behoud schuldig is en wel geheel op basis van het offer van Christus. Ik ben er zeker van dat zij die in deze leerstelling van "eeuwige zekerheid" geloven, dat niet zullen zeggen, maar hun gebrek aan verandering laat zien dat iets van die aard de drang om vrucht voort te brengen vermindert. Wat zij beweren is praktisch hetzelfde als te zeggen dat toen God Israël eenmaal van hun slavernij in Egypte bevrijd had, ze niet door de woestijn naar het beloofde land behoefden te lopen. Gemeente, hun werk was om samen met de anderen die dezelfde richting uitgingen, in eenheid te wandelen. En zelfs dat konden ze niet!

Het beeld dat de woorden in Hebreeën 3 tot uitdrukking brengen, in het bijzonder het laatste deel van het hoofdstuk, is er één dat laat zien dat er ontelbaar veel lijken van mensen chaotisch over het gehele gebied, zover als het oog reikte, verstrooid lagen. Dit maakt mij duidelijk dat degenen die omkwamen tot de groep behoorden. Denk aan Jezus' gelijkenis over de zaaier, aan het zaad dat op steenachtige grond viel. Dat zaad schoot op, maar zodra er problemen kwamen stierf het. Ze verdwenen uit beeld. Dit maakt mij duidelijk dat zij die omkwamen voor een bepaalde tijd tot de groep behoorden en dus enige vooruitgang boekten op weg naar het beloofde land. Ze hielden enige tijd vol, maar dat was niet genoeg. Hun geloof verminderde langzamerhand en toen zich een verzoeking of een beproeving voordeed, keerden zij zich af van de weg en stierven.

De brief aan de Hebreeën als geheel is een dertien hoofdstukken lange toespraak die tot actie aanzet, die christenen met krachtige argumenten aanspoort om in de richting van het doel in beweging te komen. Die brief zegt in principe dat er in de geschiedenis van de mensheid nooit iets beters aan enige uitverkozen groep mensen is aangeboden. De schrijver spoort ons aan niet langer vreesachtig passief te zijn, maar de hand uit te strekken en alles te doen wat nodig is om ons aan God te onderwerpen, op krachtige wijze het behoud aan te grijpen en op weg te gaan naar volkomenheid.

De brief aan de Hebreeën bevat aantoonbaar de krachtigste — zelfs angstaanjagende — gedeelten in geheel de bijbel, in het bijzonder meer naar het einde van Hebreeën. Laten we met dat in gedachten nu verdergaan in de tijd naar onze tijd, de dag van vandaag, en kort aandacht schenken aan de tijden waarin wij leven, terwijl we kijken naar een gedeelte van een verhandeling die Jezus rechtstreeks richtte op diegenen van ons die in de generatie van de eindtijd leven.

Houdt, terwijl we door Mattheüs 24 heengaan, altijd de Israëlieten in gedachten en waar zij doorheen moesten — de algemene sfeer en omstandigheden. Mattheüs 24 beschrijft iets van de omstandigheden waarin wij leven en die nog zullen aanbreken.

Mattheüs 24:21-22 Want er zal dan een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is van het begin der wereld tot nu toe en ook nooit meer wezen zal. 22 En indien die dagen niet ingekort werden, zou geen vlees behouden worden [in leven blijven]; doch ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen worden ingekort.

Mattheüs 24:12-13 En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen. 13 Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden.

We hebben dit punt (van de verzen 21 en 22 ) nog niet bereikt in de vervulling van deze profetieёn, maar de ontwikkelingen in onze maatschappij duiden er sterk op dat we precies op schema liggen. Er gebeurt genoeg om te kunnen weten dat we al verder zijn dan de aanloopfasen van deze verdrukking, en de tijden worden voortdurend gevaarlijker en niet alleen voor ons fysieke leven.

Het Nederlandse woord dat vertaald is met "verdrukking" komt van het Griekse thlipsis. Dat betekent een zeer grote druk. We zouden het met "stress" kunnen vergelijken, maar we moeten eraan toevoegen dat het in feite een intens grote stress betekent. Met andere woorden het is niet een 'gewone' stress. Het is iets dat ver boven het gewone uitgaat. Zulk soort dingen die elke dag kunnen gebeuren zijn in de eindtijd heel gewoon, en in de eindtijd zullen deze dingen met elkaar een intens grote stress vormen — een stress die groter is dan normaal. Met andere woorden het is een stress die intenser is dan de doodgewone, alledaagse stress. In deze context is de stress waarmee we dan dagelijks te maken zullen hebben heel intens, zelfs zo intens dat ons leven erdoor wordt bedreigd.

Omdat Jezus ook volharden noemt in de context van een geestelijke liefde (vers 12 en 13) moeten we ook geestelijke stress in beschouwing nemen, een stress die ontstaat door verwarring en ons weglokt van het Koninkrijk van God en Gods doel, en sterke uitdagingen oplevert om als deel van de verdrukking de liefde van God los te laten. Dit is reeds gaande door het gemak waarmee vermaak bereikbaar is. Het komt in deze tijd rechtstreeks in ons huis middels televisie en ook via de glanzende, in het oog springende, lust opwekkende aandacht voor het winkelen voor artikelen die zo gemakkelijk beschikbaar zijn dat het iemand verleidt tot een tijdverspillende, geestelijke lethargie.

Dit gebeurt allemaal in het alledaagse kader van een constant moe worden door in het nieuws te horen over gebeurtenissen met een angstaanjagend geweld, verschrikkelijke ongelukken, politieke corruptie, economische corruptie, natuurrampen, ziekten en misschien zelfs economische problemen die uiteindelijk iedereen van ons zullen raken. Voortdurend slecht nieuws, met weinig hoop op verbetering, is een stress die intens vermoeiend is.

Veel van de stress van deze tijd ontstaat door een overvloed aan informatie. Het leven is voor de grote meerderheid van de mensen die ooit hebben geleefd, altijd moeilijk geweest, maar niemand in de gehele geschiedenis heeft praktisch zijn gehele leven aan de constante, intense druk van de eindtijd blootgestaan. Wij leven in een tijd die volgens Jeremia 30:7 uniek is in de geschiedenis van de mens. Jeremia zegt daar dat "het een tijd van benauwdheid voor Jakob" is — een tijd zoals er nooit eerder op aarde is geweest. Jezus vergeleek de eindtijd met de tijd van Noach, maar zelfs dan is de intense druk groter dan die in de tijd van Noach was. De tijd van Noach is gewoon het beste voorbeeld van hoe het zal zijn, maar het zal zelfs erger zijn.

We moeten ons nu iets afvragen. Heeft God ons bijzondere instructies gegeven die we kunnen volgen als we deze periode naderen? Ja, dat heeft Hij zeker. Op een bepaalde manier zijn ze kort en iedereen zou ze moeten kunnen begrijpen. Op een bepaalde manier echter hebben we ze niet begrepen, omdat we besloten iets te benadrukken dat in feite maar een klein deel van de waarschuwing uitmaakte. Laten we weer naar het boek Lucas gaan.

Lucas 21:29-33 En Hij sprak een gelijkenis tot hen: Let op de vijgeboom en op al de bomen. 30 Zodra zij uitlopen, weet gij uit uzelf, omdat gij het ziet, dat de zomer reeds nabij is. 31 Zo moet ook gij, wanneer gij dit ziet geschieden, weten, dat het Koninkrijk Gods nabij is. [We weten dat we in die tijd leven.] 32 Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat alles geschiedt. 33 De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.

Hier hebben we de versie van Lucas van dezelfde verhandeling die we in Mattheüs 24 vinden, waarin Hij ons waarschuwt. Waar waarschuwde Hij ons voor? Er is iets in Mattheüs 24 waarbij we de neiging hebben dat te bagatelliseren.

Mattheüs 24:6 Ook zult gij horen van oorlogen en van geruchten van oorlogen. Ziet toe, weest niet verontrust; want dat moet geschieden, maar het einde is het nog niet.

Als Jezus dit in deze zin bedoelde van iets dat van wereldomvattend belang is — een wereldomvattende invloed heeft — dan kon het niet erg van toepassing zijn op de mensen in de dagen van Jezus, omdat de wereld voor hen vrijwel beperkt was tot het Middellandse Zeegebied. Ze hadden geen radio. Ze hadden geen televisie. Ze hadden geen telefoon. Ik bedoel te zeggen dat de communicatie van toen vergeleken met die van deze tijd heel langzaam ging. Ik geloof zeker dat waar we hier in Mattheüs 24 naar kijken voornamelijk gericht is op hen die in de eindtijd leven, als er wel radio, televisie en allerlei soorten van snelle communicatie-mogelijkheden zijn.

Er kan geen dag voorbij gaan zonder dat we over oorlog horen, of een of ander gewapend gevecht, of een conflict waarbij ergens op aarde mensen worden gedood, of dat nu in Afghanistan is of in Pakistan, of in Irak, in Spanje, in Somaliё en andere gebieden in Afrika, of nu zelfs in de Verenigde Staten. Het gebeurt elke dag en we zijn er ons bewust van. We besteden er misschien niet zoveel aandacht aan, maar het blijft in ons denken hangen dat het is gebeurd. Het draagt bij aan de intensiteit van de stress en houdt ons een beetje gespannen. Maar Jezus zei hier dat ondanks dat we al deze dingen horen, het einde nog niet is aangebroken.

Ik ben tot de conclusie gekomen dat al die dingen die Hij in de verzen 4 tot minstens 12 noemt, dat geen van hen absoluut een teken van het einde is. Ik zeg niet dat ze niet in de eindtijd zullen plaatsvinden. Ze zullen zeer zeker in de eindtijd plaatsvinden, maar geen van die dingen is van zichzelf of zelfs niet gezamenlijk, een teken van de eindtijd. Die dingen kunnen op elk moment in de geschiedenis plaatsvinden. Beginnend met vers 12 gaan de dingen ernstiger worden voor ons die in de eindtijd leven.

Geen van deze dingen die we elke dag zien en horen, zijn van zichzelf noodzakelijkerwijs tekenen van de eindtijd. Wat Hij hier zegt in de vorm van geestelijke instructie voor ons, is onszelf niet toe te staan erin op te gaan, omdat ze heel gemakkelijk valse tekenen kunnen worden waaraan men veel te veel belang kan hechten.

Die dingen vinden plaats en ze vinden in een steeds hoger tempo plaats, en ze vinden ook met een steeds toenemende intensiteit plaats. Ze beginnen ook hier in dit land plaats te vinden. Wat is dan Jezus' instructie? Als we dit uit Lucas 21 lezen, moeten we op de eerste dingen letten die Hij in vers 34 zegt.

Lucas 21:34-36 Ziet toe op uzelf, dat uw hart nimmer bezwaard worde door roes en dronkenschap en zorgen voor levensonderhoud, en die dag niet plotseling over u kome, 35 als een strik. Want hij zal komen over allen, die gezeten zijn op het oppervlak der ganse aarde. 36 Waakt te allen tijde, biddende, dat gij in staat moogt wezen te ontkomen aan alles wat geschieden zal, en gesteld te worden voor het aangezicht van de Zoon des mensen.

Zegt Jezus dat we moeten letten op de wereldgebeurtenissen? Nee, dat doet Hij niet! Die zullen ons overkomen, of we dat nu willen of niet, en we zullen gedwongen worden ervan te horen. Hij zegt op onszelf te letten. "Let op uzelf zodat u niet in al de verwarring waarin de maatschappij verkeert, wordt meegezogen." "Let op uzelf." Hier noemt Hij wat beslist één van de grootste gevaren voor ons behoud is. Hij gebruikt het woord "bezwaard". Dit gebeurt door een overvloed aan informatie. Dit gebeurt door het met de verkeerde dingen bezig zijn, of op de verkeerde manier met veel dingen bezig zijn. Dit woord "bezwaard" duidt op een denken dat onder stress staat doordat het met teveel dingen altijd maar bezig is.

Is God tegen bezig zijn? We zijn naar Gods beeld geschapen en Hij is voortdurend bezig. Jezus zei: "Mijn Vader werkt en Ik werk ook," maar Hij is er erg op tegen dat Zijn kinderen niet de baas over hun eigen leven zijn, waardoor hun aandacht op de verkeerde dingen wordt gericht en ze met de verkeerde dingen bezig zijn. Als we niet voorzichtig zijn, lokt de wereld ons ertoe om geestelijk zwak te worden door mentaal, fysiek en geestelijk te geconcentreerd met teveel dingen bezig te zijn.

Als we terugkijken naar de brief aan de Hebreeën zien we, dat die mensen — tot wie deze brief in die tijd rechtstreeks was gericht — toen geen geweldige vervolging moesten doorstaan, maar ze dreven weg doordat ze verward geraakten door alles wat op hen afkwam. Daarom wordt ons gezegd uit de wereld te komen, omdat er zoveel van onze zelfbeheersing wordt gevraagd om te voorkomen dat ons geloof stapje voor stapje wordt uitgehold.

Jezus zegt hier in algemene zin dat de wereld een val is waarin men heel gemakkelijk trapt. Haar aantrekkingskracht op onze natuur is erg groot. Onze natuur wordt als ijzer naar een magneet getrokken. We moeten waakzaam zijn, niet voor wat betreft het wereldnieuws, maar voor wat betreft onszelf. Daarom wordt het aan gebed gekoppeld. We moeten ons voordeel doen met het voorrecht dat we hebben, dat we voor God mogen komen, maar voor we voor Gods aangezicht verschijnen moeten we voor onszelf zorgen, waakzaam zijn, zodat we weten waarover we Hem moeten bidden.

We moeten niet waakzaam zijn aangaande het wereldnieuws, zodat we daarover kunnen bidden; we moeten Hem bidden wat er in ons verkeerd is en veranderd moet worden en waarvoor we kracht moeten ontvangen. Gemeente, liefde is hierin één van de belangrijkste elementen zoals we in het verdere van deze preek zullen zien. Jezus noemde heel specifiek dat in deze uitputtende tijd de liefde zou verkillen — de liefde voor God. Omdat de wereld zoveel aantrekkingskracht heeft op de menselijke natuur gaat die liefde bij ons minder worden, en als die minder wordt dan verdwijnt ook de liefde voor de medebroeders, omdat die twee onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.

In deze context betekent "waakzaam zijn" op je hoede zijn, niet gericht op het wereldnieuws, maar op de eigen geestelijke positie in relatie met de wereld om ons heen en het Koninkrijk van God. Hiervoor hebben we een klaarwakkere aandacht nodig en moeten we ons op de juiste doelen richten.

Haal u de vijf stappen die tot vervolging leiden, nog eens voor de geest; ik gaf u die in de preek van 20 maart. De eerste was het "aanduiden en het tot een stereotype maken" van de groep. De tweede was de groep "terugbrengen tot een randverschijnsel". De derde was "beschimping". De vierde was "het als misdaad aanduiden". En tenslotte stap vijf, dit was "rechtstreekse vervolging". De stappen 1, 2 en 3 zijn al stevig in de maatschappij verankerd en stap vier is momenteel in uitvoering. Stap 5 heeft reeds een testcase gehad in de Branch Davidians groep. Het punt is duidelijk. We leven nu in een tijd om onszelf in conditie te brengen voor wat ons mogelijk te wachten staat.

Weet u dat met de Branch Davidians groep zo'n tachtig mensen, die geen bedreiging voor de veiligheid van de staat vormden, door de regering werden vermoord? Was er ook maar enige verontschuldiging van de kant van de regering voor wat ze deden?

Onze voorbereiding op wat gaat komen begint met een overtuiging aangaande leerstellingen — wat ons is geleerd.

Maleachi 3:1-2a Zie, Ik zend mijn bode, die voor mijn aangezicht de weg bereiden zal; plotseling zal tot zijn tempel komen de Here, die gij zoekt, namelijk de Engel des verbonds, die gij begeert. Zie, Hij komt, zegt de HERE der heerscharen. 2 Doch wie kan de dag van zijn komst verdragen, ...

Dit komt nu pal op u en mij af. "Wie zal overleven?" dat is wat dat woord "verdragen" betekent. "Wie zal dat overleven?"

Maleachi 3:2-3a Doch wie kan de dag van zijn komst verdragen, en wie zal bestaan [Erop duidend dat ze in leven zijn. Het Hebreeuws kan ook betekenen "staan", dus wie zal op zijn voeten staande tot God naderen?], als Hij verschijnt? Want Hij zal zijn als het vuur van de smelter en als het loog van de blekers [iets dat reinigt, schoonmaakt]. 3 Hij zal zitten, het zilver smeltend en reinigend. Hij zal de zonen van Levi reinigen, ...

Dit slaat echt op ons, omdat de Levieten een type van de kerk waren. Natuurlijk bestond een deel van de Levieten uit priesters en 1 Petrus 2:9 maakt duidelijk dat de kerk "een koninkrijk van priesters is". Raad dan maar eens over wie hij het hier heeft. Wie zal er in de eindtijd, ten tijde van Zijn wederkomst, gereinigd worden? Zijn wij dan in staat staande te blijven? Zij die gereinigd worden zijn "wij" — de kerk!

Ik ben er zeker van dat gereinigd worden met blekersloog of zoals zilver door het vuur te moeten gaan, niet altijd aangenaam zal zijn. Hij zal alle maatregelen nemen die nodig zijn om er zeker van te zijn dat Zijn kerk voor Hem aanvaardbaar zal zijn.

Maleachi 3:3b-5 ..., opdat zij de HERE in gerechtigheid offer brengen. 4 Dan zal het offer van Juda [Een type van de kerk. Wij zijn geestelijke joden.] en van Jeruzalem de HERE aangenaam zijn als in de dagen van ouds en als in vroegere jaren. 5 Ik zal tot u ten gerichte naderen; Ik zal een snelle aanklager zijn tegen de tovenaars, tegen de echtbrekers, tegen de meinedigen, tegen hen die het loon van de dagloner drukken, weduwe en wees verdrukken, en de vreemdeling terzijde dringen, maar Mij niet vrezen, zegt de HERE der heerscharen.

Als iedereen gereinigd wordt, worden we — om het in een andere vergelijking te gieten — ontzuurd. God laat zien dat Hij vervolging zal gebruiken om Zijn volk te reinigen door hun loyaliteit te testen. We weten dat onze loyaliteit voortdurend wordt getest, maar er komt een tijd dat we een heel wat diepergaande overtuiging nodig zullen hebben aangaande wat we geloven. Dit wordt heel belangrijk, omdat het Zijn doel is dit geloof in ons karakter te laten opgaan.

Als mensen echt overtuigd zijn van hun geloof, dan zullen ze zich heel anders gedragen dan als ze er niet geheel zeker van zijn. Hier wordt dit punt belangrijk — in feite superbelangrijk — omdat de lafhartige gelovigen, die een verontreiniging van de kerk zijn, uit de kerk zullen worden verwijderd. Daar gaat Maleachi 3:3 over. Ze zullen of worden verwijderd, of anders ... Dat is heel ontnuchterend.

Aangezien wij nu op onze pelgrimstocht zijn, denk ik dat het ons erg zal helpen als we het verslag van Israëls tocht door de woestijn weer voor de geest halen. We gaan daarvoor naar Hebreeën 3, de verzen 14 en 15. Daar staat een punt waar we aandacht aan moeten schenken.

Hebreeën 3:14 Want wij hebben deel gekregen aan Christus, mits wij het begin van onze verzekerdheid tot het einde onverwrikt vasthouden.

"Wie tot het einde toe zal volharden, zal behouden worden." "..., mits wij het begin van onze verzekerdheid tot het einde onverwrikt vasthouden." Hij bedoelt het geloof dat we aan het begin van onze bekering hadden — het geloof dat ons ertoe bracht te geloven dat Jezus Christus onze Verlosser is, en dat we door Zijn bloed behouden worden. Dat leidde ons tot berouw en bekering, dat leidde ertoe om ons denken in relatie met God en de manier waarop we leefden te veranderen, zodat we werden gedoopt en het nieuwe verbond met God sloten, waarna we volgens die manier begonnen te leven op basis van de overtuiging die we hadden betreffende het onderwijs dat we tot die tijd hadden genoten.

"Want wij hebben deel gekregen aan Christus." Hij heeft het nu over een eindresultaat — "mits wij het begin van onze verzekerdheid tot het einde onverwrikt vasthouden." Maar een paar verzen verderop kwam hij toe aan dat punt van de lijken die door de gehele woestijn lagen verspreid. Het punt waar het hem om ging was dat deze mensen niet tot het einde toe aan hun overtuiging vasthielden. Toen ze uit Egypte trokken waren ze vervuld van vreugde. Toen God de Rode Zee in tweeёn spleet dansten ze en vierden daar in Exodus 15 een groot feest. Maar het lijkt erop dat vanaf dat moment die grote wonderen naar de achtergrond van hun denken wegzakten, en ze hielden niet vast aan de vreugde en het geloof en de overtuiging die ze toen hadden. Paulus' waarschuwing is dan ook:

Hebreeën 3:15 Als er gezegd wordt: Heden, indien gij zijn stem hoort, verhardt uw harten niet zoals bij de verbittering.

Elke dag is belangrijk. Bill had in de afgelopen weken een schokkende ervaring. Een vriend van hem, die hij nog maar net had gesproken, van ongeveer dezelfde leeftijd als Bill, viel dood neer terwijl hij aan het trainen was voor de marathon van Boston. Als hij plannen had aan de marathon van Boston mee te doen, om die 26 mijl te lopen, dan dacht hij helemaal niet van zichzelf dat hij in slechte conditie was. Maar hij viel zomaar onverwacht neer en dat was het einde. Deze jonge kerel verdiende in zijn leven heel wat geld en ik denk dat zijn gezin daar wel de vruchten van zal plukken, maar hij heeft er niet echt van kunnen genieten. Daarom zegt Paulus "Heden!" Niemand heeft de garantie dat hij morgen nog leeft en dus is iedere dag belangrijk, dat we de wereld niet toestaan ons van het geloof weg te trekken en daarmee ook de liefde die we aan het begin hadden. "Mits wij het begin van onze verzekerdheid tot het einde onverwrikt vasthouden."

Ik weet uit eigen ervaring dat u dit moeilijk vindt. Israël vond het heel moeilijk. Het is moeilijk om onszelf opgeladen te houden en in de juiste richting te blijven gaan, omdat er zoveel dingen zijn die onze vastbeslotenheid aantasten en verminderen. Als we niet op onze hoede zijn en werkelijk waakzaam, dan worden we meegetrokken en dat gebeurt heel geleidelijk.

Maar plotseling worden we wakker. "Wat gebeurt er met me? Ik bid niet zoals ik eerder deed. Ik studeer niet meer zoals vroeger. Ik verlies mijn interesse. Ik zoek naar uitvluchten om niet naar de dienst te hoeven gaan." We voeden onze kinderen niet meer op, enzovoort. We verliezen onze visie, omdat de wereld voor het Koninkrijk van God is geschoven en de wereld ons het uitzicht erop ontneemt. Het ligt niet in onze bedoeling dat dat gebeurt. Het gebeurt zomaar vanzelf, omdat de menselijke natuur er zo door wordt aangetrokken. Onze goddelijke houding valt weg en we ontdekken opeens dat we knorrig zijn, en boos, en verdrietig, enzovoort.

Gelet op het ontnuchterende belang van geloof, zoals deze verzen hier in Hebreeën 3 en 4 laten zien, het contrasterende alom heersende ongeloof dat in de opiniepeiling van Barna tot uiting komt onder mensen die beweren christenen te zijn, gecombineerd met de toenemende vervolging van christenen die eraan komt, dan zijn er dingen die we serieus in overweging moeten gaan nemen.

Ik wil u iets vragen. Als u onder andere hoopt dat u aan het ergste van de wraak die zich overal ter wereld aan het opbouwen is, zult ontkomen door naar een plaats van veiligheid te worden gebracht, dan hoop ik voor u dat dat zo is. Als dat zo is dan is dat een redelijke hoop, omdat God die mogelijkheid Zelf aan de orde heeft gesteld. Maar dan komt nu de vraag. Denkt u dat God die hoop in vervulling zal doen gaan als iemand slechts zo af en toe en erg onregelmatig Hem zoekt, en daarbij koppig weigert te geloven in en zich te onderwerpen aan de leer van de schriften? Wilt u de gok wagen dat Hij niet op dat verzuim zal letten?

We hebben de juiste leerstellige basis nu meer nodig dan ooit te voren, omdat het in deze tijd een tijd van voorbereiding is. Het is een tijd van training voor wat ons te wachten staat. Het doel van training is om instinctieve reacties tot stand te brengen. Ik zeg instinctieve. Bill zei in zijn korte preek geconditioneerde. God wil dat, maar het is een instinctieve of geconditioneerde reactie op de weg van God totdat de juiste keuzes en de juiste reacties deel van onze natuur zijn geworden. Daarom gaan atleten door zo'n intensieve training. Dat is de reden achter die harde en zware training die pianisten, zangers en iedereen moet ondergaan om een gave of een vaardigheid die ze hebben gekregen, te ontwikkelen. Ze doen dit opdat iedere reactie automatisch komt zonder erbij te hoeven nadenken. Ze hebben het zo vaak gedaan, dat ploep! ploep! ploep! het gewoon vanzelf gaat.

God legt ons het vuur na aan de schenen en dat wordt steeds intenser. Een groot deel van de intense druk zal vanuit de wereld komen als we haar weerstaan.

Laten we naar Daniël 11:31 gaan om iets even kort aan te stippen. Dit staat in het midden van de langste profetie in de bijbel. De inleiding erop begint reeds in Daniël 10:1, maar als we in Daniël 11:31 aankomen, komen we heel dicht bij de eindtijd.

Daniël 11:31-35 Dan zullen strijdmachten door hem op de been gebracht worden; zij zullen het heiligdom, de vesting, ontheiligen, het dagelijks offer doen ophouden en een gruwel oprichten, die verwoesting brengt. [Komt dat niet erg overeen met Mattheüs 24 en Lucas 21?] 32 En degenen die zich misgaan tegen het verbond, zal hij [dat is het beest] door vleierijen tot afval bewegen, maar het volk dat zijn God kent, zal sterk zijn en daden doen. [Zal iemand van ons geroepen worden om dit te doen? Besef dat dit deel uitmaakt van de bijbel en het kan zijn dat God wil dat sommigen van ons hier doorheen moeten gaan.] 33 En de verstandigen onder het volk zullen velen tot inzicht brengen, maar zij zullen een tijdlang struikelen door zwaard en vuur, door gevangenschap en beroving. 34 Doch, terwijl zij struikelen, zullen zij een kleine hulp vinden; dan zullen velen zich in huichelachtigheid bij hen aansluiten. 35 Sommige van de verstandigen zullen struikelen, opdat er onder hen loutering, schifting en zuivering [De rechtvaardiging van de heiligen; dit lijkt op Maleachi 3.] teweeggebracht worde, tot aan de eindtijd; want deze toeft nog tot de vastgestelde tijd.

Gemeente, we zijn ervoor gewaarschuwd dat dit eraan komt. Er is altijd de mogelijkheid dat God dit niet van ons zal verlangen en dat Hij sommigen van ons — misschien wel allemaal — naar de plaats van veiligheid zal brengen. Maar we moeten de tijd die we hebben, benutten om in deze tijd van training standvastig te zijn — dat is nu, in deze tijd — nu in deze tijd nu we met de kleinere tests in dit leven hebben te maken, zodat als de omstandigheden zich voordoen die werkelijk en direct gevaarlijk zijn, we ook standvastig zullen zijn.

1 Corinthiërs 10 werd vlak voor de dagen der Ongezuurde Broden geschreven. Daar staat een andere waarschuwing.

1 Corinthiërs 10:12 Daarom, wie meent te staan, zie toe, dat hij niet valle.

We leven nu dus in een tijd van zelfonderzoek. De waarschuwing in dit vers is dat we in deze tijd niet moeten veronderstellen — terwijl er nog tijd voor ons is om in vorm te komen — dat alles met ons karakter en onze houding in orde is, en dat alleen maar omdat God niet hevig tegen ons tekeer is gegaan.

Waarom denkt u dat Paulus dit vers in deze context schreef, een context waarin juist voor dit vers drie of vier van Israëls meest in het oog springende zonden worden opgesomd? Is het mogelijk dat ook zij dachten dat ze "meenden te staan", terwijl dat niet het geval was? Namen ze iets aan? Ik denk dat het antwoord daarop ja is, dat er bij hen een onzorgvuldige veronderstelling was die tot uiting kwam in hun gebrek aan geloof in werken. Het geloof dat God zo barmhartig was dat Hij elke willekeurige houding en gedrag zou aanvaarden en er niet echt aandacht aan zou schenken. Laten we daar eens wat dieper over doordenken. Van Gods kant zou dat geen liefde zijn geweest, omdat ze dan niet gereed zouden worden gemaakt voor het Koninkrijk van God. Zonder die voorbereiding zouden ze niet in de cultuur van het Koninkrijk van God passen en zouden ze zich daar absoluut ellendig voelen.

Deze veronderstelling waar Paulus het over heeft is dezelfde tekortkoming als die in het denken van de Laodiceeёrs openbaar wordt als ze zeggen: "Ik ben rijk en ik heb mij verrijkt en heb aan niets gebrek." Maar alles was niet in orde. Hun tevredenheid met zichzelf laat zien dat hun oordeel totaal niet met de werkelijkheid overeenkomt. De werkelijkheid was dat God hen uit Zijn mond spuwde. Maar zij waren heel tevreden over zichzelf. We beginnen dus zicht te krijgen op wat de zonde van een Laodiceeёr is. Het is aanmatiging, tevredenheid met zichzelf dat alles in orde is.

De Laodiceeёr wordt door zijn gebrek aan geloof in de kennis van God ertoe misleid te denken, zoals Ezechiël 8:12 zegt: "De HERE ziet ons niet; de HERE heeft het land verlaten." Met andere woorden, dat vers zegt dat het God een zorg zal zijn. Maar gemeente, dat is nooit het geval geweest, niet voor één pietluttige seconde sinds Adam en Eva. Hij zorgt wel. We moeten nooit het principe dat in Prediker 8:11 staat uit het oog verliezen, dat luidt:"Omdat het vonnis over de boze daad niet aanstonds voltrokken wordt, daarom is het hart der mensenkinderen in hen begerig om kwaad te doen."

De veronderstelling is dat alles in orde is met de manier waarop we handelen. Er zit een tekortkoming in de menselijke natuur die de mens ervan overtuigd te denken dat als God niet onmiddellijk straft, Hij er wel mee zal instemmen. Maar gemeente, denken we er wel ooit aan dat het niet straffen door God misschien wel de test is die Hij ons doet ondergaan, om te zien of we deze wel of niet zullen doorstaan en de verandering zelf teweegbrengen?

Nu de vervolging naderbij komt, is er een aspect van het leven waar we ons mee bezig moeten houden. Dat is angst. Dat is angst voor de verkeerde dingen.

Exodus 14:10-14 Toen Farao naderbij gekomen was, sloegen de Israëlieten hun ogen op, en zie, de Egyptenaren rukten achter hen aan. Toen werden de Israëlieten zeer bevreesd en schreeuwden tot de HERE, 11 en zij zeiden tot Mozes: Waren er soms geen graven in Egypte, dat gij ons hebt meegenomen om te sterven in de woestijn? Wat hebt gij ons aangedaan door ons uit Egypte te leiden? 12 Hebben wij u dit al niet gezegd in Egypte: laat ons met rust, en laten wij de Egyptenaren dienen. Want wij kunnen beter de Egyptenaren dienen dan in de woestijn sterven. 13 Maar Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, houdt stand, dan zult gij de verlossing des HEREN zien, die Hij u heden bereiden zal; want de Egyptenaren, die gij heden gezien hebt, zult gij nimmermeer zien. 14 De HERE zal voor u strijden, en gij zult stil zijn.

Deuteronomium 7:17-19 Wanneer gij bij uzelf zoudt zeggen: Deze volken zijn talrijker dan ik, hoe zou ik dan in staat zijn hen te verdrijven? 18 dan moet gij niet voor hen vrezen; houd steeds in gedachten, wat de HERE, uw God, aan Farao en geheel Egypte gedaan heeft, 19 de grote beproevingen, die uw ogen gezien hebben, de tekenen en wonderen, de sterke hand en de uitgestrekte arm, waarmede de HERE, uw God, u uitgeleid heeft; zó zal de HERE, uw God, doen aan alle volken, voor welke gij bevreesd zijt.

Het feit dat Israël tijdens zijn tocht door de woestijn voor vele dingen bang was, maar meestal voor andere mensen, honger en dorst, is in het bijzonder goed gedocumenteerd. Dit is niet iets vreemds. Het is iets natuurlijks en het zal ook voor u en mij natuurlijk zijn om bang te zijn voor wat er zich rondom ons afspeelt — bang te zijn voor hen die de macht, de autoriteit hebben om ons te benadelen of ons leven te nemen. Het is dus natuurlijk dat er angst is. Maar desondanks moet ermee worden omgegaan en het moet worden overwonnen.

Angst wordt wel de meest zelfgerichte van alle emoties genoemd. Omdat angst ontstaat uit een waargenomen hoge mate van bedreiging voor datgene wat we als ons welzijn zien. Wat we geloven is wat ons onderwezen is, wat we hebben aanvaard en waarnaar we hebben gehandeld. De oplossing voor angst is wat we als bedreigend ervaren te doen verdwijnen, uit te schakelen. Hier ligt nu precies de kern van het probleem, omdat de vermeende bedreiging van ons welzijn ons dwingt tot het maken van keuzes. Onze keus in deze omstandigheden kan heel goed een zondige zijn en daarmee lopen we het risico de ernst van onze verdeelde loyaliteit in de openbaarheid te brengen. Angst is een krachtige bron van gedrag ten goede of ten kwade, afhankelijk van voor wie of waarvoor we bang zijn en in welke richting die angst ons drijft.

Psalm 111:10 De vreze des HEREN is het begin der wijsheid, een goed inzicht hebben allen die ze betrachten. Zijn lof houdt eeuwig stand.

Psalm 112:1 Halleluja. Welzalig de man, die de HERE vreest, die van harte lust heeft in zijn geboden.

Hier wordt de juiste Persoon gevreesd en deze vrees wordt positief gebruikt in de richting van het Koninkrijk van God en het verheerlijken van God. Aan de andere kant zal de angst voor de verkeerde dingen heel slechte resultaten voor de christen voortbrengen — misschien niet onmiddellijk, maar uiteindelijk zal dat altijd het geval zijn. Daarvan moeten we ons bewust zijn. De angst voor de verkeerde dingen kan voor een christen nooit iets goeds voortbrengen, behalve tijdelijk. Op de lange termijn zal het altijd kwade dingen voortbrengen.

De vrees voor de verkeerde dingen gevolgd door onderwerping aan de verkeerde dingen kan de druk verminderen. Dat kan ons uit de problemen helpen, maar slechts tijdelijk. De kansen zijn heel groot dat de verkeerde keus die ertoe leidde ons aan de verkeerde dingen te onderwerpen, er uiteindelijk op lange termijn toe zal leiden dat de druk en de pijn intenser zullen zijn.

Er is een specifieke, krachtige en tot handelen aanzettende negatieve angst die we allemaal hebben. Die moet het hoofd worden geboden en in deze tijd van voorbereiding worden overwonnen, omdat deze vertrouwen vernietigt en onze voorbereiding op het Koninkrijk van God in de weg staat. Deze staat specifiek de groei van ons vertrouwen in God in de weg. Dat is de vrees voor zelfopoffering — de vrees om onszelf datgene te ontzeggen waarop we menen recht te hebben.

We slaan weer het evangelie naar Lucas op en ik wil u herinneren aan waar Jezus ons voor waarschuwde, en dat is iets dat we tijdens een dooponderhoud met iemand altijd aan de orde stellen.

Lucas 14:25-27 Vele scharen reisden met Hem mede, en Zich omkerende zeide Hij tot hen: 26 Indien iemand tot Mij komt, en niet haat zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broeders en zusters, ja zelfs zijn eigen leven, die kan mijn discipel niet zijn. 27 Wie niet zijn kruis draagt en achter Mij komt, kan mijn discipel niet zijn.

Waaraan werd Jezus' offer gebracht? Hier hebben we slechts een kleine hint. We gaan nu naar het evangelie naar Marcus, hoofdstuk 8. Marcus brengt het iets anders onder woorden.

Marcus 8:34-38 En Hij riep de schare, met zijn discipelen, tot Zich en zeide tot hen: Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij. 35 Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen [Wat denkt u daarvan? Het kan niet duidelijker worden gezegd.]; maar ieder, die zijn leven verliezen zal om Mijnentwil en om des evangelies wil, die zal het behouden. 36 Want wat baat het een mens de gehele wereld te winnen en aan zijn ziel schade te lijden? 37 Want wat zou een mens kunnen geven in ruil voor zijn leven? 38 Want wie zich voor Mij en voor mijn woorden schaamt in dit overspelig en zondig geslacht, de Zoon des mensen zal Zich ook voor hem schamen, wanneer Hij komt in de heerlijkheid zijns Vaders, met de heilige engelen.

De vrees voor opoffering is een vrees waarmee we elke dag te maken hebben in — wat we zouden kunnen noemen — diverse kleine uitdagingen voor ons geloof en onze zelfbeheersing. Gemeente, het zijn de uitdagingen van elke dag opnieuw die ons voorbereiden op de geweldige, levensbedreigende uitdagingen die eraan komen.

Merkte u op dat Jezus in beide passages noemt "het dragen van ons kruis", "het opnemen van zijn kruis", "het zichzelf verloochenen"?

We lezen nog twee andere schriftgedeelten, beide van de apostel Paulus. Hij geeft deze opdracht van Jezus door, om ons kruis te dragen en onszelf te verloochenen, en hij duidt erop dat dit onmiddellijk en dagelijks zal zijn.

Romeinen 8:13 Want indien gij naar het vlees leeft [dus het vlees toestaat waar het om vraagt], zult gij sterven [nogmaals, dat is vrij duidelijk]; maar indien gij door de Geest [dus put uit de kracht van God, de relatie die we met God hebben, God door Zijn Geest vragen ons de kracht te geven om hier op de een of andere manier doorheen te komen, als het ware onze moed te vergroten, en te doen wat we moeten doen om onszelf te verloochenen zodat we kunnen oefenen voor de tijd dat we iets het hoofd moeten bieden dat echt van een onmiddellijke ernst en intensiteit is] de werkingen des lichaams doodt, zult gij leven.

Paulus heeft het hier over kleine dingetjes van alledag waarin we de gelegenheid hebben onszelf te beheersen en niet toe te geven aan wat het vlees van ons vraagt — dingen waarvan we door de kennis die we hebben gekregen, van de geloofspunten die ons zijn overgeleverd, weten dat ze niet goed voor ons zijn.

Het volgende schriftgedeelte begint met een gebod:

Colossenzen 3:1-2 Indien gij dan met Christus opgewekt zijt [Dat slaat precies op ons! Wij zijn opgestaan uit het water van onze symbolische dood en begrafenis.], zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods. 2 Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.

Hier wordt dat iets algemener benaderd, maar hij zegt iets specifieker uitgedrukt: "Zet uw denken, uw hart op het Koninkrijk van God en maak dat tot uw doel."

Colossenzen 3:5-8 Doodt dan de leden [uw handen, uw ogen, uw oren, uw tong, uw seksorganen, vul maar in], die op de aarde zijn: hoererij, onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de hebzucht, die niet anders is dan afgoderij, 6 om welke dingen de toorn Gods komt. 7 Daarin hebt ook gij eertijds gewandeld, toen gij erin leefdet. 8 Maar thans moet ook gij dit alles wegdoen: toorn, heftigheid, kwaadaardigheid, laster en vuile taal uit uw mond.

Waar we bang voor zijn, gemeente, is de pijn te lijden die voortkomt uit zelfverloochening. We zijn bang ons vlees dat zijn bevrediging verlangt, te doden. Maar de waarheid van dit alles is dat we te maken hebben met het meest vervelende aspect van ons mens-zijn. Trots vraagt om wat het toekomt. Dat willen we niet onder ogen zien, omdat we in onderwerping aan God de trots ontzeggen waar het om vraagt, dat we voor onszelf opkomen.

Begrijpt u dat het de trots in ons is die god wil zijn? Die houdt ervan geprezen en vertroeteld te worden. Die is erg opvliegend met een boos oordeel over werkelijk of vermeend onrecht dat ons door anderen wordt aangedaan, terwijl die zich niet bewust is wat hij zelf voor onrecht aan anderen doet. De trots lijkt wel op een levend, ademend iets, een wezen binnenin ons dat op geen enkel ander wezen lijkt. Hij kan worden gevoed of uitgehongerd. Als we hem voeden groeit hij. Als we hem uithongeren, wordt hij kleiner en sterft hij dagelijks.

Trots sterft en wordt kleiner als we ervoor kiezen ons in gehoorzaamheid aan Gods woord te onderwerpen. Maar gemeente, hij zal zich heftig verdedigen wegens de angst die hij heeft verloochend te worden. Hij wenst te worden bevredigd. "Gij zult als goden zijn." God liet de slang precies zeggen wat er gebeurde. De trots in Adam en Eva verhief zich boven God en maakte hen tot god door de standaard te veranderen teneinde zichzelf tevreden te stellen toen ze zagen dat de vrucht aantrekkelijk was. En zo verloochenden ze dus niet hun vlees.

Als de uitdaging ligt in wat we onszelf toestaan te eten of te drinken, of hoeveel we onszelf toestaan te eten, of de tong te beheersen, of de drift in bedwang te houden, of we ervoor kiezen vriendelijk, of sarcastisch, of cynisch, of hoopvol, of bemoedigend te zijn, dan blijft de test om onze angst te beheersen door onszelf te vernederen bestaan. Daar vindt de strijd plaats. Dat is precies het terrein waar de oorlog woedt.

Er is een antwoord, een oplossing, op deze angst voor zelfverloochening.

1 Johannes 4:18 Er is in de liefde geen vrees [Wat Jezus zegt over het verkillen van de liefde is zo belangrijk, omdat als de liefde wegsijpelt de angst groeit en almaar sterker wordt, en het verlangen onszelf te beschermen almaar intenser wordt.], maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit; [Daar hebben we de oplossing.] want de vrees houdt verband met straf en wie vreest, is niet volmaakt in de liefde.

Waarom is liefde in staat de vrees uit te drijven? Het antwoord op die vraag is feitelijk nogal eenvoudig, maar om het te doen is niet altijd gemakkelijk, omdat het tijd en ervaring vereist, in het bijzonder met God. Het antwoord ligt besloten in wat liefde in ons teweegbrengt, omdat ook liefde een krachtige aanzetter is tot handelen. Maar vrees drijft de mensen uit elkaar en terwijl dit gebeurt, nemen het wantrouwen, de onbetrouwbaarheid, de haat en de agressie toe. Deze doen op hun beurt de vrees weer toenemen, waardoor vrede en eenheid des te moeilijker worden om te bereiken.

Vrees is een intens zelfbewustzijn; vrees is in feite een vorm van straf en het werkt zelfvernietigend. Als we Johannes' commentaar betreffende liefde in de grotere context van de gehele brief zouden plaatsen, zouden we zien dat de context te maken heeft met de dag des oordeels. Vrees is dus een straf omdat deze ons ervan overtuigt dat onze relatie met God en de medemens niet in orde is. Dit kan en zal een schuldig geweten veroorzaken en zo'n geweten straft door angst. Vrees is dus bezorgdheid om het eigen ik en naar binnen gericht, maar liefde werkt in precies de tegenovergestelde richting, omdat de essentie van liefde opoffering is — zelfverloochening en overgave van het eigen ik.

Trots moet kleiner worden, moet onderdrukt worden door zich in liefde opofferingen te getroosten. Het doel van liefde, de bezorgdheid van liefde is niet op het eigen ik gericht. Het is naar buiten gericht en het werkt er dus aan het overmatig sterke zelfbesef dat vrede en harmonie vernietigt, uit de weg te ruimen. Deze liefde is een bewuste handeling gebaseerd op vertrouwen in Gods woord, gebaseerd op wat men gelooft, niet op wat men voelt. Liefde richt zich op vertrouwen hebben in wat God ons adviseert te doen. Liefde richt zich op Gods soevereine toezicht, en wat Hij wil, handelt en reageert altijd op een manier die het meest ten goede komt aan allen die in Zijn schepping onder Zijn bestuur staan.

Als we Johannes' denken verder zouden volgen, dan zouden we zien dat liefde niet in zijn eentje werkt. De bijbel maakt het duidelijk dat goddelijke liefde meer is dan een emotie. Het is voornamelijk een uitgaande handeling, maar verenigd met een emotie van bezorgdheid voor het welzijn van God en de mens. Het is onlosmakelijk verbonden met geloof — een vrijmoedig vertrouwen in God dat de christen in staat stelt de geboden te onderhouden en de wereld te overwinnen. Deze door God gegeven combinatie stelt iemand in staat zijn angsten uit te dagen en ze te overwinnen zelfs in het aangezicht van een reusachtige bedreiging voor het welzijn van het eigen ik.

Het is tijd er zeker van te worden dat we werkelijk overtuigd zijn van wat we over God geloven, omdat dat de bron van liefde is. Het is wat we over God geloven. Als we geloven wat het boek zegt over God, stelt dat ons in staat lief te hebben. Als we die liefde hebben dan zullen we onszelf verloochenen om te gehoorzamen en ons aan God te onderwerpen ongeacht wat dat zal kosten.

Alles in die relatie, alles binnen Gods doel, begint met geloof en geloof stelt ons in staat het juiste te doen. Als we besluiteloos zijn in wat we wel of niet geloven, hebben we geen schijn van kans. We zullen altijd proberen de kat uit de boom te kijken in plaats van het juiste te doen, omdat het juiste doen 'schadelijk' kan zijn voor onze trots.

Gemeente, ik ben ervan overtuigd dat leerstellige waarheden veelal door de mens worden verworpen vanwege angst — de angst de prijs te moeten betalen, de angst voor opoffering.

Er is nog meer aan deze angst verbonden en misschien zullen we daar de volgende keer dieper op ingaan. Ik weet het nog niet zeker. Ik heb dat nog niet bepaald, maar dit is genoeg voor vandaag.

Ik hoop dat de rest van de dag geestelijk heel nuttig voor u zal zijn.


Email deze pagina
E-mail aan:
Uw e-mailadres:
Commentaar:  (naar keuze)